Skip to main content

Full text of "De "Cyrurgie" van Meester Jan Yperman : Naar de handschriften van Brussel, Cambridge, Gent en Londen"

See other formats


— 



3GE 



BIBLIOTHEEK 

VAN 

MIDDELNEDERLANDSCHE LETTERKUNDE 

ONDER* REDACTIE VAN 

Prof. Dr. J. VERDAM, 

MET MEDEWERKING VAN 

* Prof. Dr. J. TE WINKEL en Prof. Dr. J. FRANCK. 



w 



DE „CYRURGIE 



VAN 



MEESTER JAN YPERMAN. 



Naar de Handschriften van Brussel, Cambridge, Gent en Londen 

UITGEGEVEN 



DOOR 



Dr. E. C. VAN LEERSUM, 

Hoogleeraar te Leiden. 




LEIDEN. - A. W. SIJTHOFF'S UITG.-Mij. 

1 I-I' 






J3GINIA UNIVËRSITY 
.'_ CENTER U.3RARY 



VERBETERING. 

Op blz. III de zinsnede Daremberg... 1350 op reg. 11 
en 12 v. ond. te plaatsen achter heeft op reg. 8. 



WVU - Medical Center Library 

cl WVMJ 

De "Cyrurgie" van Meester Jan Yperm / Yperman, Jan 



3 0802 000027551 9 



1 



DO NOT CIRCULAT 



1ECEIVEP 

: 1 9 1966 

WEST VIRGINIA UNIVERSITY 
REDICAL CENTER LIBRARY 



MEESTER JAN YPERMAN'S 
CHIRURGIE. 



Digitized by the Internet Archive 

in 2012 with funding from 

LYRASIS Members and Sloan Foundation 



http://www.archive.org/details/decyrurgievanmeeOOyper 



DE „CYRURGIE" 



VAN 



MEESTER JAN YPERMAN. 



Naar de Handschriften van Brussel, Cambridge, 
Gent en Londen, 

UITGEGEVEN 

DOOR 

Dr. E. C. VAN LEERSUM, 

Hoogleeraar te Leiden. 




LEIDEN. - A. W. SIJTHOFF'S UITG.-Mij. 



f 
( 'T/P-' 



Aan mijn Vriend J. VERDAM. 



INHOUD. 



Blz. 

1. Inleiding . . . . : . I. 

1. Opmerkingen omtrent het leven en de Chirurgie van 

Jan Yperman III. 

2. De Handschriften der Chirurgie XXV. 

II. Die tafele van Meester Jan Ypermans Surgie . . . XXXVIII. 

III. Meester Jan Ypermans Surgie 1. 

IV. Aanteekeningen 215. 

V. Lijst van Schrijvers, die door Yperman genoemd worden. 223. 

VI. Woordenlijst 234. 

VII. Literatuurlijst 281. 

VIII. Verbeteringen 286. 



INLEIDING. 



Meester Yperman's Chirurgie roept ons de tijden voor den geest, 
waarin de geneeskunde, na een langdurige periode van onvrucht- 
baarheid, wederom teekenen van leven begon te geven. Dat aan den 
oogenschijnlijk verdorden stam de loot der heelkunde het eerst uitbotte, 
lag in de natuur der zaak. Wat toch toenmaals tot het gebied der 
Chirurgie gerekend werd, waren hoofdzakelijk kwetsuren, beenbreuken, 
gezwellen, kortom aandoeningen, die binnen het bereik der zintuigen 
gelegen zijn en dus gemakkelijk toegankelijk voor klinische waar- 
neming en een tamelijk eenvoudige, grootendeels mechanische, 
behandeling. Niet ten onrechte werd daarom vroeger de heelkunst 
„chirurgia, dats werc, gewrocht metter hand" genoemd. In dit bij 
uitstek praktische onderdeel der geneeskunde deed zich het gemis 
aan theoretische kennis nog zoo weinig gevoelen, dat het onaanzienlijk 
geachte handwerk reeds vroeg een vrij hooge vlucht kon nemen, 
terwijl de hooghartige Medicina nog eeuwen lang in de kluisters van 
gezag en scholastiek bekneld zou blijven. 

Men behoeft, om dit verschil in ontwikkeling waar te nemen, 
slechts Yperman's beide geschriften, zijn Medicina en zijn Chirurgia, 
met elkander te vergelijken. Het eerste biedt, afgezien van het feit, 
dat het in de landstaal geschreven werd, luttel oorspronkelijks en 
zou, zonder nadeel voor de ontwikkeling der geneeskunde, gevoeglijk 
ongeschreven hebben kunnen blijven; uit het tweede spreekt daaren- 
tegen de man van ervaring, die, met allen eerbied voor de grieksch- 
arabische overlevering en voor zijn onmiddellijke voorgangers, toch 
liefst op datgene vertrouwt, wat hij met eigen oogen gezien en met 
eigen handen getast heeft. Zelfstandigheid is ten allen tijde, dus ook 
in de middeleeuwen, het kenmerk van den wondarts geweest De 
middeleeuwsche chirurgen hebben zich aan geleerdheid niet al te zeer 
bezondigd; hun praktisch en tijdroovend beroep weerhield hen van 
bespiegelingen en slechts dan wanneer de omstandigheden hen noopten, 
zich op het terrein van de theoretische geneeskunde te wagen, lieten 
zij zich door de oude dogma 's leiden. Waar het echter op de wond- 
heelkunst aankwam, hadden zij een woord mede te spreken. Dit was 
het veld dat zij zelf ontgonnen hadden en waarop zij de vruchten der 

v. L. A. 



II 

ervaring konden oogsten, die voor die der oude speculatieve genees- 
kunde niet behoefden onder te doen. 

Italië is de bakermat van deze jonge, aanvankelijk zuiver praktische, 
och later ook in theoretische richting zich ontwikkelende, tak van 
wetenschap; Rogerus, de Salernitaansche wondarts, Hugo van Lucca, 
die in Bologna de heelkunst uitoefende, waren de baanbrekers. Gene 
vond waardige volgelingen in zijn leerling Roland en in de raadsel- 
achtige Quatuor Magistri, wier „Glossulae super Rogerii et Rolandini" 
in wetenschappelijk opzicht tot de beste voortbrengselen der Saler- 
nitaansche school behooren. Van Hugo 's bekwaamheid en van zijn juist 
inzicht in de behandeling van wonden wordt in het werk van zijn 
zoon, den predikheer Theoderik, getuigenis afgelegd. En Theoderik 
moge zelf wat veel aan den al te zeer tot kompilatie geneigden 
Bruno van Longoburgo ontleend hebben, dat hij, op het voetspoor 
van zijn kundigen vader naar vereenvoudiging van de wondheelings- 
methode streefde, mag hem als een bizondere verdienste aangerekend 
worden. Het toppunt van roem bereikte de Italiaansche chirurgische 
school in den persoon van Willem van Salicete, ongetwijfeld den oor- 
spronkelijksten en vindingrijksten wondarts uit de dertiende eeuw. 
Gedreven door den „specialis amor", dien hij der chirurgie toedroeg, 
zocht hij het aanzien zijner gildebroeders te verheffen tot het maat- 
schappelijk peil der internisten. En Lanfranc van Milaan, die zich te 
Parijs vestigde en daar den grondslag legde tot de beroemde Fransche 
chirurgische school, volgde hem hierin met woord en daad na. 

Het zou in Parijs, onder Lantranc's leiding geweest zijn, dat Yperman 
zich in de wondheelkunst oefende. In hoeverre dit juist is, zal later 
een punt van bespreking uitmaken, maar dat Yperman zich wel heeft 
weten te bekwamen en het in de praktijk ver gebracht heeft, bewijst 
de volksmond, die nog altijd van hem als het toonbeeld van een 
degelijk arts de herinnering bewaart. En wie weet of zijn naam niet 
in de geleerde wereld een even goeden klank verworven zou hebben 
als die zijner voorgangers, indien hij zijn beide werken in deftig 
latijn in plaats van in zijn moedertaal geschreven had. Maar de voor 
een engen lezerskring bestemde geschriften raakten spoedig in ver- 
getelheid en niet minder dan vijf eeuwen moesten verloopen, voordat 
zij daaraan weder ontrukt zouden worden. In het midden der vorige 
eeuw hebben Belgische geleerden, onder wie bovenal Carolus verdient 
genoemd te worden, beproefd de beteekenis van hun landgenoot, die 
onder de middeleeuwsche artsen een eervolle plaats bekleedde, naar 
behooren te doen uitkomen. Zoo zijn van Ypermans beide geschriften 
door Broekx uitgaven bezorgd, doch men kan niet zeggen, dat met 
dezen arbeid aan de nagedachtenis en de verdiensten van den „Vader 
der Vlaamsche Chirurgie" een passende hulde gebracht is. Daartoe 
kleven aan dit werk, inzonderheid aan de uitgaaf der „ Chirurgie", 
zooals ik indertijd aangetoond heb '), te groote gebreken. En aan- 



] ) Janus, Arch. internat, p. 1'hist. d. 1. Méd., Xe Ann., 1905, blz. 544. 



III 

gezien mijn afkeurend oordeel mij de verplichting oplegde naar beter 
te streven, heb ik besloten die taak op mij te nemen en te trachten 
een getrouwer weergave van het voornaamste der beide geschriften, 
de Chirurgie namelijk, in het licht te geven. Ik vlei mij met de hoop 
dat hiermede Yperman 's werk nader tot den beoefenaar van de 
Geschiedenis der Geneeskunde zal gebracht worden dan tot dusver 
het geval is geweest. 



Broeckx weet, op gezag van Diegerick en Carolus, omtrent het 
leven van Yperman belangrijke bizonderheden mede te deelen. 

Hij zou in het laatste kwartaal van de 13e eeuw als zoon van een 
Yperschen poorter, en vermoedelijk te Yperen, geboren zijn en zich 
omstreeks 1297— 1303 te Parijs onder Lan franc 's leiding op de heel- 
kunde toegelegd hebben, daartoe in staat gesteld door een subsidie 
van de schepenen van de stad zijner inwoning. Na den meestertitel 
te hebben verworven, moet Jan Yperman zich in 1303 of 1304 in de 
omstreken van Yperen hebben gevestigd, maar ongeveer ter zelfder 
tijd in die stad tot chirurgijn van het hospitaal van Belle benoemd 
zijn geworden. In Yperen was, volgens Diegerick, zijn moeder Kate- 
line aan het hospitaal „sous Ie marchiet" werkzaam, die, toen 
zij in 1304 of in het begin van 1305 was komen te overlijden, door 
haar dochter, eveneens Kateline geheeten, in die betrekking is opge- 
volgd. Ondanks de stadsbetrekking is Yperman op het land blijven 
wonen, tot het jaar 1318, toen hij door schepenen is overge- 
haald om zich in de stad metterwoon te vestigen. Hij bewoonde 
daar een huis in de „Zuutstraete", een der hoofdstraten van de des- 
tijds zoo bloeiende en volkrijke stad. In 1325, toen de overheid naar 
aanleiding van een twist tussshen den graaf van Vlaanderen, Louis 
de Grécy, en de Bruggenaren, een legermacht in het veld zonden, 
werd Yperman met den geneeskundigen dienst der troepen belast en 
hem daarvoor een afzonderlijke toelage geschonken. Het zelfde 
geschiedde in 1327, tot belooning van zijn goede zorgen, aan de 
zieke armen der stad besteed. 

Aangaande den tijd, waarin hij zijn Chirurgie zou hebben geschreven, 
heerscht onzekerheid; Daremberg noemde het jaar 1310, Snellaert 
daarentegen 1350. 

Het sterfjaar van Yperman zoekt men tusschen de jaren 1329 en 
1332; maar het kan ook zijn, dat hij zich toen uit het openbare leven 
teruggetrokken heeft. 

Ziedaar in het kort wat Broeckx van Yperman 's leven meent te 
weten, en dat mag inderdaad, van iemand, die voor ruim zes eeuwen 
het levenslicht aanschouwde, al zeer veel genoemd worden. 

Ongelukkigerwijs is op de juistheid van de voornaamste punten 
dezer levensschets nog al wat af te dingen. De gegevens, die Diegerick 
en Carolus ten dienste stonden, waren zeer karig; zij bestaan slechts 
uit eenige posten der stadsrekeningen van Yperen en uit een paar 



IV 

uitlatingen van Yperman zelven, en geven, zooals blyken zal, allerminst 
recht tot de verreikende gevolgtrekkingen, die de genoemde biografen, 
geholpen door de vlucht hunner verbeelding en misleid door een al 
te vluchtig onderzoek, gemeend hebben te mogen maken. 

In werkelijkheid is van Yperman 's levensloop zeer weinig bekend. 
Blijkens eenige rekeningen der stad Yperen, waarover straks meer, 
bekleedde hij daar in het begin der XlVde eeuw een openbare betrekking, 
en hieruit mag men dus afleiden, dat hij in de laatste helft van de 
XlIIde eeuw geboren is. Ik zeg met opzet en voorzichtigheidshalve in 
de laatste helft, en spreek niet, zooals Broeckx, van Ie dernier 
quart, omdat ik, dankzij de vriendelijke tusschenkomst van den Archi- 
varis van Yperen, den heer E. de Sagher, in de gelegenheid ben geweest 
kennis te maken met een stuk, dat, indien het werkelijk op onzen 
meester Jan betrekking heeft, dwingt tot het aannemen van een veel 
vroeger vallend geboortejaar. Ik geef dit stuk, dat op onverklaarbare 
wijze aan Diegerick 's aandacht ontsnapt is, of althans door hem niet 
gebruikt is geworden, hier weer. 

„Sachent tout chil, ki cheste chartrepartie verront et orront, ke Jehans 
„Yperman, bourgois d'Ypre, a enconvent et promis par se foit 
„fiancié a tenir et h faire tenir toutes les keures, ki faites sunt 
„et establies par Ie loy de Ie vile d' Ypre sor mariages. A cheste 
„eonnisanche furent eschevins d' Ypre: Jehans li Sages et Jehans 
„Falais. Chou fu fait en 1' an de 1' incarnation m. cc. et lxxxv, el 
„mois d' aoust Ie semmedi après Ie jor Nostre-Dame '). 

(Chirographe en parchemin endenté par Ie 
bas, portant sur 1' endenture en capitales Ie 
mot: chirographe. 

Ville d' Ypres, Archives. Collection des Chiro- 
graphes. Année 1285, 18 aoüt). 
Elk burger van Yperen was verplicht zulk een belofte af te leggen, 
alvorens hij in het huwelijk trad, en wanneer het noodlot niet onver- 
wachts tusschenbeide gekomen is, dan is de genoemde Jan Yperman 
den avond van den 18 Augustus 1285 werkelijk getrouwd. Maar hij 
en onze meester Jan behoeven daarom niet dezelfde persoon te zijn! 
Een naamgenoot dan ? Deze mogelijkheid kan niet ontkend worden ; 
er zullen allicht in deze stad, welke gezegd werd toentertijde een 
paar honderd duizend zielen te tellen, wel meer dan één drager van 
denzelfden naam gelijktijdig geleefd hebben, al is de waarschijnlijkheid 
dat zij ook den voornaam gemeen hebben gehad, wederom 
minder groot. Ook moet hier aan Yperman 's vader gedacht worden, 
want zoogoed als er, volgens de stadsrekeningen, een Kateline èn 



l ) Doen te weten allen die dit eigenhandig en in dubbel geschreven charter 
zullen zien en hooren, dat Jan Yperman, burger van Yperen, beloofd heeft op zijn 
onder eede bevestigd woord te zullen houden en doen houden alle keuren die 
gemaakt en vastgesteld zijn op het huwelijk door de wet van de stad van Yperen 
Getuigen waren .... Gedaan .... 



een Kateline fille Kateline Yperman bestaan hebben, kan ook de 
vader van onzen Jan naar denzelfden voornaam hebben geluisterd. 
Maar aangenomen voor een oogenblik dat het Yperman senior geweest 
is, die op den genoemden datum in het huwelijksbootje is gestapt, en 
verder, dat hij reeds in het eerste jaar van zijn huwelijk met de geboorte 
van een zoon verblijd is geworden, dan was deze in 1297 toch zeker 
nog te jong voor de betrekking van heelmeester aan het hospitaal 
van Belle. De onderstelling, dat het de schrijver van de Chirurgie 
is geweest, die in de akte bedoeld wordt, is dus verre van ongerijmd, 
en zij trekt een streep door de rekening van degenen, die Yperman 's 
geboortejaar tusschen 1275 en 1300 stellen en hem omstreeks het 
laatste jaar als student in Parijs laten vertoeven. 

Snellaert ') heeft het vermoeden geopperd, dat Yperman van Pope- 
ringen geboortig zou zijn. Hij grondde die onderstelling op een 
dokument, waarin sprake is van een op last van Graaf Guy van Dani- 
pierre, op Vrijdag vöör Paschen van 't jaar 1281 (3 April 1281 , Nieuwe 
Stijl) te Poperingen gehouden onderzoek naar het aandeel van eenige 
burgers in het in 1280 te Yperen plaats gehad hebbend oproer, 
dat in de geschiedenis als Cockerulle te boek staat. In het proces- 
verbaal wordt een getuige Jehan Ipperman genoemd en het is volgens 
Snellaert niet onmogelijk dat dit Meester Jan geweest is, een onder- 
stelling, welke echter al even vaag is als die van Carolus 2 ), volgens 
wien Yperman 's naam, als zijnde synoniem met „Jan, afkomstig van 
Yperen", een aanwijzing van zijn geboorteplaats behelzen zou. 

Dat Yperman in Yperen gewoond en er de praktijk uitgeoefend 
heeft, is aan geen twijfel onderhevig. Er wordt in de stadsrekeningen 
telkens gesproken van „son service del Belle", een hospitaal in de 
„Zuutstraete", tegenwoordig Eue de Lille, de hoofdstraat, welke op 
de Groote Markt uitkomt 3 ). Ook komt op de rekeningen van 1318 en van 
eenige volgende jaren deze post voor: 

„Item al dit maistre Jehan [Yperman] pour son solaire que 
„eschevins li ont otroiet pour qu' il demeure en Ie vile .... 

...... 7 9 10 s. 4 ). 

Door de groote belangstelling, die de heer de Sagher in mijn onderzoek 
koestert, ben ik in de gelegenheid nog een ander, eveneens tot dusver 
onbekend gebleven stuk over te leggen, hetwelk het bewijs levert, dat 
Yperman reeds in 1310 tot de burgerij van Yperen behoorde. Het betreft, 
zooals het afschrift leert, den aankoop van een huis, door „Maistre Jehan 
Ypermans,bourgois d' Ypre," en dat hier onze chirurg bedoeld wordt, 
mag wel met groote waarschijnlijkheid uit den titel afgeleid worden. 



') Buil. d. 1. Soc. d. Méd. d. Gand, XXXe Vol., 1863, blz. 337. 

2 ) Ann. d. 1. Soc. d. Méd. d. Gand, XXXlIe Vol., 1854, blz. 31. 

3 ) Vandenpeereboom, Ypriana, I, 1878, blz. 208, en: Chronique des Rues 
d'Ypres, in: Ann. d. 1. Soc. d' Emulation p. 1. étude d. 1' hist. etc. de Flandre, 
II. 2e Sér., 1844, blz. 2. 

4 ) 1. Diegerick. Lettre a M. Ie Chanoine Carton etc, Ann. d. 1. Soc. hist. d. 1. 
ville d'Ypres etc. 1869, blz. 30. 



VI 

„Nous, eschevin d'Ypre, faisons savoir a tous ke maistre Jehans 
„Yperman, bourgois d' Ypre, a acheté et acquis yritableraent 
„encontre Nicholon Cole, bourgois d' Ypre et Béatrise, se feine 
„et encontre Willame Ie Kous et Gillion del Atrie, bourgois 
„d'Ypre, avoeit de Tierkin, Hannekin et Copkin, enfans Nicholon 
„Cole devandit, el nom des orphènes et pour yaus, une maison, 
„1' yritage desous, tout Ie pourpris et les apartenances tenans en 
„terre, a feir et a clau, estant et gisant hors Ie porte de Boe- 
„singhes vers ost outre 1' Ypre ') entre Ie atrie de Nostre-Dame 
„du Breul d' une part et Ie maison Willame delle Velde d' autre 
„part; dont li dit vendeur et li dit avoeit, el nom des dis orphènes, 
„se tienent bien apaiét et werp en ont fait a 1' avantdit maistre 
„Jehan Yperman bien et a loy, selonc les us et costumes delle 
„ville d' Ypre et lui doivent warandir de toutes calainges envers 
„tous, parmi chunc saus de rente yritable par an hors issant. En 
„queil mémoire et muniment nous avons ceste chartre saielée dou 
„saiel delle ville d'Ypre. En tiesmoignage de ces, eschevins: 
„Pieron Poivre, Willame de Haringhes, Jehan Morin, Jehan de 
„Scotes et Nicholon Scorboet. Che fu fait en 1' an de grace mil ccc 
„et dijs, Ie premier diemenche dou mois de julie 2 ). 

(Original sur parchemin. Le Sceau, pendant 

a doublé queue, brisé. 

Ville d' Ypres. Archives. Chartes diverses. 

Anno 1310, 5 juillet.) 

Op de keerzijde: M. Jeh. Yperman deus 

deniers d'or. 

In XVde-eeuwsch schrift: Van ene huus bach- 

ten Brielen ant kerchof bij den overdraghe. 
Ook de „Chirurgie" bevat enkele gegevens aangaande Yperman 's 
woonplaats. Op blz. 40 (van deze uitgaaf), kol. a, leest men: 



1 ) Eertijds een bevaarbaar water, tegenwoordig riool. 

2 ) Wij, Schepenen van Yperen, doen te weten aan allen, dat meester Jan 
Yperman, burger van Yperen, gekocht en in vollen eigendom verkregen heeft van 
Nicholon Cole, burger van Yperen, Béatrice, zijn vrouw, en van Willam le Rous 
en Gillion del Atrie, burgers van Yperen, prokureur (vermoedelijk voogd) van Tierkin, 
Hannekin en Copkin, kinderen van Nicholon Cole voornoemd, in naam van de weezen 
en voor hen [optredende], een huis, den vollen eigendom daarin begrepen, het daarbij 
behoorende terrein en al wat grond-, ijzer- en spijkervast daarbij behoort, en 
liggende buiten de poort van Boesinghes, aan den oostkant aan gene zijde van 
de Yper tusschen het plein van de kerk van Onze Lieve Vrouwe van Breul aan 
de eene en het huis van Willam van de Velde ter andere zijde; waarmede de 
voornoemde verkoopers en de voornoemde prokureur, in naam van de voornoemde 
weezen genoegen hebben genomen en dat zij hebben afgestaan aan voornoemden 
meester Jan Yperman, geheel en al en volgens de wet, in overeenstemming met 
de wetten en gebruiken der stad Yperen; en hem moeten beschermen tegen de 
aanspraken van allen, tegen een jaarlijksche (waarschijnlijk een onafkoopbare) 
rente van vijf schellingen erflijke rente voor elk jaar dat verloopt. Als herinnering 
en ter vaststelling [van deze overeenkomst] hebben wij dit charter gezegeld met 
het zegel van Yperen. Als getuigen hiervan, de schepenen .... Gedaan 



VII 

„ . . . ..ende vele andere gewonden die ie genas dies gelike. ende 
„dit was in Ypere in Vlaenderen ende daer ontrent." 
Verder zegt Tperman, op blz. 169, kol. b, naar aanleiding van de 
behandeling van breuken met „cussineelen": 

„ende ie ghenas vele lieden der met binnen der stede van Ypere .'..." 
en op blz. 203, kol. b: 

„Ie mester Jan Iperman was in de stede van Ypere daer was een 
„arm mersman die hadde eenen seeren vede .... Die welke mersman 
„hadden in cueren een leec meester . . . ende hi leide an dat gat 
„cerrosijf . . . . ende dat quam in een ader die zeer wart bloedende 
„ . . . ende de leeke meester ne const niet ghestelpen. Ende ie 
„Yperman wasser ontboden." 
Het zooeven vermelde stuk werpt tevens eenig licht op een ander 
punt, hetwelk tot dusver aan twijfel onderhevig was. Hoe rijmt zich 
het feit, dat Yperman in 1304 in Yperen een stadsbetrekking 
bekleedde, met de, blijkens de reeds aangehaalde post uit de rekening 
van 1318, door schepenen in het werk gestelde poging om hem over 
te halen, zich in de stad te komen vestigen? Zou Yperman altemet 
een tijdlang forens geweest zijn? Daartegen zou het in de middel- 
eeuwen zoo sterk ontwikkelde communalisme zich vermoedelijk wel 
verzet hebben. Maar zulk een vaart behoefde de zaak niet te nemen, 
want het is nu zeer waarschijnlijk geworden, dat Yperman het in 1310 
gekochte huis, waarvan de verkoopakte gewaagt, en dat immers maar 
even buiten de poort gelegen was, ook is gaan bewonen. Maar het 
wonen van den gasthuisdokter buiten de poort, al was het ook onder 
den rook van de stad, moet op den duur bezwaren opgeleverd hebben» 
die wij zeer goed kunnen gevoelen. Hoe lastig toch moet het geweest 
zijn den meester bij nacht en on tijd buiten de poort te gaan halen, 
wanneer een ongeval of de plotselinge verergering van een zieke 
zijn tegenwoordigheid in de stad of in het gasthuis noodig maakte? 
Het is dus alleszins begrijpelijk dat Schepenen getracht hebben aan 
den verkeerden toestand een eind te maken, en dat zij zich daarvoor 
een vrij belangrijke geldelijke opoffering getroost hebben, bewijst dat 
men Yperman 's verdiensten naar waarde wist te schatten. 

Misschien heeft Yperman toen zijn intrek genomen in het huis in 
de „Zudstraete"; waarschijnlijk is het, dat hij daar in 1313 woonde, 
want in dat jaar hebben Schepenen van hem een kamer gehuurd, 
zooals de stadsrekening van 1313 *) leert: 

„Ch' est chou que on a donné a diverses persones et paiét pour 
„dettes de Ie ville par Ie tans Jakeme Trouvé et Jehan deScotes, 
„tresoriers, 1' an de graee M. CCC et XIII, puis Ie dimenche 
„devant Ie jour saint Martin en yver en encha. 



*) Deze post is Diegerick ontgaan. Zij komt voor in dl. I, op blz. 495, van: 
Des Marez et de Sagher, Comptes de la ville d'Ypres de 1267 a 1329. Brussel 
1909. Van dit belangrijke werk is nog slechts het eerste deel verschenen, loopende 
over de jaren 1267—1316. 



vin 

„A maistre Jehan Yperman pour Ie lieuwage de Ie cambre de se 
„maison, la eschevin sient, pour un an: 5 mars, valent 8 ffi. 

Waar Yperman zijn geneeskundige kennis zou hebben opgedaan? 

Volgens Carolus te Parijs, onder leiding van Lanfranc, en hy 
grondt zijn meening op deze zinsnede uit de „Chirurgie": 
„Waerbi ie rade also Lanfranc mi riet ende leerde" ] ). 

,Ce passage", zegt Carolus 2 ), „prouve évidemment que 1' auteur 
Jean Ypermans fut élève de Lanfranc, qui professait a Paris en 1295." 

Ik kan dit niet zoo grif toegeven, immers de aangehaalde woorden 
kunnen evengoed in overdrachtelijken als in letterlijken zin bedoeld 
zijn geweest. Bovendien wordt in Yperman 's geschriften van een 
verblijf te Parijs met geen enkel woord gerept. Wel noemt Yperman 
hier en daar Lanfranc 's naam, een enkele maal (op blz. 75) met bij- 
voeging van diens geboorteplaats, namelijk „Meylanen", maar nergens 
leest men, dat hij tot dezen chirurg in eenige betrekking gestaan heeft- 
Dit wekt terecht bevreemding, want Lanfranc 's uitstekend praktisch 
onderwijs moest Yperman allicht aanleiding gegeven hebben tot ver- 
melding, in de Chirurgie, van de belangwekkende en leerzame geval- 
len, die de leeraar gewoon was te vertoonen. Het eenige voorbeeld 
echter, dat hij uit de praktijk van Lanfranc aanhaalt, is niet van 
Parijs, doch betreft de Milaneesche vrouw, bij wie de vindingrijke 
chirurg, na vooraf een diep verborgen absces aan den hals geopend 
te hebben, de voeding met behulp van een „zilveren pipe" wist te 
bewerkstelligen 3 ). 

Ypermans biografen gaan niettemin verder. Zij meenen uit de stads- 
rekening zelfs te mogen afleiden, wanneer het bezoek aan Parijs 
zou hebben plaats gegrepen. 

Tot goed begrip van de zaak is het wenschelijk eenige oogenblikken 
bij die oude stukken stil te staan *). 

Vandenpeereboom 5 ) geeft er de volgende beschrijving van: „Jus- 
ques vers 1390, les sommes payées, a titre de traitements, étaient 
renseignées, chaque année, dans un compte ou röle spécial, intitulé: 
„li Rolle dou sallaire". Nos archives possèdent des fragments de 
comptes divers, a partir 1280 s ), mais notre plus ancien „Rolle dou 



') Blz. 21, kol. a van deze uitgaaf. 

J ) Arm. d. 1. Soc. d. Méd d. Gand, XXXIIe Vol., 1854, blz. 64, noot. 

3 ) Lantr. Major. Tract. III, Ooct. II, Cap. 5. 

4 ) Diegerick yeeft in zijn brief aan Carton de posten weer, die op Yperman en 
de beide Kateline's Yperman betrekking hebben. Hij is daarbij echter niet nauw- 
keurig te werk gegaan en zijn opgaven zijn geenszins volledig. Vandenpeere- 
boom geeft uit het tijdperk, waarmee wij ons bezighouden , alleen afschriften van 
de salarisrollen der jaren 1297, 1304, 1311-1312. By G. des Marez en E. de Sagher 
vindt men Ypermans naam op blzn. 159, 184, 210, 236, 285, 338, 378, 392, 495 en 
572 vermeld. 

s ) Ypriana, IV, blz. 357. 

6 ) Des Marez en de Sagher vermelden echter ook een rekening van 1267-68. 



IX 

sallaire" ne date que de 1297; ces „rolles", pour les années 1298 a 
1304, puis pour quelques années encore du XlVe siècle, manquent 
dans nos archives*). D' un autre coté, ceux de ces róles qui y sont 
conservés, ne font pas connaitre exactenient les fonctions ou emplois 
confiés aux serviteurs de la ville : nos trésoriers, avant 1390, n' indiquent, 
en effet, sauf pour quelques agents subalternes, que les noms et les 
traitements de ces serviteurs. Les données que nous possédons sur nos 
fonctionnaires et employés communaux, de 1280 a 1390. sont ainsi 
tres incomplètes, comme nous venons de Ie dire." 
De „Kolle dou Sallaire" van 1297 draagt tot opschrift: 

„Che sont li paiement fait a cheaus ki prendent salaire dele vile, 
„par Ie tans Nichole Ie Pelletier et Nichole de Lo, trésoriers, en 
„1'an m. cc. iiij 3 ^ et xvij, puis Ie dimanche devant Ie jour 
„saint Martyn en yver en encha". 
Zij vermeldt o.a. vier uitkeeringen: 

„A Jehan Yperman 50 s. Item ... 50 s. Item ... 50 s. Item ... 50 s." 
De eerstvolgende rol, waarop Yperman 's naam voorkomt, is van 
1304 en draagt dit hoofd: 

„Ce sont li paiement fait as clers et as autres servans a Ie ville 
„d'Ypre par Ie tans Jakeme de Baillieul et Jakeme d' Outkerke, 
„trésoriers, en 1'an de mil ccc. et quatre, puis Ie samedi après 
„Ie jour saint Martin en yver en encha." 
Hierop komt deze post voor: 

„Item a maistre Jehan Yperman pour son solaire delle Belle iij 8. 
Diegerick heeft er de aandacht op gevestigd, dat Yperman op deze 
rol voor het eerst „Meester" genoemd wordt en daaruit de gevolg- 
trekking gemaakt, dat hij nè, 1297 dien titel verworven moet hebben. 
Dit is zeer wel mogelijk, de vraag is echter, waar? Diegerick's 
antwoord luidt: „Je pense que les sommes qui lui sont allouées, pendant 
„cette année (1297; , Ie sont a titre de gratiflcation ou de subside pour con- 
„tinuer ses études a Paris." Want, vervolgt hij, „ce faitn 'a du reste rien 
„d'extraordinaire, car les magistrats d'Ypres. déja a cette époque, 
„avaient 1'habitude d' accorder des subsides aux jeunes gens qui 
„montraient des dispositions pour les hautes études. Ainsi nous trouvons 
„a chaque instant, au XI Ve et au XVe siècle, de pareils encoura- 
„gements accordés a de jeunes Yprois pour étudier Ie droit a Paris 
„ou la médecine a Montpellier. Remarquons encore que ce subside alloué 
„a Jehan Yperman ne figure pas au comte des salaires, mais bien a 
„celui avec diversespersonnes, et que c' est justement cette espéce 
„de compte qui porte toutes les gratifications, subsides, récompenses 
„et autres dépenses de cette nature." 

Deze laatste bewering is in strijd met het opschrift van de rol, 
zooals het door Vandenpeereboom en de Marez en de Sagher weer- 



*) On y trouve les róles des années: 1304,1305-1308, 1309, 1310, 1311-1313-1315 
-1317, 1318, 1319, 1320-1322, etc. 



gegeven is en waarin slechts gesproken wordt van „paiement fait a 
cheaus ki prendent salaire dele vile"; en zy strookt ook niet met 
den aard der posten. Vandenpeereboom l ) zegt daarvan: „il indique, 
pour cette année, les noms des serviteurs et employés salariés par la ville 
et Ie montant de leurs s al air es ou „traitements fixes"; mais il ne 
fait pas connaitre les fonctions ou emplois que tous ces agents com- 
munaux exercaient." 

Met dat al noopte de beslistheid, waarmede Diegerick zich over 
de „compte a diverses personnes" en de daarop voorkomende naam 
van Yperman heeft uitgelaten, tot een nader onderzoek. Ik heb mij 
daartoe gewend tot den kenner der Ypersche rekeningen, den 
heer Sagher, die mij met groote welwillendheid het volgende be- 
scheid gaf: 

„Il n' y a absolument aucun compte a tenir de 1' assertion de Die- 
„gerick disant que Jehan Yperman recut dans Ie courant de 1' exer- 
„cice Novembre 1297 h Novembre 1298 quatre subsides de 50 s. p. 
„chacun. Les comptes originaux, que je publie, établissent a toute 
„évidenceque c'est comme functionaire dela vi 11 e qu* Yperman 
„recut Ie salaire de quatre fois 50 s. p." De betalingen zijn hetzij in 
eens, om de maand, in halfj aarlij ksche, of — zooals met Yperman 
en verscheidene anderen het geval is geweest — in driemaandelijksche 
termijnen geschied. En nu lijkt het toch wel zeer onwaarschijnlijk 
dat de overheid een te Parijs vertoevend persoon een ondersteuning 
om het kwartaal zou hebben uitgekeerd en niet aan het begin van 
van de reis, of na afloop. Tenzij men mocht meenen dat het over- 
maken van gelden in die dagen niet veel om het lijf had of dat Yperman 
zich prompt alle vieren deelj aars ten kantore van den gemeente-ont- 
vanger vervoegd zou hebben, om de bedragen te innen. Doch zulks 
klinkt al even gezocht. 

Nu blijft nog de mogelijkheid over dat Yperman niet in 1297, doch 
in een der volgende jaren naar Parijs is gegaan, maar ook in 
dat geval zou een uitkeering van een beurs in termijnen geen zin 
gehad hebben. Ten overvloede merk ik op dat de uitgekeerde bedragen 
voor een reis naar Parijs en een eenigzins langdurig verblijf aldaar 
ten eenenmale ontoereikend waren 2 ). De rekeningen bevatten ver- 
scheidene posten van evenveel' livres, als hier sous, uitgekeerd aan 
personen, die door schepenen voor eenigen tijd naar Parijs gezonden zijn. 

Het is wel jammer, dat de rollen van 1298-1303, die allicht eenige 
opheldering hadden kunnen geven, te loor zyn gegaan. Nu zij echter 



') Ypriana, IV, blz. 369. 

') Een „livre parisis", 1. p. of £, had in het eind van de dertiende eeuw een 
innerlijke waarde van ruim 20 frs; een „sous", s. (1/20 livre), van ruim 1 fr.; 
een „denier parisis", d. p. (1/12 sou), van bijna 0,09 fr. Deze waarden komen ten 
naastenbij overeen met de tegenwoordige van resp. 125, 6.25 en 0.52 fr. 
Ypriana, IV, blz. 369. 



XI 

ontbreken, handelt men voorzichtig, de vraag, of Yperman te Parijs 
gestudeerd heeft, in het midden te laten. De argumenten, waarmede 
Diegerick getracht heeft zijn bevestigend antwoord te steunen, 
missen, naar mijne meening, allen grond. 

De rol van 1305 bevat een herhaling van den post van 1304 Van 
de overige rollen, die nog voorhanden zijn, vermeldt die van 1308 
een bedrag van 4 8'. 8 s., uitgekeerd „a maistre Jehan Yperman pour 
Ie service que il fait al ospital delle Belle", terwijl de rekeningen van 
1309, 1310, 1311, 1315 en 1317 elk een bedrag van 4 livres parisis 
noemen. 

Het salaris lijkt niet groot en niet in overeenstemming met 
Yperman 's positie, wanneer men het vergelijkt met de jaarwedden, 
die andere stadsgeneeskundigen uit dien tijd genoten hebben. Diege- 
rick 1 ) noemt op : 

„A maistre Servais Ie Cupre, fusicien, 80 ff. 
„A maistre Jehan de Lille, fusicien, 35 ffi. 
„A maistre Jehan Ie Clerc, fusicien, 13 8. 
Dat waren echter geneeskundigen, belast met de behandeling van 
lijders aan inwendige ziekten, welke veelvuldiger zijn dan chirur- 
gische gevallen. Zij hadden derhalve als armendokter veel meer te 
doen dan de heelmeesters, wien bovendien door de barbiers nog veel 
werk uit de handen genomen werd. Yperman 's bezoldiging als heel- 
kundige aan het hospitaal van Belle werd trouwens in 1317 tot 6 S 
verhoogd en hij kreeg voor buitengewone diensten een behoorlijke 
vergoeding. Zoo ontving hij in 1327 10 ff, „van een jare van dat hij 
de arme lieden achter porten achterwart" 2 ). 

Ook voor zijn diensten te velde ontving Yperman een afzonderlijke 
bezoldiging. Hij heeft namelijk een paar maal als veldarts dienst 
gedaan. De eerste keer is Diegerick bij zijn onderzoek der rekeningen 
klaarblijkelijk ontgaan. Yperman vergezelde toen een troep, welke 
uitgezonden was om het huis Wijnendael aan de handen van den 
graaf van ft evers, den zoon des graven van Vlaanderen, te ontrukken. 
Er bestaat een rol over de jaren 1311-1312, waarop de kosten dezer 
expeditie zijn vermeld 3 ): 

„Ce sont les cous fais a Winendale avoec monsingneur de Flan- 
„dres pour conquerré Ie maison que messires de Nevers fist 
„tenir, par Ie tans Jehan de Lo et Willaume de Haringhes, 
„tresoriers. 

„Item, pour Ie despens Piere Fouchier, Esteven Hauwel et de 
„maistre Jehan Yperman .... 28 den. d' or et 7 gros, valent 32 ff. 

10 s. 8 d. 1 obfole]. 

') Hij verzuimde op te geven van welke jaren deze posten zijn. Ik vond 
deze: A maistre Michiel Coep, fusisien, pour Ie quart d'une année, 17 H? 10 s. 
Des Marez en de Sagher, I, blz. 570 (Le Brief du Salaire Nov. 1315). 

*) Achter porten: overal in de stad. Achterwaren: behandelen, een zieke, een 
ziekte. 

s ) Des Marez en de Sagher, I. blz. 391. 



XII 

„Item, k maistre Jehan Ypreman pour son solaire: 6 den. d' or, 

valent 6 8. 
Den tweeden keer volgde Yperman den troep, die door de Yper- 
sche overheid naar aanleiding van den twist tusschen de Bruggenaren 
en den graaf van Vlaanderen, Louis de Grecy, in 't veld gezonden is. 
Men leest in de rekening van 1325 '): 

, Meester Jehan Yperman, van sinen solarissen dat hi was int 

„here 8 ti". 

De laatste maal, dat men Yperman 's naam op rollen tegenkomt, 

is in 1329. De rol van 1332 bevat een post, waaruit men zou mogen 

opmaken, dat hij intusschen zijn ontslag genomen heeft of overleden 

is. Zij luidt: 

,A maistre Henri Ie Bril, pour warder et garir les malades del 
„ospital del Belle 6 vè. 

Er zijn nog een paar punten, welke ik volledigheidshalve moet 
aanstippen, schoon ik niet in staat ben, daarop veel licht te doen 
schijnen. In de eerste plaats zij opgemerkt, dat in de rekeningen 
ook naamgenooten van Yperman voorkomen, en wel zekere Kateline 
Yperman en eene Kateline, fllle Kateline Ypermans. Zij worden genoemd 
in den „Brief du Salaire" van April 1304: 

„A Kateline Ypremans pour sen service del ospital sour Ie mar- 

„chiet 6 ÖJ, 
en in die van November 1304: 

„A Kateline, fille Kateline Ypermans pour son solaire del [Hos- 

„pitael] sour Ie marchiet 3 \è. item 3 ffi'. 2 ). 
De moeder is dus in den loop van het jaar 1304 om de eene of andere 
reden door de dochter opgevolgd. Welke diensten zij in het hospitaal 
van „NotreDame" op de groote Markt verleend hebben, wordt niet 
vermeld. Dat wij hier met de moeder en de zuster van Meester 'Jan 
te doen zouden hebben, mag Diegerick voor zijn verantwoording 
nemen; ik waag het niet mij daarover uit te laten, omdat feitelijk 
elke aanwijzing eener verwantschap ontbreekt. 

Een ander punt betreft de vraag of Yperman tot den geestelijken 
stand behoord heeft. Het was Carolus, die deze onderstelling opperde, 
omdat in de Chirurgie hier en daar van „leeken", .leeke-meesters" 
„leeke surgijns" gewag wordt gemaakt, welke uitdrukkingen de 
beteekenis van „laïcus" of „prophanus", in tegenstelling van „klerikus", 
kunnen hebben 3 ). Maar hij sluit de mogelijkheid niet buiten, dat met leek: 



1 ) Diegerick, blz. 32. 

2 ) Des Marez en de Sagher, I, blzn. 159 en 184. Dezelfde Kateline, fille Kateline, 
komt ook voor op de rollen van November 1307 — hier heet zij Kateline fille jadis (?) 
Kateline Ypermans — van Nov. 1308, Nov. 1310, Nov. 1311 en Nov. 1315; en volgens 
opgaaf van Diegerick ook van de jaren f317, 1318, 1319, 1320, 1322, 1323, 1324, 
1326, 1327, 1328, 1329 en 1332. 

') Een oogenblik ben ik dezelfde meening toegedaan geweest, op grond van 
de in het Londensche handschrift, op fol. 143 r, voorkomende woorden : „meester 



XIII 

„illiteratus", „ongeletterde" of „ongeschoolde", dus iemand, die geen 
behoorlijke vakopleiding genoten heeft, bedoeld kan zijn. Op dit standpunt 
plaatst zich Snellaert x ', zich daarbij, m. i. terecht, beroepend op eenige 
plaatsen uit de Chirurgie, welke aan duidelijkheid niet te wenschen 
overlaten. Zoo wordt in het kapitel over spasmus (blz. 58, kol. b), 
van „leekemeesters" gesproken als van lieden „die niet en weten 
van der konst"; op een andere plaats (blz. 190, kol. b) van „leeke 
onbekinde.. .. die niet ne weten van der saken, ende dat es omme 
datsi gheene kennesse draghen ane de natuere, waer of datsi niet 
geleert siin". In plaats van Lanfranc , die zelf een .prophanus" was, riep 
de moeder van een gewonde de hulp in van een „leekemeester" (blz. 
19, kol. a), kortom, overal waar Yperman deze uitdrukkingen of die 
van „valsche meesters die leeck siin :: bezigt, blijkt, dat hij daarbij 
het oog had op lieden, die geen behoorlijke opleiding genoten hadden, 
empiristen in den slechtsten zin van het woord, die in die dagen, 
wegens onvoldoende voorziening in geneeskundig onderwijs en gebrek- 
kig toezicht op de uitoefening der geneeskunst, maar al te talrijk 
waren. 

Behalve de hierboven besproken officiëele stukken, zijn er in de 

afschriften der Chirurgie nog enkele data, die der vermelding waard zijn. 

Op blz. 130, kol. b, treft men een reeds vroeger vermeld verhaal 

aan van een ernstig ziektegeval, dat Lanfranc in Milaan behandeld 

heeft. 

Yperman laat daarop volgen : 

„Dat selve gesciede mij int jaer ons heeren MCCC ende XXVIII 

„ten beghinne typeren ane ene jonghe beginne')." 

Snellaert kon van deze plaats gebruik maken om de meening van 

Daremberg te weerleggen, dat Yperman in 1310 zou gestorven zijn, 

welke meening gegrond was op deze zinsnede in het handschrift 

van Cambridge (fol. 1 v): 

„dit (nl. zijn Chirurgie) troc hi ende maecte in dyetscher talen 
„dewelke dat hi bestont te maken om zijns selves zone binnen 
„zijn zelves live ende dat specion 3 hadde hi binnen der stede 
„ van Yperen in welke dienst dat hi sterf int jaer ons heren 
„mccc en x . . . ." 
Snellaert, door het geval met de begijn overtuigd, dat het jaartal 



Jans p Ypermans", waarvan ik de p voor een afkorting van „presbyter" meende 
te mogen houden. Bij nadere beschouwing van de fotografische afbeelding, 
waarmede ik mij behelpen moest, omdat het bestuur van het Britsche Museum 
geen handschriften pleegt uit te leenen, is mij echter gebleken, dat door deze 
letter een fijn streepje gehaald is, zoo dat zij vermoedelijk als een lapsus calami 
moet worden beschouwd. 

1 ) Buil. d. J. Soc. d. Méd. d. Gand. XXXe Vol., 1863, blz. 333. 

2 ) De handschriften van Londen en Cambridge geven: 1321. 

3 ) Lees: pensioen, in den zin van salaris. Zie Vandenpeereboom, Ypriana IV, 
blz. 356. 



XIV 

1310 onjuist moet zijn, heeft naar een verklaring- gezocht van deze 
tegenstrijdigheid, welke echter, zooals ik indertijd heb uiteengezet 1 ), 
slechts schijnbaar is. Hij houdt de x voor een verdraaide ^ en neemt 
dientengevolge 1350 als Yperman's sterfjaar aan. Maar indien Snellaert 
met het Londensche handschrift bekend ware geweest, dan zou hij 
wellicht zijn toevlucht tot deze verklaring niet genomen hebben De 
x laat aan duidelijkheid niets te wenschen over, wel echter, zooals 
de lezer heeft kunnen zien, de tekst van het handschrift van Cambridge. 
Het Londensche is hier veel duidelijker. De overeenkomstige plaats luidt 
daarin: 

„ende pensioen hadde binnen der steden van Yperen in welke 

„ dienst dat hij sterft [.] int jaer ons heren doe men screef me cc 

„ende x. doe maecte hij dat werc in die[t]sche . . ." 

Het tweede „doe" heldert de zaak volkomen op en een punt achter 

„sterft" maakt den zin behoorlijk leesbaar. Er is geen sprake van 

eenig sterfjaar, doch wel van het jaar waarin Yperman de Chirurgie 

moet hebben geschreven, dat is te zeggen, volgens dengene die deze 

mededeeling neergeschreven heeft. Of zij juist is, zou misschien betwijfeld 

kunnen worden op grond van het opschrift, dat zich op fol. 2 r van 

het handschrift van Gent bevindt. Dit luidt: 

„Cijrurgie van meester Jan Iperman int Jaer MCCC ende XXVIII." 
Maar, dit dient te worden opgemerkt, de hand is een andere en 
klaarblijkelijk jonger. 

In geen geval is de Chirurgie ouder dan 1305, want er wordt op 
blz. 182, kol. b, van deze uitgaaf, gesproken van „den bouc van lilium 
medicus", dat is Bernardus van Cordon 's bekend werk Lilium medi- 
cinae, dat in of na genoemd jaar geschreven moet zijn 2 ). 

In de literatuur heerscht de meening dat Yperman zijn werk 
oorspronkelijk in het Latijn zou hebben geschreven. Ofschoon Carolus 3 ) 
reeds verklaard had, dat „Jean Ypermans doit être considéré jusqu'ici 
comme Ie père de la chirurgie flamande, parce qu'il est Ie premier 
qui ait écrit ex-professo, en sa langue maternelle, sur la chirurgie", 
schreef Haeser 4 ): „Die Chirurgie Ypermans, ursprünglich lateinisch 
abgefasst, war zunachst für den noch sehr jungen Sohn desselben 
bestimmt." Neuburger 3 ) sluit zich hierbij aan en ook Pagel 6 ) gewaagt 
van een latijnschen tekst, waarvan nog slechts het incipit over- 
gebleven zou zijn. 

Haeser heeft vermoedelijk Broeckx' uitgaaf van het Handschrift van 



') Janus, XlVe Ann. 1909, blz. 393. Daar vindt men ook de fotografische 
afbeeldingen der terzake dienende plaatsen weergegeven. 

*) Pagel, Ueber den Theriak, nach einer bisher ungedruckten Schrift des Bern- 
hard von Gordon. Pharmac. Post, 1894. 

3 ) Ann. d. 1. Soc. d. Méd. d. Gand XXXII, 1854, blz. 32. 

4 ) Geschichte der Medizin, I, blz. 769. 

5 ) Geschichte der Medizin, II, blz. 519. 

6 ) Handbuch der Geschichte der Medizin, I, blz. 738. 



XV 

Cambridge voor zich gehad. Leest men den daarin voorkomenden 
latijnschen aanhef aandachtig over, dan blijkt evenwel niets van een 
oorspronkelijk latijnschen tekst, maar alleen van latijnsche werken, 
die Yperman bij het schrijven geraadpleegd heeft. 

„Quam ipse tractavit in flamingo ad utilitatem filii suo" heet het 
ook in laatstgenoemd handschrift, terwijl dat van Brussel „Quam ipse 
compilavit et in teutonico redegit filio suo" te lezen geeft. Bovendien ver- 
melden de handschriften, ook het Londensche, dat Yperman de Chirur- 
gie „getrocken" heeft „uut alle den auctoers" en „uten latine ende 
uten sijn selves verstandenisse" en dat wel „in dyetscher talen." 

Ik houd het daarom voor waarschijnlijk dat het latijnsche incipit 
later door een of ander afschrijver, om aan het werk een klassieken 
glimp te geven, in het afschrift is opgenomen. Dit verklaart dan 
tevens waarom in het afschrift van Cambridge een dubbel incipit 
voorkomt, eerst een latijnsch en daarna een vlaamsch. 

Ik ben in mijn meening nog versterkt door een zin in het hand- 
schrift van Gent, op fol. 105 a (zie blz. 137, noot 1), welke aldus luidt: 
„Hier wil ie eynde maken vanden anderen boeke dye es van den 
„halze, wairbij ick bydde alle denghenen diere an zullen zien ofte 
„leeren dat sij zullen bydden over denghenen, die desen boec trock 
„uten latyne int vlaamsche." 

En dat hier geen vertaler van een geschrift van Yperman aan 't woord 
is, blijkt uit het vervolg: „want ik deedt bij [mijnre 1. minne] van den- 
genen die achter mij soude bliven," dat is namelijk zijn zoon. En ten over- 
vloede wijs ik nog op een volzin uit de copie van Gent op fol.(3)d (zie blz. 
145, kol. b), waarin gesproken wordt van humoren, die volgens Galenos 
„ter onsochter steden lopen" en waarop volgt: „ende aldus segthijtin 
latijn: ad locum dolorosum confluent humores", een toevoegsel, dat 
in een latijnsch stuk natuurlijk geen zin zou gehad hebben. 



Het is alleszins verklaarbaar dat Carolus, na de kennismaking met 
Yperman's werken, in opgetogenheid over hun inhoud, zijn landsman 
den titel van „Ie père de la Chirurgie flamande" toegekend heeft. 

Deze geschriften waren eeuwenlang der vergetelheid prijs gegeven; 
geen der bibliographen, zelfs niet de belgische, waren zich van hun 
bestaan bewust 1 ). Wel heeft Van Hulthem, die in 1818 het thans te 
Brussel berustende perkamenten handschrift van den Londenschen 
verzamelaar Heber wist te verkrijgen, zich tot een onderzoek gezet, 
doch hij zag zich genoopt dezen arbeid aan Willems over te laten. 
En deze bepaalde zich, wat de Cyrurgia en de Medicina betreft, tot 
een beschrijving van slechts enkele regels *). 

Men mag dus zeggen, dat, toen Carolus zich tot een analyse der 



') In Broeckx' Essai sur l'histoire de la Médecine Beige, Brussel, 1838, komt 
Yperman's naam niet voor. 
2 ) Bibliotheca Hulthemiana. Gand, 1837, Vol. VI, Manuscrits. No. 193, blz. 45. 



XVI 

Chirurgie zette, niemand bevroedde, welk een groote wetenschap- 
pelijke waarde dit werk bezat. 

Reeds het feit, dat beide werken in de landstaal geschreven waren , 
moest het Vlaamsche hart met voldoening vervullen. De Chirurgie ge- 
tuigde bovendien van een groote belezenheid, en, wat meer zegt, van een 
vrij belangrijke mate van zelfstandigheid en ervaring van den 
schrijver; deugden, die voor dien tijd zeker niet tot de alledaagsche 
gerekend kunnen worden. Carolus vond methoden beschreven, zooals 
bijvoorbeeld het toesnoeren der bloedvaten, welker uitvinding hij van 
veel jonger dagteekening waande; hij vond een wijze van wondbe- 
handeling aanbevolen, die van een goeden kijk op het wondheelings- 
proces getuigde; en van operaties gewag gemaakt, welke men gewoon 
was tot de vruchten der moderne chirurgische techniek te rekenen. 

Geen wonder dus, dat Carolus en zijn landgenooten in Yperman den 
man meenden ontdekt te hebben, die aan de heelkunst in hun vader- 
land nieuw leven geschonken en haar een tijdperk van ontwikkeling 
geopend had. En zij achtten zich derhalve wel gerechtigd hem op eene 
lijn te stellen met een ander waardig vertegenwoordiger van den 
Vlaamschen stam, namelijk Jacob van Maerlant, den „Vader der diet- 
scher dichtren algader." 

Nu was Yperman buiten kijf een man van beteekenis. De overheid wist 
zijn kundigheden op prijs te stellen en niet minder zijn medeburgers, 
die, zooals wij uit de Chirurgie vernemen, in ernstige gevallen niet 
verzuimden zijn hulp in te roepen. Dat de Vlamingen hem nog gaarne 
als een toonbeeld van den heelmeester beschouwen, bewijst wel dat 
zijn naam een zeer goeden klank moet bezeten hebben. Doch dit alles geeft 
geen antwoord op de vraag naar zijn wetenschappelijke verdiensten. 
Daarvoor zouden wij gaarne willen weten of Yperman leerlingen 
gevormd, school gemaakt of op welke wijze dan ook medegewerkt heeft 
aan de ontwikkeling der Chirurgie. Maar hierover zwijgt de geschiedenis 
en alleen zijn geschriften kunnen hier eenig licht verschaffen. Carolus 
was zich daarvan wel bewust, immers hij schreef dat , Yperman doit 
être considéré jusqu'ici comme Ie père de la chirurgie flamande." 

Van eenigen invloed op zijn tijdgenooten is tot dusver geen spoor 
gevonden. Te vergeefs zoekt men in de manuskripten der in 1343 vol- 
tooide Chirurgie van Thomas Scelling ') naar Yperman 's naam. Dit 
werk, dat in een wetenschappelijk opzicht zeker beneden dat van 
Yperman staat, vertoont weliswaar talrijke punten van overeenkomst, 
doch dit komt omdat beide schrijvers uit dezelfde bronnen geput hebben. 



') Van deze Chirurgie bestaan voorzoover mij bekend is, twee papieren af- 
schriften, het eene is eigendom van het Britsch Museum en maakt deel uit 
van een bundel Traitat. Var. Cirurg. Belgice (Hs. Harl. 1684), welke door de 
Flou en Gaillard in de Verslagen en Mededeelingen der Kon. Vlaamsche Akademie 
(1897, blz 468) beschreven is. Men zie de beschrijving van dit Hs aan het eind 
van deze inleiding. Het andere exemplaar is door Dr. Geyll in de Kon. Biblio- 
theek te 's-Gravenhage (No. 78 C27> gevonden; het heeft een eenigszins afwijkenden 
aanhef en een explicit zonder vermelding van jaartal. 



XVII 

Het is evenmin gebleken of Yperman 's zoon, van wien in den aan- 
hef der Chirurgie gewag wordt gemaakt, met de lessen zijns vaders 
zijn voordeel heeft weten te doen. Hij heeft natuurlijk kans gehad 
zijn vader als stadsheelmeester op te volgen, maar daarvan is klaar- 
blijkelijk niets gekomen, want de familienaam is na 1329 uit de stads- 
rekeningen van Yperen verdwenen en men heeft, zooals wij reeds 
gezien hebben, aan Meester Henri Ie Bril de voorkeur geschonken. 

Toch mag men uit het aantal der aan het licht gekomen afschriften 
der Chirurgie, uit de orthografische verschillen, die zij vertoonen 
en uit hun ouderdom wel afleiden, dat dit werk gezocht en over een 
groot deel van het land verbreid was en nog langen tijd na de ver- 
schijning gelezen en bestudeerd werd. Sedert Carolus van hetBrusselsche 
handschrift, dat omtrent 1351 geschreven moet zijn, een uittreksel 
maakte, zijn nog drie papieren exemplaren te voorschijn gekomen, 
die, naar de watermerken te oordeelen, uit de 15de eeuw dagteekenen, 
en het is natuurlyk niet onmogelijk dat er meer bestaan hebben en 
hier of daar nog een exemplaar verborgen ligt. Ongetwijfeld zal tot 
de verspreiding de omstandigheid bijgedragen hebben, dat het werk in de 
landstaal geschreven is. Juist daarom moet het den talrijken oneer- 
lijken concurrenten der geschoolde chirurgen, den barbiers, den 
kwakzalvers en anderen empirici van hetzelfde allooi , die zich van de 
latijnsche literatuur spenen moesten, bizonder welkom geweest zijn. 
Dit volkje geraakte daardoor in de gelegenheid kennis te maken met 
de geneeskrachtige kruiden en zeer samengestelde recepten, door 
Yperman aan Dioskorides, G-alenos , Ibn Mesuë, aan Nicolaas' Anti- 
dotarium en Platearius' Circa instans, aan het zoogenaamde Macer 
Floridus en andere pharmako-therapeutische geschriften ontleend en 
tevens met groote verscheidenheid van de dierlijke geneesmiddelen , waar- 
van ook hij , als kind van zijn tijd, een voorstander blijkt geweest te zijn. 

Men meene evenwel niet dat het in Ypermans bedoeling gelegen 
heeft, aan de behoeften van empirici, tooverkollen, oliekoopen en 
andere lieden van dat slag te gemoet te komen. Integendeel, het was 
zijn ernstig streven de heelkunst aan de handen van onbevoegden 
te ontrukken en haar een plaats te verzekeren naast de verwaande 
Medicina, die te lang reeds de uitoefening van het geneeskundig 
handwerk beneden hare waardigheid geacht had. Wat die veel gesmade 
heelkunst wel vermocht, verzuimt hij niet telkenmale te doen uitkomen. 
Zoo bijvoorbeeld in het relaas over een door zeker „leeken meester" 
verknoeid geval, waarin echter gelukkig nog baat werd gevonden 
door den raad van Lanfranc , tot wien zich de inmiddels ter hulp geroepen , 
doch machtelooze „fisisijn" gewend had. Hij steekt den draak met de 
„zotte phisysiene", die zich inbeelden het buiten de operatieve behan- 
deling van de grauwe staar te kunnen stellen en deze aandoening, 
tevergeefs natuurlijk, met „purgaciën" trachten te bestrijden. Maar hij 
gaat niet minder fel te keer tegen de „leeken surgijns", de „valsche 
meesters, die leec siin" en tegen de „leeke onbekinde, die niet ne 
weten van der saken, omdat si gheene kennesse draghen ane de 

v L. B. 



XVIII 

nature, waeraf datsi niet geleert en siin". Bizonder slecht is hij te 
spreken over zekeren „meester Willem van Ziericzee, in Vlaanderen," 
die zonder onderscheid alle soorten van wonden, zonder ze toe te 
naaien, met een zalf van bokken- en schapensmout, met spaansch 
groen vermengd, placht te behandelen en zich niet eens de moeite 
gaf de pleisters behoorlijk te ververschen. En over Lise Pauwels, het 
„wijf uit Poperinghe, die, in navolging van Cato, alle wonden met 
roode koolbladeren bedekte, met dit gevolg dat wel velen genazen, 
maar ook velen stierven. En niet minder ergert hij zich aan „meester 
Anceel van Genuwen", onder wiens behandeling „er meer starf dan 
genas". Hoewel deze meester „niet was van de genen, die redene 
bekenden, maar van den gemeinen leeken lieden", ging er toch een 
groote roep van hem uit, en „was hi vele meer geprijst dan alle 
dandere meesters, die bi der const wrochten". Waaruit men, zoo besluit 
meester Jan filosofisch, wederom leeren kan, dat in de wereld „goede 
vente" meer gewin brengt dan „goede ware." 

Het beste middel om de heelkunst te verheffen, zoekt hij in vermeer- 
dering van natuurwetenschappelijke kennis en in een vereeniging van 
de beide hoofdtakkenvan de geneeskundige wetenschap. „Het ware oec 
nuttelijc," zoo schrijft hij in het hoofdstuk over „bocium", „dattie surgijn 
ware medicijn, ende oec recht, alsi waren ten beginne, alseYpocrasende 
Galienus ende Avicenna, ende also mer noch vint in andren steden opten 
dach van heden." En hij trachtte zijn stelling, dat de beoefening èn van 
genees- èn van heelkunst voor den enkeling mogelijk was, door het 
schrijven van een leerboek over inwendige ziekten klem bij te zetten. 
Ook uit andere plaatsen blijkt hoe Yperman het welzijn van zijn 
vakgenooten ter harte hing. Telkens grijpt hij de gelegenheid aan, 
hun uit zijn rijke ervaring de middelen aan de hand te doen, waar- 
mede zij het vertrouwen hunner patiënten kunnen winnen en hun 
goeden naam bestendigen. Het zijn, naar de gewoonte van dien tijd, 
ook wel eens kleine kunstgrepen, die hij den arts aanprijst om de 
zieken en hun nabestaanden voor zich te winnen, en zelfs een leugentje 
om bestwil acht hij ter bereiking van dit doel wel geoorloofd. „Ende 
emmer en segt den gewonden niet anders dan dat het wert een 
cure. Want troestedine dat hi soude siin op enen corten tij tdel[i]vereret 
van den ysere ende hijt logene vonde, hi soude u te min betrouwen." 
Ook acht hij het raadzaam de behandeling van een hopeloos geval 
bijtijds op te geven, opdat de goede naam niet in opspraak kome, 
een raad, die echter niet nieuw en reeds door vele voorgangers 
gegeven was. Staat de familie niettemin op voortzetting van de 
behandeling, verzuim dan in geen geval, zegt hy, haar van het 
dreigende onheil te rechter tijd in kennis te stellen; want „cornet ten 
archsten, so en werdire niet met geblamert ende ghij zult behouden 
[der] vrienden vrientscap." 

Welke hooge eischen hij overigens aan zijn kunstbroeders stelt, 
leert men uit het vierde kapittel van het eerste boek der Chirurgie. Dit 
geeft in hoofdzaken de in de toenmalige geneeskundige literatuur 



XIX 

algemeen verbreide medische deontologie weer, welke door Yperman, 
onder eerlijke vermelding van de bronnen, aan de klassieken en hunne 
kommentatoren is ontleend. 

Het afschrijven van deze medische fatsoensleer doet vanzelf de 
vraag ryzen, hoe het met Yperman's oorspronkelijkheid gesteld is. 
Hij heeft ons haar beantwoording zeer gemakkelijk gemaakt, want 
op enkele uitzonderingen na verzuimde hij nimmer de auteurs te 
noemen, wier denkbeelden en methoden hij tot de zijne gemaakt heeft. 
En dat waren niet slechts de allereersten, want een middeleeuwsch 
geneeskundig werk zou zonder de namen van een Galenus of van een 
Avicenna al zeer weinig opgang gemaakt hebben, doch ook de dii mino- 
res,met wier werk het zijne zeker op één lijn gesteld mag worden. Dank 
zij deze ruiterlijke handelwijze, waaraan menig tijdgenoot een voor- 
beeld had kunnen nemen, bespeuren wij dat Yperman zijn anatomische 
en physiologische kennis, zijn theoretisch-geneeskundige beschou- 
wingen, de behandelingsmethoden der inwendige ziekten, de gekom- 
pliceerde receptuur, alle aan vroegere schrijvers ontleend heeft. Maar 
het blijkt tevens, dat hij, waar het op chirurgische zaken aan- 
kwam, een prijzenswaardige mate van zelfstandigheid heeft weten te 
bewaren, zoodat hij in dit opzicht bij de voornaamste chirurgen van 
zijn tijd niet achter staat. Het lijdt geen twijfel of hem stond een 
voor dien tijd weivoorziene bibliotheek ten dienste ; hij somt een aantal 
geneeskundige werken op en spreekt van „onsen bouc, die men heet 
ebe mesue" of van „onsen antidotarius", uitlatingen, die Broeckx op 
een dwaalspoor gebracht en tot de naïve veronderstelling geleid hebben , 
dat deze werken uit Yperman's pen zouden zijn gevloeid. Een aan 
deze uitgaaf toegevoegde „Lijst van Schrijvers", leert dat Yperman, 
alvorens zich tot schrijven te zetten, de literatuur vlijtig bestudeerd 
heeft, maar hij beschikte klaarblijkelijk ook over een groote ervaring, 
want hij geeft over menig punt zijn eigen oordeel onomwonden te 
kennen en durft operaties te ondernemen , die beheersching der techniek 
en veel zelfvertrouwen verraden. Hij koestert de overtuiging dat alleen 
grondige kennis van de natuur den grondslag van medische kennis 
kan vormen, is wars van bijgeloof en bezit bovendien den niet geringen 
moed dit openlijk te verkondigen. Aangaande het geloof in de macht der 
Fransche koningen door louter aanraking klierziekte te kunnen genezen, 
merkt hij lakoniek op: „vele geneester met haren gelove ende 
onderwilen genesen sulke niet." Niettegenstaande andere chirurgische 
werken als afdoend middel tegen scrophulose aan de hand doen, dat 
„men den sieken leiden soude op een lopende water up Sente Jans- 
nacht in den somer, ende doene daerop bloeden, so dat dbloet valle 
int water", acht hij een behandeling met zekere zalf „die rechte 
cure, entie sekerste". Dat „scaertmonde" of hazelip toegeschreven 
moet worden aan het eten van haas of eenig ander dier door de moeder, 
noemt hij „grote logene", want, zoo merkt hij op, „het siin menech 
scarde in lippen, wies moeder noyt en aten hasenvleesch no en sagen 
robaerde van der zee." 



XX 

Over Yperman's anatomie en physiologie valt niet veel bizonders 
te zeggen. Ondanks dat hij als zijn meening te kennen geeft, „dat 
elc surgijn es sculdech te weten hoe die leden van den mensce binnen 
siin gemaect", vindt men toch eigenlijk alleen in de eerste boeken 
zijner chirurgie, die over de aandoeningen van het hoofd handelen, 
eenige zeer oppervlakkige mededeelingen en beschouwingen, waarbij 
een tot in bizonderheden afdalende teleologische zienswijze het „leit- 
motiv" vormt. Zoo vernemen wij dat „thoeft es ront, omdat te meer 
houden soude in even vele steden, ende omdat ront ene scone vorme es. 
Ende omdat herde slagen of vallen of werpingen te min daeraen souden 
daken ende te lichtelikere af souden scieten." Verder, dat de neus aan 
de punt kraakbeenig is, „want ware dende van den nese voren been , 
het soude menechwerf breken ende dan soude de mensce dansichte 
hebben ontscepen"; dat „thoeft te scoenre es omdat haer op heeft," 
en de uitwendige gehoorgang gebogen, wijl dit „Gode goet dochte". 

Yperman 's pathologie — natuurlijk is hij de leer der humoren toege- 
gedaan — kunnen wij stilzwijgend voorbij gaan, want zij vormt al 
evenmin de sterkste zijde van het boek en hetgeen hij op dit gebied ten 
beste geeft is geheel, en nog wel oppervlakkig, aan de klassieken 
ontleend. 

Ook in de therapie van de inwendige ziekten — of beter gezegd van 
die ziekten, welke destijds met inwendige middelen plachten behan- 
deld te worden — vinden wij zeer veel, dat aan de Grieken en aan de 
Arabieren herinnert. Het werk, in 't bijzonder het laatste deel, hetwelk 
alleen in het handschrift van Cambridge aangetroffen wordt, vloeit 
over van zeer ingewikkelde recepten, van de soort, die men in Nicolaus' 
Antidotarium vinden kan. Het hoofddoel is de „purgacie" der kwade 
lichaamssappen, waartoe artsenijen als yeralogodion, Theodoricum 
anacardion, pillen cochias rasis, yera-pigra Galieni en dergelijke 
aanbevolen worden. 

Hoewel de drektherapie haar grootste triomfen nog vieren moest, 
stond zij toch in Yperman's tijd, en trouwens veel vroeger reeds, in 
hoog aanzien. Yperman prijst „geets cotelen" tegen „scrofulen of sconinx 
evel" aan en „duvenmes", „stront van den osse", „mes van den mensce" 
en „menschenquaet" — dit laatste in zonderlinge verbinding met „blaeu 
laken" tot asch gebrand - tegen apostemen, fistels en kanker. Het zijn 
altegader middelen, welke nog lang niet uit den artsenijschat der 
volksgeneeskunde verdwenen zijn. Van de overige middelen van dier- 
lijken oorsprong, die, het zij ter loops opgemerkt, het veelvuldigst 
in het handschrift van Cambridge genoemd worden, noem ik nog 
„hasenhaer", tot bloedstelping aanbevolen, „ganzen ,hinnen- en hanen- 
smout", „vetheit van den beere", en „van der gheeten" tegen aller- 
hande soorten van huiduitslag; en, als merkwaardig uitvloeisel 
van een konsekwent volgehouden orgaantherapie, „solen van oude 
scoen" tegen ontvellingen en brandwonden. Yperman bezigt „roode 
slecken" tegen klieren, miereneieren tegen doofheid, slangevleesch 
en maden tegen melaatschheid. Hij past het verbeende gedeelte 



XXI 

van het hertenhart op aambeien, de tot asch verbrande hondenkop 
en de padde op fistels toe, maakt gebruik van „wijfsmelc" tegen 
oogziekten, van duiven- en menschenbloed tegen breuken, en, in navol- 
ging van Plinius , van „waeter daer een doot mensche in ghedwegen is" 
tegen beenzweer! 

Hiertegenover staat dat Yperman' s artsenijschat ook zeer rationeele 
middelen bevatte. Zoo schrijft hij een pasta tegen tandpün voori 
waarin hyoscyamus het hoofdbestanddeel vormt. Poeder van eier- 
schalen beveelt hij tegen neusbloeding aan en zelfs de eveneens daar- 
tegen aangeprezen prikkeling van de borsten is niet zoo onzinnig 
als het wel lijkt. De meeste zijner recepten tegen slijmvliesaandoeningen 
bevatten samentrekkende stoffen en zijn middelen tegen huidpara- 
sieten zijn dezelfde als thans nog gebruikt worden. Welk een taai leven 
sommige methoden hebben, bewijst het nog niet lang geleden 
toegepaste middel om bij favushoofdzeer de haren uit te trekken, n.1. 
de pikpleister, welke wij bij Yperman onder den naam van „rug- 
gene huve" ontmoeten. Natuurlijk speelt ook de aderlating een voor- 
name rol en dat Yperman al evenmin tegen een rijkelijke aftapping 
opzag als later Sydenham en Bouillaud, bewijst zijn raad om bijlevens- 
gevaarlijke keelaandoeningen den zieke te laten „tot hi gaet in 
onmacht." 

De diëtetische voorschriften, welke Yperman nimmer verzuimt te 
geven, kunnen over het algemeen onze goedkeuring wel wegdragen 
en hetzelfde geldt van zijn hygiënische maatregelen, als het mijden van 
ongekookt water en van sneeuwwater, het verbod van den coitus onder 
bepaalde omstandigheden en het gebruik van warme en koude baden. 

De tot dusver opgesomde bizonderheden vormen intusschen voor 
ons niet het belangwekkendste deel van Yperman's boek, want het 
meerendeel is, het valt niet te loochenen, louter compilatie. Natuurlijk 
zullen wij meester Jan om dit soort van werk niet hard vallen, want 
het afschrijven en het excerpeeren werden nu eenmaal in de middel- 
eeuwen tot hoogst verdienstelijken en wetenschappelijken arbeid 
gerekend, en het zou van ondankbaarheid getuigen, als wij die ver- 
kleinden, want hoeveel oude kennis is daardoor niet voor teloorgaan 
behoed geworden? Aangezien Yperman het tamelijk wel verstond 
in een beknopt bestek een overzicht te geven van den stand der 
geneeskundige wetenschap en zijn ervaring hem tevens in staat stelde het 
kaf van het koren te scheiden, heeft hij, in een tijd dat de boeken 
uiterst schaarsch waren, met zijn uittreksel zyn collega's werkelijk een 
goeden dienst bewezen. 

Op ons evenwel oefent het eigenlijke chirurgische deel van het 
werk grooter aantrekkingskracht uit. Hier doet Yperman zich van 
zijn besten kant kennen en toont hij zich een zeer bekwaam prak- 
tikus, die zijn vak ter dege beheerscht. Aan uitgebreide kennis 
der literatuur paart hij een kritischen zin en een nuchter oordeel, 
die hem voor al te slaafsche navolging van zijn voorgangers behoe- 
den. De wondbehandeling is hij volkomen meester en als opera- 



XXII 

rateur beschikt hij over den noodigen durf, die echter, dank zij zijn 
bedachtzaamheid, nimmer tot driestheid overslaat. Tevens toont hij 
een hart te bezitten, dat warm voor zijn patiënten klopt. „Hieraf", 
zoo schrijft hij in een der hoofdstukken over de behandeling van 
klieren, „hieraf so vorsiet u wel, dat gi den zieken niet en avontuert 
no u selven niet en brinct in pelloten J ) , alse menech meester hem selven 
heeft [ge]bracht, bi dat hijs niet en conste, of bi roekeloesheiden." 
Hoe minder ingrijpend de maatregelen des te beter, en waar men dus 
met een eenvoudige snede volstaan kan, daar ga men niet over tot 
een kruisge wijze, al werd die destijds bij het openen van abscessen 
en het uitpeilen van gezwellen gaarne toegepast, „want men es sculdech 
den mensce te genesene metter minster pinen ende metter minster 
lixemen." Die zorg voor „scone" en kleine lixemen of litteekens 
verraadt den man, die zijn beroep niet als een ruw handwerk, doch 
als een kunst opvat. „Piint u altoes om ene cleine lixeme temaken", 
raadt hij aan en hij doet, door bespreking van de richting der huid- 
snede en van de nabehandeling, de middelen aan de hand om dit 
doel te bereiken. 

Het verbaast ons niet dat aan de wondbehandeling, het voornaamste 
deel immers van de toenmalige heelkunst, de ruimste plaats is toe- 
gekend. Zij vormt ontegenzeggelijk het uitvoerigste en tevens het 
beste deel van het werk. Het gebruik van wijn als wondmiddel leert 
ons Yperman als een aanhanger van Hugo van Lucca's methode 
kennen ; welke er op gericht was het wondheelingsproces door het 
bevorderen van de onmiddellijke vergroeiing der wondvlakken te 
bekorten. Zij was een groote verbetering, vergeleken bij de handel- 
wijze van Roger, Roland en der Vier Meesters, die in de ettering een 
natuurlijke schakel van het genezingsproces zagen, welke derhalve 
door prikkelende middelen zoomogelijk nog bevorderd diende te worden. 

De reinigingsmaatregelen, door Yperman aanbevolen, als het zorg- 
vuldig uitwasschen der wonde, het scheren der haren in de omgeving, het 
verwijderen van vreemde voorwerpen, verdienen, van een antiseptisch 
standpunt bezien, toejuiching. Zij bewijzen, even als de hier achter 
te noemen maatregelen, dat de wondbehandeling in de middeleeuwen 
reeds een vrij hoogen trap van ontwikkeling bereikt had. Sterken 
nadruk legt Yperman op zorgvuldige bloedstelping, waartoe hij dezelfde 
middelen bezigt, als waarvan men zich thans pleegt te bedienen, namelijk 
dichtdrukking, toeschroeiing, onderbinding en omsteking van het vat. 
„Die sekerste cure van bloede te stremmene es dat men die arterie of 
adere uut hale ende mense verdraye ende toebinde daerna" , en nu mogen 
er „selke meesters siin diere op leggen gebernde plumen ende andere 
gebernde vilt", maar, verzekert meester Jan, „ie heb u geseit naminen 
wetene dbeste dattie oude meesters antierden. Ende ie en wasser noyt 
met bedrogen." 



l ) Opspraak. 



XXIII 

Het toenaaien van de wonde placht Yperman met groote zorgvul- 
digheid te verrichten. Opdat de wond overal, ook in de diepte, goed 
sluite, geeft hij den raad met het hechten „in de middewaert" te 
beginnen en tevens de steken behoorlijk diep te leggen. Anders ver- 
gadert zich allicht etter op den bodem en dan „so comter af somwile 
lanc werc." Toch zou het verkeerd zijn de drainage te verwaarloozen en 
daarom moet in een der hoeken, en wel in de laagst gelegene, een 
„wiekje" gelegd worden, waarlangs de etter kan afvloeien. Dat aan 
de instrumenten hooge eischen gesteld worden, leert de beschrijving 
van de naalden, welke moeten zijn „driecantech, entie oge moet 
siin gegracht, dattie draet mach liggen in die gracht, so en werdet 
niet te dickere an die oge." Want, dit zij ten gerieve van den leek 
opgemerkt, daardoor zou het steekkanaal maar onnoodig wijd en allicht 
een ongewenschte verscheuring van het weefsel veroorzaakt worden. 

In de diagnostiek en de behandeling van schedelwonden, al of niet 
gecombineerd met schedelbreuk, moet Yperman een groote bedreven- 
heid bezeten hebben. De uitvoerigheid, waarin hij hier vervalt, verraadt 
voor dit onderwerp een bizondere voorliefde. Zijn ondervinding op 
dit punt blijkt niet gering geweest te zijn, want hij weet verscheidene 
gevallen uit zijn praktijk aan te halen om zijn inzichten te staven. 
Na verteld te hebben dat Bruno, Lanfranc en anderen op de 
ontbloote dura mater een zoogenaamden „pulvis capitalis" plegen 
te leggen, gaat hij aldus voort: Nu verstaat mine lere en wat mi 
gesciede. Ie ruimde die wonde so dat ie die scerve al bloot hadde, 
ierst thaer afgescoren; .ende daerna wiecticse " En om de doel- 
treffendheid dezer maatregelen nader toe te lichten, laat hij dan het 
verhaal volgen van een jongen, wiens hoofd zoodanig verwond was, 
dat „therssenbecken al ontwee was ende deen been gescoten onder 
dander." Fluks een mes genomen en de huid zoover gekliefd , dat de 
barst overzien kon worden en voor de behandeling toegankelijk 
werd, dit was de rationeele methode, die Yperman hier in praktijk 
bracht en wel met zulk goed gevolg, dat de patiënt na eenigen tijd 
weer bijkwam, den handigen heelmeester tot diens niet geringe vol- 
doening „oom" heette en na verloop van tijd volkomen genas. Dezelfde 
behandeling pastte hij nog toe op een anderen knaap en op een 
„jonfroukijn", die door een paard tegen het hoofd geslagen waren, 
op een „ouden cnape", dien men met een „plommeye" de hersenpan 
ingedeukt had, en op „vele andere in Ypere in Vlaen deren ende 
daeromtrent". 

De kapittels over de andere aandoeningen van het hoofd, van oog, 
oor, neus, keel en mond, moet ik kortheidshalve stilzwijgend voor- 
bijgaan, schoon ik ternauwernood de verzoeking weerstaan kan, in 
den breede over deze belangrijke onderwerpen uit te weiden. 

Wat de overige deelen van het werk betreft, zij opgemerkt dat de 
stijl van het zevende boek, hetwelk over de ledenmaten handelt, 
allengs een ander karakter aanneemt en zich kenmerkt door zekere 
haastigheid in het beschrijven, hetgeen de vraag doet rijzen of het 



XXIV 

Yperman wellicht aan tijd en gelegenheid ontbroken heeft om zijn arbeid 
op denzelfden breeden grondslag voort te zetten als waarop hij haar 
heeft aangevangen. Met dit boek loopen de Brusselsche en Gentsehe 
handschriften ten einde, en wat verder volgt, komt alleen in het 
manuscript van Cambridge voor. Dit deel, waarin de ziekten der 
buik- en geslachtsorganen, melaatschheid, pokken, mazelen, wondroos, 
kanker een beurt krijgen, steekt, wat duidelijkheid en uitvoerigheid 
betreft, en ook in taalkundig opzicht bepaald ongunstig bij de voorgaande 
boeken af. Maar wie weet hoezeer het oorspronkelijke werk onder 
het afschrijven, hetgeen immers lang niet altijd door bevoegden 
geschiedde, geleden heeft? Opmerkelijk is het dat een groot deel der 
recepten in het handschrift van Cambridge in het latijn, en niet 
van het fraaiste, vervat zijn. 

Niettemin bevatten deze laatste boeken nog tal van merkwaardige 
zaken , die de hedendaagsche heelkundige in een middeleeuwsch 
chirurgisch leerboek niet zoeken zou. Daaronder is wel weer veel dat 
Yperman aan anderen ontleend heeft, maar hij blijft zich toch telkens 
een eigen oordeel voorbehouden. Zoo gaat hij inzake de behandeling 
van breuken met zijn eigen ervaring te rade en volgt een methode, 
welke hem zoo goed voldeed, dat hij alle meesters „bidt" haar even- 
eens toe te passen. „Ie ghenas", schrijft hij, „vele lieden der met 
— namelijk „met drancken ende met plasteren van buten der op gheleit 
ende wel derboven ghecussineelt" — binnen der stede vanYpere.die 
ghescoert waren, maer alst nieuwe ende versch was". „Maar", zoo gaat 
hij voort, „ie doe jou weten alse de ruptureeen jaer out is, dan moetet 
ghesneden wesen metter hant. Ende ie bidde alle meesters alse die 
rupture out is, datsi hem dat niet vermeten te ghenesen, want hets 
oncurable ende ondoenlic ende ongheneselic sonder sniden." 

Dat hij niet schuwde het mes te hanteeren waar het pas gaf, bewijst 
ook het bekende geval van de begijn, die aan een abces aan den hals 
leed, en die hij, op het voorbeeld van Lanfranc, na de operatie, 
welke gevaarlijk genoeg kan geweest zijn, met behulp van een zilveren 
pijpje kunstmatig moest voeden. Intusschen verloor hij de grenzen van 
zijn kunst niet uit het oog. Al beweren velen dat men afgeslagen 
lichaamsdeelen weder kan doen aangroeien, gelooft het niet, zegt hij, zij 
geven „den volke logene te verstane". 

Doch genoeg! Beter dan deze enkele aanhalingen vermogen, zal 
de studie dezer Chirurgie zelve den lezer een denkbeeld kunnen geven 
van de beteekenis van dezen oud-vlaamschen heelmeester, die, hij 
moge dan voor de wetenschap geen nieuwe wegen gebaand hebben, 
toch een eervolle plaats zal blijven innemen in de annalen der Chirurgie, 
terwijl hij wegens zijn verdiensten als schrijver, zijn pogingen tot verbrei- 
ding van chirurgische kennis , zijn streven naar verheffing van zijn stand 
en zijn praktische bekwaamheden, zonder twijfel tot de verdienstelijkste 
vertegenwoordigers der heelkunst in Vlaanderen gerekend mag worden- 



XXV 

Broeckx heeft voor zijn uitgaaf van Yperman's Chirurgie uitsluitend 
van den tekst in Ms. A 19 van de Boekerij van S. John's College te 
Cambridge gebruik gemaakt, niettegenstaande hem het bestaan van twee 
andere, namelijk het perkamenten exemplaar van Van Hulthem en een 
papieren, dat aan Dr. Snellaert toebehoord heeft, bekend was. Inmiddels 
is door de Flou en Gaillard a ) op een vierde afschrift de aandacht 
gevestigd, hetwelk deel uitmaakt van den bundel Ms. Harl. 1684 van 
het Britsch Museum. Ik laat van deze handschriften, welke alle voor 
mijn uitgaaf gediend hebben, hier een beschrijving volgen. 

Ms. 15624-41, Kon. Bibl. Brussel. 

Deze bundel is in 1818 uit de verzameling van den Londenschen 
boekenliefhebber Heber in handen van Van Hulthem overgegaan en na 
diens dood in het bezit van de Bourgondische Bibliotheek, thans 
Koninklyke Bibliotheek te Brussel gekomen. J. F. Willems gaf er een 
beschrijving van, welke opgenomen is in: Bibliotheca Hulthemiana 2 ) 
onder den titel van „Aloude belgische natuerkunde van den mensch, 
in de dertiende en veertiende eeuw." 

Hij bestaat uit 147 goed geconserveerde perkamenten bladen, klein 
4° formaat, 0, 21x0,15 M. oppervlakte, en is, wat het proza aangaat, 
in twee kolommen, elk van 50 regels, beschreven. Uit een notitie op 
het achterste schutblad blijkt wie indertijd de eigenaar geweest is: 

Scriptor qui scripsit cum Christo vivere possit. 

Cum nomine aptum Godefridus Leonijs 

Sit sic vocitatum, Notarius et 

Aromatarius Mechlinensis. 
Een paar andere plaatsen geven den tijd aan, waarin het Hs. afge- 
schreven is. Op fol. 21 v. leest men: 

Explicit antidotarius scriptus anno 

Domini 1351 in die beati Ypoliti martiri. 

Finito libro sit laus et gloria Christo 

Dexteram scribentis benedicat lingua legentis. 
Aan het einde van den tweeden kolom op fol. 27 r. staat geschreven : 
Deo gratias per Johannem de Altre. Deze is vermoedelijk afschryver 
van het Ms. 

Het schrift is vrij klein, doch duidelijk en regelmatig. Behalve enkele 
beginletters, die rood gekleurd zijn, bevat het Hs. geen versierselen. 
Slechts is van de eerste letter van Yperman's Chirurgie, een H, 
meer werk gemaakt. Willems schrijft dat de dubbele i bestendig ii 
en niet ij is, geschreven hetgeen echter lang niet altijd het geval is. 
Het stelselmatig volgehouden afkortingsstelsel betreft de uitgangen 
n, de,aer, er, et, en de voorzetsels per, con en sub, benevens ra, 
re, ro, ar, er en or. Zij worden door de gebruikelijke afkortings- 
teekens aangeduid. De u en de v worden door u, de dubbele u door 
w weergegeven. 

l ) Verslagen en Mededeelingen der Kon. Vlaamsche Akademie, 1897. 
: ) Vol. VI, Manuscrits, blz. 45. 



XXVI 

Voor de interpunctie is van geen andere teekens gebruik gemaakt 
dan de punt en een «J. Hier en daar zijn enkele woorden, byv. eigen- 
namen, onderstreept of, zooals met de opschriften der hoofdstukken 
het geval is, doorgehaald De getallen, die de volgorde der hoofd- 
stukken aangeven, bevinden zich in margine. Ook vindt men daar 
enkele uitdrukkingen, die op den inhoud van den tekst wijzen, als 
colirie, cure, zalve, dranc, plaester, enz. Ik heb ze, evenals 
enkele in margine aangebrachte verbeteringen, weggelaten, aangezien 
zij van geen belang zijn. 

Aan het hoofd van de bladzijden bevinden zich de namen van de 
organen, welke besproken worden, als hooft, mont, kele. Na het 
hoofdstuk over de „kele" komt deze inhoudsaan wijzing niet meer voor. 

De inhoud van den codex is zeer verscheiden, maar toch hebben 
de verschillende geschriften alle in meerdere of mindere mate betrek- 
king op de natuur- en geneeskunde, zoodat men met Willems terecht 
van een „Natuerkunde van den mensch" kan spreken. 

De verhandelingen zijn : 

1. blad 1 — 6 r. Een soort van Kosmografie, een „natuerkunde van 
het heelal"', zooals Willems het stuk noemt. 

2. fol. 6 v. — 8 v. Voorschriften ter bereiding van waters, als oog- 
waters, en oliën, bijv. olye van rosen, van vyoletten , benevens recep- 
ten tegen sproeten, overmatigen haargroei, enz. Het stuk vangt aan 
met: Aqua vite. dats water des Ie vens. of levende water. 
De laatste kolom wordt bijna geheel in beslag genomen door een 
verhandeling over de herkenning van de teekenen van den naderenden 
dood: Dit siin tekene daer men den veygen mede kent. 

3. fol. 9 v. — 21 v. Een vertaling van Nicolaus' Antidotarium. De 
aanhef luidt: Dese boec heet Nicolaus. ende oec so heefthi 
enen andren name alse antidotarius. In den welken siin 
geordineert vele manieren van confexiën, welc confexie 
te verstane es vergaderin ge van velesimpelremedicinen 
ende substanciën. 

Dit stuk is, voor zoover mij bekend, de eenige middelnederlandsche 
vertaling van het beroemde, in de eerste helft der Xllde eeuw ver- 
schenen, werk van den salernitaanschen geneeskundige Nicolaus, 
dat den grondslag vormt van vele later verschenen pharmakopeëen 
en herhaaldelijk gecommenteerd is. Op een der commentaren, het 
„circa instans", kom ik later terug. 

De Biblioth. Nat. te Parijs bezit twee fransche vertalingen, die door 
P. Dorveaux uitgegeven zijn (Zie de Literatuurlijst en tevens de 
Lijst van Schrijvers onder Nicolaus). 

Van de 139 voorschriften die het Antidotarium bevat, komen 130 
in deze middelnederlandsche vertaling voor en zij is dus vollediger 
dan de fransche met haar 85 recepten. De volgorde der confexiën, 
latuariën, opiaten, cyropen, trocisken, onguenten etc, is alfabetisch. 
Het eerst komt het beroemde „aurea alexandrina", het laatst „zin- 
giber conditum". Aan het slot treft men het reeds genoemde 



XXVII 

jaartal aan, waaruit men den ouderdom van het Ms. afleiden kan. 
Het antidotarium wordt op fol. 21 v., Ie kol. onmiddellijk gevolgd 
door eenige prognostieke wenken en opmerkingen aangaande den pols. 
Dit stukje beslaat niet meer dan een kolom, en vangt aldus aan: Die 
mensce die leget in ziecheiden ende men hem tast sinen 
puls. Slaet hi effene ende zoetelec. so es men in hope 
dat hi sal genesen ende termineren ende trecken ter 
baten. Ende slaet hi oec. 2. slage en ten derden oneffene. 
die oneffen slach bediet die doot. 

4. fol. 22 r. — 27 r. Handleiding bij het onderzoek der urine. 
Zij vangt aldus aan: Dese leringe van orinen bescrijft ons 
meester Gielijs van Salem e. ende nam sine materie 
uut Ysaacs boeke. 

Over de meesters Gielijs en Ysaac, zie de Lijst van Schrijvers. 
Aan het slot van deze handleiding treft men den naam van den ver- 
moedelijken afschrijver aan. 

5. fol. 27 r. — 45 v. Een geneeskundige werk aanvangende 
met: Avicenna die wise meester seit dat de mensce es 
gemaect van der Aerden. Vooraf gaat: die tafele van 
Avicenna. omme elke ziecheit te vindene biden getale 
datter op staet. 

Het stuk is verdeeld in -48 hoofdstukken; het eerste draagt tot 
opschrift: Ende ierst van den tekenen daer men die com- 
plexie mede bekent; het laatste: van den vede raet. 

Er worden in deze verhandeling verschillende auteurs vermeld, 
o.a. Jan Braemblat, dezelfde die ook in Yperman's Chirurgie 
voorkomt. 

6. fol. 46 r. — 47 r. De nature ende manieren van alle 
lieden, een verhandeling over de elementen en de complexiën. 

7. fol. 47 v. — 48 r. Een „gelaetkunde" naar Hippokrates. 

8. fol. 48 v. — 51 v. Een tweede geschrift over de urine, aldus 
aanvangend : D e s e leringe van orinen bescreven dese mees- 
tren alse meester gielijs van saleerne. ende ysaac. ende 

heophilus. 

Met dezen Theophilus is bedoeld Theophilus monachos, de schrij- 
ver van een boek over urine en van een ander over de ontlasting, 
(zie Literatuurlijst, v. Töply). 

9. fol. 52r. — 53v.Dit siin .2 4. tekene der doot dieYpocras 
met hem dede graven, gevolgd door eenige latijnsche geneeskun- 
dige voorschriften. 

De „tekene" eindigen aldus: Ende dese .24. tekenen waren 
vonden in Ypocras graf in. 1. yvoren busse. 

10. fol. 54 r. — 73 v. Een geneeskundig geschrift, aanvangende: 
Desen boec sprect van medicine ende ten iersten.... 

Het stuk bevat 42 kapittels; het eerste heeft tot opschrift: Van 
enen cortse die effimera heet; het laatste: van dat den man 
sine nature sciet siins ondankens. 



XXVIII 

De inhoudsopgaaf bevindt zich achteraan op fol. 73 v., 2e kolom. 

Het werk eindigt hiermede: Explicit medicina magistri io- 
hannis dicti Ypcrmans. deo gratias Amen. Het is door C. 
Broeckx in 1867 te Antwerpen bij J. E. Buschman uitgegeven. 

11. fol. 74. r — 75 r. Een gedicht van 484 verzen over gezondheids- 
regelen, dat door Willems voor een uittreksel van Jacob Maerlant's 
Heimclijcheit der heimelijcheden gehouden wordt. 

12. fol. 75 — 77 r. Uittreksels uit Maerlant's Naturen Bloeme. 

13. fol. 77 v. — 85 r. Een ander gedicht van 2400 regels over 
„heimelijcheden van mannen en vrouwen", hetwelk eindigt: expli- 
ciunt mulierum secreta. Voor nadere bijzonderheden verwys ik 
naar Willem's beschrijving. 

14. fol. 85 v. — 88 v. Een Chiromantie, uit 17 kapittels bestaande. 
Bovengenoemd dichtwerk en deze chiromantie zijn uitgegeven door 

N. de Pauw in Mnl. ged. en fragm. dl. I. 

15. fol. 89. Een gedicht van 118 regels, „geestelijke minne" 
geheeten. 

16. fol. 91 r. — 107 r. Hier sal men verstaen in desen boec 
die leringe van dyascorides den wisen meester ende van 
circumins tance den wisen meester, welke desen boec 
gemaect hebben, die geheten es herbar ijs. Ende es leringe 
van allen cru den die men orbort inmedicinenendein 
surgiën die nuttelijc siin den lichame o mme die ziec- 
heiden te verweerne ende gesonde te behoudene. 

De vertaler dwaalt als hij onder circuminstanse „een wisen 
meester" verstaat. Zie Platearius, in Lijst van Schrijvers. 

17. fol. 107 r. Dits de tafele van meester Jan Ypermans 
surgie. 

Fol.107v.Hic incipit cyrurgia magistri Johannis domini 
Ypermans etc. 

De Chirurgie eindigt op fol. 147 v. Bovenaan de tweede kolom van 
deze bladzijde leest men: 

Laus tibi sit Christe 
Jam labor explicit iste. 
en op fol. 148 r: 

Scriptor qui scripsit cum Christo vivere possit. 
Cum nomine aptum Godefridus Leonijs 
sit sic vocitatum Notarius et 
Aromatarius Mechlinensis. 
Beide notities schijnen volgens het schrift in de 15de eeuw 
geschreven te zijn. 

Ms. A 19, 8. John's College Library, Cam bridge. 

Dit goed geconserveerde papieren handschrift is, te oordeelen naar 
het watermerk, nl. een ossekop, welke de meeste overeenkomst vertoont 



met Xo. 14198 van Briquet's groot werk over Watermerken '), uit deXVde 
eeuw afkomstig. De band bestaat uit hout en leder en is versierd met een 
fraaien bandstempel, voorstellende St. Michiel, den draak verslaande. 
Volgens een mededeeling van Prof. W. de Vreese uit Gent zou deze 
stempel op zijn laatst in 1543 gebezigd zijn. 

De bundel bevat twee gedeelten, een van 81 bladen en een van 
19. De afmetingen der bladen zijn 0,286 x 0,21 M. Zij zijn beschreven 
in twee kolommen, van 0,203 v 0,064 M., die door lijnen begrensd 
zijn en elk 50 regels tellen. De eerste initiaal, een H, in blauw met 
roode ornamenten, is tamelijk fraai. De overige hoofdletters zijn enkel 
in rood, de opschriften der kapittels eveneens. Het schrift is duidelijk, 
niet verbleekt; de letters zijn vrij groot. Eenige voorbeelden van het 
schrift vindt men in Janus, Xe Ann , 1905. blz. 544. Fol. 1 r. draagt 
tot opschrift, in een hand van jongeren datum en staande letter: 
Ypermannis Medicina. Daaronder in rood: Hier beghint die 
Cirurgie van Meester Jan Y per man (zie blz. 5, noot 1). Dan 
volgt: Hic est practica, enz. De drie eerste kolommen geven de 
inhoudsopgaaf van het eerste boek. Daarna volgt een tweede incipit: 
Hier begint die cirurgie, enz. Het werk eindigt op fol. 161. Dan 
volgen zes blanke bladen en op eennieuw fol.: Hier beghint die 
jon lan franc. Ende hij begint erst an dat hooft. Het slot van 
dit gedeelte bevindt zich op fol. 17: Explicit lanfrancus juvenis. 
Op deze bladzijde en op fol. 18 en 19 komen nog eenige recepten 
voor, die met een andere hand geschreven zijn. 

Onder „jon lanfranc" en „lanfrancus juvenis"' moet niet anders ver- 
staan worden dan de Chirurgia parva van Lanfranc van Milaan. 

De in dezen band voorkomende Chirurgie van Yperman is niet 
kompleet. Van de in de „tafel" van het „bouc van den quaden 
beenen" genoemde twaalf kapittels zijn alleen de twee eerste voor- 
handen. 

Het Handschrift bevat 76 afbeeldingen, meerendeels van chirur- 
gische instrumenten. Zij zijn tamelijk onbeholpen, doch geven toch een 
goed denkbeeld van de vormen der middeleeuwsche heelkundige 
werktuigen. Op fol. 6 r., 24 r. en 80 r. zijn plaatsen opengelaten, die klaar- 
blijkelijk voor teekeningen bestemd waren, doch niet ingevuld zijn. 
Er zijn meer van die ruimten geweest, doch zij zijn door een of anderen 
speelschen student met weinig toepasselijke en deels ook onwel- 
voeglijke schetsen ingevuld. Zoo vindt men op fol. 11 r. een naakte 
figuur met een zeer grooten penis afgebeeld; op 13 r. een der- 
gelijke figuur en een hond, die zijn poot naar den penis uitstrekt. 
Er boven staat : d i t is m ij n h a n t (1. hont). Op fol . 15 v. staat een persoon 
afgebeeld, die waarschijnlijk een arts moet voorstellen, en daarnaast 
een tweede, in wiens anus een lavementspnit steekt. Fol. 20 v. en 31 
v. vertoonen elk een hellebaardier en 48 v. een figuur, welke 



l ) Dietion. Histor. des Marques du Papier. 



XXX 

volgens een bijschrift zekeren Huyghen van Wilghe moet verbeelden. 
Op 44 r. is een ruimte ingevuld met een onherkenbaren krabbel; op 
40 v. vindt men een primitieve schets van een zweetstoof, waarin, 
zeker wel door een ander, een vogeltje geteekend is. Een andere 
badstoof is op fol. 27 r. afgebeeld. 

Er komen in dit handschrift slechts twee anatomische schetsen voor. 
Een op fol. 2 v., blijkbaar niet ernstig bedoeld en vermoedelijk later 
ingelascht, stelt een anatomische les voor, waarin de leeraar zijn leer- 
lingen een doodskop vertoont; de ander, op fol. 3 r., is een zeer primi- 
tieve schets van de getande kanten, waarmede de beenderen van de 
hersenpan in elkander grijpen. 

De afkortingen zijn niet zoo veelvuldig en stelselmatig aangewend 
als in het Brusselsche handschrift; zij betreffen hoofdzakelijk de 
uitgangen en en er en de medeklinkers m en n. In de interpunktie 
wordt voorzien door de punt en het teeken §. In plaats van ge 
wordt meestal ghe geschreven. 

De stijl staat bij die van het Hs. van Brussel achter; de ortho- 
grafie laat te wenschen over. Carolus ') overdreef niet toen hij 
schreef: „Le style du ms. de Cambridge est extrêmement defec- 
tueux, 1'orthographe y est nulle, le copiste ne connaissait pas le 
latin qu'il transcrivait et le flamand y est absolument écrit comme 
on parle dans la Flandre occidentale et nous croyons n' être pas 
loin de la vérité en attribuant la copie a un Brugeois." 

Op die bewering valt niet veel af te dingen en men vraagt zich daarom 
met te meer verbazing af, hoe Broeckx. die dit oordeel letterlijk voor 
de inleiding tot zijn uitgaaf nageschreven heeft, zijn keus op dezen 
tekst heeft kunnen laten vallen. Reeds Snellaert 2 ) heeft daarover zijn 
spijt te kennen gegeven, toen hij hem er aan herinnerde dat in het 
Hs. van Cambridge o.m. het geheele 3de boek en bovendien de laatste 
hoofdstukken, die over de kwetsuren en ziekten der ledematen han- 
delen, ontbreken. Ik meen de reden van Broeckx' voorliefde tot 
dezen gebrekkigen tekst te moeten zoeken in het feit, dat Carolus 
hem met een fransche bewerking van het Brusselsche handschrift 
vóór geweest is 3 ). 

Een korte beschrijving van het Handschrift vindt men bij Priebsch 4 ). 



') Modern. Ms. No. 21833. Bourgond. Bibl. Traite de Chirurgie de Jehan 
Yperman, transcrit sur le ms. du College de Saint-Jean Baptiste de Cambrigde 
(sic). 1861, Paris, le 25 Déc. (Get. Carolus.) 

2 ) Analyse van Broeckx' uitgaaf, Buil. d. 1. Soc. d. Méd. d. Gand. XXXe Vol, 
1863, blz. 341. 

3 ) La chirurgie de Maitre Jean Ypermans, le père de la chirurgie flamande 
(1295-1351), mise au jour et annotée par J. Carolus. Ann. d. 1. Soc. d. Méd. d. 
Gand, XXXIIe Vol., 18.">4, blzn. 19 en 237. 

*) 1, 1896, blz. 38. 



XXXI 



Afs. Harl. 1681, British Mus., Traetat. var. Cirurgici Beigici. 

Van dit Hs. hebben Grailliard en de Flou *) en R. Priebsch 2 ) uit- 
voerige beschrijvingen gegeven. 

Het in kalfsleer gebonden, papieren afschrift is niet jonger dan 
de 15de eeuw. Het beslaat 174 bladen in 4o formaat, waarvan de 
beide laatste zoo beschadigd zijn, dat een deel van den tekst ontbreekt. 
De afmetingen zijn 0,24 x 0,182 M. De tekst neemt daarvan een opper- 
vlakte van 0,215 x 0,14 M. in. Het is in twee kolommen, die elk 
door vertikale en horizontale lijnen begrensd zijn, beschreven. 

Het schrift is duidelijk. Een proeve vindt men afgebeeld in Janus, 
XIV, blz. 397. De initialen zijn in rood en de hoofdletters met rooden 
inkt doorgehaald; van dezelfde kleur zijn ook de opschriften der 
hoofdstukken. 

Priebsch beschrijft het watermerk als: „Hand mit einer aus dem 
Mittelfinger herauswachsenden Blume." Dit is een in de 15de en 16de 
eeuw veelvuldig voorkomend merk. De Stoppelaar (zie Li t ter atuur- 
lijst) beeldt een viertal van zulke figuren af (PI. XIII) en zegt dat 
het papier met de Hand in Sluis zeer in trek schijnt geweest te zijn. 
De Heer Donald Macbeth (Londen, Ludgate Hill, 66) die het Hs. 
voor mij gefotografeerd heeft, zond mij echter afbeeldingen van drie 
watermerken, die geen van alle tot de genoemde soort behooren. 

Een er van, de veelvuldigst voorkomende, is de letter Y met een 
Kruis en heeft de meeste overeenkomst met de N os - 9182, 9183 en 
9184 van Briquet's DictioDnaire *). 

Het tweede merk is de letter P met de Lelie en komt 't meest 
overeen met de door de Stoppelaar op PI. XII onder No 12 afgebeelde 
figuur en met de figuur 8655 van Briquet. 

Het derde is de bekende Ossekop, waarvan de Stoppelaar op PI. VI 
een aantal voorbeelden geeft en men eenige honderden door Briquet 
afgebeeld vindt. Nummer 14194 heeft er de meeste overeenkomst 
mede. 

Uit deze watermerken blijkt dat het papier, hetwelk voor het Ms. 
gebezigd is, uit de 14de eeuw dagteekent; jonger dan de 15de zal 
het Handschrift dus wel niet zijn. 

Een korte opgaaf van den inhoud van den bundel moge hier volgen. 

Op fol. 1 r. vangt een tractaat aan met: Hier begint van die 
Urinen. 

Op fol. 2 r. — 2 v. bevindt zich een verzameling recepten voor 
het maken van cattaplasma. 

Op fol. 3 r. een stuk: Omme die tanden uut doen vallen 
sonder pijn e. 



') Versl. en Meded. d. Kon. Vlaamsche Akademie, 1897, blz. 463. 
2 ) T. II, blz. 7. 
») T. Ille. 



XXXII 

Op fol. 57 — 104 r. Een chirurgie van zekeren Thomas Scellinc. 

Het begin luidt aldus: 

„Incipit artis Cirurgie cum praktika Thome urnbra 
medici de thenismonde que thomasio vocatur. Incipit prohe- 
mium. Ie Thomas Scellinc umbra medicijn hebbe ghemarct dat have ende 
guet te niet gaet Ende goede sciencie ende const die blijft enen al sijn leven 
want alsoe alse aristoteles seit die sciencie is een deel renten des syns 
Daerom wil ie Thomas Scellinc umbra medecijn minen lieven soen 
Thomas ende Jan Scellinc sinen broeder ende allen den genen die 
cirurgie volcomelic begheren te doen, scriven ende maken een boec 
van cirurgyën in dyetscher tonghen, die bloem uut alle boeke der 
groete meesters Die menich iaer voir ons ghemaect hebben gheweest 
als uut galienus die der bester was een, uut avicenna uut albucasim 
uut almasorem uut rasim uut brunum longo burgente uut alafrancis 
uut teodoricum uut rolande uut rogerium Ende uut der glosen quatuor 
magistrorum Ende uut anderen vroeden meesteren . . . ." 

Op fol. 6 r. worden de 20 kapittelen van het eerste tractaat opge- 
somd, dat hoofdzakelijk over verwondingen handelt. 

Op fol. 42 r. vangt het 2e tractaat aan met een opsomming van 
de 39 kapittels, waarin het verdeeld is. Dit tractaat handelt over apos- 
temen, carbonkels, scrophulen en gebroken en uit het lid geschoten 
ledematen. 

Dan volgt op fol. 66 r. een tractaat van alrehande onghemake 
die beide van binnen ende van buten co men. Het handelt over 
oog-, neus- en keelziekten, huid- en blaasziekten, breuken, aambeien 
enz. en bestaat uit 24 kapittelen. 

Een 4de tractaat „van antidot a" begint op fol. 96 r. Er is geen 
inhoudsopgave bij. Het stuk behandelt verschillende soorten van genees- 
middelen als repercussiven, mundificativen, enz. Het eindigt op fol. 
104 r. met de woorden: Explicit cirurgie thome umbre 
medici te tenismonte que tholia(!) vocatur. Daarop volgt nog 
een mededeeling van den schrijver: 

„Int iaer ons heren dat men screef J343 in die meye in die stat van 
namen ie thomajs] umbra medicin ter hulpen van onsen lieven here ende 
onser sueter vrouwen sijnre ghebenedider moeder [heb] dit werc tot 
enen guefden] eynde ghebrocht . . . ." 

Een rijmpje aan het slot van deze mededeeling leert den ouderdom 
het handschrift kennen: 

„Neemt dat hoeft van eenre meuwen 
Ende die hoefde van achte leuwen 
Ende die hoefde van twee vincken 
Die mogen der selver tijt gedencken 
Dat ie dit boek volscreef sonder sorghen '). 

Op fol. 104 r. vindt men een paar met een andere hand geschreven 
recepten. 



») Bedoeld is dus M + 8 x L +2 X V = 1410. 



XXXIII 

Op fol. 105 staat de inhoudsopgaaf van een vertaling van de Chirur- 
gie van Lanfranc, n.1. de aan zijn vriend Bernardus opgedragen Chirur 
gia parva. 

Het eerste boek vangt aldus aan: „Bernaert lieve vrient ie voer- 
micke te maken een boec in welken ie u gheven sel bij der hulpen 
van gode des sceppers almachtich volmaecte leeringhe die beboert 
ten instrumenten van surgyën mit corten beproefden werken." 

Het tweede boek begint op fol. 127 r. met: 

„Alhier so beghint dat ander boeck van cleinen lanfranke ende 
set eerst van den vier elementen ende van den vier humoren . . . ." 

Het eindigt op fol. 140 r. met de woorden: Explicit. Deo gracias. 
Bidt voer die scriver een Ave Maria. Amen, 

Nu volgt op fol. 142 r. die ier inghe ende die practike 
van meister Jan Ypermanne, welke op fol. 173 r. met een: 
Explicit Johanne Ypermanne besluit. 

Op 173 v. en 174 r. komen nog eenige recepten voor, geschreven 
met een hand uit een later tijdperk. 

Fol. 173 en 174 zijn beschadigd. 

Over de indeeling van dit geschrift, dat slechts uit een gedeelte van 
Yperman's Chirurgie bestaat, behoef ik hier niet nader te spreken, daar 
ik de inhoudsopgaven van de boeken en kapittels in noten onder de 
overeenkomstige plaatsen van het Brusselsche handschrift geplaatst 
heb. Het is lang niet zoo uitvoerig als de overige handschriften der 
Chirurgie; sommige hoofdstukken zijn belangrijk besnoeid of ontbreken 
geheel. 

Het handschrift bevat een 30-tal afbeeldingen van instrumenten, die 
echter slechts ruw geschetst, gebrekkig en klein zijn, en op fol. 169 v. 
een schets van een dampbad. 

De stijl is draaglijk, en de orthografie vrij goed. De afkortingen 
zijn veelvuldig en betreffen de uitgangen us, en, er, et en iet, en de 
konsonanten m en n. Van de punt als leesteeken is een schaarsch gebruik 
gemaakt; zij is meestal vervangen door een ^. 

Hs. 1273, Universiteits-Bibliotheek, Gent. 

Dit handschrift, afkomstig uit de nalatenschap van F. A. Snellaert, is 
geschreven op papier, dat volgens het watermerk uit het midden der 15de 
eeuw afkomstig is. Dit merk, een Y waarboven een kruis, gelijkt het 
meest op de figuren 17 en 18 op plaat XII van De Stoppelaar's 
beschrijving. Men vindt dit papier tusschen de jaren 1435 en 1465 
herhaaldelijk in de Archieven van Holland, Brabant en Zeeland terug. 

Het Hs. bestaat uit 164 bladen, van 0,295 x 0,215 M. oppervlakte, be- 
schreven in twee kolommen, die door lijnen begrensd zijn. Het schriftis 
tamelijk slordig doch goed leesbaar, echter minder duidelijk dan dat van 
de andere handschriften en ietwat kleiner van letter dan het Hs. van 
Cambridge. De ietwat onbeholpen initialen zijn rood , evenals de titels 
der hoofdstukken. 

v. l. c. 



XXXIV 

Het handschrift is door den kopiist zei ven met Arabische cijfers 
gefolieerd en wel in twee reeksen: van 2 tot en met 110, en daarna 
opnieuw van 1 tot en met 53. In de eerste reeks is het cijfer 101 
tweemaal gebruikt; in de tweede reeks is het 40ste blad bij 't nummeren 
overgeslagen; ook 't laatste blad van den codex is niet genummerd. 
Merkwaardigerwijze zijn de getallen boven de 100 geschreven als volgt: 
1001, 1001, 1002, 1003, 1004 enz. tot en met 1009. Er zijn geen sporen 
van signaturen ; wel is elk katern voorzien van een custode. 

De pagineering vangt aan met 2 r. Bovenaan staat in rood: Dit 
es die boec van den hovede Inden iersten. Daaronder in 
nagebootst oud schrift: Cirurgie van meester Jan Yperman 
int JaerMCCCendeXXVlIL Dan volgt „Wij sijn sculdigh . . . enz." 
(zie blz. 1). 

De tweede kolom van dit blad geeft de inhoudsopgaaf van het 
eerste boek, welke op fol. 2 v. wordt voortgezet (zie blz. 2). 

Aan het slot van het laatste hoofdstuk „vanden voete te broken" 
leest men: Deo gracias. Amen. 

Daarop volgt onmiddellijk een beschrijving van eenige pleisters en 
zalven o.a. „tplaetster van Jherusalem" en op fol. 127 r. een nieuwe 
verhandeling getiteld: Dy t sijn 't dorynen dye meester gillys 
trecte uter bloemen van Avicenna van ysat van aristote- 
les orinen. 

Fol. 126 v. bevat een stuk over de teekenen van den naderenden dood : 

Dyt sijn dye tekene vanden veygen lieden ter doot. 

Op fol. 127 r. volgt een tractaat over urine. 

Op fol. 138 v. begint een tractaat over as tr on o mi e, aanvangende: 

„Die goede vroede Ypocras ende dye behendichste boven alle medi- 
cinen dye zeghet dat die ghene die medicinen willen zijn ende van 
astromyën niet ne can onconstech ende dat nyement sonder twyvel 
es sculdech te doene. . . ." 

Op fol. 164 r.: „explycyt". 

Het Hs. is van tal van afbeeldingen in rood en zwart voorzien, die 
echter plomper zijn dan de figuren uit het handschrift van Cambridge. Het 
aantal der afgebeelde instrumenten bedraagt niet minder dan 98, maar 
daaronder bevinden zich eenige die meer dan eens herhaald zijn, als naal- 
den, messen, brandijzers, beitels en hamers. Behalve deze figuren treft men 
nog eenige andere aan, die deels op de anatomie, deels op andere zaken 
betrekking hebben. 

Op fol. 3 v. staat een schematische voorstelling van de onderlinge 
ligging der hersenbekleedselen, nl. pia mater, dura mater en cranium, 
die evenwel niet overal in de goede volgorde zijn aangeduid. In het 
midden van de cirkelvormige figuur staat te lezen: 

pa. (prima, pertie es vore dander pertie es diemondein 
den middel es achter, terwijl aan den rand op vier tegenover 
elkaar staande punten de portretten(ï) en de namen van meester Galienus, 
meester Avicenna, meester Bruun en meester Lanfranc geplaatst zijn. 
Een afbeelding van deze teekening vindt men op blz. 7 van deze uitgaaf. 



XXXV 

Op fol. 4 r. staat een schets van de tanden, waarmede de been- 
deren van den schedel in elkander grijpen. De voorstelling is echter 
allerminst natuurgetrouw. Op fol. 34 v. is een ruimte voor een teekening 
opengelaten; op 39 v. is een „zweet stove" afgebeeld. Op 49 r. zijn 
een afbeelding van een weegschaal en een beschrijving van de medi- 
cinale gewichten te vinden. Schematische anatomische figuren komen 
op fol. 51 r. en 70 v. voor; verder op 91 r. een distilleertoestel en in 
het tractaat over de astronomie ook nog een ruwe schets van „Taurus". 

Aan het eind van het Ms. op de laatste bladzijde zijn drie gespalkte 
ledematen afgebeeld, die ik merkwaardigheidshalve heb overgenomen. 
Zij zijn later aangebracht, zooals uit het door dezelfde hand geschreven 
bijschrift duidelijk blijkt. Er staat nl. 

„Int jaer ons heeren doe men screef duysent v hondert ende xlv 
den virden dach van October doen wert de kerck van sinte wille- 
boorts ghewyt op sinte franciscus dach. 

Anno doemen screef duisent v hondert drijen dertych xxij daghe 
in April doen sterf my huisfroue madeleen ende wert begraven sint 
andries op Sint Joris dach." 

Bij de eerste afbeelding staat: „een ghebroken been". De „spalken" 
en de „bande" zijn in de figuur aangeduid. In de tweede figuur zijn 
die aanduidingen echter verwisseld, terwijl de derde een been voor- 
stelt dat behalve door „spalken" en „banden" nog door een tweede 
paar spalken gesteund is, die eveneens door banden saamgesnoerd 
zijn. 't Bijschrift luidt: „dits ene walke (of balke?) daert in leet." 

De stijl van dit handschrift is niet beter of slechter dan die der 
andere. In de spelling wijkt het in zooverre van het Brusselsche hand- 
schrift af, dat in de plaats van c k meestal k en voor g e gewoonlijk g h e 
geschreven is. In plaats van de s staat dikwijls z. De interpunktie laat 
veel te wenschen over. De afkortingen betreffen hoofdzakelijk de uit- 
gangen en en er. 

* 
* * 

Thans resten mij nog enkele mededeelingen omtrent de wijze van 
uitgaaf van dit werk. Bij de keuze van het handschrift, dat aan de 
uitgaaf ten grondslag zou liggen, heb ik mij laten leiden door de 
omstandigheid, dat het Brusselsche vermoedelijk de oudste rechten 
heeft. Het is op perkament geschreven en dagteekent volgens een 
explicit op fol. 21 v. uit het jaar 1351. Waarschijnlijk zijn de drie 
andere kopieën jonger, want zij zijn op papiersoorten geschreven, waar- 
van de watermerken een later tijdperk verraden. Bovendien verdient 
dit handschrift uit een letterkundig oogpunt de voorkeur, want stijl 
en spelling zijn er 't best in verzorgd. Slechts in één opzicht staat het 
bij de andere afschriften ten achter, het bevat namelijk geen afbeel- 
dingen. Het geschrift, waarvan het op zijn beurt een kopie is, was zonder 
twijfel geïllustreerd, want op verschillende plaatsen wordt in ons 
afschrift van teekeningen gewag gemaakt. Zoo vindt men op fol. 140 v. 
(blz. 141, kol. a van deze uitgaaf): „Ende es dat bloet comen tettere 



XXX VI 

datter binnen es. so maect dit daergise mede dwaet met enen instru- 
mente als .1. clisteripipe met enen balge daer an gebonden aldus, 
dits ene ceringie. dits ene clisterie." Evenwel kon doorover- 
neming van afbeeldingen uit het handschrift van Cambridge, waartoe de 
uitgever welwillend zijn toestemming gegeven heeft, in dit tekort 
gemakkelijk voorzien worden- 
Het handschrift van het Britsch Museum geeft slechts het eerste 
boek en kon dus voor een uitgaafin het geheel niet in aanmerking komen. 
Beter en vollediger is het Gentsche handschrift, schoon het dat van 
Brussel noch wat den stijl betreft, noch ten opzichte van orthografie, over- 
treft. De figuren, hoewel talrijker, laten meer te wenschen over dan 
die van de kopie van Cambridge. Daartegenover staat dat het gedeelten 
bevat, die in de andere rass. ontbreken en deze .konden, waar het 
noodig was, tot aanvulling dienen. Hetzelfde is met het laatste 
gedeelte van het handschrift van Cambridge geschied, daar dit stuk 
in de overige ontbrak. De lezer kan nu met een groot stuk van 
dit handschrift kennis maken en er uit zien dat deze tekst te veel 
te wenschen overliet om tot grondslag van de uitgaaf te dienen. 
Op deze gronden heb ik dan besloten den tekst van het Brusselsche 
Ms. uit te geven, maar tevens gebruik te maken van de voordeden, 
die een vergelijking met de drie andere opleverde. 

Nu bleef mij nog de vraag te beantwoorden of ik, de diploma- 
tische methode volgend, het werk letterlijk zou weergeven, dan wel 
den tekst kritisch bewerken. Aan dit laatste bestond echter geen 
dringende behoefte, aangezien de tekst over het algemeen aan duide- 
lijkheid niet veel te wenschen overlaat. Wat evenwel den doorslag 
gaf was mijn onbekendheid op het veld der letteren ; als leek gevoelde 
ik mij niet gerechtigd den tekst naar eigen inzichten te wijzigen. Ik 
kon trouwens zonder aan dien tekst te raken, in de noten door 
aanhalingen van overeenkomstige doch duidelijker plaatsen uit de 
andere handschriften op betere lezingen de aandacht vestigen en tevens 
een aantal duisterheden ophelderen. Omtrent een aantal andere ondui- 
delijkheden , waarop dit middel niet toegepast kon worden , heb ik getracht 
in een afzonderlijke lijst van Aan tee ken in gen, waarnaar met behulp 
van in margine geplaatste f-teekens verwezen wordt, een verklaring 
geven. Wat in het handschrift van Brussel ontbreekt en in andere voor- 
komt, is daaruit overgenomen en tusschen [] in den tekst gelascht. 
Andere invoegsels, van mij afkomstig, zijn daarentegen tusschen ( ) 
geplaatst en kursief gedrukt. 

De in margine geplaatste letters B, C , G en L zijn afkortingen van : Hs. 
Brussel, Cambridge, Gent en Londen; de cijfers en kleine letters doelen op 
de overeenkomstige bladzijden en kolommen dezer handschriften. 

Getrouw aan de voorgeschreven gedragslijn om den tekst onaan- 
geroerd te laten, heb ik ook aan de interpunktie, welke trouwens in 
de Brusselsche kopie vrij toereikend heeten mag, niets gewijzigd. Alleen 
ten opzichte van de afkortingen heb ik mij eenige vrijheid veroorloofd, 
die echter niet verder reikte dan door vervanging in cursief, zoodat de 



XXXVII 

lezer in geen geval in twijfel gelaten wordt wat tot den oorspronkelijken 
tekst behoort. Wanneer mijn afschrift hiervan een getrouwe kopie 
mag heeten, is dit voor een groot deel te danken aan de zeer 
gewaardeerde en deskundige hulp van Prof. Verdam, die nog wel zoo 
welwillend was over de drukproeven zijn oog te laten gaan. 

Behalve de reeds genoemde lijst van Aan teeken in gen, heb ik aan 
deze uitgaaf toegevoegd een Lijstvan Schrijvers, die door Yperman 
genoemd en wier werken door hem geraadpleegd zijn geworden. 
Verder een Woordenlijst, waarin ik getracht heb van eenige vak- 
termen een verklaring te geven , waartoe ik mij van de aan het slot opge- 
somde Literatuur bediend heb. 

Bij het kiezen van de, wetenschappelijke namen der geneeskrachtige 
kruiden, heb ik mij aan den Kew's Index gehouden. Vele dier 
planten zijn beschreven in de middelnederlandsche vertalingen van 
Nicolaus' Antidotarium en Platearius' Circa instans, welke eveneens 
in den Brusselschen bundel voorkomen. Ik heb de vrijheid genomen 
uit deze nog niet in druk verschenen interessante vertalingen datgene 
over te nemen, wat tot verklaring van een aantal geneesmiddelen 
kon bijdragen. 

De afbeeldingen van de vroeger gebruikelijke instrumenten vormen 
zeker niet het onbelangrijkste deel van deze Chirurgie. Merkwaar- 
digerwijs ontbreken zij in het Brusselsche handschrift, hoewel daarin 
telkenmale het benoodigde instrumentarium ter sprake gebracht wordt. 
De beste afbeeldingen treft men in het handschrift van Cambridge 
aan en het zijn deze die Broeckx, echter niet ongerept, in zijn uitgaaf 
heeft opgenomen. Ik waagde het niet aan deze eerbiedwaardige 
schetsen, die men met uitzondering van Albucasis' Methodus medendi 
in zulk een groot aantal en verscheidenheid in geen enkel oud 
chirurgisch werk aantreft, iets te wijzigen en heb aan een getrouwe 
fotografische wedergave de voorkeur gegeven. Hoewel de omstandig- 
heden mij verboden alle, en ook die uit de handschriften van Gent 
en Londen over te nemen, heb ik toch dank zij de welwillendheid 
van den uitgever uit den voorraad eene ruime keuze kunnen doen, 
zoodat eenige instrumenten zelfs door meer dan eene afbeelding ver- 
tegenwoordigd zijn. 

Aan het einde van mijn taak gekomen, gevoel ik mij gedrongen 
mijn dank te betuigen, in de eerste plaats aan mijn hooggeachten 
vriend en kollega Prof. Dr. J. Verdam, voor de vele blijken van zijnonver- 
flauwde belangstelling in mijn werk, aan de heeren de Sagher, archi- 
varis van Yperen, Prof. Dr. Salverda de G-rave te Groningen en Prof. 
Dr. W. de Vreeze te Gent, voor de inlichtingen die zij mij welwillend 
verstrekt hebben, en aan de Direktiën der Bibliotheken van Brussel, Cam- 
bridge en Gent, voor de bereidwilligheid, waarmede zij de handschriften 
van Yperman's Chirurgie te mijner beschikking hebben gesteld. 

Leiden, Wijnmaand, 1912. 

E. C. van Lkersüm. 
v. l. c* 



DITS DIE TAFELE VAN MEESTER JAN YPERMANS 

SURGIE. DEWELKE HEEFT IN .7. BOEKEN. 

Eerste boec. Van den hoofde. 

Blz. 

Cap. 1. Van den hoefde ende van sire sceppenissen 5. 

Cap. 2. In wat manieren therssenbecken gewont mach siin in die 

tekenen van den liesen gewont alse dura mater ende pia 

mater 9. 

Cap. 3. Hoe thoeft gedeilt es ende hoe men die deel sal mogen 

medicineren .... * 11. 

Cap. 4. In isto capitulo protestis scire quod pertinet ad cyrurgicum 

et quomodo se ipsum habebit et reget et omnis(!) articulo 

quos tenetur habere de jure 12. 

Cap. 5. Dits leringe hoe men ierstwerf sal vermaken en tie wonden 

te nayene in elke stede 14. 

Cap. 6. Van wonden te stremmene van bloede 16. 

Cap. 7. Van den hoefde gewont ende niet toten herssenbeckene. 

ende ierst van .4. tiden int jaer 20. 

Cap. 8. Die leringe van buien gevallen of geslegen of geworpen. 

of van wonden optie buien 21. 

Cap. 9. Hier leert men kennen ende proeven of therssenbecken 

ontwee es met buien of sonder buien of' met wonden . . 24. 
Cap. 10. Dits van gevacken af geslagen sonder been ende metten 

bene ende dore 25. 

Cap. 11. Dits van gevacken af geslagen met snidender wapinen 

so dat men siet dura mater 26. 

Cap. 12. Van den herssenbeckene gewont met snidender wapenen 

ende dat gescaelget 28. 

Cap. 13. Van dat men therssenbecken wont metten hoeke van .1. 

fautsoene. of aex. of metten orde van den swerde . . 30. 
Cap. 14. Van den buien diemen valt int herssenbecken of slaet 

of worpt swaerlike 34. 

Cap. 15. Van dat men therssenbecken wont so dat denezide vander 

score van den bene sciet onder dandere. dat gevalt onder- 

tiden met groten scoren 35. 



XXXIX 

Blz. 

Cap. 16. Die leringe van den herssenbeckene tebroken slecht 

sonder wonde int vleesch 36. 

Cap. 17. Die leringe vanden .4. meesters ende van roelandine 

ende van vele andere goeder meesters 40. 

Cap. 18. Hoe men nayen sal int ansichte ende in andren steden 

om scone lixemen te makene 46. 

Cap. 19. Dits van kindren die siin geboren met gespletenen lippen 

scaertmonde 48. 

Cap. 20. Dits van buien te doene gesitten die herde morn siin . 49» 
Cap. 21. Van wonden die vallen boven die ogen dweers toten bene. 49. 
Cap. 22. Van dat die ore afgescoort es so dat si hangende blijft 

an thooft 50. 

Cap. 23. Van wonden gescoten int ansichte of in andren steden 52. 
Cap. 24. Van dornen of gescutte uut te doen comen sonder sniden. 55. 
Cap. 25. Hoe men den gewonden es sculdech te houdene van etene 

ende van drinkene ende waer af men sal doen wachten. 56. 
Cap. 26. Dits van spasmus. dats die crampe. ende dit es vrese 

den gewonden 57. 

Cap. 27. Van scorf heiden van den hoofde bi den rade van den .4. 

meesters 60. 

Cap. 28. Dits van lusen die wassen op thooft of in andren steden 

an den lichaem. die cuere daer iegen 65. 

Cap. 29. Dits van den wannen opt hooft dat men heet overbene. 66. 
Cap. 30. Van te genesene buien opt hooft 67. 

Tweede boec. Van den ogen. 70. 

Cap. 1. Ierst hoe die ogen gef ormert siin 71. 

Cap. 2. Nu suldi verstaen van ongemaken in die ogen ende 

hoe dat si comen 73. 

Cap. 3. Vander minster optalmen entie cure der iegen .... 74. 

Cap. 4. Vander ander optalmen die starker es 74. 

Cap. 5. Vander starxster optalmen of van misseliken ziecheiden 

die van optalmen comen 76» 

Cap. 6. Van pusten in dogen ende wit dat ungula heet in latine. 77. 
Cap. 7. Vander smetten die pannus heet ende benemt al die lucht 

vanden ogen 77. 

Cap. 8. Hoe vele manieren van desen smetten ende tekenen . . 78. 
Cap. 9. Vander ierster smetten die hare verbaert alse .1. cleine 

sandekijn 78» 

Cap. 10. Vander ander smetten die hare verbaert alse .1. vischscelle. 79. 
Cap. 11. Vander derder smetten die haer verbaert als .1. vlocke 

sneus 80. 

Cap. 12. Vander vierder smetten die al doge heeft bedect . . .80. 
Cap. 13. Dits van doeken of nagelen in latine ungula ende van 

smetten 81 



XL 

BIz. 

Cap. 14. Dits van brunen doeken of nagelen ende comen van melan- 

coliën ende genesen cuine 82. 

Cap. 15. Van poentkinen die gevallen van geslagenen ogen blau. 82. 
Cap. 16. Van scorfden ogen ende van rootheiden ende van joocten 

in dogen 83. 

Cap. 17. Dits vanden seebel in die ogeD 83. 

Cap. 18. Van lopenden ogen ende waeraf tranen comen. entie cure 

daer iegen 83. 

Cap. 19. Van leepen ogen of tervenden 85. 

Cap. 20. Van blauwen ogen geslagen of geworpen, etc. . . . 86. 
Cap. 21. Dits van .4. catracten in dogen die men genesen mach 

entie bekennen 86. 

Cap 22. Vanden catracten die men niet ghenesen mach ... 89. 

Cap. 23. Vanden wonden van den oghen 90. 

Cap. 24. Vanden fistel die wassen inden sterken vander oghen. 91. 

Cap. 25. Dit es van nolimetangere int anscijn of an die lippen . 93. 

Derde boec. Van den nese. 94. 

Cap. 1. Van den nese. ende ierst die sceppenisse van den nese. 95. 

Cap. 2. Ende ierst van polipus 96. 

Cap. 3. Van puusten die wassen in den nese 98. 

Cap. 4. Van ondercootten sweren in den nese 99. 

Cap. 5. Van wey vlesche in den nese 99. 

Cap. 6. Van bloedene ten nese entie cure daertoe 100. 

Cap. 7. Van stanke in den nese 101. 

Vierde boec. Van den monde. 102. 

Cap. 1. Vander sceppenissen van den mont 103. 

Cap. 2. Vanden huve .... van siere verstennissen 104. 

Cap. 3. Vanden ziecheden die comen mogen in die tonge . . . 106. 

Cap. 4. Van swillingen vander tongen 106. 

Cap. 5. Van sweringen optie tonge 107. 

Cap. 6. Vander clievingen vander tongen 107. 

Cap. 7. Vander bintadren 107. 

Cap. 8. Van ranula onder die tonge 108. 

Cap. 9. Van spasme vander tongen dats crampe daerin . . . 108. 
Cap. 10. Dits van verlagingen vander tongen dats juchticheit . 108. 
Cap. 11. Dits van puusten vanden mont ende vanden vlagen . 109. 

Cap. 12. Dits van den tantvlesche 109. 

Cap. 13. Van canker in tantvlesch 109. 

Cap. 14. Van groten vlesce an tantvleesch alse spenen .... 110. 
Cap. 15. Van clievingen van lippen of bleinen of vlagingen . .110. 

Cap. 16. Vanden tantvlesce geswollen 111. 

Cap. 17. Hoe dat tantswere toecomt 111. 



XLI 



Blz. 

Cap. 18. Dits die cure van tanden die sweren ende sonder gaten . 112. 

Cap. 19. Dits van den tanden die siin gegaet 113. 

Cap. 20. Van swarten tanden wit te makene 114. 

Vijf te boec. Vanden oren. 115. 

Cap. 1. Ende sprect ierst wat die ore es . . . .• 116. 

Cap. 2. Van sweringen van der oren 117. 

Cap. 3. Dits van sweringen in die oren ende hoe mense cureren sal. 117. 

Cap. 4. Van wormen of lusen gelopen in die oren 118. 

Cap. 5. Van misseliken dingen dat vallet in doren. etc. . . . 118. 

Cap. 6. Van watere gevallen in die oren 119. 

Cap. 7. Van oren die lange hebben gelopen ende stinken, ende 

daer fistel in is 119. 

Cap. 8. Van rutingen in die oren 120. 

Cap. 9. Van droefheiden in die oren . 120. 



Seste boec Van den halse ende van der kelen. 



122. 



Cap. 1. Ende ierst die sceppenisse daeraf al toten scoudren . . 123. 

Cap. 2 Van wonden die in den hals geslegen of gesteken siin. 125. 

Cap. 3 Van ysopagus gewont so datter die spiss dore gaet . 126. 

Cap. 4. Van wonden die vallen in den roepere achter . . . 127. 

Cap. 5. Vander squinanciën 127. 

Cap. 6. Van branken of amandren 129. 

Cap. 7. Dits van ranula onder die tonge 131. 

Cap. 8. Van graten of benen gescoten in de kele 131. 

Cap 9. Van bocium an die kele gewassen ........ 132. 

Cap. 10. Van scrofulen dienien heet sconinx evel 133. 

Cap. 11. Van scrophulen of glandulen te snidene 135. 

Cap. 12. Van scrophulen of glandulen uut te broken 135. 



Sevende boec. Tanden halse ende vander kelen nederwert 
tote allen leden ende tallen steden vanden lichame. 136. 



Cap. 1. Van datmen wont adren of arteriën te meneger steden 

vanden lichame . . • 138. 

Van den canebene gewont of daer ontrent . . . • . . 140. 

Van steken met kniven of des gelijc 140. 

Vander herten gewont 142. 

Van dootwonden waerse vallen anden live 143. 

Dits vander nieren gewont 145. 

Van musen of zenewen gewont in den pistel van den 

armen 145. 

Cap. 8. Van wonden in den ellenboge of in andren juncturen. 147. 



Cap. 


2. 


Cap. 


o 
O- 


Cap. 


4. 


Cap. 


5. 


Cap. 


6. 


Cap. 


7. 



XLII 

Blz. 

Cap. 9. Van wonden in die darmen 148. 

Cap. 10. Van te cortene die darmen 148. 

Cap. 11. Vanden gescorden of die den steen hebben 149. 

Cap. 12. Van carnofels gelijc gescorden 150. 

Cap. 13. Vanden stene dat ondersceet 150. 

Cap. 14. Van den spenen 151. 

Cap. 15. Van te genesene die spenen 151. 

Cap. 16. Van den preparaciën 151. 

Cap. 17. Van der tijt dat men medicine geven sal te vorsiene . 152. 

Cap. 18. Van spenen die comen van den menisoene 152. 

Cap. 19. Van .3. manieren van spenen te bekenne 153. 

Cap. 20 Van .5. adren diemen heet spenen 153. 

Cap. 21. Van geswollenen spenen te vorsiene 154. 

Cap. 22. Van handelingen te verstane 154. 

Cap. 23. Van buten nature te werkene 155. 

Cap. 24. Van den dyescinkele uter stede 158. 

Cap. 25. Hoe die dyescinkele es gemaect boven 158. 

Cap. 26. Van den dyescinkele te broken 159. 

Cap. 27. Van den dieskincele . '. . . 160. 

Cap. 28. Van te settene dbeen eer ment spalct 161. 

Cap. 29. Vanden knie uter stede 161. 

Cap. 30. Van wonden int knie 161. 

Cap. 31. Van benen te broken 162. 

Cap. 32. Van benen die uutragen 163. 

Cap. 33. Van diversen meesters 163. 

Cap. 34. Andre mesters 164. 

Cap. 35. Van den voete uten lede 164. 

Cap. 36. Van den voete verwrongen 164. 

Cap. 37. Van den voete te broken 165. 

Cap. 38. Van diversen werkene van mesters 165. 

Cap. 39. Ander meesters 165. 

Cap. 40. {zonder titel) 166. 



Van rudicheit ende scorreftheit ane die mensche 168. 

Van warten die toe commen over al dat lijf 171. 

Van den poucken ende van den maselen 173. 

Nu willic jou bescriven van eener siecheit datmen heet laserscap 175. 

Dit sijn die teekinen van laseriën 175. 

Van den laserscap dat men heet alopicia ofte vulpes . . . .175. 

Van den laserscap datmen heet leonina 176. 

Dit sijn de teekinen die hebben leoninus 176. 

Van den laserscap datmen heet elefancia 176. 

Warachtige prove omme dat laserscap te kennen 177. 

Laserie van ghenoeten • . 178. 



XLIII 

Blz. 

Van den tresoer omme te verhoudene laserie 179. 

Dye ghene die venin ghenomen heft ofte ghedroncken .... 180. 
Om te weder slane dat venin dat men heet cantarides . . . 181. 

Van der steken of beeten vander slanghen 181. 

Vander beeten ofte steken der scorpioen 182. 

Van der beeten ofte steken derruthelen 182. 

Die bete van den verwoeden hont es quaets van al .... 182 

Dits den armen tresoer jeghen venin • 182. 

Van clieren datmen heet scrouffelen 183. 

Van den stancke dat yrcus heet in die oxelen 186. 

Van den clappoeren diemen heet bubo . 186. 

Van den siecheit diemen heet fistula . 187. 

Van apostemen die commen van colera combusta 190. 

Van beseautheit van hete water ofte van viere 192. 

Van den bloet z weere flegmon 193. 

Van der couwe aposteme die men heet zimia 193. 

Leeringhe des Ypermans . . 194. 

Van den lever ghewont 195. 

Van dat den lever hute hanghet 195. 

Van wonden in den nieren 195. 

Van den blasé ghewont ' 195. 

Van dat den darmen ghewont sijn . 196. 

Van ghescorden te ghenesene sonder snijden 196. 

Van apostemen die wassen in de rode der veden ende 

dat van winde es 198. 

Van gaten in den roeden der veden 199. 

Van den vede die erisipeleren wille ofte ontsteken .... 201. 
Hoemen den siecken houwen sel van eten ende van 

drincken 202. 

Van den cancker in den vede 203. 

Van bloet te stelpen in de roede der vede 203. 

Van apostemen ende zwellingge der cullen 205. 

Van apostemen van couwe saken 205. 

Van eenen siecheit in den cullen die men heet erina .... 206. 

Van water carnouffele 206. 

Van den gescorden te ghenesene in ander maniere 207. 

Van den navele ghescort in kinderen . 208. 

Van spenen die wassen in dat fundament 209. 

Van den flstele in den ersdarme 210. 

Van dat fundament dicken hute gaet 211. 

Hier beghint dat bouc van den quaden beenen 212. 

Van apostemen in der beenen 213. 

Van den cancker die comt in den beenen 213. 



MEESTE JAN YPMiMANS SURGIE 1 ). 



G 2a 



[Wy sijn sculdich onse werck 
yerst gode te beveelne onsen vader 
ende den sone ende den heylighen 
gheest In drie personen .1. war- 
achtich god Den vader sonder 
beghyn Den zone comende vanden 
vader gheboren vander maghet 
marien moeder wesende ende 
maghet blivende Den heylighen 
gheest comende vanden vader ende 
vanden zone Dese drie persone één 
wille ende één god Nu biddic der 
maghet ende der moeder alder 
werelt Advocatigge dye ane hare 
ghelovet ende ane haren zone dat 
zy voere ons bidde ende over den 
dichtere van desen ghedichte dat 



hij my moete gheven den syn ende 
dye conste dat icke moete nemen 
uten auctoers Cirurgie die nuttelec 
moet wesen den lieden die ghe- 
quetsts sijn of dye ander mesquame 
hebben datsij dair mede moeten 
ghenesen ende dye bate ontfaen 
van haren mesquame// Ay sente 
Cosme sente damyaen heylege 
martelaerts Jhesus kerst ende sente 
luuc den flsissijn ende capellaen der 
moeder gods heylich ewangelyste g 2b. 
bidt gode over alle die ghene dye 
wercken zulen met desen wercken 
also zij hier bescreven staen die 
werke vander hant datmen 
heet cuijrgye van buten. C]' 2 ) 



l ) Titel van C:Ypermanni Medicina. Titel van CfrGjrurgie van meester 
Jan lperman int Jaer MCCC en XXVIII. Daarboven met een andere hand 
geschreven: Dit es die boec vanden hovede Inden iersten. 
J ) De opdracht in L. luidt : 

L 143a. Wij syn sculdich onse werc te bevelen gode den vader ende den zoen ende 
den heligen gheest in drie persoen een waerachtich god den vadre sonder 
beghin den soen comende vanden vader gheboren vander maghet maria moeder 
wesende ende maghet blivende den heiegen geest comende vanden vader ende 
vanden sone ende dese 3 persoene comew.de vanden vader één wil ende één 
god Nu bid ie der moder ende maghet van alder werelt [advocateringe C] 

L 143b. op hoer ontfermherticheit dat sy bidde voer [ons C] Ende voer den dichter 
van desen wereke dat haer zoen hem moet gheven den syn ende die const 
dat hy moet nemen ute den auctoers cyrugie (actoors der cirurgiew C.) die 
nuttelijc moet wesen den volke dat ghequest is oft ghequest mach werden 
of dander (andere, C) misqwame der dese doctoren of leren sal dat sy met 
der hulpen onsheern Ende bider leringen deser auctoren moete gheganst wor- 
den ende ghenesen van hare pinen fj Ay sente cosme ende sente damiane 
heilighe mertelaren ons heren ende sente luc fisisien Een capellaen onser 

1 



b 107b. Dits de tafele van meester 
Jan ypermans surgie. dewelke 



heelt in .7. boeken. *). Ende dier- 
ste boec sprect vande?i hoefde 



vrouwen heilighe ewangelisten ons heren bid gode voer hem ende voer hem allen 
die ghene die verken (merken) sullen met desen werke die alhier gheleert 
worden ende also als hier hesere ven staet by goeder ordinanciën 

l ) De inhoudsopgaaf van G. luidt : 
C la. Men sal eerst leren die nature van den hoefde ende die anathomie ende die 
scippenisse dair of 

Hoe dat hoeft is gedeilt in drien ende eerst van den voersten dele. 

van den middelsten dele 

van den achtersten dele 
C lb. van den hoefde dat gewont is ende van der lise 

van der leringe der naturen des hoefts ende syn werek 

van cyrugien ende wat hem toe behoert 

van wonden ierst te vermaken ende nayen 

van wonden te stem pen die zeer bloen 

van den hoefde gewont ende ierst van den vier tiden 

van buien ende gaten int hoeft 

hoe men proven sal of dat hersebecken ontwen is 

van vacken of geslegen tote dura mater 

van den hersenbecken gescaeldet. Van den hersenbecken gewont 

van buien die vele zwaerden (zwaerliken ?) syn 

van dat den (deen) been schiet onder den anderen 

van den hersenbecken slicht Ie broken sonder wonde int vleysch 

van der teyken der manen 

van der leringe des meesters van salernen 

hoe men wonden nayen sal intansichte 

van geschoerden monden in kinderen 

van buien te done gesittene 

van wonden die vallen boven den ogen dwers ofte lanxs 

van dat de ore of gescuert is 
C lc. VRn wonden gescoten int aensichte 

van gescut wt te doen sonder sniden 

hoe men den wonden es sculdigh te handelen van eten ende van drincken ende 
hem dair of te verbiedene 

van der crampen ofte spasmeringhen 

van schorfde hooffden 

van lusen opt hooft ofte te eldere 

van den wanne opt hoeft 

van der bulden ofte testuden op thoeft. 

De inhoudsopgaaf van G. luidt : 
G 2b. 1. Nu moeten wij beghynnen dat Wf rek van cyurgiën yerst opt thovet ende alre 
yerst dat thovet es dye sceppe nysse ende die nature van den hovede ende dye 
Annathomye rebrico (?) 

2. Dyt es hoe dat hersenbecken mach sijn gedeylt in drien ende dye liesen 
ende vanden wonden die moghen vallen in elck deel verscheyden 

3. In wat manieren dat hovet es ghedeelt in drien pertiën ofte deelen son- 
derlynghe 

4. Capm. es vanden wonden yerst te vermakene ende te vers(c)hene in wat 
steden dat zij 

5. Capm. es van bloede te stremmene in wonden over all 

6. Capm. es vanden hovede gewont ende niet toter hersebecken dyepe 



ende van den wonden vanden 
herssenbeckene. ende heeft in .30. 
capittele. 

.1. Dierste sprect vander scep- 
penissen vanden hoofde 

.2. In wat manieren therssen- 



becken gewont mach siin entie 
tekene vander liesen gewont als 
dnra mater 

.3. Hoe thooft gedeilt es ende 
hoemen die deel sal mogen medi- 
cinieren 



7. Capm. es van buien ghevallen oft ghesleghen welc dat zij 

8. Capm. es hoemen proeven zal oft thersebecken ontwee es 
9 Capm. es van vacken af gesleghen 

10. Capm. es van vacken vanden hovede ghesleghen met snydender wapenen 
alse sweerden 

11. Capm. es vanden hersebecken gewont met snydender wapenew 

12. Capm. es vanden hersebecken ghewont metter hoeke van enen fautseelne 
oft andere wapine dies ghelike 

13. Capm. es vanden hersenbecken gheschoort met buien int vleesch oft gate 

14. Capm. es vanden hersenbecken zeere ghescoert ende met cleenre wonden 
int vleesch 

15. Capm. es vander leeringhen vanden viere meesters van Zaleerne 

16. Capm. es hoemen es sculdich te naeyene int ansichte 

17. Capm. es van kynderen dye met gescoerden monden sijn gheboren dye 
cuere dair off 

18. Capm. es van bulken te doene sitten weder inwaert 

19. Capm. es van wonden dye vallen boven den oghen dweers 

G 2d. 20. Capm. es vanden oeren of gheslagen oft gheschoort met treckenne 

21. Capm. es van wonden ghescoten int daensichte ofte eldere 

22. Capm. es van doemen ofte nagelen ofte quarelen ute te doen comene 

23. Capm. es vanden gheenen die es ghewont te houdene van etene ende van 
drinckene 

24. Capm. es vanden wonden dye spasmeert dats vanden crampe 

25. Capm. es van tynea oft scorfthede 

26. Capm. es vanden lusen dye wasset op thovet ende eldere ane den lichame 
onder tyden 

27. Capm. es van wannen oft overbeenen [die] op thovet wassen 

28. Capm. es vanden bulten dye op thovet wassen. 

L 142a. Men sal eerst leren die natuer vanden hoefde ende die anatamie ende die 

sceppenisse derof 

Hoe dat hoeft is ghedeelt in .3. ende deerste van den voersten delen 

van den middelsten delen 

van den achtersten deelen 

van den hoefde dat ghewont is ende vander liesen. 

van den deelinghew der naturen des hoves ende syn werc 

van den cyrugien ende wat dat hem toebehoert 

van wonden eerst werf te vermaken ende te naeyen 

van wonden te stempen die bloden 

van den hoefde ghewont ende eerst vanden .4. tiden 

van buien ende gaten in hoeft 

van hoe dat men proven sal of(i) hersenbecken ontween is 
L 142b. van ene vacke of gheslagen met den vleische 

van vachken of gheslagen tot dura mater 

van den hersenbecken gheschaebet {ghescaeliet) 



.4. van dat den surgijn toe behoort 

.5. Hoemen ierstwerf vermaken 
sal die wonde 

.6. Van wonden te stremmene 
van bloede 

.7. vanden hoofde gewont ende 
niet toten hersse?ibeckene ende 
ierst van vier tiden int jaer 

.8. van buien gevalle/i. of won- 
den optie bule?i 

.9. van te kenne of therssen- 
becken ontwee es met buien of 
sonder 

.10. van gevacken af geslegen 
met bene. of der sonder 

.11. van gevacken af. dennen 
ziet dura mater 

.12. vanden herssenbeckene 
gewont ende dat gescaelge£ 

.13. Van den hsrsenbec. ge- 
wont metten hoeke van enen 
fautsoene of aex. of ort vanden 
swerde 

.14. vanden herssenbec. tebro- 
ken sonder wonde int vleesch met 
buien 

.15. vanden hersenbec. gescort. 
dat deen [been] sciet onder dander 

.16. vande?* herssebec. te broken 
slecht sonder wonde 

.17. wat die .4. meesters leren 
■vande?i herssenbec. etc. 



.18. hoemen nayen sal int 
ansichte om scone lixemen te 
makene 

.19. van die met gespletenen 
lippen geboren siin 

.20. van morwen buien te doen 
gesitten 

.21. van wonden boven dogen 
dwers toten bene 

.22. vander oren af gescort. so 
datsi hangende blijft an thooft 

.23. va?i wonde?* gescoten int 
ansichte of eldre 

.24. van dornen of gescutte uut 
doen comen sonder snide?i 

.25. hoemen den gewonden 
sculdech es te houdene van 
etene ende van drinkene ende te 
hoedene 

.26. van spasmns dats van 
crampe 

.27. van scorftheiden vanden 
hoofde 

.28. van lusen te verdrivene 
waer datse siin 

.29. van wannen op thooft of 
o verben e 

.30. van bulten op thooft in la- 
tine testudo 

Dese leringen suldi allé vinden 
ende elc op siin proper getal ach- 
tervolgende 



van dew hersenbecken ghewowt 

van buien die veel zwaerliken syn 

van dat dat een been sciet onder dat ander 

Vanden hersenbecken ghebroken sonder wonde int hoeft vleisch 

van der leringhen der .4. raeisteren hoe men naeyen sal wonden int 
aensicht 

van ghescaerden monden in kinderen 

van buien te doen gaen sitten 

van wonden die vallen boven den oghen dwerse of langhes 

van dat ore of ghescoert is 

van wonden ghestoten int aensicht 

Dit boec is ghedeelt in drien pertiën als ghi na horen sult ende elke pertie 
een tafel op hem selven van wat stucken dat men der in vinden mach. 




ie incipit cy- 
rurgia magi- 
stri Johannis 
domini yper- 
mans quam 
ipse compila- 
vit et in teu- 
tonico redegit 
filio suo 1 )- Omme dat hi begerde dat 
hi propheteren soude met sire con- 
sten ende met sire leringen Ende 
metter leringen van vele groetere 
meesters ende uut vele goeden auc- 
toers getrect also men hier na 
vinden sal op surgie. Ende oec so 
salinen hier in leren wat surgye 



es ende wat surgye» toebehort. 
ende oec wat de?i surgijn toebe- 
hort CJ Ende men sal ierst seggen 
wat thoeft es ij Surgie es geseit van l 143b. 
der hant. cyros in griex. dats .1. 
hant in dietsch surgie. dats werc 
gewrocht mester hant ende es te 
verstane surgie hant werc van me- 
dicinen Nu wille wi beginnen onse 
werc van surgien ierst op thoeft 
ende alderierst wat thoeft es 

Cap. 1. 
Vande(n) hoefde e(nde) va{n) sire c 2a - 
sceppenissen. 2 ) 

Verstaet thoeft es ront. om dat & 2d. 



c la. 



c lc. 



: ) Hier beghint die cirurgie van meester ian yperman ende es 
getrocken wt alle den auctoers der mesteren. 

Hic est practica et doctrina composita a magistro iohanne ypermanni quam 
ipse tractavit in flamingo ad utilitatem filij sui in tempore vite sue sane et 
voluit quod ipse haberet aliquid de opere suo et doctrina sua a multis m&gistris 
scilicet de lanfranco et a quatuor magistris de salerno eta galieno et arolando eta 
rogero et a hmtto et a raso et a magistro hugone de luckes et a magistro albucaso. 

Na de inhoudsopgaaf {sie noot 1 op bis. 2) volgt dan : 

Dits beghin van cirurgien 

Hier begint die cirurgie des meesters ioannis ypermans den welke dat hi uten 
latine ende ute syn selves verstandenisse ende leringe ende wt sine goeder geloefder 
werken dit troc hi ende maecte in dyetscher talen de welke dat hi bestont te maken 
om zyns selves zone binnen zyn zelves live ende dat specion hadde hi binnen der 
stede van yperen in welke dienst dat hi sterf int iaer ons heren mccc en x. ende hi 
maecte dit werck in dietsch e om die minne van zyn zoen die soe ionc was dat hi hem 
C ld. niet wel verstont in gramariën al zoe die boeken leerden die zyns vaders waren ende 
dair ute dat hi wrochte ende die hi gehoirt hadde lesen ende dair hi ute zyn werck 
voldede ende die bouken en hadden sinen zoen niet te goede geworden ende dair 
om maecte hi dit in vlaemscher talen om dat hi begeerde dat syn soen profi- 
teerde dair mede ende hem bleve van synre leringe die men zeer prisende is. 

L 143a. Hier beghint die surogie meester jans p (presbyteri) ypermans welke dat 
hy uten latijn ende wt syns selfs verstandenis ende wt synre leringhe Ende wt 
synre goeder gheloefder werken iracteerde hy ende maecket in dietscher talew ende 
(een) glorieeus werck van cyrurgiën twelke dat hy bestont te maken om syns selfs 
soene binnen syn selves live Ende spencioen (pensioen?) ander (C : hadde) binnen 
der steden van yperen in welken dienst dat hy sterft int jaer ons heren doe men 
scref MCCC ende X*) doe maecte hy dit werc in diesehc om die minne van sinen soen 
die soe jonc was dat hy hen* niet wael en verstont in gramariën van die goede 
boeken die sijns vaders waren daer hy wt vrachte (wrachte) die hy ghehoert 
hadde Ende daer ute dat hy werc vuldede die en hadden hem niet te goede ghe- 
worden Ende daerom maecte hi dit in diesche omme dat hy begheerde dat syn zoen 
profiteerde daermede ende hem. bleve van synre leringhe die men seer prijssede 
2 ) C : Men sal hier leeren die natuere van den hoofde : ende die anothomie deer of: 
ende die sceppenisse. 

*) Zie „Janus", Archives intern, pour 1'Histoire de la Médecine et la Géographie Médicale, 
XIV, 1909, pag. 397. 



te meer houden soude m even vele 
stede?*, ende om dat ro?it .1. scone 
vorine ') es. Ende om dat herde 
slage?i of vallen of werpingen te 
c 2b. min daeran souden daken 2 ). ende te 
lichtelikere af souden sciete?i. Ende 
wi selen oec verstaen dat thoeft 
die wortel es vanden mensce. uut 
L 148c. wien alle die zenuwen nemen haer 
wassen ende haer gevoelen :i ). dats 
g 3a. uten herssenen ende uten marge 
van den rugge bene. dwelke dat 
co?nt uten herssenen [ende es 
vander zelver naturen ende alsoe 
G.] liggende in .2. huden also die 
herssenen doen. ende dat march heet 
in latine. Nucha. «I Thoeft es van 
.3. snbstancien. ene van bene ende 
ene van vleesce. ende ene van 
herssenen de welke [hersinen C] 
siin march van den hoefde, ende 
musech es tfleesch. die huut daer 
boven es al vol wortelen van hare. 
Musech vleesch dats herde^e dan 
ander vleesch. ende moruwer dan 
zenuwen of corde?i. of gecroes 4 ). 
of been. Wter huut wassen hare 
die de herssenen decken ende 
tfleesch van couden-"') dat hem 
contrarie mach wesen. de welke 
huut es dorgaet vanden wortelen 
toten ende. alse ene kemeneye. 
dore welke gaetkine die herssenen 
steken uut den rooc of die hitten 
die hem sijn contrarie. Ende 
tfleesch dat decketf dbeen met sire 
huut al vol haers fi ). Ende thaer 
es boven der huut om .2. sake?r 7 ). 



dierste om dat dect die sweet gaten 
datter geen coude in en come c 2c. 
de welke gaten heeten in latine b i07d. 
poros. dat siin zere nauwe gate?i. 
Dander es om dat thoeft te scoenre 
es om dat haer op heeft. Die huut 
van den hoefde es dicker dan ander 
huden. [aen den lichaem L] sonder 
die planten vanden voeten om dat 
mer op gaet. entie palmen vande?i G 3b. 
handen [onder L] om datmer mede 
pijnt, ende daeromme essi va?i natn- L I43d. 
ren dicke om dat si es dorgaet. Want 
dore elc gat co?nt .1. haer ende 
onderwile?i .2. of drie. Entie huut 
es vaste gebonden ant vleesch dat 
musech es met cleinen dradekinen 
va?i zenuwen come»de vanden 
herssenen. ende met dradekinen 
come?ide vanden adren ende van- 
der leveren, ende met dradekinen 
comende van cleine?z puls adren. 
die men heet in latine arterien 
come?ide vander herte?i. van wel- 
ken dradekinen nature heeft ge- 
weven of gebreit die huut snbti- 
like daer. ende over al de?i lichame 
van den mensce. Ende dbeen van- 
den hoefde es van vele stucken 
alst recht es. ende es .2. vout 8 ). 
daer es ene tafele bute?i ende .1. 
binnen. Binnen ten herssenen wert 
es ene. ende buten ten vleesche 
wert es ene andere ende daer 
tusscen siin vele adren ende arte- 
rien die den bene gewen hitte ende 
voetsel ende geest. Die arterie?* 
geven hitte ende geest, die adren 



1 ) G: figure 

2 ) C : te mijnder an soude vesten. L : daer souden wesen of vesten 

3 ) C : hare beghinsele. ende hare wassen Ende hore ghevoelen. G : bevoelen 
*) C : cnoes 

*) L : twelke die hersine ende vlesche hoeden van couden 

6 ) L : vol borstelen ende haers 

7 ) C en L geven : om me 3 saken, doch noemen slechts twee. 

8 ) L : ende is van .2. dick of .2. wout. C:ende es van tween dicten ofte twee vout 



geven hitte ende voetsel. Thers- 
C2d. G3c. senbecke?i es van vele stuc- 
ken ende tweevout alsoet vor- 
seit es <R Thoeft es van .3. per- 
tiën. deen voren, dander in mid- 
den ende terde achter '). Voren 
vander mouden vorwert es thoeft 
heet ende droge hebbende vele 
geesten ende luttel niarchs 2 ). Die 
middewert van den hoefde heeft 
vele niarchs ende vele geesten. 
ende es heet ende versch. ende int 
middelste deel stae?i die oren ende 
staen op .2. been die men heet 
stenech been 3 ). Dat achteï'ste deel 
l. i44a. es cout ende droge hebbende luttel 
geests ende luttel marchs. <J Ende 
dus moet men de nature verstae?i 
ende leren om dat ment aldus moet 
genesen. versceeden alsosiverscee- 



den ende gedeilt siin va» harer natw- 
ren "). Dats te verstane, dat hete ende o 3a. 
dat droge, met medicine?i cout ende 
versch. dat es ^contrarie, ende also G 3d. 
es men sculdech alle ziecheiden 
te genesene. *& Int vorste deel van 
den hoefde so siin die ogen. die 
nese. entie mont Ende boven den 
ogen siin .2. bene die niet en siin 
vanden herssenbeckene. mer si 
siin scilde 5 ) vanden ogen. ende lig- 
gen lanx [ofte dwers C] onder 
die wintbrauwen 6 ) Dbee?i vanden 
hoefde es van vele stucken dats 
[gedaen C] om vele nutscapen. 
Dierste om dat daer vergadren 
die stucken daer die zenuwen uut 
wassen, dander es om datter dalen 
in die adren entie arte?'iën om te 
gevene de?i herssene?* hitte, voetsel 



J ) G:Dat hovet 
es van .3. pertiën 
vore es eene dye 
myddewaert eene 
andere achtere dye 
derde aldus : {zie 
fig. I) 

2 ) C : hebben- 
de van den ghee- 
sten lettelle ende 
lettel van den 
marghe 

3 ) G : dye men 
heetet no been 

4 ) G : ende alsoe 
verscheyden soe 
moet men thovet 
ghenesen alsoe dye 
deele verscheeden 
zijn 

5 ) C : scedele 

6 ) G: oghe brau- 
wen dat sijn dye 
wintbrauwen 

L : wynbrauwen 




Fig. L 



8 



ende geest ende alle die zenuwen 
die comen uten hoefde ') „\ 

b 108a. Terdde es om dattie herssenen 
hebben hem [zelve?* G] daer dore 
te lichtene 2 J ende uut te stekene 
die hitte die hem contrarie es. 
Tflerde es om dattie huve 3 ) die 
men heet die herde moeder es 
vast in die vergaderinge vander 
m ouden, ende vanden slape ende 
vander nolle, ende dat an die 
g 4a. been. ende hange?i aldaer die 
herssenen ant been onder die 
celle 4 ). de welke men heet hers- 
senbecken. dat de scilt es van den 
herssenen die moru siin ende wit 5 ). 
Waerbi dat selke philosophe seit 6 ). 

L 144b. dattie herssenen siin cout ende 
versch [ne ware tghemeene seyt 
datsij sijn heet ende versch G] 
ende ratech tusscen. 2. tafelen, 
daer die vorseide adre?i in lopen. 
ende om dat daer die hitte van 
den herssenen in spaersen 7 ) soude. 
c 3b. ende daerna uut comen 8 ) soude te 
harrer vergaderingen, de welke ver- 
gaderinge siin tanden 9 ). Ende alst 
therssenbecken daer ontwee 10 ) es. 
dan eist tontsiene dat die liese ge- 
wont es. dan es tontsiene die doot u ). 
•I Thoeft es in drien gedeilt alsoet 
vorseit es. int vorste deel lege£ 
die kennesse van den mensche. 



Alse zien. smaken ende rieken. 
Dat zien es om ondersceet te heb- g 4b 
bene of kennesse te dragene tus- 
scen wit ende swert. of donker 
ende licht ll ) ende des gelike. Die 
smaec es te hebbene ondersceet 
tussce?i gesouten ende versch ,3 ). 
ende des gelike. Roke es te hebbene 
ondersceet tusscen stinkende ende 
wel riekende '*) ende des gelike. 
«I Int middelste deel legt die redene 
ende dat horen, die redene dat 
es heesch ende andwerde l5 ). horen 
dats verstaen ende andwerde 
geven [van datmen seyt ende 
van G] dattie mensce hort. Ende 
daer omme es in dit deel tgepeins 
[ende der memoriën C] vanden men- 
sche. €][ Int achterste deel so legt die c 3c. 
onthoudenisse wat dattie mensce 
hort of gehort heeft dat gaet lig- 
gen int achterste deel van den 
hoefde. Dus segt cort rogerns in 16 ) 
roelandinns in latij?i In prima l 144c 
cellula sit ymago. in media ratio, 
in posteriori memoria <I Die hers- 
sene» liggen tusscen .2. huven l7 ). 
daer dene af heet dura mater, entie 
andre pia mater, dats te seggene 
genadege moeder 18 ). Mer herde 
moeder es dicke ende vast om dat 
si legt naest den bene. ende sleet 
daer iegen altoes Ende dese mach 



') G : omme te ghevene hitte den hersenen, ende voetsel ende gheeste alle 
dye zenuwen comew(de) uten hovede 
*) G : te luchtene 3 ) G : huut 4 ) C : selle. G : scelle 8 ) wet = vochtig 

6 ) G : alle dye phylosop(/i)e segghen 7 ) G : persen 8 ) G : daer ute spruten 

9 ) L : ende daerna ute comen ten hare vergaderiwghew soe syn die tandenringhew 
(tandeeringen) aldtts (eenvoudige schets) ende heet die comrausure. In G onbe- 
holpen schets. 

10 ) C : in twee 

u ) L : dat die liese es ghequest ende ghewont ende alsse ghewowt es soe is te 
ontsien die doet. G : dan es die gewonde in vrese vander doot 

12 ) C : claer 

13 ) C : tusschen bitter ende soete. G : tusschen bitter ende soete tusschen ghe- 
soutew ende verschs 

M ) L: goede luucht lB ) G:heesschen ende antwerden 

16 ) C en L : ende 17 ) Cm L: huden l8 ) G en L : sochte moeder 



g 4c siin gewont. of si mach apostemeren. 
[oftzweeren G] ende genesen sonder 
meskief van den live den gewon- 
den. Mer die genadege moeder es 
dunne om die hersenen diere in 
liggen besloten, dese mach qua- 
like wesen gewont ende genesen 1 ). 
Nochtan seit galienns dat hi sach 
enen die beide die liesen hadde 
gewont. ende hi genas, maer het 
was so cleine dat van den hersse- 
nen niet uut en quam [ter wonden 
G]. Thoderijc seit daer iegen dat 
hi sach ene?z scedemakere 2 ) in die 
stat van luken den welken 

b 108b. dat hi uut dede dat achterste 
deel vanden hoefde, ende hine 
verloes :i ) niet. mer hem bleven 
c 3d. alle sine werke 4 ) van . natnren. 
CJ Tusscen dura mater ende pia ma- 
ter vergadert .1. materie bi grara- 
scapen of bi vare. entie daerna 
wert dicke. ende bi beslotender 
hitten diere [in C] es. ende dit 
mach wel siin [bi natueren ende C] 
sonder den mensce te qnetssene. 
Ende gevalt dattie mensce wert 
gewont int hoeft so dat therssen- 
becken brect. ende dura mater wert 
g 4d. gewont of geapostemert waerbi 
datter herde humoren uut corner. 

L I44d. ende dan wanen enege leeke 
meesters dat herssenen siin. neent 
niet. Ende dus siin si bedrogen 
ende doen den lieden ende hen 
selven logene te verstane. Want 
die herssenen en mogen niet siin 



gewont. entie zieke daer af gene- 
sen. want het es .1. led prtncipael. 
daer al die beseffelicheit 5 ) ute 
spruut die de mewsce over hem 
heeft. Hets hier af gnouch gespro- 
ken, mer ie wil spreken van dat- 
ter surgien bestaet fi ). 

Cap. 2. 

€[[ In wat maniere(n) th(er)ssen- 

becke(n) gewont mach nin i(n) 

die tekene(n) vande(n) liesen 

gewo(n)t alse dura mat(er) 

e(nde) pia mat(er) 7 ). 

Het gevalt datmen thoeft mis- 
selike wont. Men wonde£ onder- 
wilen dat dbeen brect. ende onder- 
wilen dat niet en brect. ende onder- 
wilen brekei dbeen met cleinre won- 
den, ende onderwilen met groeter 
wonden [ende wyde G]. Ende wet 
dat beter es therssenbecken te bro- 
ken met groeter wonden int vleesch. 
d&n mei cleinre. Want met cleinre g 5a 
wonden moet men de wonde meer- 
ren 8 ) om te bat den herssenbec- 
kene te helpene. Also men u leren c 4a 
sal hier na. Ende onderwilen bre- 
ken dbeen herde zere met cleinre 
wonden, ende onderwilen met 
groeten wonden. Maer hoe die 
broke int herssenbecken comt. al- 
toes es men sculdech to?itsiene 
vanden liesen. want onderwilen 
wont men die herde moeder ende 
onderwilen die sachte moeder. 



*) C : dese mach qualic ghewont sijn datter die siecke of mach ghenesen 

: ) C : schedemaker. L : scoemaker 

*) G : ende hij genassene ende hij en verloes niet 

4 ) C : ghewerken 

5 ) L : ghevolen 

6 ) C : toe behoert 

7 ) C : Van den hoofde ghewont ende van dura mater dats die upperste lijse. 
G : Vanden hersebecken ghewont in elc deel. 

s ) C en G: wijden 



10 



€J Alse die herde moeder gewcmt es 
dat mach men bekennen bi desen 
tekenen. Want die gewonde heeft 
groete sweringe int hoeft '). om 
dat daer es versceden datter te 
gadere behorde te sine gevoecht. 
dansichte root ontsteken, om dat 

L 145a. die geesten derwert lopende siin. 
entie ogen blakende, die to?ige 
brunende om die cortssen. ende 
on verstandelij c te sine om die 
storberinge 2 ) van den geesten 
ende van den humoren s ). CJ Ende 
g 5b. alse die sachte moeder es gequetst 

b i08c. so mogedijt bi desen tekenen 
bekenne?*. Alse bi fauten van 
crachten 4 ). van smake. ende bi 
dat hem niet en smelt sine spise 
onder hem ende dat hise gene 
macht en heeft te stekene van 
hem met crudene. ende bi dat hi 
niet spreken en mach bi den gees- 
ten enten roeken die in die roe- 
rende lede siin. of die zenuwen 
die de tonge vervullen, dat si 
niet en mach werken haer werc 
vsrn natnren. 

Cf Om te wetene of pia mat(er) es 

gewo(n)t op sek(er) teke(n) 

vand(er) doot. 

Puustkine comen onderwilen int 

ansichte biden voetsele daer ge- 

trect bi der cracht van natnren. 

ende niet lichamlike. ende bloet 

ende etter loept hem onderwilen 

uten oren ende uten nese bider 

zelver redenen of. bider fauten der 

onthoudende s ) natnre ende oec den 

vasten lichame bi den geesten die 

c 4b. lopen ter wonden, entie vercranc- 



heiden vanden instrnmente van- 
den leden die den lichame voeden. 
Ende es te verstane of den vasten 
lichame of den lichte?* lichame hem 
lieden volgende es. dat dicken siin 
vortekene vander doot. ende dat 
noch arger es beven ende daerna 
hitte van cortssen .3. werf of .4. G 5c. 
sdages come?ide den gewonden, 
dat siin qnade tekenen, want 
die natnerlike hitte sceedt haer 
vande?i wonden ende vanden 
lichame 6 ). de welke hitte si moeten l hoi 
hebben int achterste, ende dats .1. 
gewarech 7 ) teken vander doot. 
Ende alle dien dat toe comt van- 
den vo?*seiden .2. laetsten tekenen 
ontbeiden si die doot binnen den 
ondersten dage 8 j ende sonder- 
linge alse enech van den huven 
van den herssenen gewont siin. 
so sterven die gewonde int ierste 
volle mane. dat gesciet sonderlinge 
om dattie lichamen van den pla- 
neten hebben heerscapie optie 
ertsce dingen, werbi dattie mane es 
moeder der wacheiden van ertseen 
lichamen, ende die versceit van- 
der manen gevoege£ meer die versch- 
heide vander erden wassende, ende 
dan die verscheide vanden hersse- 
nen wassende, doen die herssenen 
verspelen grotelike. ende en mach 
niet onthouden die herssenen sinen 
scieten uut haer rechter stede, want e 4c 
sine hebben geen onthouden 9 ) alse 
die huve gequetst es. ende a\dms 
sterft die gewonde, waerbi grote 
vrese es gewont te sine int herssen- 
becken ende daer behort grote const 



') C : bedi dat de pacient heft groete pine inthoft a ) G : verstoringe 

3 ) C:ende onverstandich tsiene owme die gheesten ende die humoren die ver- 
stoermt sijn. L : owme die gheesten ende die humoren die der verstormt sijn 

4 ) L : als by gebrec van smaken 5 ) C : ontfandender 

6 ) C : bedi die natuerlike hitte stect hare van den hende des lichame 

') C en L: warachtich s ) C : + daghen. G : hondersten. L : xo daghen 

9 ) C : onthoudenisse 



11 



g 5d. toe dat herssenbeken wel te medici- 
neerne J ) ff Mae?- bruun 2 ) seit. dat 
hire vele genas die dura mater 3 ) ge- 
wont ende ontwee hadden, mer 
hebbende die vorseide tekene 
en sach hi noyt en genen ge- 
nese?z. Ende noch orcont hi dat 
hi genas die pia mater hadden 
ontwee. mer het was herde cleine *) 
dattie hersene?^ 
b i08d. n i e t uu t lopen en mochte?i. ff Ende 
l 145c. galieenorcontintco?nmentvande?i 
anphorisme. dats .1. boec vanmedi- 
cinen die also heet. dat hi oec sach 
den nienegen die pia mater hadden 
gewo;it met clei?ider wonden die 
oec genasen. ende dat bediedt hi 
nerenstelike 5 ) alse hi seit. alse die 
wonde comt ten herssenen dat si 
uut lopen, sonder twivel dan stervet 
die mensce [ende dat vynt men in 
plantegine In den anderen boec 
bescreven ende seyt dat hem vele 
zotten beroeme?i dat sij hebben 
ghenesen dye de hersenen ute 
liepen ende vulden dye stede 
met cottoene twelcke dat valsch 
was ende onrechtverdich Deo 
gracias Gr] 



Cap. 3. 

ff Hoe thoeft gedeilt es einde) hoe g 6a. 
me(ri) die deel sol moge(n) 
medicinere{n) 6 ). 

Het siin vele ziecheide?i int hoeft, c 4d. 
alse caphalea. monapagia. emigra- 
nea. ende andere ziecheiden die ter 
surgien niet en behoren, ende daer 
af en willic hier niet spreke?z. mer 
dat der surgien toe behort. ff Thoeft 
es ondertiden gewont int vorste 
deel. [ofte dat middelste deel ofte 
dat achterste deel dat es bedi te 
verstane dat men elcke stede ende 
deel sal gheven medicinen ghelijc 
dat ons vorseit es. Alse dat her- 
senbecken in dat voerste deel 
ghewont es C] dan verbieden die 
actors. datmer niet op en legge 
heete medicine ende droge om dat 
deel heet ende droge es. Nochtan 
doen. heete medicine?i vleesch was- 
sen in meneger steden bi natnren. 
Want hete medicinen ende versche 
doen bi natnren vleesch wassen bi l U6d. 
natnerliker redenen. Nochta?i ver- 
biet hijt bi redenen datmewt niet 



1 ) Wellicht iets duidelijker in L.: 

ende namelike als eneghen in die huve van der hersenen in ghewont sy soe sterft 
hij inder eerster volle mane dat geschiet der naturen om dat die lichame van 
den planeten hebben eerscapien op die eeische (aertsche) dingen waer bi dat 
die mane es moeder der wacheden vanden aertschen lichamen Ende die verse, 
hede vander manen ghevoucht soe met die verscheden vander aerden wassende 
ende dan die verscheden vanden hersinen wassen doen die hersine ende lopen ute 
Ende mach by verscheden niet onthouden ende verschieten van haerre gherechter 
steden bedy sine hebben ne gheen onthoudenisse als die huve ghequest is Ende 
aldns soe stervet die ghewonde biden welke groet vrese es int hoeft ghewont 
te syn vanden hersenbecken Ende hoemen den hersenbecken ghevolghen mach 
owme te medmneeren der behoert grote const toe. 

2 ) C : brune. G : Galienus. 

3 ) G : pia mater 
*) C : soe cleene. 

5 ) C en L : vasten 

8 ) C : Van der delinghen der natueren des hoofts ende sijn werc. G : Van vele 
siecheden int hovet. 



12 



en legge op dmiddelste deel van- 
g 6b. den hoefde, om dat heet es ende 
versch. want het mochte daer ver- 
techeit ') toe bringen. om dat daer 
vele marchs es in die stede. Maer 
therssenbecken te broken int ach- 
terste deel. daer so legt coenlike 
versce ende hete medicinen. want 
dachterste van den hoefde es cout 
ende droge. Ende alst herssen- 
becken tebroken es. so en maecht 
niet weder volwassen siin en werde 
eer leden .30. dage of .45. en ware 
in jongen kindren 2 ) van .18. jaren 
c 5a. of daer onder, want dese hebben 
in die verscheit van haers vaders 
natnre. datmen heet sperma patres. 

[Dits een goet natuerlic teeki{n). 

Ende een goet natuerlic teekin 
ende een goet cappittele wilden 
de mesters der op studeren ende 
daer naer werken sone soude 
hem niet ghebreken ende si sou- 
den behouden goede ende wel 
wesen metter werke ende si souden 
goede behouden die ons dire conste 
met sinen bloede ende ghi mesters 
laet dat doch dor sinen wille 3 ). 
Ende omme dat exempel te ghevene 
dat wy ons exponeren ende wach- 
ten van sonderk'c '') lieve kinderen 
heer (hier) op soesiet ende ebter com- 
passie op ende stelt al uwe gewerke 
op gode alre erst ende ten beghinne 
van den werke soe siet ofte ghijt 
met gode doen moght. ende dat ghi 
doen moght met uwer const en 
der lieder profijt. Dan sel god 



werken met hu (u) ende metter hul- 
pen van hem soe sal hu werc wel 
varen want gode side sculdich 
ane te roupene met allen sinne l 146a 
in alle uwe beghinnen van uwen 
wercken. Ende dat hem toe bevelen 
mach want hi is principal van der 
consten ende van den wercke 
van der hant. Ende ghi lieden die 
Cyrugien wesen wilt ghi moet 
hebben dese navolghende pointen: 
conciënce leeringe gode 
wandelmge minlike ende 
subtijl ende vol commen van 
sinen leden. C] 

Cap. 4. 

In isto cap(itu)lo potestis scire q(uo)d 

p(er)tin(et) ad cyrurgicu(m) et q(uo)- 

m(odo) se ip(su)m h(ab)ebit et reg(et) 

et o(mni)s articulo quos tene- 

(tur) h(ab)ere de jure 5 ). 

Wi selen weten wat orborlijc c 6b. 
es eiken surgijn. Ierst dat hi si 
volmaect van sinen leden, ende 
wale getempert van sire com- 
plexiën. Daer bi seget rasis. 
wies ansichte dat qnaet ende lelijc 
es mach qnalijc siin van goeden 
engiene 6 ). Want der qnader ge- 
danen 7 ) volgen gerne qnade seden 
ende qnade complexiën. dats qnaet 
in den werken. Dat seit avicenna. 
die .1. scoen anscijn heeft hem 
en es niet onmogelijc dat hi si 
van goeden zeden. Ende hijs oec 
sculdech te hebbene wel gemaecte 
handen ende cleine vingren ende 



l ) C : verscheit 

5 ) C : Nou soe verstaet dat hersenbeckin tebroken ne mach niet wassen 
sine waere eer leeden 30 daghe ofte 40 het en waren jonghe kinderen 

3 ) L : Ende si souden gode behouden dat sine dat hi diere cocht met sinen 
blode dat ghi dat ghewerdicht te latene dore sinen wille *) L : sondew 

5 ) C : wat een cirurgien toe behoeren moet. L : Wat dat oerberlijc is eiken 
syrugijn. Dit hoofdstuk ontbreekt in G. 

e ) L : mach qualic goet wesen van enighen goeden seden ') C : ghedaente 



13 



lanc. ende stare van lichamen ende 
niet bevende, ende claer siende. so 
dat hi siin werc wel macht heeft 
te voldoene ende van gestade?i 
sterken sinne. ende snotyl. ende niet 
gierech. [bedi de ghierichede be- 
drijft den menighen soe ende ver- 
blenten dattet sine versta/misse 
most. ') C] «I Galyenns seit dat hi 
natnerlike moet 

b 109a. siin oetmoedech. ende stare in 
sinen moet. Ende hine moet hem 
oec allene niet verstaen van medi- 
cinen. maer oec coenen sine boeken 
van naturen dat heet philosophie. 
Want grammarie, logike. rothorike 
ende ethike. dese .4. consten leren 
alle dinc met redenen proeven. 
Wa?it logike leert ierst proeven 
alle dinc met proefliken redenen. 

l U6b. Ende hi moet oec connen sine gra- 
marie. die lere£ die bediedenisse 
van eiken worden in latijn Ende 
sine rethorike want die const leert 
c 6c. begadelike spreken elke redene. 
gelijc dat wi horen mogen an die 
taelmans. mer sine hebbent niet uut 
consten van boeken mer bi gewoen- 
ten. Ende hi moet oec connen sine 
ethike. want die const leert goede 
zeden. Ende hine moet oec niet 
wesen gulsech. mer sober ende 



levene. ende niet 
getrouwe siin in 



cuusch 2 ) van 
nidech ;< ). ende 
allen stucken. Ende hi moet hem 
selven al geven ten zieken, also 
dat an hem geen gebrec en si. van 
dat hem. of sinen zieken of der 
curen toe behort om te voldoene 
mester helpen gods *) <J Ende in 
thuus daer die zieke legt en sal 
hi gene worde spreken dan die te 
siré curen 5 ) behoren ende om des zie- 
ken orbore. ende en houdt niet vele 
talen 6 ) iegen die vrouwe of iegen 
(die) dochter of iege?i diemaerte 7 ). 
no en hebt met hem lieden genen 
raet dan om u cure. Noch en zietse 
niet ane met ydelen ogen. Want 
die lieden siin scalc 8 ). ende sulke 
sake maect vele vianden. maer die 
surgijn heeft wel te doene dat al 
die liede siin vrienden siin 9 ). Waer 
bi ie u oec verbiede dat ghi met 
niemen en bordeert. want men 
weet niet wie wel spel can ver- 
staen of verdragen. No hine sal oec 
iegen niemen fellike scelden. mer L U6c. 
alle surgine ende alle clergie 10 ) sal 
hi eren. ende niet beniden dat si wel 
varen, ende hem selven niet pro'sen. c 5d. 
ende hoefscelike wandelen, ende dus 
suldi comen in goeden name n ). 
Ende gene sware cure en seldi 



') L : mest 2 ) C : scuusch a ) C : ende niet ghierich noch nidich 

4 ) C : ende hi moet hem over gheven sinen lichame den siecken dat gheen 
ghebrec ane hem ne sijn (si) van dat sire curen toe behoort omme des sieckes pront 
ende sine cueren te vol doene 

5 ) L : consten 6 ) C en L : langhe tale 

7 ) L:jeghen die vrouwe of dat ionc wijf ofte docter of dies ghelike 

8 ) L : waer om die lude syn somme alte grawakel (l: gawrdkel) 

9 ) C : ydelen oghen bedi die lieden sijn jackeleus vele van haren wiven ende 
het maect vele vianden ende lettel wrinde (l : vrinde) 

10 ) C : alle medicinen ende alle clereken 

u ) C : ende hem selven ne sal hi niet prisen maer hi sal hem andere liede 
laten prijse van sinen goeden werc ende aldws sal hi commen in goede 
name ende wandelen hoveschlike ende hi sal wesen van heuscher tale ende 
alle die van uwen ambouchten sijn die doet eere ende sprect altoes wel after 
hem lieden 



14 



begeren daer ghi gene hope toe 
en hebt '). ende moetij t doen over- 
mits beede. so segt den vrienden 
alle die vrese. ende dat ghire u 
beste met doen selt 2 ). Ende de?i 
zieke» troest altoes wel s ). Ende 
maect clare ende vaste vorwarde 
als de zieke ten alderziecsten es 
[ende aller meest tonghemake want 
clare verworde brect alle strijt C] 
l i46d. Ende va» de?* riken nemt wel uwen 
salarijs. Enten arinen dient vrien- 
c 6a. delike om gode die u de macht 
verleent. 

Cap. 5. 

€J Dits leri(n)ge hoe me(n) ierstw(er)f 

sal v(er)make(n) entie wondein) te 

nayene i(n) elke stede ''). 

Alse ghi sijt geroepen teenre 
nuwer wonden, so besiet waer met 
si gemaect 
b i09b. es. so gevallen so geworpen so ge- 
slege?i 5 ). Ende ot'sijns (sijs)te doene 
heeft 6 ) so wiecse 7 ) ende legter op 
.1. plaester van stoppen 8 ; genet int 



witte vanden eye ongeslagen, want 
metten slane ne??it men hem vele 
van sire coutheM ende van sire G 6c - 
limachtecheden 9 ) die sweetgate l0 ) 
te stoppene in die stede. Ende of 
ghi t witte van den eye niet en 
hebt. so nemt siins selfs bloet want 
het dwinct herde zere alst ver- 
droecht es. Sulke n ) nemen water 
ende aysiin ende netten n ) daer in 
haer plaester. Maer ie nam dicken 
haers selfs bloet n ) ende bant also 
ende het voer herde 14 ) wel. Ende C 6b. 
alse ene wide wonde es geslage?* 
met .1. swerde of dies gelike. essi 
te wyt. so naytse. ende begint in 
die middewert o f ter .3. poen ten 
toe behorden. ende ofter .2. poenten 
toe behoren so naytse slecht ge- 
deilt. ende doet der in ene wieke 
daer dat etter uut lopen mach. ende 
stect die steke?i so diepe, dattie 
wonde also wel slute in den bodem 
alse boven, so datter geen etter in 
en gadere also na alse ghi moget. 
Want als men die wonde boven 
nayt ende in den bodem niet en 



') L : Ende alte zwaer cure en suldi niet begheren want ghi mocht uwen 
goeden naem dermede verliesen waer by dat ie u rade dat ghise laet varen 
ende niet aen en neemt het en waer by beden vanden zieken ende van sinen 
vrienden 

2 ) L : Ende gheloefter niet meer an dan dat ghise doet dat best dat ghi moghet 

3 ) C:Ende aldtts sijt royale ende den siecken troest altoes wel ende ofte 
hi onverduldich es soe troesten met uwer soeter tale. ende sijt altoes goe- 
dertiere jegen uwen siecke Ende ofte ghi hoort uwe onghenouchte verdraget 
goedertierlike van ontscamelen lieden van den smeeckers ende van den loge- 
naers soe suldi hu wachten waer ghi sijt. Ende sijdi daer onder gheraect soe 
maecter hu of quite soe ghij erst moght ende antierse hoveschelike al sout over 
hu gaen dats myn raet 

4 ) G : Van bloede te stelpene. C en L : Van wonden eerst werf te vermaken, 
ende te naeyen. Tekst van sperma patris af (blz. 12 l e kolom) tot hier ont- 
breekt in G. 

5 ) In C ruimte opengelaten , bestemd voor een teekening. 
•) C : ende ofte sijt van doene heeft 

7 ) G:wydse 8 ) L : werke 

°) C : benemt men hem vele van siner limicheit 

10 ) C : die poros dat sijn zwete gaten 

") C : eenighe mesters u ) G : doppen 

' 3 ) C : alse ie gheen witte van eye ne hadde M ) C : seere 



15 



slut. so vergadert gerne etter m 
den bodem, ende dan so comter af 
soinwile lanc werc. datmen heet 
fistel '). also mew u hier na sal 
seggen. ende bedieden wat die 
G 6d. festel es ende waer af si corner. 
LU7 a. ff Ende die naelde daer men won- 
den met nayt die moet siin .3. 
cantech. entie oge moet siin ge- 
gracht, dattie draet mach liggen 
in die gracht, so en werdet niet 
te dickere an die oge 2 ). Ende die 
draet ware goet gewast hi soude 
tfleesch te noeder sniden ontwee 8 ). 
of nemt .1. roden zidinen draet of 
wit ziden draet 4 ). Ende ofter enech 
splinter in si van henen, so doet 
ute eer gi die wonde nayt. Ende 
altoes wacht wel datter geen dine 
m en si eer gise nayt. ff Ende of 
gire met en sijt toe geroepen van 
ierst. ende gise droge vint. so 
verscht 5 ) die wonde ende screept 
haer zanten ende doetse bloeden 
met enen sceerse 6 ). ende dan 
naytse. Ende of haer .2. lippen 
c 6c verre siin versceede?i 7 ). so doetse 
iemen te gadere duwen mei beide 
sinen handen, ende slaet .2. werf 
uwen draet omme ter ierster werf 



ende daerna slut uwen cnoep op. 
ende cnoept al uwe steken, so 
selense te bat houden. Ende als 
de wonde genayt es. so stroyt o 7a 
opten naet dit pulver dat gi 
vore gemaect selt hebben. Wa(n)t 
het doet de lippen vanden won- 
den, te gadere heilen. also 8 ) roe- 
landijn seit. dwelke pulver men 
maect aldus: ff Nemt die wortel 
vander confiliën die grote, entie 
droge bollen van hermeniën 9 ) van 
eiken .1. 3. ende griex pee dat 
men oec heet colofonie .3. 5. 
mastic ende cleine wit wieroec van 
eiken .s. 3. 

bloet van draken ende mummie 8 i09c. 
van eiken .2. 3. stampei ende mbiget 
al te gadere. ende sichtei dore enen 
dicken teems, ende bestadei in .1. 
busse tote dat gijs hebt te doene. 
hei mach goet bliven meer dan 
.20. jaer in ene droge busse be- 
sloten. Ende dit heet roelandijn 
trode pulver, hei streemt bloet. ende 
oec doet [goet C] vleesch wassen. 
Ende oec eist goet getempert meiten 
witte vanden eye ende geleit op 
.1. tebroken been getempert mei l 147b. 
bloemen 10 ) die cleeft an die weech n ) 



*) L : ende dat heet vestelerew 

2 ) C:ende ghegracht ende dunne naer dese vorme: {Eenvoudige teekening 
van een naald. Zie fig. II) 

3 ) C : want si soude te mijn sniden dat vlesch 

4 ) In G en L vluchtige schetsen van een naald en draad. 

5 ) G : vernyewei 

6 ) C : aldus ghemaect (eenvoudige teekening van een mesje ; sie fig. IV. Ook 
in L een afbeelding van een mes.) 

7 ) C : versceeden wijde 8 ) C : Pulvis Roelandini. 
Nemt die wortel van der mester carsauden wel gedroghet 
bolum armenicum aïïa .§. j. 

colafonie -5~- ij 

masticis 

olibanum ana .§• s. 

sangw*'s draconis 

mummie ana -5- üj- 

hierof maect poulver alsoe cleene alse ghi moghet 

9 ) G : bole van armenyen 10 ) L : mele n ) G : want 



16 



vander wintmolen. also ment visie- 
ren sal int capitel van tebroke?men 
leden. Dit pulver doet die huut 
wassen daer en geen en es ende 

G 7b. daer op geleit wegebrede bladere 
of andere heilende bladere ] ). <& Een 
ander pulver wijst albucasis. ende 
seit dat ment legge op den naet 
van .1. wonden, ende wachte dat 
me»t niet en late comen binnen 
de?i lippen vander woeden, het en 
verport hem nemmermeer vore die 
wonde onder hem heyl es. ende 

c 6d. wijst aldus Nemt .3. deel onge- 
bluscht calx. datmen heet levende 
calc. ende .2. deel van cleinen witten 
wieroke. ende 1. deel van draken 
bloede, ende stampei te hoepe ende 
sichtei dore .1. nauwen teems, ende 
dan bestadei. <I Daer men wonden 
nayt daer es elc steke sculdech te 
sine vingers 2 ) na. Ende en hebdi 

G 7c. dit pulver niet. so seit albucasis. 
dat ongebluscht calc welna al 
tselve doet. 

Cap. 6. 

•]] Van wo(ri)de(ri) te strem(m)ene 
va(n) bloede 3 ). 

Alse de mensce gewont es ende 
die surgijn vint bloedende, dan 
besie in wat steden dat si. ende 
merct waerbi 4 ) dat hi bloedei. Eist 
dat het comt uut arteriën so comei uut 
springende ende uut scietende ende 



dan eist claer ende licht gevarwei. 
Ende cornet slecht gelopen ende 
bruun. so comei uten gemeinen 
adren die voetsel siin van den 
lichame. Ende arteriën come?i van- 
der herten ende hebben .2. hude. 
daer deen af es gecnosecht [dat 
men heit in latijn cartilaginis L] 
entie vervleescht node. want om 
haer du?me bloet ende heet ende roe- 
ringe ende om haer hertheit. Ende l me. 
adren comen vander leveren ende 
hebben in hare bloet. bruun. ende 
dicke. daer omme en hebben si 
maer ene huut. entie moru. 
Noch tan siin alle die hude zenuw- 
ech. Ende het gevalt dicken dat- 
men bloedei ten adren enten arte- c 7a. 
riën beide, ende selden ten arteriën 
allene. want si liggen diepere dan g 7d. 
die adren doen. Waerbi dat ie u 
lere. dat dbloeden 

ten arterië?t es meerder vrese b i09d. 
dan ten adren te bloedene. Ende te 
vele te bloedene es vreselijc. daer bi 
radic u dat gi niemen te vele en laet 
bloeden na uwer macht. Want daer 
comt af groet meskief ende vrese 
vander doot. «I Want daer comt af 
spasme dewelke ie u sal leere?i wat 
spasmns es. dat .1. vrese es vander 
doot. Ende ondertiden comt hem oec 
toe sicken (lihicken) dats oec .1. 
teken vander doot 5 ). Ende esser 
onmacht met sicken (hickeri) dats 



') G : Dus scrijft men in latijn ende aldus ghescreven ende gezent ter speceriën 
sonder ander spreken ment zalt maken ry> cowsolida maior .1. 5- boli hermeny 
.1.5- picis gresse 3 5- masticus olibanys elcs só- drakenbloet mommye ana .2. 5. 
fiat pulvis oft scryftdyt pulver aldus Ro levende calex terdendeel olibany die twee 
deel ende bloet van draken ende maect dit pulver aldus 

2 ) C:daer men nayt soe es elcke stecke sculdigh tsine vingers bret deen van 
den anderen 

') C : Van bloet te stelpenen in wonden waer dat si ligghen ende waer dat si 
sijn. G : Van den hoofde ghewont ende niet toten hersebecken diepe. L : Hoemen 
is sculdig bloet te stempen. 4 ) G : by wat redenen 

4 ) L : Ende is die siechke in onmacht dat is een seker teken van der doet. 
Ende heeft hi gheen verstandenisse ende hi niet en weet wat hi seghet dat 
syn qnade teken. 



17 



die doot. Ende geen verste??nisse. 
ende niet en weet wat hi segt. 
dit siin alle quade tekene??. CJ Nu 
me?-ct hoe datnie?? sculdech es te 
stremmene adre?? ende arterie?? die 
bloede??. Die cleine adre?? machme?i 
stre???rnen lichtelike met plaestren 
va?? stoppe?? daer op gebo??den al 
droge, of met hae?*s selfs bloede 
gesmee?*et of metten witte van de?? 
eye. Entie g?-ote adre?? es rae?? 
sculdech te stremmen e dies gelike. 

g 8a. ende en stremmet niet. so mach 
me??t stre?nme?? metier leri??gen die' 
hier na volgel «I Ald?/s es dierste 
ina??iere dat gi dlet op houdt dat 
niet en dale. ende dat dbloet niet 
l i47d. lichtelec uut e?? sciete. ende drupt 

c "b der op cout water om dlet te ver- 
coudene '). daer bi so keert dicke 
dat bloet o??? dat tcoude drijft va?? 
hare de hitte. Ald??s doet tcoude 
die huut ende tfieesch e??tie adre?? 
cri???pe?i. Ald?/,s werden die adre?? 
nauwe ende hebbe?? maniere va?? 
slutene. Mae?* wacht u dat gi en 
geen water daer in en laet come??. 
want het soude deere??. Ende viele 

g 8b. .1. mensce i?? wate?-e alse hi ge- 
wont ware. tcoude water soude 
■ï hem vele q?iaets doe??. want het 
soude de?? hude?? vanden adre?? 
co??irarie siin. want si siin zenuw- 
ech. Ende of die gewonde die int 
water viele te nayene ware so 
drogei he??? dwater wel uter wonde??, 
ende doetse bloeden eer gise nayt. 
t| Ende of die bloede??de niet en 
stre???me£. so stre???tene mester me- 
dieinen die hier na volge£. Wa;?t 
si hebbens macht di[e]re vele siin. 



deen starkere dan dande?-e die ie 
noemen sal hier na alst point es. 
€J Alse gi siet .1. adre of een arterie 
bloede??, so legt daer iegen uwen 
dume of uwe?? vinger, ende stopt 
de??. nio??t va?ider adre?? of der 
arte?ië??. datter geen bloet uut co- 
men e?i mach ende houtse lange 
gestopt, so langer so beter. wa??t 
dbloet dat sal verstorkele?? -) ende 
werden hart. Waer bi dat tge- 
clonterde bloet sal weren dat dunne 
bloet. dat n?'ei ute en sal moge?? 
[comen C]. ende dits ene maniere va?? 
stre???mene. <I End« daerna so legt c 7c. 
daer op .1. plaester va?? droge?? stop- 
pe??. of genet in borne of in aysine. 
of in wit va?? de?? eye of met siins 
selfs bloede. Ierst gestroyt dit 
pulver, va?? cleine;? witte?? wiroke 
va?? aloës epatic. va?? bloede g 8c. 

va?? draken ende va?? bollen van Biioa. LH8a 
hermeine?? va?? elke?? eve?? vele. 
dit sta???pt al tegadere. ende sichter; 
dore ene?? dicke?? teems. Dit seit 
bruu?? legoburge??s?"s 3 ) dat goet f 
es. ende da?? e?? bint die wo??de 
niet te vaste : mer slecht dattie 
wo??de niet en swe?*e. tj[ "Want 
Galyenns seit dattie geeste?? e??tie 
hu???ore?? lope?? altoes ter zerer 
stede??. Waerbi hi seit dat en geen 
dinc e?? let der wonden so ze?'e te 
heylne alse de sweri??ge doet *). 
[Mester hughes pulver de legin- 
bourch. 

<I ry> thucis albiscum et viscosi 
aloës epatici sang?u's draconis 
boli armenici. ana pa?-tes eqnales 
et inde flat pulvis subtilissimi 
et usui rese/wa C]. Dit pulver 



') G:te vercoelene 

2 ) C : versteken. L : verdroghew 

3 ) C : huge de legenbourch 

J ) C : waerbi hi yerbiet dat ghi gheene dinc ne leght op wonden die zweeren 
doen ende ald?<s scrift hi in latine 

2 



18 



minct met wit van den eye ende 
met hasen haer wel cleine gesne- 
den te stucken met eenre scaren. 
ende dit getemperd gelijc der dicte?i 
van zeeme ende daer in genet vele 

g 8d. wieken also groet als amandelen 
ende daer af die wonde wel gevult. 
ende opt plaester so legt van dien 
vorseiden dinge redelike vele. ende 
boven der plaesteren so legt vele 
droger stoppen, of en hebdi gene 

c 7d. stoppen, so maect .1. plaester van 
lininen cleeden ende vele cleets 
daer boven, ende bindetf wel ende 
slecht alsoet vorseit es. ij Of' nem< 
dit pulver dat noch sterker es. 
Nemt gebornen calc. dats gebernt 
calc '). ende also uten ovene genomen 
eer daer water op comt. ende bloet 
van draken, steene daer me« af 
maect cleine laternekine 2 ). aloes. 
wit wierooc. elcs evenvele. ende dit 
tempert mepten hase hare alsoet 
vorseit es. of met coppen gespin. 
<I Een ander pulver dat galyenns 
plach te orborne dats dit. Neem£ 
root aterment of gelu .9. 3. cleine 
wit wierooc .16. 5. aloës. kijst liim :i ) 
elx .8. 5. orpiment .4. 3. steene 
van lanternen .20. 5. eno!e stampt 
dit al te gadere eno3e sichtetf dore 
.1. dicken teems, dat si cleine pul- 
ver, ende hier af strijct optie wieke 

g 9a. ende vult die wonde daer met. ende 
legt va?i dien pulvere vele optie 
wo?ide. ij Nu hebdi vele leringen die 
•j* bruun leert, die hi screef ute?i 
ouden boeken. Ende theodrijc 
screef uut brunen in sinen boeken. 
ende si wrochten daer beide mei 
alsijs te doene hadden. Nu willic u 
besm'ven van lancfranx leringen 



ende wat hem daer af geviel. Hi was 
te melanen gehaelt tenen kinde. dat 
was gevallen met 4 ) ene?i messe 5 ) 
.1. wonde in sine geet adre die 
.1. propere 6 ) arterie es. dwelke 
kint so vele gebloedt hadde eer 
hire toe quam dat mer geen lijf 
an en vant. hi taste sinen puuls 
ende vanten flau of cranc. ende 
welna met. dbloet dat uter won- c 8a. 
den quam was al bleec. Ende hi l 148b. 
leide sinen vinger optie wonde ende 
hiltse so lange dat tkint bego?i- 
ste sine ogen op slaen. <I Fi sende 
ter specerien 7 ) om dit pulver. Wie- 
rooc. wit. tay ende vet .2 5. ende 
.1. 3. aloës epatix. hier af so de (dede) G 9b - 
hi maken een pulver 

Ende tempert metten witten van b nob. 
den eye in die dicte van zeeme. 
ende mingede daer met haer van 
hasen wel cleine gesneden ende 
dat geleit op die wonde op .1. plaes- 
ter van stoppen ende daerna bant 
hire op droge stoppen, ende bant 
also vaste alst weselijc was. ende 
liet aldus tote dies ander dages. 
Ende hi q(u)ammer toe ende vant ge- 
sterct 8 ) ende niet bloedende. Die 
vader vanden kinde bat hem dat 
hijt vermaecte. entie meester ont- 
seit hem. ende liet aldus .4. dage. 
Ende des vierden dages nam hi 
wit van eye. ende olye va?i rosen 
elx even vele. ende tempert merten 
vorseiden pulvere. ende dat dunne. 
ende leidt opt pulver dat optie 
wonde lach ende liet deen merten 
andren weeken. Dies ander dages 
so qwam hi weder ende vant die 
wonde al genesen wel ende vaste, 
dat den vader groet wonder dochte 



l ) G : onghebulst (1 : ongebluscht) calc. 

s ) C:lanterkine 3 ) L : aluun kist lijm 

*) C : in B ) G : int poynt van eenen messe 

*) G : principale ') G : apoticariën 8 ) C : wel ghestremt. 



19 



•f* [ende die mester een deel maer die 
mesterzweech (zweeg?) als hitsachC] 
Cg Echter .1. ander kint van. 18. jaren 
out. was gesteke?i in sinen arm van 
,1. andren kinde me< .1. cleinen 
meskine. ende dore stac .1. adre. 
c 8b. g 9c. ende geracete .1. zenuwe onder die 
L 148c - adre. vanden welken het gedogede 
grote pine in die zenuwen, dbloet 
liep recht ter wonden ende hi was- 
ser toe geroepen, ende als hi dit 
sach hi peinsede leidi daer op 

■f* siin medicament ') dat niet goet 
daer op en ware. want dwitte es 
cout ende limech. ende dat soude 
stoppen die sweet gate vander 
huut met sire tayheit Ende hi hiet 
datmen den arm soude pletten 2 ) 
ende datmen die enden van den 
adren ute soude trecken ende ver- 
bindense. ende die zenuwen confor- 
teren met olyën van rosen daer in 
gegote?i. Die moeder van dien kinde 

•fr dede halen enen leeken meeste?". 
die seide iegen sinen raet. Meester 
lancfranc ginc wech. entie leke 
surgijn bleef daer. ende leider op 
sine medicine daer hi met was ge- 
wone ander wonden te stremmene. 
ende en halp niet. het bloedde altoes 
ende swaer ende tkint crancte zere. 
g 9d. Ende men sende om enen ficisijn die 
des kints vrient was. entie sende om 
meester lancfranc. ende hine wilder 
niet comen. Entie ficisiin ginc selve 
te hem ende vragede hem raets. ende 
hi riet hem also hi vore geraden 



hadde der moeder. Doen ginc die 
ficisiin ende vragede den leken 
meester of hijt soude eonnen ge- 
doen, ende hi antwerde ja. Ende 
hi dede also ende het was genesen 
in corter tijt. Ende of iemen vra- 
gede hoe dat so lange mochte ge- 
dogen sonder spasmeren, hi antwert 
dat het qnam om dat [het L] ydelde 
van den bloede. «J Dit es al 

gescreven om dat elc soude b hoc. 
merken wat hi dade ende waerbi 
dat sine curen niet voort en gaen 
na sinen wille. Daer bi so seggic c 8c 
u. eist dat enege adre es die gi niet 
en moget stremmen met pulvere 
ende met dat daertoe gescreven es. 
so onderstecse 3 ) met .1. naelden 
[drie kant dus (volgt een ruwe 
schets) L] die in heeft .1. gewas ten 
draet *). ende stect die naelde l i48d. 
onder die [hemde van der C] adre. 
ende dan cnoopt beide die enden 
wel ende zere met enen sterken 
drade 5 ). Ende wacht dat gi die adere 
niet en geraect mester naelden 6 ). 
Of hebt .1. plat yser 7 ) met enen 
gate 8 ). ende dit yser salmen legge?i g ïoa. 
over die wonde, of over die adere ende 
dan salmen hebben .1. ander yser 
daermen met die adere tingeren 
sal datmen steken sal dore dit 
gat wel gegloyt. ende men sal 
bernen die monde vanden adren. 
ende wachten dat hi el niet en j* 
berne. dan hi die adere doe scrom- 
pelen ende sonderlinge so wachte 



l ) C:sijn pulver witte, ,pulver' doorgehaald. 

3 ) G : dat men dye adren soude spletten. L : dat men den arm soude banden 
ende trecken. 

3 ) G : omme stectse 

4 ) C : ghetwinden draet ende ghewast 

*) De rest van dit hoofdstuk ontbreekt in L. 
*) In C een afbeelding. Zie fig. II 

7 ) In G afgebeeld; fig. III. Ook in G een ruwe schets van een 
instrument 

8 ) G : met enen platten hovede 



20 



hem vanden zenuwen. Arteriën es 
men sculdech te broyene. so dat 
daer dicke scorssen op siin. ende 
zeerre dan simpel adren. ende iegen 
dattie adere of arterie groet') es. 
so es men sculdech zere te berne. 
Nochtan es vrese als die brarat 
valt. dat si weder mochte?i werden 
bloedende. Waer bi die sekerste 
cuere van bloede te stremniene es 
dat men die arterie of adere uut 

f hale. ende mense verdraye ende 
verbinde daerna. t| In .4. manie- 
ren machmen stremmen dbloet. 
Dierste is dat men verhoude 
dadere so lange dat dbloet ver- 
storkelt ende hardt wert \,i den 
niont van der adre?i of arteriën. 
ende dat men dlet vercoude daer 
c 8d. g 10b. die wonde in es. Dander es met 
pulvere ende met hase haer ende 
datter toe behort alsoet vorseit es. 
Terdde es met brande van viere 
of met medicinen bernende ende 
etende 2 ). Tfierde es mepten ver- 
bindene die adren of arteriën alsoet 
voren geseit es. of ondersteken ende 
verdrayen. <I Ende selke meesters 
siin diere op leggen gebernde plu- 
men. ende andere gebernden vilt 
ende menege ander maniere. Maeric 
heb u geseit na minen wetene dbeste 
dattie oude meesters antierden. Ende 
ie en wasser noyt met bedrogen. 
Maer gi diere met werken selt sijt 
vroet dat gi u medicamente doet 
comen ten monden vanden adren 
of arterië?i ende siere ophouden. 

•f- ende dat vele. ende en doetse niet 
af v[o]re dat si allene af vallen. 



Ende daer is siin te streraniene :5 ). 
daer legse tallen vermakene in 
lanc so meer. Ende en vermaect t 
niet die wonde vore ten derden 
dage. of langere of sijs te doene 

heeft, of sine swoere alte zere. B ,,0d - 
ende da?i besiet wanen hare die G 10c - 
sweringe comt. ende als gijs vroet 
sijt. so betere^ haere vroedelike 
na u macht, [oft ghij wilt lanc- 
frants pulver doen maken ter spe- 
ceriën so scryft aldus, thuris albi 
gommozi et pinguis. 3 .2. aloës epa- 
tici. 3 .1. fiat pulvis subtilissimus G]. 

Cap. 7. 

«I Van de(n) hoefde gewo(n)t e(nde) l HSd 
n(iet) tote(n) h(er)ssenbeckene. 
e(nde) ierst va(n) .4. Uden 
int jaer 4 ). 

Als men gewont es int hoeft. 
ende therssenbecken niet nes on- 
twee, enter niet toe en comt so 
nerat dwitte vanden eye. luttel 
geslagen of niet. ende daer in net 
uwe wieke. ende doetse in die c 9a. 
wonde, ende daer boven legt .1. 
plaester int selve genet, entie wieke 
si vaw stoppen, ende tplaester oec 
of van su veren linen clede. Ende 
eist in den winter, so net u wieke 
in den doder allene. Maer in den 
linte?*. ende '\n den herfst saltu 
netten dijn wieke int witte 
ende in den doder tegadere. Ende 
in den zomer int witte allene. 
[Ende van den uut gaen van 
sprockelmaent tot in gaen va?fc 
meye so menghetf die dodere?* ende 



') G : groot. 

: ) G : hittende. C : die seere heeten 

3 ) G : Ende dair sy quaet sijn te stremmen 

4 ) C:Van den hoofde ghewont ende eerst van den iiij tijden. G : Van dat nie« 
ghewont wert int hooft. L : Vanden hoefde ghewont ende eerst vanden iiij tiden. 



21 



dat witte te gader ende daerin so 
net dijn wieke?i ende smeert also 
u plaester. <I Ende bezegher J ) 
also van der heligher crucen 
messe achter augustws (tshey- 

g ïod. lech scruus dach na den oegste 
G) tot sente andries messe want 
dat witte van den eye es cout ende 
some?it meer slaet somen hem 
meer nemt zijn coutheden ende 
die doder is heet ghetempert in 
■j- den .2. graet waerby ie u rade dat 
ghy den doder te winter neemt 
Ende des somers dat witte Ende 
in die .2. ander tiden die doder 
ende dat witte ghemenghetL]. Ende 
ware die wonde te nayené so naytse 
Ende ware si ingaewde toten hers- 
senbeckene. entie huut die dat 
herssenbecken bint entie daerane 
cleeft ware gewont. ende men die 
[huterste C] wonde genase buten 
entie inderste -) huut niet en ware 
gesuvert. daer af comen den ge- 
l 149a. wonde?i menechwerven cortsse. 
ende sterven daer af. of men en 
holpe hen. Waerbi ie rade also 
lancfranc mi riet ende leerde, dat- 
men neme olye van rosen ende 
warmse ende men nette daerin die 

G ïia. wieke ende legse in die wonde also 
warm alse de gewonde mach ge- 
dogen, ende dat tote die wonde wel 
ettert, ende tfleesch begint wassen, 
c 9b. dan legt in die wonde pluckelinge 
van witten linen clede 3 ). ende daer 
boven .1. plaester van swertter 
zalven gemaect van stoppen, of 
gesmeert op .1. linen cleet. ende 
daerbove/j .1. plaester vaïi stoppen. 



of van .2. vout linen cleets. ende bin- 
dense also met .1. scrodee?2de late?i 
daer toe. [dats .1. goet piaster ter 
sweeringen van wonden te coelne 
ende te zachtene ende dye wonde 
te doen etteren ende te gansene. 
I^o tsap van edecke ende tsap van 
apië?i was swine7^ smout olie van 
oliven ende wijn elcs even vele Aldy t 
doet te gade?'e spelen ende dairna 
myncter in terwen bloemen alsoe 
vele alse bedarff datsi alsoe dicke zij 
alse zeem Ende dyt legghet op dye 
wonde die swert ware. Wacht u 
dat ghijt niet en legt op wonden 
die in zenuwen zijn bedy die vet- 
hede mochte die wonde te zeere 
doen verteren ten ware opt thovet 
oft in vleeschachtegher stede ende g ïib. 
legghet coenlike ende dat heter 
dan laeu dit wyst rolant. G] f 

Cap. 8. 

€fl Die leri(n)ge va(ri) buien gevallein) 

of gestegen of geio(or)pe(n). of 

va(n) wonde{n) optie buien. 4 ) 

Het gevalt menech werf datmen 
.1. mensce slaet met stocken ende 
mei colven. of met steenen werpt, of 
[datmen van hoghen GJ valt grote 
wonden int hoeft, ende niet en 
brect therssenbecken. Ende sonder 
wonde so datter grote buien siin 
entie moru of hart. Daer wonden 
siin daer sceert ierst thoeft 5 ). ende 
daer na wiecse. welke wieken siin 
genet int wit van eye of gemanc fi ). 
of in den doder [allene G]. also die 
tijt vande?ij are wijst. «I Ten .3. dage. 



l ) C : bereedet 2 ) L : onderste 

3 ) L : linwade. De rest van dit Cap. ontbreekt in L. 

4 ) C : Van buien olte gaten ghesleghen met stocken in dat hooft. G : Vanden 
houde (hovede) daert hersebecken gheheel es. L : Wan buien of gaten ghesleghen 
met stocken int hoeft. 

5 ) C : daer sceeret dat haer of met eener scersse. Fig. IV. 

6 ) G : ghemengt 



22 



es daer grote sweri?ige int hoeft, 
so legt die plaester alse roelant 

f wijst bi der leringen van rogerine 
om die sweringe te benemene '). 
«I Nemt soffraen ende leggei in 
watere ende latei daer in liggen 
so la?ige dat dwater gevarwt wert. 
[ende dan siet doere eenen douc 
C] ende daer m doet .1. luttel 
bloemen van tarwen. ende siedet 
te gadere so dat .1. luttel dicke 
[si] ende Iegget o??itrent die wo?ide 
b nia. hetere dan lau. dit sacht zere 
g lic. LU9b. die wonde 2 ). «I Ende wildi hebben 

f dragende 3 ) die wonde, so nemt sap 
c 9c. van adecke ende sap van apiën. 
was ende smout van swinen. olye 
van oliven ende wiin elx even vele. 
dit doet al te gadere spelen'), ende 
daer na mincter in tarwen bloeme 
also vele alst bedarf. dat si also 
dicke si alse zeem. ende dit legt 
optie wonde die sweret. Maer wacht 
dat gijt niet en legt optie wonden 
die in leden siin of m zenuwen 5 ). 

•f" Want die vetheit 6 ) mochte die 
stede te zere vertte?i ende verrotten. 
Maer op thoeft. of op vleeschen 
steden so leggei coenlike 7 ) 
ende dat heeter dan lau. dit wijst 
roela?it ende het heylt wel. €J Of 
nemt dit plaester also lancfranc 
wijst dat gi nemt olye van- oliven 
.1. deel ende .2. deel waters, ende 
tarwe?i bloeme also vele als u goet 
dunct. ende dit ziedt over een dat 



si .1. luttel du?ire dan deech. ende 
Iegget warm optie wonde, dit sal 
dien wonde doen dragen 8 ). Ende 
als die fritsieringe 9 ) uut gedragen 
es. daerna so dwaetse met warmen 
wine. ende daerna so legt der op 
swertte zalve. die wonde tierst ge- 
wiect met pluckelingen van witten 
linen cleede l0 ). Ende emmer sijtvroet 
oft therssenbecke?i si [oejquetst. eist 
gequetst so esser die plaester 
qnaet op. want die wonde es vet 
gnouch vander vetheit vanden hers- 
senen al en leide men niet daer 
op olie of ander vetheit 

<J Aldus maect men swerte 
zalve ' l ). Nemt olye van oliven ende l U9c. 
wederen roete 12 ) van eiken .1. 'S' 
ende scip pee .s. "ft*, ende griexpec 
dats colofonie. 3. 3. was in den 
zomere .3. 5. in den winter .2. 3. c 9d. 
mastic. olibanum. galbanum. armo- 
niacum. serapinum. oppopanacum. 
terbentine van eiken .s. 3. geconfi- 
ciëert aldns. Nemt die olye ende 
dat roete ende dat scip pee. ende 
dat was meiten gommen die men g lid. 
niet en mach pulveren, alse gal- 
banum. armoniacum. serapinum. 
oppopanac in een verloodt vat. 
[of pot die wel gheloet is L] dit 
salme?i altegadere smelten op .1. 
cleine vier. ende alst wel gesmol- 
ten es. dan nemt dat mastic ende 
olibanum ende dat griex pee wel 
gepulvert ende minget meiter oliën 



') 


L: 


'-') 


C: 


3 ) 


C: 


4 ) 


L: 


6 ) 


L: 


')C: 


") 


L: 


9 ) 


L: 


'") 


G: 


") 


C: 


«j 


G: 



om die sweringhe gaen doen sitten 

Dit saft (sacht) ende soet de wonden. G : want zij schoent ende zachtet 
draghende. L : droghende. 
ende dit siedet te gader 
op zenuachtich wowden. 8 ) C : verscheit 

stoutelic. 
droghew 
quetsure 

: witte line hoeftdoecken die zuver sijn. L : plocken van lijnwade 
Onguentum fuscum 
scapen ruet. L : ruet 



23 



ende metier andren dingen altoes 
roerende metten spatule. Ende dits 
teken dat genouch es. laet .2. 
dropel druppen op .1. merbersteen. 
houde£ wel te gadere ende het cleeft 
an den vinger sonder versceden. 
so eist genouch. so settel van den 
viere ende mineter in die terben- 
tine. Ende alst wel geniinct es. so 
ziet dore een geruum ') gedraet 
line?i of camper cleet. ende dan 
bestadetf tote gijs te doene hebt. 
Ende dese zalve es goet tallen 
nuwen wonden. Si doet goet 
f vleesch wassen si doet cornet 
etter ende trect uut ende heilt de 
wonde. 

b iiib. «I Of doet alse teoderijc dede. 

G 12a. ende wijst alse .1. man gewont was 
in thoeft of eldre. hi nam suvere 
linen stoppen') sonder leemenende 
hi maecte daer af .1. plaester ende 
nettetf in warmen win e ende du wet 
[wat L] ute ende leidt al warm 
optie wonde, ende leider op daerna 
.2. poluwe r ') van stoppen op elke 
side der wonden enen. ende bant 
also met .1. scroede7i. so dat die 
■f* .2. poluwe 4 ) dade?i die wonde te 
gadere luken also wel in den bodem 
alse boven, ende v&nt hi etter dae?' 
in. so dwoech hi die wonde met 
wermen wine ende drogese 5 ) daer- 
na. ende leider op siin plaester alsoet 
vorseit es. ende -aldus genas hi sine 
wonden. €| Ende alse die wonden 
swoeren so leide hi daer op dit 
plaester. Hi nam pappelbladere ende 
zootse in borne. ende daerna leide 
hise op .1. bert c ) ende liet uut lopen 
haer water, ende cappese [met enen 



messe G] dan al te stucke?i. ende 
daerna stampte hise al te stucken 
in .1. mortier, ende dan dede hise 
in ene busse. Alse hise wilde be- L I49d. 
segen tere plasteren 7 ) temperde 
hise met wine ende deder toe also c 10a. 
vele gestampts gruus ende wel 
cleine gesicht also vele alser pap- 
plen was. ende deet te gadere dat 
was also dicke als deech of zeem. 
ende dat leide hi optie wonde, also 
warm alse die gewonde gedogen 
mochte. Dit plaester benam die 
sweringe in die wonde, ende alse 
die sweringe gestelpt was. so genas g 12b. 
hise voort alsoet vorseit es mester 
plaesteren genet in wine. <I Ende 
eist datter siin geslagen buien 
sonder wonde, so legter tierst op 
dwit van eye niet geslagen, ende 
dies derds dages legter op dit 
plaester also warm als die zieke 8 ) 
mach gedogen maer thoeft ierst 
gescoren van den hare daer boven 
Nemt droge bayen 9 ) van laurie[r]s 
gepelt comijn. anijs gesuvert wel. 
elx .3. oneen, dat anijs ende dat 
comijn wel gedroge£ in .1. scerf. 
ende hier af maect cleine pulver 
altegadere gestampt in 1. mortier 
ende gesicht dore .1. teems. Noch 
nemi mastic ende wierooc van eiken 
.1. 5. dit pulvert wel cleine ende 
bestade£ in .1. busse daert niet 
geperst en wert dat niet te gadere 
en cleve. Dierste .3. pulvere ziedt 
te gadere in wine ende luttel, 
daerna nemt ende stroyt daer op 
tpulver van den mastike ende van 
den wieroke altoes roerende, daer- 
na hebt gestampt gruus .2. 5. ende 



s ) C : werc ') C : pullekine 

s ) C : droegdese 



') G:wijt 

4 ) C : pulwekin 

e ) C : bort 

') C : orberew te eenigen plasterew 

8 ) G : geslegene 9 ) G : blayen. L : bakelaer 



24 



\n\nget der met het sal te ba 
6 i2c. c\even te gadere. Daerna nemt 
b me. zeem .1 deel ende minget dei' 
c ïob. met dat si also dicke alse deech. 
ende dan spreidetf op .1. cleet ende 
legget op thoeft also heet alst die 
gewonde mach gedogen, ende \atet 
L 150a. da er op liggen also gebonden .3. 
dage. ende dan doet af. Ende dan 
hebt gereet .1. ander plaester dies 
gelike ende bindei daer op alsoet 
vorseit es. Ende doet dit also 
lange alst geswollen es of swert 
of moru es'), tfl Ie meester Jan 
y per man genasser -met vele lie- 
den, dat andre meesters wilden 
hebben gesneden [ende ie ghe- 
j- nasse sonder sniden L.] Ma eer 
seit dat venkel gestampt met aysine 
ende daer af .1. plaester gemaect. 
ende geleit op thoeft dat gebuult 
es dat geneest. Ende of thoeft es 
geswollen sonder vele belemmert- 
heide?i. so doet thoeft ierst [thaer 
of L] sceeren 2 ). dan nemt pappie 
ende alsene ende ziedtse in watere. 
entie legt optie swillinge. dit saelt 
sachten ende slanke?!. Dit segge?z 
•j- die .4. meesters in hare gelose op 
roelandine [ende op rogerine L]. 

Cap. 9. 

G i2d. f[ Hier leert me(n) ke(n)ne(n) (ende) 

proeve(n) of th(er)ssenbecke(n) 

o(n)twee es m(et) bulein) of 

sonder buien of met 

wonden :i ). 

Alse buien siin geslagen sonder 
wonde ierst thaer af gescoren so 



legter op dwit va?i den eye niet 
geslagen, ende geeft hem .1. twinen 
draet gewast te houdene tusscen 
sinen tanden, ende dien draet 
seldi melken tusscen uwen dume c loc. 
ende uwe vingeren, eist dat dbeen 
ontwee es. ja so waer dat het es 
die zieke salder toe scieten met 
der hant. want die vilinge van 
uwe?t nagele sal hem zere wee 
doen in die broke [dair zijn vele 
andere teekine maer diere en es 
engheen sij en faelgeren onder wylen 
dit en faelgeert niet gheerne G]. 
«I Dits .1. ander teken dat lanc- 
1'ranc 4 ) wyst. Geeft hem .1. cnoop 
van .1. stro ende en mach hine l lBOb 
niet gebiten met sinen tanden 
ontwee. so scinet therssenbecken 
ontwee. Of en mach hi niet craken G 13a. 
.1. not 5 ) of en mach hi niet lanx 
dat middelste led van sinen dume 
o vergape?i ,! i met sinen tanden. <J Of 
nemt dit plaester ende legget op 
siin hoeft ierst gescoren. Nemt 
nuwe was .1. 8. lapdanume 2. ». 
wieroec .s. ffi. Dit wierooc pulvere 
ende minge£ met den lapdanumme 
ende metten wasse bouwende al te 
gadere bi den viere 7 ). ende daer 
al so make alse .1. plate 8 ) ende 
daer in so legt also al thoeft .1. 
nacht of .1. dach. ende daerna doet 
al snbtilike af al geheel, eist thers- 
senbecken ontwee. het wert daer 
iegen gesmolten also [verre L] die 
broke van den herssenbeckene es. 
Ende ot' gi niet en moget hebbe?i 9 ) b nid. 
labdanum ende wierooc. so nemt 



l ) L:of alst zweert 2 ) C : mit einen schaerse aldns: Zie fig. V 

s ) G : Hoe men proven sal off dat hersenbecken ontween is of niet. G : Hoe 

datmew proeven sal oft thersebecken ontwe es. L : Hoe dat men proven sal oft 

hersenbecken ontwen is of en is. 

') G : rolant 6 ) G : note 6 ) C : overlanxs 

7 ) G : bouwen iegen een viere. G : ende met gebouden was teghen .1. vier 
L : ende dan met den wasse bouwen jeghen .1. viere. 

8 ) G : palette 9 ) C : cont crigen 



25 



was [van been L] allene. mer het 
■j- nes niet so goet. «fl Dit wist w i 1 1 e m 
va» congenie ende willew van 
salie te. Alle die vorseide proe- 
G 13b. ven van desew capittele siinmenich- 
werf valsch vonden, sonder allen 
tplaester. dat en faelgiert niet. 
Entie proeve valden gewastew 
drade gehoudew tusscew. dien tan- 
den alsoet vorseit es dits waer 
geproeft. 

Cap. 10. 

c ïod. «I Dits va{n) gevacke(n) af geslage(n) 
sond(er) been e(nde) metten bene 
e(nde) dore '). 

Men slaet dickew .1. gevac va?i 
den hoefde met enen stucke van- 
den herssenbeckene ende niet toten 
herssene?i. ierst so pelt dat stuc 
vandew bene vaw den vlesche. ende 
vernuut de wo?ide daema ende 

G 13c. screepse so dat si bloede 2 ). Daerna 
so nayt se ende begmt \n die 
f rechte niiddewert. ende stect op 
elke side enen steke naerder daw 
vingers naer 3 ). Ende heefse van 
meer te doene so stecse. ende em- 
mer laetse onder opew daer dat 
etter uut mach lope?ï. ende daerm 

L 150c stect wiexkine. Ende wacht dat 
gise niet en stect so lange dat 
dbeen verdroge 4 ). Ende optew naet 
so legt vaw den vorseidew pulvere 
welc dat gi best hebt. tf Ende of 
dat stucke so na ware af geslagen 
dat geen [natuer of geen L] voet- 
sel en mochte hebbe?i het en ver- 



storve ende vertechde 5 ). so genese^ 
metten [roden L] pulvere dat roe- 
landijn wijst, ende met zalvew alse 
swerte zalve of agrippa. dewelke 
staet int boec die me7i heet anti- 
todarius ende nicholauis ende es 
der speciers boec. Ende emmer so 
legt hoven u plaester enen polu 
dewelke die duwe£ tgevac ant 
herssenbecke?i. ende dat niet te 
zere. want te groet bedwa?ic mochte 
weren dat voetsel te comene ter G I3d. 
wonde?z. Ende emmer sijt vorsiew. 
op al uwe euren. wat datter op 
mach comew. ende daeran so legt 
al uwew talent, dats al u gepeins. 
so datmew niet en mach seggew 
van u anders dan goet na' der 
waerheit. [na uwer macht bedy die 
verdient datme?i quaet van hem 
zeghet hij verliest zine goede name 
sijn werc ende sine neringhe bedy 
men vertrecket .1. dincaltoes argere 
dant es ende men vertrect houdene 
ene quaetheyt dan eene duecgt 6 ) 
vele meesters heeft mer vande?i 
dye niet en plaghen te nayene 
noch ne consten. Ende zy vonden .1. 
vac afghesleghen ende daer tbeen 
aan was zij peildent ute onder- 
wilen ende onderwilew betekent 
zijt dair ome ende danne waest 
een lanc ende zomwilen en ghe- 
neest det nemmermeer Ende teghen 
al zulcke cueren wacht u. Want zij 
zijn bedrieg] lij c ne ware datghevac 
af oft ome gesleghen sonder been g Ha. 
ende weder op gheleyt sonder 
naeyew ende dat wel gepulment 



') C : Van ene vacke of geslegew tot den dura mater toe. G : Vandew vackew 

of gheslaghen aldus. L : van enen vake met vleische of ghesleghen dat hanghet. 

'"") L : Ende scertse ende doetse bloeden. G : eenen steke naere den vynghers na. 

3 ) C : die steke een vinger breet. L : ende laetse tusschen eiken knoep een 
vingher breet viten daer die eller uut gaen mach. 

4 ) L : Ende wacht wel dat ghise niet ontsteket so diep dat been daer niet of 
en verdroghet 

5 ) L : rotte 6 ) lees : deugd. 



26 



ende gehande?! dat vergadert onder- 
wilen ne ware het maect eene lelike 
lixeme hier o?wine zijt wel bedacht 
in al uwe curen Ende wel voresien 
wiselike dat ghij niet en wordt 
gheblam?»eert alsoe na alse ghij 
moghet soe doet uwe mach dats 
mijn raet. G] 

Cap. 11. 

C Ha. Dits va(n) gevacke(n) af geslage(n) 
m(et) snidend{er) wapine(ii) so 
dat me(n) siet dura mater '). 

Ondertiden slaet men vaw den 
hoefde een gevac metten herssen- 
beckene tote dura mater, dats toter 
uppe'rster huve?i dae?' die herssenen 
in liggen besloten, ende dan ziet 
f men die herssenen roeren, dat es 
bi dattie huve?i siin gebreit 2 ) bi 
werken van nattwen van den huden 
arteriën die come?i vander herten, 
ende oec siin in de selve hersse- 
nen gele arteriën die den hers- 
senen hitte bringen ende geest bi 
welker hitte??, ende geeste?! de 
herssene?i geve?i de?i zenuwen van 

g i4b. de?i haren. Ente?i hollen zenuwen 
[van den oren ende der holder 
senuwen C] van den ogen trecke?* 
die geeste va?* ziene met gade?-s 
de?' claerrer ke?-stalijnre ende glasine 

b 112a. dunne huden dae?' die pupillen va?i 
de?i oge?i af siin gemake^'). ende 
oec van andre?i dinge?i also die 
anothonomie in sal hebbe?i vanden 
L I50d. ogen hier achte? 1 . «I Alse die slach *) 
we?*t geslage?i met snidender wape- 
nen ende tgevac af ha?ict met alle?i 



metten bene. so pelt ierst ute dbee?i. c ïib. 
ende da?i so tast met uwen vingere 
of die ca?rtkine vanden herssen- 
beckene iet scarp sij?i 5 ) ende vindisi 
scarp. so suve?'tse van harer 
scarptheit eer gi tgevac op nayt 
met enen scarpen yseren instru- 
mente. [aldzw ghemaect onder eene 
suver plaetkin ghescepen alse 
eene pennic (zie fig. VI) d welke 
ware ane een lemmetkin vaste 
Ende dat le?nmetkin waer vaste 
ende breeder dan een stroe. Ende 
dat goet stalir C] Of hebt .1. 
plaetkijn loods, ende dat stect tus- 
scen dbeen enten he?'ssene?i. ende G 14c. 
suvert de ca?*tkine va?i den bene 
van der scarpheit mei .1. beytel- 
kine [dwelke si ghescepe?* aldus 
C; zie flg. XII] wa??t tplaetkiin loods 
sal die he?*ssenen bescermen va?i 
den beitelkine ende v&n den slage?i 
die valle?! op dura mater, de welke 
slage 6 ) gi uut heft met .1. pinche?i 
of met ene?i tanxkine. [pinsette 
aldus ghemaect C; zie fig. VII. 
In G twee afbeeldingen] of men 
sal slechte?! die scarpe cantkine 
met enen groefhake. [die ghe- 
maect es in deser maniren (zie c lic 
fig. VIII. Ook in G een afbeel- 
ding) ofte men sal nemen eene 
formore die ghemaect is van Isere 
ende van staelle wel ghetempert 
daer men die cante?i van den her- 
senbeckin mede slicht en sel ghe- 
maect wesen in deser maniere aldus 
(zie fig. IX) Ende dan muegdi 
die scavelingheen 7 ) hute nemen 
met eene subtiler tanghe die ghe- 



') C : Van enen vacke of gesleghen dat hanghet. G 
L : Van enen facke of gheslegen tot dura mater toe. 
2 ) L : ghebadet 3 ) L : in staen. 
A ) In C onbetamelijke teekeniny. 

5 ) C : iet scarps hebben. 

6 ) Bedoeld zijn: beensplinters. 

7 ) L : screpelingen, beensplinters. 



Vanden vacken al af. 



27 



maect es in deser manieren 
{zie fig. X) Ofte met dusdanigen 
eenen graet huuse soe suldi die 
tanden slichten C] Ende wat 
dat gi werct optie herssenen met 
snidende?" instrumenten, emmer 
wape?it die herssenen ierst met 
.1. plaetkine loods, [ende ymmer 
legt die plalekyn loets onder her- 
senbecken L] Aldus mogedi seker 
we?'ke?i sonde?' sorge. «I Ende als 
ghi dus hebt gedaen ende die cant- 
kine van den bene geslecht, so 

G Ud. nayt dat gevac op ende voentet 
wede?' tsier rechte?' stede ende 
dae?'na elovet tgevac. dewelke 

L I5ia. lippe?i gi versceedt. ende dae?' 
dore suve?'t die herssene?i van 
de?i ette?'e dat valle?i soude 
op dura mater. *R Xe??it nuwe 
root sindael ende snide£ also 
breet alse tgat of .1. luttel bredere 
dan tgat va?i den bene. ende dat 
net int witte van den eye. ende dat 
legt optie herssene?i. ende stekei 
onder dbeen op elke zide also dat 
tsindael si .2. vout of 3. Men nemt 
dat sindael om dat bat weert die 
natheit dan linen cleet. ende oec 
om dat slechte?' es. Ende daer 
boven so legt linen cleet van 
suveren witten hoeft doeken ende 
ander liinwaet dat wit ende suver 
si. want het sal suge?i dat etter 
ute. dat en doet tsindael niet. ende 
bove?i den he?'ssenbeckene so legt 
plaesterkine van stoppen, ende dat 
vele genet in den dode?' van den 

c lid. eye allene of gemaect met olyen 
van rosen dat bete?' es. Want die 

g 15a. dode?'S die gesmieden 1 ). ende olye 



conforteert. €J Ende suvert de wonde 
met deser zalven. Nemt screpe- 
linge van specke va?i baec vlesche 2 ). 
ende olie van rosen elx even vele 3 ). 
ende*) soffraen 5 ) ende minct dit wel 
in .1. mortier ende hier met so 
smeert die wonde omtrent. Mae?' 
opte?i naet so legt dat rode pulver 
[voer ghenoemt L]. Ende alse 
tfleesch o?ntre?it tusscen den stuc- 
ken wel es vergadert entie huut. 
dan so slecht die stucke?i met ere 
vliem en [ende licht dye stucken G] 
ende doet uut eiken steke bi hare B ) 
[selve G] Ende dae?*na so heilt die 
wonde met warmen wine. Ende met b 112b. 
zwarte?* zalve?i of met ande?'e 
zalven, [dye u goetdunct G] 
•f Ende of tgevac (heel L) af ware 
geslege?i metten bene. ende dat 
niet tote dura mater, ende dbeen 
m"e£ dorescoort 7 ) en ware. ende 
ghi daer af seker sijt. so pellet 
dbeen ute van den vlesche 8 ) ende 
nayet tgevac wede?' in sine rechte 
stede, ende legte?' op dat rode- g i5t>. 
pulve?'. Ende int ha?igende vande?' 
wonden so stect .1. wieke daer 
dat etter ute mach pzwgiere?i. ende "f* 
boven den gevacke so legt .1. 
polukij?i dat tfleesch doe tegader 
dwingen 9 ). Ende dies .4. dages so 
dwaet die wonde met we?'me?i 
wine ende daerna so droochse wel. 
Ende dae?'na so legt dae?' op dat 
rode pulver tote dat si genesen es. 
Ende alse gi siet die canten wel 
tegade?'e houden, so snijt die steke?i c 12a. 
ute. dats te ve?'stane die d?'aden 
elc sonde?'linge. Aldus so heylt die 
wonde alse u vorleert es. <JI Vele 



l ) L : suwert ") L : baken vleisch 3 ) L : ana .2. O. 

4 ) G : terdendeel s ) L : .1. O. 6 ) L : ende trectse uut elc bi hem 

7 ) L : doet scrouden 

s ) L : so wint dat been alsame van den vlesche dat daer of ghehouden is 
9 ) G : cleven. L : ende boven den polukin so bijnt met enen subtilen bande so 
dat tflees chalte gader duwet. 



28 



lieden steken tusscen eiken steke 
.1. wieke. ende sine weten niet wat 
nayen bediet ende doen iegen haer 
ierste meninge. ende sine wete?i 
f niet wat si meynen. Want dat 
nayen bediet dat tfleesch te gade?*e 
soude houde?*. ende dat si .1. scone 
lixeme ') souden maken 2 ). Want 
l 151 b. die huut es gewassen van des 

G 15c. vaders natnre. ende so siin die been 
ende al dat de mensce over hem 
heeft, sonder allene tfleesch ende 
dbloet ende dat smere of vetheit. 
Ende hier omme sone mach die 
huut niet weder vergadren also 
si ierst was sonder lixeme. ende 
sone mach te broken been sonde?- 
cnoes ende sone mach zenuwe no 
adre sonde?" bindinge of sonder 
gebint van vleesce <J Ende hangt 
.1. gevac af sonde?- heen gequetst 
so nayet weder op alsoet vorseit 
es ende heilet dies gelike. Ende 
vele lieden leggen wijfs melc daer 
in genet haer wieken ende also 
leggen 3 ) sise. ende al dit doet die 
c?*acht van natnren die haer min- 
gen of verweert met haren swbtilen 

l i5ic. werke?i alsi te boven 4 ) es. Maer 
alsi tonder es dan moet men haer 
helpe?i bi redenen, dats te confor- 
teerne die gequetste stede, ende 
oec 5 ) den zieke?! metten dyeten. 
dats met etene ende met drinkene 

G i5d. Es die gewonde te vol. so moet 
men houden met snbtilen spisen. 
ende met dra?ike die licht es. ende 
beide geven te mate?i. Ende es hi 
te flau, dats te zere verteert"), so 



moet mew voede?& met goede?* 
machteger 7 ) spise?i die snbtyl es. c 12b. 
alse kiekene?i gesode?i pertrisen. 
wederen 

vleesch ende cranken wijn of b ii2c. 
die zieke niet e?* cortsede. ende 
onderwilen moet men den cranke?i 
verteerden die cortse voeden met 
kiekenvlesche. Also u wert geleert 
int capittel van den dyeten. dats 
hoemen sal nemen tfoetsel. ende 
gevent den zieken. 

Cap. 12. 

<I Van de(n) h(er)ssenbeckene ge- 

wo{n)t m(et) snidender wapene(n) 

e(nde) dat gescaelget*). 

Men slaet onderwile?i wel met 
enen swe?-de of met enen fantsoene 
of enegerande wapenen die snide?ide 
es. ende men daer met slaet .1. 
wonde in eens mensehen hoeft. 
ende wonde£ dbeen .1. luttel: da?i 
doet uut die scaelgie?i of dieslage?* 
wel suverlike. ende daerna so wiecse 
ende geneestse met swe?-tterzalve?i. G 16a. 
Ende ie doe u te wetene, eist dat 
sake dat gise niet en suvert wel 
van haren slage?i. dat si (dan) 
node sal [heelen ende G] luken. 
Ende [al C] luucse die slage?i selen 
doen versweren die wonde, ende 
dat ware .2. pine?i over ene. Of 
dragee 9 ) dbeen als tfleesch wert 
daerover' ) gewassen, so selen die 
slagen wasse?z. dor dat nuwe 
vleesch. want tfleesch datte?' boven 



l ) G : huut 

■) G : bedy alse dye huut ontwee es mettew vleesche soe moetter blivew. eene 
lixeme. 

3 ) L : helen 4 ) G : hroken 5 ) L : boet 

6 ) L : Ende is hij te seer verhert 7 ) L : lichte 

") C: vanden hersenbeckin ghewont met snidewder wapinen: soe dat been sceelt. 
G : van dat men slaet met snidender wapenen. L : Dit is van den hersenbecken 
ghewont met snidenre wapen so dat been schelt. 9 ) L : droghet 10 ) L : daerboven. 



29 



sal wasse?! sal sijn wey *) vleesch. 
Ende daer bove?i seldi leggen 
tpulve?- va?! tidelosen. die men 
heet in latijn herinedactelen. dit 
verteert wey vieesch sonde?' zere 
f te bitene. €J Ie late u te wetene so 
waer dattie wint beloept dat blote 
l i5id. bee?! dat dbee?i gerne scaelgei. ende 
luttel ontgaeter (l : ontgadert) of met. 

c 12c. Ende eist dattie wonde int bee?! gaet 
dore die ierste tafle 2 ) so screepse 
met enen groef hake (zie fig. XI; 
ook in G een schets), ende screepse 
■ so diepe dat dbeera gesuvert si. 
alsoet vorseit es toten bodeme. 

g i6b. so sal uten bodeme (in L grove 
schets) ende uten adren die lig- 
gen tusscen 2. tafelen wassen 
goet vleesch. ende daerna sele?! 
die scaelgekine van eiker ziden 
diere verdrogei siin of die tcoude 
stael hebben vercout uut comen 
sonder meer pinen. ende dits 
de cortste cure entie alderse- 
kerste. <I Ende wildi weten oft 
si dorgaet. so scrijft m die clove 
met .1. penne?! met incte. entan 
screept tote dat gire en geen swert 
en vint of en siet. Wa-nt dat swert 
inct soude lopen in die clove tote?i 
bodeme. ende hier met so sidi \er- 
sekert of dore .2. tafelen gaet ende 
doet na dierste screpe??. so screpei 
anderwerf echt 3 ) ende ra.get ute mei 
stoppen of met .1. linen clede. ende 
siedi daer en gene swertheit 

b ii2d. dan alse .1. haer of dies gelike. 
so eist goet. ende siedire die vor- 
seide sv?er(t)heit. so screpei met den 
vorseiden groefhake tote diere tijt 
dat giere en geen en siet. Ende 

g i6c. daerna so legt in die wonde van. 
de?! bene ene wieke genet in wer- 
mer oiië?! van rosen. ende daer- 



bove?! so vult die wonde met ge- 
plucte line?i clede dat wit ende 
suver es. ende daer boven so legt 
.1. plaester van stoppen genet m 
swerter zalven, dewelke gi vint 
gescreven int vyfte capittel opwert 
van de?! buien, of vanden wonde?! 
op die buien. Want die swerte g i6d. 
zalve es goet talie?! nuwe?! won- 
de?!, si doet wasse?! goet vleesch 
ende doet wel etteren wonden, 
suveren ende dragen. Ende vele c i2d. 
meesters die siin. die leggen i?i die 
wonden wieke?! genet i?i wijfs 
melke. ende ie en plachs noyt gerne 
want net dochte mi qnaet. Want 
wijfs melc es cout ende heeft in 
verscheit. ende haerre viscoesheit l 152a 
van harrer botre?i die si heeft in. 
ende thoeft es cout. ende couthet't 
deert der huut daer dbee?i met 
gedect es. ende so doet si de?! bene 
enten raerge dat me?i heet hersse- 
nen. <J Ende dits oec ene goede 
zalve die mester willem visierde van 
congenine. ee?! wide vermaert mees- 
ter. Nemt olybanu?n. dats wit wie- 
rooc mastic [ana s. o L] cleine ge- 
pulverd dit mingt met [2. q L] ga?is- Gi7a. 
smoute of' hi?men smout, ende wildi 
dat dese zalve si gelu. so doeter 
toe .1. luttel soffraens. Ende wildi 
datse root si. so doeter toe bloet 
van drake?? .1. luttel. ende aldns 
so mogedise verwen also gi wilt. 
Her en smeert de wonde nieuwer 
met sonder 4 ) met dese?' zalven 
ende legse gesmeret op plaest?*en 5 ); 
•I Ende dits ene ander maniere 
va?i zalve?! die wonden wel heilt. 
Xemt swinen smout [.1. ffi G-] son- 
der sout. ende daer in ziedt groene 
apie 6 ) .1. deel. ende da?! werpterin 
wit harst. .s. ü'. ende was .s. viren- 



l ) L : overtollich ï ) L : ctnielen 3 ) G: wech 4 I C : nieuwerincs dan 

5 ) G : leeke meesters heelen wonden met deser salven ende legghense ghesmeert 
op plaesteren. 6 ) L : eppe 



30 



deel ponts. dat gesmolten overeen. 
Dan ziet dore .1. linen cleet. ende 

c 13a. roeret tote dat cout es. dat dwas 
niet boven en blivet 1 ). Dit was 
mine gemeine zalve. ende ie ge- 
nasser mede alle manieren van 
wonden, ende dat was bi helpen 

g 17b. va?i natnren. Dese zalve souden 
vele [leke L] meesters heten pope- 
lioen om dat si groene es. Entie 
valsce meesters die leec siin die 
heten se also. Ende laetier uut 
die apie. ende doeter in .1. luttel 
soffrae?is. so wert si gelu. ende die 
l 152b. heten si 2 ) gyanteit. ende sine weten 
niet wat si seggen nochtan mach- 
mer mede Uden vore vele lieden over 
gyanteit. Ende ie heete bei (l. beide) 
dese zalven mine baert makers zalve 

Cap. 13. 

b 113a. ^1 V an dat me(n) th(er)ssenbecke(n) 

wo(n)t m(et)te(n) hoeke va(n) 

.1. fautsoene. of aex. of 

m(et)te(n) orde van 

de(n) swerde 3 ). 

Alse men wont enen mensce 
int hoeft met .1. swerde. of met 
.1. andren snidenden wapene die 
niet en heeft de snede slecht, alse 
fautsoene. of mepten hoeke van 
den swerde of van .1. fautsoene. 
of met [den becken van L] 
.1. aex '') of dies gelike. so es 
me?i sculdech tontsiene die vrese 
diere ane leit. dats dattie hoec 
[ofte den bec C] mach die huve 5 ) 
hebben dore slagen of doresneden. 



Haesteleke machment weten bi 
den tekenen die gescreven siin g 17c. 
int derde capittel. ende da?i so 
scuwe£ die cure of gijs niet en 
sijt geloent °) van den vrie?iden 7 ). 
ende sonderlinge alse de ge- 
wonde cortse heeft dats beven 
met couden ende daerna met hitte?i 
dan jugierten ter doot. Ende of hi 
en geen quaet teken en heeft, so 
screept die wonde va?i den beene c 13b. 
met snbtilen groefhakew. (zie fig. 
VIII; in L grove schets). Ende set 
den zieken so dat hi thoeft tus- 
scen u knien heeft, ende maect u 
sitten boven hem. ende dan groeft 
in dat treckende met gemake tote 
ghi roeren ziet die herde moeder 8 ). 
«I Ende galyeen heet dat men make 
also cleine .1. gat alst mach. daer 
die liese dore mach suveren van 
den bloede [ende L] datter op si ge- 
vallen [alse scaelgen van bene L] 
daer mense dore mach halen ute. 
Nochtan ware dat .1. vrese ter 
avonturen of si hakende ware. 
Ende of gi wert geware dat si 
houdt, so screpei dbeen dore der- 
wert dat si houdt 9 ). Ende aldws 
mogedi werken vroedelike want G I7d. 
men mach niet te seker spelen ,0 ). l i52c. 
<I Ende vele meesters maken haer 
gaten dat men heet houwen, met 
.1. beytele (zie fig. XII; in L een c 13c. 
grove schets) ende met .1. lodenen 
maelgette. dat nes niet goet. Want 
metten slagen van den lode (zie fig. 
XIII) so versciet die zieke M ) van- 
den herssenbeckene daer die beitel 



') G : gestorkelt 2 ) G : dye valsche meesters die leec sijn 

3 ) C : Van den hersenbecken ghewont met zwarden ofte fasonen. G : Van wonden 
int hovet. L : Van wonden die vallen int hoeft met zwerdew. 

4 ) G : haexts 5 ) C : lijse 6 ) G en L : gheloeft 

7 ) C:da1s hu de vriende seer baden 

8 ) In C obscoene teekening, voorstellende een man en een hond. Baarbij 
staat geschreven met een andere hand: dat is myn hont. 

9 ) C:soe houwet daer wart dat hout vast 10 ) G : peluwen ") G : zide 



31 



snijt. ende dus scietei therssenbec- 
kenen bat voort ') ende maect den 
herssenbeckene .1. nuwe wonde, of 
ene nuwe score, die arger es dan 
dierste was. Wachter u af dats 
mijn raet. «I Ende of die herssenen 
swert werden 2 ) dats die liese. so 
legter op dwitte van den eye. also 
u vorseit es int capittel van den 
gevacken. of legter op .1. deel 
olyën van rosen ot .1. half deel 
zeem van rosen 3 ). <I Nemt olye van 
oliven die mei ripe en si dats die 
groe?zste die men vint ende 
om dat (l. opdat, d. i. in geval) 
men en gene en vint. [die 
groene es C] so sal men nemen 
olye van nokernoten /1 ). also seit 

c 18a. avicenna. Mer van groenen bacsi- 
nen van olyven ware si beter. 

g i8a. Dese olye van rosen heet avi- 
cenna olyura onfacinum. tfl Nerat 
.2. tt. olyën aldns gedwegen. Men 
gieter op wel [2 ff'. C] scone water 
ende slaet dwater mester olyën met 
.1. sconen leple. ende alst also ge- 
slagen es. so giet ment in een teil- 
kiin mei .1. gate. of in .1. trachter. 

b 113b. Ende uwen vinger hout vore tgat 
van de?ï teilkine of vore die pipe 
van den trachtere ende dan sal- 
inen ontstoppe?i tgat van den 
trachtere ende latent lopen dat 
wert water datter ierst uut sal 

c i3d. lopen want waer olye ende water 
te gadere es geminct. daer houdt 



haere dolye boven ende dwater 
onder, ende daer bi sal dwater 
ierst ten gate uut lopen. Ende 
men sal wachten alse dolye comt 
so sal ment houden 5 ). Ende aldns 
sal mense dwaen .10. werf achter- 
een. ende emmer nuwe water op 
gieten, ende tachterst so suvertse 
wel van den watere fi ). Ende doet 
in die 2. &•. olyën .ij. fi'! rosé bla- 
dren van middelrosen. dats die niet 
te cleine en siin. no al ontaen 7 ). 
ende die [bladere G] wel siin gevar- 
wei die stampt eer gise mingi 
meiter olyën. Ende dese olye met- l i52d. 
ten rosen set ter zonnen .40. dage 
in een glasiin vat (wel L) gestopt. 
Maer roerse elx dages al omme 
mei enen roedekine. ende na dien g 18b. 
.40. dagen so zijtse 8 ) dore .1. 
linen cleet [ende daer nae doeter 
ander versche bladeren in C] 
ende latei daerna stae?z ter zon- 
nen also lange alse gi wilt. Dese 
olye es [vele C] beter dan die me« 
vint in de specerie. Want si 9 ) 
zieden die hare in een vat geset 
op .1. vier in .1. ander vat mei 
watere [aldus zoe hebdij olie 
van rosen dat ick voir tbeste 
houde G]. Aldus mogedi alle 
maniere van olyën maken, van 
wat cruden dat gi wilt van flnen 
bloemen, van vyoletten. van vlie- 
dere. van lelyen. van cammomillen. 
ende deser geliken. Of doet dese 



l ) L : wtvaert. G : ende aldus soe splijt thersenbeeken voert ende maect eene 
nyewe schore. 

-) G : ende ofte dye hersene sweert 

3 ) C : ofte legter op olie van rosen een deel ende met twee deel oleum rosarum. 
Ende aldus maect men oleum rosarum. 

4 ) L : ockernoten 5 ) C : den vinger sel houwen voer tgat 

6 ) L : daerna so ghietet in enen trecter ende hout uwen vingher voer dat 
gat ende laet dat water uut lopen ende als die olie comt so stopt dai gat ende 
hout den olie aleen ende doet weder mei verschen water als voirsezi is. 

7 ) G : ontdaen 8 ) C : vriftoe. L : vringei 
9 ) C : de apotecaries 



32 



olye in enen verloodden pot. of 
stoop, ende doetse so met enen dec- 
sele datter niet in en mach vallen 
vanboven, ende graefse in die aerde 
.40. dage. ende daerna ontgraefse 
ende zijtse yewer dore ende setse 
ter zonnen in .1. glasiin vat. dese 
wert (l. werd) oec goet [ende nota- 
ble om ter Cirugie te werken C]. 
q Aldus maect men rodomel. ot'olye 

o iu. va/i rosé». Dit heeten die grieke/i 
rodomel aldus gemaect Nem£ dat 
witste zeem ende dat suverste dat 
gi vinden inoge£ .10. u; dit doet 
zieden op .1. cranc vier. ende 
gadert daer af die scumen diere 
op gaderen vanden speelne. ende 

G 18c. daerin werpt .1. H? vaw puren 
nuwew rosen gewrongen, ende dat 
doet ziede?i. ende alst begint te 
ziedene. so werpter in .4. 8 rose- 
blade verseh ende nuwe. alle die 
poentkine die wit siin afgesneden, 
entie bladen al te stucken gesne- 
den met .1. scaren of messe. ende 
mmcse mepten vorseiden sope ende 
zeeme. Ende dese doet so lange 
zieden op .1. eraïic 1 ) vier altoes 
roerende met .1. spatulen (zie fig. 
XIV; in L en G onbeduidende 
teekeningen) [tot der tijt L] dat tsop 
versoden si. ende daerna sal men dit 

b 113c. zeem zien ende mingent mes- 
ter olyën also vele 2 ) alse u 
vorwijst es dat bestedei meiten 

L 153a. rosen alsoet daermede gesoden es 
in .1. erden verloodt vat of in .1. 
glasiin. Ende soet ouder es soet 
beter es. Dit conforteert die mage 
mei couden. ende het stopt met 
warmen ende suvert. Ende gevet 
nuchtens ende te middage. Van 
desen conflciëert men dyamergarie- 
tun ende rubea trocistata. Met 



lauwe?ï dingen ververschet den 
lichame ende doet den lichame 
moruen. Ende es goet iegen droge 
borst met warmen dingen genome?^, c Hb. 
of gegeven. [Ende het ghevalt sulken G 18d ' 
tiden dat die wapure (l. wapine) 3 ) f 
wonden in eens menschen hoeft so 
dat die een zide.leecht jeghen dan- 
der of sy te broke?i waren ende dat 
waer een lettele gheont (gheout?) 
ende der hout der soe telmereert 
(l. telivereert) subtiliken ende dan 
so besiet dat gat of (l. oft) si suver 
van den tandekine de welke die 
hersene mochten sniden dat es te 
verstaen die liese. Cfl Ende maket 
gat al even slecht so u voerwijst 
is inden capittel vanden fac afghe- 
slaghen Ende of ware gheresen 
Ende eest doude vleisch so snidei 
tvleesch cruyswijs met enen sceertse 
(zie fig. XV ; in L onbeduidende teeke- 
ning) ende sniden daerwaert dat 
houdei ende dan so doer screpet 
metten groefhake aldns (zie fig. XVI; 
eenvoudige schetsen ook in G en L) est 
die derboren bewijst staen in vele f 
steden oft boert daervele gaetkine 
met enen trepanisten dats een 
instrument aldus ghemaecht (een- 
voudige teekening) t welke dat .3. 
sullen wesen deen mi?ider dan 
dander ende wacht dat ghi dat 
hersenbecken niet doer en boert l iB3b. 
want ghi mocht dura mater G 19a. 
quetsen of pia mater ende also 
wordi manslachtich. IJ Ende dese 
instrumenten heten in latine tre- 
panos dat es scerp ten pointe ende 
wel snidende aen beiden siden alsee 
(l. alsoe) die ander so es vele meerre jf 
dan die eerste (zie fig XVII ; in L 
eenvoudige teekening) ende settei 
opt been daer men dat gat hebben 



') L : traech 
3 ) G : wapenen 



'-) C : alf een alf ander 



33 



wille so salmense widen (een- 
voudige schets) metter dorder 
(l. derder. Zie fig. XVII) die alre 
plomste es ende die also diepe ende 
deen vast aen die ander dit ghe- 
daen so suldi hebben enen betel 
(grove schets ; zie fig. XVIII) ') ende 
met desen betelkine so snide£ die 
gaetekine ontwee daer op slaende 
met enen loden hamer (onbeholpen 
B H3c. schets ; zie fig. XIX) L] €J Ghi selt 
altoes die been delivereren suver- 
like van sire ruheit. ende ver- 
maect die wonde voort alsoet u 
vorleert es int capittel van den 
vacken af geslagen. 

o 19b. Ende ie meester jan yperman 
pnse [vele L] meer tscrepen 
metten groefhake dan trepaneren. 
want daerin nes niet so groete 
vrese alst es in trepaneren. €J Eer 
gi begint boren of maelgetten of 
screpen. so stopt ierst die oren 
van den gewonden met catoene of 
met andren dingen, ende geeft G 19 e 

g 19c. oec den gewonden .1. hantscoe 
tusscen sinen tanden, want mei 
screpene of maelgetten e ofboorne. 
die luut mochte 2 ) den gewon- 

u ub. den zere deren. [Ende het ghe- 
valt sulken tijt dat de wape- 
nen wenden in een smenschen 
hant soe dat die eene side licht 
jegen den andere ofte si te broken 
waren ende dat ware een lettel 
f ghehovet ende daert hovet daer soe 
triveleert subtijlic. ende dat (l. dan) 
soe besiet dat gat oft suver si van 
den cantkine. die welke die her- 
sinen mochten sniden. Dats te 
verstane de lise ende maect dat 
gat al even slicht alsoet voorleert 
es int capittele van den vacke 
of gheslagen. ende oft ware ghe- 



resen ende dat heft onder dat 
vleesch soe snidet dat vlesch op 
crus wis met eenen scerse (zie 
fig. XV) ende snidet dauwaert -j- 
dat houdet. Ende dan doerscrepet 
metten groufhac aldus ghemaect 
(zie fig. XVI) dwelke .3. suller wesen 
deen meer dan dandere. ende em- 
mer hu wacbt dat ghi dat hersen- 
beckin niet dore ne bort want ghi l i63t>. 
mocht duramater quitsen ofte pia 
mater ende alsoe soudi worden 
manslacht ende dese instrumenten 
heeten in latine trepanos dat is 
scerp pointen ende wel snidende 
ane beede sieden alsoe die andere 
(verg. fig. XVII) Ende dat suldi set- 
ten op dat been daer men dat gat 
hebben wille Ende dat wagghelt c 14c. 
tusschen (verg. fig. XVII) uwen han- 
den, ende alse die gaetkin alsoe 
sijn ghedraeit alsoe vele alsmer 
hebben wille dan salmen die gaet- 
kin wiiden metter derden trepanides 
die ghemaect es in deser manieren 
(zie fig. XVII) Ende dese trepanides 
sijn alder groets ende plomps Ende 
die gaetkine vaste staende deen g 19b. 
ane dandere Dit ghedaen soe 
suldi hebben een beetel ende 
snidet de cantkine of ontwee 
derop slaende met eenen loden 
hamere ghemaect in deser vormen 
(zie fig. XVIII en XIX) C] Alse 
waerbi avicenna ende galyeen 
raden, wisen ende bevelen alse 
die oren te stoppene met catoene 
ende also den hantscoe te hou- 
dene tusscen die tanden, om 
dat si niet en souden clappen 
te gadere int maelgetten of int 
ander werc. Ende avicenna ende 
galyeen bevelen dat men also luttel 
been neme alse men mach. L 153c 



') Van de hier genoemde instrumenten vindt men ook grove schetsen in G. 
2 ) C : mescommen 



34 



want het sim vele meesters die 
also vele bee?is nemen alsi moge??. 
om dat sijs hebben roem dat el 
niet nes dan sothei't. <I Galyemts die 
genas met also luttel beens te 
nemene alse daer hi dore suve?*en 
mochte die liese van den ettere. 
Want dbee?i es scilt va>i den 
herssenen alsoet eire vorseit es. 
•I D witte van den eye vele te leggene 
in wonden na dat si haer bloeden 
laten, dat nes niet goet. wa?it 
d witte vej'coudt te zere ende beweert 
dat dragen ') van den wonden. 
g i9d. Wa?it int witte blijft die natwerlike 
hitte, ende sine couthe^Y doetse 
versterven of mi??dren zere. Maer 
optie liese eist goet alsi verhit es 
ende dats gerne die ierste .40. 
dage. ende daer leggei coenlike 
in allen wonden daer die herssenen 
siin o?itdect ende sonderlinge op 
dura mater. Maer op dat been so 
en leggei niet na uwer macht. 

B 113d. CAP. 14. 

Van den buien dieme(n) valt 

int h{er)ssenbecke(n) of slaet 

of worpt swaerlike J ). 

Men slaet onderwilen grote buien 
c i5a. int hoeft of werpt of valt of stoet 
therssenbecken swaerlee ontwee. 
ende dat sonder wonde in tfleesch 
van huten. dwelke gi moet kinnen 
of bi uwer vroetscap van uwen 
sinnen of bi tekenen van buten van 
den zieken, of biden vorseiden 
tekenen daert properleke bewijst 
vore. Ende en eist niet ontwee. so 
doet alsoet u vorleert es in dat 



capittel. Ende eist ontwee so doet 
tgeqnetste vleesch vaw den bene. s 20a. 
ende makei therssenbecken wel 
suver van den vleesche. Ende 
dan vermaect 3 ) die wonde also 
wel als gi moget mei wieken 
gemaect also groet als amandelen l I58d. 
entie van stoppen genet int witte 
van den eye ende daerbove?i .1. 
droge, ende da?i so bint die wonde 
vroedelike dattie plaestren niet af 
en mogen gaen. ende dattie wieken 
wel vaste bliven liggende in die 
wonde. Ende en vermaect die wonde 
niet vore ten derden dage. en ware 
dat si zere hadde gebloet. ende 
bloetse zere so stremse also u vor- 
leert es. Ende ten ende van den 
.3. dage of vanden .4. so doet ute 
alle die wieken [die daer in ghe- 
daen waren L]. ende hebt den 
zieken geset also u vorleert es. dat 
siin hoeft come tusscen uwe knien 
ende da?i screepse met uwen groef- 
baken (verg. fig. XVI; ook in Leen 
teekening) so lange dat gi dura 
mater siet roeren, ende maect u 
gat also groet als u goet dunct c ïöb. 
int herssenbecken. Maer emmer g 20b. 
makei also cleine als gi moget. be- 
houden dat giere die herssenen 
dore suvere?i moget va?i de?i ettere 
datter op gevalle??, es ende van den 
bloede, ende wacht emmer datter 
geen screpelinge no scaelgiën 
en vallen optie herssenen 4 ). ende 
dan wacht u oec als gi wrijft op 
dura mater al bloot dat gise altoes 
wape?it meiten lode also u vor- 
leert es [int capittel vanden vac- 
ken of ghesleghen L en C]. ende 
daerna so begaetse oec also u 



1 ) L: benemt dat dragen; C: draghen 

2 ) C : Van groeten zwaren buien in dat hooft. G : Van den buien onder ther- 
senbecken ontwee. 

3 ) L, G: vult 4 ) G en L : liesen 



35 



vorleert es [int selve capitele C] 
tote dat si heyl es ') dwaerede mei 
warme?i wine ende drogende daerna. 
Ende dan legt op dnra mater pulvis 
capitalis [dat men heet pulver van- 
den hovede G] ende daer legt in 
de wonde boven den pulvere pluc- 
l 154a. kelinge van witten linen hoeft 
doeken also u vorseit es. ende 
heiltse voort alse andre wonden. 
Ende pulvis capitalis seldi vinden int 
naeste capittel sonder een volgende. 

Cap. 15. 

G 20c. <I Va(n) dat me(n) th(er)ssenbecke{n) 

wont so dat dene zide vandier) score 

vain) de(n) bene sciet ondier) dan- 

dere. dat gevalt ond(er)tide(n) 

meit) g{ro)ten score{n) 2 ) 

Somwile wont me?? int hoeft met 
groeter scoren int he?'ssenbecken so 
dat onder es gescoten ;i ). tastei met 
uwen vingere ende ondersoeket 
daer mede. Wa??t het en siin geen 

c 15c. so zekere proeven alse die vinger 
es dae> hi in mach. want hi beseft 
bider beseffelicheide?i 4 ) van sinen 
musen die liggen 

B 114a. in den ende vanden leden. s ) 

•j- Ende tinten G ) die en beseffen niet. 

ende daerbi en eist gene so seker 

proeve. Ende alse gi wet dat te- 



broken es. so snidet in cruus 7 ) 
met enen sceerse 8 ) (verg. fig. IV) 
thooft ierst gescoren. ende wiekei 
also u vorleert es. Ende daer na 
bereckei ft ) thooft ende therssen- 
becken also u vorleert es. Cf Ende 
of gi wilt meester lancfranx leringe 
doen. de welke hi proevede bi der 
leri??gen van galyene daer hi leert 
dat men make also cleine .1. gat g 20d. 
int herssenbecken alse men mach. 
ja dat mer mach dat etter dore 
suveren. so dunct lancfranken dat 
men bat mach etter suveren dore .1. 
screve vanden herssenbeckene dan 
dore die vergaderinge vanden ier- 
sten dele of vanden middelsten c i5d. 
dele daer men dore geneest die in 
frenesiën siin. Want galyeen die 
wijsde dat men soude nemen olye 
van rosen. ende .1. luttel aysiins. 
dwelke aysiin soude die olye doen 
gaen dore die co?nmissure??. ende 
aldus souden die herssenen wesen l 154b. 
geconforteert. Ende die aposte 10 ) 
wijst ende hi deedt selve dat me?? 
scere thooft dat haer af daer thers- 
senbecke?i tebroke?? es. of gescoordt 
daer dene zide niet gesonken en 
si onder dandre. Ende wijst dat 
me?i tfleesch snide alse .1. scilt 
die snede gaende metten hare. ende 
datme?i dbeen wel suve?*e van 
de?? vleesce so dattie score si al 



') C: tote dat die wonde is al geel (geheel) genesen. 

2 ) C: Van den hersenbeckin ghewont: dat den stic sciet onder dandere stijc. 
G: Van dat men thersebecken wont. L: vanden hersenbecken ghewont doordat 
een stic sciet onder tander. Onderwilen soe wont men thersenbecken met scoren. 

3 ) C, L: so dat deen stic onder tander 

4 ) L: want hi volet bider ghevoelewtheit der nattteren van den musen 
b ) C: die liggen in de henden; L: in die eynden. 

6 ) C: tinteleye, L: tenten 7 ) C: cruus wijs 

8 ) L: so snidei dat vleisch op cruus wijs 

9 ) G: berechtet; L: suvert. In C bevindt sich hier een onbetamelijke teekening, 
die vermoedelijk later is gemaakt. Zij stelt voor twee personen, waarvan de 
een een clysteer spuit in den anus heeft zitten. 

10 ) G: apostelen 



36 



suver vanden vleesce met .1. 
scerse. [niet eene?i formoere aldus 
gheinaect C : eenvoudige schets, verg: 
fig. XVIII]. ') Ende dan newt olye 

g 21a. va?*^ rosen .2. deel. ende .1. deel 
rodoniels [ende dat wermet C, L] 
ende dopter in plaesterkine van 
stoppen, ierst dat geminsel ver- 
warmt, ende dat so legt optie score. 
ende daer af so legter .3. vout of 
.4. vont. ende daer op so legt 
plaesterkine genet in doders van 
eyeren. ende daer met so tempert 
oliën van rose?i. Ende boven alle 
dese plasteren so legt .1. groet 
plaester van stoppen genet in wer- 
men winc. ende ierst gesnieert 
omtrent die wonde mester vorsei- 
der zalven int capittel van de?i 
vacke?r. daer hi wyst nemt scre- 
pelinge van bake?i specke. ende al 
dandere. 2 ) Ende dat bint met 
.1. langer scroden menechwerf ge- 
wimpelt omtrent thooft. ende dat 
so vroedelike dat niet ontbinde?*. 
en mach. Ende dit doet tote diere 

c 16a. tijt dat gi siet dat uter scoren 
comt gewassen goet vleesch. Ende 
daerna so legt in de wonde dit 
pulver, d welke heet thoriec pul- 

g 2ib. ver. ende dit wijst meester bruun 
van legoburgens. Alse die liese 
sweert 3 ) dats towtsiene dat si apos- 
tema si 4 ) dat sorchlijc 

b ii4b. es ten live wert. het en ware bi 
der cracht van der medicinen diere 
op leit ware esso niet corosijf so 
en betere^ met ane en ware essoe 



corosijf. so es die zieke doot. 
Wach u daer af dats mijn raet 

Cap. 16. 

tfl Die leri(n)ge va{n) de{n) h(er)ssen- l 154c. 
beckene tebroke(n) slecht sond(er) 
wo(n)de int vleesch. •"') 

Nu hort hier ene goede leringe 
vande?i hoofde gewont daerdbeen 
ontwee es. Ende dits geproeft van 
meester janne ypermanne bi der 
leringen van lancfranken ende bi 
den bewise van galyene ende van 
Avicenna. ende serapyoene ende van 
ypocras. die welke wijsden dat 
men also luttel nemen soude van 
den herssenbeckene alse men mach. 
ende omme tende met mach mens 
onsitten. ende bider redenen fi ) die f 
daer vorseit es. want therssen- 
hecken es scilt [ende wachtere G] 
van den edelen lede 7 ). dwelke es 
.1. led van der nieren praicipael 8 ) 
ende es ute hem sprutende alle die g 2ic. 
beseffinge va?i den mensce die c 16b. 
hi heeft over hem. Waerbi hem 
allen nuttelec 9 ) es dat mense 
houde gedect met haren scilde 
die hem natwre heeft gegeven 
also na alse men mach. fl Ende dits 
haer leringe. daer therssenbecke?i 
es gescoort lu ) ende sonderlinge 
daer deen stuc niet en sciet onder 
dander. of daer beide die canten 
even hoge bliven. M ) Want lanc- 
fra?ic van melanen houdt dit over 



') Jm L een onbeholpen schets van een mes, rysore genoemd. 

2 ) L: ende dat ander 3 ) C: ende es die lijse zwart 

4 ) G: dat zij apostemeren zal 

5 ) C: Van den hersenbeckin te broken slicht sonder wonde en... L: Vanden 
hersenbecken ghebroken slicht sonder wonden int hoeftvleisch 

6 ) C: niet ontgaen bi redenen 7 ) L: hersenen 

8 ) L: de welke syn eens van den .4. principaele leden 

9 ) C: alder best 10 ) L: ontwee es ll ) G: bliven al even hoghe staende. 



37 



die beste cure. ende daer minst 
vresen in es. Nochtan seit hi datter 
vrese in es groet in alle herssen- 
beckene ontwee. ende sonderlinge 
alse deen been sciet onder dander. 
of alser scaelgiën siin gescote?* 
onder dbeen die quetssen mogen 
die herde moede?-, «I Alle die slechte 
broken of scoren siin best te gene- 
sene sonder houwen of sonder scre- 
pen ')'. Int dore houwen ende int 
dore screpen es vrese. wa?zt vele 

G 2id. liede?i of kindere of wijf of blode 
L i54d. mans die iegen dat houwen so zere 
duchten dat hem comt die corts 
van vare. Ende dan ontgater luttel 
die met hooft wonden cortsen. Of 
.1. ander, die houwers en siin 

c 16c. niet so snbtijl sine houwen met 
vresen. entie sekerst waent wesen. 
es meest onderwilen bedrogen. 
•E Maer aldns wrochte meester lanc- 
franc ende ie na hem dwelke dat 
ie seker vant. Ierst so doet den 
gewonden thaer af sceren (verg. 
fig. IV) Ende dan sal me?i hebben 
.1. sceers. ende men saelt sniden 
dapperlike. ende scolent tfleesch 
van den herssenbeckene gereet. 
ende wiect die wonde also vol alse 
ghi moge£ die wieke genet int wit van 
den eye ende daer boven .1. plaes- 
ter van stoppen, ende dan binde£ 

b ii4c thooft met langen scroden om- 
wimpelt dattie wieken wel houde?i 
entie plaester daerop. Dies derds 
dages so vermaken en ware dat 
zere bloedde, so latetf daerop toten .4. 
dage. Ende of die wonde bloedt 

g 22a. zere. so stremse mester leringen die 
leert int capittel van bloede te 
streramene. Ende alse gi snijt so 
snidetf also verre alse die screve 



gaet. Ende ten iersten vermakene 
na dien snidene so nemt olye va?* 
rosen ende zeem geminct tegadere 
die .2. deel olye van rosen ende .1. 
deel zeems also vorseit es. ende daer 
in net u wieke ende legse in de 
wonde opt herssenbecken. Ende 
daerna so legt in de wonde van 
den vlesche wieken gene£ in .2. 
deel olyën van rosen ende .1 deel 
doders van eyeren. Ende boven 
der wonde?i so legt .1. plaester 
gemaect van zeeme van rose?i 
ende van .1. luttel gerstijnre 2 ) c i6d. 
bloemen, dit plaester suvert ende 
cemforteert. Ende alst wel gesuvert 
es entie wonde geen sweringe 
en heeft no gevoelt, ende die wonde 
heeft gedragen 3 ) entie score ver- 
wassen 4 ) es met [goeden G] vlesce 
daer op comende. so legter in 
pluckelinge van linen hooft cleden G 22b. 
[die] versleten [sijn L] Ende boven L 155a 
optie wonde so legt. 1. plaester va?i 
swerter zalven, ende dwaetse telken 
vermakene mei warmen wine. ende 
daerna droochse telken [met saften 
linwade C] eer giere die pluckelinge 
in legt. ende sddus heiltse tote die 
wonde al heyl si mester hulpen van 
gode dits heylen s onder hou wen ende 
dat sekerste dat mi dunct. €J Ende of 
.1. gat es int herssenbecken toter 
liesen die geheten es dura mater, so 
begade^ 3 ) also u vorleert es int capit- 
tel van den vacke?i [af ghesleghen] 
ende peulen^ 6 ) also die hersse- 
nen stekende tusscen den bene 
ende dura mater sindael ende 7 ) 
wit suver linen cleet. mer nuwe 
root sindael es best. Ende oft so 
ware dattie hersenen lichten wilden 
ten gaten ute. dat [het C] scène 8 ) 



*) L: creponeren ") L: gheersten 3 ) G: gedreghen, L: ghedroghew 

4 ) L: volwassen, G: bewassen 5 ) G: legghet 6 ) G: peluwet 

7 ) G : ofte 8 ) C: scijnt 



38 



dat si lagen boven den canten 

g 22c. van de?i herssenbeckene alsoet vele 
gevalt alse de mane es int was- 
sende of vol. so peuluutse met 
sindale. ende daerna so hebt .1. 
dunne plaetkiin loods dat luttel 

c i7a. meerre es dan tgat vanden bene. 
ende dat nebbe in de middewert 
.2. gaetkine daer .1. twinen draet 
dore gaen mach. dewelke .1. draet es 
daer inent bi mach doen gliden daer- 
wert dat men wille, ende dat stect 
tusscen den sindale enten bene. 
Of nemt .1. plaetkiin va?i enen 
dnnnen maserinen nappe dat beter 
l 155b. es op dat ment vinde?i mach 
dunne gnouch. want te dunne en 
maecht niet sijn. dit so ware bete?' 
3 ii4d dan lood. om dat warmer es 
dan lood ende om dat niet so zere 
en weecht. dit stecter tussce?i tote 
dat die herssenen nemmer ute 
eonien en willen, ende dus ver- 
maect den gewonden .2. werf sda- 
ges. ende telker werf legter in 

g 22d. nuwe sindael ende doet dat oude 
ute. ende suvert u plaetkiin van 
den ettere ende drogetf wel €J Ende 
alse de mane es wassende of vol 
dan eist merre vrese te sine ge- 
wont int hooft dan alsi wanende 
es of volwaent. Want alse de mane 
vol es dan liggen die herssenen 
met haren liese/t vaste gebonden 
ant been. ende so de mane volre ') 
es. so si vaster liggen. Ende alse 

c )7b. de mane wanende es. dan liggen 

f die herssenen ende wanen [so rume 

L]. so dat men soude mogen steken 

enen vinger tusscen den bene 

enter herder moeder, waerbi die 



herssenen wanen bi der manen 
ende wassen. Ende so doet oec alle 
die verscheit ane den mensce. alse 
ane die herssenen. Ende hier bi so 
besiet altoes alse de mensce int hooft 
es gewond weder de mane es int 
wasse?ide. so vol. so int wane?ide. so 
volwaent 2 ) [Dit is van den tee- 
kinen die de mane doereloept, 
C] <I Ende ie scrive u vanden teke- 
nen van der manen also alse astro- G 23a 
nomine houden, also si segge?i in 
tekenen vanden wedre dat men 
heet in latine aries. dan so eist 
vreselijc te sine gewont int hooft 3 ). 
Want dan heeft de mane heer- 
scapie int hooft, ende dat geduert 
in elc maenscijn 2. dage ende .'/ 2 . 
luttel min of luttel meer. Ende 
aldns so siinre .12. tekenen, ende 
elc teken heeft .2. dage ende 
.'/ 2 . luttel min of luttel meer die 
welke hebbe?i heerscapie optie 
leden vanden menseen. Ende al- 
dus es de mensce gedeilt in .12. 
na den jugeme?ite van den mees- 
ters van astronomiën. entie .12 
siin gepareert iegen die .12. teke- 
nen van den firmamente. want 
dats oec gedeilt in .12. delen, ende 
elc heeft .1. teken, ende heeft sinen 
name bi hem. ende so doet oec an 
den niensce so heeft elc siin led 
ende sine proper stede, tfl Gi selt 
weten dat aries heve£ thooft ende 
dansichte die ke/mebacken ende 
daer omtrent. Ende taurtts heeft 
die stortte ende dien hals. Ende c i7c. 
gemini die armen entie handen. 
Ende cancer die borst toter mage?i. 
Ende leo de mage die lendenen 



') C : meerder 

2 ) L: weder die mane is wassende of wenende Hetgeen verder over den invloed 
van de maan gezegd wordt, ontbreekt in L en gedeeltelijk ook in G. 

:) ) G: lek scrive u vanden tekinen vander manen alsoe alse astromenyen 
segghen also zij houden in tekinen van den wedere dat in latine heet aries Alse 
dye mane dair inne es dan eyst vreselijc te zine gewont int hovet . . . 



39 



ende omtrent dat herte. Ende vir- 
go den lichame ende dat ingewant ') 
Ende libra die billen entie hoe- 
pen. Ende scorpio die menscelijc- 
heit enten eers. Ende sagittarins 
de dyen. Ende capHcornws de 
kniën. Ende aqwarins die been 
toten voeten, Ende pisces heeft 
die voeten. [Ende ie sal hu hier 
toghen de figure des mans omme 
dat men te bet mach scauwen hore 
stede ende de teekin. Dit es die 
man die toghet die vij tee- 
kinen elc staende te siner 
stede C; ruimte opengelaten]. 
Ende hierbi seggen meesters dat- 
te?* vrese ane es. ende dat 

b H5a. een surgijn es sculdech te we- 
tene ten minsten van der manen 
ende vanden tekenen, ende welc 
tijt dat si haren loop in elc teken 
heeft, ende dan dat teken te scu- 
wene van snidene ende van an- 
dren werken, om die redene dat- 
tie mane ende teken sende?i groete 
swaerheit dien leden, of in die 
steden ende merretf die quetsure 
ende verswaert. Ende daeromme 
sijt vorsien in allen dingen radic 
u. ende merct die tekenen alsoet 
•j- vorseit es ende elc getoent sine 

c i7d. stede ende siin proper led. «I Ende 
alse dura mater bloot es ende dan 
wijst bruun ende lancfranc ende 
andere auctores datmen daer op 
legge dit pulver dat men heet in 

.G23t>. latine pul vis capitalis. ende dat 
maect me» aldus : Nerat scariole 2 ). 
cleine wit wierooc .mirre. drake?z 
bloet. mele van vitssen elx even 
vele. ende hieraf so maect cleine 
pulver ende stampei in .1. suve- 



?'en motalinen mortier, ende sich- 
tet dore .1. vout suver linen cleets. ) 
ende dit legt onder tsindael. Ende 
of dura mater wert al bruun om 
tpulver. sone legter n emmer op. 
maer legter op rodomel. ende .3. 
deel [oliën ende G] omfacijns su- 
ver linen cleet daer in genet. Ende 
heylt die wonde voort alst vleesch 
begint wassen met pluckelingen 
van su veren linen hooftcleden. 
[Die leeringhe van mester 
j an yperman C, L] 
<I Nu verstaet mine lere ende wat 
mi gesciede. Ie ruumde die wonde 
so dat ie die scerve 4 ) al bloot hadde 
ierst thaer af gescoren. ende daerna 
wiecticse wel dunne, ende genaest 
mester olyen van rosen ende met- l 155c. 
ten rodomelle alsoet vorseit es. c 18a. 
€f Eens was gewont een cnape g 23c. 
int hooft met enen stave also dat 
therssenbecken al ontwee was. ende 
deen been gescoten onder dander. 
ende hi hadde al siin kewnesse 
verloren. Ende ie nam .1. sceers 
ende snetene ende ontdecte [hem 
dat L] herssenbecken 5 ) ende vant 
zere ontwee. ende [gheschoten 
G] deen onder dander. Ten 
iersten vermakene na der snede 
berechticken met olyen ende met 
zeme dwelke vorseit es. Ende ie 
voedene met moruwen doders van 
eyeren. ende met kere?ider melc 6 ) 
met gortte gespeelt. 7 ) ende met 
gebradenen apple?i entie suure. 
ende hi dranc tyseine gesoden op 
gersten. Ie en dorste hem al 8 ) niet 
doen om dat hi so cranc was. Die 
scerven 9 ) wiesen al vol vleeschs 
ende hi wert sprekende ter .6. 



*) C: tgheboedelte 2 ) C: sarcacolle 

3 ) C: teims die cleene es ende dan dore eenen douc 

4 ) C: screven 5 ) G: dat thersen cappew 6 ) L: kernemelc 
7 ) L en G: ghesoden ") L: anders 9 ) G: schoren 



40 



weken ende hiet mi oom. hi ge- 
creech sine sprake so lanc so bat. 
Mer hine wiste niet wien ') so zere 

G 23d. hadde gequetst. Nochtan verga- 
f derde hi iegen de?i genen met 
vorsienen sinne J ). ende bi berade- 
nen rade met swerde ende met 
bokelare. Hi genas ende wert wel 
opt sine. ende versoende iegen 

b iiBb. den genen dien hadde geslage?*. 
Dbeen dat boven den andren was 
daer dander onder scoet. dat dro- 
gede. die upperste taflen 3 ) enten 
cantenwert. ende nature dat staect 
van hare bider hulpen van den 

c ïsb. vleesce dat wies uten adren die lig- 
gen tusscen dbeen enter taflen. Ende 
dus wert die lichame 4 ) vander won- 
de/i also slecht sonder groet dal 5 ) 
ende sonder grote butse. <I Een cnape 
wert geslegen van .1. perde int 
achterste deel van sinen hoofde 
l i55d. al te stucken. Ie ruurade hem die 
wonde, ende ie genassen also ge- 
like. ende hine verloes met van 
f sinen bene meer dan die wint be- 
liep, ende dat in die dicte van 
enen nagle. «I Oec genasic .1. 
jonfroukijn dat geslegen was oec 

g 24a. van .1. perde voren in siin vor- 
hooft: ie genaest dies gelike. IJ Oec 
enen ouden cnape geslegen met 
ere plommeye besiden der com- 
missuren ende ie genassen oec dies 
gelike. Ende vele andre gewonde 
die ie genas dies gelike. ende dit 
was in ypere in vlaendren ende 
daer omtrent. 6 ) <I Alse gi hebt 
gesneden enege wonde 7 ) int hooft, 
so stect in elc qnartier .1. sterken 



line?i draet of ziden draet (in G 
grove schets van naald en draad) 
ende alse gi die wonde hebtgewiect. 
so trect die qwartiere mepten draden 
tegadere ende vergadertse also na 
alse gi moge/, ende also doet tote 
allen vermakene. so seldi hebben g 24b. 
.1. scone lixeme. ende dit 8 ) en sal 
niet laten die qnartieren crirnpen. 
Ende siin si ontcrompen so ruuratse 
van onder, endeen snijt niet&ï also 
somege sotten [meesters G] doen. 

Cap. 17. 

€[ Die leringe vande(n) .4. meest(er)s 

einde) va{n) roelandine e(nde) van 

vele and(er)e goedier) meesters !l ). 

Nu hoort die leringe van roe-c i8c. 
landine ende van vele meesters, 
of van den .4. meesters die welke 
die glosen daer op. dewelke roe- 
lant begint in latine: Medicina equm ƒ 
vocatwr ad nonuo. Ende roege- 
rij n daer roelant op maecte 
sine adicië?i. die begint : Post mun- 
di fabricarw. Ende die glose der 
.4. ?neesters begint: sic dixit con- 
stantinns. Cj[ Ende rogerns ende 
roelandinws die wisen daer thers- 
senbecken es ontwee te nemene 
.1. sceers ende daer met sniden in 
cruus dat vleesch iegen dattie 
broke groet es. Ende vint mentso 
zere ontwee dat men die stucken g 24c. 
vorvoets uut mach doen. so doetse 
ute. of en ware, dat u !0 ) dbloet con- l 156a. 
trarie ware. ende dan ontbeit toten 
andren vermakene. ende dan deli- 
vereertse also snbtilike 



l ) L: wie hem 2 ) L: voirsieniche/ 3 ) L: canelen 

4 ) L en C: lixeme 6 ) C: dael 

6 ) In G volgt hier nog een recept voor Pulvis Capitalis 

7 ) G: eenen gewonden 8 ) C: deze draden 

s ) G: Dit es die leeringhe van den 4 mesters van salernen. G: vanden 4 mees- 
ters ende van anderen. L: Dit is die leringhe vanden meesters van salaerne 
10 ) L: hem. 



41 



b ii5c. alse gi moget. Ende es dbeen 
te scerven') na uwer snede, so 
screpei therssenbecken al dore. ende 
maketf tgat wel suver ende slechtei 
nietten [groef L] hake (verg. fig. XI. 
In L een grove schets) ende dan legter 
in root suver sindaelof suver line?i 
cleet genet int wit vanden eye. 
ende daerna heilet mei pluckelingen 
van ouden line7i cleeden. Ende of 
die wonde niet vele en bloedt en- 

c I8d. tie zieke sweringe heeft int hooft, 
so doeten bloet laten in die hooft - 
adre. of die gewonde en si te 
cranc. of te jonc. of te out. ende 
dus so wijst hi van allen wonden 
die niet vele en bloeden in wat 
lede dat es. so salmen bloet laten 
in die adren die heerscapie hebben 
op dat led. Ende ziedi dattie 
[wonden haer Gr] lippen zere dic- 

G 24d. ken ende root werden ende wel 
beginnen dragen, dats een goet 
teken, so sciint dat natnre macht 
heeft der wonden haer voetsel te 
sendene. Mer vindi die lippen van- 
der wonden, dunne ende bleec. so 
sciint dat natnre so cranc es dat 
si en gene macht en heeft in hare 
te hulpene. Ende dit es wantroes- 
telijc ende seker teken vander 
doot. Ende delivereretf 2 ) dbeen dat 
gi die herssenen moget suveren 
van haren ettere ende van haren 
bloede datter op gevallen es. in 
den zomer binnen .7. dagen in den 
winter binnen .10. dagen. Welc dat 
es en laet den gewonden niet te 
helpene in den zomer langere dan 
"f - .7. dagen, want te zomere dragen 3 ) 
die wonden eer dan te wintere. 



[Dits de glose der iiij mes-Li56b. 
ters van salernenC]. f Nu v«r- 
staet die leringe van roegerine ende 
va?iroelandine ende vanden. 4. mees- G 25a - 
ters. Roeland ende rogerijn willen 
datmen den gewonden die hers- 
senbecken ontwee heeft, dwelke 
dat ...... 4 ) n es. si wisen dat men 

den gewonde?i [sal verhouden] den 
nese enten mont. ende dat [men 
blasé v]aste dan. eist dat dbeen al 
do[re es ende ontweje. men sal 
sien comen den adren 5 ) [ute den 
wondjen alse .1. smooc. ende daer- 
ute sal co[men bl]oet dat gevallen 
leget optie liese. [Ende] dan wil- c 19a. 
len si dat ment dore bore. dat 
[he]et trepaneren metten instru- 
menten, ende [m]en sal daermet 
maken vele gaetkine ane die zide 
vander broken. of scerve. ende 
met cleinen instrumenten sal men 
ierst boren, ende widen metten 
meerren 6 ). Ende dan hebt .1. bey- f 
telkiin ende .1. loden maelget (zie fig. 
XX en XXI) ende dan houwen van 
enen gate in dander. ende heffen dat 
stuc ute al geheel, so datmendaer 
dore suveren mach die herssenen 
van haren ettere. ende van hare?i 
bloede dat gevalle?i leget optie 
liese. <I Memt ware 7 ) die glose 

wijst, waer dat deen been onder b ii5d. 
dander es gescoten. datmen also 
begade?i sal dupperste stuc. g 25b. 
want dupperste es gelijc dicke 
wils Of in welc dattie broke es -j- 
datmen dat trepanere. ende dan- 
der niet. Aldns begaet datter te- 
broken es. dit willen de .4. mees- 
ters in haer glose op roelandine. 



') L: cloven. 2 ) L: bereet 3 ) L: droghen 

4 ) Hier is een scheur die de schrijver met een lapje perkament 
hersteld, en waarop hij geschreven heeft. Het lapje is verloren 
gegaan. 

5 ) C en G: adem 6 ) L: meesten 7 ) L: Mer 



42 



Nochtavi segge?i die .4. meesters, 
alse gi sult werken opt hooft dat 
gi sult wachten dien nacht daer 
te vore?i dat gi mei genen wive 
en sult siin. Ende dat gi niet en 
sprect iegen geen wijf die haer 
vloet ') heeft, ende dat gi niet en 

l 156c. eet geen looc noch onioen 2 ) no 
gene scarpe sause. [gheen onganse 

c 19b. spisen L] ende uwe handen suverlike 
gedwegen. <I Ende alse gi comt 
ter wonden ten ierste?i vermakene 
na dat gi dbeen uut daet so doet 
den gewonden zere blasen also u 
vorwijst es. Ende siedi dan etter 
comen uter liesen. dats .1. qwaet 
teke». Ende en heeft hi geen 
cortse. hi salne hebbe?i cortelike 
daerna. Ende comter etter so su- 

G 25c. verei mei gedwegender spoengiën. 
ende daer na so legt coenlike optie 
herssenen wel cleine pulver van 
witten wieroke dat men heet oli- 
banuwi. Ende of die wonde wert 
te heet so smeertse met popelioe- 
ne die gi gemaect selt hebben, of 
gehaelt in die specerië?i. Ende 
men makei aldns: <I Nerat cnop- 
pen vanden popeliere onder .|. 8, 
die blade van witten mecopine 3 ) 
ende van swertten ende van man- 
dragora, die cropkine *) va?i roden 
bramen, die bladren van belrike. 
vander nachtscaden. van penninc 
crude elcs .4. oneen wegende, 
versch swinen smout .3. ir. Ende 
maecse aldus, stampt die croppe?i 
vanden popeliere zere wel mepten 
smoute. ende maecter af ronde bol- 
len, ende legse also en wech te 
vertegene. ende daerna so leest 



dandere crude?i. ende als gise al 
hebt. so starapse mepten vorseiden 
bollen, ende laetse liggen in bol- 
len also .9. dagen daerna sobrec- 
se al te stucken in enen ketel. 
ende gieter op .1. u; wiins zere 
riekende, ende latei al te gadere 
zieden tote die wijn al versoden g 25d. 
si. ende die crude dalen te bode- 
me. ende altoes roerende met ere 
spatule. Ende daerna so persset 
dore .1. suver linen cleet. ende be- 
stadei m .1. suver vat. dits pope- 
lioen. ende es goet iegen alle scar- 
pe hitte vaw cortsen. 5 ) Ende den- 
genen die niet en mogen slape?i. 
dien so smeret daer mei den slaep. 
enten puls vanden arme entie 
planten vanden voeten, entie pal- 
men vander hant. dat mei olyen 
van violette 

gemi?ict ende daer mei gesmeert b ii6a. 
bluscht hitte wonderlike zere. Ende 
optie navele gesmeret doet swe- 
ten. § Ende of enech been sciet 
deen onder dander ende versceden 
es. so wijst die glose [der iiij mesters 
C] dat gi dat been uut hael(i) mei 
.1. tangen 6 ), ende men saelt rechte g 26a. 
uut trecken. [slechtelinge vore wert c 19c. 
G]. ende niet wankelende her wert 
noch derwert. Ende wacht u dat 
mei ru en si no hakende wa?ït 
hei mochte wonden dura mater. 
ende dan ware die gewonde in 
groter avonturen vander doot. Maer 
sijt altoes vorsie?i met gehelen 
sinne. ende altoes besiet dat tus- l i5<5d. 
scen der liesen enten bene en 
gene ruheit 7 ) en si. Ende esser 
ruheiï so suvertse snbtilike ende 



') L en G: bloem 2 ) G: ayune 3 ) L: papaver 

4 ) G: cnopkine 5 ) C: ende vercoelt seer wel alle die stede. 

6 ) G: mit eener pinsehen (zie fig. XXII) aldus ghemaect ofte met eener tanghen 
die ghemaect is in deser manieren (ruwe schets van een getande tang; ook 
in G twee dergelijke schetsen). 

1 ) C: rotheit 



43 



dan so peuleut 1 ) die herssene?i 
met sindale genet int wit vande?i 
eye. of met linen clede also vor- 
wijst es. ende heilt die wonde 
voort als u vorleert es. <& T he o do- 
rij c ende huge van luken 
die beide goede meesters waren 
die beste die mew wiste of vant 
'm haren tiden. Ende si leiden dit 
plaester op wonden die root ende 
geswollen waren entie zere swoe- 
ren ende sonderlinge op thooft 
ende in zeneweger 2 ) stede?i. Si so- 
de?i pappelbladre ende daerna 
capten sise ontwee. ende daerna 

g 26b. stamptensise wel ende namen der 
also vele alse tenen plaestere be- 
dorste. ende dat soden si in wine. 
ende daerna hadden si gestampt 
gruus ende dat gesicht. ende daer- 
af namen si also vele alse hen 

c I9d. goet dochte. also dat tplaester en 
was te dicke no te dunne Ende 
dat leidense optie wonde elcs 
dages heeter dan laeu tote dattie 
wonde was in goeden pointe van 
sweringe?i ende van swillingen. 
EncZe daerna heilden si die wonde 
met warmen wine ende onderwilen 
met zalven. <& Th e o do rij c ;! ) or- 
cont dat hi sach meester hu gen 
van lukew enen man heilen 
die dat achterste deel va?iden 
herssenen al ute waren, entie 
stede genas ende wies vol vleeschs. 
ende hi behilt sine gedinkenisse. 
ende hi was .1. gereydemakere 
ende hi dede daerna siin ambacht 
also hi tevoren dede. dwelke 

g 26c. meester hugen selve zere wonder- 
de hoe dat mochte siin bi rede- 
ne?i. Want het dochte hem we- 
sende iegen al der ouder meesters 



vonnesse. Want si orconden wel 
dat dnra mater ende pia mater 
mochten siin ontwee. maer si seg- 
gen datter geen herssenen ute 
mochten comen. die wonde en 
ware ierst genesen. mer dattie 
herssenen ute souden lopen, entie 
wonde genesen dat ware iegen 
natttre. daerbi wondert meester 
hugen ende seit alsoe. 

•I Ende dandere meesters orcon- b ii6b. 
den wel. dat alse die herde moe- l 157a. 
der gewont es. dat onderwilen 
daelt tussceïi der herder moeder 
enter sachter moeder etter : dwelke 
dat bi natnrliker hitten verstijft. 
ende alst ute stect. dan waent 
men '') dat herssenen siin. om dat 
dicke es ende wit also die hersse- 
nen siin. Maer dat meester huge 
sach dat rechte herssenen waren 
dat verwonderde hem. want hen 
was noyt eer gesien. Want hine g 26d. 
was niet sot. hi was een goet c 20a. 
naturijn. ende flsisiin. ende surgiin. 
Waerbi hi seit dat hem geen 
surgijn en soude te barenteren 
van en genen wonden. het en 
ware dat hi sage die qnade teke- 
nen die den gewonden overcomen 
alsoet in surgie es bescreven van 
roelandine die .1. goet meester 
was. Waerbi die surgijn es scul- 
dech altoes te hebbene goeden 
troest op gode. Want hets vele 
dincs in vresen dat niet verloren 
en es. waerbi elc meester hebbe 
in gode troest ende in die hulpe 
der naturen dewelke die van 
gode comt. €J Meester huge van 
luk en die ordineerde enen ge- 
wonden sine dyeten. den sterke?i 
enten vollen van humoren, dien 



l ) G: poluut 2 ) C: senuachtich 3 ) G: Diederijc 

4 ) G: leeckemesters 



44 



gaf hi cranke dycten. Ende den 
cra?iken enten ydelen va?i humo- 
ren, dien so gaf hi beter dyeten. 
dewelke waren goet te verteerne. 
Ende hi leide op thooft daer thers- 
senbecken o?itwee was of niet 
ontwee .1. plaester van stoppe?i 
genet iw warmen wine uutgedu- 

G 27a. wet ende daerboven .1. ander van 
droge?i stoppen om die naturlike 
hitte te behoudene, ende bantse 
also met .1. langer scroeden om 
thooft wimpelende vroedelike. so 
dattie plaestren niet af en mochten 
gaen no verscieten vander wonden. 
Ende doen gaf hi den gewonden 
die niet en cortsten [of den rede had- 
den L] van desen clareite geini?ict 
mei desen pulvere [nuchteren. Ende 
l 157b. te middaghe ende tsavons .1. lepel 
vol te gader L] ende makei aidua 
<J Nemt goede canele. goet wit 
gingebere. elcs .1. S.galigaen. carda- 

c 20b. mome van goeder smake. lanc 
peper elx. 1. 3. groffels nagle wel 
riekende ende versch tgewichte 
va,n .12. tarwen coornen of .14. 
comijn. pepergrane .15. tarwen 
coorne swaer. van al desen inaect 
cleine pulver stampende in enen 
motalinen mortier, ende sichtei dore 
.1. dicken teems. Ende dit pulver 

g 27b. bestaedt in .1. houtine busse. 
<I Ende aldns maect men clareit van 
den vorseiden pulvere. Nemt .5. ft 
wiins ende die wit ende goet. ende 
zeems .1. 'ft. wel gescuumt. dwelke 
dat gi doet spelen mepten wine 
vorseit. ende doet vanden viere 
ende minct daermede dat vorseide 
pulver, ende wacht dat giere te 
vele pulvers niet in en doet. dat 
te stare mochte wesen. Mer pijnt 
u om te mak ene van goeden 
smake ende 



bequamelijc te drinkene. Desen B 116c - 
clareit doet leken dore .1. sac so 
dattie clareit wel claer si. Daer 
na so nemt valeriane. genciane. 
gariofllate. pinpenelle ende piocelle 
also vele alse va?i al den andren. 
dese cruden drogei ende stampse 
wel cleine. ende sichtse wel dore 
.1. cleine?i teems die cleine pul- 
ver maect. Van dese?i vorseiden G 27c - 
pulvere so doet in den vorseide?i 
clareit na dat hi clareit es. sei- 
nende in cruus ende sprekende 
dit orisoen: „In nomme patris et 
filij et spiriti saneti et individuae 
trim'tatis. dextera domini fecit 
v/rtutem dextera dommi exaltavit 
me. Non moriar sed vivam et 
narrabo mirabilia domini castigans 
castigavit me dommus et mortui 
(l: morti) non tradidit". Dit segt 
[3 werf L] mingende tpulver mei- 
ten clareite vorseit. oetmoedelike 
te gode wert waerbi metter vor- c 20c. 
seider mingingen die gewonde 
mochte genesen bi der hulpe?ivan 
gode. Aldus leret meester hu ge 
van luk en. ende deedt selve 
ende hi gaeft oec in allen won- 
den ja hoe dat de me?isce gewont l 157c. 
was. Desen dranc begonste hi te 
gevene alse de gewonde bego?iste 
tetene. dat was gerne ten iersten f 
vermakene. na dierste werf. <J G i 1 1 e- 
beert die wijst ene andre ma?üere. 
die die [van ouerberch ende L] 
vanden rine vele plegen. Hi wijst 
te lesene dese carmine over den 
gewonden, ende optie wonde te 
leggene wolle metter yeken genet 
in warme olye van olyven. Eüde dit g 27d. 
leest men over luut. Entie va?i Oost 
[waert L] seggen dat mer genen loe?i 
af en sal nemen dan den gods loen. 
maer dat doet hem die vrecheit ') 



') L : nauhede. G : scoershede. 



45 



van haren gelde. Ende hoe dat 
vaert sine lachterens niet varei 
wel si seggen hets goet. ende 
varei qnalike. so seggen si hets 
qnalike gelesen l ). ende daerbi 

c 20d. willet god also hebben, q Nu 
beginnen wi lesen 2 ). Drie goede 
gebroedere gingen .1. wech de- 
welke ontmoete onse here J. C. 
ende hi seide te hem. drie 
goede gebroedren waer gadi. die 
.1. andwerde wi gaen ten berge 
van oliveten lesen cruden te ge- 
nesene den gewonden. Ende onse 
here J. C. seide te hen. Comt na 
mi drie goede gebruedren. ende 
sweert mi bi den gecruusten here. 
ende bi den melke siere moeder 
der mage£ 3 ). dat gi niet en selt 

g 28a. seggen dese worde stillekine noch 
loen daer af nemen. Ende nemt 
wolle meiter yeken van scapen 
ende doopse of netse also in die 
olye van olyven ende legse also 
in die wonde. Ende gelooft, ende 
segt. Also longinns die ebreeusche 
metten spere stac onsen 

B U6d. here jhesum christum. die niet 
lange en bloedde no drawonkelde. 

l i57d no zeer en was no vertechde. so en 
moet oec dese wonde. In den 
name des vaders ende des zoons 
ende des heilechs geestes. ende segt 
3. werven pater noster. [ende ave 



marien L.] 4 ). Gillebeert wijst c 2ia, 
dat men hier met werke op alle 
wonden, sonder op hooftwonden. 
daer verbiedt hijt. dor die vetheit 
vander olyen die contrarie es den 
herssenen. Si en ware niet also 
goet den hoofde alse olye van 
rosen. ende dat es om dat si confor- 
terende es bi der cracht vander 
rosen. Ende sine es niet vertegende 
om dat si es gemaect van olyven 
die niet ripe en siin. daer mense 
gerecht maect also avicenna wijst. 
Hier latic vanden hooft wonden 
die gevallen omtrent die scilden 
vanden hersssenbeckene ende ga 
voort in mine andere surgie. g 28a. 

[Meister ancels leringhe. 

Meister anceel van genuwen die 
so genas alle syn hoeftwonden 
met eenre salven sonder ander 5 ) 
ende wasser seer mede gheprijst. 
Ende hy hiet sine sieken eten c 2ib. 
die beste spise die sy wonden 
(l: vonden) ende drincken den beste?i 
winen die sy wonden ende dit was 
teghen alle die actoers van medi- 
cinen ende van cirugiën ende l 158a. 
dit was sijn salve wast heet of 
wast cout . een salve tot hoeft 
wonden. Nem£ wit herse 6 ) een 'S? 
ende olie van rosen .5. ^ ende 
wit was 3. §. dit so smelte hy in 
een panne ende alst begonst te 



') In C bevindt zich hier een afbeelding van een heileb ar dier. 

5) L e» C: Dit is die segheninghe daermew die wonden mede gheneest binnen 
ende buten. 3 ) L : ende bider melke wijfts ende maecht 

4 ) L : dit is dat latijn daerof. Tres boni fatres per viaw unaw ibant et obviamt 
eis dommus meister (l: noster) jhesws christus et dixit eis Tres boni fatres quo itis? 
unws ait imtts ad monten {m) oliveti colligendo herbas percussionis perplagaconis 
(C : et plagas communes) et dixit dominus jhesws christus venite post me tres 
boni fatres et jurate michi per crucifixuw deum et per Jac mulieris v«'rginis ne 
in abscondito dicatis nee inde mercedem accipiatis et accipe lanaM succidam 
(C : siccidam) et olium olive et ponite in plagis credite et dicite sicttt longius 
ebreus in latere domini nostri jhesu christi pulsavit necdum sanguinavit nee 
reductavit (C : recludavit) nee doluit nee putredinew* fecit nee faciat ista plaga 
quam carmino in nowine patris et filii et sp*r^t*s sancti. Ook in C. 

8 ) G: anijs. 6 ) C: harst. 



46 



siede?* ende bina ghenoech was 
.3. pinte goets wijns ende soet alte 
gader ende daerin doepte hi een 

g 28c. linnew cleet ende lat doer goette 
(l: doorgaette) hy met 1 scere ende 
so leid hij t op thoeft ende dae?'bove?* 
een plaester va?* stoppe?* ghenet in 
werme?* wine ende bant se so dat 
si niet of en mochte?* gae?* ende 
was die wonde wijt hy naeise 
weder aldns ghenas hi alle syn wom- 
de?* sonder anijs ende veel meer so 
sterfter die int thoeft ghewo?*t was 
dan daer ghenas. L] [G. gaat aldus 
voort: ende diere storven dye groef 
men ende hare sterf vele meere danre 

G 28c. genas. Nochtan was hij vele zeerdere 
geprijst danne alle dandere die bij 
redene wrochten. Ne ware dat was 
niet bij dien dye de redene kenne?* 
ne ware met ander lieden Ende 
f aldus es beter goede vente dan waer. 
Het was oeck .1. meester in vlaen- 
deren van ziericzee uut zeelant die 
hiet meester willam hij maecte eene 
cyrone hij nam wederijn ruuet ') 
dat smalt hij ende mengede dair 
mede al luttel was ende .1. deel 
verde grisen dair (l : dat) men heet 

g 28d. spaensche groene dat ziede hij dore 
eene?* doeck endedopter in .1. line?* 
cleet dair of snijt hij een stic ende 
leyt op alle die wondö?* dye tote 
hem quamen Ende alst vul was 
hij keeret omme ende vagede datter 
(den etter) af ende leyde dander zide 
op de wonde ende ghenas al 
zine wonde?* aldus Hij en nayde 
gheene wonden ne ware hij dwaetse 
met wermen wijne dair na dro- 
gende hijse ende leyder sijn plaester 
op alsoe ick u voirseyt hebbe 



ende wasser zeere mede vernaemt 
dit es algelijc sonder redene?* Sulck f 
was in poperinghen een wijf hiet 
lise pauwels die ghenas alle won- 
den met drancke Ende leyder op 
.1. luttel stoppen ende dair boven 
rode coelbladere vele ghenasser hij 
(bij?) ende vele storvenre ende vele 
moeste?* andere meesters besoeken 
war bij ick segghe ende bewyze 
ende al ziedij eenen meester die 
niet en wert verhueven (l : verheven) g 29a. 
ne wondert u niet dair aflf bedij 
hets beter geluckech eers dan ver- 
pijnt alle boge (?) G] 

Cap. 18. 

Hoe me(n) naye(n) sal int ansichte b ii6d. 

(ende) i(n) andre(n) stede(n) o(m) 
scone lixime(n) te maken. 2 ) 

Alse de mensce es gewont [int 
aensicht L] met swerden of met 
andren wapene?* dies gelike. so 
besiet of die wonde dwers gaet 
of lanx. Ende hebt ene gecantte 
naelde die cleinste van den .3. ende c 2ic 
daer in sal siin .1. lange oge ge- 
gracht ende daer in sal siin .1. 
deinen gewaste?* zidene?* draet. 
of .1. cleine?* gewaste?* twinen 
draet ende slecht 3 ). Ende me?* sal 
naye?* die wonde dee?* stuc iege?* 
dander. Maer en stect die steken 
niet te diepe in de canten vander g 29b. 
wonde?* no int vleesch. Wa?*t 
staectise te diepe, si souden te lelyc 
lixeme?* maken. Ende aldus so nayt 
al omme in die stede?* die bliken. 
alse dansichte. die oren ende die 
hande?*. ende de?* vede *) vanden 
man alse hi gewo?*t es. Es hi 



') u met o er boven. 

2 ) C : Van den ansichte ghewont met snidender wapinen. G : Vanden wonden in 
daenscijn. L : Vanden aensicht ghewont dwers of lawx. 

3 ) In Gr. schets van een naald. 4 ) C : voeten. 



47 



gewont in die lippen lanx of 
dweers. so voege£ die lippe?i suver- 
like vander wonde?i also si ge- 
voege^ waren [te voren G]. ende dan 
naytse nauwe ende ondiepe, ende 
dan legter op dat vorseide pulver 
van calke. ende van olybanum ende 
ya.n draken bloede, of dat rode 

l i58b. pulver. Maer dat legter op .9. dagen 
telken vermakene ende daer boven 
wegebrede bladren of rode cool- 
bladren. Ende es die nese dweers 
[of lanx L] afgeslagen so dat se 
hange£ bi den veile so naytse weder 
ane. ende poentse *) te harer rechter 
stede also si was eer si af was ge- 

g 29c. slagen, ende legter op deen vanden 
t ween vorseiden pulveren, ende stect 
in die nesegaten gansen pipen of 
swanen pipen. entie bewimpelt ! ) 

b ina. met .1. luttel stoppen entie stect 
in die nese gaten om datter die 
adem soude dore gaen. Ende daerna 
legt an elke zide vanden nese 
.1. polu die den nese dwingei dat 
si wel daect ane elke zide int holle, 
[vanden nese Gr]. Die polu we sullen 
den nese wel doen voegen eist 

c 2id. dat me?ise vroedelike lege£. Ende 
dan bintse daerna met .1. langer 
•j- scroden. entie ontbrect in de mid- 
dewert van der scroden so doet 
dalen dien point vande?i nese. ende 
dan legt die .2. ziden vander 
scroden boven den oren. ende ach- 
ter den hoofde so draytse [eene warf 
achter den oren ende den hovede 
ende dan cnoepze G] of naytse. 
Ende emmer so hout pipe?z stekende 
in den nese of wieken, ende die 
gesmeert met zwarter zalven of 
geleyt in olyën van rosen. dewelke 

g 29d wieken liden die wonde binnen 
dat si niet en luuct. si en blive 
open datter die adem dore mach 



gaen tote die wonde genesen sal 
siin. Ende na die .9. dagen so heilt 
die wonde met plaesterkinen ge- 
smeert met swarter zalven, ende 
dwaetse telken vermakene met 
warmen wine. ende daerna droochse 
met .1. sachten linen cleede. ende 
daerna so legter op van uwen vor- 
seiden plaesterkinen. ende si sal 
wel heilen meiter hulpen van gode. 
CJ Ende lanc franc wijst die 
wonde te nayene alsoet vorseit 
es. ende hi wijst te bindene .1. ander 
scrode dweers opten nese. de welke 
scrode houden soude die polukine 
die liggen op elke zide vanden 
nese. Ende hi wijster op tpulver 
vanden levenden calke meiten 
andren dingen, ende daerop .1. g 30a. 
plaester genet int wit vanden eye 
ende olye van rosen te gadere 
geminct ende wel geslage?i in den 
nese te stekene .1. wieke van 
wasse in elc nese gat entie lide 
die wonde, of en ware niewer toe 
goet dat men die wieken daer in 
stake. Waert dat mense met en 
stake lidende die wonde, om dattie 
wonde te gadere soude crimpen. l i58c. 
ende also soude die nese stoppen 
ende verluken datter geen adem 
ute en soude gaen mogen, no oec 
en genen wint in soude mogen c 22a. 
trecken. ende dan so ware verloren 
die lucht van natnren. ende dat 
soude comen te grieve der longenen. 
die haelt haren wint ten nese enten 
monde daer si mede minstreert 
der herten ende coelt hare hitte. 
Want therte es so heet en hadde 
si genen wint vander longenen. g 30b. 
si soude verteren alle die verscheit 
vanden lichame. ende dan soude 
die mensce werden so mager, dat hi 
soude sterven van droocheiden b 117b. 



') C : pointen. 



L : bewijnt. 



48 



dewelke droocheit heet tysike. 
Nochtan comt tysike in .2. manie- 
ren nier hier en behoorter mei af 
te sprekene want hei en behort 
niet ter surgiën. <I Het siin sulke 
meesters die steken die wonde al 
vol naelden ontrent ende bewim- 
pelen se met draden, ende latense 
daerin steken .9. dagen, ende dan 
zie?t si dattie wonde vergadert es 
dan doen sise ute. 

Cap. 19. 

Dits van kindre(n) die siin gebore{n) 

■m(et) gespletene(n) lippe(n) 

scaert monde l ). 

Enege kindere siin gebore?r met 
gespletene?i [monden of'L] lippen in 
ene stede onder dat nese gat. Ende 
onderwilen onder beide dat scaerde 
monde heeten mei vele lieden. 

G 30c. diemen aldus sal helpen. <& Nemt 
.1. scare *) ende snijtter met af die 
cantkine vander gebreclijcheide 
also luttel alse gi moget. behoude 
dattie cantkine hebben en gene 
huut en ware al orame versch 
vleesch. Ende dan so nayt die 
lippen vander verscher wonden 
tegadere met ere drie canter naelde 
ende mei .1. gewasten twinen drade 
ende slecht, ende nayter met die 
wonde alsoet u vorwijst es. Ende 
doet also dattie wonde also wel 
slute binnen in dien bodem alse 
buten die canten. Ende dan so 
stect .1. lange naelde dore die 
lippen verre vander wonden ende 

c 22b. die bewimpelt met enen drade. ende 



daerna so "legter op tpulver vande?i 
calke of trode pulver, ende daer 
boven .1. plaester genet int wit 
vanden eye ende in olye van rose?i 
tegadere geminct. Ende of die 
canelen gebarsten so berecket also Q 30d. 
u vorleert es. : ') Want ane die f 
canelen en mogedi niet doen da?i 
qnaet. wa?it si selen wassen meiten 
kinde bi naturen. Ende alse die 
canelen siin gesplete?i. so siin die 
lippen te spleten, ende dat al tote 
bi den nese. Maer wercter op also 
u vorleert es. ende heiltse voort 
also gi doet andre wonden. Ende 
alse gi ziet dattie wonde vaste 
tegadere cleeft. dan doet ute die L 158d - 
naelde. <I Enege meesters siin diese 
altoes besteken mei naelden ende 
anders mei en nayen. Ende andere 
sniden in elke cake .1. wonde 
om die lippen vanden scaerde bat 
tegadere te bringene. ende dat es 
alser groie faute es van vleesche. 
ende dat es alse .1. die caneel 
gebrect. Ende dat en dunct mi 
en geen goet werc wa?zt hei scijnt 
herde zere int ansichte. 4 ) Waer bi g 3ia. 
ie u rade dat gi u wacht van sulken 
werken wa?it .1. meester soude 
siin herde zere begrepe?i. Ende 
oec welc tijt dat hijt niet en 
doet dwerc 

ter lieder gevoege. die liede en b ii7c. 
willen mei geweten trecht. mer si 
willent hebben also sijt peinsen. 
Want men mach niet maken also 
scone lixeme daer gï'oete faute 
van vlesche es alse daer si 
cleine es. 



1 ) G:Van ghespleten ende gheschode monde. G: In scaerden monden. L: Van 
ghespleteM monden of ghescoerde. 

2 ) In G eenvoudige schetsen van schaar en naald. 

3 ) C : Ende oft ieuwers an eenen cant ghebrake so doet bloeden alsoet hu 
vorleert es. 

4 ) G: want het ontsiert daensichte herde zeere 



49 



Cap. 20. 

g 39b. <J Dits va(n) bule(n) te doene gesitte(n) 
die h(er)de moru siin. 1 ) 

Ende waert dat enech mensce 
ware gequetst int hooft sonder 
wonde van vleesce. ende hi hadde 
.1. grote bule ende si ware wel 
sachte int tasten, of hoe dat ware. 
so legter op stoppen genet in war- 
men wine ende daer met .1, luttel 
souts. ende dat legt optie bule 

g 40a. also warm alse die gequetste mach 
gedogen. <I Ende of die sweringe 
hier met niet en mach geliggen 2 ) 
m gere (l: geenre) manieren, so 
geeft den zieken des avens 

c 22c. spade [ende smorghe?is L] nuwe^ 
len genet in clareite. pillen die 
men heet cochie [rasis L] tote onder 
.y 2 . 3. ende doet hem thooft scere?^. 
ende legter op dit plaester gemaect 
aldns. Speelt goeden wijn ende 
sout al te stucken gestampt ende 
alst begint zieden, so hebt te voren 
gemakei dit pulver ende gestampt 
elc sonderlinge ende worpter in 
van eiken van desen dingen, nemt 
.3. 3. ende suvert die backen van 
lauriers van hare?i peulen, ende 
comijn. ende anijs vanharen stocken 
of stalen, ende dese drogei in. 1. 
vat op tfier. ende dan stampei ende 
maecter af pulver wel cleine in 
.1. mortier. <I Noch .1 ander. Make 
pulver in .1. mortier van mastike 
ende van wieroke elcs .1. 3. dit 

g 40b. doet in .1. goede 3 ) busse so dat 
niet en cleeft te gadere. dit roeree 
merten vorseiden pulvere. dat ge- 
minct in den wijn. Ende alse dit 
wel geminct es. so hebt gruus wel 



cleine gestampt ende gesicht. ende 
mingei daer mei so dat niet en si 
te dz'cke no te dmine mer wel 
slecht. Ende dan so doet dat vat 
van den viere ende doeter in zeem 
.1. deel ende roerei so dat slecht 
si. Ende hier af so legt op thooft 
datter gequetst es also warm alse 
die zieke mach gedogen, ende bin- L 159a 
dei also waerbi dat niet af en 
mach gaen. ende deckei thooft wel 
ende warm. ende latei also daerop 
liggen .5. dagen. Ende oft hier 
mei niet en es gelaect of gesaecht. 
so legt dies gelike vanden selven 
plaestere vernuut tote dat genesen 
es. Maer en verporrei niet dan van 
.5. dagen ten. 5. dagen. «I Macer seit 
dat venkel gestampt mei aysine g <joc. 
ende geplaestert. dat geneest also 
gelike. Mer dat en proefdic noyt. 
Mer dander proefdic diaken 

ende menech werf. ende en be- b ii7d. 
drooch mi noyt Ende dat screef 
[lancfranc ende L] meester huge 
van lnken Ende hei screef meester 
diederijc die predecare. 

Cap. 21. 

<j[ Vanwonde(n) die valle{n) bove(n) 
die oge(n) dweers totein) bene. '') 

Wert enech mensce gewont g 3ia. 
dweers boven die ogen ende dbeen 
gequetst es. so besiet ot tgat aldore 
gaet. Ende gaet al dore so doet als u 
vorleert es int (capittel van den) hers- c 220. 
senbecken te broken Ende of dat 
stucke an tgevac houdt so pellet 
ute vanden vlesche. ende daerna 
so nayet tgevac weder an te 
siere steden. Ende latei .1. luttel 



') C : Van groete quetsinghe in der hooft sonder wowde. L : Van groter quet- 
singhe int hoeft sonder wowde. G : Van buien weder te doen keerne. 

2 ) L : wil gaen sitten. 3 ) G : droege 

4 ) C : Van dat een mensche es ghewont dwers bovenden oeghen. L: Vanden 
wonden boven den oghen duuers gesleghen. In G sonder titel. 

4 



50 



open so dat daer die wcmde haer 
mach purgieren van haren ettere. 

g 3ib. Ende pullet ') die wonde so on- 
derstecse so datter geen etter 
in en mach luuschen ') m den 
bodem van der wonden. €J Ie 
late u te wetene dat dbeen daer 
die wintbrauwen op stae?i dat 
been en es niet van den hers- 
senbeckene. Meter natttre hevet 
gestelt om te scoenre te formeer- 
ne da?isichte. ende dit dede god 
'm den iersten menscen adame 
ende yeven bi harer natnren 
kindere te winnene. Ende also gaf 
hi bi naturen den enen mensee te 
comene van den andren. ende 
also geformeert va?i mensceliken 
leden. Of en ware dat de vader 
te vele saets gave. dan hevet 
tkint te vele leden, [ende alse hij 
gheeft te luttel zo hevet tkint te 
luttel lede G] Maer staen die leden 
erom. dat comt bi dien dat haer 
de moeder qnalike wacht alsi dat 
kint dragee Ende oec macht wel 
comew bider moeder van de?i wive 
die enege faute heeft in hare. 

g 3ic. Ende gerne slacht tkint der moe- 
der of den vader, heefter enech 
enege faute. tkint heft gerne 
tselve dit ziet men dicken geval- 
len, ende menechwerven oec fael- 
gieren. ende dats geen wonder. 
Want faute van natnren es me- 
nechwerven in enen mensee die 
niet en es in siin kint. Ende som- 
wile heve£ tkint faute dattie vader 
niet en heeft. Ende alse die moeder 
ontfaet dat saet van den ma?i. 



die ymaginacie 3 ) die der moeder 
dan comt te voren, dat gesciet 
menechwerven den kinde. Ende 
dits de redene dat tkint es scaert- 
mondech. Nochtan seggen sulke 
dat comt bi dat de moeder heeft 
gete?i van ene?i hase of van enen 
robarde 4 ) vander zee. doen si 
tkint droech. dwelke grote logene 
es. Wan* het siin menech scarde 
in lippen, wies moeder noyt en 
ate?i hasen vleesch no en sage?i 
robaerde vander zee. 

Cap. 22. 

<I Van dat die ore afgescoort es so G sid. 
dat si hangende blijft 
an thooft s ). 

Alsemen scoort die ore af so b iisa. 
dat si blivet hangende an thooft. l 159b. 
of dat .1. [mensche L] vallet te 
meskieve van hogen neder 6 ) so 
dat sine ore si begrepen yewerinc 
tusscen alse in enen stake of in 
ene splintere. 7 ) so besiet wel of die 
snbstancie diere bleven es geheel 
daer die ore bi hangeJ. oft so groet 
es dat siin voetsel daer dore mach 
gecrigen. so nayet snbtilike weder 
ane. Ende legt opten naet pulver c 23a. 
van calke mepten andmi .2. din- 
gen geminct. of root pulver. Ende 
der bat op so legt .1. piaster van 
stoppen blivet die ore wel gevarwt 
so blivet daer an. so dwaei met g 32a. 
warmen wine ende daerna so leg- 
ter op trode pulver telke?i verma- 
kene tote .9. dagen. Ende daerna 



x ) L : pelue£. ") C : vergaderen. 

3 ) G : ymagie. *) G : roebaerse. 

6 ) C : Van dat den oere of es ofte hanghet. G : Vander ore af ghescoert oft 
ghetrocken. L: Vanden ghenen die de oren of ghescoert esofbyna of. 

6 ) G : van een huus oft van enen bome of eldere. 

') G : es begrepen van enen tacke van enen bome oft van enen nagle vanden 
huyse oft splentere van enen poste ofte ane eenen staken bij ongevalle. 



51 



so volheylt die wonde vort met 
plaesteren genet in wine. Ende vele 
meesters heilent met zalven, waerbi 
mi dunct dat de zalve niet goet 
en es also die oude meesters juge- 
ren. of sine ware constripatijf. dat 
es te seggene dwingende of stop- 
pende, dat en doet gene zalve die 
gemaect es [van swinen smoute L] 
ten wonden alse swerte zalve. 
ende sonderlinge zalve die gemaect 
es met oliën van rosen. of met 
oliën van mastike. of met oliën 
van mirtellen. Ende da£ met spe- 
ciën dwingende dies gelike. alse 
mastic. of wierooc. drakenbloet. 
of aloës epatic. of noten cypres- 
siin. of pulver van gebernt teelix. ! ) 
of met gallen, of met balaustiën. of 
met vele des gelike. Want in cnoese- 
gen steden, of in zeneweger ste- 

g 32b. ^n siin qnaet geleit medicinen 
die vertegen. 2 ) alse ripe olive olie. 
of oliven. of half ripe. ofenegerande 
smout. Ende dit settic in exemple 
in dese stede om dat gijs altoes vor- 
sien siit in allen steden. Ende dat ghi 
comt spreken manierlike van eiker 
steden, ende dat redelike ende na- 
tnrlike ende namelike werken. 
IJ Ende eist geslagen met energeran- 
de [snidenre L] wapenen alse swert. 
fautsoen of mes ende het af hange£ 
metier 3 ) caken. of met enen stucke 
van den beene of sonder dheen. 
so nayet wel tsire stede [ende 
stect C] in die ore altoes ene 
wieke die dore op houdt so dat 
tgat vandor oren niet en verheile 4 ). 

l 159c. want verheilet het soude scaden 
int horen, ende dat ware u [scande 
ende L] achterdeel ende u lachter 5 ) 



waerbi dat ghi stelt alle die leden 
te harer rechter steden ende na- 
ture gewijst also na alse ghi mo- 
get na u macht. €1 Het siin selke 
lieden die den volke geven logene 
te verstane, ende seggen Ie sach dat 
.1. man die sijn ore [endeneseC] af c 23b. 
was geslagen, ende hi vinct eert 

op deerde quam ende hi ginc B 118b - 
tenen goeden meester diet hem G 32c - 
nayde weder an. ende hi genassen 
wel. Dese siin onbecommert te 
vi?*dene enen logenare. want si 
makene van hem selven. want wat 
dat versceden 6 ) es van den lichaem 
wat lede dat si. dat verliest also 
dapperlike sine geesten 7 ). Ende 
dat doot es dat en mach niet 
werden levende, het en werde 
levende van miraclen. ende dat en 
gesciet hier niet. Want men siet 
dicwile. daer men .1. gevac afsleet, 
eist int ansichte of waer dat si. 
en heve£ niet so vele gehele steden 
datter tfoetsel dore mach comen 
met den geesten, so verderft dat 
stuc ende vertecht af. Ende som- 
wile heve£ luttel spaciën dat siin 
adren comende vander leveren die 
den stucke voetsel geven ende 
arteriën dewelke hem geven gees- 
ten vander herten, ende natnrlike 
hitte. Ende in tgrote stuc dat vor- 
der es daer en siin gene adren no 
arteriën. Ende men bint oec onder- 
wilen die wonde der dat stucke 
af es so vaste ende persset tstuc g 32d. 
so zere met. datmen dbloet oec 
daer ute duwet biden bedwange. 
ende dus bederve^ tstuc bi scoude 
vanden meesters. Waerbi ie mane 
eiken meester dat hijs hem wachte 



*) L: cedix: G: tectyx; C:tedicken; s ) L: vertichen 

3 ) C : neffens der *) L : verstop 

5 ) L: ende het soude den mester seer achteren. 

8 ) L: verstorven 

') L: oft dat gheen voetsel in en heeft dat moet corrumperen ende verderven 



52 



dore siere eren wille, ende tprofijt 
van der zielen ende van sinen zie- 
ken, so en sal hi hem gene bla- 
meringe doen sonder redene. 

Car 23. 

(I Van wonde{n) gescotein) int 
ansichte of i(n) andre(n) steden 1 ). 

Het gevalt dicken dat .1. mensce 
gescoten es int ansichte [of an- 
derswaer L] met enen gescutte *). 
dwelke yzer heeft enen buuc daer 
thooft in gescut es 3 ). ende daer 
es die meeste hoop af optie zide 
ter zuut zee ende sonderlinge m 
romeinen in spaengiën. invranke- 
rike. in ingelant. in scollant ende 
m waelsch. ende in vlaendren 
brabant Lj. Waerbi mine lere es 
c 23c. alse .1. man es gescoten dat hi 
g 33a. besie hoe hi (l : die) scoet(es) diere 
gescoten es. Ende vindi de?z 
scote uut getrect so sijt seker 
dat dyser met uut si getrect 4 ). 
l i59d. Ende es hi van onder gescoten 
opwerk so eist vreseliker. dan oft 
ware van boven nederwert. Dits 
die proeve. Alse me?i sciet va?i 
onder enen casteel b ) of dies gelike. 
ende sonderlinge int hooft, ende 
vanden gordele 6 ) tote beneden der 
lieschen 7 ). so es te duchtene dat- 
tie scote gaet toten hersenen, of 
tote?i darmen of toten andren [lee- 
den C] die daer ligge?z binnen, alse 



levere. longere. blasé, milte. mage. 
Nochtan en soude die wonde daer 
bi niet gerne sacken 

want si soude hebben haren b H8c. 
mont nederwert omme haer wel 
te pnrgeerne. Nochtan esser vrese 
ane om die vorseide redene. <I Ende 
oft tgescutte 8 ) daer in stect tote 
dat giere toe corat so tast oft thout G 331> 
wel si int yzer. ende dan so tree- 
kei ute beide te gadere so scoen- 
kine n ) dat gi niet bi uwer haest 
thout uut en trect sonder dyser ,0 ). 
Ende wacht u dat thout niet en 
si omme gekeert "). want dyser 
soude bliven binnen den vlesche 
ende dan waert tonsiene dat ment 
niet uut en gecrege sonder tfleesch 
te snidene. ende dat ware te piin- 
lijc den gewonden: Nochtan waert 
beter gesneden dan dyser der in 
gelaten want net moeste uutwert 
[voren ofte nae C] want natnre en 
maget niet gedogen in den lichame 
also machtech sine stekel ute. 
Waerbi men siet dicken gescien c 23d. 
dat .1. dragee in siin lijf .1. ge- 
scutte of een ander dinc [of qua- 
rele of 1 stic van eenre spillen of 
ander dinc dies ghelike dat niet 
en was uut ghetoghen van niement 
die daerby was d.oe(t) den mensche 
inghinc Ende dus so blijft in den g 33c. 
mensche onderwilen L] .1. jaer of l ieoa. 
meer. ende alse tfleesch es ver- 
tech 12 ) daert in stect. of dbeen 



') C Van dat een mensche wert ghescoeten int ansichte. G: Van ghescutte uten 
wonden te doene die ghescoten sijn. L: Van den ghescutte int aensicht of anders- 
waerindew lichaem is. 

! )G: schichte 3 )C: daer dat hout in stect 

4 ) C: soe sijt emmer versekert dat dat iser mede hut quam 

5 )C: quarel; L: pijl 6 ) C : gorden rieme neder wart 

7 ) G: navele 

8 ) G: die schichte ofte quareel 9 ) L: suverliken 

10 ) C: dat ghi sou niet verhaest soe dat dat hout hute mocht cowmen ende dat 
iser niet 
") G: ontwee ghekarst langhes den ysere l: ) L: verrot 



53 



es verdroocht of [die C] zenewe 
daert in stect so comt natnre 
die uut stect ende stekel va?i 
hare ende dan heeft die mensce 
menechwerf daeriegen g?*ote joocte. 
ende crauwei so dat hijt beseft ende 
treckei ute. ende dan heylt die 
wonde wel. €J Of es die mensce 
gescote?i met ingels gescutte die 

g 33d. men maect met baerden ende .2. 
ane elke zide. of mei ere hase- 
scichte des gelike. so doet aldits. 
Men sal sloeve?i over die baerde- 
kine ene ganspipe of ene swanew- 
pipe. ende dan doet dyser ute. Ende 
doedijt andersins die baerden selen 
ga.en int vleesch. ende dan sout 
den gewonden swerlike gaen ')'. 
entie wo?ide vele argere siin dan 
si was tevoren ende oec en ge- 
c?'egedijt ne?nmermeer uut sonder 
sniden de wonde bat widere. Ende 
men saelt trecken [met eener tan- 
ghen die subtijlic ghemaect es 
alsoe in deser manieren (eenvoudige 
schets van een getande tang) C] 
rechtevort opwert sonde?' wanke- 
len. wa?it dae?" af soude comen 
der wonden meskief van meer te 
widene ende te vernuwene. Ende 
men saelt trecke?i metter hant op- 
dat ment geerigen mach meiten .2. 
vorsten vingere?i ende metten dume 

g H4a. vander rechterha?it of mei ere tan- 

gen 2 ). Cjj Ende eist dat tgescutte 

so diepe in es of iet anders, of alst 

gescutte es van enen boge of van 

l i60b. enen springale diep gescoten in 

c 24a. .1. groet led. alse .1. dye. so neme 

G 34b. .1. tange die vaste slut gemaect 



mei .1. vise daeran te wi?idene ende 
also uuttrecken. (Zie fig. XXIII) 3 ) 
Ende eist te vaste, so salment uut 
doen bi den rade vanden vriende?i 
behendelike. enten zieken yerst 
berechten heeft hijs noet. Men 
sal nemen die vorseide tange mei- 
ten vise ende 

slaense wel vaste ane tgescutte b nsd. 
entie tange sal siin so vaste ge- 
maect dat se mei en mach fael- 
gieren en moete met comen. €J Ende c 24:b - 
eist dat .1. groet gescutte es ge- G 34c - 
scote?i in .1. groet led stekende 
ent so verre dore es dat die vede- 
ringe dore siin. of so verre datse 
met weder en moge?i keerew. so 
salment vorwert slaen. 4 ) [met enen 
hamer ende dat achier uut sal 
come?i L] €fl Ende of .1. men- 
sce es gescoten mei .1. gescutte 
alse .1. eisene 5 ) gedaen. ende 
dyser gescicht 6 ) es int hout 
alse .1'. eisene es gescicht in 
haren hecht, datmen plegt in 
vele landen, alse in ho?igeriën 
ende in heydenisse. so sijt des G 34d. 
zeker dat dyser uut come meiten 
houte. Ende sidijs versekert so 
hulpt der wonden mei desen dran- 
ke wsait hi es goet alle?i wonde?i- 
die gescoten siin te heylene son- 
der wyeke. [Dit doet iser ende 
ghescut uut comew ter wo?iden. 
polipodium quersini ende diptan- 
mis flores fabermos cardones te 
gader ghesoden mei olie van oli- 
ven. Noch even vele ende enciane 
ende alsen te gader ghestoten 
ende ghesode?i mei seem ende dai l 160c, 



*) C en L: seer letten 
•) In G afgebeeld. 

3 ) Afbeelingen in G (Zie fig. XXV) en L. In C ruimten voor teekeningen 
opengelaten. 

4 ) In G ruimte voor een afbeelding opengelaten, 

5 ) L: pijl ghetant ghelijc d'alsenen 

6 ) L: ghevest 



54 



gheplasteri daerop . . et(?) pyn met 
wijn ghedronken doet yser doern 
splinteren uut wonden comew 
zeem met spae?isgroen ende met 
asine ghemenghet doet been uut 
comen dat verrot is ten gaten. Dit 
doet been uut comen tot wat gate 
dat men willen Nemt vighen te 
broken met wilden mancopijnzade 
of sape daervan dit doet yser uut 
comew win(?)chworte ende gaghel 
ziedet in witten wyn ende drin- 
ket neghe?i daghen. Een wonden 
dranc L] <I Nemt tente die men 
heet reynevane. ende gariofilate. 
hete netelen, rode colen. honts- 
rebbe. dien erop vander roder 
bramen, elx ene hantvol ende 
campsaet .'/ 2 - t£- ende ziedet al te- 
gadere in .3. pekei ') wiins tote 
dat die .2. pekei versoden siin. 
Dan ziet dore .1. cleet ende tem- 
pert met gescuumden zeeme so 
vele dat zoete si ende beqi^amelijc 
te drinkene. ende daerna so slater 
in dwitte va?i .5. eyeren alst coel 
es. ende dan iningei wel overeen 
altoes roerende ende wel blut- 
sende J ) ende daerna doet zieden 
sonder roeren, ende dan ziet 3 ) dor 
g 35a. .i, die linew cleet. Ende hier af 
c 24c. geeft drinken den gewonden nuch- 
tens ende navens telken enen lepel 
vol. ende legt optie wonde rode 
coolbladien. dit doet heylen die 
wonde sonder wieke opdat si niet 
es gescoten sackende of gestoken 
met ere glaviën. of met kniven of 
met andren wapinen die cleyne 
siin. Desen dranc ordineerde avi- 
cenna ende ie hebber met gewrocht 
in [meneghe G] sconen curen vaw 
dorstekenen wonden die waren 
l ïeod. gesteken dore den arm. dat ter 



ander ziden dore qnam. ende dore 
die dyen. Ende dese cwre wert 
voldae?i binnen .15. dagen. CJ Desen 
dranc ordineerden die .4. mees- 
ters [van Salernen C] in haer 
tractaet op meester roeland ijns 
surgie. Ende es dierste dranc 
wonden met te heylene sonder 
wyeke. Nemt wortele va/i meeden, 
wegebrede. hontsrebbe. camp of 
tsaet 4 ) rode coolen. apie. mer van- o 85b. 
der meeden noch also vele dan 
vanden andren cruden. ende minc- 
tse mei wine. ende doetse zieden 
tote dat terdendeel versoden si 
vanden wine. ende daerna gieter 
op ander wiin also vele alse van- 
den iersten was. ende doet ander- 
werven terden 

deel verzieden, dus doet .3. wer- b ii9a. 
ven. ende dan ziet dor .1. cleet 
ende bestadei. Van desen dranke 
geeft den zieken gewonden .3. 
werf sdags nuchtens. te middage. 
ende navens. ende en stect en gene 
wieke in de wonde, mer legterop 
rode coolbladre. <I Een ander dranc. 
Nemt gariofilate. alsene. pigle. 
buggle. herba robberti. elx even 
vele. ende dit doet in wine 
alsoet vorseit es in den andren c 24d. 
dr&ne. hi sal comen uter wonden, 
alsone de gewo?ide drinct. €J Een 
ander dranc. Nemt croppen van 
campe ende van bramen ende reyn- 
vane. elx .1. hantvol. entie wortel 
vander meeden also vele alse van 
alden andren. ende stampse alte G 3öc. 
gadere ende maecter af bollekine 
also groet alse .1. stoet 5 ). so dat ghi 
tsop niet uut en duwei. ende droochse 
wel ter sonnen. Ende als giere 
met werken wilt. so tempert .1. (?) l 161a. 
met wine. ja en heeft de gewonde 



') L: 
3 ) L: 



sloepe 
seighet 



2 ) G : blusschende 
4 ) G : kampsaet 



6 ) C en L : haselnote. 



55 



en genen corts. Ende eist dat hi 
corts heeft, so tempert met cyrope 
van vyoletten. of met watere [of 
suker L]. Ende hier af geeft den 
gewonden drinken alsoet vorseit 
es telken .3. lepel vol. [ende dat .3. 
werven daghes L] ende legt altoes 
optie wonde rode coolbladere. 
<I Een ander dranc. Nerat meede 
camp. of tsaet daeraf. tente. rode 
colbladere, elx even vele. Mer 
vander meeden noch also vele 
als e van al den andren cruden. 
ende stampei altegadere. ende tem- 
pert met wine. ende daerna ziet 
wel. ende geeft drinken .3. werf 
g 35. sdages telken .1. eydop vol. ende 
legt coolbladere optie wonde. Ende 
keert de gewonde desen dranc 
dats teken vander doot. 

Cap. 24. 

L i67d €J Van dorne(n) of gescutte 

uut te doe(n) corae(n) 
aondier) sniden. ! ) 

Het siin vele lieden alse ge- 
scutte of dornen of naglen of 
ander dinc bliven in haer wonde?! 
c 25a. so ontsien si tsniden. 2 ) Hiertoe so 
es goet dyptamnns optie wonde 
geleit ende polipodium ende tsop 
van hasele 3 ). dit tempert te gadere 
ende doeter toe swinensmout .1. 
luttel ende hier af maect een 
plaester ende legget opte wonden. 



dit esser zere goet toe. «I Ende es 
yser bleven in die wonde entie 
gewonde niet wille gedogen dat G 36a. 
gine snijdt, so legter op die medi- 
cine vorgenoemt. Nochtan ware 
beter .1. piaster dat dade vertegen 
entie stede al omtrent versweren, 
dewelke doen sweren dat etter 
uut te comen. ende doen die swere 
versweren ende gesmieden die 
swercnge. Ende emmer en segt 
den gewonden niet anders dan 
dat het wert .1. lange cwre. Want 
troestedine 

dat hi soude siin op enen corten b ii9b. 
tijt delvereret 4 ) vanden ysere ende 
hijt logene vonde. hi soude u te 
min betrouwen. Entie vorseide 
plastere die tgescutte uuthaelt dats 
in vleeschen steden, want alst int l 168a . 
been es. dan moet uut siin gehaelt 5 ) 
met .1. tangen of uutgehouwen me£ 
sw-btijlheiden fi ). €][ Ende die mensce 
gescoten int hooft so dattie scote 
gaet tusscen den vleesche enten 
herssenbeckene. so nemt .1. sceers 
ende snijt de wonde vanden enen 
gate toten andren gate op. Of en 
gaet de wonde niet dore. so snijtse g 36b. 
toten bodeme vander scote. ter 
avonturen of daer enege scaelgiën 
bleven siin die gi uut selt doen. 
ende maect die wonde wel suver 
ende daerna so heyltse alse .1. 
ander wonde also u voreleert es. 
«I Ende of die scote ginge tusscen c 25b. 



1 ) C : Van ghescutte hute te doen commen sonder sniden. G : Van scichtew of 
ander dinc ute te doene. L : Van ghescutte uut doen comen sonder sniden of 
doem of naghelen 

2 ) G : ende si hebben vele liever dat ment hute doet sonder sniden ende hem 
ne rouct hofe langhe dat men der toe doet ende omme dit hute brenghene 
soe maect dese piaster .... 

3 ) C : aseleeren. G : ende hebben liever dat zij den doren oft dat yser ofte 
tquareel uut doet comen met anderen behendicheden. 

*) G : li vereert. 

B ) C: dan moet ment hute halen met eener tanghe aldns: sie fig. XXIV. 

6 ) C: ofte het moette hute sijn ghehouden met subtijlen instrumenten. 



56 



den herssenbeckene ende dura ma- 
ter so snijt die wcmde also alse 
haer recht es ende dorebore£ dbee?i 
daerna ierst tfleesch afgepelt van- 
den herssenbeckene entie wonde 
wel geruumt int vleesch so dat 
ghi hebt goede delivera?icie x ) den 
bene te hulpene waerbi dat ghi 
moge£ scichten of quareelen uut 
doen sonde?' dura mate?* te quets- 
sene. Ende of ghi ziet quade teke- 
nen so -vliet die eure of gine wordes 
gebeden van des gewonden vrien- 
den. Ende dan segt hen die vrese 
die giere ane wet als u vorleert es. 

Cap. 25. 

G 36c. *& Hoe me(n) den gewondeiii) es scul- 

dech te hondene va(n) etene {ende) 

va(n) dri(n)kene (ende) w(aer) 

[af] rae(n) sal doe(n) 

wachte(n) 2 ). 

Nu hort hoe men enen gewon- 
den es sculdech te houdene [van 
eten ende van drinken L] na dat hi 
gewont es 3 ). Heeft hi vele gebloet. 
so geeft hem [spijse C] dat siin bloet 
weder wassen doet met ate ende 
met dranke. IJ Es die gewonde 
cranc ende heeft hi reden 4 ). so 
geeft hem amandel melc met .1. 
luttel gruus gemaect 5 ). Of hine 
ware gewont int hooft daer ware 
L 168b. si hem qnaet. ende melc van noker- 
noten oec ende melc van hasel- 
noten. Want si hebben macht te 
makene qnaede fumeyen 6 ) die ze?*e 
dere?i den hoofde. Maer geeft hem 



gebraden zuur applen. Of geeft 
hem pureye van witten erweten. 
ende wachten vanden erweten. Of 
geeft hem wellinge met .1. luttel 
aysiins of geeft hem tetene geke- c 25c. 
rende melc met gortte gesoden G 36d - 
entie niet dicke. Ende geeft hem 
drinken tyseine. of bierkiin son- 
der cruut of rou amandel melc 
gemaect met gesode?i borne 

dits al goet gedronken gewon- b. ii9c. 
den lieden die den rede 7 ) hebbe?t 
of die hem ontsien van reden. 
€J Dese dranc conforteert die mage. 
ende weert oec dat die humoren 
niet en clemmen s ) ten hoofde ende 
hine stopt niet den lichaem. ende 
hi Joluscht hitte. Nemt gesuverde 
gerste .2. 5. crumen van tarwen- 
brode. .1. 3. ende .10. prumen van 
damas. dit doet al te gadere zie- 
den in .10. 8'. waters al tote die 
helft versoden es. dan ziet dor .1. 
Ymen cleet ende bestadetf in .1. 
gelasiin vat. ende drinken cout .\ 
•I Een ander dranc. Nemt scone 
water .1. J / 2 . peketf ende gesuverde 
gerste .3. 5. juiube. sebesten elx 
.y 2 . 5. droge prumen van damas. 
.1. 5. beyeren van prume?* gerna- 
ten .1. 3. suker van rosen .3. 3 .*. g 37a. 
hier af doet versieden J/2, peket. 
of luttel min desen doet also u 
vorleert es in den andren dranc. 
•I Of heeft hi vele gebloet ende hi 
niet en cortset. so geeft hem tetene 
hoendren gesoden. of wederen 
vleesch ende nuwelkine int sop l 168c. 
ende swinen voete?i ende dit al 



') C e«L: macht 

2 ) C : Van den ghewonde te houden van eten ende van drincken. G : Wat men 
zal eten ende drincken. L : Vanden ghewonden te houden sonder eten. 

3 ) C: van eetene ende van drinckene ende dat naerdien dat de (l: hi) ghewontes. 

4 ) C : ende heft hi vele curtsen. 

B ) L: metten rise .1. luttel ghesoden weitengruus. 
6 ) L : fumacie. ') G: coortsen. 

8 ) G : comen. 



57 



wel gesoden. ende geeft hem tetene 
moruwe eyeren. Ende geeft hem 
drinken gete?nperden wiin. ende 
dit niet so vele dat hi sat si. Wawt 
satheit belemmert so de nature 
dat si gene macht en heeft te 
werkene daers noet es. ende si 
verget te verteerne dat daer in es. 
en moet siin bi der hulpe?z vander 
leveren van harer hitten, ende 
dus so cortst die mensce va?i ver- 
u 25d. vultheiden. ] ) ff Wacht oec den 
g 37b. gewo?iden van swinen vleeschee?ide 
van rentvleesche ende van herten 
[ende van gheiten ende van ossen 
van coien C] ende van hasen. va?i 
coninen. van gansen. van swane?i. 
van enden, ende va?i allen manieren 
van gevochelte die geloken voete?i 
hebben 2 ). Ende van palinge. va.n 
carpers. va?i tincke?i. ende van allen 
vische?i die hare voetsel nemen in 
die wasen. Mer men sal eten cleine 
vischen die wel gescelt siin alse 
rootsen 3 ). blieke?i. baersen. cleine 
snoeken. Ende ete hoendren geso- 
den ende kiekine. ende jonge ca- 
poene, jonge hanen pertrice?i. vin- 
ken, leeuwerken. ende alle cleine 
gevochelte met gespletene??, voete?i. 
of met scieren plunien. of met 
valuwe?i. 

Cap. 26. 

^Dits va(n) spasmus, dats die 

cra(m)pe. enide) dit es 

vrese den gewonden. k ) 

Spasmus dats ene ziecheit die 
vreselijc es alsi comt opte?i ge- 



wonden, ende daer af sterfte?- [vele 
C] meer dan geneest. Ende daeraf G 37c. 
esser .2. manieren die onderwilen 
comen van vervultheide?i. Ende 
onderwile?i van ydelheide?i. Van 
ve?vultheide?i. alse men wont enen 
ve?'vulden man ende hi niet en 
bloet also 

vele als hem bedarf na sire b H9d. 
vervultheit. Ende oec bedarf hem 
meer bloede?is als hi gewo?it es c 26a. 
[met stocke?i oft dies ghelike da?i 
alse hij gewont es G] mei sniden- 
de?' wapenen alse met swerden of L i68d. 
dies gelike. Ende bloet hi min da??, 
hi bedarf so doete?i bloet laten 
ter adre?i. of hine ware te flaeu. 
ende dat in die a,dren die dlet ru- 
men of y delen datter gewo?it es. 
Ende eist int hooft, so doeten laten 
in die hooftadre an die selve zide 
van den hoofde daer hi gewont es. 
Ende eist in .1. bee?i. so doeten 
laten in die nede?'ste adre van 
den arme an die selve zide der 
hi gewont es. Ende es hi gewont 
in de?ï lichaem of in die scoudre??. 
of i?i den rugge. so doeten laten o 37d. 
in den arm an die selve side i?i 
die melte ad ere 5 ) op dat hi gewont 
es van den navele opwert. Ende 
es hi gewont van den navele ne- 
derwert. so doete?i late?i in die 
nederste adre vande?i drie?r die es 
in den rechte?i arm [ende L] [dye 
nedeste adere dats G] die levere adre 
ende in den slinken arm die milte 
adre. Ende als hi gewo??.t es met 
stocken of dies gelike. so moet 



') Cew L : daert not is want daer curts die mensche daer omme eist seere 
goet datmen den ghewonden gheeft lettel tetene niet dan tweewerf ofte iij werf 
sdaghes ghematelijc. 

2 ) L : dat heel voeten heeft. 3 ) C : grodelinge. 

4 ) C : Van der crampen dat men spasmen heet. G : Vander cueren van den wonden. 
L : Van cra?wpen die men heit spasme. 

5 ) C: ter adere van mediana; G: myddel adere. 

4* 



58 



men [te L] meer laten om dat die 
humoren, dan meer lopen ter ge- 
brokender ') stede, ende dan so sou- 
den si keren weder ter stede die 
geydelt ware metten bloet latene. 
Ende dits dierste regement optie 
gewo?ide ende dat nuttelec es de?? 
genen die gewont es. ende ver- 
vult ende spasmeert. ^ Die gene 
die gewont es ende van ydelhei- 
den spasmeert. so en esser gene 
cure toe. wa?it men mach den 

G 88a. lichaem niet vervulle??. want hine 
mach niet verteeren wat dat men 
hem geeft. Want die mage en mach 
niet zieden -) dat in hare es. want 
die levere es vercranct ende ver- 

c 26b. coelt. waer&i dat si niet en mach 
zieden dat in de mage es bi harer 
vercoutheit. dus so en mach si niet 
trecken tote hare tfoetsel van der 
magen, wasr met si vort mach sen- 
den den lichaem siin. voetsel van 
natnren. ende dus so blijft die 
lichaem ongevoet. Aldns so comt 
dattie nie?isce es verydelt in sine?t 
lichame. «I Spasmns van vervult- 
heiden C07nt dapperlike '*). ende 
spasmns die van ydelheide?i comt. 
die comt traechelike ende in lanc 
so meer wassende, waerbi dat spas- 

l 169a. mus comt bi .3. manieren, ende 
comt oec bi .3. saken. dewelke .3. 
manieren heeten aldus in latie?? 

g 38b. eraprestonos empistonos. tetanus. 
<I In emprestonos so treek e??, dieze- 
newen thooft vorwert. so dat die kin- 
ne daelt optie borst entiemontstaet 
geloken so vaste dat men niet en 
mach ontdoen met .1. messe. entie 
vingren luken in die hant so dat 
mense niet en mach 

a 120a. ontdoen no gerechten. «I In 
empistonos trecken die zenewen 



') C: ghefrossierder; L: ghequester. 
3 ) L: rasche 



thooft achterwert entie mont blijft 
open staende altoes sonder luken. 
Die caken metten tanden verscee- 
den dat si niet tegadere en mogen 
luken. entie vingere rechten, 
entie hande en mogen niet 
luken. <ff Tetanus so heet die 
spasme die alden lichame van 
eiker ziden eve?i vele of even 
zere trect so dattie hals en mach 
en geensins keere?i. so dat die 
lichaem es also stijf vanden holen 
vande?i hoofde toten planten van- 
den voeten alse ofter in gesteken g 38c. 
ware .1. stoc. <I Dit evel eist dat- 
men spasnms heet dat comt opten 
gewonde?* bi .4. maniere?*, dats bi 
vervultheide?i. of bi ve?ydeltheiden c 26c. 
alst nu vorseit es. of bi dat die 
zenuwen hebben etter omtrent, 
dwelke dat hem vartecheit toe- 
brinct ende sweringe. ende tormen- 
te. Of bi vertecheide?i va?i ene- 
gerande vetheiden alse van zalven 
die ve?*tech es alsi meest al es. 
of sine ware gemaect van oliën 
van rosen die gerecht gemaect 
ware also avicenna leert, of plas- 
te?^ van smoute van botren. of 
van oliën van oliven of dies gelike. 
Of bi dat die coude lucht comt an 
die zenewen dat hare sere con- 
trarie es. coude wint of coude medi- 
cine nattwlike cout of coude 
plaeste?'e of zalve daer op geleit. 
Dus siin dese 4. manieren te 
bringene spasme. Dat van ver- 
vultheiden comt. die comt dapper- 
like. die van ydelheide?i comt die 
comt t?'agelike. Ende die .3. andre 
maniere??. come?i oec bide?i meester g 3Sd. 
bi roekeloesheiden ende meest dat l 169b. 
si niet en weten vander const. 
Want het siin al leeke meeste?*s 

2 ) G: versyden 



59 



diet geleert hebben an leeke 
meesters. Want die hem vmgede 
om. enege surgye. sine souden 
hem anders niet antworde?i. dan 
ie doe also ie sach doen mine?ï 
meester diet mi leerde also iet 
can. ende ie doe alsi daden, ende 
t dats noch leeker. 

ff Nu gaen wi ter curen also die 
meesters wisen van surgye?i. ge- 
nomen ute?i boeken van medici- 
ne?i [dye segghen G] dat goet es 
bloet late?i in alle die [speciën van 
C] spasmen. ende meest in die die 
comt van vervultheiden. ende daer- 
na in dandre .3. ^ Maer die comt 
van ydelheiden daer in en wilt niet 
bloet laten, of luttel. In alle die 
wonden die comen siin in zenu- 
weger stede?i so gieter in olie va?i 
G 89a. rosen entie warm. Ende al u medi- 
c 26d. cinen die legt op wonden warm. 
Ende smeert den hals enten nacke 
en trugge been. entie occele entie 
liesche met oliën van lauriers 
b 120b. die sulke lieden heeten olie van 
bayen. olie van euforbie of olie 
van castiin. olie nardum. rute olie. 
olie van lelyën. of olie b(e)nedictum. 
of peterolie. of enegerande hete 
olie. ende so si heeter es so si beter 
es. alse olie b(e)nedictum die heetst 
es. of peterolie. mer si nes niet so 
heet. €| Of maect dese zalve die 
niaeete meester bruun van lego- 
burgens. Nemt castorie dats be- 
vereul. euforbie. elx .3. 3.piretrnm. 
thuris. dats wierooc. mirre, aloës. 
mastic. elx .5. 3. oliën van bayen. van 
vliedere. van doeken '). van pope- 
lioene. elx .1. 3. ende was also vele 
alst bedarf. Maecse dus. datmen 
pulveren mach dat salmen pul- 
veren in .1. motalijn mortier 



ende mi?igent al te gadere mester 
oliën vorseit. ende dan wermet al 
tegadere op .1. vier. dan doeter G 39b. 
in dat was. dits goede salvejege?i 
al sulc evel. «]] Noch ten selven 
die gespasmeerde sal drinken l 169c. 
van desen dra?ike die gi maect 
aldns. Nemt bevercul. caneel. spijc. 
peper, calamente. maiorane. sael- 
gie i ). rute elx even vele Meester 
hugo van luken die maecter 
af .1. goet clareit. ende gaeft drin- 
ke?i den zieke?i .1. luttel te make 3 ). t 
ende hi seide dat goet was. <I Noch 
maec£ ene gargarisacie aldus. Nemt 
mostaert saet. piretrn?™. stansagrza. 
dit ziedet in wine met zeeme. ende 
ziet door .1. cleet ende dit sal die 
zieke gargariseren. <I Noch maect 
hem oec .1. niesinge datten doet c 27a. 
niesen. Nemt bevercul. ende peper, 
gepulvert in enen mortier, ende 
werpe£hem in den nese. dit doet zere 
niesen. «I Noch men sal hem ma- 
ke» .1. stove daer in dat hi s weten G 39c. 
sal. in ene cupe sittende 4 ). Ende 
men sal in den pot zieden hete 
cruden alsene. saelgie. rute. ven- 
kel, persiin. mente ende deser 
gelike sal men zieden in enen 
pot wel gedect dat die doem 5 ) 
niet uut en mach slaen. sonder 6 ) 
van den potte in die cupe [ghemaect 
in deser manieren (zie fig. XXVI) C] 
dore daer die zieke in sal sitten. 
Ende men sal maken vier jege« 
dat men wille entie zieke gedo- 
gen mach dat hi wel sweete. Ende 
daerna so smerten metier vorseider l ïeod. 
zalven, ende wachten dat hem 
geen coude en belope. ende legten 
dan op .1. sacht bedde. Ende als 
hi .1. luttel gerust 7 ) heeft so doeten 
weder in die stove. ende dit doet 



') L: dockew; C:oleum sanbuciin 2 ) C: salvia 3 )L: lepelvol te gader 

4 ) In Gr en L schetsen van een dampbad. 5 ) C: adem 

6 ) C : anders dan ') C en L: ghezweet; in G gherust 



60 



dicken tote hi genesen es bider 
o 2Vb. hulpen Gods. Ende stect tusscen 
stee tande?i enen stoc dat hi met 
en bite sine tonge dat gerne gevalt. 
€fl Dits goet plaester jege?i spasme 
dat comt van vervulten. Nemt 
polyoen. alsene. bayen van 
b 120c lauriers. comijn. [ana partes equa- 
les C] dit stampt al tegadere ende 
maecter af pulver wel cleine. ende 
daerna minget met zeerae. ende doet 
.1. luttel spelerc so dat si .1. luttel 
dicke. ende daer af so moet men 
leggen .1. luttel optie stede die 
zeer es. ende dat warm ende niet 
te heet no te cout. dit sal sachten 
g 39b. die zeerhei t. «I Een ander dat goet 
es kindren die gespasmeert siin 
also avicenna leert. Nemt anijs, 
soffraen. zeem. ende .1. piaster 
hier af gemaect alsoet vorseit es- 
dat legt op tkant daert hem zeer 
es. «I Die (van) verydeltheide comt 
van te vele te bloedene, of van te 
vele ter cameren te gane. of van 
te vele te cortsene. 

Cap. 27. 

ij Va(n) scorfheide(n) va(n) de(n) 

hoofde bi de(n) rade va(n) 

d(en) .4. meest(er)s ') 

Van scorftheiden op thooft. 
daer siin sulke manieren die men 
mach genesen. ende sulke niet. 
Ende dat siin die de huut vaste 
hebben ant been staende entie 
niet en mach riden. entie hart es. 
ende werpet vele sulferen 2 ) dewelke 
C 27a. eten thaer. Ende of ghi u wilt 
onderwinden van scorfden hoofden 



te genesene. so en begrijpt met 
die dus gedaen siin. Maer dese 
andre mach men genesen die dus 
gedaen siin. ende derre siin van 
2. manieren, die ene werpen uut. 
goet haer ende dat vele. ende ö -»0d. 
men heetet stincstox entie huut es 
goet. mer sine houdet niet an dbeen. 
ende si en es niet hart. «I Ende 
andre siin die de huut hebben 
goet ende droge 3 ) entie hebben 
vele joocte?ï. ende werpt ute luttel 
haers. Ende welc van desen tween 
dat es. so moeti jerst dat hooft 
moruwen met smeerne. met botren. 
ende da?i moeti die stincstox uut 
trecken. ende daerna genesen 
als u geleert wert hier na. 
Maer moruwet met deser zalven. 
CJ Newt wit elleborns. of tsop van 
doeken die de bladere lanc [ende 
scerp G] hebben ende stamp voren, 
dat sulke heeten rode doeken. In 
latine lapacium acutum. daeraf nemt 
.1. 3. ende scippec. 1.3.datsmorupec 
ende keernelen va?i nokernoten. 6. 3. 
dit stampt al te gadere ende maec- 
ter af .1. zalve. 'Ende oft es in 
den winter, so maect van desen 
noten olie ende moruwetf 4 ) thooft 
daermetf .8. dage lanc of .9. of 
meer of min. also u dunct dats te 
doene es om thaer uut te treckene. Q 4ia. 
ende alse u dunct dat moru gnouch 
es. dan trecketf thaer ute meiten 
wortelen, [met eener tanghen ghe- 
maect aldus in deser manieren 
C] (Zie fig. XXVII ; ook in G enL 
afbeeldingen) Ende daer ghijt hebt 
uut getrect. daer smeert die 
stede weder mester selve?i 5 ) daer s i20d. 



') C: Van scorfden hoofden te ghenesen. G: Vander scorftheden. L: Vanden 
scorfden hoefden 

') Lees: scüferen; G: sculderen; C en L: scelphen 
) L: grof ende hert ende droghe 
4 ) C en L: salvet 5 )L: salven 



61 



ment tevoren met moruwede 1 ). 
IJ Ende of thaer weder wast so 
dwaet thooft met ere starker 2 ) 
logen. Ende alst thooft droge es. 
so smererf metfdesen dingen dwelke 
heet cylotrum ende es gemaect 
aldus: Nemt ongebluscht calc .4. 
o. ende doet spelen in watere. ende 
daerna doeter in operment .2. 3. 
ende doet al tegader zieden. Teken 
dat gnouch es gesoden. stecter in 

G 4ib. .1. ganse vedre. ende daer na 
l 170b. trecse weder ute. ende g&en de 
plumen lichtelike af [van der 
vederen G] so eist gnouch ge- 
soden hier mei so smeret thooft 
so lange dat die huut bloot 3 ) es.- 
Ende wet dat na dat thaer uut 
es. so smeert mew thooft so lange 
dat die stede niet root en si. 
maer al wit. Entie wortelen van 
den hare natnrlijc werden ende 
met hart. dats teken van genese- 
ne. Ende wert dat hooft te droge 
dats te verstane dattie scorfthe/t 
wert te droge bi droger naturen, so 
doet int cylotrum .1. luttel oliën 
van oliven. dat tcylotrum niet te 
zere en vertere die verhertheide 
van den hoofde. Ende eist [.1. scerpe 
drope of L] ene versce scorfheit. 
so smeret coenlike metten cylotrum 
alsoet gemaect es sonder olie <I Die 

c 28a. gelose vanden .4. meesters leert 
ende seit aldus, dat die scorftheü 
comt menechwerf bi scult van den 
meesters, datsi menechwerf plaes- 
tren op leggen die te heet siin ende 

g 4ic. te droge. Want si verteren die na- 
tnrlike [hitte C] (ende) verscheit 
vander huut ende maecse droger 
dan si sculdech es te sine bi na- 
turen. Ende dus wert si hart bi 



roekeloesheiden van den meester. 
ende om dat hi niet en weet wat 
hi doet. so vallet thaer ute dat 
nemmermeer weder en mach was- 
sen want die droge plaestren entie 
heete hebben verteert die wacheit. 
Entie hitte van den plaestren heeft 
die huut so verhart datter geen 
haer uut en mach come?i. wa,nt 
daer nes gene verscheit. Wa?zt so L i? 00 » 
waer enech dinc wassen sal. 
daer moet siin getemperde hitte 
ende getemperde wacheit. wa?it 
daert te heet es daer ver- 
berne£ 4 ) ende verdrogen te zere. 
ende daert te wac es. daer ver- 
drinken te zere. want daer wacheit 
te vele es. Noch seit die glose als 
men plaestren leit. liggen si te ö 4id. 
lange op .1. zeer so comter af 
alsoet vorseit es. f Dese scorft- 
heit comt onderwilen van souter 
fleumen. ende dan heeft hi grote 
joecte daer in. ende daer af comew 
grote scorftheiden ende vele [scul- 
ferenG]. Noch esser ene die comt 
va?i melancoliën. entie en jooken c 28b- 
niet so zere om die eontheit van- 
de? materiën entie drooeheit. 

Mer siin die humoren gorssem. B 121a 
so come?i daer af grote puusten 
ende sonderlinge vele etende 5 ) 
ende niet pinende ende niet baden- 
de, entie van diversen ma?iieren. 
<I Hier bi mogedi kennen den 
mensche van wat humoren dat hi 
es. Also o?is bescrijft lancfranc. 
entie oude vroede meester ypocras 
ende galyeen. Avicenna. ende ra- 
sis. ende vele andre meesters. Dit 
siin tekene vande?z sangwijn dat 
siin die gene die va?i bloede siin 
ende siin wel gevleescht ende vet 



') C: Ofte men sal dat haer hute trecken met eener tanghen aldus ghemaect 
(grove schets) 

2 ) C: scerper 3 ) C: blec; G:raeu; L:bleec 

4 ) C: versmoret 5 ) C: etterende 



62 



g. 42a. ende wel gevarwt root. ende heeft 
den mont zoete, ende hi heeft 
puuste/i vol etters. Ende hi heeft 
die orine root ende dicke. ende 
van jonge/ï jaren onder .30. Ende 
spise eet hi dewelke siin voetsel 
es bi gewoenten. alse goet vleesch 
goet broot. ende dies gelike ende 
drinct goeden dranc alse goeden 
wijn. dit siin alle tekene dat hi 
es van bloede. § Ende die van 
coleren siin. die siin mager ende 
hebben grote handen ende gevarwt 
rootachtech [of geluachtech ende 
hare orine es root gheverwet 
G]. ende hebben luttel ') hon- 
gers ende luttel becorningen in 
hare spise. ende in die stede 
van den puusten die si hebben es 
gelu. entie puusten droge ende 
herde zeer. dits teken van 
den . colerijn <I Ende sulke siin 

l i70d. die hebben den lichame wit. ende 
witte puusten sonder varwe. 
mer witte cleine adren. ende die 

g 42b. menscen siin swaer. ende hebben 
vele spekels ende dat taey. Ende 
die orine wit ende bleec ende rou 
ende dicke. [hebbende dorst G] ende 
spade *) haer spise verterende. Entie 
zere stede?i siin wit. of moru. of 
sachte te tastene, ende vele ver- 
scheiden sonder hitte, dits teken 
vande?*. fleumaet <I Die nielan- 
colijn heeft den lichame mager 
ende bruunachtech. ende siin orine 
es brumi ende bleec ende dunne, of 

c 28c. onder swerte varwe ende groenach- 
tech ende dunne. Ende hi eet wel.*. 
Ende siin bloet es bruunachtech ende 
dicachtech. Ende dits hemquaet ge- 
ten. coyen 3 1 vleesch. gey ten vleesch . 
warmoes van colen ende alle pot- 



eten van roden zade gemaect want 
dit doet wassen rode coleren dat 
es mela?icolie. Ende die zieke stede 
wert bruunachtech ende rootach- 
tech ende hartachtech ende dits 
teken va?i melancoliën. <][ Ende of 
die materie es van mela?2coliën. so 
es men sculdech meer te morwene 
die stede ende te verschene die huut 
met dwane van wate/-e daerin ge- G 42c 
soden siin violet bladre ende gri- 
secom in latie?i funiws terre. Ende 
daerna mei smeringe??. van oliën 
van violetten tote die materie 4 ) 
gemorwt si. 

entie huut geverscht si. «I Den b 121b 
zieken voedet met verscen voet- 
sele. alse goet wederiin vleesch. 
gesoden kiekenen. roems 5 ) war- 
moes, moruwe eyeren. gekerende 
melc metten gortte gewelt. Ende 
alle versce spise sonder die vorseit 
es die doet wasse?i melancolie. 
•I Dit siin die name?» van diver- 
sen manieren va?i puusten was- 
sende op thooft ende in andren 
steden vanden lichame va?i mene- 
ger manieren ende misselike ge- 
formeert, ende dese heet meester 
gilbeert waterbelle??., also mere 
op dwater mach sien bi wilen alst 
reynt 6 ). Maer siin si hart. so heet 
hi die ziecheit spidecie. ende siin g 42d. 
recht onderwasse?» oft benetelt 
ware. fl Onderwilen so wassen 
puustkine op thooft hier ende gens. 
ende daer wast haer ute oft swi- 
nenborstelen waren, ende dese 
heten caries. Ende na die puust- l ma. 
kine bliven cleine gaetkine on- 
derwilen. uten welke?i corat lin- 
gene 7 ) also dicke oft ware zeem. 
ende dese heete?i raten. CJ Onder- 



>)C: vele 
s ) L: coeyew 
6 ) G: goet gans 



2 ) G: qualike 
') G: stede 
*) C : regent 



7 ) C : vullnisse 



63 



c 28d. wilen verschet die huut m mene- 
ger steden met scorftheiden. ende 
met groter jbocten. vanden welken 
come?? vele sculferen. ende daer 
ute comen .4 grote haren meer. 
of min [alse zwine borstelen Gr]. 
ende dese heeten tines. ff Alse die 
huut root es. dats van bloede. Ende 
esser vele hitten entie huut gelu. 
dats van coleren. Ende essi bruun- 
achtech ende die scorften *) siin 
gevarwt loodachtech dat siin van 
swerter coleren. Ende essi wit ende 
moru. entie versceit diere uut comtsi 

g 43a. gelijc dat olie es. so eist fleumen .'. 
ff Nu gae?? wi ter rechter cu- 
ren ende weten onthouden dat 
ons vorleert es. In scorftheiden 
van kindre?!, of diet niet geweest 
en hebben .1. jaer 2 ). siet die ge- 
neest ten iersten dat ghi moget 
met dat hier achterwert gescreven 
wert. In ouden lieden ende in 
diere in veroudert siin. so kent 
die zieche?t. als u vorleert es. ende 
purgeert ierst die hun? oren. ff Es 
die scorfthe?'£ van bloede dewelke 
u es geleert kennen, so digereert 
die materie met oxisaeum nemen- 
de nuchtens .3. lepel vol met .5. 
lepel vol warms waters geminct 
tegadere. ende dit drinct nuchtens 
ende navens. ende doeten bloet 
laten ter middelster adre?? 3 ) van- 
den arme. ende daerna geeft hem 
desen dranc gemaect aldns ff Nemt 
violetten .1. 3. prumen van damas 

G 43b. .12. sebesten .15. juiubas .20. dese 
doet zieden in .4. fê waters tote 
ene?? ponde. 

b i2ic. Ende dit ziedt ende doeter in 



van dat [march C] (dat) in cas- 
sia fistula es .1. o. tamarinden c 29a. 
ende ma??nen elx .\. 5. dit doet 
tegader ziede?? .2. walme *) of 
.3. Ende dae?ma ziet int welke l i7ib. 
gezi(e)de gi doet navens .\. 3. 
geluwer mirabolanen gepulverd 
ende also gelike .1. 3. rebarbe??. 
Nuchte??s tilike so ziede^ 5 ) ende 
doeter in \. 3. sukers rosaet. ende 
dat geeft drinken heeter dan laeu. 
Dies ander dages navens so bade 
dat hi wel swete ende elx dages so 
drinke cyroop va?? gn'secom Ende 
ware dattie fleume 6 ) ware van 
souter fleume??. so diger(er)et die 
materie met oximelle ende daerna, 
pwrgeertene met .2. 3. ende \. 3. 
yerasiin 7 ). of hi hart es in de?? G 43c. 
lichame ende gaet hi wel ter came- 
ren bi gewoente??. wa??t dese medi- 
cine pnrgeert ve? , bernde humoren. 
Dies derds dages so stove ende 
swete wel ende daerna so dwa siin 
hooft met gesoutene?? borne want 
net suvert ende ontdoet ende dro- 
get. Ende dies ander dages doeten 
bloet laten in die middeladre dit 
es men sculdech te doene in ver- 
bernden humore??. ende daerna sal- 
inen moruwe?? thooft met desen < 
dingen, ff Nemt pappie entie wor- 
tel van hoemste ende dat ziedt in 
borne ende daer met wasscet thooft. 
ende legt vanden crude op thooft 
ende doedire in versche botere [soe 
vele C] hets te bete?'. Ende dit doet 
dicken de?? zieke?? wel gebaedt. 
Ende trect hem uut die qwade haer C 29b. 
met enen tanxkine s ) of suvert hem 
thooft met silotrum. Ende wert hem 



') G: sulferen (scilferen?) ") C: ofte dat niet vuljaert en is 

3 ) L: mediana 4 ) G, L: walle. 

*) G : hierof soe maect warme eenen toghe smorges 

6 ) C, L: materie 7 ) C: yera rufflni 

8 ) In Gr een afbeelding. 



64 



thooft te heet l ) of dat hem te zere 
sweert. so smeertene met deser zal- 

g 43d. ven <I Nemt olie van violetten ende 
va?i rosen. ende .2. doders van 
eyeren. ende versch swinen smout 

l i7ic. ende minget te gadere. ende smer- 
tene hier met. dit benemt die 
sweringe entie hitte ende ge- 
smiedt. Ende daerna so comt die 
drogende zalve. «I Nemt mostert 
saet. ende stafisagn'a saet. dit 
niaelt wel cleine ende maecter af 
cleine pulver dan minge£ met zeme 
ende smeert daer op. Mer en latetf 
daer niet lange op. het mochte den 
zieken doen cortsen. €J Noch ene 
ander: Nemt duven mes ende 
tempert met wine of met aysine 
ende met zeme even slecht dit 
doet tselve. Ende es oec goet ge- 
leit op geswollen voeten dengenen 
die dwater in hebben. IJ Noch 
ene ander. Nemt zepe. levende 
sulfer, peper, piretrum. staflsagrea 
quicselver gebluscht met nuchte- 
ren mans spekele?i. elx even vele 
vanden cruden. Mer vanden quic- 
zilvere die belft minst, dit minget 
wel met verscen swinen smoute 

b i2id. ende smeert daermede tscorfde 

g 44a. hooft dit es goet mede te suverne 
•I Noch .1. ander die goet es jegen 
dat moermael. want het droget 
sere. Nemt leve/ide calc ende 
operme?it elx even vele. ende dit 
pulvert wel cleine ende tempert 
met zepen ende olie van oliven 
ende smert daer met. § Noch .1. 
ander die geneest scorftheit ent 
moermael ende alle coude drope. 
Nemt litargirum .2. o- ende pulvert 
wel cleine ende minget met oliën 
van oliven. ende met aysine tem- 
perende in enen motalinen mortier 



wrivende onderwilen daerin doende c 29c. 
die olie onderwilen den aysiin. 
ende wrivet alse .1. s&use. dat si 
also cleine alst mach siin ende 
also dunne alse zeem. ende also 
slecht, dese zalve es goet alsoet 
vorseit es. «I Noch .1. ander 
Nemt leve?ide calc ende operment, 
dese pulvert ende tempert met 
olië?i ende met aysine. alsoet vor- 
seit es vander andren zalven, 
dese geneest scorfde hoofde son- g ub. 
der thaer uut te doen vallen 
<I Wildi make?i .1. ruggene huve 
thaer met uut te treckene. Nemt 
sceppec ende smelten ende dan 
mincter in cleine pulver van wit- 
ten wieroke ende van mastic ende 
.1. luttel rous zeems. ende dit min- 
get al te gadere ende dan smerei 
op .1. leder of op .1. campen cleet 
ende dat maect met sterken lit- 
sen die niet breken en mogen. 
ende dat legt laeu op siin hooft, l 7 ui. 
Ende alster op heeft gelegen .3. 
dage of .4. so doeten staen op enen 
stoel, ende maect .1. sterA-e corde 
vast an enen balken ende die maect 
vaste mepten litsen. ende dan trect 
den stoel van onder sinen voe- 
ten [dan sal hi blivende 2 ) han- 
ghende ende C] Aldus sal die zieke 
quite wesen van sinen stincstox. 
ende dit heet ene ruggene huve. 
<I Nu verstaet int genesen van 
scorfden hoofden, dits die gerechte G 44c. 
cnre. Int ierste die stede te moru- 
wene als u vorleert es. dat ghi niet en 
legt op thooft silotrum. Want die 
wortelen vanden qnaden haren 
en soudenre niet met uut gaen 
die stede en ware tierst gemoru- 
wet. Maer alst gemoruwetf es ende 
gi werken wilt mester ruggenre 



') C:hart 
2 ) l: bliven 



65 



huven. so werct met diere vorseit 
es. Of met deser gemaect van 
desen dingen ende gespreit op .1. 
leder of op .1. linen cleet alsoet 
vorseit es. § Nemt swert pee. ende 
c 29d. herst. terbentine [tarwin blo??zme 
C] ende dit smelt op 1.. cleine 
vier so dat wel geminct si. ende 
dan legget opt lede?' of opt cleet 
ende doet alsoet vorleert es. 



B 122a. CAP. 28. 

q Dits vande(n) luse(n) die wasse(n) 

op thooft ofi{n) andre{n) stede(n) 

an de(n) lichae(m) die c{ur)e 

d{aer) iege(n). l ) 

Dicwile heeft die mensce lnsen 
ende neten [op thovet oft G] an 

g 44d. sinen lichame ende dat es om dat 
natnre dat hare werct ende stect 
van hare die overtullecheit 2 ) die 
es tusscen der huut enten vlesche. 
ende dat siin verrotte humoren 
ende verkeren in wormen die lusen 
heeten ende neten. Ende alse die 
heete lichame heeft dusgedane 
wormen, so salmen dus cureren. 
<I Ne?nt quiczilver of asscen ge- 
bernt van vilten ende aysiin ende 
olie van oliven. ende hier af maect 
.1. zalve getempert altegadere. 
ende besmertene hier mede €jj Een 

l 172a. ander. Nemt litargirum. quiczilver. 
olie ende aysiin. ende tempert te 
gadere ende besmerei daerme£ 

<I Een ander zalve in coude?i 
lichamen. Nemt wit ellebornm. sta- 



flsagWa. nitrum. operment root. dit 
tempert met aysine hier met so 
smeret thooft «J Item root oper- 
ment met oliën getempert doet 
tselve <I Item zeewater met aysine 
geminct. of gesouten water, doet 
tselve. €J Noch ne?nt quiczilver 
gebluscht met nuchteren spekele g 45a. 
ende swine?i smout ende asscen van 
houte ende beter ware van vilte [on- 
ghebulst calc C]. hier met so minct 
pulver gestampt vanden sade van 
staflsagn'a ende dit gedaen in enen 
holen broecrieme. Of gesmert daer- 
raet .1. wollen gordelkijn ende daer- 
met gegordt. alle die die (sic) luse c 30a. 
die .1. mensce heeft sullen daertoe 
lopen. Ende also sulle?i si doen. 
mingdi tpulver van stafisagrt'a ende 
terbentine. ende windel daeromme 
catoen ende draget in uwen boesem 
€| Noch nemt quiczilver gebluscht 
ende asscen van menscen hare 
gebernt. ende gemi?ict te gadere. 
«| Meester gillebeert seit dat 
luse comen vanvortten 3 ) humoren 
als u vorleert es. Mer die comen 
van melancoliën die siin swert. 
alse die wasse?i int haer vanden 
hoofde. Ende die van fleumen 
comen. die siin wit. entie van 
bloede comen die siin root. Ende 
sulke comen van swete. ende sulke 
van vulen *) cledren [ende van g 46b. 
wollen clederen G] Ende onderwi- 
len comen si dien lieden die ziec 
siin ende siin vorboden vander 
doot. Ende sulken en mach mense 
niet beneme?i. ende dats gerne .1. 
voorbode van laserscepe. 



') G : Van den lusen ende neten die wassen op dat hooft. G 
L : Van den lusen die wassen opt hoeft. 
a ) G: superfluiteit 

3 ) G: vertichedew; L: verrotten. 

4 ) G : linen 



Vanden lusen. 



66 



Cap. 29. 

«J Dits va(n) de(n) wa(n)ne(n) opt 

hooft datme(n) heet 

ov(er)bene '). 

Het wassen opt hooft onderwi- 
\en ene maniere van sweren dat- 
men heet in dietsche wannen of 
overbeene. 

b 122b. die herde zere mes(s)itten ende 

l 172b. daer en wast geen haer uter huut 
diere boven es. Dese wasse?i van 
fleunien verhardt met materiën 
van melancoliën. Ende als ghi siit 
geroepen tote enegen inensce ende 
hi wilt dat gijs hem quite maect ï ). 
so nemt .1. sceers ende snijt 
die huut nauwelike o?itwee. {zie 
fig. XXVIII; ook in G een schets) 
ende wacht dat ghi met en wont 
den sac vanden wanne, ende dan 

g 45c. pelte?i uut al geheel, of trecten 
uut met enen hake {zie fig. XXIX ; 
ook in G en L schetsen) vroedelike. 

c 30b. Ende snijt die huut overlanx: ende 
niet overdweers. dats alsoet thaer 
wast. Ende als gine al geheel uut 
hebt ende ghi dies zeker siit. so 
nayt die wonde eist dats noot es 
met ere driecanter naelden ende 
daer in .1. gewasten twinen draet. 
ende heilt vort die wonde sonder 
wieke altoes wachtende datse niet 
en werde ondercotech. Ende aldus 
geneest alle wanne over alden 
lichame snidende overlancs die 
lede. «I Ende eist in die lede van 
den ogen so en snijtene niet op 
no neder gaende dat ware dweers 
den oge mer lancs. dats vanden 



nese ten slape wert also die wint- 
brauwen. gaen. 

Ende int lier sal men snide?i 
op ende nedergaende vanden liere 
ten ogen wert. Ende piint u altoes 
ow ene cleine lixeme te makene. 
ende nayt de wo?*de weder me£ere 
naelden 3 ) met .1. zidenen drade g 45d. 
die cleine es. ende daerna so legt 
optie wonde albucasis pulver, ende 
niet daer binnen, dwelke u geleert 
es int capittel vanden wonden te 
nayene. Ende emmer wacht u dat 
gi niet en laet van der saken van 
den wanne in den mensce. want 
lieti daen'n also groet alse .1. ziere, l 172c. 
die wan soude weder wassen. €J Maer 
hout die wan so vaste dat hi brect 
ende gine niet uut en moget heb- 
ben al geheel, so legt in die wonde 
van dese?i pulvere. ende dan en 
nayt de wonde niet. Dit pulver es c 30c. 
goet in allen steden daer ghi iet uut 
wilt doen vallen. Mer legget alsoet 
noet es. daers luttel es te doene daer 
legges luttel ende daers vele es te 
doene daer legges vele. wanthetfdoet 
tstuc uut vallen binnen .9. dagen g 46a. 
op dat ment daer op leit .2. werf des 
dages ende versch swinewsmout of 
versce botere. Dits tpulver «I Nem£ 
vilinge van ysere. ende gebernt 
copper. ende gelu operment, ende 
coperroot. elx even vele [ana *• j. C] 
levende calc .2. werf also vele als 
enech vanden andren. dit pulvert 
wel te gadere in ene?i matalinen 
mortier ende maecter af wel cleine 
pulver 

sichtende dore .1. linen cleet. b 122c. 
ende dit tempert met zeeme dat 



') C : W(?)an wannen die wassen op thovet boven. G : Vanden wannen opt 
hovet. L : Vanden wennen die wast opt hoeft boven. 
■) G : ute doet. 
8 ) In G eenvoudige teekening van een naald en draad. 



67 



gescuumt es ende maecter af bolle- 
kine ende droochse ter zonnen, 
ende daerna so maecter weder 
pulver af also ghi daet te voren, 
ende dan temperse also ghi daet 
te voren ende droochse noch. Ende 
also doet .3. werf achtereen, ende 
ter derder werf so drochse wel 
ende bestaetse in ene droge stat l ) 
daer en gene wacheit an comen 
mach. ende daeraf so nemt also 

g 46b. vele als ghi wilt besegen 2 ) ende 
pulveret yewer op daert droge si. 
ende wercter met also u vorleert 
es. <I Een ander pulver dat werct 
dies gelike. Nemt sop van. eelido- 
niën ende dat moet siin vander 
wortelen, ende orine van enen 
jongen kinde van .5. jaren of daer- 
omtrent elx .4. 3. levende calc 
.3. 3. operment .1. 3. tcalc ent 

L I72d. operment dat pulvert wel cleine 
elc bi hem selven. tcalc entie 
orine ende dat sap minct al tega- 
dere ende doet zieden op .1. cleine 
vier. ende alst heeft gesoden .1. 

c 30d. stuc altoes roerende, so doeter in 
dat operment ende roeret wel tega- 
dere altoes. ende latei luttel sieden 
daerna. Wan£ dat operment verlore 
sine cracht int ziede?£. Ende hier af 
so maec bollekine alsoet vanden 
andren es vorseit ende droochse 
wel in die zonne. dan bestaet dese 
bollekine alsoet es vorseit. €fl Ende 
of .1. mensce quite wille siin van 
sinen wanne op thooft ende hi niet 

g 46c. en wille gedogen dat ghi ne snijt. 
so legt opten wan .1. linen cleet 
.2. vout ende daerin so snijt .1. gat 
daer die wan dore blike. ende 
daerop so legt dit piaster dus ge- 



maect. €J Nemt zepe ende mincter 
in operment .1. luttel gepulvert 
ende levende calc 1. deel so dat 
si versch ende niet te dicke. ende 
daerboven so legt .4. vout line?i 
cleets ende bintene vaste [met eenre 
scroede G] ende verbiet hem dat 
tuere niet toe en doet. ende dit 
laeter op van nuchtens toter ves- 
pertijt. dit sal die huut ontwee 
eten. ende sal siin swert. ende dan 
legter op versch swinen smout of 
botere. dit saelt doen vortten. Ende 
alst open es so legter in van uwen 
pulvere dat ghi vore gemaect hebt. 
dit so heet men ruptorium. Ende legt 
also u pulver tote dat die materie 
van den wanne no verteert es. als u 
vorleert es. datter niet af en blive 
vanden wannene van den sacke. 
Ende als gi dies seker sijt. so heilt 
die wonde als u vorleert es van 
andren wonde??, int capittel van- 
den wonde?i. €J Ende waert dat die 
wan wiese optie moude van 

den hoofde ende vaste hilde ant b i22d. 
been. so wacht u dattie wan niet 
en si vaste an dura mater, alsoet 
wel mochte gescien. Waerbi ie u 
segge, waert dat giere op wrocht 
waert met snidene waert met rup- 
toriën. ghi mocht lichtelike dan 
dien mensce doden, ende dat soude L 173a. 
comen bi roekeloesheiden. Sijt c 3ia. 
hieraf vorsien dat radic u. want 
het es noot. 

Cap. 30. 
ff Van te genesene buien opt hooft 3 ). q 46d. 

Heeft enech mensce ene?i bult 
op thooft. of ene vercappe 4 ) in f 



') C: stede 2 ) C: als jou bedarf; G: orberen. 

3 ) C : Van bult ofte crampen op dat hooft. G : Van bulte opt hovet. L : Van 
bulten of crampen opt hoeft. 

4 ) C en L : cramp. 



68 



latine testudo. ende dats .1. swerc 
die hem spreit tussce?* den vlesce 
enten bene. dewelke huut brect 
ende wast weder, dwelke gesciet 
bi dat tfleesch herdre es dant 
eldre in andren steden es vanden 
lichaem als u vorleert es int begin 
van desen boeke int capittel van- 
den hoofde, dwelke gevalt meest 
in kindren of in jongen lieden 
hebbende onder .10. ') jaer. <I Dits 
die cure te genesene. Ghi selt ne- 
men .1. sceers ende sniden die 
huut dore vanden zwere op ende 
neder van den enen ende toten 
andren. also lanx alse thaer gaet. 
ende al uut halen dat etter ende 
breken den sac daer detter in leit 
gegadert [dan doet hutedernaC]. 
Ende daerna so wiecse wel vol. 
ende legter bove?i .1. piaster van 
werke 2 ) ende bintse also tote dies 
ander dages. ende daerna so heiltse 
sonder wieken. 1$ Of essi groet 
ende si vele heeft hare gespreidt :! ) 
dat si niet en mach siin gesuvert 
bi barer groetheiden. so snijtse 

G 47a. cruus wijs ende dan doet als u vor- 
leert es. Mer daer gise genesen 
moget sonder crucen daer en snijt 
mer enen snede. Want men es 
sculdech den mensce te genesene 
mester minster pinen ende metter 
minster lixemen. Ende dese zwe- 
ren siin al vol geuulcereert. 

c 3ib. dats qnaet vul wey vleesch. dat 
detter heeft gemaect qwaet. dat 
doet ute mepten pulvere van 
coperrode. ende dat ierst gebernt 
in enen scarf ende daerna we- 
173b. der gepulvert. Dit verteert quaet 
vleesch in den mensce 4 ). ende son- 



derlinge in den man. ende doet die 
wonden heilen. Ende in dwijf so 
verteret tfleesch. mer en helpt niet 
der wonden alst doet in den man. 
dats om dat dwijf cout es ende 
versch. ende dat nes niet die man. 
en ware dat hi ware te jonc Ende 
wacht wel dese wonde dat si niet 
ondercotech en werde. ende dat 
soude comen bi dat mense soude 
stoppen met wieken so dat detter g 47b. 
niet ute en soude mogen comen. 
ende aldus sout hem spreiden ende 
onder- 
cotech worden. Mer piint u b 123a. 
altoes om die wonde te suverne 
vanden ettere ende vanden qnaden 
vleesche mepten pulvere van coper- 
root of met soute. Ende geneest 
die wonde also u vorleert es van 
andren wonde?r. Ende van desen 
bulten so volget 3 ) thaer also verre 
als detter gevortecht was gespreidt. 
dat sal weder wassen, het en ware 
dat detter daer te lange in hadde 
geweist gelaten, ende dat ware bi 
dat detter hadde gevort of verteert 
die wortelen vanden hare. dan en 
maecht niet weder wassen. [Explicit 
Johanne Ypermanne L. 6 )] 
Ende hier met si ons gnouch geseit 
vanden hoofde ende van siere 
siecheit. 

[der iiii meesters salve 
Deze salve vysierden die .4. 
meesters van zalerne. men zal 
nemen litargurum ende 

dat zalmen pulveren, ende dan G ^ c 
zsdmen oeck nemen loodasschen 
ghebrent van lode .*/,. once dye sal- 
inen wel pulveren ende wyt van 
spaengen .1. »/,. 5 dat ghewreven 



l ) G : 20 2 ) C: van den wijtte van den eye 

3 ) C: essi groet wijde ghespreel *) fol L 173 beschadigd. *) C: vallet 

6 ) Hier eindigt Hs. L. Op fol. 173 c/d staan nog eenige voorschriften, 
gedeeltelijk met een andere hand geschreven. 



69 



in .1. mortier met oliën van rosen 
ende met aysile te gadere ghewre- 
ven ende maect slechte zalve es goet 
in heeten tyden ende in heten won- 
de?» ende soe droegt ende heelt won- 
den met goeden ettere ende coelt. 

Dits meester jan bree in- 
Mat zalve. 

Dits dye zalve dye maecte mees- 
ter jan breemblat Ende hij zeyt 
dat hijse gaf tetene alse hij dye 
wonden verbonden heeft ende ge- 
dweghen met wijne ofte met 
aysine ende danne gheeft hise 
tetene ende men maecte aldus. 
Men zal nemen hontsrebbe 
ende sansucum (?) ende smeerwor- 
tel ende pimpenelle 
47d ende dye cruyde zalmen stoten 
elcs .10. S'. ende danne zalmen 
dat zap ute wringen ende men sal 
dat post weder te vuren doen met- 
ter soute boteren voirseit ende 
danne zalmen dyt zieden eenen 
langhen tijt met enen soeten viere 
ende danne salment dair na wrin- 
gen dore eenen stareken douck 
ende danne zalmen die cruden 
f echter warmen ja porst vanden 
cruden ende dan zalmen nemen 
dat dair ute ghewronghen was dat 
zap zalmen doen zieden langhe 
wyle met zoeten viere ende danne 
salmenÊ vanden viere doen ende 
men zalt ghieten op eouden 
borne ende alsoe coelen ende 
twater alsoe ute droeghen ende 
bestedent in .1. verloed vat in 
couder steden. 

Van eenre plaesteren die 
men heet dye gracie godes 
g 48a Gracia dei. 

Een plaester dat men heet dye 



gracie gods dye so maect men 
hier ane. Nemet die blade vande?i 
eglentiere dye roede bloemen dra- 
get ende duetse in .1. glazijn vat 
ende ghieter in .1. vierendeel ft 
oliën van oliven ende latet .3. 
maende staen ter zonnen ende 
dair na nemt mageden was ende 
nempt dye croppen van roden rosen 
van roden eglantiere (die) zijn ge- 
vallen omtrent zente Jans mysse 
ende droeghetse ter zonnen ende 
maecter af sub tij 1 pulver, ende dan 
nemt .1. vierendeel vander voir- 
screven wasse ende dye olie vore 
genoemt ende .2. 3. vanden voir- 
seiden pulvere vanden voirseyden 
croppen ende smeltet alte gadere 
in eene panne op .1. cranck viere 
ende alst al gesmelten (sic) es doet 
af ende latet colen ende daer na 
nempt betenye verbena pimpenelle 
oft over dye pimpenelle zoe neemt g 48b 

roet l ) dat men naden latyne 

noemt 2 ) wel ghedweghen 

ende vanden watere wel versopen 
ende gestampt zo zieden in enen 
nyewen pot met eenen stope 
wits wijns den staresten ende den 
besten die ghij moghe(i) vynde?i 
den pot vaste ghestopt Ende laet 
den pot vaste gestopt ende laet 
den wijn versieden toten derden 
deele ende danne laet dye ziedin- 
ghe staen tote sander daghes dien 
tijt ende dan heet dien pot wel 
sonder zieden ende danne wringt 
die zode uut zuver ende doet ute 
in een panne over tfier ende alst 
beghint te zieden zo werpter in 
alleyskijn stucken .3. §• harst altoes f 
roei ende tote dat tplaestere al vol- 
maect zjj daer na so doetter in 



') woord onleesbaar. 

3 ) moord onleesbaar, misschien: muse culle. Dan volgt vermoedelijk ah, 
waarna een teeken dat doorgehaald is, en nog een onleesbaar teeken. 



70 



voirseit was (?) metter oliën gemen- 
ghet Ende daer na pulver va?*, 
mastieke alst genouch 
g 48c. ghezoden es doettet vanden viere 
ende doetter in terebenty ne 1 ff", ende 
altoes roerende tote dat cout es dyt 
tnlaesler hout altoes in ledere. 

Dese wercke van desen 
plaesteren 

Men >zal weete?i dat dit plaester 
es goet tallen wonde?* alsoe wel 
ten ouden alze ten jonghen ende 
boven alle dinghen zo es zij vagende 
ende zuverende ende oeck vleesch te 
doene wasse(n) Ja ende meer heelen 
in eenre weken dan alle andere 
medicine?i in eenre maent Ja ende 
sij en laet gheen quaet vleesch in 
wonden wassen ende zij is goet 
den zenuwen dye ontcrow.pen sijn 
oft ghesneden zijn in wonden in 
sweeren ende zij trect alle maniere 
van scutte Ja op dat weder keren 
mach ten gate dart inne gescoten 
g 43d. was Ende zij es oeck goet op 
steden van gevenijnden beten en zij 
trecken tfenijn ute Ende zij rijpt 
zeere alle alle manyeren van zwee- 
ren ende heelt zonder wyeken. Ende 
zij es oec goet tegen cancker ende 
fistele ende mormalen ende alle ma- 
nieren van quaden zeeren ende zwe- 
ren ende sij es alte goet op sweeren 
ende clieren die wassen in den hals 
want zij scoertse ende heeltse ende 
zij es goet op dye sweeren die wast 
andye levere ende ane dye mylte 
ende onder dye rebben Ja op dat 
mense int dierste dair op plaesters 
(l. plaestert) bedij zij trecken buten 
int vleesch ende scoertse end e 
heelse ende dat so orcont een 
dye meester was dat hyse lede op 
een hovet dat op gheblasen was 
ende dye zieke genas Sy es goet 
op spenen ende alse dye meesters 
dye warheyt willen beliën soe es 



zij meer orberlec dannc eene g 49a. 
mensche mach begripen want zij 
es ongebrechlec ende hare wercken 
sijn ghewarich vanden namen dat 
mense heet gracia dey ende der 
heylicheden. 

( Volgt een opsomming van de 
medicinale gewichten en de daarvoor 
gebruikelijke teekens. Tevens een 
grove schets van een weegschaal) GJ 



Hier begint die talie vanden b 123a 
andren boeke ende sprect vanden 
ogen ende heeft in .25. capitelen 

1. Ierst hoe die ogen geformertsiin 

2. van ongemaken in die oge?j 
ende hoe datsi comen 

3 vander minster optalmen van 
driën 

4. vander ander optalmen die 
sterkere es 

5. vander meester optal. ende van 
misseliken ziecheiden die van op- 
talme?i comen 

6. van puuste?t in dogen ende 
wat dat ungula heet 

7. van ere smetten dat pannus 
heet 

8. van hoe vele ma?iieren van 
tekenen siin van desen smetten 

9. vander ierster die verbaert 
als .1. zant. 

10. vander andere die verbaert 
als .1. vischscelle 

11. vander derder die verbaert 
als .1. vlocke snees 

12. vander vierder smetten die 
al doge bedect 

13. van doeken of van nagelen 

14. Eene ander maniere va?» 
doeken of na. die bruu?i sijn 

15. va?i poe?itkine?i die onder- 
wilen gevalle?i in ogen 

16. van scorftheit ende rootheif 
ende van joocte?i i?i doge?i 

17. van seebel in die ogen 



71 



18. van tranende?! ogen of 
lopende?! 

19. van leepen ogenoftervenden 
die leden 

20. van blauwe?z ogen gevallen 
of gewe?-pen (sic) etc. 

21. van .4. karacte?! die men 
mach genesen 

22. van 3. karacten die me?!nie£ 
en mach genesen 

23. van wonden in die ogen 

24. van fistelen onder die ogen 

25. van noli me tangere int 
anscijn of an de lippen '). 



G 49b 




ier begint die ander per- 
tie van den boeke int 
welke me?! sal leren 
vanden ogen ende van 
haren ziecheiden te cureernen 
(l. cureerne) also alse meester jan 
yperma?! raet 2 ). Nu verstaet 



vanden ogen hoe dat si gewrocht 
siin. Die oge es gemaect 

bina als een pijnappel, achter b 123b 
scarp ende voren .1. luttel blonc ende 
slecht ende in die middewert rond 
omme te bat tontfane sine geesten, 
ende ane dechterste ende ene 
zenuwe die hol es entie gaet in 
die herssene?!. dore dwelke die zien- 
de geeste?! gae?i. ende alsi bestopt 
es va?i humoren so es die mensce 
blint met sconen ogen. Int hole 
vanden ogen es .1. claer waterkiin 
puur datmen hu??zore?i heet va?! f 
eiken belemmertheide?!. dwelke 
o?!tfange£ die lucht va?! buten dore 
.3. hude die siin zere claer. Dierste 
heet uvea die naest es den water- 
kine. dandere heet cristaline. die 
uterste heet cornea. Die inreste es 
gelijc enen peulekine daer tsteen- 
kiin van .1. rosinen in es gewim- 
pelt. dats i?! latine uva passa. 



e 49b l ) 1. Hier beghint dye bouck van den oghen Ende ten yersten wat dat doghe 
es ende dye sceppenesse hoe dat zij gemaect es ende van wat naturen dat zij es. 
hoe vele siecheden dat comew indie oghen ende hoe dat optalmen toe coemen 
vanden welken toe comew zijn drie manieren 

2 vander ander optalmen 

3 vanden derder optalmen 

4 van dat in latine heet pannys op doghen 

5 van puustkine ende wit(?)kine 
G 49c 7 vander yerster smitten 

8 vander ander smetten 

9 vander derden smetten dye comt van melancoliën 

10 vanden poyntkinen 

11 vanden rooden oghen 

12 vanden scorfden oghen 

13 van datmen heet zebel 

14 vanden lopende oghen oft tranen 

15 van oghen die gelopen sijn oft terven 

16 vanden blauwen oghen. 

17 van .4. tracten diemen genesen mach 

18 vanden .4. diemen niet genesen mach 

19 vanden wonden in doghen. 

20 vanden fistele in dye stertte 

vande oghen ende welke hem verbaert onder tyden int daenzichte onder tiden 
bynnen den belokenen vanden oghen ende wat hier af ghesciet es vroede meesters 
Hier beghint dye bouc van den oghen 
INu zalmen verstaen hoe (dat} oghe ghescapen es. 
") Het boek „van den ogen" ontbreekt in C en L. 



72 



g 60a die middelste es geheten cerstael ') 
om datsi gelikt den cristale. die 
uterste es geheten hore?i om dat 
si es claer ende gelijc den hoorne 
dat si gelei . . ent (?) als 1. horen 
ende buget dies gelike. Dese sim lig- 
gende deen an dandere dore de- 
welke die lucht gaet int vorseide 
waterkiin. ende daerna ontfange£ 
dat lucht die zenewen die intscarpe 
vanden ogen hout vaste an elke 
huut die es vanden zenewen die 
ten ende siin van den oge diere 
heet ene sclirotica die comt van 
dura mater, ende dandere heet 
secondina entie comt van pia 
mater. €J Dese .2. huden beluken 
de swbstancie vanden ogen. bi hem 
leiden ; ) die ene van binnen den 
vorseiden waterkine ende dandere 
van buten tfleesch. d welke heet 
dwitte vanden ogen daer inne 

G 60b lopen arteriën. adren die voetsel 
bringen den ogen. Ende daer es 
ene andre huut dat dnetkiin heet dat 
comt ende wast van pia mater, ende 
dwitte van den ogen dats al 
v(£)eeschachtech binnen dat beslo- 
ten heeft dwaterkiin bi hem. Mer 
daer siin tusscen .2. meer huden 
dan ene als u hierna geseit wert. 
die welke huden ontdoen ende luken 
het ontdoet alst o?itfaen heeft. . . 

:1 ) die 

vorseide holle zenuwen sijn van 
hem .3. gemaect bi natnren als u 
vorleert es van dura mater ende 
van pia mater ende vanden netkine 
die siin gebinde vanden herssenen 
die welke versceeden die substantie 
van den herssenen. Waerbi dat 
men ziet menech werf dat .1. mensce 



es ziec int vorhooft ende eldre 
niet. dat doet dnetkijn dat dore- 
loopt 

die herssenen. Ende verstaet wel B 123« 
dat en es niet dura mater no pia 
mater. Ende eddus siet men dicken 
dat .1. mensce ziec esindene stede g öoc 
vanden hoofde ende 'm dandere 
niet. Ende tusscen den huworen 
dat te voren es geheten waterkijn 
enten vleesce es .1. rinc. die rinc 
tusscen vlesche enter ziene daer 
die heet de huut daer des menscen 
varwe in leit. onderwilen grau. 
onderwilen scier onderwilen bruun. 
ende menge/tieren. entie heet glas. 
Dese stede bescerme^ dbloet dat 
niet ten vleescen steden en mach 
lopen no ter ziene bi natnren.Mer 
bi andren ongevalle alse bi slagen 
of dies gelike. of bi vervulten van 
naturen de welke bi reumen natnre 
daer sendet ende dan comen daeraf 
sware ziecheiden. <I In den rinc 
es noch .1. ander huut die heet 
aranea in latine. in dietsch coppen- 
gespin. ende dats dunne ende snbtijl. 
ende dits vast ant netkiin dat in 
die ziene es. dat wel stare es hoe 
snbtijl dat es. ende heeft die oge 
al omme bewimpelt sonder vore 
die zie. Nature heeft gemaect ene g BOd 
sonderlinge huut die dect ende bint 
al die oge sonder allene vore die 
zie. ende dats die uterste huut 
ende heet coniunctiva. dat alle dan- 
dere te gadere hout gevoecht. 
deckende dese die ziene. so werde f 
den oge appel ') dat es dat brune 
dat ront es datter geen licht in 
soude mogen comen. Mer si es an 
die .3. vast die siin dat men weren 



') G: cristaline 2 ) 1: lieden. G: bij hem zelvew 

') In B een hiaat van ongeveer een regel. In G is „laet gaen" ingevuld, 

aldus: alse het ontf'aen heeft laet gaen. die vorseyde holle zenuwe zijn 

*) appel in margine, met een andere hand geschreven. 



73 



vore dwaterkiin. dewelke alle .3. 
sere claer ende suver siin bi naturen. 
Die zenewe die es ant rechter ende 
vanden rechten, oge ende vande?i 
luchte?*e die en siin niet vanden 
zenewen die behoren ten gemeine?^ 
lichame. want si wassen uten hers- 
senen van voren met .2. andren 
zenewen die gaen ten nese omme 
tontfane die roke. si siin gescepen 
ten ende alse .2. wortekine van 
vrouwen borsten. Mer die ten ogen 

g 5ia. behoren die helsen manlijc andren 
in die herssenen ende dbeen '). ende 
dat heeft natnre gedaen om een 
nuttelijc profijt den gemeinen crea- 
turen. Want als me» niet en mach 
zien met .1. oge ende men ziet 
meiten andere, so sent natwre te 
dien haer beider werc also aris- 
totilis seit. datmen verliest in .1. 
oge of in .1.< ander led. dat dobbe- 
leert int dandere. Ende men maecht 
zien alse in ene oge es limpinositas. 
dat in vlaemsche heet drope. dat 
stect die reume uten herssenen ten 
ogen onderwilen ten enen onder- 
wilen ten beiden ogen. Mer stect 
sijt ten 

b i23d. enen. men ziet dat onderwile?z 
comt ten andren emmer, ende dats 

G 5ib. om dat die zenewen hebben manlijc 
andre7ï gehelst. als gi gehort hebt 
€J Voort verstaet die doge£ vander 
helsingen. Alse .1. oge es belem- 
mert dat ander ontfangetf harer 
beider geesten om te sterker te 
sine in haer werc. ende dats sonder 
dandere te quetsene. Ende als .1. 
man luuct siin .1. oge. so ontfaet 
die opene harer beider geesten 



sonder dandere te quetsene. Noch 
.1. ander so es die helsinge. Alse 
.1. me?isce ziet met beiden ogen 
.1. dinc. so ziet hi dat nes maer 
.1. dinc. Ende verstect hi met 
sinen vingere deen oge. so dunckter 
he7?2 .2. of meer. dats om dat hi 
dan luuct .1. luttel te ziene optie 
zenewe van den oge 2 ). ende dan 
mogen niet die geesten hebben 
haren natnrliken ganc. Dits ge- 
sproken vanden ogen bi naturen 
daer die oge gesont es 

Cap. 2. 

t| Nu suldi v(er)stae(n) va(n) o(n)ge- G 5ic. 
make(n) in die ogeiji) en(de) 
hoe dat si comen 3 ). 

Vele ziecheiden comen in die 
ogen bi natnren. ende bi ve?-vulten 4 ) 
van humoren entie comen onder- 
wilen va?i buten ende onderwilen 
van binnen. Van buten alse van 
hitten vander lucht, ende van cou- 
der lucht, van zande. van rooke. 
van winde ende desgelike. Van 
binnen alse van qitader complexiën 
van humoren, va» buten te slane. 
of te wandelne metten genen die 
zeer ogen hebben dat .1. smettende 
ziecheit es. <I Het siin vele ziec- 
heiden in die ogen' ende omtrent 
die ogen alse optalnien. puustkine. 
smetkine. rode plexkine. witkine. 
joocte. scorfthezt. sebel. nagle. tra- 
ninge van ogen. cataracten. sicoe7i. 
hespinge vanden ogenleden. wan- g 5id. 
kinge. brauwen te wassene inwert 
dewelke altoes prekele?-*. fistelen in 
die sterte vanden ogen. <I Ende noch 



') G: onder tbeen aldus: schets. 

") G: omme dat hi luucht .1. luttel die zie ofte die zenuwe vander oghe 

3 ) G: Nu zelen wij spreken van zeeren oghen oft van mysseliken ziecheden 

die comen indie oghe onder tyden. Vele ziecheden comen uten oghen. Ont- 

breeM in C en L. 4 ) G: verwyntheden. 



74 



siin andere ziecheiden ondertiden. 
alse gebrec va?i ziene ende menege 
andre die niet en mogen siin ge- 
nese?! bider hulpen vande?* surgijn. 
[maer nieeste?-s van medicine?i 
nioghen daer raet toe geven G]. 
Biden welke?! ie u .1. luttel sal 
geven vanden genen die me?i ge- 
nesen mach of geven .1. luttel 
reniediën. ende sal u ierst leeren 
vander optalme?!. dat siin swermgen 
in dogen. vande?i welken siin .3. 
ma?iiere«. die minste, die starke. 
ende die alderstarcste of die 
meeste. 

Cap. 3. 

<§ Vand(er) mi(n)st(er) optalme(n) 
entte c(ur)e d{er) iege(n) '). 

Die [lichte oft dye G] minste 
optalme dat es alse die oge es 
root [ende hitte hebbende G] ende 
heeft .1. luttel 
b 124a. steecten [dair in G] ende en gene 
g 52a. swillinge 2 ) en si zere cleine. entie 
comt van buten, alse van warmen 
winde of van couden. of van roke 
of van zande. of van wakene of 
van pinen. ende die eure es licht. 
«I Of die sake si alsulc als ie geseit 
hebbe dat mogedi kennen bider 
hitten. rootheide?!. sinerte. Dese 
mogedi genese?* mepten witte van 
den eye cort geslagen allene ende 
gescuurat. Dat clare droppel in 
die oge?i. [aldus met eene?i lepel- 
kine ofte met enen instrnmente 
dair toe gemaect aldus gescapen: 
schets, G] entie zieke sal liggen 
over sinen rugge me£te?i ansichte 
opwert. Dits ene goede colirie ende 



zere geprijst. wa?it si es sonder 
vrese ende si blijft lange i?i die 
ogen. ende si vercoelt ende suvert G 52b. 
ende benemt die sweri?ige vande?i 
oge?i. ende dit doet sine limechede 
[ende dair orame blivet langhe int 
doghe G] «I Ende of die optalme 
comt va?i ve?*coutheiden. so salme?i 
.1. luttel suvers wiins geven te 
drinkene. e?zdestove?i in watere daer 
rosebladere in gesode?* siin ende 
camamille ende venigriec. Ende 
en hulpt hem dit niet so doetse 
bloet late?i ter hooftadren. ende 
ydeltse vaw hare?i humoren die 
dat doen. Ende werpt in die ogen 
witte colirie. dewelke u wert ge- 
leert maken hier achter in de 
specie vander optalmen hier na. 

Cap. 4. 

<I Vand(er) and(er) optalme(ri) die 
starker es 3 ). 

Starke optalme?i siin zere root. 
dwitte entie zie. entie adren van 
den witten al vol bloets. die sterte 
vande?* ogen die tranen ende heb- 
be?ï grote sweri?igen ende grote 
steecte?i. ende doen die oge leden g 52c. 
[te gadere G] cleven. ende onder, 
wilen hebben [dese liede G] cleine 
witte plexkine [indye ziene G]. 
In die g?'ote so en blict 4 ) onder- 
tide?i niet die ziene sine es al 
verdect 5 ) metten [roetheden oft G] 
roden humoren, ende hebbe?* die 
oge??. lede?! ve?"terft. ende sterke 
sweringe. ende dese siin meest mei 
puuste?! ende groet blickende. van- 
den [welken G] es al eens die eure 
van allen optaline??. ü Ende dits 



') G: Die clene optalme. Ontbreekt in C en L. 

: ) G: zweeringhe 3 ) G: Dander die sterkere es. Ontbreekt in C en L. 

4 ) G: ende dye grote optalme sine bluscht s ) G: albedect 



75 



dierste cure dat men weren sal die 
sweringe alse u hierna wert geleert. 
Die sweringe .1. deel gesmiedt 
doeten bloet laten ter hooft adren in 
den arm in die selve zide alst es in 
.1. oge allene. Mer alst es in beiden 
ogen so nemt te meer bloets. es hi 
ionc. Mer es hi out te min. q ~Kn.de 
es hi jonc doeten venteusen tusscen 

g 52d. den scoudren. ende dat alse de 
materie es van bloede, dat gi moget 
kennen bi der groter rootheiden. 
€J Ende es die materie van coleren 
so kentse bider groter sweringen 
ende bider cleinre swillingen ende 
bider geluheit 
b 124b. van den ogen. ende bider luttel 
peidingen') van den ogen. ende 
doeten mer .1. luttel bloets laten 
want .1. luttel bloet latens [in 
coleren G] hulpt wel. Ende pur- 
geertene daerna mei geluwer mira 
bolanen. En of die materie es van 
coleren geminct met .1. deel gor- 
semer materiën dat dicken gevalt, 
so nes geen medicine eist .1. deel 
veroudert so goet. alse rasis pillen, 
die men heet cocias rasis. €Jj Dit 
es dierste dat men sculdech es te 
doene in die ogen jegen grote 
sweringe. Nemt enen doder van 
.1. eye. ende also vele oliën van 
rosen. ende also vele vanden sape 
van verbena, ende ene 9 van sof- 

g 53a. frane. ende .1. 9 opië?i ende hieraf 
maect .1. plaester altegader ge- 
minct. ende legget optie oge ierst 
.1. linen cleet ende daerna tplaester 
daer op. Ende binnen in doge so 
doet witte colirie getempert met 
wijfs melke die .1. meyskiin zoget. 
dits .1. witte colirie dat galienns 
hiet die grote hulpe. want om 
wien dat gemaect was hi wasser 



bi genesen te?' ierster werven in 
te doene sonder meer toe te doene. 
ende men maecse aldus ff Nemt 
cerusa .3. 3. dats wit van spaengièn. 
dat pulvert wel cleine ende sichtei 
dore .1. teems ende da?i wrivet met 
scone?i wate?'e op enen steen, die 
su ver es. als een scrivein wrivei 
sinen varwe. ende latei daer op 
liggen. 10. dage wel gedect datter 
geen zant in mach vallen no on- 
suverheit. daerna so ne??it gomme 
van arabië?i. 2. 3. ende .£. ende 
laetse liggen in sconen watere tote 
si al gesmolten si. ende gietse optie 
vorseide ceruse ende minctse wel. g 53b. 
ende alsi es als deech wel geminct 
so doeter in tpulver van dese?z 
dingen also cleine gepulvert als 
men mach. Nemt amidtts .3. 3. sar- 
cocolle. apie. soffrae?i elcs tfieren- 
deel van ere .3. dit mingei al te 
gadre ende maecter af cleine pil- 
lekine [alsoe cleene G] alse erweten. 
dese drogei wel suverlike ende 
bestaetse. Ende als giere met we?\ke?i 
wilt. dan doet ene smelte?i \n wijfs 
melc die .1. meyskiin zoget luttel 
dicke geterapert als most. ende 
doetse den zieken in dogen. Ende 
doet daarna als u vorleert es mette?i 
plaestren ligge?ide daer op ver- 
nuwende. 2. we?'f sdages tote die 
oge genesen es. dit leerde mester 
lancfranc van meylane?i. 
ü Mer meester bevenoud leert 
dit. ende ie hebber mede gewracht 
ende waer vonde?i. Ende hi wijst 

dat men make. 1. cleine pulver b i24c. 
van sarcocollen. ende dat wel cleine g B3c. 
gesicht dore .1. hooftcleet .2. vout 
of .3. of dore .l.sindael ende hier 
af doet in doge die?'e ziec es .3. we?'f 
des dages. entie zieke ligge opwert 



G: poedinghen 



76 



metten ansichte tote dat pulver 
wel gesmolten es. Ende legt optie 
oge .1. plaester van stoppen genet 
in couden borne. dat benemt die 
sweringe ende doet den zieken 
rusten. Dit pulver heet godbene 
diende, dit visierde bevenoud son- 
der bloet laten, ende sonder den 
zieke» te purgeerne met rnedicine?i. 
«I Dyeta. des zieken spise sal siin 
wellinge. amandelen melc. moruwe 
eyeren. gebraden appelen, rosiin. 
Ende wachten van rentvlesce ') ende 
van alle?i herden vlesce dat node 
verteert, ende van alre scarper.spi 
sen. alse peper. looc. silte mostaert. 
g 53d. Ende en drinke en genen wijn hi 
en si zere gebornt. ende wachten 
van meede ende vajj gecruudden 
biere ende van clareyte. Ende alsi 
siin opten wech van genesene: so 
geeft hem tetene wermoes van 
bornagiën ende van beetcoolen ende 
van persine. ende gesoden kiekine. 
ende wederijn vleesch ende swinen 
voeten wel gesoden visch gesoden 
plaetkine. tongen baerskine. snoe- 
ken, blieken, ende des gelike cleine 
visscen wel gescelt. Ende wachten 
van stupene , ende van liggen e 
over die oge. ende li gge met enen 
hogen hooftende ende ruste so 
hi meest mach ende houden int 
donkere, ende en sie met iegen 
dlicht. 

Cap. 5. 

<I Vand(er) starxst(er) optalme(n) of 

va{ri) misselike{n) zeicheiden die 

va(n) optalme(ii) comen *). 

Noch seggen some auctoren van 



vele qnader ziecheiden in die ogen 
die van den optalme?! porrende siin. 
alse diegene die qnalike genesen g 64a. 
siin. ende dat comt bi den dullen 
meesters die altoes doen der zeer- 
heiden meer zeerheiden, bi dat si 
hem onderwinden vanden ogen 
ende sine weten niet wat si doen. 
ende daer bi so comt dien ogen 
toe dat si werden al wit. ende heffen 
uten oge putten ende uten ogeleden 
so dat die zie niet en siet. Waer 
bi dat ie segge datter geen bate 
an en es. want sine zien niet. no 
en sullen nemmermeer zien mogen. 
Ende oec siin sulke die hem so 
qnalike wachten van etene ende 
van drinkene. so dat bi diere 
redenen bliven die ogen ewelike 
lopende, waerbi dat &us gedane 
comera tote uwer curen. so nnrgeert 
hem thooft 

met deser medicinen. <J Nemt b i24d. 
polipodium esula. mirabolani. elx 
.1. 5. mastic. cubeben. soffraen. 
spica nardi. neute van inde. canele 
elx .1. 3. ende met melke van 
sicamore so maecter af pillen, ende G 54b. 
geefter af den zieken jegen dat hi 
gedogen mach. dats te verstane 
nadat hi cracht heeft. Ende gevet 
smorgens ende savons. dyaoliba- 
num. dwelke staet int .3. capittel 
vanden cataracten. Ende doet in 
doge pulver van nabeten. dwelke 
u wert geleert wat es. Ende vanden 
pulvere alexandriin. dat u oec wert 
gewijst wat es. Ende doet in doge 
tote dat si genesen es. Ende hout 
wel die dyëten alst u vorleert es. 
[dats watmen eten ende drincken 
zal altoes G]. 



1 ) G: coyen vleesche 

2 ) G: Noch van vele quader ziecheden. Ontbreekt in C en L. 



77 



Cap. 6. 

•I Van puste(n) i(n) doge(n) e(ndé) 
wit dat ungula heet in latine '). 

Dicwile gevalt dat die sweringe?i 
van optalmen niet en geliggen *). 
dat comt bi dat in die ogen siin 
puuste?i entie siin daer in ge wasser?. 
Eer ghi enech van desen remediëri 
in doet. dats eer dat si tot u 

g bic. qnamen 3 ). eist also. so doet dit 
maken ene colirie van wieroke 
aldus. €J Nemt wit wierooc wel su- 
ver .10. penninc wegens, antiuraom. 
sarcocolle elx tgewichte va?i .5. 
penningen, dit minct met musilla- 
ginen van venigrieke ende maecter 
af pillen entie droget ende besteedse 
m droger steden. Ende als giere 
met werken wilt. so nemt .1. pille 
ende tempertee met mussillaginen 
van venigrieke. ende maect .1. 
lanc wiexkijn van catoene ende 
inakei daer met dore 4 ) nat. ende dat 
bindei optie oge. ende dat vermaect 
.3. werf onder dach ende nacht 
ende dat doet so lange dat die 
plaestren werden be-ettert. entie 
sweringe si welna te nieute. 
ende daerna so legter in dese colirie 
die maect men dus. ff Nemt ge- 
bernt lood te pnlvere. antimonie. 

g 54d. tuchie gedwegen. gebernt coper. 
gomme vara arabiëri. dragant. 
elcs .8. penninc wegens, apii. enen 
helliric wegens, van alle desen 
make wel cleine pulver ende maec- 
ter af pillen met vegen watere. of 
mei lood watere dat suver es. of 



met rosé watre dese besteedt 
droge 5 ). Ende als giere met werken 
wilt so te?npert ene van desen 
pillen metten vorseiden watere 6 ). 
ende daerin so net .1. piaster van 
catoene ende iegget optie oge. Want 
dese colirie heilt ende doet [hert G] 
tfleesch wassen. Ende wert dat 
achter tgenesen bleve enech witte, 
so legter in dit. dat in latine heet 1f 
macula. 

Mer sulke seggen smette allene. b 125a. 
dat siin witte poentkine 7 ) in die 
zie. entie comen meest van ouden 
optalmen ten welke?!, es goet witte 
colirie. ja die vorseide. Ende so es 
oec dese colirie renes dewelke gi g 55a. 
maect aldus. <I Nemt epatic. aloës. 
soffraevi elx tgewichte van .8. 
permingen, gebernt coper. ge- 
dwegen. gomme van arabiën. opii 8 ). 
elx tge wicht van .16. penninge?i. 
mirre van .12. penningen, wierooc 
van .8. penningen, dit stampt al 
wel te gadere ende maecter af 
cleine pulver ende minget met 
zoeten wine. ende maecter af ene 
colirie. dese siin goet beide te 
gadere geminct omme nuwen smet- 
ten mede af te doene. 

Cap. 7. 

<I Vand{er) smette{n) die pa(n)n(us) 

heet en(de) benemt al die lucht 9 ) 

vande(n) ogen ,0 ). 

Ene ander smette comt onder- 
tiden op die ogen diemen in latine 
heet pannws in dietsche cleet. Dese 



*) G: Van puystkine die wassen en doghen van opta(Z)men. Ontbreekt in Gen L. 

2 ) G: gheliket 3 ) G: eer dat ghire toe quaemt 

4 ) G: doghe 

B ) G: dese droegt ende danne besteetse 

6 ) G: den vorseiden pillen metten watere 

7 ) G: puystkine s ) G: apie 9 ) l: licht. 

10 ) G: Dat men heet pannis in latijn. Ontbreekt in C en L. 



verdect die zie in die oge so dat 
g 65b. men niet wel zien en mach ende 
onderwilen en ziet hi niet. Waerbi 
het eomt dat sal ie u seggen .1. 
deel in dit capittel. Talder ierst es 
bi qwalike te wachtene die ogen. 
dander bi vele sweringen comende 
in thooft. bi welke?i comen emi- 
gramen ' ) entie daelt in den slaep 
vanden hoofde, ende in die oge- 
brauwen. ende doet die adre» entie 
arteriën vanden slape slaen ende 
swere?i 2 ). biden welke?2 die ogen 
verstorberen 3 ). bide?i welken dat 
die smetten wassen ende verbliken 
hem menegertieren. 

Cap. 8. 

€fl Hoe vele ma(n)iere{n) va(?i) dese(n) 
smette(n) e(nde) tekene(n) 4 ). 

Dierste smette die verbaert hare 
als .1. clein ront sandekiin optie 
zie. ende dat doet vervulte van 
bloede dat loopt ten ogen met 
sweringen geminct. Dandre ver- 
licht 5 ) hare optie zie alse .1. scelle 
G 55c. van enen vissche. die derde ver- 
blict hare' an deen zide vanden 
oge alst ware ene vlocke snees 
verdrinkende int water. Die vierde 
es alse hem al die oge verblijct 
wit. so dat men niet en mach gesien 
vander zie. dwelke es swert bi 
naturen. Nu wetti hoe die smetten 
comen in die ogen. ende in hoe 
meneger manieren die zie si besmet 
es geseit in groeten. Nu willic 
spreken bescedenlike van elke?i 
sonderlinge. 



Cap. 9. 

€fl Vand(er) ierst(er) smette(n) die 

ha(re) v(er)baeri alse .1. cleine 

sandekij(n) 6 ). 

Dierste smette die haer verbaert 
alse .1. cleine sandekijn. die en 
geneest 

niet met medicinen die ter ca- b 125b. 
meren doen gaen no met pulvere. 
no met coliriën [no met syrope G]. 
no met latuariën no met branden, 
want dit soude hem al deren, mer 
doet hem dese cure. C| Nemt .40. 
wel moruwe croppen van bramen 
ende stampse al te sticken wel 
cleine. ende .2. 'vè. goets wits wijns. G 55d. 
ende doet dese .2. tegadere in enen 
nuwen pot. ende met hem leiden 
(d.i. lieden) ene hantvol rute bladren. 
ende alabauster .\. 'ft', dats .1. 
steen ende venkel saet ,\. 3. ende 
olie van rose?i .\. ïè., datmen 
stampen mach dat salmen stampen 
te gadere ende ziedent in wine 
alsoet vorseit es 'm enen nuwen 
pot op .1. cranc vier tote die wiin 
bi na versoden si. ende dan hebt 
camomille droge of groene .4. .5 
ende daerna alst welna versoden 
es. so doeter in camomil bloemen 
wel gestampt, ende nuwe was. 
.1. 3. ende alst wel gemi?ict es 
ende .1. luttel gecoelt so doeter in 
dwitte van .6. eyeren. ende dit 
minge£ wel tegadere. ende daerna 
so ziet dore een suver linen cleet. 
dat daer ute comt dats precieuse 
zalve. Ende hier met so suvert 7 ) 
hem tforhooft enten slaep toten 
wintbrauwe?i al omme. sonder g 58a. 



l ) G: epigmmew 2 ) G: zwellen 3 ) G: versterberen 

*) G: Vander iersier smetten die haer verbaert. Ontbreekt in C en L. 

5 ) G: verblycht 

6 ) G: Dierste smette die cuere daer af. Ontbreekt in C en L. 

7 ) G: smeert 



79 



meer toe te doene. si sal genesen. 
q Dese ierste specie of zalve heeft 
vele crachte?i. want si geneest 
wonden suverende ende heilende 
dappe?'like. ende verdrijft die swe- 
ringe. Ende hadde enech me?ische 
den tantswe?'e. of int tantvleesch 
zeerheit smeert hie?*e he?n met. het 
gesmiedt vorvoets. Ende hadde .1. 
vrouwe torcioen ende sweri?ige in 
die moede?', ende mense hare gave 
tetene alse ene latuarie. si ware 
vorvoets delivereert. Ende alse 
enech me^sce heeft den rede '). 
smert hem die mage entie handew 
ende die voeten entie lendene?i. 
vorvoets valt sine ziecheide. Ende 
si es goet iegen alle ziecheit van- 
g 56b. den hooftswere daer met gesmert 
dat vorhooft tote?i wintbrauwen 
enten slaep so sacht die swere. 

Cap. 10. 

€| Vand{er) and(er) smetten die hare 
v(er)baert alse .1. vischscelle 2 ). 

Dits die leringe vander smetten 
die hare verbaert alse .1. scelle 
van enen vissche. Ende wert si 
niet genesen met deser curen die 
ie u nu wise?i sal hierna so en wert 
si niet genesen met geenre cure?i. 
dats om dat die smette es verhardt 
ende vervleescht optie zie. Ende 
wildise lichten met enen hakelkine 
ende sniden met enen sceerse. gi 
sout snide?i die huut die men heet 
die horen- 
b 125c. huut. ende dus so soudi destruere?i 
g 56c. al die ogen wacht u hier af want 



dus soudi verliesen uwen goede?* 
name. waerbi ie u verbiede die 
huut aldns af te doene in deser 
manieren. «I Maer dits die gerechte 
cnre van deser ander smetten. 
Maect ene??, brant in den slaep 
vande?i hoofde, dwelke es met enen 
ronde?i ysere gemaect alse .1. 
erwete cleine. ende dit sal me7i 
geloyen. ende men sal oec hebbe?i 
.1. ander plat yseren instrume?it 
ende saelt leggen op die huut ende 
daer dore .1. gaetkiin daer men 
dander heete yser dore sal steken 
aldws 3 ). Dese brant doet smelten 
die humoren ende doet ve?*teren die 
mate?ïe daer die smette af wast. 
ende en laetse niet vervleeschen 
optie zie. Want also die brant uute 
trect ende verdrijft ende doet smelten 
die hu???oren. also ve?-teert die G 56d. 
smette biden brande ende verclaert 
die oge metter medicinen die ie 
hier toe sal sette?i. Achter den 
brant so doeter dicke pulver in 
van candite dat men heet pulver 
van nabeet. Ende op dander side 
so hebt gereet enen sure?i appel 
gebrade?i die pelle?* 4 ) wel gesuvert 
vanden assce?i. die pelle?i entie 
sluus stampt wel met den witten 
va?i den eye geminct wel slecht 
alse ene zalve. Van dese?? plaeste?*e 
legt optie oge. ja die oge geloken 
ende dat vermaect .2. we?-f sdages. 
Altoes ierst gedaen in die ogen 
van desen pulve?"e vorseit. ende 
dan dat plaeste?* daer op gebonde?i 
sachtelike met enen Ymen clede. 
Aldns so suldi die smette benemen 5 ) 
in dien datse nuwe es. 



') G: coorts 

l ) G: Vander smetten die haer verbaert. Ontbreekt in C en L. 

3 ) In G ruwe schets. 

4 ) G: scellen 

5 ) G: verdrivew 



80 



Cap. 11. 

«I Vand(er) derd(er) smetteen) die 

h(aer) v(er)baert als 

.1. vlocke sneus '). 

g 57a. Die derde smette es te siene 
alse .1. vlocke sneus verdrinkende 
int water, daertoe so doet alsoet 
vorseit es vanden brande in de 
smette die haer verbaert als .1. 
visch scelle leggende in doge dat 
vorseide also gelike. sonder tpul- 
ver vorseit dat seldi mingen 
aldus. Nemt .1. nuwe erden vat 
ende doeter in hout colen. ende 
doetse wel bernen ende daerop 
bernt .4. 5. aloës houts. ende dan 
hebt een suver becke?i ende welvei 
opt vier so dat ontfange al den 
rooc vanden viere. ende daerna 
ne?nt candijt ende pulveret int vor- 
seide becken mei enen yseren 
mortier stoc. ende maect dat pulver 
wel cleine. ende wel slecht, ende 

G 57b. dat doet in doge achter den brant 
als u vorleert es in dander smette 
ende legter op tplaester vande?i 
apple. ende doet alsoet vorleert es 
in dander. ende te vermakene 

b i25d. .2. werf sdages ende bindei [zoete- 
like G]. Aldns suldi genesen die 
derde smette bider hulpen Gods. 
<I Nu hoort die cracht van desen 
pulvere dat men heet nabeti. dat ge- 
maect es van claren candite ende 
van suveren ende dat gepulvert. 
Ierst eist goet met af te doene 
dwitte vanden ogen dat ie hier 
smette heete. Dander het gesmiedt 
die sweringe. Terde het drijft wech 
die sweringe. Tfierde het verteert 
dwitte entie smette. Tfijfte het 



cemforteert dogen entie zie scarpei 2 ). 
Tseste het dwingei die tranen op 
dat si comen van coude?i humoren. 
Dus seker .1. pulver eist tallen 
siecheiden vande?ï ogen. ende en 
mach niet deren den oge?i. Het g 57c. 
verdrijft die rootheit owme sin e 
suver hitte, ende verteert dwitte 
van siere hartheide?i. wa?*t het 
smelt ende keert m watere. ende 
verteert al dwitte of die smette. 
ende het conforteert want esser 
enege hitte in doge. het suvertse 
ende claert die zie. ende maect 
levende die ziende geesten. Ende 
dat seste dwinct die tranen op dat 
si siin van couden humoren, want 
sine wermheide tempert die coude 
humoren. 1c hebbe u geleert hoe 
gi dit pulver sijt sculdech te tem- 
perne meiten roke van houte van 
aloës omme die derde smette te 
genesene. 

Cap. 12. 

•I Vand{er) vierd(er) smette(n) die 
al doge heeft bedect :! ). 

Die vierde smette die al doge g 57d. 
heeft bedect so datme?i niet en 
mach gesien ende al die zie es 
wit ende dat rechte witte es root- 
achtech. enten zieken dunct aldie 
werelt wit wese?i. <I Doet hem 
dese cnre. Maect hem brande in 
dat moruwe vanden hoofde, dats 
in den slaep. Ende daerna nemt 
dwitte van ,12. eyeren in ene 
suvere scotele. ende dat slaet so G 58a. 
lange met enen gespletene» stocke 4 ). 
so dat al wert scumende. Ende alst 
.1. stuc sal hebbe?i gestaen so saelt 



') G: Vander derder smette die cuere daer af. Ontbreekt in C en L. 

2 ) l: scarpet die zie. 

3 ) G: vander 4' !r smetten. Ontbreekt in C en L. A ) Grove schets in G. 



81 



onder siin cort water, ende daer in 
so net .1. plaester van catone ende 
dat legt optie oge. ende emmer die 
oge geloken, ende vernuwende onder 
dach ende nacht .20. werf. ende dit 
doet tote die zieke genesen si. 
Aldws seldi genesen die .4. ma- 
wieren, also bevenoud seit niet 
anders toe te doene. 

Cap. 13. 

•I Dits va(n) doeke(n) of nagele(n) 

i(n) latine ungula einde) va(n) 

smetten '). 

Doeken of nagelen die eomew in 
dogen die siin dus gedaen. ende 
van dien siin .2. manieren. Doeken, 
die siin dunne ende wassen uten 
sterten vanden ogen. ende heten 
in latine pannis 2 ). entie wassen 
alse coppen gespin. Ende die 
dickere siin ende vleeschachteger 
die heetmen 
b 126a. gemeinlike nagelen in latine 
g 58b. ungula die men genesen mach met 
desen coliriën ;i ). <I Nemt ematisten. 
gebernt vitreoel elx tgewichte van 
.6. penningen, gebernt coper tge- 
wichte van .4 d. 4 ) mirre. soffrae?i. 
elx tgewichte van .2. d. lanc peper 
tgewichte van .1. d. wel gepulvert 
altegadere in .1. motalijn mortier 
ende wel cleine gesicht ende maecter 
af pillen met goeden ouden wine. 
dese [droghet ende G] bestoet 5 ). 
Ende als giere mei werken wilt. 
so tempert ene met goede?i claren 
ouden wine. dits goet in doeke?i. 
<fl Ende te nagelen so maect dese 
colirie die sterker es ende heet die 
groene colirie. Nemt groene van 



spaengiën dewelke heet verde grise 
tgewichte va?i .3. d. gebernt 
vitreoel tgewichte van .6. d. root 
arsenicum, boraes spume vander 
zee elx tgewichte van .2. d. armo- 
niac also vele. darmoniac weyket g 58c. 
met zape van ruten. en mach ment "f 
niet pulvere?i. Ende men sal al die 
vorseide dingen pulveren ende 
mingen metten zape van ruten. 
ende maken pillen [ende die droget 
Gr]. Ende als giere met werken wilt 
so minge£ ene [van den voir seyden 
pillen G] met ruten zape ende 
maecter ave coliriën. In dat vor- 
seide rute zap moet siin rute water 
gemaect met ere clocken also men 
rosé water maect. ende hier af doet 
dicke?i in dogen. Ende alle colirië?z 
willen dicke siin alse most. Ende of 
gi den nagel niet en moge£afgedoe?i 
hiermee so doeten af aldus. <I Ghi 
sulte?z lichten met enen cleinen 
hake also cleine als ment gemaken 
mach 6 ). [ende met dustanerege 
eenre naelden machmen oeck hel- G 58b. 
pen lichten ende heet eenen dra- 
giner naelde ende dye steel zal 
wesen aldus gedrayt alse hier 
(schets) ende lichtelike af ane 
deene zide G] of snidei met enen 
sceerse 7 ). Ende emmer wachtu dat 
gi niet te diepe en snijdt no te na 
den sterte vander ogen. Want 
sneedi iet vanden vleesche dat 
natnrlijc es in den steert va?i dei- 
ogen die oge soude hem ewelike 
tranen ende lope?z. tjj Het es nutte- 
lijc alle ziecheiden van ogen. dat 
men purgiere die bernde humoren. 
ende so eist oec bloet laten. Ende 
dat hem die zieke wachte van 



1 ) G: Vanden af naghele. Ontbreekt in C en L. 

2 ) l: pannus 3 ) G: zalven 
4 ) l: penningen *) G: besteedt 

6 ) In G een schets. 7 ) In G nog twee grove schetsen van messen. 



82 



alre scarper spise/i. want alle ziec- 
heiden corner van verberrenden 
bloede, ende dat maken die scarpe 
g 59a. spisen. Ende alse die nagelen siin 
genesen so legter op tpulver van- 
den candite. of enege vanden 
vorseider (l : vorseiden) coliriën tot 
die oge genesen si. 

Cap. 14. 

•I Dits va(n) brune(n) doeke{n) of 

nagele{n) e(nde) come(n) va(n) 

melancolië(n). e{nde) 

genese(n) cume '). 

Ene smette comt ondertiden m 
die zie die heet die horen [huutG]. 
ende si es swert ende bruunachtech. 
dats .1. teken dat si 

b 126b. van melancoliën es. ende dan 
en geneest si ter avonturen nera- 
mermeer. Dwitte dat die smette J ) 
veroudert, pannis dat ie daer vore 
hebbe gehete?* doec die comt van 
tayen humoren ende daerin werct 
als u vorleert es. Die nagel die 
comt vanden selve?* humoren daer 
die doec af comt. of hi comt van- 
den optalmen. dats volmaecte swe- 
ringe. so en esser gene eure toe 

g 5%. te doene. want hei siin liixeme?t. 
hei en es no pannis no ungula. 
Me?' die menege hetent doeken, 
hier met so hout u gepayt dese werf. 
<I Meester bruun leert datmen neme 
tsap morwen chele dat in coorne 
staet ende dragee rode bloemen in 
latine heet mense papaver rubeum. 
ende wilde carden 3 ). in latine virga 
pastoris. elx van dese?* sapen even 
vele. Ende doet in die ogen. dits 
goede colirie iegen nuwe doeken. 



Ende so es oec dit. <$ Nemt vilinge 
van finen copere. ende dat te?npert 
met sterken witten aysine. ende 
latei daer in liggen .7. dage ter 
sonnen. ende droogei wel. Ende 
wildij t starker hebben, so nemt 
sarcocolle. amidus. candijt. canfer. 
elx even vele ende maect hier af 
wel snbtijl pulver. 

Cap. 15. 

<I Va(n) poe(n)tkine(n) die gevalleen) G 59c. 
va(n) geslagenein) oge{n) hlau 4 ). 

Het werde?* poentkine in doge 
onderwile?* van datme?* de?* liede?* 
slaet blauwe ogen. ende dan so 
bliven daer na dat si siin genesen 
onderwile?* rode poentkine. of bi 
sterken optalmen. of bi vervult- 
heiden van bloede, bi den welken 
dat ene 5 ) nionde?* vanden adre?* 
ontdoen ende maken poentkine in 
doge?* die root siin. Ten welke?* 
es goet dbloet van jongen duven 
dat me?*t doet drupen al heet in 
die ogen uut .1. adren die es onder 
den vledric ende dat doet lopen 
met ere naelde?*. Ende oec es hem 
goet dat .1. wijf melke in siin oge 
met haren borsten. «I Die droocheide 
vanden ogen eomt onderwilen van 
joocten. entie geneest meiten witte 
van eye wel cort geslagen ende 
dat cortte daer 'm gedaen. Ende g 59d. 
men genesei oec meiter witter co- 
lirie?* remes. die u es gelerei maken 
hier voren. €J Entie joocte geneest 
men mei aloës epatic gepulvert 
ende dat gedaen in .1. cleine sac- 
kelkiin ende geleit in witten wine. 
ende die wiin gedrupt in doge mei 
enen deinen lepele. 



') G: Vander smetten in doghe. Ontbreekt in C en L. 
2 ) G: op dye scelle 3 ) G: coerden 

4 ) G: Vanden puijsten die op die oghen wassen. Ontbreekt in C en L. 

5 ) G: enege 



83 



Cap. 16. 

•I Van scorfde(n) oge(n) e(nde) va(n) 

rootheide{n) e(nde) va(n) joocten 

i(n) doge{n) '). 

Dits van scorftheiden vanden 
ogen dat si binnen root siin ende 
zere jooken. ende 

b 126c si siin .1. luttel geswollen of si 
siin zere root entie swillen met 
groter joecten ende lopen ende 
joken 2 ). Ende onderwile/i cornet 
vanden optalmen vaw den oge 
appelen die gi moge£ kennen bi 
dat dwitte vanden ogen root es 

G 60a. so dat al doge verstormt. «I Dierste 
c^re es datmen die optalmen ge- 
nesen sal mepten coliriën ende 
meiten andren werken alst vorseit 
es. Ende of die optalme cleine es 
mester joocten ende met der scorft- 
heit. so mach me?ise hier met ge- 
nesen. €J Nemt groene coperroet 
ende \egget 'm witten wine. dat 
esser goet toe doge daer met ge- 
dwegen. «I Ende en helpt dit met. 
so nemt die rode colirie. die u 
voren geleert es. Ende en helpt 
dit niet. so nemt die groene die 
starker es. ende doeter met als u 
vorleert es. 

Cap. 17. 

€J Dits vande(n) seebel i{n) 
die ogen 3 ). 

Seebel dats alse die adren vander 

uterster huut die men heet te gader 

voegende, entie horen huut in die 

g 60b. vergaderinge van hem beiden, die 

werden al vol bloets ende swillen 



so datter af wast die nagel [dye 
men heet in latine ungula G] ende 
die doec. [dat pannis heet G] Ten 
welken [cueren G] es goet die rode 
colirie of die groene vorleert. Ende 
onderwilen eist noet dat men die 
vorseide adren lichte met enen 
hake. of snijtse 4 ). ende daerna ge- 
neest datter blijft mester vorseider 
coliriën. ij Van dat die zie es worden 
al wit so en makic u niet. want 
het ware u al te belemmerlijc. ende 
te lange ene cnre. entie meest 
faelgiert in die beste meesters ende 
hier omme so latict. ende en wille 
u niet belemmeren daer met. ende 
ga voort tere ander curen ende 
ierst vanden ogen die tranen. 

Cap. 18. 

CJ Va(n) lope(n)de(n) oge(n) e(nde) G 60c. 
w(aer)af t(ra)ne(n) come(n). entie 
c{ur)e d(ae)r iegen 5 ). 

Die wille leren van tranen die 
comen gelopen ten ogen hi hore 
ende ontfhoude die leringe vanden 
ouden meesters ende namelike van 
meester brunen van legoburge?rs. 
die ons wijst ende leert dat .2. 
manieren siin v&n tranen die ten 
ogen comem gelopen. Vanden 
welken .1. maniere es die comen 
vanden adren die liggen tusscen 
dat herssenbecken ende dura mater, 
die niet en behoren ter .surgiën. 
Mer ten meesters van medicinen 
die moger raet op geven. Ende 
dat soude siin dat si die propere 
humoren souden drogen met nur- 
gaciën. bi den welken die zie 



J ) G: Vanden scorftheden van den oghen. Ontbreekt in C en L. 
") In G schets van een instrument, zonder nadere beschrijving. 

3 ) G: Van 4 tracten die men ghenesen mach. 

4 ) In Gr schetsen van een mes en een haak. 

5 ) G : Vanden oghen die zeere tranen die cuere daer af. Ontbreekt in C en L. 



84 



daer met belet wert. ende dat met 
preparaciën vore», ende daerna met 

G eod. medicinen die properlike souden 
piwgierew 
i26d. dio huwiorew daer die lopen ') af' 
comew ten ogen. Ende noch siin 
andre adren die siin tusscen .2. 
tafelen die daer dragen tfoetsel 
alsoe het vorseit es in die anothomie 
vanden hoofde int proper capittel 
int begin vanden boeke. dewelke 
ad ren vervullen onderwilen ende 
dan so steken si haer vervulthert 
ute. vanden welken het es die raet 
alsoet vorleert es vanden andren 
adren vorseit. Dit siin die adre?i 
die van binnen comew. Ende dese 
mach men kennen bi dat de zie 2 ) 
vele veselingen gevoelt el niegren 
(l: nigeren) af. sonder dat hi dicken 
heeft dien reunie, ende dat comt 
van vervultheiden 3 ). Ende alse die 
tmne?i comen uten adren die sijn 
buten den bene int vleesch. dan 
gevoelt die zieke veselinge alse of 

g eia. ene amete liepe daer. Ende onder- 
wilen lopen dogen vern dat si 
hebben in doge brauwen crora- 
mende inwert. ende prekeien die 
lede entie oge apple so dat bi wilen 
dogen tranen. <]J Dits die cnre daer 
iegen. Trect uut die haer met enen 
tanxkine 4 ) ende alser nemmer in 
en prekele?ï. so en selen dogen 
ne?ttineer lopen. <J Ende alst comt 
bi den adren int vleesch die ghi 
kent bi *den vorseiden tekene. so 
maect .1. piaster [van den witten 
G] vanden eye ende van roden 
pulvere. dat geseit es int capittel 
vanden bloede te strenimene. ende 
doeter toe .1. luttel bloemen die 



cleeft an die want s ) vander molen, 
dit tempert al te gadere also dicke 
alse zee?n. ende dan spreiden op 
.1. linen cleet also breet al(s) tfor- 
hooft breet es. ja gaende van der g eib. 
ere oren toter andere, ende binde£ 
daer op [met eenre scroeden G] ende 
l&tet also liggen .3 dage. ende also 
doet van den vierden dage ten 
vierden dage. Ende doet in die oren 
spekels van gecuweden comine. 
<I Ende en genese^ hier met niet. so 
maect hem in den pistel vanden 
arme .1. brant in eiken arm op dat 
es in beide?i oge?i. Ende en eist mer 
in deen oge. sone maect mer. 
.1. brant ane die selve zide. ende 
also sal men doen vanden plaes- 
tere. Eist mer deen oge sone 
sal men die plaester leggen mer 
toter helft van den vorhoofde. 
<1I Ende en helpt dit niet. so nemt 
ene hantdwale [oft enen hoeft- 
douck G] ende wintse omtrent die 
kele. ende dwincter dien hals entie 
kele mede so vaste, dat die adren 
die siin int vorhooft ende in den 
slaep heffen ende verbliken. Ende G 6ic. 
dan so hebt .1. naelde daer in si 
.1. stare gewast ziden draet fi ). 
ende stect die naelde 

onder die huut 7 ). ende wacht wel b 127a. 
dat gi met en wont die huut van- 
der adren. ende haelt die naelde 
ute op dander zide. Dus so stect 
beide dadren die siin anden slaep 
elc .2. werf. so dat tusscen elc .2. 
steken spacie blive va?i .1. vingere 
breet. Ende also bestect dadere 
die es in de middel vanden vor- 
hoofde. ende laet in elke stede 
steken die?i draet so la?ic dat gie?'e 



') G: lepe 

3 ) G: verwaechthedew ofte van wachedew 

8 ) G: weech 

6 ) In G ee» eenvoudige schets. 



*) G : zieke 

4 ) In G een schets. 

') G: adre 



85 



met moget vercnopen die adren 
alse gi wilt. Ende dan snijt dadren 
dwers ontwee met enen scerse x ) 
ende laetse bloeden also vele als 
gi wilt. Ende dan verbint die adren 

g 61 d. metten draden diere onder siin 
laten hangen als ie u vorleert 
nebbe. Ende legt m die wonde 
wieken van stoppen genet int 
witte vanden eye. ende daer boven 
plaestren des gelike toten derden 
dage. ende daerna so heilt die 
wonde also men heilt andere 
wonden. Ende doet die drade uut 
achter die .9. dage. Ende aldns sal 
hi verliesen 2 ) die lopen die hem 
qnamen in dogen op dat si qnamen 
uten adren die buten [den G] bene 
[in 't vleesch G] siin. ü Die moruwe 
ogen heeft of cranke hi wachtem 
hier af. want dits haer contrarie 
also avicenna seit. Dierste es vele 
te sine met wiven. ende vele te 
lesene cleine letteren. Ende te 
slapen e met volle7i buke want men 
sculdech es tontbeidene tot die 
spise .1. deel gesniolte7i es. Ende 
dits oec goet dien. die reumachtech 
siin [ende allen dye ghene die 

g 62a. crancke ziene hebben ende hen 
dye te vele eten ende drincken 
ne ware tusschen tween G]. Ende 
hem deert den vasten lichaem. 
ende alle spisen die maken gorsem 
bloet. Ende hem deert keren ter 
kele?i. Mer het hulpt der magen, 
want in tkeren verroeren die ma- 
teriën vanden hoofde. Ende baden 
na vervulthez't deert oec den ogen. 
ende weenen. ende vele bloet laten. 
ende sonderlinge met bussen. Ende 
alle spise die den mont deert van- 



der magew. die deert oec den ogen. 
Ende gorsem wiin. ende looc ende 
enioen. ende poret looc. dille, rode 
colen. bonen, erweten. rooc. wint. 
zant. lange te ziene op cleine dinc 
ende vele te ziene op witte dinge?i. 
Men sal zien op swerte dingen. 
Ende die brande die ghi maect en 
draechse niet langer open. dan tot 
.40. dagen. 

Cap. 19. 

<I Va(n) leepe(n) oge(n) of 
t(er)ve(n)de(n) ;! ). 

Het comen sulke lieden die haer 
ogeleden gelepen of ter ven. ende 
dat comt bi dat si tranen of lopen, g 62b. 
ende dat comt biden souten hu- 
moren toe. die doge leden vlaen 
ende ope?i maken, bi den welken 
datter wast wey vleesch. ende 
werden die oge lede?i ges wollen. 

ff Die cure daer af es dat ghi b 127b. 
.1. naelde *) stect int vleesch. ja 
in dat wey vleesch so sztbtijlijc dat 
gi niet en quetst dat nattcrlike led. 
ende snijdt dat vleesch uut met al 
metier naelde?i. met ere vlieme?i 
of met enen scerse 5 ). Ende daerna 
destrueert dat wey vleesch datter 
blijft, ende legt vor den appel va?i 
der ogen .1. linen cleet genet int 
witte vande?i eye. so dat gene 
bitende medicine en come an den g 62c. 
appel. CJ Ende sulke liede siin die 
niet en souden mogen gedoge?z dat 
gise sneedt dien doet dese cnere 
mer si es lanc. Nemt een stoxkiin 
ende duwe£ daer met dweers onder 
doge in den ogeput. so dat dled 
omme kere. ende dan so hebt smout 



') In G- eenvoudige schets van een mes. ") G: genesen van 

3 ) G: Van Iepen oghen ende tranenden oghen. Ontbreekt in C en L. 

4 ) In G een schets. 

5 ) G: aldus es dye vorme der tanghen dus: schets. 



86 



van ganse??, of sal gemine. of sal 
armoniac. ende daer met so bestrïket 
dicke?? totc .5. werven sdages. ende 
dit so lange dat gnouch es. Aldws 
so suldi moge?? dat wey vleesch 
verteren. Ende altoes so dwaet 
daerna die lede met wate?-e daer 
venkel in gesode?i es. ende dat 
cout. Ende al dat gi doet m dogen. 
dat doeter cout in. Ende wat gi 
in die oren doet. dat wille?? dore?? 
heet hebben in gedae??. Want si 
siin zenuwech ende cnoesech. 
€J Ende alse dogen glepen bi won- 
den die qnalike geheilt siin. of bi 
bescoudene so es dit die cure 
aldws. Nemt .1. scers ende snijt die 
lijxeme ute. ende dan heilt die 
wonde also u vorleert es. Of snijt 
.1. wonde onder doge lede?? dweers. 
g 62d. ende geneestse metten wieke?? die 
gi legt in die wonde. Ende haelt 
dan die lede?? opwert mepten drade?? 
die gi hebt gesteken dore die oge 
lede??. ende maecse vaste an .1. 
scrode die gi gebonden hebt om 
thooft. Ende heilt die wonde met 
wijfs melke daer gi in net plaster- 
kine dwelke besmert siin met zalven 
die niet en dwinct. ende doet dit 
tot die wo??de genesen es. Ende 
sulke siin die doge?? geleepe?? diet 
souden [gherne G] gedoge?? om dat 
haer ogen niet soude?? glepe??. Ende 
sulke siin die liever hadden dat 
haer ogen noch also zere glepede??. 

Cap. 20. 

<I Van blauwe(n) oge(n) geslage(n) 
of gewerpe{n). etc. x ). 

Alse enen mensce geslagen siin 

blauwe oge?? so es goet dat hi 

bloet late ter hooftadren an die 

g 63a. zelve zide. Ende legt he?n ierst 



daerop dwit van de?? eye niet ge- 
slagen. Wantslaenbene?>?the??? vele 
van siere limecheiden ende va??siere 
coutheide??.. Ende dae??na legter op 
sap van donde?'baert .1. cleet daerin 
genet, ende dat dicke?? ve?'maect 

f$ Ende en wilt hier met niet ver- b 127c 
gae??. so ne?«t nu was ende minge£ 
met comine wel gepulvert. ende 
daer af so maect .1. plate die gi 
dicken selt verwerme?? bi den viere. 
ende also warm geleit daerop als 
die zieke mach gedogen over 
al doge. ja doge geloken. Dit 
piaster doet spaerse?? dbloet ende 
smelte?i. €[ Maer dits ene corte 
cue?-e. Nernt zepe ende mingter 
met popelioen elx eve?? vele hier 
mei besmert .1. plaester van 
stoppe??. of .1. line?? cleet also 
groet alst swert es. ende legge£ G 63b. 
daerop dit sal tswerte verdriven. 
Mer het sal die stede al root maken 
ende verwermen. Alse gi dit siet 
so nemt laeu water ende dwater 
doge met. ja doge geloken dat 
vander scarpheit niet en come in 
doge vander zepe??. wa??t het soude 
ze?'e biten ende dat e?? ware niet 
goet. Ende daerna so hebt rose- 
water ende- wijfs melc geminct. 
ende daer in so net .1. die plaester 
van werke of .1. line?? doec daer 
in genet, ende legget optie oge. 
dat saelt genesen ende sueten. ende 
coelen van sie?*e verscheit. dits die 
beste raet die icker op can geven. 

Cap. 21. 

€]J Dits va(n) .4. catracte{n) i(n) 

doge\n) die me(n) genese(n) mach 

entie bekennen 2 ). 

Wat ma??iere?? va?? caracte?? dat 
men genese?? mach of niet. der 



')G: Van blaeuwen oghen ghesleghen. Ontbreekt in C en L. 

'-) G: Vanden 4 catracten diemen ghewesen mach vore die...(?) Ontbreekt in CenL. 



87 



caracten siin .7. manieren, die .4. 
machines genesen entie .3. niet. 
Menechwerf comt ene ziecheit in 
g 63c. dogen diemen in latine heet ca- 
racten. in dietsche gelijc ere sluus. 
Ene sluus wert dat water, dat niet 
en mach lopen daert heeft te dalene. 
alse vore ene watermolen of vore 
enen vivere. of elder daert te doene 
es. Als men water wilt laten gaen 
so haelt men de sluus op. ende 
dan lopei ute. also doet hier te 
f bediedene. Eist dat die humoren 
dalen dore die zenewen die an 
dogen siin vast daer die ziende 
geesten dore gaen tote in die 
herssenen. ende verstopt die zie. 
dat siin die pupillen dewelke 
humoren siin. also daelt dat vor- 
seide waterkiin dat natnrlijc es in 
die ogen. Ende also die humore?i 
siin gnouch gewrongelt. dats hart 
ende stijf gnouch. so en machmense 
f met gen es en in proeve?! van sur- 
giën. Ende men machse al&its 

g 63d. proeven. Luket die ene oge toe. 
ende legt uwen dume op dander 
oge led ende .1. deel vaste, ende 
dan o?itdoet gereet. eist dat water 
es gesprait ' ) ende weder comt van 
eiker side ende weder vergadert 
alsoet te voren was ende dat gereet. 
so eist curabel: Ende en doet so 
met. so neist met gnouch gefor- 
meert. ende dan so en doeter 
niet toe. 

b i27d. <j Dierste die men mach genesen. 
die es wit alse calc. entie comt 
van slagen van risenof vanstocken. 
of van scaelkinen van enegen 
dingen, of van werpingen van 
stenen of van sneeclatten of dies 
gelike. Dese siin goet ende licht 
te genesene. mer sine zien niet 



also claer alsi te voren daden eer 
si geslagen waren. Want bi den 
slagen die si moesten gedogen so 
liepen die humoren in die .3. huden 
die vore die zie siin. bi den welken 
si niet en mogen keren al. daer g 64a. 
en blijft .1. belemmertheit in die 
zie. dat siin die clare huden de- 
welke siin sculdech te sine onbe- 
lemmert bi natwren. <J Dandere es 
wit kerende ten blauwen wert. 
ende dit comt bi ocsune 2 ) vander 
magen, die ontfangen heeft qnade 
spisen. biden welken af comen 
qnade fumeyen. die risen uter 
magen ten herssenen wert. ende 
dan vallen also vore die ogen 
ende maken daer gewro?zgelde 
humoren, ende . 1 . luttel blauachtech. 
Es dese wel gevellet metfternaelden. 
men ziet daerna wel also claer 
alst te voren dede eer si quam. 
Ende oec so ziet men bat achter 
haer cure. dan achter enege van 
al den andren drien. ende dat comt 
bide?i puren humoren ende bider 
vervulten vanden ziende?! geeste?i 
die in dogen siin. «I Die derde es 
wit .1. luttel kerende in asscher g 64b. 
varwen. entie co?nt van hooftswere 
ende onderwilen comt si van alte 
grote?' couthe^ die de herssene?i 
hebben, ende van te vele te wenene 
of te wakene. Dese en sal niet 
lange bliven in haren staet. sine 
sal weder blint werden, sine werde 
gecureert mei deser latuariën. van- 
der welker men sal nemen nuchtern 
also groet alse .1. kerstaengie. ende 
navens als men slapen gaet. Ende 
wachten van spise?* die hem con- 
trarie siin. alse rent vleesch. geyten 
vleesch. boeken vleesch. palinge. 
[bonen G] erweten. enioe?z. dese 



1 ) G: gesparset 

2 ) G: occusoene 



deren den ogen ende wachten va?i 
wive?i van badene van stovene. 
Mer riemt lichte spise ende sapech 
ende natwrlike heet. Ende wachten 
van spise/i die natnrlike cout es. 
Dits die latuarie. €J Nerat olibanum 
.2. 3. groffelsnagle. noten inuscaten. 
f in dit soffraen van elke>i .1. ^ .3. 

g 64c. goet castor .1.5. pulveret te gadere 
ende ziet wel cleine. ende confi- 
eieret met zeeme wel gescuurat. 
ende maecter af .1. latuarie. ende 
nutse als u vorleert es. In den 
winter so drinct witte?i wiin warm 
in den welke?i si geleit saelgie 
ende rute. Dese latuarie nes niet 
allene goet hier toe. mer sijs goet 
iw alle ziecheiden vanden hoofde, 
alse hooftswere die van vercout- 
heiden comt. Ende oec essi goet 
iegen ogen die tranen '). 

[Dye vierde die es wit kerende 
in een luttel geluwer varuwen dese 
comt van te vele te drinckene ende 
van te vele tetene ende bij groter 
pinen te doene. Ick segge dat dese 
comt va?i rnelancoliën ende men 
vynter niet vele van deser vierder 
speciën. Dese es herder dan alle 
dandere ende rondere dan alle 
dandere alse mense wille villen. 
Zo wacht u. want ghyse niet scul- 
dich zijt te villene neder waert 

g G4d. alsoe men dye andere doet. Want 
zine blever niet omme hare ront- 
hede ende herthede maer dryvetse 
ten steertte vander oge waert ten 
slape vanden hoefde waert ende 
dair zo villetse wel Ende alse ghij 
uwe naelde uut wilt trecken so 
keert uwe hant ter nese waert 
ende trecse ute al drayende alsoe 
u vore leert werdt hier na. Nu 
hebbic ick u geseyt vanden vieren 
wair bij men ghenese?* mach dye 



zake ende nu sullen wij leeren 
hoe mense ghenesen mach ne ware 
nemtter toe zine worde geconfir- if 
meert ende achter dat zij zijn 
gheconformeert dat es dat zij niet 
en sijn onder tlichte vander zonnen 
inden dach ofte vandtr lanternen 
inder nacht. Ende eneghe zotte 
phisijsiene die wanense genesen 
met purgaciën dat zij purgeren 
dye hurnoren bedij zij moetens 
myssen bedij catracten geconfor- 
meert die werden n emmermeer G 65a. 
ghenesen met purgaciën no met 
pulveren no met coleriën no met 
latuariën bedij die materie es 
onder dye hude int hole vanden 
oghen bij den welken dye humoren 
dye zijn metten voirscreven water- 
kine ende dye weirden veertich f 
ende verkeren in herthede?i biden 
voirseyden zaken dye welke vallen 
indye ende weeren dat dye ziende 
gheeste niet moghen gaen dair zij 
sculdich waren te gane by naturen 
dye welcke niet moghen zijn 
ghenesen sonder metter hant van- 
den surgieïi dye welcke moet doen 
ten yersten aldus, daer toe doeten 
zieken sitten op eene banc dan- 
sichte ten lichte wert scerdelinghe. 
Dye meester zalre tegen sitten dies 
gelike den rugghe ter lucht waert 
op dye selve banc maer dye 
meester zal .1. luttel hoger sitten 
dan dye zieke. Ende en heeft hij 
die catracte int deen oge zo ver- g 65b. 
bynt hem dander oghe Ende dair 
na so heft hem tiet op vander 
ander oge dat dair ziec es ende 
hebbe indye hant eene naelde dye 
aldus gemaect zij (schets) Ende 
zij sal zijn zilveren oft gulden want 
van ysere oft van stale zijn zij te 
duchtene dat dye point mochte 



') In Hs. B is hier een hiaat; het ontbrekende is uit Hs. G overgenomen. 



89 



breken ende dat ware vreese want 
doghe mochte ute zweeren ne ware 
van züvere ende van goude sijn 
zij soete ende tay waer by dat zij 
best zijn bij vele redenen Dye 
meester heeft dye naelde indie hant 
doghe ontdaen ende hij zal dye 
naelde steken int dwitte vanden 
oghe ende dander zide ten slape 
waert indye mydde wart vanden 
oghe drayende tussce?z vinghere 
ende dunne (l. dume) so lange dat 

g 65c. hij ziet dat point vander naelden oft 
vandese instrwmente vander siene 
bynnen. Ende emmer wacht dat 
ghij gee?i en quetst vande?i .8. 
hu den dye zijn vore dye siene 
dye welcke u dair voren waren 
geseyt hoe zij heten. Ende valle 
dye verwrongene humore ten hole 
wert vanden oghen dat es achter- 
waert ende hout dat instrument 
int' doghe alsoe langhe dat men 
mochte spreken .i. pa£er noster ofte 
.ii. dat hij siet ende dan trect de 
naelde oft dynstnraient ute alsoe 
roerende alse ghijt dair in daedt 
alsoe zoetelike ende hebt inden mont 
venckel so dat u adem dair af rieke 
ende ademt den zieken altoes int 
doghe ende dair na soe en laeten 
niet sien want dye vorseyde hu- 
moren mochte lichte weder. . . . ') 
die siene vanden oghen byder 
grooter begherten van ziene. Ende 
dair na so hebbet cottoen genet int 

g 65d. witte vanden eye ende dan legghet 
op doghe ende liseliken gebonden. 
Ende legtene op een zachte bedde 
met ene?2 hoeft eynde ende legten 
op waert metten ansichte .9. daghen 
in .1. doncker stede dair ne geen 
luut en ware no en zij ende ver- 
maecten niet vore den .4. dach 



des vierde daghes soe laette?i zien 
aliuttelkyn. Ende dair na so luuct 
hen weder tdage oft bade op dat 
ghij hebt gewrocht int beyde ende 
legt dair op altoes dwitte vanden 
eye .2. werf sdages ofte .9. (I. 3) 
al tote .9. dagen toe ende dair 
na gaet hij dair hij wille. Ende 
ete dye wile dat hij ligge moru 
eyeren metten broede ende es hij 
jonc so drinct teysene (l. teseyne) 
oft claer water. Es hij out so 
drincke gebernder wijn. Eneghe 
zegghen dat sij wel moghen eten 
wedere vleesch ende gesodene 
hoenre meester benedvout (l. beve- 
nout) verbiedt want tvleesch dat 
maect groet bloet ende groet 
voetsel biden welcken dair mochte G 66a. 
comen vervulte van bloede ende 
doen comen in die oghen zwee- 
ringhe welcke ware teghen dye 
gerechte cure. 

Cap. 22. 

Vanden catracten die men (niet) 
ghenese(n) mach. 

Het zijn catracten dye men ghe- 
nesen mach niet vanden welcken 
datter sijn .3. manieren. Dyeyerste 
dye men niet mach genesen es 
geheten gutta sterena die welcke 
ghij moghet kennen bij dat dye 
siene es al zwart ende claer alse 
of der ne gheene smette in en 
ware. Ende int hole vanden ogen 
schijnt ofte in liepe quic zilver 
doghe altoes roerende ende dye 
oghe leden, dit gesciet inder moeder 
lichame bij eniger corrupsiën dye 
der domineert ende dair owme sijn 
zij geboren vander moeder sonder 



') Woord onleesbaar. 



6* 



90 



kennisse oft met .1. luttel ken- 
G 66b. nisse/i dye welke zien die claerhej/t 
vanden dage ende gaen achter 
straten ondaentder oghen oft zij 
zaghen ende eneghe dye sien dye 
welcke wij heeten bijziende die 
welcke gerne blijft gherne(sic) hare 
licht also langhe al(s) zij leven. 
Enege zijn van desen dien on- 
lange (?) blijft ende werden blint 
oft zij gheene oghen en hadden- 
van dese worden gheene gebetert 
bij meesters rade al wouden 
ziere orame gheven alle dye werelt 
hen ware oft hem god sien 
woude geven bij ziere godlikcr 
gift bedij dye hole zenuwen die 
sijn bestopt ende verdorven biden 
welcke?i hem nyemant mach 
gehelpen waer bij zij heten ca- 
tracten sterena. Dander dye onghe- 
neseleec es dat es dye hare ver- 
blijct int doghe bynnen die welke 
ghij ziet gheverwetf op(?) enech 
water. In vaste steden waer bij 
ghij moghet verstaen dat dese 
g 66c. catracte es ongheneselec want 
zine comt niet lanczame maer sij 
comt dapperlike uten hersenen so 
dat dye zieke dair na en siet 
nemmermeer niet te meeten dan 
oft ghij gheene oghen en hadt 
wair bij wij segghen dat dit es 
dalre achterste specie vanden drie 
catracten ongheneselijc want zij 
comt van thegter(?) ziecheyt co- 
mende uten hersenen van te vele 
te weenne van te vele te wakene 
van te smete vele (l. vele smete) 
geslagen omtrent thovet ende van 
te vele te vastene ende van dies 
gelike dye derde specie dye on- 
geneselec es dat es dye de ziene 
hebben al verdwenen zo datsij 
niet nemoghen sien vanden brunen 
vanden oghen datmen heet dye 
ziene. Waer bij schijnt doghe al wit 



biden welckew dat dese catracten 
zijn ongheneseleec. 

Cap. 23. 
Vanden wonden van den oghen. G 66d. 

Het gevallet menech werf dat 
men wont doge bij onghevallen 
ende bij mysselike sak(e) alse men 
werct ane doghe metter naelden 
omme dye catracten te vilne oft 
doecke oft nagle. Oft jonghe 
kyndren die hen steken met greffen 
al spelende deen den anderen int 
doghe met onghevalle oft slaeten 
oft dies gelike soe cureert dan 
doghe metten witten vanden eye 
cort geslegen so dat al scumende 
werd ende vanden cortten water- 
kine dat onder sal ghezitten alst 
.1. stuc gedaen heeft zo legghet 
dat in doghe vernyewende .4. 
werfs daghes ende .2. werven 
tsnachts ghenet dair incottoenende 
op doghe geleyt tote .14. daghen 
ende es dye rechte siene gewont 
soe doet int doghe vander gods- 
giften dye welke ghij maect aldns. g 67a. 
R, tghevoechgelte van .12. eyeren 
d welke eene witte ente(?) henne 
leyde Ende dye so wrivet in enen 
lodenen mortier met enen lodenen 
mortier stocke soe langhe dat zij 
wel cleene ende ghemyngt ende 
wel slecht zij alse eene zalve. Dyt 
so besteedt in een glazijn vat ende 
hier af so doet int doghe .3. werven 
sdaghes dye in die ziene es dit 
genese^ wonden int doghe alse 
andere wonden ghenesen met 
zalven ende legghet altoes op 
doghe dwitte vanden eye metten 
cottoene alse u vore seyt es. Dese 
zalve heet benevout die gifte 
gods dat is ghegeven van gode. 
tfoirseyde witte met enen stocke 



91 



gesleghen aldus dit es goet in 
.3. manieren al soet voirseit es 
{schetsje) dierste het is ghesmiedt 

g 67b. de sweeringhe vanden oghen danne 
het dwynghet dye humoren van- 
den oghen terde het purgiert dye 
humoren — no gheeste in comen 
waer bij men name met rechte 
tclare vanden eye bedij het so 
claert doghen ende saechse eiade 
purgeertse dye zeerhede vanden 
oghen die comen van slapen ofte 
dies gelike ende dat doet metter 
zachte vander naturen bedij het 
es zachte oft dies ghelike ende 
dat doet metter natnren bedij het 
en zoch(t)et bider naturen bedij het 
es schoen ende contbrteert zine 
gelike dat es doghe. Ende dwater- 
kijn datter in es ende es enech 
mensche gewont inden oghe appel 
zoe ghenesettene alsoet u vore- 
leert es. Ende anders niet want 
eneghe meesters legghen dair 
op plaesteren van wasse ende 
van comyne. Ende sij doen quaet 
want zijn dye huden vanden oghen 
gewont 

G 67c. dit was zoe trect ute dye substan- 
ciën vanden oghen dus so dwingt 
doghe water tkomijn .... heet 
dese drie graciën. Tander het doet 
dye oghe Iepen ende verteert die 
substancie vanden ogen. Terde 
het verhit doghe ende doet smelten 
die coude humoren die bij naturen 
willen sijn geconfirmeert met cou- 
der medicinen. Nu vermanyck u 
yerst eest dat enech mensche zij 
gewont indie ogen dat ghine niet 
medich meret (l. medicineret) met 
heeter medicinen Ne ware met 
couden alsoe es dwitte vanden 
eye geslegen cort alst oft water 
ware ende dat moet zijn (s)onder 
dye scume twelke dwitte heeft 
vele crachten alst vore seyt es. 



Cap. 23. 

Vanden fistel die wassen inden 
sterten vander oghen. 

Nu hoert ende leert vanden fis- 
telen die wassen in dye stertte 
vander oeghen Ende namelike ter g 67d. 
nese waert dese fistele comen van 
humoren dye welcke vervulte van 
natnren dair sent die welke hu- 
moren niet moghen uut comen. 
Ende dat es bij dij dat zij zijn 
gorsem G] ende grof ende vele. b 128a. 
die maken int ende van den ogen 
an die zide ten nese wert.1. boots- 
kiin also groet alse .1. vitse. de- 
welke humoren daer vertegen ende 
maken etter der uutlopende ten 
bootskine. Ende onderwilen so 
breken dboot(s)kiin binnen den ogen. 
ende dan cornet detter lopende van 
binnen den ogen. entie stede daer 
dbootskijn was valt neder mer die 
huut wert daer ontvarwt in root- 
heiden, ende alse mew daer leget 
den dume op. so comt dat etter 
ten sterte vander ogen ute ten 
nese wert. van den welken ie u 
hier .1. deel wil leeren vander g 68a. 
curen. ende vander vresen daer gi 
u af sijt sculdech te wachtene. 
tf De eure es dat gi sijt sculdech 
die wonde dats den mont vanden 
fistel te widene met marge vanden 
vliedere. of met gedrogeder wortelen 
van gencianen. ende daeraf ene 
wieke gesneden na dat de mont 
wert ront gnouch. so stecter in .1. 
wieke van stoppen gemaect ende 
genet in pulvere dat geseit es int 
capittel vanden wannen. Mer wacht 
u dat giere niet en doet in te vele. 
want het soude maken te groet 
.1. gat. ende dat soude al tansichte 
ontmaken entie ogen doen lopen. 
tl Mer meester bevenoud wille dat 
men taste an den nese waer die 



92 



G 68b. bootse was. ende dat men daer snide 
. 1 . wondekijn metten hoeke ') van .1. 
scerse *). ende dat de snede overlanx 
den nese(si)gaende. Ende wacht dat 
gi niet en snijdt dat oge led ontwee. 
want doge soude Iepen. Ende legt 
m de wonde .1. erwete tote sander 
dages. ende dan so doetse ute. ende 
doet in de wonde van den vor- 
seiden pulvere emmer wachte?ide 
dat gijs te vele niet daer in en doet. 
want het mochte te verre werken 
ende dan soude dansichte te zere 
ontsienen. want me?i es sculdech 
te genesene alle mesqimme waer 
dat es mester minster lixemen dat 
men mach ende sonderlinge int 
ansichte. Daerna so legter op .1. 
plaester gesmert met gesmoltenen 

G 6Sc. swinensmoute of met verscher 
botren tote dat vleesch gedoot es 
mepten pulvere vorseit ende uut- 
valle£. Ende dan so legt in die 
wonde .1. stuc van ere spoengiën. 
ende vermakei .2. werf sdages tote 
die wonde wel gesuvert es. Want 
die spoengie heeft in .2. werken, 
si rumetf die wonde, ende si verteert 
etter entie andere huworen. €J Alse 
die wonde wel gesuvert es. so 
heiltse daerna met pluckelingen 
van ouden linen cledren entie 
su ver. Ende legter op .1. plaesterkiin 
gesmert mester .12. apostelen zalve 
die avicenna componerde ende heet 
unguentum veneris sive duodecira 
ixpostoioruni. 

b i28b. Dese zalve es goet mede te gene- 

g 68d. sene fistelen na dat si siin gedodei 
ende gesuvert. Si suvert scorftheit 
ende wonden van weyen vleesche. 
ende daerna so heilt sise wel. Ende 
dese zalve maectmen aldns. fl Nerat 
wit was. scip pee. harst, armoniac. 



van elkc?i .14. 3. oppopanac. groene 
vaw spaen.giën van eiken .2. 3. 
galbanu?». mirre elx .4. 3. litar- 
giru?n .8. 3. aristologia longa. 
wierooc. mastic. bolle van erme- 
niën. 'bedellium. elx .6. 3. dat 
armoniac. galbanmn oppopanac. 
dit doet smelten op .1. cleine vier 
in starken aysine. daerna so nemt 
olie van oliven in den zomer 
.2. ff', ende maectise iegen winter. 
so nemter .3. t£. oliën, ende daer 
in doet smilten dat was ent pee 
ende tharst. Ende daertoe so ziedt 
die vorseide gommen gesmolte?i 
inden aysiin. ende dan so hebt alle g t; ( Ja 
die andere dingen wel gepulvert 
cleine ende geteemst dore .1. buitel 
ende doetse daertoe. ende roeret wel 
al te gadere so dat al wel geminct 
si. Ende hier af so legt optie wonde 
vorseit. Ende of gi wilt so smeert 
daer met u wieke die gi stect in de 
wonde, dese [zalve G] es goet seit 
avicenna alsoet vorseit es. <J Meester 
bevenoud die ontraet dat. dat men 
en genen fistel omtrent en berne. 
want die brant soude verdrogen die 
zenewen daer die geesten vander 
zie dore comen ten ogen. <I Maer 
meester roelant raet datmen 
hebbe .1. pipe. van ysere of van 
copere 3 ). Ende dese salmen steke?i 
in den fistel toten bodeme ierst 
den fistel geruumt met den vor- 
seiden wieken. Ende dan so hebtG6"b. 
.1. yser 4 ) daer in gaende ende dat 
ende sal wel wesen gegloyt ende 
dat stect in de vorseide pipe tote?* 
bodeme van den fistele. ende dat 
gereet. Wa?it lietijt iet lange daerin. 
het soude doen also meester beve- 
noud seit. Ende daerna stecter in 
wieke?i genet int wit vanden eye 



') G: poynte 

3 ) In G grove schets. 



-) In G ruwe schets. 
4 ) In G grove schets. 



93 



om te coelne den brant. Ende 
daerna so doet also u vorleert es 
metten smoute. ende daerna mester 
spoengiën. Ende daerna so heilt 
den fistel metter vorseider zalve?i. 
of metter zalven diemen u hier na 
leren sal. ende dese staet in die 
glose vanden A. meesters op die 
surgie van roelandine. ^ Xemt 
groene van spaengiën .1. 5. sal 
gemine .\. 5. out swinen smout 
.2. tl', dit doet smelte?i. ende daerna 
ziet dore .1. suver linen cleet. 

g 69c. daerna so mincter met dat vorseide 
groene ende dat zout wel cleine 
gepulvert. ende maect daeraf .1. 
zalve. met der welker gi smert .1. 
wieke die gi stect in die wonde, 
dat sal de;i fistel genesen vol- 
maectelike. 

b i28c. <I Xoch een ander uter selver 
glosen. Xemt mirre, aloës. tsapvan 
langer sporiën ende van celidoniën 
ende out swinen smout, dit zieden 
al tegadere ende doeter met also 
u vorleert es vander andere zalve?i. 
Si doet tselve. €fl Xoch doet tselve 
herba robberti geplaestert opt fistel, 
of tsap daerin gegoten. Of van 
gariofilaten. hier met so geneest 
nuwe fistelen sonder anders toe te 
doene. <I Dits ene goede colirie m 
de?i fistel te doene. of in dogen 
die roet siin. Xemt groene va?i 
spae??giën ,\. 5. ende .\. pinte wiins 
claer ende suver ende wit. ende 

g 69d. minct dit te gadere wel ende roeret 
dicken dit colirie wert groene, 
hieraf so doet in doge die heeft 
de?i fistel. <I Meester Willem 
van congeinne wijst dit colirie. 
dewelke doodt den fistel, ende 
stremmen lopende ogen ende ver- 
teert wey vleesch van den oge?i- 



leden. ende het doet vele meer 
goets. 

Xe?nt .i. ffi. wits wiins. ende 
groene van spaengiën. ende sal ge- 
mine elx .1. 5. dit pulvert wel ende 
temperet meiten vorseiden wine. 

«I Dit wijst meester lanc'ranc 
ende avice?ma. Xemt mirre wel 
suver .2. 5. gomme van arabiën 
.1. 5. dit pulvert wel cleine ende 
minget metter gallen van den osse 
gete?npert also dicke alse .1. zalve. 
ende dit legt Opt fistel gespreit op 
.1. linen cleet. Dit heilt. ende suvert. 
ende werei datter geen humoren & TOa. 
mogen comen no bliven: <I Ende 
eist dat niet en heilt van deser 
plaestren ende weder uut brect. dats 
.1. teke?i dat dbeen daer onder es 
geraect ende verdroocht. Eist also. 
so doet als u vorleert es me£te7i 
pijpkine ende mepten gloyende?i 
ysere. ende daerna so doet achter- 
volgende die cure?i also u vorleert 
es. C[ Avicenna ende lancfranc 
prisen den brant. wa?it hine ver- 
teert niet vordere dan hi geraect. 
mer bernde rnedicine?i »gaen me; 
nechwerven vordre dan me?i wille, 
so dat men sal scuwen in avontur- 
liken steden daer men mach. want 
het doet dicken vresen vande?i 
leden daer inent leit. ende ten 
minsten comter dicken af lanc werc. 

Cap. 25. 

<I Dit es va(n) nolimeta( y n)g(er)e 

int a(n)scij{n) of an die 

lippe(n) '). 

Xolimetangere dats .1. swere ende 
wast vande?& kinne opwert int an- 
schijn. Ende es .1. evel dwelke 
sulke seggen dat den enen co??it 



') Dit hoofdstuk ontbreekt in C, Gr en L. 



94 



vanden andren. Dit cvcl es vaw 
.•_'. manieren van coleren. dat ene 
dats verbernde colere. ende dat 
nes dander niet. Die ve?'berrende 
colere es omtre?it die stede gevarwt 
ende bevaen met ere dicker swerter 
varwen. Ende die colere die niet 
verbernt en es. die trect haer 
p i28d. 'm 1. rode varwe omtre?it den 
wortel, hets ene gemeine regule. 
dat alle opene gaten die binne?i 
vertech sijn of verteerd alse in 
nolimetangere. in cankeren in fis- 
telen, dat si piinlijc siin te genesene 
daer si veroudert siin. Ende can- 
kere siin van meerre ende van 
bernder colere. da?i nolimeta?* geve 
siin. €J In die ierste maent dats 
die alderierste raet. datmen die 
mate?'ie verduwen sal met oxisacnm 
entie humore?i die gereet siin ton- 
stekene. datmen die suvere met 
colagogen. wa?it colagogen ende 
oxisacnra siin .2. medicinen daer- 
men bloet ende colere met suvert. 
Op den derden dach salment stoven 
met couden cruden in .1. cupe met 
ere pipen wilmen also men dede 
daer voren in den boec. Ende dan 
alst gestooft es. so sal men hem 
geven tn'acle met watere daer in 
es gesoden linaria. Ende denandren 
dach daerna salme?i laten die levere 
adre. want wer dat qnade humoren 
siin haer begi?isel corat emmer 
vander leveren gegenereert. ende 
daerna salme?z laten die hooft 
adren. ende dan comt men ten 
plaestren. €J Aldus salmen werken 
van buten. Men sal af doen die 
rove diere boven es. ende dan 
salme?i make?i ene loge van asscen 
van wijngerthoute. ende minge?i 
daer in pulver va?i zoute van 
levenden calke. van atremente. van 
wiinsteene. van eiken even vele. 
ende mingen dese pulvere metter 



loge?* te maten dicke ende leggent 
daerop .1. nacht, ende men sal die 
stede al omme bestreken met pope- 
lioene. ende des ander dages salmen 
dit af doen. ende men saelt wachte?* 
van zere so men naest mach met 
hulte?i instrumente(n). Dan salmen 
ternpere?i plaestren van ouden 
smere int sap van wegebreden te 
rnaten dicke ende legge??t daer op. 
Ende dan salmen wegebrede stoten 
ende bestr?!ke?it mepten zape ende 
belegge?it metten bladren ende dan 
salme?it dwaen metier logen vanden 
wijngerthoute. ende beleggent 
mester wegebreden .10. dage of .12. 
<ï Ende alse dan dat ongemac doot 
es ende gesuvert. so sal hem open- 
baren .1. scoen root vleesch ende 
onverteert. dan salmer op leggevi 
linaria gestote??. tsap enen dach. 
daerna salme?*t dwaen mester logen 
elx dages. Ende men saelt droge?i 
met enen ouden sachten linen clede. 
ende stroyen der in pulver van 
mastic. van wieroke ende vanrosen. 
Alse dat vervult es met goeden 
vleesche. so salment hicke?i al 
omtrent. Die zieke sal he>n hoeden 
van alder scarper spisen. ende van 
soute. ende van allen dingen daer 
bloet af verwarmen mach. Explicit. 

Finito libro sit laus et gloria 
cftristo 



.1. Dits die tafele vanden derden b 129a. 
boeke ende sprect ierst vanden 
nese ende vaw siere sceppenissen. 
ende van hoe vele ziecheiden dat 
come?i in den nese. ende heeft in 
.7. capittelen 

.2. Van ere ziecheit die polipns 
heet die wast in (den) nese 

.3. Van puuste?i in den nese 

.4. Van ondercote?i sweren in 
de?i nese 



95 




.5. Van wey vleesche 'm den nese 

.6. Van bloeden ten ?iese 

.7. Van stanke in den nese ] ). 



Cap. 1. 

■■<•< ■ ier begint die boec van- 

den nese. ende ierst die 
sceppenisse vanden nese. 
Ende es te verstane dat 
c 3ic. vorera uten herssenen corat ene 
zenewe [dye siende zenuwen G] 
die es hol alsoet geseit es in die 
anathomia vanden ogen. So wassen 
.2. worten entie geliken worten 
van vrouwenborsten. Die wassen 
c 3id. nier snbstanciëra vandew herssenen 
ende heten zenewen. het en siin 
gene zenewen. het siin instrumente 
van roke. Alse dese vervullen met 
humoren van couden of vaw hitten. 
g 70c so belettet den mensce van sire 



roke of van sinen riefcene. Ende 
onderwilen so siin si so zere 
[belemmert ende C] vervult van 
humoren dat men niet en riect. 
fl Bi desen vorseiden spenen of 
worten of uutganc vanden herssen- 
beckene so heeft natnre geordi- 
neert een dal dwelke dat heet 
tsigat. int welke vergadert die lucht, 
dwelke bi hulpen vander trecken 
der cracht ontfangetf dat rieken, 
int welke vergadert die over- 
vloyenthe^ vanden herssenen ende 
purgieren daer. dwelke men heet 
snotte. In welc dal vorseit es .1. 
deel 2 ) dwelke gaet ten monde, 
tenwelken dale begint die nese 
ende hebben haer sceppenisse. 
dwelke es geformeert van .2. henen 
gemaect van .3. hoeken, die hoeken 
vanden uppersten bene 3 ) vanden 
vorhoofde mester vergaderingen G 70d. 
vanden ogebene. so voegen si int 



C 31b. l )Hier beghint den bouc van der nesen. 

Hier beghint den bouc van der nesen ende oec dat den nese toe behoert ende 
van datter toe vallen mach alse van evelen ende der ghelike 
C sic (Grove schets van een hellebardier met gevelde lans.) 

Aller erst soe salmen leeren die scippenisse van der nese en(de) hoere natuere. 
Van diverschen siecheeden die comen moghen in de nese ende hoe mennich 
siecheit datter es. 
Van polipus in de nese wassende 
Van puusten die in de nese wassen 
Van onder cocten zweeren in de nese 
Van weyen vleesch in de nese 
Van bloeden huuter nesen 
Van den stanc huuter nese. 
Ende alder erst leermei* hoe dat de nese es ghescepen ende ghemaect. 

G 70a. 2 Hier endt dye boec vanden oghen ende beghint dye boeck 
vander nesen ende haren dienst. 
3 Dyt es van polipus om die nese dat veye vleesch datter ondertidew wast 
G 70b. 4 Vander puusten dye wassen indie nese 

5 Van overtullighen vleesche dat wast indye nese 

6 Vanden bloedene ter nesen ende hoe dat toe comt 

7 Vanden stancke vander nese 

Men sal yerste verstaen dit (Z. die) scepenesse vander nese. 



2 ) G: dal 

3 ) In Gr ruwe schets. 



96 



upperste deel. so heeft elc been 
gecnoes. Ende in der middewert 
so es .1. ander gecnoes. d welke 
de?i nese versceet in tween dat 
harde?* ende starker es dan enech 
vanden andrew tween. die siin in 
dende vanden nese. Die hulpe 
vanden middelstee gecnoes es of 
deen nesegat werde verstopt bi 
[humoren oft bij G] eneger ma- 

c 32a. niere?i. dat die ade?n dore dander 
soude moge?i uut ende ingaen om 
te werkene der natwren werc. Die 
.2. bene voegen te gadere ende 
maken die sceppenisse vanden nese 

b i29b. dewelke hebben vele nutscapen. 
Dierste es dat hol es ende decsel 
vander vervloyentheiden die come?t 
ute?i herssenen. Dander es dat 
ontfaet die lucht die middel es 

g 71a. vander roke?i. Terde es dmeeste 
deel vander lucht diet trect gaet 
ter longene?^. nochtan so trect .1. 
deel ten gaten vanden herssenen. 
Dierste es als die mont es geloken, 
dat de longene mach dore den 
nese trecken die lucht te hare. 
Dander es dat tforderste deel van- 
den herssenen hem daerdore mach 
[suveren ende C] purgieren. Terde 
dat men hiden nese gate?ï die open 
siin den mont lukende ende ont- 
doende die to?ige haer streckende 
ende voudende. formeren, soude 
haer word verscedelike. dat si niet 
en soude inoge?i doen waren die 
nesegaten verstopt, fl Dits dat werc 
vanden nese. Aldus so es hi van 
benen hol ende gecnoesech want 
ware dende vanden nese voren 
been. het soude menechwerf breken 
ende dan soude de mensce dan- 
sichte hebben ontscepe?i. dit en 
mach niet siin o?ndat gecnoesich 



es ende tay ende voudende. dus so g 7ib. 
blijft de mensce o?igescent van 
sinen ansichte. en ware gedaen 
met snidender wapenen, of tge- 
cnoes en vertechde bi vervulten 
van verlegen humoren. Ende meest 
bi vervulte?i van melancoliën de- c 82b. 
welke doen versterven dled daer 
si te vele in siin of vercranken. 
Ende dats omdat melancolie es cout 
ende droge. «I Nu merct hoe vele 
ziecheiden dat comen in den nese. 
daer comt in poliptts ende canker. 
puisten, ondercootte sweren. wey 
vleesch. bloede?i ten nese ende 
stanc. Dese sal men elc sonderlinge 
besceden. entie cure daer iegen. 

Cap. 2. 

En{de) ierst van polip(us) ). 

Polipus es ene zieeheit die comt 
in den nese. entie dalende bi 
reumen die daelt uten hoofde in 
den nese. Ende es vleesch opwas- g 7ic. 
sende bove?i rechte van natnren. 
ende heet wey vleesch. dwelke 
stopt die nesegaten. so datter geen 
adem dore en mach conien ute 
ende in. Ende onderwile so eist 
[bestopt G] ende dat meest van 
fleumen glasiin. dwelke es van 
couden humoren ende versch. Ende 
onderwilen so cornet van melan- 
coliën die cout siin ende droge. 
ende dat es .1. ma?iiere van cankere. 
waerbi dat die adem niet en mach 
siin getrect dan biden monde. Ende 
in dus gedane so verdrogen die 
longere. bi de?i welke?i men es 
sculdech tontsiene dat die mensce 
mach werden tysike. ende onder- 
wilen lasers. Ende dat 

soude siin bi die?i dat tvoetsel b 129c. 



') C: Van polipus dat in der nese comt G. Vanden vveijen vlerse {l. ylesche) 
popilus. Ontbreekt in L. 



97 



vanden mensce soude voeden die 
lede met vertegen voetsele bi 
ocsune vorseit. ende dit corat van 

c 32c. couder naturen x ) ende selden van 

g 7id. hitten, «J Polipits es geseit na 
enen visch. want hi co?nt an enen 
man hi laette?n node gaen. so doe£ 
dit evel. Het stopt onderwile?i 
dee?i nesegat ende onderwilen dan- 
dere of beide, ende dicwile stinken 
Dicke vleesch wast onderwilen so 
groet, dat daelt onder uten nese 
ende hangei opten lippe. Ende 
onderwilen wasset so zere datter 
die nese met wert groet. 'Ende 
onderwilen wert si van bruunre 
varwen ende luttel gevoelende ende 
zere hert. dats bi dat die materie 
es van melancolië?i. ende dan so 
en dalet tfleesch niet ute?i nese of 
luttel, ende dan sone onde?'wint u 
niet hem te genesene. Want het 
es dan ene maniere van cankere 

g 72a. alsoet vorseit es. Maer alse die 
nese es moru. ende niet ontvarwt. 
dan so ne?ntse coenlike te genesene. 
ende g&eter toe alsic u hier nu 
leren sal. ende wacht u van mes- 
doene so dat gijt doet sitbtiliKe 
<I Hoort hier die cure. Ontdoet 
de;i nese vanden zieken, ende van- 
gei tfleesch dat in den nese es ende 
halet ute met enen hake (fig. XXX». 
ende snidei eenx ende eenx tote gijt 
al hebt also na als gi inoge£ 2 ). ende 
daerna so stre?nme£ dbioet met 
stoppene dien nese of so gi best 
moget ende cleefter iet vanden 

c 32d. vlesce 3 ) so screpet af met enen 
cleine?* ysere so gi naest moget. 



Ende daerna so bescoudei dien 
wortel met .1. gloyenden ysere. ende 
wacht emmer tgecroes (l. gecnoes) 
[vanden nese dat ghijt (schets) niet g 72b. 
bescout want daensichte ware zere 
ghescent G] ff Of cureertene aldns. 
doet dat vleesch verteren met uwen 
pulvere dat u es geleert int capittel 
vande?t wannen, mer wacht u dat 
gijs te vele niet daer in en doet. 
want het mochte ontdecken te vele 
dat been of tgecroes. ende daerna 
en souder nemmemeer geen vleesch 
willen wassen, ende dan dbeen 
lichte uutvallen of tgecnoes. ende 
dit soude dansichte scende?i. daerna 
so stect daer in .1. wieke gesmert 
met swine?i smoute of met verscher 
botren tote dat bescoude stuc uut 
vallet of tfertege dat tpulver heeft 
gevertecht. ende daerna heiltse met 
drogender medicinen tote dat al 
heel es. Cfl Ende onderwilen so wast 
dat vleesch opwert dats alst van 
hogen wast. so dat bestopt daer g 72c. 
die adem uten monde in den nese 
gaet bi natnren. Ende dan so stect 
in de?i nese .1. wieke van stoppen 
wel gemaect hart ende stide ierst 
gelade?i 

te poente met uwen bernenden b i29d. 
pulvere 4 ) toten vlesche 5 ) ende 
daerna smout of botere. ende dae?'na 
weder tpulver tote dat tfleesch si 
al verteert. Ende daerna so hebt 
enen sterken twinen draet. ende 
dien stect [metten heinde C] in c 33a. 
den nese ende doeten he?n i?ihalen 
met sinen ademe. hi sal te?imo?zde 
in vallen, entie draet si so lanc 



*) G: humoren 

; ) G: ende snydet al lanc den goeden vleesche af ende den gecnoese vander 
nese tote dat ghijt al ute hebt met eenen sceerde aldus ende halet alsoe reyne 
ute oft ghij moget [met schetsen van een haak en een mes). 

3 ) G: ane tgoede vleesch 4 ) C: metten corrosive 

5 ) G: verst dye wreken gheladen te pulvere te pointe dat tvleesch af bernet. 

7 



98 



datmer vele cnopevi an raach maken 
deen vande?i andre?i .1. dumael. 
dewelke cnopen sniden dat vleesch 
ontwee dat gewassen es in de 
natnrlike gate daer die adem (Zore 
co?nt alsoet vorseit es. Diere draet 
salme/£ halen ende keren ten nese 
uut ende ten monde in. Ende 
daerna so coppelt daeran .1. an- 

g 72d. deren draet sonder cnoep. dewelke 
werdeÊ dore drinct met uwen 
pulvere. ende dien haelter dore. 
dat pulver sal verteren tfleesch 
datter gewassen es. dwelke te 
broken es mestere cnopen die waren 
an den iersten draet die sneet alse 
ene sage. Ende daerna so heyltse met 
drogende?- zalven ende pulveren. 
Alse der .12. apostelen zalve [ofte 
groene zalve G]. Ende die hier na 
volgetf ende andere die ie hier sal 
maken ende, wisen. <I Dit wijst die 
glose vanden .4. meesters [van 
salernen C]. Newt fabula lupine. 
ende wilt lijn ende hete netelen, 
van eiken tsap .2. 5. of .3. ende 
dan so hebt levende calc. sal ge- 
mine, groene van spaengiën van 
eiken .1. 3. wel gepulvert. ditnmict 
metten vorseiden sape. daerna 
doeter toe roete van boeken of 
van hertten of swinen. dit mingetf 
al te gadere op .1. cleine vier. 

g 73a. Van deser zalven maect .1. cleine 
lange wieke ierst gedwegen den 
nese binnen wel met wine of met 
aysine ende dat laeu. daerna so 
stect die wieke in den nese. ende 
laetse daerin toten avonde van 
smorgens. Dus so doet tot die nese 
begint te swillene. ende si vaste 
bloet so dat die nese wert ydel 



vanden vorseiden quaden vlesche. 
ende dits .1. teken van genesene. 
Ende daerna so geneesten met 
deser zalven. C| JNemt tsap van 
meeden, van wegebreden. van 
hondert blade '). van apiën van 
Sint jans crude J ) van eiken 1. 3. 
daerna nemt \. ®. zeems ende dat 
ziedt wel so dat begint te dicken 
daerna doeter toe .1. 3. aterments. 
ende ziedeZ al te hope tote (dat) be- 
gint dicken. Van deser zalven, doet 
in den nese ende stoppet buten dat g 73b. 
si niet en mach uutlopen. ende 
dus doet tote dat al heel si. «I Ende 
verstaet wel dat tsap vander wede- 
winden in den 

nese gegoten, het geneest nuwe b 130a. 
polipus ende nuwe cankere ende C 33b. 
nuwe fistele. <I Noch ene wieke 
gemaect van aposteliker surgiën 
daerop gestroyt pulver van anti- 
moniën. die es goet gesteken in 
den nese omme te genesene die 
zeerheit. 

Cap. 3. 

<I Van puuste{n) die wasse(n) 
i(n) de(n) nese 3 ). 

Puusten wassen in den nese 
ende meest van verbernden hu- 
moren. Ende siin met steecten ende 
met hitte?!. Ende haer cure es bloet 
laten ter hooftadren. ende dat men 
thooft pnrgiere ende al den lichame 
met yerapigra galieni. of pillen 
auree. Ierst die materie gedigeree(r)t 
met oxisacam ende dies gelike. G 73c. 
Ende daerna so giet men in den 
nese dwitte vanden eye geminct 



') C: mille folium 

2 ) C: herba perforata 

3 ) G: Vanden puijsten in den nuese. Ontbreekt in C. 



99 



met oliën van rosen. Die puusten 
tebroken genesen metier witter 
zalven diemeïi heet rasis witte 
zalve. 

Cap. 4. 

<J Van ond(er)cootte(n) sw(er)en 
i(n) dein) nese '). 

Ondercootte sweren in den nese. 
Alsi siin van heeten humore?i so 
genesen si al dies gelike dat vorseit 
es vanden puusten Ende alsi siin 
van coude?i humoren, so genesen 
si met dwaïnge?? van wine ende 
van zeme te gadere gesoden .1. 
luttel ende metter .12. apostelen 
zalve. of met deser groenre zalven 
diemen heet der surgine zalve. die 
maecte mester roelant in siin 
tractaet. entie maect men aldns. 
CJ Nemt celidonie. coccox looc. dat 
es gescepen alse clavere. die steel- 
kine siin root die blade entie 
g 73d. steelkine siin suer alse surkele. 
die wortele entie bladere van 
gallitri. comijn. louessce. scabiose. 
agrimonie. van eiken .1. hantvol. 
dese cruden stampt al te gadere 
ende mincse (met) wederen roete 
ende .1. S oliën van oliven. ende 
also laetse liggen .9. dage of .11. 
tegadere wel geminct. daerna so 
zietse op .1. cranc vier in een 
verlood vat. so dat tcruut sinct te 
bodeme. daerna so ziet wel dore 
.1. linen cleet in een erijn vat 
ende stellet opt vier. ende doeter 
in .2. 3. was. ende na dat gesmolten 
es so doeter in pulver van wel 
cleinen witten wieroke dat men 
heet olybanum. ende van mastike 
ende van groene van spaengiën 



van eiken .\. 3. Mer eer giere in 
doet dat groene van spae?igiën so 
proeft of si te gader hout. ende 
hout si haer te gadere so doeter 
in tgroene. Ende daerna so proeft G 74a - 
echter of si haer varwe gewisselt 
heeft so dat si es groene, so doetse 
vanden viere. ende doeter toe .\. 3. 
aloës epatic. dwelke gi ierst hebt 
gepulvert. dat doet smelten, ende 
dan so 

ziet dore .1. suver cleet toten b 130b. 
vorseiden saken ende dese zalve 
tso besteet. Dese zalve es goet ten 
ouden wonden, want si doet wassen 
goet vleesch ende heilt. 

Cap. 5. 
CJ Van wey vlesche i(n) de(n) nese 2 ). c 33b. 

Wey vleesch so doet wech 
merten pulvere dat geseit es int 
capittel vanden wannen, ende daer- 
na geneest die stede met groenre 
zalven [veneris C] of mester .12. 
apostelen zalve. of metter zalven 
die es geseit daer voren int capittel 
vanden hooft wonden. Of mester 
witter zalven van rasis. dewelke G 74b. 
gi sult hebben leringe hoe dat 
mense maect die goet es in allen 
steden daer hitte es. ende in allen 
vlagingen, entie maect aldus. 
•I Nemt olie van roscn .4. 5 nuwe 
was .\. 3. wit van spaengiën dat 
cerusa heet .1. 3. canfer .1. 5. 
dwitte van .2. eyeren. Dus maket 
ierst so stampt .2. of .3. amandelen 
in een motaliin mortier die gepelt 
siin. ende alsi gestampt siin so 
werpe£ tpast en wech ende vaget 
den mortier ende dan so doeter in 
canfer. ende daerna so hebt ge- 



1 ) G: Vanden zweeren inden nese. Ontbreekt in G. 

2 ) C: Van weyen vleesch dat in der nesen wast; G: Vander veijen vleesche 
inden nese. 



100 



smolten was mester oliën, ende 
minget al wel te hope met enen 
ysere?i mortier stocke. ende alst 
begint [te G] couden so doeter in 
d witte van de?i eyere?i. ende wrivet 
wel overeen, ende so gijt bat wrijft 
g 74c. soet beter es. dits rasis witte salve 
Ende sulke meesters makense aldns. 
<I Si neme» vander cerusen. vander 
oliën, vanden canfre. vande?* witte?* 
va?i den eyeren .6. 5. van eiken. 
ende si doenre in .3. 3. van litar- 
girum. ende makense alsoet vorseit 
es vander ander zalven te voren. 
Dese drogei wel. 

Cap. 6. 

ij Van bloedene ten nese entte 
cure d{aer)toe '). 

Het siin vele lieden die bi cos- 
tumen plegen te bloedene ten nese 

g 33c. bi eneger mauieren alsoet u geleert 
wert hierna redelike proevende 
want bloeden ten nese es onder- 
tiden nuttelec ende ondertiden 
quaet. Hets nuttelec alse .1. mensce 
wert bloedende ende hi heeft .1. 
sucht diemen heet thete evel. Of 
alse hem toecomt frenesie, of alse 
ene vrouwe heeft verloren haer 

g 74d. stonden 2 ). of alse enen toe comen 
caracte?i in die ogen ende dat van 
heter s ) materie?*, of datse toe 
comen van pine?i die hi doet of 
van vervulten van bloede. ij Alse 
.1. me?*sce wert bloedende bi te 
vele hitten die hi heeft buten in 
sinen lichame so wert siin bloet 
binnen ziedende in sinen lichame 



dewelke verziedinge doet die 
fumeye?i clemmen te?i hoofde entie 
vervullen die adren ende doense 
spliten. Aldws bloet men te?* nese. 
Ende onderwile?* so spliten die 
adren int hooft allene. ende dus so 
werde?i si bloedende. Ende eist dat 
dbloet te 

te guls es ende cornet uten rechten b 130c 
nese gate so doeten bloet laten 
ter hooft adren in de?* rechten 
arm. Mer cornet ute?i luchtren *) 
nesegate. so late die hooft adre 
in den luchtren arm. Ende bint 
mei scroden van linen cledren die 
! enden van den lichame. dats te 
verstane die arme entie been. g 75a. 
ij Ende en es hi niet gestrew?me£ 
hier mede so berne£ eyerscalen te 
pulvere. ende dat blaest int nese 
gat daer dbloet uut corat. Of stecter g 33d. 
in ene wieke genet in incte ge- 
maect van gallen ende van ater- 
mente 5 ). <I Noch .1. ander maniere. 
Nerat starke?i aysiin lau gemaect 
ende daermet so bestrijct den vede 
vanden bloedenden me?*sce B ). Of 
eist .1. wijf. so bestrijct haer borsten. 
ende bint die armew entie been 
als u vorleert es. €J Noch een 
ander, pulver van roden roseblade?i 
gemaect in enen mortier, dat 
geminct met gerste?*mele ende ge- 
tempert met .1. luttel aysiins. 
daertoe gedaen zap van wege- 
breden. ende dwitte van de?i eye. 
Dit plaester legt opt vorhooft ende 
opten slaep vanden hoofde, op dat 
vanden hoofde comt 7 ). Maer eomet 
vander leveren so legse optie 



') G: Van datmen bloet ter nesen. G: Vanden bloede ter nese. 
2 ) G: saken 3 ) C: etterach(tig)her 

*) C: slincken 
*) G: vitriyeole 

6 ) C: Maect warme sterke wiin eeck daer in badet de cullen van den man 

7 ) C: eist dat comt van den hoofde liet sal sesseren 



101 



g 75b rechter zide vanden hoofde ') optie 
levere. Mer cornet vander milten, 
so legse optie slinker zide vanden 
hoofde optie milte. Ende cornet 
vander vrouwe;imoeder 2 ). so sal- 
mere tplaester leggen tusscen den 
navel ente?i lijchare. Nochta^ 
soude men dat bat moge?i stremmen 
dade men die vrouwe laten in die 
. adre onder tancluwen binnen voets. 
Of stelde men .1. venteuse opten 
navel der vrouwen sonder scarpen 
of op die wortte/i van haren 
borsten, q Wacht dat die bloedt 
niet en si gegordt. ende geeft hem 
in dene hant .1. cruut dat dragee 
borsekine. dit stre?nme£ menech- 
werf bloeden ten nese. <I Noch 
dbloet dat uten nese gaet gedrogef 
op ene warme tiechle 3 ) dat gepul- 
vert blaest he??i in den nese. dit 
stremmen bloet menechwerf. Noch 
zalve geminct met aysine. ende dit 
plaste?' geleit op des mans cullen. 
stre?nine£ dbloet. 

«I Dits ene va?i galienns verholen- 

g 75c. heit 4 ). Legt den bloedenden al 
naect opwaert metten a?isichte. 
ende doet hem drupen cout water 
met aysine in dansichte. dit strem- 
met dbloet. <I Noch .1. ander. Nemt 
haer va?i hasen ende maecter af 
.1. wieke genet in watere ende in 
aysine. entie gesteken in den nese 
[dyt G] stremmet dbloet «I Noch 
cuwei den bloedenden wortel va?i 

c 3ia. netelen so dat ment mach swilgen. 

ende houdse also in den mont. dit 

stremmet dbloet. 

i30d. <J Noch euwet den wortel van 

vincworten ende houde£ al stille 



in den mont. dit stremmet staphans 
dbloet ten nese. «I Nu merct die 
tekenen wanen dbloet comt ten 
nese. Alse dbloet uut comt van 
vervultheide?i van bloede of vanden 
hoofde, dat kent men bider swe- 
ringe?i vande?i hoofde ende van 
den ogen. Ende cornet vander 
leveren, dat bekent bi dat die 
rechter zide es zeer onde?' die corte 
rebben ende daer omtrent ende dat 
bloet comt uten rechten nese gate. 
Ende cornet vander milte?i so es 
die zeerneit in die slinke zide. ende 
dat bloet comt uten slinken nese- 
gate. <J Ende eist dat comt den- g 75d. 
genen die theet evel heeft of die 
beginne?i vallen in frenesiën of 
diere in siin. laetse bloeden een 
goet deel. wa?it hets dicwile haer 
bekeringe. of sine waren te flaeu 
of te cranc. Ende heeft die vrouwe 
verlor en haren tijt. ende si bloede^, 
so laetse bloede?i een goet deel. 
ende daerna so stremmet datse niet 
en werde te cranc. 

Cap. 7. 

<I Va(n) sta(ri)ke i(n) de{n) nese 5 ). 

Die stanc vande?i nese also 
meester galleen seit comt van ver- 
vulten van hmnoren die dalen 
uten hoofde In die hoolkine B ) van c 34b. 
den nese. ende daer clevende lange 
sto?it blive?ide ende werden dae>- 
stikkende bi vertichede?i diere 
fumeye?* mitgaders de?' lucht van g 76a. 
bute?i daer si mede minge^ bringeÊ 
den stanc toe. Ende puusten die 
wassen oec in den nese bi scarp- 



*) G: borst ■) C: ende eist dat de vrouwen bloeden 

3 ) G: tegle 4 ) C: verholike medicine 

5 ) C: Van den stancke dat comt huter nesen ende dat daelt huter nesen. 
G: Vanden stancke ter nese. 

6 ) G: hoeken 



102 



heiden van humoren. Also doet 
polipws. ende wey vleesch wast 
oec in den nese bi vervulten van 
humoren, ende dese machmen alle 
kennen bi verscedene?i tekenen. 
Ende den stanc vanden nese alsoet 
vorseit es bi dat deen nesegat es 
verstopt, ende onderwilen beide. 
ende onderwile?* so lopen daerute 
gecorumperde humoren Ende die 
puuste?i ke?it me?i bider hitten die 
in den nese es. polipns so machmen 
zien dwelke es hart vleesch. €J Ende 
vanden stancke te genesene so es 
dit die raet datmen die humore?i 
ptwgiere bi rade van enen vroeden 
g 76b. fisisiin. Alse met yeralogodion. of 
met theodoricum anacardion. of 
met pillen van zelven gemaect. 
ierst die materie gedigereert [metter 
rechter digestiven. G] Gedaen die 
digestive so smere£ thooft vanden 
zieken met oliën van oliven. of 
gerechte olie muskelijn gedaen in 
die nesegate. ierst geruumt met 
pillen va?i dyacastoreum geminct 
met warmen wine. ende daerna 
geeft hem aurea alexandrina met 
wine daer in gesoden es wit wie- 
rooc dat men heet olibastrura. 
«I Ende en vergaet de stanc niet 
aldns. so ruumt den nese met 
wortelen van gencianen. ende met 
oliën vorseit gesmeert 
b i3ia. ende also gesteken in den nese 
c 34c. ende daerin gelaten die spacie van 
.2. uren of van .3. ende aldns mo- 
gedi den stanc uten nese trecken. 



«I Explicit. [Hier endt dye bouck G 76c. 
vander nese ende beghint dye 
bouck vander mont metten tanden 
ende metter tonghen ende met al 
dat in de?i mont es. G] 



Dits die tafele vanden vierden 
boeke ende tractert vanden monde 
ende heeft in .20. capittelen. Ende 
ierst vander sceppenissen van 
den mont. 

.2. van den huve in die kele 
.3. van den ziecheide?i die in 
die tonge comen 

.4. vander swillingen vander 
tongen 

.5. van sweringen op die tonge 
.6. van clievingen vander tonge?* 
.7. vander bint adren 
.8. van ranula onder die tonge 
.9. va?i spasme vander tongen 
.10. van verlagen vander tonge?i 
.11. van puusten van den mont 
ende van den vlagen 

.12. van ziecheiden van den tant- 
vlesce 
.13. van cankere int tantvleesch 
.14. van groeten vlesce an tant- 
vleesch alse spenen 
.15. van clievingen vanden lippe?i 
.16. van den tawtvlesce geswollen 
.17. va?i hoe die tantswere toe 
comt 

.18. van te genesene ta?itswere 
s on der gaten 
.19. van tanden met gaten 
.20. van tande?i wit te makene '). 



G 76c. !) 1 Yerst dye scepenesse van der mont bynnen 

2 vanden liuden biden rade van plateariusse 

3 vander tonghen ende van der ziechedew dye comen indye tonge 

4 vanden puusten oft bleynen op dye longhe inden mont 

5 van swellinge oft zweeringhe op dye tonghe 

6 van clievynge op die tonge 

7 vander bynt adere 

8 van ranula ane die tonge dats eene aposteume alse dieren geswollen 

9 van spasme vander tongen dats wedertreckinghe 



103 



G 77a. 
C 34d. 




ie mont es hol ende 
binnen alomme verhuut. 
dewelke huut es vaste 
an die mage ende dat 
binnen, waerbi dat somwile so comt 
enege dinc ant palas vslii den mont 
dwelke doet den mensce spuwen. 
Ter holheiden vanden mont so 
comen .2. wegen vanden welken 
die?it deen van swilgene. ende dan- 
der van ademene. dats den adem 
mei in te halene ende uut te sendene. 



bi den welken dat de mensce 
sprect ende ademt ende es gefor- 
mert van cartillagen. vanden 
welken deen es geheten met sulke?i 
lieden die cnop ') vander kelen 
ende dander es achterwert iegen 
dbeen vanden halscnocke. ende 
hee(f)t en genen name hebbende g 77b. 
ende terde es gehete?i cunnele 
of deckinge 2 ) ende dit es gevoucht 
meiten gecnoese dat geheten es 
die cnop vander keln. Ende dits 



10 van verlaginghe dat soe heet Joechteyt vander tongen 

11 van puusten vander mont ende van vlayinghen 

12 vander siecheyt vanden tantvleesche 

13 vanden kanckere int tantvleesch oft eldere 

14 van groten vleesche ant tantvleesch alse spenen 

15 van clievynghen vanden lippen oft vlayinghen 

16 vanden tantvleesche dat geswollen ende gesceden 

17 vanden anderen oft van den lippen 

18 van dat dye sweeringe vanden tanden toe compt 

19 vanden tanden dye cuere dye sweeren sondergaten 

20 vanden tanden dye sijn gegaet dye cnere dair off 

21 vanden tanden die sweert zijn wit te makene. 

Dye scorpnisse vander mont ende dair binnen 

C 34c. Hier beghint den bouc van der mont 

Hier ent den bouc van der nesen ende hier comt ane den bouc vander mont 
ende van al datter binnen es. 

„Die taf f el e der of" 

Van den huve bi den rade van platearins 

Van der thongen ende horen siecheit 

Van puusten ofte bleinen op der tonghen 

Van der zweeringe der tongen 

Van der cleevinge der tongen 

Van der bint aderen ane de thonge hebbende 

Van ranula onder den tonge 

Van den crampen in der tongen 

Van der yichticheeden der tongen 

'Van puusten des monts in comende binnen 

Van den siecheden des tantvleesch 

Van den cancker ane dat tantvleesch dore 

Van cleevinghen der lippen ofte vlaminghen 

Van den tantvleeseh ghezwollen 

Hoe die zweeringe der tanden toe comt 

Die cuere der tanden van der zweeringhen 
C 34d. Van zwarten tanden wit te makene ende te suveren. 

Hier beghint dat cappittele van den monde. Ende van al 
datter binnen es. 

') C: erop 2 ) C: decsele 



104 



c 35a dat cmmele heet dat roert bi siins 
muskeien bi den welken alse de 
mensce sprect. so luuct die wech 
vander longenen ende o?itdoe(t) den 
wech van den geswilge. dat geheten 
es ysopagws oi binnen op dende ! ). 
Want alse de mensce sprect 

b 131b. ende eet. so gevallet onderwilen 
dat de spise daer in gaet. ende 
dan so moet hijt uuthoesten bi 
crachte. Boven desen lede gaet of 
hangetf die huuf. binnen den huve 
so siin gaten van den nese. dewelke 
huuf es boven dicke ende onder 
smal ende scarp. dwelke den luut 

g 77c. blouwe£ ende sceppenisse geeft 
comende uter lo?rgenen dore den 
roepere. Waerbi dat men vint 
lieden die spreken dore den nese 
bi natwren die en genen huuf en 
hebben, dore welke?i huuf die 
herssenen hem pnrgieren van harer 
overvloyentheden. tfl In die holheit 
vanden monde so es gecoppelt die 
•j- tonge. dat een led es van vul ten 
ende moru vleesch ende van adren 
meer dern bedarf andere leden. 
Ende si heeft in haer wortele. dats 
int begin ter kelen wert 2. fon- 
teynen. in dwelke si vergadert haer 
speecsel dat die tonge verscht. 
dewelke tonge dient der spisen te 

c 35b. keerne onder die tanden alse de 
mensce cuwe£. bi welken enen 
mensce toe comt smake. Ende si 

G 77d. snijt oec den luut die comt uten 
roepere ende formeren dwort. waerbi 
die dicke tongen hebben en spreken 
niet also claerlike haer word alse 
die hebben dunne tongen. <I Ende 
daer siin oec die tanden binnen. 
ende sulke siin diere hebben .32. 
.16. onder ende .16. boven. Ende 



sulke hebbender .28. .14. onder 
ende .14. boven, dewelke tanden 
siin van den geslachte vanden 
benen Ende si hebben beseffelijc- 
heiden in maer dat en doen ander 
been niet. €J Ende bute?i den tande?i 
so siin lippen, die sijn die doren 
vanden mont ende oec hulpe vander 
spraken, dat behoort al de?i mont. 
in welke vorseide dingen mogen 
comen vele ziecheiden ende in elc G 78a. 
sonderlinge. van welken men hier- 
na sal wisen van eiker zieeheit 
sonderlinge .1. deel. 

Cap. 2. 

ff Vande(n) huve bi -) va{n) 

si{er)e v(er)ste(n)nissen 3 ). 

Die huuf alse platearms seit die 
verswaert menechwerf bi vervulten 
van humoren, ende onderwilen so 
verlangen hi. Ende hi versweert 
onderwilen bi heten humoren ende 
onderwilen bi vervultheiden die 
comen van couden humoren. •! Die 
comen van heten hu?«oren. dien 
doe bloet laten onder die tonge 
in die .2. blauwe adren. ende maect 
hem ene gargarisacie van sumacke. c 35c. 
van balaustiën. van gallen, ende 
van rosebladren. die gesoden in 
watere ende geziet ende getempert 
met dyamoron. Of nemt dwater 
vorseit ende doeter toe .1. luttel 
aysiins. of doeten gargariseren G 78b. 
met dyamoron allene. «I Ende eist 
dat die huuf verlangen bi couden 
humoren 

of versweert. dewelken men mach B i3ic. 
kennen bi dat die mont geeft vele 
speecsels. of dat die stede si onder 4 ) 
rootheide dat es bleec. so doet 



') G: etende 2 ) Woord onleesbaar. 

3 ) C: Van den huve ende datter toe behoert. G: Vanden huven die verlanghet 
of zwellet. 4 ) G: sonder 



105 



hem dese cure. <I Purgiert ierst 
den zieken met pillen diemen heet 
pillen cochie l ) ende yere pigra 
galieni. of g-i cont. dat qztalike 
mach siin. of gine wert vroet van 
medicinen. daerna so maect dese 
gargarisacie. Nemt asiin .1. deel 
zee?n .ij. deel. dit doet spelen. Ende 
daerin so doet zaet van mirtillen 
ende rode rosé bladen, piretrum 
gingbere. vanden welken gi maect 
pulver stampende in enen mortier. 
ende daerna so maect pulver van 
swerten pepere, ende vavi zoute 
armoniac. ende van antimoniëw. 

G 73c - ende van gallen, dit so blaest met 
ere pipen (zie fig. XXXI) opten huuf. 
€f Ende es u dit te pijnlijc. so nemt 2 ) 
gallen van balaustie. ende sumac 
[ana partes equales C] die doet 
spelen in regen watere 3 ). ende 
temperet met dyamoromme heeter 

c 35d. d a ^ laeu. ende dat gargarisere. 
<I Ende en hulpt dit niet ende men 
moet snide?i. so kent den welken 
men es sculdech te snidene. Enten 
welken men niet sniden en mach. 
Ende dat siin dese die groet ende 
dicke siin ende swertachtech ende 
root. ten swerten wert kerende, die 
en snijt niet. Mer die cleine siin 
ende lanc als .1. muserasteert scarp 
dalende tote op die tonge. die sal 
men sniden met enen sizoor aldns 

g 78d. (zie fig. XXXII) 4 ). [Ofte C] doet 
make?i .1. lange pipealse.l.floyte 5 ). 
ende B ) vaste gestopt mei ene?i plaet- 
kine daeran gesaudeert wel vaste. 
ende bi den ende so sal siin .1. gat 
daer die huuf in dalen mach 7 ), ende 
daertoe so hebt enen priem ten ende 
scarp stalijn ende .1. luttel breet 



ende wel snidende. dien stect in 
die pipe tote biden gaetkine. ende 
die pipe stect in den mont ende 
doet so dat die huuf vallet int 
gaetkiin vander pipe?i vorseit toten 
bodeme. Dit sal af sniden den huuf 
die es gedaelt binnen der pipen. g ?9a. 
(zie fig. XXXIII) Dan so hebt dit pul- 
ver gemaect. ^ Ne?nt mastic. canele. 
gebernt zout. hier af so maect .1. c 36a 
pulver stampende wel cleine. ende 
van desen pulvere so duwet opten 
huuf wel vaste met uwen dume. 
dit sal stremme?i dbloet ende heilen 
die wonde. <I Ende als gi den huuf 
snijt. so wacht wel dat gine niet 
en snijt te cort no te lanc. mer 
tsiere natnrliker sceppenissen. Want 
int sniden vanden huve so vallei 
vele a.vonture?i also avicenna seit 8 ). 
dat vele pinen comen vander snede. 
Dierste es faute vanden lude of 
vander ste??zmen. Dander es be- 
dructheit vander longene?i of 
dat si 

vercout wert. Terde es die hoeste b i3id. 
altenen. End^ tflerde es dorst son- 
der verdriven. Ende dat vijfte es 
dattie mag e wert ontreint van der 
complexiën vanden stove ende van 
roke datse ontfaet. Ende tseste 
ontsiet men meest tsniden omme 
tcoude vander lucht dat men niet 
gedogen en mach. Tsevende es 
om dattie lucht in de?i zieken 
ontempert wert. Dachtende es. dat 
hem tcoude stect in die borst al 
tote hi doot es. Die .9. pine es 
dat men bloet spuwet. dat ment 
cume of niet o?ithouden en mach. 
Ende daeromme eist grote vrese 
den huuf te snidene. Daer omme 



x ) C: cochias rasis 2 ) Schets in G. 

3 ) C: in water dat van loode valt. G: water alst reghent van eenen \odenen dacke. 

4 ) Ook in G een schets. 5 ) In C en G eenvoudige schetsen. 
6 ) C: ten hende 7 ) In C eenvoudige schets. 

s ) De rest van dit hoofdstuk ontbreekt in C en in G. 

7* 



106 



seit ypocms vanden huven die 
geswollen siin ende root. die siin 
sorchlijc te snidenè. omme detter 
datter na volge£. of vloyinge va?i 
bloede, ende daeromme saliner met 
andren werken toe gaen. ende 
scuwen tsniden. <I Ende en mach 
nie?i de?i snidene niet ontgaen. 
ende die huuf hangeÊ tote in die 
kele. so sal men sniden. Mer men 
sal ierst den lichame pwrgieren. 
Ende daer af seit avicenna. den 
huuf te snidene met vollen lichame 
v&n humoren, dats grote vrese. 
Es die huuf snbtijl ende lanc alse 
die steert van ere muus. dat hi sit 
optie tonge ende hi niet root en es 
no swert. so en es des snidens gene 
vrese. alsoet vorseit es. te snidene 
af dat hi langer es. dan die huuf 
es sculdech te sine bi naturen. 

Cap. 3. 

g 79b. «j Vande(n) ziechede(n) die come(n) 
moge(n) in die tonge '). 

Dits vander tongen also medicine 
wijst ende boeke?i van ersateriën 
vanden ongemaken die mogen 
comen in die tonge die misselijc 
siin. alse puuste?i ende swillinge. 
ende clievinge. cortinge die men 
heet bintadere. ende ranula. ende 
spasme. ende verlanginge of blein- 
kine. van eiken salmen sonderlinge 
spreken. 

Cap. 4. 
<I Van swilli?ige(n) vand(er) tongen i ). 

C 36b Die swillinge of die sweringe die 
op de tonge comen entie van 



heeten humoren siin. die mogedi 
ke?men bider hitten ende bider 
rootheiden. Ende die mogedi ge- 
nesen met bloetlatene te?' hooft- 
adre?i. ende bi ve?iteasen te stelne 
onder den kin. mepten welken gi 
doet uuttrecken vele bloets. Ende 
bi ziedingen van frute 3 ) ende met G 79c 
dwaningen. €J Siedinge van frute. 
Nemt mirabolani citn'ni. vanden 
vlesche .1. \ .5. dese siedetf met 
rouwen case weye. ende dat drinke 
nuchtren tere toge. dit sal pur- 
gieren die colere bi den funda- 
mente. Ende daerna sodwaetdicke?i 
gargariserende al den mont 

met desen watere dat men hier B 132a - 
af sal maken [ende dat laeu des 
daghes .ij. warf ofte .iij. warf C]. 
Nemt lentilgen. balaustiën. scorssen 
van prnmen gernaten. gallen, rosen. 
sumac. dese doet zieden in die .2. 
deel waters ende terdendeel aysiins 
hier met so gargarisere. ^ Ende 
doet dit pulver cleven dicke ant 
palas vanden mont. <& Nemt rode 
rosebladere. sandalen wit ende root 
balausten [ana partes equales C] 
ende .1. luttel canfers. dit so duwet 
met enen lepele ant palas vanden 
mont. Ende dit selve hulpt alse c 36c - 
die huuf es verlangen bi heten 
humoren. <I Ende hierna so nemt dit 
pulver merten welken gi wrijft vaste G 79d - 
an den mont binne?i. Ne?ntspodium. 
rode roseblade. sumac. coriandren 
droge gepelde lentilgen. semen 
porceleine. van eiken even vele 
ende .1. luttel canfers. dit pulvert 
in .1. motaliin mortier wel cleine. 
ende doet als u vorleert es. Ende 



1 ) C: Van den onghemake der tonghen. G: Vander tonghew ende van der 
ziechede. 

2 ) C: Van der zweeringhen ofte zwellinghe der tonghen. G: Vander zwellinghe 
vaw der tongriem. 

3 ) C: ruten, G: froute 



107 



daerna so dwaet den mont met 
rosé watere ende met aysine ge- 
niinct ') [ana partes equales C]. 
fj Eist dat si comen van couden 
humoren, so purgiert ten iersten 
den mont met pillen van cochiën. 
ende daerna so wrijft den mont 
binnen met zeme ende met ater 
me?rte. ende dwaten oec dicken 
daer met. Ende dwaet oec den 
mont met oximelle. ende houdet 
daema. in den mont met mirabo- 
lanen van kebulen ende piretrum. 
met elke/i even vele te gadere 
gedaen 

Cap. 5. 

g 80a. Cj Va(n) sweringein) optie to[n)ge -). 

Xoch van der swillinge-n vander 
tongen of vander sweringen op die 
tonge. Esser hitte so kennel also n 
vorleert es [ende dan so doet den 
zieken bloet laten G] [ter hooft 
aderen C]. ende purgerten [dye 
materie G] ierst met mirabolanen 
citrinen ende met rouwen case weye 
also daervoren steet int naeste 
capittel. Ende daerna so maect ene 
gargarisacie van balaustiën. ende 
va;; psidiën. va« gallen, van rosen. 
va/z sumacke. dewelke gi stampt 
.1. luttel ontwee. ende doetse zieden 
in de .2. deel waters ende terden- 
deel aysiins. ende daermet garga- 
riseert. Ende daerna so nemt dit 
pulver ende stroyet op die tonge. 
Xe??zt rode roseblade. sandalen wit 
ende rode. balaustiën [ana partes 
equales C] ende .1. luttel canfers. 
G sob. Ende omtende 3 ) so doeter toe die 



curen die vorleert siin vanden 
huve '). fj Ende siin die swilli?ige>< 
of die s weringen van couden 
hmnoren so purgeertse also u 
vorleert es met pillen van cochiën. 
Ende daerna so doet den zieken 
gargaiïseren metten vorseiden 
watere ende metten dyamoru?nme 
also gi gehort hebt int capittel 
vanden huve. 

Cap. 6. 

CJ Yand(er) clievi(n)ge(n) va(n)d(er) c 36d. 
to(n)ge(n) 5 ). 

Hier sal men leren vande?' clie- 
vingen van der tongen, dat salmen 
genesen aldus. 

CJ Xemt gestampt dragant te e 132b. 
pulvere ende musselage van pop- 
plen. ende psilliën geminct met 
sukere. ende wriftse vaste te gadere 
so dat si scumen. ende daermetf so 
sniert die tonge. Cf Ende dits oec G 80c. 
goet drinke tyseine. ende eete wel 
gesoden swinen voete?i. of scaeps 
dauwen. Ende wrijft die tonge met 
wel gesodenen zenewen vanden 
vorseiden voeten. 

Cap. 7. 

CJ Yander bintadren 6 ). 

Alse die bintadre wast den 
mensee onder die to?ige. die sulke 
lieden heeten corti??ge. Die vorseide 
bintadre wast bi wilen lieden onder 
die tonge. ende meest kindren die 
nieboren siin of ionc. Die suldi 
cureren aldns. CJ Xemt .1. sceers 7 ) 



l ) De rest ontbreekt in ft. 

'-) C : Van zweeringhe der tonghen met hitten. G : S weeringhe vander tonghen aldus. 

3 ] G: Int eynde *) De rest ontbreekt in C en in G. 

3 ) C: Van der cleevmghen der tonghen. G: Die clievinghe van der tonghen. 

6 ) C: Hoemen die bint adere ghenesen sal. G: Vander bint adren. 

") In G schets van een mes. 



108 



ende snijt die adre dweers ontwee. 
Ende bloede dan te zere. so es 
ment sculdech tebernemeJ goude 1 ). 
Mer dat en gevallet niet dicken. 
g 80d. soudt gevallen, dat soude siin in 
geouderden kindren, of in oude?* 
lieden. 

Cap. 8. 
<J Van ranula ond(er) die to{n)ge 2 ). 

C 37a. Ranula dat es .1. aposteme onder 
die tonge die es van coude/i hu- 
moren alse va?i fleumen. entie siin 
gevarwe£ wit. of van melancoliën 
entie siin gevarwt swert ende hart. 
An die en comt met. Mer die van 
fleumew siin. die wrijft vaste met 
soute tote datter bloet ute comt. 
Ende en hulpt dit niet. so wrivet 
met vitreole. dats groene coperroot. 
€J Ende en hulpt dit niet. dat soude 
siin om datse te groet es ende te 
vol van humoren, so es dan dit 
die cwre. Nemt .1. sceers 3 ) {Zit 
fig. IV) of .1. vlieme. ende snijtse 
uut ende daerna sal men die wonde 
wriven met oprimente root. (en) 

G 8ia. gelu elx .\. 3. alium '). gingebere. 
sout. peper, van eiken .1. 3. ende 
mac hieraf pulver, ende daerme£ 
wrivet vaste. Ende proevet oft 
hulpen mach daermet gewreven, 
eer mense snijt. «I Of minge dit 
vorseide pulver met aysine ende 
daermet so maect nat .1. wieke 
van catoene ende wrivet daer met. 
Of maecter af trocisken. Ende alst 
noot ware so nemt ene ende bresce 



ende wrijfse daer in metter tongen. 
Ende daerna so doet den zieken 
houden olie van rosen in den mo?it 
tote die sweringe gestelpt vander c 37b. 
scarphede vanden trocisken. 

Cap. 9. 

CJ Van spasme vand(er) to(n)ge(n) 
dats cra(m)pe d(aer)i{n) 5 ). 

Spasme vander tongen die comt 
misselike toe. ende dats weder- 
treckinge van der tongen in den 
wortel ende meersinge. die welke g 8ih. 
cure es dus. <J Nemt olie van rosen 
of van camomillen. ende die warm 
hout in den mont. 

Ende smere£ thooft enten necke b 132c 
mester oliën vorseit ende met war- 
men watere. te gadere geminct. 
Piretrum ende mastic te gadere 
gepulvert ende gehouden in de?ï 
mont. die trect die fleume uten 
mont ende uter tongen. 

Cap. 10. 

<J Dits van v(er)laginge(n) vand(er) 
tongen dats juchticheit 6 ). 

Dit es die cure. Ierst purgiert 
den zieken mei stinkenden pillen 7 ). 
of met trocisken van turbitte 8 ). 
Ende daerna so doet maken dese 
medicine aldus. <& Nemt .6. tarwe?*, 
cornen wegens van clare?* nuwen 
euforbie. ende also vele wege?is 
drogere ende vetter vigen wel suver 
gepelt van haren pellen ende haer g sic 
steerte ende alle die hertheit. Dit 



') In Gr een schets. 

: ) C: Van apostemen onder die tonge. G: Van apostemen onder die oghen. 

3 ) In G ook een schets. 4 ) C: aluinen 

6 ) C: Van der crampen ofte spasmeringhen der tonghen. G: Vander spasme 
onder die tonghe gheheten den crampe. 

6 ) C: Van yechticheit der tongen. G: Vander niectcn (mecten?) oft verlang hinghen 
onder die tonghe. 

') G: pillen fetidas 8 ) C: cucurbite 



109 



stampt wel te hope. Daerna so 
stampter mede .1. luttel wits zeems 
rou. dit niifict wel te gadere. ende 
dat wert te siene alse .1. latuarie 
vanden welken die zieke houde 
onder siin to?ige nuchtern also 
groet als .1. bone. Hier met hebben 
c 37c. vele lieden gecrege?i die bate ende 
haer sprake. 

Cap. 11. 

«I Dits va{n) puuste(n) va(n)de{n) 
mo(n)t ende vande(n) vlageiji) '). 

Die geneest also u vorleert es 
int capittel vanden puusten [ende 
vanden vlayinge vander tonghe G]. 

Ende esser hitte, so doetse also 
bloet laten in die hooft adre. ende 
met venteusen onder den kin. op 
dat si siin van heeter materiën of 
hete humoren, die gi bekent also 
g 8id. u vorleert es het en ware of die 
zieke ware te flau of te cranc. 
ende doet vort also u in tselve 
capittel vorleert es 2 ). Ende na dat 
die zieke gepurgiert es. so wrivet 
sinen mont binnen met desen pul- 
vere aldus. <J Nemt spodium ende 
datter toe behort. Ende cornet van 
couden humoren so doet also u 
vorleert es.' [Ende dair na wrivette 
metten zeeme ende metten ater- 
mente ende dair na dwaet den mont 
alsoet achter volghet G]. 

Cap. 12. 
<I Dits van den tantvlesche 3 ). 

Dits vanden tantvlesche daer 
dicken vele ongemacx in comt 



ende sonderlinge dat men heet 
canker int gemeine. Maer gecon- 
firmeert canker van melancoliën 
en wert nemmermeer genesen. Ende G 82a. 
dat es alse die dingen siin swe?'t 
ende moru. dat comt van humoren 
van bloede, ende van coleren ge- 
mmct. Ende onderwilen van fieu- 
men. ende dan so en siin si niet 
so swart. dan so siin si bleeker 
vele ende haer tanden 4 ) stinken. 
want si vallen uten hoofde dmeeste 
deel. Ende het es oec omdat si siin 
bestopt binne?i den mont. want 
wat dat bestopt es dat stinct 
saen. dat doet onse naturlike hitte. 
Ende dat proeft dus. stoket u 
tanden. he£ sal stinken dat 

gier e uutbrinct. b 1321 

Cap. 13. 

<I Van canker in tantvlesch 5 ). 

Dits vande?* tantvlesche daer die 
canker in es. Het gevalt menech- 
werf dat die humore?i reumatizeren 
dats vallen uten hooide int tant- 
vleesch ende wert dat tantvleesch 
al vertich ende swert ende stinkende G 82b. 
ende moru ende bloedt gerne. ende 
dan so wert tpalaes vanden ruont 
menechwerf oec qnaet ende stin- 
kende ende al gevlegen dese cure 
es aleens aldus. CJ Doet so dat u 
de zieke niet en bite es hi ionc 
of out. daerna so dwaet den nio?it 
vanden zieke?i met soute?i warmen 
watere. of met aysine. Maer aysiin c 37d. 
nes niet so goet. want hijs con- 
trarie 5 ) den tande?i want hi loopt 



') C: Van puusten in den mont. G: Vanden puusten vander mont. 
-) De rest ontbreekt in C. 

3 ) Ontbreekt in C G: Vanden onghemake int tantvleesch. 

4 ) G: materiën 

5 ) C: Van vulen tantvleesche. G: Vanden cancker int tantvleesch. 

6 ) C: peneteratijf 



110 



lichtelike ter wortelen van den 
tanden, ende dat deert den tanden, 
want het droge es ende cout bi 
naturen, ende het doreloopt met 
siere coutheide?i die in hem es 
ende bi siere sttbtilre natnren. Mer 
sout water dat suvert ende droget. 
Ende daerna so suvert den rno?it 
van den bloede, ende vanden on- 
suveren vlesce dat daer contrarie 
ende qwaet ende verrot es. dat so 
suldi ave steke?i entie tanden daer 
af rume» met enen stalinen instru- 
mente l ). Ende alse gi de?i niont 

G 82c. gesuvert hebt. so legter op met 
uwen vingere van desen pulvere 
aiomine daert quaet es .3. werf 
sdages. dit es tpulver. fi Nemt 
gedrogede wortels van groeter 
confiliën 2 ). groffels nagle. canele 
rode rosé blade droge, niet daer 
water af gemaectes. Wa?itsi hebben 
al haer cracht verloren, scorssen 
van prumen gernaten. van eiken 
even vele wegens, ende hier af so 
maect een pulver stampende in .1. 
rnotaliin mortier ende wel gesicht 
dore .1. teems, dits goet pulver daer 
toe. want het droget ierst ende 
daerna heilet. ^ Ende dicwile so 
durkelt de mensce of bi vare of 

G82d. bi scaersheiden so laüge dat het 
wert ene ma?üere van kankere ol 
fistelen. Ende dit o?igeniac so suldi 
wel dwaen also u vorleert es. ende 
suveret ende droget ende daertoe 
so besecht dit pulver gemaect also 
(1 ander vorseide pulver was. 

<I Xemt canele. groffels nagle. 
noten muscaten. rosé bladen, aluun 



succarium. piretruwi. die hoofden 
entie scaren van zee crabben. daden- c 38a. 
stene gebernt. scorssen van prumen 
gernaten. va?i eiken even vele. 
Ende maect dit pulver also u vor- 
leert es vanden andren pulvere 
ende doet also. 

«I Ende eist dat hier met niet b i33a. 
heilen en wille so wisen ons oude 
meesters, dat men die stede berne 
met heten goude. toten bodeme 
vander zieeheit :i ). Ende en genese^ 
niet na dit hemen. sobedarfdatme?i 
die stede ontvlesce ende ontdecke G 83a. 
dbeen datter vertich es ende droge 
ende dat uutdoe [metten instrumen- 
ten C]. anders so en genese^ niet. 

Cap. 14. 

ij Va(n) g(ro)ten vlesce an ta{n)t- 
vleesch alse spene(7i) 4 ). 

Het wast menechwerf groet 
vleesch an dat tantvleesch alse 
spenen, dat men moet uut sniden 
ende latent uut bloeden niet te 
vele 5 ). Ende daerna so legter op 
vanden ierste?i roden pulvere. Ende 
somwilen so en diedeÊ niet dat 
ment uut snijt het en wast weder, 
waerbi ons oude meesters leren 
van surgiën. dat wi die stede souden 
bernen. ende dat bi crachte of het 
wast altoes weder. 

Cap. 15. 

<I Va(n) clievi{ri)gé)ri) va(n) lippe(n) 
of bleine(n) of vlagingen ,! ). 

Dits van dat die lippen dieven, g 83b. 
het gevalt menechwerf dat groene c 38b. 



') In G drie schetsen. 2 ) C: kersouden 

') In G een schets. 

') C: Van overtullighen vleesche in den mont binnen. G: Vanden spenen ane 
tantvleesch binnen in den mont. 

*) In G een schets van een mes. 

6 ) C: Van clevinghe der lippen. G: Van clievinglie of bleijnen of ane lichtinghe 
aende lippen anden mont. 



111 



humoren van scarper coleren te?i 
lippe?i (lopen), waerbi dat si vlaen 
of bleinen. ende dat met hitten. 
Ende daer toe es dit experiment 
naturael orame te d?-ogene entie 
hitte te coelne. eDtie bleinen entie 
vlagingen, ff Ne?«t dragant. ami- 
dura. peniden va?! witten sukere. 
va?! eiken even vele. ende dit 
pulvert te gadere in enen mortier 
herde wel ende dan so temperet 
met rosé watere alse .1. sauce. ende 
daer met so smert die lippen vor- 
seit. Of smertse met oliën van 
rosen. ff Of nemt sumac. scalen 
van nokernoten tasscen gebernt. 
ende pulver van porceleinen wortele 
elx even vele ende minget met ge- 
scuumden zeme. Of berne£ die 
scalen ende gadert die olie diere 
g 83c uut comt. dits oec goet daertoe. 
ff Ende en wil die clove hier met 
niet genese?!, so bescoutse tote?! 
bodeme met goude '). en daerna 
so heilt die wonde. 

Cap. 16. 

ff Vanden tantvlesce geswollen ï ). 

Men siet onderwilen dat tant- 
vleesch swilt ende versceet van de?! 
lippen ende van den tanden, bi 
welken dat si vele bloeden ende 
onderwilen so stinke?! si ende 
werden oec al swert of al vertich. 
Ter welker mesqnamen men doet 
dit pulver maken, ff Nemt groffels 
nagle. canele. psidie. dade?i stene. 
aluun. succarijn. ende olive blade?i 
[ana partes equales C]. dit stampt al 
tegadere ende maecter af .1 pulver 



sichtende dor .1. zeve. Ierst so 
dwaet den mont wel met aysine c 38c. 
ende met desen wine aldns gemaect. 
Nemt wiin .1. deel aysiin .2. deel. g 83d. 
ende zeem .^. de(e)l. ende wortel 

van slariën. diemen heet in latine b 133b. 
tapsns barbatzts. scorsse?i va?! 
pritmen gernaten dieme?! heet 
psidia in latine. gingbere. peper, 
piretrnm. van eiken even vele. 
dese dingen so stampt gersemlike. 
ende siedei al te hope .2. walme 
of .3. dan ziet dor .1. linen cleet 
of -dor .1. stramijn. hier met so 
dwaet den mont. ende daerna so 
legt an tantvleesch dat vorseide 
pulver. 

Cap. 17. 
ff Hoe dat tantswere toecomt s ). 

Dits van ongemaken van tande?! 
die sweren. dat comt ondertiden 
bider magen scout 4 ) ende onder- 
wile?ï vanden herssenen. of van 
hitten of van couden. van he?K 
beide?i comende bi druppinge?!. 
dewelke conie?i storttende na lanx g 84a. 
den zenewen die siin vaste an die 
tande?!. vanden welke?i hem comew 
die beseflij cheiden. ff Ende comt 
dese zeerheide va?! humore?! da- 
lende va?i den hoofde, so es die 
sweri?!ge scarp ende steke?ide met 
steecte?!. ende met hitten int an- 
sichte. ende luttel swille?!. Ende 
cornet van de?! hoofde va?! couden 
huniore?!. so es die swe?'inge mi?!dre c 3Sd. 
met sweringe?! vanden hoofde ende 
met bleecheiden vande?! ansichte. 
ende luttel swillinge?!. ff Ende comt 



l ) G: aldus ghesceden (schets) 

3 ) C: Van dat tantvleesch zwellet. G: Vanden tantvleesche ghezwollew ende 
ghescedew vander lippen. 

3 ) C: Van zweeringe der tawden. G: Hoe die tande zweerew ende waer af. 

4 ) C e« G: sculden vander mage 



112 



die sweringe vander mag-en ende 
dat bi vervulte?i ende v&n hitten 
so swe?-en die tanden zere met 
droochte?i ende met scarpheiden in 
die kele. ende dorst mei bitterheide?* 
in den mont. ende dat doen die 
coleren die haer prmcipale humore?i 
sijn. <& Ende comtse va» vercout- 
heiden vander mag-en so comt hem 
dicken suerheit uter magen ende 
vele spekels. Ende alsi vanden 
herssenen comen. dan gedurei si 
bi wilen .10. uren. of onderwilen 
alde?i dach sonder vergaen. Ende 
comtse van der magen, so en ge- 
G84b. duert die zeer heit maer .1. ure of 
onderwilen .2. ende dan so stelpse. 
Ende onderwilen so comtse weder. 

Cap. 18. 

*J Dits die c{ur)e va[n) tande(n) die 
sweren (ende) sond(er) gaten '). 

Alse die tanden sweren entie 
sweringe comt van heten humoren 
ende van heter spisen dan hout 
cout water in den mont. dit sal 
die sweringe veriagen dapperlike. 
<I Ende comt si van couden hu- 
moren, of van couder spise^. so 
doet hem olie van oliven houden 
in den niont entie warm daerin 
gedaen. dat sal die tanden ver- 
warmen entie sweringe stelpen. 

c 39a. Ende werden u tanden eggelich 
dats bomich. so eet case. of [groene 
C] perceleine. of cuwe£ warm was. 
•I Ende comt die sweringe van 
hitte?* ute?i hoofde comende van 
reumen. dewelke die humore?i doet 
dalen also u vorleert es. dwelke 

G 84c gi mogei kenne?i 



bider verhitheit vande?i a?isichte b 133c. 
ende bider rootheit vande?i tant- 
vlesce ende swillinge?*. dan so doet 
de?i zieke?i bloet laten i?i die hooft 
adre. Ende dies ander dages i?i de 
.2. blauwe adren onder die to?*ge. 
Of en ware dat hi hem niet en 
plage te bloetlatene. of hine ware 
te jonc of te cranc. Ende daerna 
houde i?i de?* mont olie van rosen 
gemi?ict met aysine. ende alst ver- 
warmt so vernuwe£ met couden. 
Ende hem hulpt wel datmen he?n 
gietet in die ore an die selve zide 
daer die sweringe hout warme 
olie va?i rosé?*. gemi?ict metten 
virendele aysiins. «I Ende comt die 
tantswere van heten humoren ende 
dat swerlike. so es dese raet boven 
allen andren medicine?i. ende dits 
menechwerf geproeft. Nemt zaet G 841 
van belrike in latine jusquiamns 
ende dat wit. niet tswerte. opie. 
van eiken .2. 3. ende .1 9 apiesaets 2 ). c 89b - 
die stampt al tegade?-e te stucken 
ende tempert met aysine dickere 
dan zeem hieraf maect bollekine 
also groet alse bonen, van den 
welken gi sult leggen .1. opten 
tant diere sweert. ende dat duwe£ 
vaste mette?i tande diere iege?ï 
staet bite?ide. dit verdrijft die 
sweringe ende maect de?i ta?it 
eggerech ende onbeseflijc. waeraf 
gene vrese en es. nochtan dattie 
tanden beseffelijc siin hoe dat si 
siin bene. ende corner van des 
vader nature alse dandere been 
siin. Alse mense verliest si comen 
onderwilen weder, maer ander been 
en comen niet weder, mer daer 
comt in die stede vande?i verloornen 



') C: Van groeten zweeringhen der tanden. G: Die cuere vanden tanden die 
zweeren sonder gate. 

*) C: Nemt saet van belden crude. wit raancapinsaet apitwt elcxs -3. 2. 3emen 
apium .3. i« 



113 



G 85a. bene?i bi den voetsele van natnren 
.1. gecnoes m latine porus car- 
noydes. Ende na den .4. dach so 
hout in den mont olie van rosen 
daer mastic in gesmolten es. 
€J Ende eist dat co.ude humoreii 
come?i in die tanden of daer om- 
trent, dat kent bi der leliker ') 
varwen. dan en eomet geen hitte, 
no int ansichte no int vleesch. 
vanden welken tanden gi dese 
humoren selt pt^rgieren mei pillen 
cochiën. of met yera pigra galieni. 
Ende houde daemsi in den mont 
triacle dycessarum diemen aldus 
maect. «I Nemt genciane.aristologia 
longa -). mirre, lauwers backen, dit 
pulvert wel in .1. mortier cleine 
ende daerna so temperet met ge- 
scuumden zeme ende van desen 

G 85b. so hout in den mo?it. Ende van 
deser selver raedicinen so doet .3 
drople drupen m dore an die side 
daer die tanden s weren. § Nemt 
olie van oliven .2. 3. aysiin .1. 5. 
coloqtantide. peper, elx .1 .5. dit 
doet zieden in .1. vat opt vier 
staende in .1. ander vat met watere. 
hieraf so doet drupen [int doghe G] 
als u vorleert es. 

b 1334 *$ Noch piretrum gecuwe£ ende 
gehouden in den mont tusscen 
dien tanden die sweren. het ver- 
teert die humoren ende trect die 
reume uter magen. C| Noch rute 
gesoden in wine ende dat ge- 
plaestert optie sweringe vander 
caken. benemt die sweringe ende 
droget die humoren, ij Noch pire- 
trum. stasifagre zaet. ende groene 
van spaengiën. elx even vele wel 

G 85c. cleine tegadere gestoten. Ende dat 
gedaen in .1. sackelkiin van nu wen 



linen clede?i also groet als dat 
vorste deel va?i enen dume. Ende 
cuwei tusscen de tande?i diere 
sweren. dit sal doen die humoren 
uutlope?i by scotel vollen, ende 
emmer en swilgei dit niet. «I Noch 
cu we .1. dij ster loocs ende bmt 
die opten arm an die zide daer 
die sweringe es bider hant opten 
puls. dat sal trecken alle die hu- 
moren entie sweringe uten tanden. 
Ende daer en geen gat in en es. 
daer eist proper, ja ende al dat 
hier vorscreven es. [Een poeder dat 
alderbest es jeghen die tantz weere. 
<I Nemt piretrum ende dat saet c 89c. 
van staphisagria. ende spaens groen 
partes equales dit wel cleene ghe- 
malen. ende ghedaen in een cleen 
sackijn van nieuwen lijnwade alsoe 
groet alse dat vorste ledt van 
uwen dume ende dat leght tuschen 
den tanden. Dat sal de humoren 
hute doen loepen ende emmer 
spuwet die humoren hute ende hoet 
datsi niet ne gaen in dinen lichame. 
ende al dit ende dat vorleert es 
dat es seer goet den tanden so?zder 
gaten C]. 

Cap. 19. 

<J Dits van den tanden die siin 
gegaet 3 ). 

Het gevalt menechwerf dat 
tanden siin gegaet. dewelke reume g 85d. 
sendei die vertege humoren diere 
gaten in maken. Ende onderwilen 
doent worme diere in wassen. 
dewelke gi moget kennew. want 
alse die worme stille ligge?i. dan 
so en sweren die tanden niet. Mer 
alsi roeree so swere??se *) <I Ende 



') G: bleeker 2 ) G: rotunda 

3 ) C: Van quadew gaten in der tanden. G: Vanden tanden die ghegaet sijn. 

4 ) G : dan heeft men pine 

8 



114 



eist dat twevout tanden siin dor- 
gaet ende niet en sweren no wan- 
kele», so wert grote vrese dien 
tant uut te treckene. ende daer 
heeft menech af gehadt groet 
meskief dat hijs nemmermeer en 
genas, ende vele sijnre bleven doet. 

c 39d. Ende diere bliven levende haer 
caken versweren menechwerven. 
ende da?i comender uut scaelgiën 
vanden cakebene. ende daer bliverc 
in lope?zde fistelen, entie caken 
bliven ewelike groet. Maer daer 
wakelen sijn. daer en es geen vrese 
an. «I Ende en wildise niet doen 
trecke» ende si vaste staen. so 

e 86a. doet also ons oude meesters leren. 
Nemt olie van oliven .1. 3. maiorane. 
tsaet van coocten. in latine cycuta. 
elx .\. 5. dit doet spelen al te 
gadere. Ende daerna so hebt .1. 
cleine yseren pipe. ende in die 
pipe sal gaen .1. yseren priemkijn 
Ifig. XXXIV) «). dat an dende sal 
wesen gegloyt ende dan gesteken 
in die olie vorseit. Ende dan dat 
priemkiin steken dor die vorseide 
pipe int gat vanden tande .7. werf. 
ende wacht dat niet en berne die 
lippe?i no dat tantvleesch. Ende 
bi desen sal vele waters lopen 
uten tanden ende uten mont. 
<J Ende eist dat gi emmer desen 
b 134a. tant wilt doen trecken. so nemt 
die scorssen vanden moerbesibome. 
ende piretrum elx, even vele. dit 

c 40a. stampt met aysine in die zonne. 

g 86b. ende latei drogen daer in. dit pulver 
doet omtrent den tant. dien gi 
wilt doen trecken. ierst den tant 
ontscoyt van sinen vlesce met .1. 



instrnmente (fig. XXXV) 2 ). €J Noch 
nemt die melc van sporiën ende 
tempertse met amidumme. dit doet 
tselve. «I Echter piretrum gepulvert 
ende getempert mei starken aysine 
.40. dage in den zomer ' i ). ende 
gestreke?i tusscen die tanden enten 
tantvlesce. dit doet den tant so 
wankelen dat hi goet es uut te 
halene ende oec onderwilen son- 
der tang *). 

Cap. 20. 

*3 Van swarte(n) tanden wit te 
makene 5 ). 

Heeft iemen swerte tanden ende 
lelijc. die salse suveren ende witten G 86c. 
eist dat hise dicken vrijvet hier 
met. <I Nemt gerste?i mele ende 
also vele zouts. ende maecter af 
deech met zeme. ende dit bewimpelt 
in panpiere. entie bernet in enen 
oven. van welken gi nemt terden- 
deel. crede vitsen gebernt te 
poedre. calc van eyer scalen. ciperi. 
aluum. van eiken .2. deel. die C 40b. 
scorsen vanden coden in latine 
citrus. entie droge, canfer. van 
eiken .1. deel. dat es vanden iersten 
.3. 5. van den andren .2. vanden 
derden ene. van al desen maect 
pulver stampende in .1. mortier, 
ende zichtende dor .1. zeve. Met 
welke?z gi wrivet dat tant vleesch 
daer die tanden swert siin. het 
suvertse ende maecse wit 6 ). €J Een 
ander pulver omme swerte tanden 
wit te makene ende te genesene 
dat tantvleesch dat geten es van Q 86d. 
humoren, dewelke die quenen heten 



') G: aldus gemaect: 2 schetsen. *) Ook in G een schets. 

3 ) C: sonne 4 ) In G schets van een tang. 

") C: Van leelicken tanden te zuveren ende schoen te maeken. G: Vanden 
zwarten tanden. 
6 ) De rest van dit Cap. ontbreekt in C. 



115 



canker. ende seggen onderwilen 
wittere canker. ende onderwilen 
roden canker. ende onderwilen 
water canke?-. Ende hieraf so en 
maken die auctore geen gedinke- 
nesse. nier si spreken vare canker 
ende seggen wat canker es bi 
proefeliken redenen, alsic u sal 
leren als die tijt sal comen daeraf 
te leerne. CJ Dits tpulver daer ie 
af begonste. Ne?nt canele. groffels- 
nagle. antofolij. spica nardi. wie- 
rooc. mastic. wel witte tarwe, die 
voeten van credevitsen. dade?i 
stene gebernt van olive stene. dit 
stampt al te gadre ende maecter 
af .1. cleine pulver sichte?ide dor 
.1. teems. Hier met so wrijft die 
tanden, ende legget op tantvleesch 
dat daer geten es. €f Noch .1. 
ander dat nuttelijc es de?i tant- 

G 87a. vlesce dat geten es. ende daer de 

mont stinct. 
B 134b. Ende oec daer die tanden uut- 
vallen. <J Nemt levende calc. 
leve?ide sulfer, operment elx .\. 5. 
peper gebernt. scorsen van cau- 
worden. van eiken .2. 5. root wolliin 
cleet cleine gesnede?i te stucken 
in driën. een blat outs percaments 
wel te stucken gesneden, dit so 
ziede£ in enen nuwen erdenen pot 
'\n starken aysine. ende alst heeft 
gesoden een stuc. so salmen tcalc 
in doe?i ende dat operment ge- 
pulvert vanden sulfere daerin. ende 
daerna tpulve?' vanden pepere ende 
vanden scorse?i daerin nu deen 
nu dander. Ende alst al geminct 
es so set den pot vande?i viere. 
Ende alst begint ve?*couden. so 
doeter in dat vorseide cleet te 

G 87b. stucke?i gesneden, ende dat so roert 
wel ove?-een. Ende van deser ge- 
mingder so maect bollekine ende 
droochse in die zorene. Ende als 
gijs hebt te doene. so pulvert .1. 



bollekijn in enen mortier, met 
welken pulvere gi wrijft wel beide 
tanden ende tantvleesch. Ende 
dae?*na over een lanc stuc so hebt 
aysiin daer in gesoden es die 
wortel va?i slariën in latine tapsus 
barbatns. Ende daermetf so dwaet 
wel den mont. dit doodt den canker. 
Ende alse die canker gedode^ es. 
so legt op ta?itvleesch dit pulver. 
(& Nemt rode roseblade. canele. 
groffelsnagle elx even vele. hier 
af so maect .1. pulver sta?npe?ide 
in enen mortier ende sichtende dor 
.1. teems, dit heilt ende benemt 
den stanc vanden mont. 

•I Ende alse de mont binnen es 
gevlegen entie tonge. so nem die G 87c. 
gomme die loopt uten kersbome. 
ende uten pruumbome. ende dese 
doet smelten in rosé watere. ende 
dat hout in de?i mont. het salne 
doe?i genesen. CJ Dits oec goet. 
zeem .1. deel ende aysiin .1. deel 
ende daerin .1. luttel spaens groene 
gepulvert. 

•J Explicit liber de ore etc. 

Hier soe eyndt dye bouck vander 
mont ende begint dye bouck van- 
den oren. Ende alre verst wat 
dore es ende dye scepenesse ende 
dye ziechede diere in mogen conien. g 87a. 



Dits die tafele vanden vijften 
boeke ende sprect vanden oren 
ende heeft 9 capitlen. 

.1. Ende sprect ierst wat die 
ore es. 

.2. Van s weringen vanden oren. 

.8. Hoeme?i die sweringe cu- 
ren sal. 

.4. Van wormen gelopen in die 
oren. 

.5. Van dingen die valle?i of 
risen in doren. 

.6. Vavi watere gevallen -in doren. 



116 




.7. Van lopenden oren encle stin- 
kende, va/i fistelen. 

.8. Van rutingen in die oren. 

.9. Van doofheiden vanden oren 
ende dat es dat leste capittel 1 ). 



ie oren vanden mensce 
heeft God gemaect ende 
gestelt an thooft omme 
daer met te hoorne. 
beide van datter verre es ende van 
datter bi es. Ende tgat vanden 
oren dats int herssenbecken. ende 
c 40c. daeraf es .1. an 2 ) die rechter zide 
vanden hoofde ende .1. an die 
luchter zide. dewelke gaten siin 
gewasse?i erom alsoet gode goet 
G 88a. dochte Ende aldns so maecti dit 
werc. ende met allene i?^ den mensce 
mer oec in alle creaturen. Die 
herssenen vanden mensce die .1. 



led siin vanden principalen leden, 
vanden welken datter siin .4. alsoet 
vorleert es int capittel vanden 
herssenen. int welke siin die vijf 
sinne. zien. hore?i. rieken, smaken 
ende beseffelijchezt. dwelke es ge- 
dinkenisse ende gepeins, tj Die 
gaten vanden oren die siin erom. 
dats om dat de luut niet vloge- 
linge in en soude moge?i vliegen, 
want het soude dicwile quetsen die 
zenewen. bi wies bevoelenisse wi 
horen. Dese zenuwen comen uten 
herssene?i. also dandere zenewen 
doen die de mensce over hem heeft. 
Mer dese zenewen maken daer .1. 
nette nauwe gebreit. dat natnre 
doet. Ende alse dit net suver es 
van humoren ende onbelemmert. g 88b. 
so hoort die creatnre wel. Ende 
soet meer belemmert es so de 
creature qualiker hoort, want alse c 40d. 



')G:Hier beghynt den bouck van den oren 

2 Vander sweeringhe dye raoghe comen in die oren 

3 vander zweerne int doren ende hoemense cuereren zal 

4 van lusen oft van wormen dies ghelike die int doren lopen 

5 van enegen dingen dat valt int dore als coren oft sant ofte steene oft ander dinck 

6 van watere gevallen int dore 

7 van dat dore lange heeft ghelopen ende stinct twelke men heet fistel int dore 

8 vander rutingen in doren 

9 van doefheden int doren 
10 vanden bulten op thovet 

Dye s c e p (p) e n i s s e vanden oeren, haren dienst voren 

C: Hier beghint den bouc van der oren 

Hier ent den bouc van den monde. Ende hier nae comt den bouc van den oren 
ende alder erst wat dat die ore es ende die sceppenisse der of. 

Die taffele der of 

van de zweeringhe der oren 

van de cuere die zweeringe in de oeren 

van de wormen in de oeren 

van dat yet ghevallen es in der oren 

van water in der oeren 

van den fistelen in de oeren 

van rutinge in de oeren 

van der doeftheden in der oeren toe comende 

Die mesquame der oeren 

2 ) In C ruimte opengelaten, waarin later is geteekend een ruwe schets 
van een stoombad. 



117 



dat net es alse .1. dicke vel. so 
en hoort die mensce niet. Ende 
dese crorame gaten int herssen- 
becke»! die maecte nattere om «.latte»' 
geen hitte e o coude en soude m 
comew haestelike no luut. wa»rt 
het soude te zere quetsen die be- 
seffelijcheit vande»! zenewe»! vor- 
seit. Ende die ore es buten den 
herssenbeckene gecnoesich niet 
been no puur vleesch. want het 
soude te lichte luken. ende waert 
beinen en soude niet mogen vouden. 
Dus heve£ nature gemaect cnoesich, 
dwelke niet en es te hart alse 
dbeen. ende niet te moru alse 
tfleesch es. Ende aldws behoret. 
want het moet altoes oven siin om 
te bat te hoorne. 

Cap. '2. 

G 88c. <I Van d(er) sweringe{n) va(n) 
der oren '). 

Die s weringen vande»! oren die 
siin onderwilen sonder sweren die 
men heet in latine apostema. of 
sonder fistelen. Eiste»' sonder so 
eist met quader complexiën. die 
va»i ve»'hitheide»i comew. dwelke 
gi moget kennen bi scarper swe- 
ri»igen die in dore es. ende bider 
hitten, ende bider rootheide?i. 
<U Ende alst also es van hitten, so 
ziedet bonen die gepelt siin in een 

b i34d. potkiin met wate»'e wel gestopt, 
so datter geen wasem uut en mach. 
ende daerover so stooft die ore 
met enen trachte»'e die pipe hou- 
dende in die ore. Ende eist bi 

c 4ia. vercoutheiden. so sietse in wine 
ende stooft die ore alst vorleert 
es daert corat van hitte»». €fl Noch 
gewarmde evene. entie gedaen in 



een sackelkiin. ende dat benoude»! g 88d. 
ende geduwe£ in dore also warm 
alse die zieke mach gedogen, dits 
sonde»'linge goet. <f Noch doet 
spele»i in .1. potkiin water, ende 
doet vanden viere. ende doeter in 
een hantvol bladere va»i roden 
rose»i ende bloemen van violetten. 
ende ontfaet dien doom in dore 
met enen trachte»'e. Of es die 
materie van couden hu»nore»!. so 
doet dat vorseide mei wine dies 
gelike. <i Dit plaester es goet ge- 
wisselt alsoet vorseit es. Ne»nt rosé 
blade»'e. alsene. bivoet. €f Noch olie 
van bittren amandele»!. of olie van 
muscelij»! .2. drople of 3 warm 
gegote»! in die ore. dats goet. 
€J Noch die crume»! van ge- 
wrachten 2 ) brode gebriselt ende 
gesode»i in borne ende daer met 
gedae»! doders van eyeren ende 
olie van rosen dit wel geminct al 
tegadere entie ore gestovet. ende 
dit warm daer op geleit. es goet. 
CJ Noch aende»i smout .2. drople ö 89a. 
of .3. daerin gedrupt warm. dats 
goet. Ende legt die zere ore opwert. 
ende legt lange optie goede ore 
so sal die medicine mogen lopen 
daer die zeerheit si. Ende eist in 
beide»! oren. so medicineert onder- 
wilen deen ende onderwilen dan- 
dere. Ende wat gi doet in die ore. 
dat doeter in warm. Ende wat gi 
doet in doge»» dat doeter in cout. 

Cap. 3. 

<f Dits hoe datme(n) die sweringen 

i(n) die ore(n) curere(n) sal 3 ). 

Dits van sweren in die ore»i ende 
hoe mense curere»! sal. Ierstmerct 
of die ore es bestopt. ende eist .1. 



*) C: Vander zweeringlie der oeren ende der pinen. G: Vander pinew in dore 
te versiene. ') C: ghebacken 

3 ) C: Van die zweeren die wassen. G: Vander zweeringhe»»in dore die cuere daertoe. 



118 



swere. dan legter op dit plaester 
aldus, <I Nemt versce vigen entie 
stampt ende tarwenbloeme. ende 
rosiin sonder steen va?i eiken eve?i 
c 4ib. vele. ende doeter toe .1. deel zeems 
G 89b. ende botren. dat niet te dimne en 
si no te dicke. Ende dit legt optie 
ore heeter dan laeu. dits goet. 
<fl Noch nemt vette figen ende 
rosiin sonder stene. swinen smout. 
ende zeem hiermee doet als u vor- 
leert es met den andere plaestren. 
€J Ende alse die swere tebroken es 
ende daer etter uut loopt, so mac dese 
salve aldus. Nemt .1. luttel smouts 
van glase. ende noch vele zeems ende 
B 135a. dat vergadert tere zalven, ende 
smeerter met .1. wieke gemaect van 
stoppe?i of van linen cledren. ende 
stecse in die ore. dese zalve suvert 
ende heilt ende drogen «I Noch bernt 
essce?i hout [metten eenen hende 
int vier C] entie wacheit diere 
tenden uut loopt, die houdt ende 
bestadef in .1. glasiin viole. dit 
verdrijft die zeerheit van den oren. 

Cap. 4. 

«I Van worme(ri) of luse(n) gelope(n) 
in die ore(n) '). 

Q 89c Alse enech worm si gelopen in 
die oren so stampt die [groene C] 
scorsen van nokernoten ende dat 
sap daer ute geduwei dat dropet in 
die ore al vol <I Of nemt sap van 
alsenen of van persekers bladren. 
elc doet dies gelike. die bitterheit 
doodt die wormen, siint orwormen. 
lusen of vloyen ende dies gelike 
van misseliken andren wormen. 



Cap. 5. 

fl Va(n) misselike(n) dinge(n) dat c 4ic. 
valliet) i(n) doren. etc. J ). 

Alse enech dinc valt in die oren. 
alse coren of stene of dies gelike 
van andren dingen, so salmen doen 
ademen enegen vrient van dien 
zieken in die ore daert in es so 
dat die ore al nat si gemaect 
binnen met denlauwenademe. Ende 
daerna so hale sinen adem zere 
in. of tote hem sugende. aldns so 
sal hi mogen sugen ute dat daer 
in die ore gevallen es. Of gieten 
olie van rosen in die ore al warm. 
eist een kerselsteen of .1. ander 
stee?i dat sal die ore maken al 
glat. Mer eist een tarwen coren 
of erwete of vitse of bone citri 
lupini. of ander di?ic alse grane. 
so en gietter niet in die olie. wa?it 
het souder met te zere wassen bi 
der wachetï vander oliën. Ende daer G 89d. 
na so nemt .1. lange naelde entie si 
gevouden alse ene cricke 3 ). Ende 
de cricke stect in die ore tote 
dattie cricke of haec leden si den 
steen, ende dan so kere£ die naelde 
so dat die cricke si onder den 
steen, ende also doet den steen 
comen treckende opwe/t ute. 
<I Dits ene ander maniere. Nemt 
.1. wel slecht stroëlkiin of stoxkijn. 
ende dat blonc ende slicht ten ende 
gemaect 4 ). ende net dat slicht 
endekiin vanden stoxkine in ter- 
bentine die tay es ende houdende 
alse lijm. dit so stect in die ore. 
eist graen of steen, hef salre an c 4id. 
cleven. Het staet so onderwilen 



^ C: Van wormen in der oeren. G: Van wormen in dore. 

2 ) C: Van dat eenich dinc valt in de oere. G: Van steene tande corne die 
onder tijden vallen int doren. 

3 ) In C een grove schets; in G: langhe naelde ende dye zij gevouden ten 
eynde dair die poynt es aldus: schets van een naald met omgebogen punt. 

* ) In Gr een schets. 



119 



dat ment niet uut geen gen en mach 
om dat so diepe es daerin gesteken 

e 90a. mef onwisen handen, dar men 
den genen diet heeft in dore moet 
sniden iDt hole vander ore met 
enen seerse. Ende men moet sniden 
so diepe, darmen die dingen 

i i35b. die in die ore siin mach o] 

lichten van onder, mer hieran es 
grote vrese . Nochtans so es beter 
quaet dan noch arger. 

Cap. 6. 

<I Van wat er e gevalle n in 
die oren ! ). 

Alse water valt in die oren hier 
op wijs" gallens «iir. C[ Sernt .1. 
droge bies. of een wilgen roedekiin 
wel gepelt [aldus (schets) ende dat 
stect int dore G]. Ende an dende 3 
dat buten der ore es sal siin was. 
ende dat doet bernen [met eenre 
Q 90b. kersen aldus schets G]. dat vier 
sal dat water al tote hem trecken. 

Cap. 7. 

CJ Va n ore n die lan~\ge hebbeen) 

gelopen) (ende) stinkefo). (ende) 

da er) fistel in is *). 

Het gevalt dicken dat die ore 
loopt ende dat van langren tulen. 
C 42a. so dat stinct datter uut loopt, 
vanden welken die zieke heeft 
grote niesqï^anie ende sweringe 
ende seofieringe. dit heet .1. fistel 
in die ore. dese man /eren 5 liggen 
int hole van den oren daer men 
niet toe en mach comen met wieken. 
Ende dat etter dat hier uut comt 
soet meer verkeert vander witter 



varwen. soet arger es want eist 
gelu. so eist van coleren. ende eis: 
- fcech so eist van melan- 

coliën. ende rootachtech eist van 
bloede, ende eist witachtech. ~ : 
eist "an fleumen. Hiertoe so be- 
hoefde den zieken dat hi hadde 
enen meester die wel conste sur- 
giën ende phisike. bi medicinen 
te pnrgierne die hu?noren die desen g 9öc 
loop houden. Ende daerna die 
surgie die wijslike sonde suveren 
die bu?noren. of die stede daer die 
loop uut C07nt. ende daerna drogen. 
dats heilen purgieren alse met 
pillen eochias ende met yerapigra. 
dwelke ware vreselije enen oncon- 
s:egen meester te bestane. t[ Ga- 
lieen die verbiet dat men gene 
vertege zalve den zieken en doe 
in siin ore. bi welken hi raet den 
surgijn mentiche. dit cruut C07nt 
uut spaengiën. EncZe es gemaect 
ende gedrogef va/2 enen crude heet 
celidonia agreste. dit ne/nt ende 
■et mef aysine wel slecht. 
dit so giet in die ore al warm. 
C[ Entfe alse dese loop es nuwe so 
mogedi nemen tsap van witte/2 
wilgenbladen. ende gietet daer in 
dies gelike. CJ Of tempen rasis c 42b. 
[witte C] zalve met oliën van rosen G 90d. 
wel dunne, ende gieter oec warm 
daer inne. C[ Ende eist dat lange 
heeft gelopen, so dat ment heet 
in latine egmudo eronica. so nemt 
mirre, aioës. olibanu?n. sarcocolla. 
sanguis draconis. els even vele. 
dit pulvert cleine in .1. motalen 
mortier, ende siehtef dore .1. die 
linen cleet. dit so stroyt in een 



•i Jn G- een seliets van een mes. 

') C: Van groete enghetempertheit in der oeren. G: Daer water valt in dore. 

s l G: dat ander ende 

4 C: Van groeter lopinghen der oeren. G: Vander fistel in doren ende lopet aldus. 

- 1 C: materie 



120 



wieke die gesuvert es met suveren 
zeme. dese wieke 

b 135c. so stect dicwile in die ore. Enrfe eist 
dat niet en mach conien ter stede 
daer die zeerheid es. so tempert dit 
vorseidc pulver met aysine. ende met 
borne. ende giete£ in die ore. €J Enrfe 
eist al te out ende het al te lange 
gelopen heeft, so maect dit aldus. 
Xe/xt dat roestege van ysere ge- 
screpen. ende dit pulvert wel cleine. 
ende tempert met starken aysine. 
ende dit doet zieden in een yseren 

g 91a. vat tote dat al versode?i es. Dus 
so doet versieden .7. werf deen 
achter dander. Ende daerna so 
pulveret wel cleine. ende ziedei 
met aysine tote dat becomt also 
dicke alse zeem. Hier af so doet 
in die ore so datter in lope toter 
steden daer die zeerheid es. of 
daer si vergadert es. Dit heilt ende 
droge£ oude lopinge va?i ore?i. ende 
benemt die sweringe diere in es. 

Cap. 8. 

q Van rutingen i{n) die oren*). 

c 42c. Het comt dicken rutinge in die 
oren. van den welken goet ware 
dat hem thooft ware wel gepurgiert 
met pillen cochijs ende met pigra 
[enrfe die pillen salmen hem gheven 
des snachts alsi hi eenen slaep 
gheslapen heft. alse die mage ydele 
es enrfe dan weder der op slapen. 
Enrfe dit suldi hem gheven CJ op 
dat hijt 2 ) niet en heeft gehadt van 
dat hi was gebore?i. want heeft 
hijt so lange gehadt. so verliest 
die meester sine pine entie zieke 
sinen cost [enrfe die stonde C]. 
<I Die ruti?ige heeft enrfe qualike 



hoort, dit ware hem goet. Xemt g 9ib. 
olie va?i bittren amandelen, enrfe 
daer in so tempert ene van desen 
pillew gemaect aldns. Xe wit die 
sculpen van coloqn/ntiden .1. 3. 
bevers cul. aristologiarotunda. tsap 
va» alsenen. va?i eiken .-£. 5. 
euforbie .1. 9 of 15 tarwe?i cornen 
swaer wegens enrfe elc siin ge- 
wichte hebbende, dat men pulveren 
mach. dat salmen wel cleine pul- 
veren. enrfe daerna so maecter af 
pillekine mepten vorseiden zape. 
dit droopt i?i die ore. Mer te voren 
so hebt gesode?i maiorana. alsene. 
enrfe sticados arabic in watere 
gesoden. enrfe stovet den ziekew 
wel die ore. of beide es hi in 
beiden oren ziec 3 ). €J Dits oec goet. 
Xemt wel wit wierooc .1. 5. hier 
af so maect du?ine zalve wel cleine g 9ic. 
gepulvert enrfe getewipert met su- 
veren zeme gescuuwit. dit so droopt 
in die oren. het esser goed in ge- 
daen al laeu. 

Cap. 9. 
fl Van doefheide(n) i(n) die oren i ). c 42d. 

Alse die me?isce doof es enrfe 
dat geduerei .2. jaer of .3. hewi en 
es niet goet te hulpene. want die 
humoren hebben so belemmert die 
zenewen daer wi bi horen, dat 
mense niet en mach afgetrecke?i 
no bi medicinen die men geeft 
eist ten mont no 

bi dat men giet in de oren. b i36d. 
Xochtan so esser vele af gescreven 
dat den menegen heeft geholpen. 
Dus so eist goet geproeft ter avon- 
turen oft hulpe?i mach. <$ Ende 
rade/i enege meesters, dat men 



') C: Van rating he in der neren. G: Van rutinghe in die ore. 

'-) G: die rutinghe 3 ) G. metter potte aldus: schets van een instrument. 

') C: Van doet heit der oerew. G: Vanden doef heden die vanden ouden comt. 



121 



neme amete eyere?i. tectiken. blade 
van rutew. dit gestampt wel te 
gadere ende gesode?i in olie van 

g 9id. olive?i. dan gewrongen dor .1. 
linen cleet. Hier af so droopt in 
die ore?i .1. dropel. daer na so 
stopt die oren al met catoene. 
ende smerei die ore?i buten met 
der vorseider oliën, dit doet den 
doven horen. CJ Noch ne?nt enen 
enioen. ende snijt die herte ute. 
ende dan vullet dat gat mei oliën 
van oliven. ende laettene &\dus 
staen tote dat gi vint tusscen 
scorsse?i of pellen cortte worme- 
kine ende ront met swertten hoofden. 

c 43a dit so doet zieden in olie van 
oliven. dit droopt den zieken in 
doren, dats goet. CJ Sulke meesters 
seggen dat smout van haselpuden 
alse me?ise ziedt, dat smout ge- 
droopt in die oren die doof siin. 
dit es proper om met te genesene 
die doofheit. Cfl Noch pelt ene 
clijster loox. ende daer met so doet 
terdendeel wiinstee?i. ende een 

g 92a. luttel aluuns dit so sta?npt al wel 
te gadere ende cleine. ende dan 
doet .1. luttel ziede?i in aysine. 
daerna so latei coelen. ende alst 
tsap gaet te gro?zde vanden vate 
daert in gesode?i es. so ziet ende 
bestadei '\n een glasiin vat. ende 
van desen aysine. so droop warm 
in die oren dits goet iegen doof- 
heiden van oren. [Noch een ander. 
Nemt ruta. absincij recentes. ana. 
ende dese twee cruden vorseit 
salmen sieden in wine petou 
ende alst ghesoeden is dan dat 
in een eerden vat ende doeter 
den siecken sine oere over stoven 
een huere ofte .2. ende altoes 
warme. Ende is hem de doefheit 
toe co?nmen van buten, hi salse 



verliesen. ende comt hem de doef- 
heit van binnen het en sal hem 
niet helpen maer het en scaet niet 
dat ment prouft. het mach helpen 
ende niet deeren ende ie yper- 
man placher mede te werkene 
jeghen doefheit die van buten c 43b. 
commen was C]. 

Ende hier mei si ons nu gnouch ■ 
hier af. 

[ Van te ghenesene bulte opt hovet l ). g 92a. 

Die leeringhe van te ghenesene 
bulten op thovet dair nes ander 
redene toe dan dat men neme .1. 
sceers aldus ende dat men snyde 2 ) 
eenen snede alsoe lanc dye bult 
es groet ende al ute te halene detter 
datter in es ende te brekene den 
zack dair detter in heeft gheleghen. 
Ende stect vol dye wonde van 

cope?Tode gepulvert oft van G 92b. 
zoute orame te verteerne dat weye 
vleesch dai detter heeft gemaect 
zo quaet. Eneghe meesters die 
snyden .1. cruus maer beter es 
dye mynste lixeme wair dat zij 
danne dye meeste, van desen bulte 
zo vallet thaer ute alsoe verre 
alse detter gheleghen heeft dat 
sal weder wassen het ne ware 
datment te lange hadde gelate?z 
dair in also. wair bij dat detter 
hadde geverticht die wortel van 
den hare. Dese wo?ide so geneest 
zoe ander wonden ne ware wacht 
u vanden weyen vleesche datter 
gerne in wont dair zijt u altoes 
vore wachtende dai ghijt so destru- 
weert te tijde dat ne gheene macht 
en heeft te groyen. 

Hier endt die bouck vanden 
hovede. Ende hier begint dye 
boeck vander keelen. 

Hier endt den boeck manden g 92c. 



Ontbreekt in B en G. 



2 ) Schets van een mes. 



s* 



122 



hovede bynnen haren eynde. Ende 
dairna vanden oghen ende dair 
na vander nese. Ende dair na 
vander mont Ende dair na vanden 
oeren beyde van wonden ende van 
ziecheden vanden leden elc bij 
hem zelven. Ende es dye eerste 
pertye vanden boeke. Bydt over dye 
ziele vanden ghenen dye en maecte 
dat hij moet met gode wonen G.] 



L ]6ia. Dits die tafele vande?i sesten 
boeke int welke men sal spreken 
van den halse ende vander kelen. 

.1. Ende ierst die sceppenisse 
daer af al toten scoudren. Ano- 
thonomie. 

.2. Van wonden in den hals ge- 
steken of geslegen. 



.3. Van ysopagns gewont daer 
de spise dore gaet. 

.4. Van wonden in den roepere 
achter. 

.5. Vander squinanciën van 
welker siin .3. manieren. 

.6. Van branken of amandren. 
dats swillinge. 

.7. Van ranula onder die tonge. 

.8. Van grane of bene gescoten 
in die kele. 

.9. Van bocium an de kele. dats 
.1. aposteme. 

.10. Van scrofulen datmen heet 
sconinx evel. 

.11. Van scrofulen of glandulen 
te snidene. 

.12. Van scrofulen of glandulen 
uit tebroken l ). 



C 43b. ') C: Hier enden alle de boucken van den hoofde ende hier beghint die ander 
pertie des boucs. ende alder erst van der kelen ende den halse. ende alder erst 
die scippenisse daer binnen. 

Die taffele der of. 

Van den wonden in den hals 

Van den wonden in den roupere 

Van der squinanciën 

Watter lancfranc of ghevel 

Van brancken ofte amandelen 

Van der apostemen heet ranula (?) 

Van eenighen dinghen in der kelen 

Van der bootsen ofte perfijt 

Van sconincxs evele 

Van scrouffelen ofte glandulen te snidene 

Van hute brokene scrouffelen 

Van der mesquame der kelen. 

G 92c. G: Hier beghint die andere partie vanden bouke 

Hier beghint die ander pertye vanden boeke vanden halse ende yerst die 
scep(p)enesse dair af toten scouderen. 

1 Vanden wonden dye mogen vallen inden hals geslagen 

2 ende vanden vreeseliken wonden inden hals ghesteken 

3 ofte in dye (kele?) ofte van ysopagws gewont dair dye spise ende dranck dore gaet 
G 92d. 4 vander wonden dye vallen in den roepere bachter ott voren 

5 vander (s)quinantiën van den welken zijn .3. manieren 

6 vanden huve dye es verlenghet ende te zwellen 

7 van branden ofte amanderen 

8 vander quynancie ende wat lancfrancken geviel indye stede van mylanen 

9 van eenre aposteumen dye men heet ranula onder die tonghe 

10 van enen grade van enen vissche ofte been verscoten of verwerct in dye 
keele bij onghevalle wat men daertoe doen zal 



123 




Cap. 1. 
«I Van der kelen. 

ore die noot dat elc 
surgijn es sculdech te 
wetene hoe die leden 
van de?i mensce binnen 
siin gemaect. waerbi dat hi mach 
kenne?i hoe- die vresen sijn die 
daer mogen vallen of gescien van 
wonden, so scrivic u voren de 
sceppenisse vander kelen vore?i. 
ende vande?i halse achtere. Ende 
segge ierst dat siin m den hals 
.7. been elc van den sevenen 
versceden bi hem. Dese siin ge- 
voucht an therssenbecken met vele 
c 43c gebinden. diewelke alsulc 1 ) siin bi 
naaren dat si moge?i cri?npen 
ende recken omme thooft tekeerae 
ter ere zide?i ende ter andere alsoet 
g 93b. noot es. Ende daer siin oec vele 
starker gebinde. bi welker stare- 
heit die me?zsce mach dragen op 
thooft swaren last. dat die cranke 
niet souden niogen dragen, ff Dat 



ierste been en sterkelike gebonden 
met den andren [dat hem naeste 
es C]. ende dander es also gebonden 
mepten derde?*, ende terde metten 
.4. ende tfierde mepten vijften. ende 
tfijfte meiten sesten ende tseste 
metten seve?iden. Ende tsevende 
metten gebeinte vande?i scoudren. 
of van den rugbene. dwelke sevende 
es oec slaplike gebonde?z an dach- 
tende. dwelke es dierste vanden 
rugbene. «I Ende uut desen .7. 
vergaderingen va?i desen .7. bene?i 
so comew .7. paer zenewen. dewelke 
oec ierst comen van tusscen den 
herssenbecken enten ierste?i bene 
vanden halse [ende alsoe tusschen 
deerste ende den anderen ende 
alsoe voert ten zevenden. Ende 
ten yersten beene dat bekent es 
ter rugghebeene G]. dewelke g 93c. 
zenewe?i natnre deilt ende sprayt 
over al thooft -). den hals. die kele. 
danscijn entie borst, ten scoudren 
ende ten armen, menechfoudelee 
hem verseedende in enege vande?i 



11 van apostemen van herden vleesche dye men heet bocium in latijn 

12 vanden scroefulen dye men sconinx evel heet in vlaemsche 

13 van scrofulen ende van glandulen te snydene 

14 van scroefulen ende van glandulen ute te doen brekene 

G 93a. Dyt es nu vore die scepenisse vander keelen ende vanden halse 

L 161a. Dander partie vanden boek e. 

Hier beghint die ander pertie vanden boecke ende aldereerst vander kelen 
ende vanden halsen. Ende aldereerst die sceppenisse vander binnen 

2 vanden wonden in den hals. 

3 van den wonden ghescoten of ghesteken 

4 vanden wonden inden roper 

5 vander squinancie 

6 watter lancfranc of gheviel 

7 van branken of amandelen 

8 vander apostemen die men heit anula 
• 9 van eneghen dinghen in die kele 

10 vander boetsen ofte perfijt 

11 van des coninx evel 

12 van scrofulen of glandulen te sniden 

13 van uut brekende scrofelen 
Vander mesqname ter kelen. 



: ) C: scult 



2 ) De rest van dit Cap. ontbreekt in C en L. 



124 



vorseiden stede?i. so versceden si 
hem in cleine?i zenewen. dewelke 
siin geminct meiten gemingde die 
comew vanden hoofde. Dewelke ge- 
mingde zenewen hete?i roerende 
zenewen. nochtan en verliesen si niet 
haer bevoelen of beseffen alse doe?i 
die zenewen vande?i hoofde, noch- 
tan en verliesen si niet haer roeren. 
Van welken zenewen die comen 
van tusscen den vorseiden benen 
vanden halse. so formeert natnre 
die musen die daer sijn. bi wies 
natnre het comt dat daer es roeren, 
die welke roeringe heet wille van 
roerne. €J Ende in den hals achter 
so es ene grote zenewe. ende daer- 
onder es een grote adere die comt 
vander leveren clemmende ten 
hoofde, onder diewelke siin grote 
arteriën comende vander herten. 

g 93d. die oec clemmen ten hoofde, alsoet 
vorseit es int capittel vanden 
hoofde, omme daer te doene nut- 
scap alsoet vorseit es. Ende alse 
dese hebben 
b i36b. gedaen haer natnrlijc werc in 
thooft. so dalen si achter die oren. 
dor dewelke daelt des mans nafrnre 
datmen heet tsmans zaet [dwelke 
heet in latijn sperma patris G]. 
dewelke daelt toten cullen wert. 
Ende waert datmen die adren snede 
ontwee. so en soude die man geen 
natnre scieten. Ane die rechter 
side ende ane die slinker zide so 
ordineert natnre .2. instrnmente 
diemen heet cervix. dat men heet 
vas. dits vander natnren dat siin 
gebinde vanden leden, dewelke 
en hebben geen beseffenisse of 

G 94a. luttel. Ende dese sendet nature 
uten bene vanden hoofde ende van 
den rugbene liggende vaste opt 
rugbee?i. opt welke liggen die 
zenewen die comen uten marge 
vande?*. rugbene. dewelke march 



es van der natnren vanden hers- 
sene?i ende also ge wimpelt in .2. 
huden. <I Voren so es tgeswilch. 
dat es die kele entie roepere daer 
die adem uut gaet ende weder in 
trect. Ende dit es vanden kinne 
toten caenbene. Tusscen den halse 
enten roepere binnen so es tge- 
swilch datmen heet ysopagus. die 
es gescepen als .1. darmkijn. 
dwelke upperste ende es vaste an 
die huut van den mont. ende also 
dalende toter magen daer dander 
ende vaste ane es ende dat va?i 
binnen want wat dat wi eten ende 
drinken gaet uten mont dor dat 
darmkijn tote in de mage. Dit 
daelt achter den roepere na lancs 
den bene vanden halse toten vijften 
bene. van den welken datter siin 
.14. getelt vanden sesten bene van g 94b. 
den halse. Daer so kere£ vorwert 
ende dorgaet die craye die heet 
in latine dyafragma tote in die 
mage. dwelke vorseide darmkijn 
dat ysopagns heet ende es van 
tween huden. dwelke dierste huut 
es een muus. die es lanx. dewelke 
trect die spise nederwert. In die 
uterste siin musen die breetachtech 
siin. dewelke breetheide niet en 
doet. mer de platheit houdt den 
wech so ontdae?^ dattie spise lich- 
telike lide tote in die mage. €1 Dat 
vor dit darmkijn \eget es die 
roepere, ende es gemaect van 
vingerlinen die en siin van vlesce 
no van bene. maer van gecnoese 
te gadere gebonden met huden. 
dewelke huden die binnen siin. 
die siin zere sachte die de vinger- 
line te gade?-e houden. Dese vorseide 
vingerline siin al geheel, mer si g 94c 
siin versceden si \eget (l. leidet) dien 
darm daer die spise dor gaet tote 
in de mage. Dese verscedinge es 
daero?nme alse de mensce swilgei 



125 



enege grote spise of harde, dat si 
lichtelike mach lide» ende hebben 
weeh te gane tote in de mage. 

b 136c. <I Ende bove» desen twee» con- 
dute» die tegadere siin gevoucht 
int begin vander kele». dat es 
die roepere daer die ade??i dore 
gaet ende den darm daer die spise 
dor gaet in de mage. daer es een 
val. dat natztre heeft geordineret 
va» .3. gecnoese». dwelke licht 
alse de me»sce haelt sine» adem 
in of ute. Ende als de me»sce eet 
ende swilcht. so vallet vore den 
roepene so datter geen spise no 
dra?ic in en mach come». wa.nt 

g 94d. alse spise of dra»c of spekels daer 
an comt eert gevalle?i es. so moet 
die me»sce hoeste» tote dat ge- 
valle?z es in sij» natwrlijc ruste. 
Ü Ende bute?i an dese» roepere 
so ligge» .2. grote arteriën dierae» 
heet die geet adre». dewelke siin 
va» .2. hude». waerbi dattie in- 
derste huut es gecnoesicht. ende 
dat es omme dbloet dat m die 
adre» es. om dat es du»ne ende 
heet. Ende also eist in allen arteriën. 
dewelke men mach hete» in al 
hare» stede» puls adre». wawt 
waer dat si siin. si hebbe» haer 
begin vander herten, van welke?i 
die uterste huut es zenewech ende 
dats wel noot wa»t haer bedarf 
dat si tay si. <I Dese grote arteriën 
alse me»se wowt so es de me?isce 
in vrese» va» sine» live. wa»t 
namelike als me»se wo»t dweers. 
so es de me»sce haestelike doot. 

G 95a. Ende dat es om dat bloet comt 
vander herte» dat die arteriën 
hebbe?i in omme te voedene ende 
te troestene die stede, so sciete» 
ute ende dat dapperlike beide den 



geest ende dbloet. dwelke so es 
dalder vrie?idelijcste gebint tussce» 
der zielen ente» lichame. 

Cap. 2. 

•I Van wonden die in den hals l ïtic. 
geslegen of gesteken isijn) x ). 

Die wonde» in de» hals die siin 
onderwile?? vreselijc wa»t si siin 
onder (wilen) stervelijc. ende daer 
siin enege geneselijc. Alse dat 
march vande» halse es gewo»t. 
da» so eist doot wonde, ende 
namelike alse de wonden valle» 
dwers met snidender wapene». dan 
so eist te duchtene dat dmarch es 
gewo»t. Ende dierste vrese es alse 
me» wo»t ene?? me»sce in de» g 95b. 
hals mei snidender wapene?i. alse 
swert. fautsoe» ende andere dies 
gelike ende dat dweers so besiet 
of enech heen vande» halse si 
gewont. of die slach viel tussce» 
bene» dwelke siin gebonde» also 
u vorleert es. Ende dan so sijt 
vroet oft in gaet tote?i marge. 
Ende oft dmarch gewont es dat 
uut loopt, so stervet die me»sce na 
de» gemeine» vonnisse va» 

meesters, om dat ee» es van der b i36d. 
natawen vande» herssene». Ende 
eist gewont ende niet uut en lonet 
so lere» ons oude meesters ende 
jugere» dat degene die sulc .1. 
wonde heeft, dat hi sal siin juchtech 
i» dene zide. of i» alle sine lede. 
dit es om dat daer es die stede 
daer alle die zenewe» nemen haer c 44a. 
begin, als u vorleert es [int ca- G 95c. 
pittael vander anathomye» van- 
de» halse naast voren G]. <R Ende 
of gi niet en sijt versekert va» der 
wonde» bi ziene. so stect uwe» 



*) C: Van wonden die vallen in den hals. G: Vanden wonden in den halse- 
L: Vande» wonde» inde» hals die vallen dwers. 



126 



vinger m de wonde essi so ruum 
dat hiere in mach. ende tast hoet 
metten bede staet. Eist dat been 
niet en si ontwee. of dat die wowde 
niet en si in tgeslach tussce?i die 
benen, ende die gewonde niet en 
beseft geen sweringe. so nayt die 
wo?ïde. Ende essi vercout eer giere 
i6id. toe comt. so vernuut se screpende *) 
die lippen 2 ) eer giere iet toe doet. 
ende dan so naytse met ere drie- 
canter naelden ende daer in enen 
twinen draet gewast, <j[ Ende bloetsi 
so zere dat de gewonde wert te flau. 
so streemt hem siin bloet. alsoet vor- 
leert es int capittel vanden bloede 
te strenimene. Ende als gise hebt 
genayt. so legt opten naet van 
den pulvere dat u es vorleert int 

g 95d. capittel vanden pulvere. Of nemt 
albicasis pulver, dwelke dat hi 
zere prijst ende so doen oec ander 
meesters, ende voort so heilt die 
wo?ide alse men doet andere won- 
den. Ende oft dmarch es gewont. so 
geeft des zieken vriende die vrese 
te kenne. comei ten archsten so en 
werdire (der) niet met geblameert 3 ) 
[ende ghij zult behouden vriende 
vrientscap G]. €J Ende heeft die 
gewonde sweringen in siin wo?*den 

c 44b. so doet dit om die sweringe te 
stelpene 4 ). Giet hem olie van rosen 
in de wonde?* warm ende daer 
boven legt .1. piaster gemaect van 
doders van eyeren geminct met 
oliën van rosen ende dat warm 
gespreit op .1. linen doec. ende 

g 96a. daerna so binde£ so dat wel dakei 
daerop. Alse die wonde ettert, so 
geneestse met deserzalven. dewelke 



es goet in allen steden daer zenewen 
siin gewont. «I Neemt zeem van 
rosen geziët .3. 3. was. harst, elx 
.2. 3. terbentinen .3. 3. wierooc. 
mastic. elcs .1.3. mirre, sarcocolle. 
mumie. elx 4. 3. olie van mastike 
.3. 3 [gerstene bloemen .3. 3. G] 
dit roert al te gadere op .1. cleine 
vier so dat gesmolte?i si wel te 
gadere ende gemmct. dit so spreit 
op .1. linen cleet ende \egget optie 
wonde. 

Cap. 3. 

•I Va(n) ysopag(us) gewo(n)t so dat- 
eer) die spise dore gaet 5 ). 

Die wonde die men stect of sciet c 44c. 
in den hals of in die kele. so besiet 

dat gi versekert sijt hoet staet b 137a. 
metter wonden. Gaet die wonde g 96b. 
int march. so doeter toe als u 
vorleert es. Ende gaet die wonde 
in ysopagws so datter die spise 
dore gaet [alse dye gewonde et 
oft alse hij drinct G]. dese wonde l 162a 
geneest node. of niet. dats daerbi 
dat led es zenewech. Nochtan so 
radic dat gi legt dwingende pulver 
daer op. alse trode pulver es ende 
dander dat daer na volge£. ende 
dat daerop bint wel dakende. ende 
daerna so o^thoude hem die ge- 
wonde lange van etene ende van 
drinkene also lange alse hi mach 
ende so langer so beter. Want 
natnre si verwerct hare onderwilen 
bi haerre snbtijlre cracht dat si 
doet cleven die lippen te gadere G 96c. 
vander wonden alse me?' niet in 
en stect. dwelke doet versceeden 
die lippen vander wonden ende 



') In C schets van een mes; zie fig. IV. 2 ) L. cawten s ) L. bescaemt 

4 ) In C ruimte voor teekening opengelaten, waarin een paar krabbels sijn 
geplaatst. 

5 ) C: Van ghescoten wonde. G: Vanden wonden ghescoten oft ghesteken inden 
hals. L: Van ghescoten wonden. 



127 



dit geerijcht nature bi des vader 
zade dat in den mensee es. ende 
dat namelike in ion gen lieden, 
dewelke niet siin ve?*sceden of 
verteert van des vader nature. 
Dese wonde keilt sonder wieken, 
nie" ziedi dat si hem doet te hei- 
lene weret. dats datter niet uten 
wonden en come no van ate no 

c 44d. van dranke. dan so geeft he?» 
drinken desen dranc dus gemaect. 
<ï Xe/nt glorifllate. hete netelen, 
tente. rode colen. honts rebbe, elcs 
.1. kantvol. campzaet .^. S?. Ende 
al tcrunt dat stampt wel sonder 

g 96d. tcampsaet. dat en stampt niet want 
het soude geren olie. dit doet 
zieden in .3. stopen wijns. ende 
doet versieden tote .1. stope. ende 
daerna so ziet dor .1. linen cleet 
ende dan doeter in .1. luttel zeems 
om te zoetene. dat die zieke te bat 
sonde mogen drinken. Ende legt 
optie wonde .1. root coolblat genet 

l 162b. in den selven dranc. ende dan so 
bint die wonde wel. Dese dranc 
es goet in allen wonden gesteken 
of geslagen met te heilne sonder 
wieken. <I Ende ware n dese vor- 
seide dra/ic te costelijc van wine 
so ne?nt die vorseide cruden ende 
groenen ca?np .1. hantvol. dit stampt 
al te gadere ende gieter op .1. peket 

g 97a. wijns sonder meer. dit so sal staen 
driven sonder zeem ') desen dranc 
mach men oec geven gewonden 

c 45a. lieden. Mer hi nes niet alse nuttelijc 
alse dierste. Xochtan so werct hi 
wel alsoet vorseit es. 



Cap. 4. 

<I Va{n) ivonde(ri) die valle{n) i(n) 
de{n) roep{er)e achtier) 2 ). 

Alse een mensee es gewont in 
den roepere dats daer die adem 
uut gaet ende in ter longene. 
dewelke longere es dienst- 

wijf der herten. o?nme dat dese b 137b. 
roepere es een vanden gecnoesde?^ 
vingerlinen. dewelke houden te 
gadere bi gebinden van hu&en 
beide buten ende binnen, die adem 
diere gaet ute ende in. die en laet 
die wonde niet genesen no luken. 
Xochtan so pijnter u omme te ge- 
nesene na uwer macht alse u vor- 
leert es int naeste capittel vande?i 
ysopagz^s. Ende altoes so wantroest G 97b. 
die vrienden ende dat met scone?? 
worde/i behendelike. 

Cap. 5. 
<I Vand{er) sq(ui)nanciën 3 ). 

Het es ene ziechert dewelke co?nt 
den lieden in den kele int ge- 
swilch. van welken het siin .3. 
manieren 4 ). vanden welken dene 
heet squinancie. dandere sinancie. 
terde quihancie. Dese quinancie 
also hetende, also daer siin .3. 
speciën, dats o?ndat men dese 
swillinge mach heten apostemen 
die siin in ve?'scedenen steden. 
Dese quinancie wast tusscen tge- 
swilch enter pipe?i vander longene?i 
die de roepere es geheten, ende 
dat in ene stede die in latine es 



') L: dese dranc laet staen sonder sieden. 

2 ) C: Van wonden in den roupere. G: Vanden wonden inden roeper aldus. 
L: Van wonden ieden roeper. 

: ) C: Van squinanciën in der keien. G: Vanden quintane vanden welken sijn 
.3. manieren. L: Siecheden der kelen. Van dit hoofdstuk sijn alleen de eerste 
regels in L aanwezig. 

*) Be rest van dit Cap. ontbreekt in G. Er staat slechts: Die medicine ende 
die cuere der of staet in de medicine van mester jan yperman. 



128 



geheten ysmcm dewelke swillinge 
G 97c. haer niet en baert buten, dewelke 
cwe me» es sculdech te bevelene 
gode. Nochtan so doeter toe also 
u geleret wert in die eure vander 
sqtmianciën. ij Ende dander ma- 
niere heet sinancie. van welker 
die humore?i siin som binnen ende 
som bute?ï. ende dese maniere en 
es niet so vreselijc alse die vor- 
seide es. Cjj Ende die derde maniere 
heet squinancie der welker humo- 
ren siin welna buten ende luttel 
binnen. Dese maniere es onvreselijc. 
of van minster vresen. Nochtan so 
esser in vrese groet, alse die kele 
verstopt so dattie adem niet en 
mach uutgaen. no in. dan es die 
mensce in vresen vanden live. ende 
het deert den zieken dat hi swilgei 
siins selves spekele. Ende hine 
mach niet swilge/i no spise no 
dranc. ende hi mach qnalike ver- 
a,demen. Van welker mesqnamen 
G 97d. men es sculdech aldns te beginnen 
omme den zieken te hulpene. 
<I Doeten ierst late?i in die hooft 
adre van den arme an welke zide 
dat het es die ziecheit ten meesten. 
of oec in beiden armen, dit es men 
sculdech te doene tote die zieke 
gaet m onmacht. Ende dies ander 
dags in die .2. blauwe adren die 
hem verbliken onder die tonge. 
Ende dit doet of die zieke stare 
gnouch es. Ende men doene gar- 
gariseren met dyamoronne getem- 
pert met wegebrede watere. of met 
desen watere dus gemaect. 
b 137c. <I Nemt sumac. gallen, balaustia. 
rode rosé blade. dese dinge?* ge- 
stampt doet zieden in rosé watere. 
dit gesoden ende geziët. dan tem- 



peret met dyamoronne. ende gar- 
garisere daer met. Dese gargari- 
sacie dwingen die hu?noren ende 
werct haer lieder lopinge ter 
onsochter steden. Ende int ierste g 98a. 
siin Avi sculdech te gargariseerne 
met couden gargarisaciën alse 
dierste es vanden wegebrede 
watere want si vercout die dinc 
die comt van reumegen humoren 
dat meeste deel. Dan gargariseret 
dander gargarisacie. warat si es 
verterende ende verdickende. Ende 
smeret die kele met dyanteide. 
ende daerboven legt wolle metter 
yeken. Ende dit plaester es oec 
goet daer op geleit. •[ Nemt wortel 
van hoensele ). puelen van len- 
tilgen. dit doet zieden wel in borne. 
daerna stampei in .1. mortier met 
swinen smoute. dit plaester legt 
al warm onder die kele. <I Noch 
.1. ander plaester dat vele meesters 
zere prisen. Nemt verbena die 

stoet ■) [ende stampse met 

zwinen smoute Gr] ende leggeÊ g 98b. 
alwarm optie sqmnancie. hier met 
so es menech genesen die waren 
in groter vresen vande?i live vander 
sqnmancië?z. <I Ende dit plaester 
es oec goet. Nemt wortel van adeke 
ende va?i poret loke dat noyt en 
was versneden, alsene. sinsuun. dit 
stampt alte gadere ende duweitsap 
daer ute. ende minget met gerstenre 
bloeme?i ende van lijosade. so dat 
.1. deel dunne blive. daertoe doet 
gesmouten smere. ende doet in een 
panne opt fier ende doeter toe also 
vele zeems. dit tempert te gadere 
ende doet zieden dat het begint 
dicken altoes roerende, dit piaster 
legt op die sqnmancie al warm. 



') G: heemsche 

2 ) Ruimte, waarboven met andere hand : en s i e t 



129 



[Vanden huve inde Jcele. 

g 98c. Die tmuf dye entlanghet dicke 
ende zwellet dicke. ten welcken 
es goet bloet laten alsoet u vore- 
leert es int capittel van squi?ianciën. 
Ende dair na maect dyt pulver 
ende wrivet dair mede. fy> gallen, 
bloemen vander prumen gernate 
f die men heet in latijn indie. peper, 
canele. dyt pulver legghet opten 
huuff met eenre dore gater pipen 
oft met enen. anderen instrumente. 
den huuff opheffende ende dair 
nae zo maect hem dit gargarisacie 
aldus, ^o Zoeten wijn. zeem ende 
aysil. van elcken eve?i vele. dit (doet) 
te gader zieden. Dye cruyde wel 
gepulvert in enen. mortier matalen 
peper. piretrura. stafisagria. zoet 
balausten. dit ziedt alte hope ende 
gargarisere nochtens ende tsavens. 
Ende maect oec dit pulver 

g 98d. bayen van lauweriers. comijn. 

puleg gumme van arabiën. dit so 

mengel met warmew zeeme dyt soe 
legghet op dye crune vanden hove- 
de op stoppen. Oft dit niet ne ziedt 
(1. dient of diedt) so maect hem enen 
brant met enen gloyenden ysere 
inden necke. Noch dyt pulver dair op 
geleyt op dien necke es oeck goet 
omme te treckene die humoren uter 
kelen. Re pee. dit doet smelte?i op .1. 
cleene vier dair toe dit pulver gema- 
ket van witten wyeroke. dy.t wel 
gemenghet te gadere. dit pulver dit 
legt alsoet voirseit es. Dient (of 
diedt) dit niet so snyttene alsoe u 
vore leert es dair voren metter 
pipen te snydene G-]. 



Cap. 6. 

<I Va(n) brarikein) of ama^drein) 1 ). 

Het wast onderwilen in die kele 
ene swillinge ende dat achter an g 99a 
die tonge alse .2. amandren. Ende 
dats bi humoren die dalen uten 
hoofde bi reuinen. dewelke swil- 
linge bestopt menechwe/'f die stede 
daer die adem uut gaet. dewelke 
stat heet in latien arteria. dewelke "f* 
moete?i ierst siin geholpen met 
medicinen dewelke purgieren die 
humoren. Ende daerna doet den 
zieke?i sitten vore u anschijn ten 
lichte wert. ende vellef hem die 
tonge met ere tinten [ofte metten 
stertte van enen lepelle G] ende doet 
so dat gi moget zien in die kele. 
Ende doetse ierst gargarisere?i hier 
met. ^ Nemt gingebere. peper, c 46a. 
pireter. droge figen. dit stampt 
ende doet zieden in zoeten wine. 
ende ziet alst gesoden es. ende 
doeten gargariseren dit. Ende en 

hulpeÊ den zieke niet. so besiet b i37d. 
also u vorleret es. ziedi ten ende g 99b. 
vander tongen die .2. alse ama(n)- 
dren. want dats hare rechte stede, 
so hebt met u .1. ysere?i hakelkiin 
[flg. XXXVI) of coperijn 2 ). ende 
haeltse ute deen achter dandere 
ende snijtse elc sonderlinge of 
met ere vliemen (flg. XXXVII) 3 ). 
of met enen andren instrumente 
daer toe gemaect. Dander hudekine 
diere in bliven die laet daer inne *). 
Mer doet den zieken gargariseren l 163a. 
met deser gargarisacië?i. «I Nemt 
rosé water ende aysiin te gadere 
geminct. ende mi?icter met sap van 



') C: Van der apostemen onder die tonghe. G: Van den amandele. L: Van .1. 
zwere onder die tonghe. 
-) In G schets van een haakje. 

3 ) In G schets van een mes. 

4 ) In G een schets. 

9 



130 



g 99c. wegebreden. Ende eist dat zere 
bloet. so doeter toe gescuuwit zee?n. 
Ende eist datter af corat stanc. so 
snijt die veile uut diere in bleven- 
ende dan bescoudt die stede dor 
.1. pipe met enen instrunie?ite va?i 
goude gemaect {ftg. XXXVIII) 1 )- 

[Vande quinancie ende wat 
lanfranke gheviel in de ste- 
de van melane. 

c 45b. Ie zal u scriven eene goede 
leeringe ende dat bij exemplen wat 
dat meester lancfranc gesciede 

l i62c. indye stad van melanen van eener 
ouwer vrouwen wel van 49 jaren 
die hadde eene squinancie (?) van 
fleuinew die welke hadde al be- 
grepen dye beyde .... buten ende 
binne?ï ende zine mochte spreken 

g 99d. no s weigen. dese hadde .1. jongen 
meester onder handen de welke 
der vrouwen beterde hare zeerhede 
ende hare zwellinge meerde hare. 
Ende meester lancfranck wasser 
ontboden dye de vrouwe vont 
cranc ende en hadde niet gheten 
bynnen 9 dagen no ne dorste niet 
slapen omme dat zij versmort 
waende hebben der welker vrouwen 
puls was cranc. hij taste dye stede 
onder dye kin ende hij vant die 
stede, liggende zere diepe die na- 
ture, wair bij hem dochte dat zij 
soude moghen versmoren eert 
ute ware te broken uut waert oft 
inwaert wair bij hij riet dat mem 
hair .1. gat soude maken onder 
den kin mei eenen scerse aldus 2 ). 
Dye vriende consenteerdent ende 
g ïooa. hij deedt ute. ute welker wonden 



liep vele vertegen s ) materiën ende c 45c. 
hij lieter vele in meneger stede 
ende u geleert heeft cortelike *). t 
dair na begonste hare dye vrouwe 
bat te bevoelne ende haren adem 
te hebbene ende haren puls dye 
sterckede. dair na so gaf hij hare 
een luttel coxthe 5 ) vanden welke?* 
hare vele liep ute der wonden. 
Ende hij leyde op dye wonde 
plaesteren van apiën ende van 
terwene bloeme?i ende van zeemen. 
hebdijt niet hier voren het wert 
u geleert int capittel vanden an- 
traxiën ende geseyt zine virtuut. 
Dat leyde hij soe lange dat uter 
wonden die altoes stanc quam 
ene taye arterie ende zere stin- 
ke?zde dwelke was oft ware .1. 
stic van enen derme al soe lanc 
ende alsoe groet, dye welke was 
van vleesche dat vertech was. dye 
welke stede nemmermeer en stanc. g ïoob. 
Alse dat ute comen was hij gaf 
hare haer voetsel ende dat so l i62d. 
dynne dat zijt mochte zupen met 
eenen zilveren pipe dye welke zo 
stac zo diepe dat hare hare drincken 
niet mochte uut comew ter wonden 
(fig. XXXIX). Alse dat vorseyde c 45c. 
stuck uut was ende dye stanc was 
geleden hij dwoech die wonde met 
warmen wijne ende dair na so 
leyde hij dair op swerte zalve dye 
welke ghij hebt int capittel van- 
den hoeftwonden al dair genas 
die vrouwe. Dat selve gesciede 
mij int jaer ons heeren MCCC 
ende XXVIII ten beghinne type- 
ren ane eene jonghe beghine G]. 



l ) Ook in Gr schetsen van een „pipe" en van een „brant". 
*) In G schets van een mes. 

3 ) L: verrotter 

4 ) C: ende hi lieter oec wat in ende dat bi redenen die men jou sel leeren 
6 ) C: colitse 



131 



Cap. 7. 

<I Dits va(n) ranula ond(er) 
die tong e '). 

c 46b. Onderwilen so wast onder die 
tonge .1. aposteme van vlesce 
g ïooc. diemen heet in latine ranula. dats 
in vlaerasce .1. puut 2 ) dewelke 
were£ der tongen haer werc te 
doene. dats te formeerne die wort. 
Ja hi wast ondertiden so groet 
datter die mont met es al vervult. 
Van welke?i es mijn raet. dat als 
die aposteme cleine es so maecter 
toe dit plaester. <I Nemt operment, 
trode ende tgeluwe ,\. 5. gingbere. 
zout. gallen 3 ), peper, pireter. van 
eiken .1. 5. dit tempert met aysine. 
ende maec daerin catoen nat. ende 
daer met wrivetf. Ende wildiere af 
-|- maken cockelkine getempert met 
aysine. entie droocht. ende haddi 
daer af te doene. dan so wrijfter 
.1. ontwe ende doet daer met also 
u vorleert es. Ende dae?'na so houde 
die zieke in den mont olye van 
g lood. rosen tote dat die swéringe es 
leden, dewelke hi hadde bi der 
wrivinge?i vanden pulvere. C|[ Ende 
of dit niet en hulpt entie aposteme 
si so groet, so bedarf dat mense 

c 46c. snide met enen scerse aldns. ende 
trect uut met enen hakelkine aldns 
{zie fig. XXIX) ')■ <I Maer siedi dat 
die aposteme bruun of swert of hart 
es. ende si niet beseffelijc en es 
den zieken, so en comter niet an. 
want si soude siin vander materiën 



van melancoliën. ende dan so en 
genasen si nemmermeer. Die gene l i63t>. 
die gi moge£ sniden sonder vrese 
die siin moruachteeh ende kerende 
ter w'itheit wert. dewelke niet ydelt 
van harre wache^. optie welken 
men es sculdech dus te werkene 
(zie fig. XXIX). Slaet daer in een 
hakelk^ onder die tonge 5 ) ende G ïoia. 
haeltse ute ende versceetse 

vanden [goeden G] vlesce vander b 138a. 
tongen met enen scerse (zie fig. 
XXXVIII 6 ) ende treckei al ute mei- 
ten hakelkine. ende daerna so dwaet 
den 'mont met aysine ende met borne. 
ende daerna so heiltse also u vorleert 
es int capittel vanden tantvlesce. 

Cap. 8. 

<I Va(n) g(ra)te(n) of bene(n) ge- 
scote(ri) i(n) de kele 7 ). 

Alse een been of graet van enen 
vissche verwert in der me?iscen 
kele. dan so stelt den mensce dat 
sine kele es in die lucht of in die 
zonne. waerbi dat gi moge£ zien G ïoib. 
te diepere in die kele. ende velle£ c 46d. 
die tonge 8 ) [met enen houtken 
of L] met uwen dume. also u vor- 
leert es. ende alse gijt ziet so 
stekei 9 ) ute so gi ierst moget. 
Ende het es oec goet dat gi den 
mensce doet eten so gi meest moget. 
ende dan doeten keren die spise 
eer si begint verteren in die mage. 
€][ Ende en wert die mensce niet 
delivereert vanden bene merten 



') C: Van apostemen inder kelen wassende ter tonghen waert. G:Vanranulen 
onder die tonghe. L: Van apostemen die wassen onder die tonghe. 

: ) C en G: puud; L: padde 3 ) G: galligaen 

A ) In Gr schets van een haakje. 5 ) In Gt een schets, ook in L. 

R ) In Gr schets van een mes. 

1 ) G: Van dat een been ofte een graet verwerret in der keelen. G: Alse een 
been oft grate van vysche ghescoten es in die kele. L: Van bene of van grate 
die verwaert in die kele. 

8 ) L: duwet die tonghe neder 9 ) L: trect 



132 



keerne. so maect vaste an enen 
sterken draet .1. cleine stiekelkijn 
van ere spoengiën. dewelke gi 
doet de?i mensce swilgen die dat 
vorseide been in heeft, dewelke 
spoengie gi selt uut trecken mepten 
drade diere an es gecoppelt. Ende 
dus sal dbeen of graet verwerren 
i/i die ruheit vander spoengiën. 
Of hi swilge .1. herde corste brodes. 
g ïoic. dewelke hertheit te rechte sal 
doen dalen. 

Cap. 9. 

<I Van bociu(m) an die kele 
gewassen '). 

Bociura es .1. aposteme van 
vlesce die wast an die kele buten, 
die welke hout vaste ondertiden an 
die geet adre. ende onderwilen an 
die zenewen van den halse of 
vander kele. Ende dan so eist vrese 
daer an te comene. want waerse 
vast an die geet adere. diere an 
quame omme te genesene. hi 
c 47a. doodde den mensce. ende dat also 
L 163c houde alse hi wonde die geet- 
adere. want die aposteme esser so 
vaste ane gecoppelt. dat mense in 
gere ma?iieren soude mogen sceden 
sonder grote vrese. Ende waerse 
andie zenewen men soudse niet 
mogen sceden sonder die zenewen 
G ïoid. te qnetsene. Ende dlichtste datter 
den zieke?i af stonde te comene. 
dat ware dattie zieke soude werden 
croï^halsende. Ende dese aposteme 
comt vaw ere reumen dewelke 
dalen uten hoofde in die kele. 
•ï Dese aposteme versterft gerne 
opt kint [vanden vader oft vander 



moeder C L G] of op enech van haren 
geslachte. Also doettisike. artetyke. 
laserscap. apostumacia. dat 

es die grote litargie. Ende vele b 138 b. 
ziecheiden die me« heeft in die 
ogen. «I Ende alse ghi wilt genesen 
dese aposteme?i. of raet daer op 
geven orarae te genesene. so moeti 
ierst so doen. dat gi die humoren 
die hier toe lopen bi costumen 
van natnren siin gedigereert. ende 
daerna gepitrgiert met medicinen 
die pnrgieren dese humoren, diere 
te vele siin entie gemindert. ende g ïoibis a. 
dit bi rade van enen vroeden 
flsisiin. ende het ware oec nuttelijc 
dattie surgijn ware medicijn ende 
oec recht, alsi waren ten beginne 
alse ypocras was ende galienus 
ende avicenna. ende also mer noch 
vint in saleerne. overberch te 
monpelier. ende te parijs, ende also 
mer noch vint in andren steden 
opten dach van heden. Ende dese 
plaestren siin vonden om die hu- 
moren te doen smilten. of dat 
vleesch dat hart es af te doene. 
q Nemt die wortels van radeke. 
van cucumer agrest. van saxifragen. 
dese wortels doet zieden in borne c 47b. 
ende daerna so stootse met swinen 
smoute of met roete van boeken, 
dit plaester legt lange optie wonde 
of op die bootse. § Ende maect 
oec desen dranc. Ontdelft al sin- G ïoibis b. 
gende pater noster. die wortel van 
enen okerbome 2 ). die noyt noten 
en droech. desen wortel so stampt 
met. 200. pepercoornen. doet dit 
al wel zieden in goeden wijn tote 
die helft es versoden. van desen 
wine so drinct alle dagen nuch teren 



') G: Van een stic vleesch wassende ane die kele dat men heet bocium. G: Van 
apostemen van vleesche. L : Van een stic vleesch wassende an die kele of der omtrent. 
') G: noetboeme 



133 



tote hi si verloost vander bootsen. 
ij Ete oec tarwenbroet met allen 
ripe ende niebacken. ende drinke 
goeden suveren ') wijn. Ende 
wachtera van wiven .1. jaer. No 
l. i63d. en ete geen coude spisen no en 
drinke genen borne 2 ). want dese 
ziecheit corat in menech lant van- 
den watere vanden lande, want 
dat water dat men daer heeft dat 
corat van sneuwe. waerbi ie jugiere 
dat sneeu water es qnaet 3 ). Ende 

G ïoibis c. wildi werken met surgiën. so ont- 
hout mine lere want dese boec es 
surgie. €J Siedi dattie bootse niet 
en houdt vaste an zenewen no 
an die geetadere. so salmen nemen 
.1. scers ') ende sniden die huut 
ontwee boven optie bootse. ende 
peltse uut of gi moget sonder den 
zieke te zere te pinene. Ende en 
mogedi niet dit doen. so legt op 
dat rouwe vleesch .1. luttel realgars 
ende dat niet te vele. want legt 
diere op iet te vele 
b i38c. gi doodt den mensce die de 
bootse heeft, of legter op vanden 
pulvere dat gi vint int capittel 
vanden wannen die siin op thooft 
ende daerna so legter op smout of 
botere also u vorseit es int selve 
capittel. Ende dus doet tote gi 
hebt tfieesch ute. Alse gi ziet dat 
tfleesch mindert, so legt in lanc 
so min van uwen bernenden 
pulvere daer op. want en wrochti 

g ïoibisd. niet behendelike. gi mocht die 
geetadere bernen. ende daer orame 
soude die mensce sterve?i. Maer 
alse al tfleesch es ute entie wonde 



wel es gesuvert. so heiltse also u 
vorleert es in dierste partie van 
desen boeke dewelke leert vele 
vanden hoofde gewont. 

Cap. 10. 

«I Van scrofule(ri) dieme(n) heet 
sconinx evel 5 ). 

Scrophula in latine es of bediet l i63d. 
in vlaerasce soch want also die c 47c. 
soch werpt vele verkenen also 
werpt dit ongemac vele dieren, 
die wassen onder die oren oratrent 
die kele ende onder die kele [ende 
onder die kinne L]. onder die ocsele. 
ende in die liesche orame die 3. 
leden prmcipael die hem daer pnr- g 102a. 
gieren, also ie u noch hier na sal 
maken vroeder int capittel vanden 
sweren. ende van desen daer dit 
capittel af sal leren. So sijnre beide 
grandulen ende scrophulen. Ende 
grandula es. .1. cliere. die es meest 
van huraoren diemen heet fleuma. 
Ende scrophulen die siin meest van 
huraoren die men heet melancolie. 
Ende glandulen die siin moru ende 
scrophulen die siin hart. Ende si di 
daertoe geroepen orame te gene- 
sene, so sijt vroet weder si siin 
out of nuwe. Also avicenna seit. 
Men es sculdech ierst dengenen 
te pnrgierne diese heeft, ende siin 
voetsel te minderne. Purgieren 
dat es keren ter kelen dat zere 
hulpt den genen die scrophulen of 
dieren hebben. Ende en hulpt dit G 1021» 
niet wel. so moet menne pnrgieren 
met medicinen die macht hebbe?z 



x ) L: rijnsse 2 ) L: cout water 

') Be rest van dit Capittel ontbreekt in C en L. 

*) In Gr een schets van een mes. 

5 ) C : Van scrouffelen dat es eene mainere van dieren ende si heeten na die 
soghe. G : Van dat men in vlaemsche heet sconincs evel dus. L : Van scorften 
of dieren an die kele. 



134 



te piwgierne gorseme humore?i van 
fleumen. also dit pulver doet. 
€J Nemt turbith. gingbere. wit su- 
ker. van eiken even vele te gadere 
gepulvert. van desen pulvere en 
geeft niet den zieke?* boven .2. 5. 
of ene .5. na siere cracht. Ende dit 
so geeft hem ter middernacht of 
een deel daer achter, ende slaper 
op .1. luttel, dat es tote hi begint 
ter cameren gaen. ende dan en 
c 47d. slape niet meer. so dat hi heeft al 
gegaen. Ende wachte?» wel so dat 
hi niet sat en ete. no 

b i38d. en ete niet nave?is. no en dri?*ke 
genen borne. No niet dat cout es 
op siin spise. Ende he?n es goet 
dat hi gedoge vele hongers. Ende 

G i02c. wachtem van vele te stupene. want 
dat ver willet thooft va» humoren. 
ende en kniele niet vele op sine 
knie>i. dat hi hem doet venteusen. 
dat nes niet goet. want die ven- 
teuse ydelt die sw&tile natwre ende 
laet die gorseme. ij Nu weten gaen 
ter curen van desen scrophulen of 
glandulen of wanne. Men es scul- 
dech ten iersten te proevene of 
men dese evele mach doen ver- 
gae?i. ende smelten mei plaestren. 
dien men sal leggen optie gehele 
huut. Nochtan so en mickender 
niet op vele liede sine ware uut 
tebroken. Ende sulke siin diere op 
micken. Ende diere op micken ende 
verdriet dat sise hebben, dien 
salmen maken dese plaestere ende 

i. 'ii. leggc?ise daer op. <J Nemt rode 
slecke?i die ziedt met swine?* 
smoute. ende doeter toe zeem dit 

G iü2d. so minct wel te gadere. Ende dit 
piaster so legt op die scrophule ge- 
heelder huut. «I Een ander. Nemt 
wortel van hoensce gestoten. 



ende gesode?i met swinen smoute. 
of hoendren smout ende met wine. 
hier af maect .1. plaester dits oec 
goet. q Noch geets cotelen geminct 
met aysine ende met zeme. dats oec 
goet. q Nemi armoniac. bedelli. 
galbanum. van eiken even vele. 
dit stelt .3. dage te smeltenc in 
sterke7i aysine. ende daerna so tem- 
pert daer met sulfer, ende maecter 
af .1. plaester. dits oec goet. q Avi- 
cenna seit dat dit plaester es won- 
derlike goet dat men maect aldns. 
Nemt wortele vaw lelyën ende lijn- 
saet. duvenmes ende al dit tem- 
pert wel met wine. Of die niensce 
die de scrophulen of glandule/i of g ïosa. 
wannen heeft es van zere couder 
natnren. ende si niet ontvarwei en c J8a. 
siin. so doet te meer van den 
duve?imesse daer in '). Maer oft 
also niet en si. so doeter in temin 
vanden duven messe. Ende eist in 
kindren oft in vrouwen, so en doe- 
ter in maer tfirendeel duven mes. 
CJ Dits een zeer geprijst plaester 
van avicenna. ende dit piaster pri- 
sen alle meesters, dewelke es quaet 
te makene. of gine siter op so wel 
berecht als gijt maect. dat gi wacht 
dat gijt niet en bernt. no en laet 
ontlopen int vier. dit plaester heet 
in latine emplaustrum dyaquilon. 
Hets goet op gehele scrophulen 
ende op wannen, ende op alle herde 
sweren. 

Ende men maket aldus. fl Nemt b u4c 
venigreic. lijnsaet wortel van 
hoensce. elx een .«'. dese dingen g ïosb. 
doet elc in enen nuwen erden pot 
bi hem versceden. ende giet op elc 
sonderlinge .3. ft. speel heets wa- 
ters, ende latei also stae?i enen dach 
ende enen nacht, daerna so doet 



') De rest van dit Cap. ontbreekt in C en L. 



135 



elc spelen bi hem .1. luttel, ende 
daerna so wringet elc bi hem dor 
een linen cleet. so gi elc meer 
pijnt, soet beter es. Ende maect 
van eiken bi hem een die lijm. 
daerna so nemt onder .J. 'S', litar- 
girum. dit stampt wel cleine ende 
sichte£ dor .1. gedichte zeve so 
dat wel cleine pulver si. dan nemt 
oude olie van oliven entie suver 
ende claer .2. fg. daer met ziedt 
litargirum altoes roerende op .1. 
cleine vier tote dat .1. luttel si die 
verwe verkeert. Ende wildijt proe- 
ft 103c. ven oft gnouch es. so laet een 
dropel drupen op enen steen of 
op ten bodem van *enen beckene. 
houde£ te gadere sonder versceden. 
so eist gnouch gesoden. so doet 
die panne vanden viere ende l&tet 
vercouden. .1. stuc. Ende dan hebt 
van den lime dat gi hebt vor- 
maect also u vorleert es .1. ft', ende 
een virendeel. dat mlnget metter 
oliën ende nietten litargiru?n dat te 
gadere es gesoden. daerna so stel- 
let op tvier ende doet zieden al- 
soet u vorleert es. dit roert altoes 
met enen spatule solange ziedende, 
dat becomt dicke als was. dan so 
stellet van den viere ende walke£ 
ende bouwet met uwen handen, 
dewelke gesmeret selen siin met 
oliën van oliven dat die plaester 
g i03d. an u hande niet en cleve. so gijt 
langer pijnt, soet beter es. Dit 
plaester es goet alsoet vorseit es 
Ende al dat hier es geleert es goet 
op daer die huut es geheel. Ende 
dit plaester dat gi hebt nu. dat 
es goet op sweringe. ende dusen- 
tech werven beter dan treyt es. 



Cap. 11. 

<I Va{n) scrophule(n) of glandule(n) 
te snidene '). 

Eist dat ghi sijt geroepe?i te 
scrophule?i of te glandulen die 
men sniden moet. so besiet wel. 
of si houden vaste an die zenewew 
of an die geetadre. snidise da?i gi 
avontuert den mensce. Ende wil- 
dise sniden so hout die cliere of 
wanne of glandule tusscen uwe G 104a. 
vingeren ende uwen dume. ende 
dat so seker dat si u niet en mo- 
gen ontvlien. Ende dan 

so hebt in u hant .1. scers ende b 139b. 
snijt die huut nauwelike ontwee. 
ende dat op ende neder die snede 
lanx den lede. so dat gi dled niet en 
dweerst. Ende wacht dat gi niet 
en snijdt den sac vanden vorsei- 
den dieren, ende dan so scole£ van 
den vlesce ende vander huut ende 
pelet ute also voort dat gijt al 
geheel uut doet. eist scorphule 
glandule of wanne, treckende met 
enen hakelkine dat giere toe hebt 
gedaen aldus (fig. XL) 2 ). Ende of 
dbloet verwint, so stremmet als u 
vorleert es. Ende ofter iet in blivet G i04b. 
vanden sacke. so doet ute alsoet l i64b. 
u geleert wert vroedelike int capit- 
tel na volgende. 

Cap. 12. 

<I Van scorphulefn) of glandule(n) 
uut te broken 3 ). 

Het hebbe?i vele lieden geloven c 48b. 
ane den coninc van vrankerike. 
dat hem god heeft gegeven [dye 



') C : Van scrouffelen te snidene. G : Van scrofulen of glandulen te snidene. 
L : Om scroffelen te sniden. 

2 ) Ook in G- en L een schets. 

3 ) C : Van des conincs evele. G : Vanden scrofulen de cuere. L : Des coninx evel. 



136 



gracie G] te genesene die lope?*de 
scorphule??. Ende dat es allene met 
sine/i begr/pene met siere hant 
ende dan te besiene. Jlet genees- 
ter vele met hareri gelove ende 
onderwilew genese?? sulke niet. 
€J Eenperlike seggen menege boeke 
va?? surgië?* dat enech meester 
viseert, dat me» den zieken leide?? 
soude op .1. lopende water op sente 
Jans nacht in den zomer, ende 

G 104c. doene daer op bloeden, so dat 
dbloet valle int water, ende hi seit 
oec datter vele souden genesen. 
€fl Alst al es geseit so dunct mi 
dit die rechte cure entie zekerste. 
Nemet tpulver dat gescreven es 
int capittel van de?* wannen int 
boec vande?? hoofde, van den wel- 
ken gi doet .1. luttel optie scör- 
phule?? op elc sonderlinge. Ende 
dies ander dages so hebt swinen 
smout, daer in gesode?? siin rode 
coolen. ende dat legt daer op tote 
dat die dieren uut valle??. Ende 
comter een ander i?i die stede lig- 
gen, so doeter also toe. tote dat 
dae?" netnmeer en comt. ende da?? 
heilt die wo??de alse ene ander- 
wonde. Ende also doet die gene 
die gi snijt. legt dat pulver opten 
sac die gi snijt ende die daer in 
c 48a. blijft. Hier af so vorsiet u wel. dat 

g HMd. gi den zieke?? niet en avo??tuert. 
no u selve?? niet en brinct i?? pel- 
lote?? '). alse menech meester hem 
selve?? heeft bracht, bi dat hijs met 
en co??ste. of bi roekeloesheiden. 

Ende hier met si o??s nu gnouch 
hier af. 



b 139c. Dits die tafele vanden sevende?* 

l 164c boeke. dwelke sal gaen vande?* 

halse ende vander kele?* nederwert 



tote allen leden ende tallen stede?? 
vande?? lichame. Ende 

1. ierst van datme?? wont adren 
of arteriën te meneger stede anden 
lichame. Ende dat men die stelpe?* 
moet vande?* bloede sddus 

2. Van den canebene gewo?*t of 
d«e?'omtrent 

3. Van wonde?? gesteke?? met 
knive?* of etc. 

4. Vander he?*ten gewont 

5. Van doot wonde?? waer datse 
vallen ant lijf 

6. Van der niere?? gewont 

7. Va?? musen of zenewen ge- 
wont in de?? pistel 

8. Vanden ellenboge gewont of 
ande?*e ju??cture?? 

9. Van wonden in die darnie?* 

10. Van te corttene die darme?* 

11. Van den gescorde?? of die 
de?* steen hebben 

12. Van carnoffels gelijc de?? 
gescorde?? 

13. Vande?? stene dat ondersceet 

14. Van den spene?? 

15. Van te genesene die spene?* 

16. Van den praeparaciën 

17. Van der tijt datme?? medici?*e 
geven sal te vorsiene 

18. Van spenen die comen van 
den menisoene 

19. Va?? .3. manieren va?? spene?? 
te bekenne 

20. Van .4. adren die men heet 
spenen 

21. Va?* geswollene?? spenen te 
vorsiene 

22. Van handelinge?? te verstane 

23. Van bute?* nature te werkene 

24. Vande?? dyescinkele uter 
stede 

25. Hoe die dyescinkele es ge- 
maect boven 

26. Vanden dyesci?*kele te broken 



>) G: pilote 



137 



27. Noch vanden dyescinkele te 
geDesene 

28. Van te settene dbeen eer 
ment spalct 

29. Vanden Knie uter stede 

30. Van wonden int knie 

31 Van den bene te broker. 
32. Va,n benen die uutragen 



33. Van diversen meesters 

34. Van andren meesters 

35. Vanden voete uten lede 

36. Van den voete verwrongen 

37. Van den voete te broken 

38. Van diversen we?rkene van 
meesters 

39. Noch van andren meesters ') 



: ) G: Hier willic eynde maken vanden anderen boeke dye es vanden halze wair- 
bij ick bydde alle denghenen diere an zullen zien ofte leeren dat sij zullen byd- 
den over den ghenen die desen boek troc uten latyne int vlaemscbe want ick 
deedt bij mijnre vanden genen die achter mij soude bliven omme dat sij niet 
en souden zijn puer leec want die meeste hoep die hem onder wynden op den 
dach van heden dye wetender mynst of wat dat sij doen dat es .1. groote vreese 
hem lieden 
G 105a. ende aventueren zeere hare ziele omme te hebbene dat erdsche goet. god moetse 
allen bewaren. 

Hier eynt die ander part ij e vanden bouke. 

Hier eyndt dye ander partije vanden boecke. ende es dye boec van desen halse 
ende vander clieren ende vander kelen. 

Ende hier beghint dye derde boeck die zo gaet tallen leden vanden mensche 
ende es comen tallen steden vanden lichame 

Het gevallet dat men snijt dweers ontwee aderen oft arteriën in menegher steden. 

1 vanden lichame 

2 vanden canebeene gewont oft enech ander been omtrent 

3 van dat een mensche es ghesteken met cniven oft met anderen wapenen. 
G 105b. 4 vander hertten gewont die tekine daer af 

5 van allen doot wonden ende wair zij vallen 

6 vander nyeren gewont 

7 vanden musen oft zenuwen gewont inden aren oft eldere 

8 van datmen .1. mensche wont inden ellenboge oft dair omtrent 

C: Hier soe hent die andere pertie des boucs. Ende hier beghint de derde pertie 
in gods namen 

Ende het ghevalt menichwarf dat men snijt arteriën ofte aderen van den kake- 
been ghewont 

Van dat een mensche es ghesteken met kniven 

Van der herten ghewont 

Van den wonden in den nieren 

Van rudichhede over al dat lijf 

Van worten die comen in tansichte ende elder overal dat lij! 

Van den .iiij. speciën van laseriën 

Van der speciën alopicia 

Van der speciën leonina 

Van der speciën elefancia 

Van tyrasis 

Die proper cuere in alle die speciën 

Hoe laserie toe corat van ghenoten 

Van den tresoer omme te verhoedene lazeriën 

Van den ghenen die venin genomen heeft 

Van teekin der slangen 

Van beeten van scorpiloene 

9* 



138 




G 105c. 



C 49a. 



L lt.4d. 



CAP. 1 '). 

el gevalt dat men snijt 
dweers adren on twee of 
arteriën in ineneger stede 
^ an den lichame. uut wel- 
ken adren of arteriën loopt also 
vele bloeds dattie zieke valt in 
o?iinacht ende siin anscijn wert al 
wit. ende het scijnt dat die ge- 
wonde stervet. Ende dat es om dat 
hi heeft te vele bloets gelate?i. bi 
welken dat dit es mijn. raet. dat 
gi legt op die wonde pulveren die 
stremmen also u vorleert es int 
proper capittel van den stremmene 
dbloet. dewelke staet in die ierste 
partie van den hoofde. «I Ende het 
gesciet dicken dat natnre haer ver- 
recht, die welke vervult die adren 
bi bloede dat si sendei vander 
leveren, entie gewonde wert weder 
bloedende in onmacht. Of bi dat 
hem die gewonde so piint of roert 
sijn led. daer hi in gewont es dat 
daer bi comt. alst dicwile gesciet 
es die gebloet laet sij?i 2 ) van wel- 
ken gi sijt altoes so berecht op u 
wachte dat gijt in tijts niogetf 
weren. Want pulver no coniuraciën 
no cracht van stenen so en mach 



hem niet stelpen. Waerbi mij?i raet 
es. ende ooec die leringe van mees- g i05d 
ter hugen van luken. datmen hebbe 
vormaect die scrode daer inen mede 
bint. ende dat dwingende even 
effene. ende niet te zere. Ende doet 
die wile houden ene?i andren 
mensce sinen vinger optie adere 
of arterie diere ontwee es. so dat 
daer geen bloet uut en come. Dese 
redene es bi dat verstorkelt ende 
wert dicke onder den vinger, om 
dat men lange daer op hout. so 
langer so beter, ende daerna so 
bintene also u vorleert es. [Ende 
meester hughe van lukes die 
seit alsmen den vingere of doet 
van den wonden dat men op den 
wonden sal stroien dit naevol 
ghende pulver. Cfl R^, aloë epa- 
ticum .5. ij. boli armenici !%.\. san- 
guis draconis .5. i. thuris albi et 
pinguis .5. iij. misceantur et fiat 
pulvis subtijlis ende boven desen 
poeder stroiet een lettel tarwin 
blomme ende daer boven lecht 
eenen piaster ghemaect van stop- 
pen ghenet in dat wijtte van den 
eye ende asiin tegader gheminget 
ende alsoe verbindet ende men sal 
dat ledt hoegghe leg- 



Van der armer tresoer. 

L: Hier so ent die ander pertie des bukes ende beghint die dorde pertie 
in goeds namen. 

1 Het ghevalt menichwerf dut men snijdt ontwee aderen ende arteriën dwers 

2 Vanden kanebeen gbewont 

3 Van dat een mensche es gestekew met knive» 

4 Van allen doetwonden 

5 Vanden wonden in die nieren 

6 Vander mnus ghewont in den arm 

7 Vanden wonden inden ellenboghen 

8 Van doren of pyl in derme 

9 Van eten ende drinken der ghewonden 

10 Van spasmen ende crampe 

] ) In C staat boven dit Cap. een mansfiguur geteekend, waarbij volgens 
Broeckx geschreven staat: Henri Van Wilghe. 

-) L: ende daerbi so ghesciet dieken dat natnre in den ghenen die gelaten sijn 
dat si worden weder blodende. 



139 



c 49b. ghen. Een ander, mester hughe 
van lukes die seit dat men den 
vinghere houde op den wonden. 
ende datmen ghiete op dat ledt cout 
water daer met sal die spelinge ende 
die hitte van den bloede weder 
keeren ende hoemen die vinger 
langer der op hout hoe beter is ende 
als men ten vingerewert stroit van 
den vorseiden poeder der op ende 
der boven leght een piaster ghe- 
net in aisiin ende dwitte van den 
eye. Ende alse de siecke ghevoelt 
de hitte in de wonde men sal 
hastelic of doen den piaster ende 
men sal der op legghen eene ver- 
sche piaster ghenet in aisiin ende 
dwitte van den eye ende dit doet 
altoes tote dat die ghewo?iden seght 
datti niet meer hitte ghevoelt no 
verspringhinge van bloede. Ende 
hi serijft oec datmen die stede sel 
vercoelen van datme?i der op sal 
werpen aisiin ende water te gader 
gheminget alsoet vorleert is int 
cappittele van den wonden testrem- 
mene van bloede ende dan heelt 
de wonde ghelijc dat jou dicke 
gheleert is voren ende nare C] '). 
«I Meester hugen van luken 
seit eer hi stremmen dat lopen 
vanden bloede, dat hi ierst bluscht 
die verspelinge of die hitte die in die 
adren siin. ende dat met couthei- 
den van couder medicinen. alse 
es aysiin en twitte van den eye. 
g 106a. Ende als die gewonde beseft die 
hitte in die adren of arteriën ende 
hijt u seit. vorvoets so doet af die 
plaestren die liggen optie wonde?* 
ende legter op nuwe plaestren van 
aysine ende van witte vanden eye. 
Ende alsi verwarmen so vernuwe£se 
al tote dat die gewo?ide seit dat 
hi niet en beseft verspelinge no 



hitte van bloede. Of vercoudt die 
stede mei daerop te werpene cou- 
den borne. ende aysijn te gadere 
<E Ende het siin sulke lieden die 

seggen dat cout warm verhit, b uoa 
ende dat warm vercoudt. sine weten 
niet wat si seggen. want dat cout 
es. dat doet dbloet vlien. dwelke 
es onse natnrlike hitte, ende warm 
water dat verhit. wa?it gelike ver- 
blijt hem van sinen gelike. Die 
baertmakere en laet niet in couden 
borne. no die gene die cout heeft 
en verwarmt niet in couden watere. g 106b. 
Alse .1. mensce hem dwaet in 
couden watere so slutew die porosse. 
dewelke siin dor nauwe gaetkinen 
in die huut. entie siin daer o?ise 
sweet dore comt. Ende om dat die 
siin beslote?£ metïen couden borne. 
so en mach geen natnrlike hitte daer 
ute scieten. ende dus so dunct hem 
dat tcoude water verwarmt. Ende 
dat warm water ontdoet die porosse. 
ende dan so sciet daer ute die 
naturlike hitte, dus so en mach 
si niet verhitten die stede, also & io6c. 
den mensce du?ict in den winter 
die baedt in warmew watere hi 
hevet te coudere daeraf memch- 
werven. ... dage daerna. Daer omme 
dwaet hem die ribaut in den win- 
ter met coude?i watere smorge?is 
die qualike gecleet es of naect 
wille gaen. dus so slut hi dan sine 
porosse. dus so behout hi dan te 
bat sine natnrlike hitte. Ende als 
.1. mensce. badet den zomer in 
couden watere ende hi vercout. 
daerna als hi gecleet es so heeft 
hi meer hitte?i dan hi hadde te 
voren eer hi ginc baden. Ende 
blijft hi in couden watere. hem 
salder af hongeren, ende dats om 
dat tcoude water drijft die natnr- 



: ) De rest van dit Gap. ontbreekt in G en L. 



140 



like hitte iuwert in den licharae. 
welke hitte doet vertere?* die spise 
die in de mage es. dits al geproeft 

g i06d. ende merkei wel gi vindet waer. 
CJ Ende alse dit bloet es gestre?n- 
met. so legt optie wonde die pias- 
ter van stoppe?i die genet siin in 
co uden water e ende in aysine ge 
mi net te gadere. ende laet die plaes- 
tere met daerop verwarmen. Daer- 
na so legt optie wonde u rode 
pulver, ende genesei also u vorleert 
es. <& Ende voort wert gewijst hier 
na hoe rne?ise sculdech es te ge- 
nesene in misseliken steden eldre. 
Ende die dus hebben verloren haer 
bloet alst vorseit es alse gi ver- 
sekeri sijt dat si nemmeer en bloe- 
den, so voedse met dra?*ken ende 
met spisen die goet bloet make?* 
alse capoene hoe?idren kiekine 
pertricen wedren vleesch ende 

g 107a. daerin gesoden persiin ende daeraf 
gemaect .1. sover mei doders van 
eyeren ende drinke goeden su ve- 
ren wiin. dus ete ende 

b i4ob drinke hi es al genesen metier 
hulpen van natrwen. wien god die 
cracht heeft gegeven, want sonde?- 
hulpe van gode en heeft natnre 
gene macht. 

Cap. 2. 

fl Va(n) de(n) canebene gewont of 
daer o(m)trent '). 

Het gevalt menechwerf datmen 

wont ene?i mensce met snidender 

wapenen alse sweert of diesgelike 

optie scoudren dat men slaet toten 

c 49a. canebene ontwee of enech ander 



[beenen C] daer omtrent. Esser l i65a 
enech been ontwee of gequetst. so 
doet ierst die scaelgiën ute die 
gi vint in die wonde, ende sij t ver- 
sekeri of die wonde niet dore en g 107b. 
gaet. ende sidijs versekert so naytse 
ende dat diepe stekende mester 
naelden *). waerbi dat die bodem 
vander wonden niet en blive ver- 
sceden. mer wel voegende binnen 
so datter geen etter in mach bli- 
ven no wassen no luusscen. Ende 
dese steken siin vingers verre ver- 
sceden deen vanden andren. so 
so datter dende • van den vinger 
tusscen mach liggen, [niet de 
langde van den vinger maer de 
breede C] Ende stect int hangende 
vander wonde?* .1. wieke gemaect 
van oude?* suveren linen cledre?* 
of va?i stoppen datme?* oec heet 
werc. Ende legt opten naet vander 
wonden trode pulver dat oec vor- 
leert es. of albucasis pulver, dat G 107c 
oec root es gemaect. alsoet vor- 
leert es. dae?'na so heiltse mester 
swarter zalven. 

Cap. 3. 

Van steke(n) m('.i) knive(n) of 
des gelijc :i ). 

Alse men stect ene?i mensce met 
enen knive of met andren wape- 
nen, alse misericorden. steeesweert. 
glavie. pieke. vorke. priem, of 
gaveloten. of gescote?* met qnare- 
le??, of scichten of daergiën. so dat c 49b. 
die wonde gaet dore die weech. 
ende dat dor die craye. in latine 
dyafragma. in welke stede es die 



') C: Van dat dat cac(e)been ghewont wert. G: Vanden eakebeene ghewont. 
L : Van den kaenbene dat ghewont wort. 

2 ) In Gr schets van een naald. 

B ) G : Van dat een mensche es ghewont met kniven. G : Vanden wonden ghe- 
steken inden lichaem oft daer dore. L : Van wonden die ghesteken sijn met 
kniven. 



141 



herte entie longere ende ysopagt^s 
[dat es dye darm ende leegt 
onder den roepere dye heet Gr] 
in latine cann.* pulmonis [dore 
welke darem gaet die spise ende 

g i07d. dye dranck dye de mensche neemt 
ter mont in dye mage ende dore 
dien roepere zo trect dye longene 
de wynt te hare ende steect weder 
ute ten welken men heet den adem 
G]. Ende alst gevalt datmen den 
mensce also wont. so besiet of dat 
bloet valt binnen der borst optie 
craye. eist also so besiet hoe- 
me?i dbloet uut gecrige also ie u 

l i65o. hier na sal leeren. <I Maect u wieke 
cleine voren ende achter groet, so 
datse niet en mach vallen binnen 
der weech. want viel siere binne?i 
so waerse qnaet uut te gec?'t'gene. 
Ende dese wieke moet genet siin 
in warme olie van rosen. ende 
hebtse telken vermakene eer gi 
dandere uuttrect. ende stecse also 

g 108a. dapperlike in die wonde als gi 
c 50a. dandere uut t?'ect want het gin ge 
iege?ï den gewonden zere 

b uoc ginger uut van sine?i ademe. of 
ginge in die wonde enege lucht 
van buten. Ende es dat bloet comen 
tettere datter binne?i es. so maect 
dit daer gise mede dwaet met 
enen instrnmente als .1. clisteri 
pipe mei ene?i balge daer an ge- 
bonden aldzts '). dits ene ceriengie. 
dits ene clisterie. Ende stect die 
pipe in de wonde ende dan gietei 
in den balch. ende doet also lope?i 
inwert. ende hutsei de?i gewonden 
wel. daerna so keertene over die 
wonde so dat al uut mach lopen 
g i08b. dat gi in de wonde hebt *). ff Nemt 
zee??i van rosen .3. 5. dat doet 
zieden 'mei pulvere van mirre. van 



venigrieke. van mele. van lupine?i 
van eiken .^. 5. in .1. ft", zoets 
zeems ende .2. H'. waters dit doet 
zieden tote dat terdencleel es ver- 
soden, dan so ziet dor .1. scone 
linen cleet. so dat wel claer si 
ende suver. ende doeter met also u 
vorlerei es. €J Daerna so legt optie 
wonde .1. piaster gespreit op .1. 
linen cleet gemaect dat plaester 
aldus. Nemt zeem van rosen geziet 
.1. 'tt*. van gerste?i bloemen .4. 5. 
mirre ende meel va?i venigrieke 
elcs .1. 3. dit doet ziede?i [op .1. g i08c. 
cranc vier C. G- L.] altoes roerende c 50b 
met enen spatule. ende alst begint 
dicken ende wel es geminct te 
gadere so doet vanden viere ende 
mincter met .3. 5. terbentinen 
dewelke si ierst ged wegen ende l i65c. 
wel gesuvert. dit so roert al te 
hope. Dit piaster so legt optie 
wonde alsic u vorleert hebbe. Of 
net u wieke in olie van oliven 
alsoet vorleert es emmer wiekende. 
Dit doet tote detter dat binnen der 
weech es gevallen si wel gesuvert. 
dwelke gi moget kennen bi dat 
de gewonde niet en hoest, ende bi 
dat hi hem selven wel gevoelt 
ende sine cracht wast. ende bi dat 
hi sinen adem wel draget. Ende 
ziedi dat geen etter meer en comt g ïosd. 
van binne?i so en dwaeter ne?n- 
meer ende mindert u wieke ende 
laet de wonde luke» manierlike. 
<I Ende eist dat detter niet en 
mindert so eist te duchtene datter 
die gewonde sal af sterven. Ende 
eist dat hi siin hoesten niet en 
laet ende sine sweringe niet en 
mindert ende hi ve?-liest sinen slaep 
ende sinen appetijt, dit es wantros- c 50c. 
telijc. Hierop so nes meer geen 



') L: eene synngew aldus ghemaect: schets; ook in G een eenvoudige schets. 
2 ) In Cf een onbeholpen schets. 



142 



nuwe au/re Dier dwaettene ende 
wiectene ende plaestertene als u 
vorleert es. ende stelt u hop(c) 
in die genadecheit gods. «I Maer 
blijft hi in sine cracht ende hi swilt 
tusscen de?* vierder ribben enter 
vijf ter. dewelke minst es. so inaect 
b i40d. tussce?? .2. rebben in die swil- 
G ïo'ia. ünge daer si morust es ene wonde 
[snydende met enen sceerse G] ') {zie 
fig. XXVIII) toten ettere. die so 
vermaect als u vorleert es. dwaende. 
wiekende, plaesterende ende laet 
die wonde heile??. Want het gevalt 
menechwerf dat detter ende dbloet 
valt op die craye. dwelke men 
niet en mach uutgecngen te?' ierster 
wonden, men en moet make?i .1. 
ander wonde, alsoet vorseit es. 
Welke wonde die groete vrese es. 
nochta?i moet ment avonturen 
l i65d. omme argere te beletten e. Ende 
nets merder vrese te sine dorwont 
achter da?i voren, want die craye 
es achter zenewech ende sijs voren 
vleesich. Gevielt also ie hebbe 
g i09b. vorseit. hi mochter bi genesen 
c 50b- alsoet menechwerf es gesciet. Ende 
en doet ment niet also ie vorleert 
hebbe. die gewonde soude ewelijc 
werpen etter uten monde met groten 
tormente van hoestene. ende soude 
sterven enpiens. dats .1. ziec- 
he/t dat men uutwerpt die longere 
in snbstanciën van ettere. €J Ende 



eist datmen wont enen mensce in 
die borst of daer omtrent entie 
wonde niet dore en gaet. so heilt 
de wonde mepten plaestere ende 
mester swarter zalven also men 
andere wonde?i heilt. 

Cap. 4. 

<I Vand(er) h(er)te{n) gewont' 1 ). 

Die herte gewont en wert nem- 
mermeer genesen. want si es dup- 
perste led van den mensce. dwelke 
ierst ontfaet lijf ende spaetst sterft. G 109c. 
Alle die leden vanden mensce die 
nemen haer begin van haren levene 
van der herten. Avaerbi essi gewont 
of enech van den adren of arteriën 
die haer siin. dat siin pulsadren. 
dat bloet dat gaet van hare ende 
si verliest haer hitte ende bluscht 
als .1. lement ■) va7t ere kerssen 
of van ere lampten. alse dat lement 
verliest si smout so gaet tfier uut 4 ). 
Also eist vander herten alsi /erliest 
haer bloet so blussce?i [die hitte 
endeL] die geesten vanden lichame. 

<I Alse dat herte es gewont. 
dbloet datter uut eomt ter wonden 
dats zere bruun. ende die enden 
vanden lichame alse handen, voe- 
ten, nese werden al cout. entie 
lippen werden bleec. Dese wonden 
die vallen bider luchter borst of 
bachten 5 ) daer iegen ende hem 
brect uut sweet tallen leden. l i66a. 



') In Gf een schets van een mes. 

2 ) C: Van der herte ghewont dats doot wonde. G: Van der herten ghewont 
dats de doot. L: Vanden wonden die vallen nnt herte. 

C geeft van dit cap. slechts: 

Om te leeren te kennen ofte dat hert ghewont es dat salmi'ii hekennen hi 
zwarten bloede bi diepe versuchtene ende suerlic met onmachte, ende met 
vercoudene ten hutersten leden want het is dat fundament ende fonteine des 
herts hloets ende des levens, ende hets sonder twiffele haestich doot ende die 
dat herte ghewont heeft ne wert nemmermeer ghenesen want si es dat opperste 
ledt van den mensche dwelke erst ontfaet lijf ende aller achterst sterft. 

3 ) G: een levement 

4 ) L: ende verliest hare gheste ghelijc een kerse die haer vlammen verliest 
ende haer smoute *) G, L: achter 



143 



Cap. 5. 

g i09d. fj Van dootwonde(ri) w{aer)sevalle(n) 
ancien live '). 

Nu es geseit van der herten alsi 
gewon t es dat doot wonde es ende 
dat de mewsce sterft. Entie hers- 
senen gewont es oec dootwonde 
want die gewonde scijnt vallende 
vanden [groote L] 

b 141a. evele. ende hi pist \n siin bedde 
dat hijs niet en weet. hi keert, hi 
spasineert. dat es om dat die he?'S- 
senew siin wortel va?i alle?* zenewen. 
Ende dat naaren vanden rugge- 
bene [toten steertbeene G]. dwelke 
ligge?ide es binnen .2. huden alse 

G (i)a. die herssenen doen. waerbi alse dat 
gewont es. so eist oec dootwonde. 
q Die longe?'e gewont es oec 
dootwonde. ende sonderlinge dup- 
pe?'ste blat. want donderste mach 
men genesen. ende dats om dat 
niet en roert also vele als dupperste 
doet. Mer alse die longere es ge- 
wont van ere reumen diere binnen 
valt so en mach me?' geen medicine 
toe doe?i comen. ende dan moet 
de mensce sterven tysike. 

Die longere wert gewont in die 
borst ende daer comt valu bloet 
ute ende seinende •) licht root ende 
vele bloets. Ende hi heeft ene?i 
dapperen adem. entie gewonde 
wert verweloes. •? Die longere ge- 
wont. es die wonde nauwe int 
vleesch. so ruumtse ende werpt in 
die wonde dit pulver. Mastic. oli- 

g (i)b. banum. dragant. go?nme van ara- 
biën ve?iigriec. dit wel cleine 



gepulvert. Ende geeft den gewonde?* 
te supene dese spise. «J ïsemt l 166b. 
tarwengruus gete?npe?'t met borne 
ende luttel gesode??, ende daerna 
geziët dor .1. linen cleet ende daer 
met gete?npert peniden. Ende 
wachten van vele sprekene ende 
va?i gramscape [ende van lachen LJ 
ende van den lichame te pinene. 
Ende en laet die wonde niet heilen 
bute?i. vore datse heel es binne?i 
in die longere. Ende oft noot es 
so dwaetse wel also u vorleert es 
int capittel vander borst. €J Ende 
die leve?'e gewont die en geneest 
niet of en si die wonde wel cleine. 
ende dan geneestse dapperlike. Mer 
die levere comt onderwile?i ute?' 
wonden, ende si swillei so dat 
me?ise niet weder in en kan gedoen g (i)c. 
waerbi die .4. meeste?'S rade?i dat 
men make dit piaster ende leget 
optie geswollen leve?'e. <I Ne??it 
sop va?i alsenen van adeke. va?i 
vliede?'e. zeem. aysiin. tarwen 
bloeme. van eiken even vele. ende 
siede£ al overeen, dat si also dicke 
alse dicke zeem. Dit plaeste?- legt 
optie geswollen leve?'e also warm 
alse die lichame si. dit sal helpe?* 
der natn?'en. die geesten sele?i die 
leve?'e weder i?itrecken het en si 
dat de wonde si al te nauwe, eist 
so. so wijdt de wonde met enen 
scerse 3 ) vroedelike. Dit piaster sal 
de wonde stelpen die de levere 
heeft die geswolle?i es ende gewont. g (i)d. 
«I Die craye gewont es oec doot- b i*ib. 
wonde, die valled in die corte 
rebbe?i of daer omtrent dan so es 



') G: Vanden doot wonden wanen sy comen hier. L: Van allen doet wonden. 
Alles wat verder volgt ontbreekt in C. Daarentegen komen in C een groot 
aantal hoofdstukken voor, die in B ontbreken en die aan het eind van 
het Hs. B. een plaats krijgen. 

2 ) G: scietende 

3 ) In Gr schets van een mes. 



144 



die adem groet ende dicke. den- 
welken hi geeft met groter pine?i 
ende ve?-sickende. ende zere roerende 
beide die borsten, opdat die wonde 

l 166c. si in zenuwe(ge)n steden. Mer alse 
die wonde si in vleseger steden die 
machmen genesen. dit proeft ga- 
lienns. <I Die blasé gewont. dals 
dootwonde. alse die wonde vallet 
int dmine vander blasen. want sijs 
zenewech ende zenewen en mogen 
niet genesen. Me/* essi gewont in 
den hals daer si vleeschachtech 
es daer geneest si wel. Alse men 
mach zien van kindren diemen 
snijt vanden stene opdat die steen 
cleine si. uter wonden so loopt 

g (2)a. die orine. «I Die mage gewont es 
doot wonde want die spise comt 
uter magen ter wonden ute. entie 
dranc. Es die mage gewont. entie 
wonde in den buuc si nauwe so 
wijtse. Ende men naye die wonde 
vander magen met .1. gecanter 
naelden met enen cleinen gewasten 
drade daer in. Ja ware die wonde 
m vleeschachteger stede??, vander 
mage?i. Boven so essi zenewech 
daer en diedeÊ niet toe gedaen. 
men verlore de pine. Opten naet 
so stroye trode pulver, dats int 
capittel vanden wonde?i te nayene. 
Cfl Die darmen gewont ende son- 
derlinge die dunne darmen dits 
dootwonde. daer ute so comen die 
stronten. Mer wert men gewont in 
die vleeschachtege darmen dat 

G (2)b. mocht men genese??. Ende daeraf 
so suldi hebbe?z .1. proper capittel 
wat giere met hebt te doene. 
Maer onderwilen so e?i comen niet 
die tekene vander doot. ende dan 
so es men sculdech te hopene optie 



goetheit gods. Want het en es niet 
al verlore?i dat in vresen es onder- 
wilen. <I Galienns seit. wie dat 
gewont es in den buuc comt hem 
vele ganssen op ende sicken die 
dunne lichame die sterft '). Ende 
es iemen gewont in die borst dor- 
gaende. entie ade?n daer uut comt. 
ende comt hem toe beven vander 
herten, ende corten adem. dit siin l i66d. 
oec tekene vander doot. «I Die 
wonden die gevallen bove?i den 
knie .3. vingere?i entie dwers ende 
onder dat knie int begin vander 
muus 2 ) vande?i leden. Entie valle?i 
boven die lede?i vander hant. Ende 
tussce?i den ellenboge enten g (2)c 
scoudren. dit siin alle vreselike 
wonden ende geiugiertdootwonden. 
ende dat van 

Galiene [ende avicenne L] ende b hic 
van Amazore. Want musen siin 
geco?iformeert va?i vleeschachtegen 
zenewen ende van gebinde?i. de- 
welke siin de wille van roerne. 
Want dat roert dat geneest node. 
Want de wonde?i begeren meer 
ruste dan ander dinc. weent die 
gebinde?* ende zenewe?i comew .1. 
deel vanden herssene?i ende .1. 
deel van der herten gewassen, want 
als men comt op spasme. dustane 
wonden lace?-tosege sine o?itfae?i 
geen genese?*, men snide die ze- 
newen ontwee. dat seit avicenna. 
Ende dus so we?*t de mensee ver- 
mi?ict. wae?'bi hi jugiert dat bete?' 
es .1. ve?*mi?ïct me?isce dan .1. doot 
me?isce. waerbi avicenna ende 
galienns jugieren dat die wo?iden G (2)d. 
die vallen in die steden daer siin 
vele zenewen of adre?i of dae?- bi. 
die siin vreselijc ont dongeval 



') L: Galienws seit wie dat ghewont is in den buke comt hem op vele sick< 
of rupsinghen dats teken vander doet 
2 ) L: musen 



145 



datter dicken toe comt alse spasme 
of twivelinge van spraken. In die 
capittele die hier na siin. so salinen 
in ele scriven sonderlinge steden, 
als u geseit es hier voren. 

Cap. 6. 

•I Dits vander niere(n) gewont '). 

Die nieren gewont dat siin doot- 
wonden entie nemmermeer genesen. 
Want si siin natnrlike nat ende 
wac. want daer scede£ dbloet dat 
comt vander leveren dore die adren 
diemen heet hilis. die liggen ant 
ruggebeen coinewde vander leveren 

G (3)a. gaende toten nieren, daer stect die 
stekende natnre dat dunne vanden 
bloede ter blasen in sit&stanciën 

l i67a. van orinen. <J Nochtan so wisen 
sulke meestren van surgiën dat 
men steke in die wonden wieken 
van stoppen genet int witte van 
den eye. Ende men den gewonden 
geve desen dranc. den welken si 
seggen dat hi heilt ende suvert die 
vortege humoren, ende men maect- 
en dus. €J Nemt sap van vogels 
tongen, van piglen va?j bugglen. 
van glorifilaten. men geve dit den 
zieken, het sal comen uter wonden 
sulc alst die zieke drinct 2 ). <| Of 
men doe maken desen dranc in 
de specerie van desen couden 
saden. Nemt citrulli melonis. cu- 

g (3)b. cumeris. cucurbite. boli armenici. 
dragaganti albi. vsm eiken even 
vele. men siede dit in watere ende 
maker af .1. cyroop. ende geeft 
drinken den gewonden te besiene 
of men mach helpen der natnren. 



dart bi rechte niet en mach siin. 
Nochta?i so es ment sculdech te 
proevene. 

Cap. 7. 

<I Va(n) muse(n) of zenewe(n) ge- 
wont in den pistel va(n)de(n) 
arme(n) s ). 

Eest datmen wont enen mensce 
in den pistel van den 

arme of eldre ende dat dwers b uid. 
der muus. dat es groete avontawe 
vanden live. ende merder dan die 
arm al of ware geslagen, ende dats 
om die wedertreckinge. vanden 
zenewen. dwelke torment den ge- 
wonden doet spasmeren, ende dats g (3)c. 
.1. teken vander doot. Want die 
musen siin gewrocht van drade- 
kinen vanden zenewen. ende van 
herden vlesce vanden herssenen 
ende vander herten als u vorleert 
es int capittel van dootwonden. 
<E Ons leren oude mesters van 
salerne. alse die zenewe?i siin 
o?itwee geslege?i dweers datmen 
die enden vanden zenewen be- 
scoude met enen gloyenden instrn- 
mente 4 ). ende wacht dat gi niet 
en eomt ant vleesch so gi best 
moge£. want dat bernen sal die g (3)d. 
zenewen delivereren doen van 
hami humoren die si tote hem 
trecken bi haerre beseffelijclmt. 
Want galienns seit. die geesten 
entie humore?z. die lopen altoes l 167b. 
ter onsochter steden [ende aldus 
seyt hijt in latijn ad locum dolo- 
rosum confluunt humoresG]. Ende 
legt optie wonde dit plaester ge- 



') G: Vanden wonden van den nieren. L: Van wonden in die nieren. 

2 ) De rest ontbreekt in L. 

3 ) G: Vanden wonden inden arm pistel der muus. L: Van wonden die vallen 
inden pestele. 

4 ) In Gr en L schetsen van een brandijzer. 

10 



146 



maect. IJ Nemt tectike?! die hoofden 
af gedaen ende suvertse vander 
erden die si ane hebben, dese 
tectiken so stampt metten witte?! 
vanden eye. ende legt dit plaester 
optie wonde, dit sal die zenewe??. 
doen vergadre?! naerder da?i enech 
ander plaester. dits optie zenewe?! 
geseit die dwers gewont siin of 
ontwee. Maer die zenewen die ge- 

G (*)»• splete?! siin of es die wonde lanx. 
die en heeft gene noot van gebernt 
te sine. Ende wacht die gewonde 
zenewe van warmen watere. wa?it 
het soude die zenewen verrotte?!. 
want die zenewen siin gewassen 
van wacheiden. welke wachetY heeft 
bider coutheit te gadere gewron- 
gelt die zenewen over al den 
lichame vanden mensce. <I Nu hort 
hier .1. exempel dat mester galie- 
nus orcont. Een man was gewont 
in sinen vinger met enen inst?'n- 
mente als .1. naelde. die huut 
vanden vingere verherdde entie 
wonde sloet. die vinger swoer hem 
so zere dat hi niet en conste ge- 
duren. Hi ontboet enen meester 

g (4)b. diere op leide plaestren die vet 
ware?!, die vinger hi vertechde. 
die zieke spasmeerde. ende was 
doot binnen .7. dagen. Ende hadde 
hire op geleit dat die wonde ont- 
daen hadde. dat dmes hadde mogen 
comen ute. hine hadde niet ge- 
storven. <I Waerbi die meesters 
van medecinen die raden datmen 
wachte die wonde in zenewegen 
steden, van warmen watere ende 
van couden watere. ende van oliën. 
het en ware gerechte 

b i42a. olie van rosen gemaect van 
groenre oliën va?i oliven. dat siin 
van oliven die niet ripe en siin of 
van oliën van nokernoten. «I Eist 
dat enech mensce wert gesteken 
met ere naelden of dies gelike in 



sine zenewen. so legter op ter- 
bentine gespreit op .1. line?? cleet 
ende dat warm. dat salse zere ge- G ( 4 ) G 
smieden. <I Noch maect .1. piaster 
dies gelike van euforbiën ende van 
wasse. <& Noch .1. ander. Nemt 
galbanum. armo?iiacu?n. cerapinum. 
oppopanacum. dit mingt wel over- 
een. dits goet optie steke van 
naelde?i van griffie??, van eisene?! 
ende des gelike. <§ Ende sulke 
meesters siin alse meester lancfranc 
die wille?? aldns voortgae?!. si 
rade?? alse die wo?!de es dwers in 
de?? arm. Eist dat in die muus 
vande?? arme die pistele?? siin 
ontwee of die zenewen datine?? 
die ende?i vanden zenewen naye 
tegadere met .1. driecanter naelden. 
Ende dat men legge op de?i naet 
pulver va?! leve?ïden calke ende 
olibanum ende vande?? bloede van g (4)d. 
draken alsoet wijst int capittel 
vande?? nayene. Ende eist dat die 
wonde daer met verstormt, so 
wille?! si dat mew de?? naet ontwee 
snide. ende dat me?! die wonde 
giete al vol warmer oliën van rosen l 167c. 
gemi?!Ct met doders van eyeren. 
Ende eist dat het wert bloedende 
alsoet gerne plege£. want daer siin 
vele adre?! ende arte?ïën dae?* af 
si ze?'e es tontsiene. dat ware qnaet 
te stre?nmene sonde?' met berne. 
Men mach qnalike wonden die 
arme?!. me?? moet zenewe?! ende 
adren ende arteriën wonden, mer 
boven alle dese so es men sculdech 
to?ïtsiene van spasme?!. dewelke 
vreselijc es alsoet gescreven staet 
int capittel vander spasme?!. €J Ende 
gi moet oec manierlike bi??den g (5)a. 
dese wonde ende an elke side be- 
smere?! mei deser zalve?!. dewelke 
weret die humoren dat si niet en 
lopen te?" wonde?!, het en ware 
datter te vele waren entie waren 



147 



stare. Maect deze zalve aldus '). 
Nemt bole van ermeniën .\. 5. 
olie va?i rosé .2. 5. aysiin. dese 
maect also u vorleert es niaken 
die witte zalve die holen wel cleine 
gepulvert m .1. motalen mortier, 
dan doeter in .1. luttel oliën ende 
wrivei wel. daerna mei .1. luttel 
aysiins. ende doet dus wrivende 
dat si slechte zalve. Dit es geseit 
optie wonden die mogen valle?i 
in die pistele vande?i armen, [oft 
in dye muse vanden armen. G] of 
in den ellenboge. of om tende 

b i42b. in dyen of in benen onder tknie. 

g (5)b. Of om tende in allen steden daer 
musen of zenewen of adren of 
arteriën of corden siin. die den 
zenewen hulpen haren last dragen, 
welke zenewen niet en mogen 
haren last dreigen bi haerrer groeter 
beseffelijchez't. want die corden en 
beseffen niet dies gelike. f Ende 
eist datme?z enech been slaet ont- 
wee dwers. so moet men studeren 
datmen dat led ontwee legge op 
.1. effen velt of plaetkijn of spae?i- 
kijn 2 ). die dat been houden dat 
niet en mach verporren :1 ). anders 
so en vergadert niet. Ende studeert 
dat gi den gewonden legt so sachte 
dat hi ende sine wonden rusten 
mogen. Ende heilt die wonde als 
l i67d. u vorleert es altoes smerende 4 ) 



ende dwaende met warmen wine. g (5)c 
ende daerna wel drogende met 
stoppen of met linen cledren. 

Cap. 8. 

<I Van wonde(n) i(n) de(n) ellen- 
boge of i(n) andre{n) ju(n)cture(n) 5 ). 

Het gevalt dat men den mensce 
slaet in den ellenboge. of daer 
omtrent, of int led vander hant. 
welke wonde?i avonturlijc siin. 
ende sonderlinge in den ellenboge. 
om dat natnre daer sendeÊ ene 
wacheit om dled te houdene wac. 
dese wacheit heetmen zeever. Dese 
wonde moet men nayen also u 
vorleert es ende legt opten naet 
trode pulver dat vorseit es int 
naeste capittel. Ende daerboven 
een piaster van stoppen genet in 
dwit vanden eye in den zomer. 
Ende in den linter ende in den 
herfst geminct dwitte metien dodre. G (5)d. 
Ende in den winter allene die 
doder. Want dit doder es heeter 
allene. dan alser dwit met es. daer 
omme salmen in den winter nemen 
den doder allene. omme die cout- 
heit. Ende in den zomer dwitte 
allene omme die hitte, want dwitte 
es cout om te verdrivene die hu- 
moren ende dbloet vander stede 
daert deren mach 6 ). 



] ) L: Unguentum defensivura 2 ) G: spalken 

3 ) G: dye dat been effene houden effene liggende die dat niet mach verkeret 

4 ) G e» L: zuverende 

5 ) G: Dits vanden wonden in den elleboghe oft elder in iuncturen. L: Vanden 
wonden die vallen inden ellenboghe 

6 ) In G volgt nu dese opgaaf. 

1 vanden wonden te verziene 

2 vanden getale vanden derm ende hoevele menre mach wonden 

3 vanden leden uter stede 

4 van den kane bene uter stede 

5 vanden kane bene te broken 

6 vanden halse uten lede 

7 vanden scoudren uter stede 

8 vanden ellenboghe uter lede te voresiene 



148 



Cap. 9. 
G (6)a. <I Van ivonde(n) i(n) die darme(n) '). 

Somtij t gevalt datmen wont in 
den lichame met kniven of met 
swerden waerbi die darmen vallen 
uter wonden. Sijn si niet ontwee 
gesneden of gesteken. men es 
sculdech te nemene warm melc 
ende te warmene die darmen bi 
diere hitte?i met ere spoewgiën of 
met .1. sachten clede in dat melc 
gedae?* ende optie darmen geleit. 
ende dat so dicken waerbi dattie 
darmen keren weder te harer 
rechter stat. Ende eist dat die 
darme?i niet en mogen weder in- 
keren, ende die wonde te nauwe 
es. bi dat de darmen 
b 142c. te reten 2 ) siin bi der vercoutheit 
g (6)b. ende bi den digesten diere binnen 
siin vergadert, men wide die wonde 
met enen scerse. ende emmer wacht 
die darmen dat mense niet en 
quetse. si selen keren bi dat die 
wonde gewijt es ter stede daer si 
met rechte sculdech siin te wesene. 
Ende dan die wonde genayt in .2. 
steden of in drien steden, dat si 
niet uut en keren €J Eist dat enech 
smere uter wonden puult. men eist 



sculdech af te snidene met enen 
scerse. ende plaestren gemaect van 
stoppen, ende genet int wit vanden 
eye. daer boven gedaen .1. cussen- 
neel of .2. ende gebonde?i als betaemt 
tote in den .3. dach. In den derden 
dach als men ter wonden comt al 
gemackelijc te doene af datter g (6)c. 
boven gedaen was waerbi die 
draden niet werden geporrei. Ende 
te suverne met warme?i watere ende 
weder te drogene. Ende zalvet met 
popelioene. binnen der wonden 
unguentum fuscum gedaen. ende 
daer boven coolbladere also vele 
als men wille. Ende gene wieke 
in die wonde te doene. ende te 
achterwaerne van tiden te tiden 
met zalven mei coolbladen met 
wonden dranke so dat si luken. 
[ende heelen G]. 

Cap. 10. 
§ Van te cortene die darmen 3 ). 

Men sal verstaen van den darmen 
der welker es sesse. dat es te 
wetene, jeninus. miraet. longans. 
ghierbus. duodena. lyens. de .3. 
en mogen niet gedogen dat mense 
quetst. dandere .3. siin si gesteken 



9 vander hant uter stede 

10 vanden vingeren uter steden 

11 vanden armen te broken 

12 vanden scinkelle uter stede 

13 vanden ribben te broken 

14 vanden dien te broke uter lede 

15 vanden dien te broken ende dye been 

16 vanden cnie uter steden 

17 vanden beene te broken dye ute raghen oft wonden hebben 

18 vanden voeten uter steden 

19 vanden voeten verwronghen 
G (6)a. 20 vanden teen te broken 

21 dyts vanden dermen te vore ziene dus 



') G: Dats vanden dermen te versiene dus. 

') G: geswollen es of gedront(en) 

3 ) G: Vanden dermen te voresiene ende te 



(woord onleesbaar). 



149 



g (6)d. of geslagen, men machse genesen 
bi rade. Gevallet da.tm.en enen 
mensce stect of slaet in den 
lichame. entie darmen uter wonden 
vallen, so es men sculdech te 
besiene welke ontwee siin of en 
siin. Eist dat jeninus of miraet 
of longans enech van den .3. 
uppersten siin ontwee gesteken. 
bi den welken men mach verstae?^ 
sicken. walgen, men moet sterven. 
Dandere drie darmen die geheten 
siin gierbns. duodena. lyens. al 
dorstake mense si mochten genesen 
in dien dat men vroedelike daer 
toe vaert. «I Men es sculdech die 
darmen te nemene in die hant. 
ende te wendene ende te kerne 
ende te besiene hoe die darmen 
ontwee syn. Dicken gevalt datmen 
waent daer in vinden .1. gat of .2. 

g (7)a. Men vinter somwile .3. of 4. Tselve 
datter ontwee es geslagen of ge- 
steken. men eist sculdech af te 
snidene ende wech te werpene. 
Entie .2. gehele enden te gadere 
te bringene. ende hebbe gereet .1. 
pipe van 

b H2d. vliedre *) vingers lanc of langere. 
ende wel scone gemaect buten ende 
binnen, ende in den darm gesteken. 
ende die 2 enden over die pipe 
geslove£ ende gevoeget te gadere 
in .4. steden of in .5. genayt ende 
gecnocht. so dat tusscen eiken 
cnope spacie blive .1. vingermael 
of meer. die cnopen te bezalvene 
ende te spalkene die darmen boven 
der pipen also behendelike als men 

G (7)b. mach. waerbi die .2. siden ver- 
gadren mogen, den lichame ton- 
doene entie darmen weder in te 



doene. Es die wonde te cleine 
men esse sculdech te widene waer- 
bi die darmen weder inkeren 
sonder quetssinge. Entie wonde 
so lange open boven te houdene. 
dat men wel weet dat die darmen 
siin verheilt. Ende te besiene elx 
dages ende te vermakene die dar- 
men entie wonde boven, waertdat 
sake dat die wonde genase ende 
loke eer die darmen verheilt waren, 
bi den winde ende bi den venine 
die vergadren soude omtrent die 
darmen buten ende binnen so 
souden die darmen vorten ende 
deen vanden andren varen, dan 
waert arger dan te voren van den 
iersten dage was. Ende men moest 
weder breken ende sniden of hi 
moester omme sterven. <& Jegen G (7)c. 
den dertechsten dach datmen seit 
dattie darmen verheilt siin tega- 
dere ende men dies seker es. af 
te doene datter boven was gedaen. 
die draden vallen ute bi hem 
selven ende suveren ter wonden 
ute. daer na te verheilene die 
wonden, die pipe die in die darmen 
es valt dore die darmen biden 
digesten nederwert. ende die gene 
geneest al. 

Cap. 11. 

t| Vande(n) gescorde(n) of die de{n) 
steen hebben % ). 

Van den genen die gescort siin 
of die den steen hebben so siin 
.2. redenen van diverser manieren 
bi enen veile dat cifat geheten es. 
ende \eget binnen den lichame 
iegen den broeerieme gelijc enen 



*) In G een ruwe schets. 

") Gap. 11 tot en met 23 ontbreken in G. In de plaats daarvan treft men 
in Hs. G. eenige hoofdstukken aan, die in B. gemist worden. Deze zijn 
geplaatst vóór Cap. 24. 



150 



solre. so welken tijt dat persse 
heeft, eist bi springene eist bi 
scridene. of' ionge kindere bi 
wenene. het split ontwee. entie 
darmen vallen neder, ter stede 
daer si uut comen blijft .1. gat. 
waerbi die darmeïi mogen inkeren 
ende uutkeren. In dien dat die 
kindren jonc ware?i entie gescort- 
heit versch. men mochte hem 
hulpen met cussenelen ende met 
dranke. diere toebehort. €][ Men neme 
oocmonde confilie. vriesewonde. 
fenicle. selfhele. va?i eiken .1. hant- 
vol te gadere gedaen ende wijn 
b i43a. daerop gegoten, ende gedronken 
elx dages .2. werf telken .1. lepel 
vol si mogen genesen vaert menre 
vroedelike toe. emmer dat cusse- 
neel vaste perssende die darmen 
te blivene binnen int gat. dat gat 
vernauwen bi dien dranke. ende bi 
die?i cussenele. Ende si genesen 
binnen .8. weken. <I Eist dat si bi 
desen stucken niet en mogen ge- 
nesen. men moetse sniden. So ga 
te „post mundi fabricam" dies te 
doene heeft hi sal hem leren wat 
men doen sal daer toe. 

Cap. 12. 
<I Van carnofels geitje gescorden. 

Het siin sulke lieden die gelike?i 
of si gescoort waren, ende niet en 
siin. ende hebben een evel dat 
carnofels heet sinkende van den 
lendenen nederwert. ende es water. 
Dwelke dat men uut sal laten met 
ere vlieme?i te stekene 1. gat of 
■ met ere naelden dat dore te ste- 
kene met enen wollenen drade 
daer in te latene ende te treckene 
elcs dages achter ende voort tote 
dier tijt dat dwater uut geleke?i 
es al. Ende dan die wonde te 
heilne alse ene ander wonde. 



Cap. 13. 

<I Vandein) stene dat ond(er)sceet. 

Actor seget vande?i stene die in 
die blasé wast. dat nes al niet dan 
ene vergaderinge van humoren 
zipende uten lendenen in die blasé 
ende vergadert tenen stene. Int 
begin siint gravele. ende men 
machse genese?i met cruden tetene. 
of bi medicinen. om der gravele 
coutheide. «I Men neme gremilsaet. 
petercelle saet. venkelsaet. apisaet. 
kerssesaet. kernelen van kersel- 
stene?i. ende van perse(r)kers. per- 
siinsaet van marcedoniën. van eiken 
.1. hantvol pietede gracie .2. stene- 
kine. dbloet vanden bocke twalefste 
deel. ende dbloet vanden drake 
also vele. dit te gadere gestampt 
metten draken bloede, want het 
es droge, ende werpt tpulver daer 
toe dbloet vanden bocke. want het 
mingt hem te gadere mepten sade 
ende wert pulver, ende also vele 
zukers daer in dat het soete becomt. 
ende wijn daer op gegote?i. ende 
elx dag(e)s genut. dus so maecht 
siin pulver of dranc welc mew 
wilt. CU Ende eist dat si niet en 
mogen genesen daer met. die gra- 
velen siin dan vergadert in die 
blasé tenen stene. Die trechte wille 
weten daer af. soect in den derden 
boec van ,,universis passionibns 
galyeni". die salne leeren waeraf 
die steen mach wassen, ende wat 
die steen es. ende hoe hi leget. 
ende watter af mach comen. 

<I Oec seit ons een boec die heet b U3b. 
liber aureus sine doget daer toe. 
hoemen die gravelen verdriven 
mach met medicine?i. Medicine 
suvert den mensce binne?i van al 
dien dies hi tongemake mach siin. 
Eist dat hi niet genesen en mach 
siin met medicinen met pulvere 



151 



met dranke gemaect. ende eenper- 
like ziec blijft daer af. so eist te 
wetene dat .1. steen in hem es. 
post mmidi fabricam gebiettene te 
snidene. ende seit datter toe bestaet. 

Cap. 14. 
1$ Van den spenen. 

Het siin sulke liede?i die spenen 
hebben die vele bloeden. Eist dat 
mense stremmen mew doodt die?i 
me?isce. Ende dat es om dat die 
venine va?i alden leden nederwert 
sinkende siin. entie leden verlossen 
valden qnaden humoren lopende 
ten spenen uut. bi dat mense 
stre?72me£. kere£ tquade bloet opwert 
dat gewone was te lopene ten 
spene?i. ende versmoort die leden 
binnen, dat die gene daeraf sterft. 

Cap. 15. 
<I Van te genesene die spenen. 

So wie den genen wille genesen 
die de spene?i heeft hi es sculdech 
te wetene wat ziecheiden hem 
deert, waer af dat si wassen ende 
risen. Ende te besiene des zieken 
orine. bi der ormen machment 
verstaen ende bi den mensce of hi 
vasten lichame heeft dat die 
digesten niet neder en mogen te 
verlosene die lede van den quaden 
humoren ter cameren. bi der pers- 
singen die hi heeft als hi pissen 
soude. valt al dat quade bloet 
neder, ende bi dier perssen die 
dadren dan hebben diere beneden 
siin en mogen si niet gedogen dat 
bloet in hem bider perssingen van- 
den bloede scieten daer .5. adren 
ute. ende siin geheten spenen, 
waerbi si drinten vanden bloede. 
dat die gene grote pine heeft. Bi 
dat die pine meest es. so es men 



sculdech die?i mensce te gevene 
cyroop te dri?ikene van cassia 
flstula gemaect ende datter toe- 
bestaet alst vorseit es. den lichame 
daerbi te coelene van den qwaden 
humoren diere in siin waerbi dat 
hi vele ter cameren gaet. biden 
cyrope verdrogen sine lede van 
binnen die te vet waren bi den 
humoren, waerbi die leden die 
verdroocht siin. dat si te hem 
trecken dbloet dat si gaven ten 
spenen, waerbi dat die spenen 
sla?iken ende te nieute werden 
ende geneest, ff Men geve hem 
.3. niedicinen also vele meer te 

verdrogene die lede va?i binne?* b h3c 
hem te gemake te blivene. 

Cap. 16. 

<I Van de(n) p(re)paraciën. 

In den derden dach vanden 
cyropen so es men sculdech te 
gevene preparaciën van aloë of 
van rebarben. of van scamoniën. 
of te gadere gedaen elcs even vele 
gepulvert. ende gemaect pillen. 
ende in nuwelen genet in borne 
of in biere warm daer in gewonde?i 
ende gegeven te swilgene. Dierste 
es men sculdech te gevene dies 
ander dags na der preparaciën. 
Ende dander medicine opten .viij. 
dach. Es dan die mensce so stare 
opte?i .3. dach na der ierster medi- 
cinen. dandere in den .7. dach 
daer na. Dits die .3. medicine ter 
welker es esula catapusia. de .3. 
deel esula ende de .4. deel cata- 
pusia. «I Actor mochte medicine 
hebbe?i bescreve?i in nutscape?i 
den mensce. maer dat si te swaer 
hadde?i geweist te geerzgene al 
sonder ander medicine mach mense 
genesen wien datmen wille sonder 
ander medicine in dien dat mer 



152 



vroedelike toe vaert. «I Proeve so 
wie diet proeve?i wille. Alle die 
gene die dwitte water in hebben 
men machse genesen bi deser 
medicine?i. ja oec hoe vele dat si. 
bider orinen te verstane die wit 
es alse wey of wit water. Ter 
medicinen. diese maken wille, hi 
es sculdech te nemene esulen v. d. 
,\. il', ende stampense also cleine 
als mew mach. ende sichtense also 
cleine als men mach dor .1. nauwe 
zeve dat die esule es also cleine 
als bloeme. Entie catapusie salinen 
pelle?i die upperste pellen af. ende 
te nemene die dogei van .20. 
cornen. ende te stampene wel cleine. 
ende daer toe te doene vander 
esulen int gevouch te belukene 
optie .5. vingeren mede op te 
heffene. ende suker gestampt also 
vele daer toe dat die medicine 
zoete becomt te nuttene. Oec mach 
mense mingen met warmen wine 
of mei wermen biere. of in stucken 
nuwelen genet daer omme gewon- 
den, ende geswolge?i. Ende te 
wachtene der tidingen dat si niet 
te cout en si no te heet alse men 
medicine geven sal. 

Cap. 17. 

«5 Vand(er) tijt datme(n) medicine 
geve(n) sal te vorsiene. 

In die dageraet es men sculdech 
te gevene medicine. ende een hooft- 
cleet in couden borne genet ende 
om den hals gewonden vaste. Ende 
enen stoet gemaect van linen 
cleden genet in aysine vore den 
erop gedaen vander kelen 
b H3d. onder thooftcleet. enen rouwen 
appel te hebbene in die hant daeran 
te bitene of men walgei. cout water 
int anscijn te slane ende te werpene 



of te sparsene meiten vinger. Te 
gebiedene den zieke?i dat hi hem 
warm houde. Ende niet en drinke. 
no nutte, no slape vor vespertij t 
of daerachter. ende dat hi hem 
houde in wandelingen buten lichte 
ende buten winde. Eist dat hi ter 
cameren gaet .7. werf of .10. hets 
gnouch. €& Daerna te gebiedene din- 
gen te nuttene die versch siin. alse 
kiekene gesoden in borne mei 
petercelle?i ende met saelgiën. of 
versch swinenvleesch. een candeel 
van wine of van biere jege?i dien 
dat die hitte groet es in diere tijt. 
ende bi diere gelike hitte te ver- 
stane in sine orine Te etene broot 
ende botere. ende alle dingen die 
versch siin hem mei te versoen e 
mei te vele genut. ende te wachtene 
van te vele drancs. waerbi die 
leden van binnen verswaert 
mochten siin. 

Cap. 18. 

€J Van spenen die comen va{n) 
de{n) me(n)isoene. 

Sulke lieden moge?i spenen 
hebben comende vanden meni- 
soene. dor die verscheit bi dat die 
lichame verteert es bi den meni- 
soene. so comt hem .1. evel toe 
ende heet die bete. Biderperssingen 
die hi heeft dor der beten wille 
valt dat bloet van boven neder. 
ende beneden den lichame te 
drenten. entie adren en mogen 
mei gedogen die perssinge. waerbi 
dat bloet stect die adren ute ende 
becomen groet dat die gene groten 
rouwe heeft ter stede. § Medicine 
es men hem sculdech te gevene 
die den lichame verclaren vanden 
veninen diere binne?i siin. bi dattie 
lichame geclaert ware bi der medi- 
cinen beco?wt die lichame vast. 



153 



ende werden alle die lede te gemake . 
Ende te gebiedene desen mensce 
dat hi nutte spise diene vast maect 
in den lichame. alse wederen 
vleesch gebraden ende gesoden 
peren van scruwelen of van ang- 
wissen gelardeert mei wasse. Ende 
gesoden melc met bloemen ende 
was daer in ged&en. Ende geeft 
hem drinken wijn van gasscoen- 
giën tote hi te hemselven comt. 
CJ Achter diere tijt dat de lichame 
gesuvert es so es mew sculdech te 
doene dingen boven die spenen die 
dwinen doen. alse popelioen ge- 
minct mei coperrode ende met sukere 
cleiDe gemalen also vele vanden 
enen alse vanden andren op .1. 
piaster van stoppen genet in borne 
ende uut geduwei. ende optie spenen 
b 144a. geleit. si selen daerbi verdwinen. 
IJ Of wierooc ende aluwe gestampt 
elx even vele geminct met aysine 
ende meiten witten vanden eye. 
zalve gemaect hieraf ende gespreit 
op een plaester van stoppen boven 
die spenen gedaen si werden 
daerbi verdreven. <I Of sout ende 
stoppen verbernt te gadere van 
eiken even vele gewichts pulver 
daer af gemaect mei honege ge- 
maect zalven gelijc bove7i een 
plaester gespreit ende optie spenen 
geleit. si verdriven. <I Apie. croppe 
van weede. out quaet honech. 
scapen roete. eniuun. van eiken 
even vele int gewichte gestampt 
ende te gadere gedaen ende gemaect 
.1. plaester daer af. also heet als 
hijt gedogen mach geleit boven 
die spenen, si verdwinen. Ende te 
gebiedene dat hi hem doe late?i 
ter hooftadren. Opten sesten dach 
daerna ter venteusen uut te trec- 
kene dbloet te hem wert. daer bi 
die spenen voeden, so dwinen die 
spenen ende genesen. 



Cap. 19. 

<I Van .3. ma(n)iere{n) va(n) 
spene(n) te beke{n)ne. 

Spenen siin van .3. manieren, 
sulke sijn binnen in die darmen 
dat die gene niet ter cameren en 
mach gaen en si mei groeier ninen. 
Sulke siin die den mensce bringen 
gefisteleert. entie liggen opten cant 
van den lichame. Sulke siin buten 
ende swillen ende drinten alsi 
nemmeer mogen gedoge?z dat bloet 
verteert den mensce. Eist dat mense 
stremmei mei zalven of mei plaes- 
tren eer de mensce gepnrgiert es 
mei preparaciën met cyropen mei 
medicinen. hi valt in watere daer 
hi af sterft. 



Cap. 20. 

<j[ Van 5 adre(n) dieme(n) heet 
spenen. 

Van .5. adren die uten lichame 
comen vor hem leidende al dat 
bloet van den live vallende opten 
lichame neder bi vasten lichame 
of bi menisoene. bi der persse?z 
die hi heeft volgei deen bloet den 
andren ter stede daer die pine es. 
waerbi die adren steken uut ende 
werden spenen. Deen twee siin an 
die rechter zide. ende dander .2. 
siin an die slinker zide. Die vijfte 
adre op dbeen. die es de fistel 
boven alle dandere ende quaetst 
te genesene. Dicken geneest mense 
mei plaestren. •! Men stampe 
bivoet ende alsene ende stampse 
mei lijnsaetoliën ende spreidei op 
.1. cleet also heet als ment ge- 
dogen mach daer op geleit. si 
verdrive?i ende genesen. 

10* 



154 



Cap. 21. 

•I Va{ii) geswollene(ri) spene(n) 
te vorsiene. 

Dicken gevalt dat die spenen 
groet siin geswollen dat si 
a i44b. niet lichtelike en mogen ver- 
dwine?i. men steecse ontwee mei 
ere vliemeii. so loopt dat bloet ute 
ende si genesen cortelinge daer na. 
Actor seit dat hi wel heeft geweten 
van lieden die ziec waren dat si 
daer bigenasen. ff Sulke meesters 
gebieden dat mense afcnope met 
gewasten draden, in dien dat die 
lichame gepurgiert ware also men 
hier voren geseit heeft met medi- 
cinen ende datter toe behort. men 
machse genesen daerbi. Ende waert 
dat mense ave cnochte eer die 
lichame gepnrgiert ware. men 
daden ter avonture?i sterven want 
die dmet soude vorten die spenen 
daer bi af vallen, bi dat hi niet 
gepnrgiert en es. dat bloet dat 
daer gewone was te lopene ten 
spenen neder, bi dattie spenen af 
siin maect .1. gat dat bloet ter 
stede, so dat die gene geflsteleert 
blijft. Waert datter geen gat en 
ware. dat bloet soude opkeren 
ende versmoren die lede van binnen, 
entie gene daer bi sterven. Daer 
bi radic elke?i te wesene vorsien 
eer hi enege dingen doet. <R Hier 
bi seit ons natnre. so watmenscen 
to?rgemake es in enech led of in 
enege stede van sinen live van 
misseliken humoren comende van- 
den hoofde toten voeten purgiert 
men sinen lichame hi es te sekere te 
genesene. <I Sulke meesters siin die 
nemen een lanc yser. an deen ende 
eist geitje enen nagele plat. ende ge- 
gloytent (l. gegloyt) ende stekent 
iegen elke spene in dien dat die 
lichame gepnrgiert ware si daden 



wel ende genasen daer met. Ware die 
lichame niet gepm-giert bi der hitten 
van den ysere comende iegen die 
spenen die bloedende die heet siin bi 
dat die spenen scoren, bider hitten 
vanden ysere so verhit dat bloet 
binne?i. dat die gene cort daer af 
sterft. En si bi vroeden rade te 
gevene cyroop den licha??2e te 
vercoelene. dbloet te verteerne bi 
den cyrope ter cameren met te 
gane. die lendenen met te drogene 
binnen ende dbloet te vercoelene. 
dat hi daer bi te gemake hlivet 
ende geneest, zoete dingen boven 
die spenen te leggene. alse plaes- 
tren van lijnsaet oliën, van verscen 
swine?ismoute. van honege bloeme 
daer in gedaen bi dat dicke becornt 
int gevouch. het sal die spenen 
verteren ende versoeten entie spenen 
verslaen dat die gene daer bi 
geneest. 

Cap. 22. b i44c. 

<I Van handelingen te v(er)stane. 

Galienws seit ons dat men alle 
dinc es sculdech te handelene int 
begin ten sachsten. want van tween 
bordenen es de lichtste swaer 
gnouch. omme dat hi wiste die 
macht vander menscelijchez't en 
messeide hi niet daer an. al hadde 
hi mesdaen hi const wel betren. 
Het heeft dicken geweist gesien. 
dat lieden hebben geweist tonge- 
make dat si so lange geacht(er)wert 
siin met sachten dingen, dat si 
daer bi bleven verloren. Oec dede 
men andere int begin so harde 
handelingen ende so sware dat 
siere bi storven ende bleven 
verlore?i. Daer bi radic eiken 
mensce die werken wille, dat hi 
so niet en doe. dat hi dat dogen 
meerre. 



155 



Cap. 23. 

CJ Va(n) bute(n) nat(ur)e te w(er)kene. 

Twee dage buten nature te 
werkene den mensce te destru- 
weerne daer bi me« werptene \n 
cortse. En si bi vroeden rade alsoet 
vorseit es. of hi bliveÊ doot. Al es 
natwre herde edel dat si bi harer 
cracht menegen geneest indien 
datraen haer volget te rechte, gelijc 
si gebieden bi den .4. elementen, 
hitte te verslane bi coutheiden. 
coutheit bi hittere, ve/scheide bi 
droochtere. droochte bi verscheiden. 
Waert dat men hete dingen dade 
tote hitten, men versloege dien 
mensce. want natrere soude ver- 
hittere so dat men soude vallen in 
cortse ende daerbi sterven. Dade 
men oec verscheit tote verscheiden, 
natrere soude so verladen werden 
bi der overvloet. dat die gene daer 
bi soude sterven. Ende gelijc dade 
men droge dingen tote drogen, 
die natrere soude verliesen haer 
doge£ ende daerbi sterven. Hier bi 
es elc mensce sculdech te vorsiene 
den mensce omme te bringene uten 
vernoye ten alderiersten datme?i 
mach bi contrariën. elc bi dat hem 
toe bestaet hitte te verslane met 
coutheiden. ende coutheit bi hittere, 
droochte bi verscheden, ende verse 
heide bi droochten. dus mach 
mense genesen. 

g (7)c [Vanden ledere uten ste- 
deghen steden. 

Het ghevalt menechwerf dat men 
den lieden steect wonden of dra- 
wen^) soe dat sij gaere uut haren 
rechten stedere. Ende dat comt bij 
menegerande zake alse bij springene 
alse bij valne. Ofte mere gaept soe 
dat dye kake gaet uut hare rechter 

© (7)d. stede ende ne mach niet weder in 
keren bij haer zelven sonder raet 



van meesters ende van anderen 
wondenden leden. f 

Vanden cakebene uter 
stede. 

Eist dat zake dat het zij kake- 
been een man soe vaste houden '|* 
thovet vande?i zieken^ ende dan so 
zal die dienst mare steken vinger oft 
dume indere mont ende dan zal hij 
dat let nederwaert trecken. Ende 
metter ander bant zal hij duwen 
op tiet buten soe dat weder kere 
tote ziere rechter steden. 

Vanden cakebeene te 
broken. 

Alse vanden kake beene te 
brokere dat zal die dienstman 
trecken af telker zide ende voegen 
deen deel teghen dandere ende 
men zaelt verbinden mettere zelvere g (8)a. 
scroeden dat mere wysen zal int 
capittel van te broken beenen. 
Hierna ende dair boven salmere leg- 
ghen .1. cusseneel ende te byndene 
ende te latene te vermakene alse 
mere wijst int proper capittel vanden 
te broken beenen vore volgende. 

Vanden halse uter stede. 

Ende vanden halse uter leden 
die dienstman zal steken tusschen 
zine tanden eene wage van houte 
gemaect alse eene korste broets. 
zo dat dye lucht uut ende in mach 
gaen. Ende dan zo salmen legghen 
op elke scoudere cussenele?i ende 
dair na bovere so doet enen man oft 
.2. staen dye warren (?) ende enen g (8)t>. 
oft .2. diene neder trecke?i bidere 
armere ende die dienstmare biden 
hare oft biden kinne backe?i trecken 
soe dat let weder keere te ziere 
rechter stede ende hantieret soet 
betaemt van anderen beenen. 

Vanden scuderen uter 
steden. 

Ende vander scoudren uter stede 
men zal den zieken eenere man 



156 



doen houden wel vaste omtrent 
dye myddewaert ende men zal 
eene?i anderen doen trecken die 
arme ende die dienstman zal tiet 
wysen te wegewaerd ende steken 
deene hant onder doxele op ward 
ende metter hant zal men dye 
scoudere perssevi nederwaerd zo 
dat let weder kere in sine stad. 
g (8)c. Vanden elleboghe uter 
stede. 

Ende vanden elleboge uter lede 
een man zal hem houden den arm 
reckende ende die dienstman zal 
houden den arm bogende dan zal 
hij metten dume vander rechter 
hant steken indye buginghe soe 
dat tiet weder keere te ziere steden. 

Vander hant uter stede. 

Vander hant uter steden men 
zal doen houden enen man den 
arm reckende ende danne zal die 
dienstman bughen ende steken soe 
dat let weder kere te ziere steden. 

Vanden vingher e uter 
stede. 

Ende vanden vingeren uter leden 
men zal een man doen houden 
dye hant ende dye dienstman zal 
tiet zo rechten ende crommen dat 
g (8)d. weder zal keeren te ziere rechter 
steden. 

Vanden arm pistele te 
broken aldus. 

Vanden arm pistel te broken 
aldus ofte arm welc(?) es ende zal 
weeten dat die arme hebben .2. 
beenen ende niet eens want dat 
opperste es erom van enen beene 
ende dat onderste es rechte van 
.2. beene?i ghemaect. Ende vanden 
.2. soe brect zomwilen teen ende 
zomtijt beyde ende somtij t zonder 
wonde ende het es meer tonsiene 
dat crorame dan dat rechte ende 
darre .2. breken dat es oeck meer 
tonsiene dan offer maer een en 



brake ende met wonden eyst meer 
.tonsiene danne sonder wonde. Ende 
soe hoe dat es te broken men zal 
ane elke zijde vanden lede enen G (Na- 
doen zetten ende elc zal recken 
sijn deel algemackelike ende die 
dienstman zal voegen deel tegen 
deel ende dat geve een luut ende 
dat es teken dat es tsiere steden 
gescoten ende aldus doet Ende 
danne zalmen hebben die scroeden 
ende dat cusseneel ende let te 
broken mei wonden dat eesche 
.4. corte scroeden elc dat let 
omme gaende niet langere dan 
enen vinger ende eene spanne breet 
oft .1. halve spanne breet vander 
braeke vander wonden van eiker 
zide ofte .3. cussenele van linen 
cleede elx .4. vout ende een spanne 
lanc ende soe breet dat sij ane 
elke zide vander wonde vergadere 
Ende dair ne gheene wonde sijn dair 
zijn sculdech te zine .8. scroeden 

oft .3. cussenele ende elcs .4. g o)b. 
vout ende dair dat let clenst es 
dair es men sculdech te leggene 
meest oft zoe vele te meer dat 
effene become ende danne ghenet 
in borne ende dat ute geperst ende 
dan int dwitte vanden eye genet 
ende dan salmen onder elc let zine 
scroede steken gebreet te gevou- 
ghen soe dat let ligge op de mydde 
waert dair hem tiet meest open- 
baert. Ende eyst dat zake dat het 
niet belette stervelee let zo salmen 
dair in legghen .1. cusseneel ende 
.2. instrumente vingers lanc ende 
enen vinger breet. Ende dye salme?* 
netten int witte vanden eye ende 
dat ute gheperst. Ende men [sal] dye 
eene zide walken in roden pulvere 
ende dan zalmen tiet rechte hel- 
pen houden ende men zal ane elcke g (9)c. 
zide vanden lede heffen op dye 
eene scroede nader andere ende 



157 



dan zalmen se voeghen deen boven 
den anderen al gemackelike oft 
men zal legghen die cusseneele 
in langes den leden soe dat dye 
stede dair dye wonde es bliken 
moghen vanden clederen ontdect. 
Ende dair boven met linenen 
scroeden steken moghen dinne 
houten spalken enen vinger breet 
ende eene spanne lanc cortere 
danne dat let es soe dat ne gheen 
vleesch omtrent [si] ende dair zo 
salmen legghen also vele spalken 
alst noot es so dat tusschen eiken 
.2. spalken blive spacie van eenre 
daer dat lecht dore wesen mach 
ghelucht soe dat ieet verderve 
g (9)d. noch verhitte dat zere deren mach 
want bij te vaste te byndene ende 
te spalkene te dicke soe comt onder- 
tyden ende by quaden meesters 
grote vreese ende erysipyla. Ende 
daer ne gheene wonde nes dair 
salment (l. salmen) doen boven den 
clederen een velt (l. vilt) oft .1. effen 
vellen cleet ende dat niet breedere 
no niet langhere dan die vore ge- 
seedeghe scroede ende danne salmen 
nayen ten gevoege ende dair boven 
zalmen leggen .3. corden oft snare 
soe dat ter myddewaerd eene ligge 
ende wel na op elc eynde eene. 
Ende danne zalment cnopen so 
dat men dair onder spalken steken 
mach .4. oft .5. alsoet noot es ende 
danne zalmen voeghen langes 
den lede zoe dat tusschen elke .2. 
g (io)a. spalken spacie blive van eenre 
alsoet voirseyt est soe dat let dair 
dore wese gelucht. Ende danne 
zoe ontbint dye myddelste bindinge 
ende byntse weder slap soe datmen 
dair onder mach steken een pipe 
eens vingers lanc zilverijn oft 
coperijn oft vliederijn oft coperijn. 
ende gesmeert bynnen oft buten 
beyde ende drayt omme te ghe- 



voegene ende op dende eene pipe 
dies gelike ende legghet dye 
spalken effene ende danne so drayt 
dye myddelste pipe westwart ende 
dye .2. pipen optye eynden drayt 
oestwert. Ende dan stect daer dye 
drie pipen eenen houtenen oft 
yseren priem ende dus salmen doen 
van beenen ende van armen 

ende van allen leden dye men g (io)b. 
spalken wille. Ende eyst den arm so 
salmen hangen anden hals te gevoe- 
gene vore dye borst aldus. Ende 
eyst .1. been zo salmen legghen 
effene ende dan wet effelijc(?) hoghe 
in ene lade ofte men wille dair 
toe gemaket es ofte legget daert 
zachte es tusschen .2. walmen van 
gluye elc alsoe groot alse een arm 
aldus. Ende men zaelt laten ligghen 
aldus toten verbyndene aldus alsoe 
ment zal leeren hier na wert tachter- 
waerne tote dat ghenesen es eest 
arm ofte been te broken. 

Vanden cakebeene (l. 
canebeene) te broken. 

Ende vanden kanebeene te bro- 
ken uter stede dat zal dye dienstman 
trecken af elke zide ende voeghen 

deel teghen deel. Ende dan g (ïo)c. 
zo salmen legghen .1. dick cus- 
seneel dair boven ende men zal 
legghen 1 ront onder doxele. 
Ende es dat kanebeen entwee zo 
salmen dan den arm op waert 
houden ende draghen dat het te 
bat vergaderen soude ende dan 
zal men maken .1. piaster van 
stoppen ende dat genet int dwitte 
vanden eye ende dye scroede yerst 
in borne ute gheperst. Ende men 
zal weten dat die scroede vanden 
kanebeene es sculdech te zine so 
lanc ende so breet dat so bevaet 
dat cusseneel dat onder doxele leyt 
ende boven den scouderen inden 
hals. Ende int cruus gaende boven 



158 



der andere scoudere alsoe omme 
ender (l. onder) arm .6. vout ofte 

g (iO)d. .8. vout omme gaende ende danne 
zalment nayen ende latent liggen te 
gevoege ende voert hanteren ende 
heele?i met subtijlheden metten zel- 
ven dat me« heelt te broken been. 
Vanden ribben. 
Ende vander rebben die dienst- 
maw zal sinre (l. sine) hande besme- 
ren met dicke zeeme oft hij zalse 
bepecken met herse deser gelijc Oft 
me» zalre zetten venteusen so dicke 
op dye stede dat sij verwarmen die 
stede. Ende danne zalmense ghe- 
reet of trecken dat zalmen doen 
so dicke om dende oft zo dat dye 
rebbe weder keeren te haren 
rechten steden ende dair boven 
zalmen, legghen apostolicum op 
een leder gebreet ende 

a (H)a. ne gheen cusseneel ne ware eene 
scroede dye dat plaester houden 
zal genayt te gevougen GJ. 

Cap. 24. 

<I Va{n) de(n) dyescinkele 
ut(er) stede '). 

Die dyescinkel mach uter stede 
gaen bi valne of bi springene -). 
Eist dat ment met en bnnge£ in 
sine rechte stede weder eer die 
derde dach lidetf. hi blijft ewelike 
manc. <][ Men es sculdech te nemene 
den genen bi den voeten, ende te 
hangene met ere dwalen an enen 
balke. Ende een [ander man G] 
ligge overdweers des gee?is lichame 
ende treckene nederwert dbee?i 
daer bi te treckene [ende te rech- 
tene ende G]. 
b i44d. die meester staende besiden den 
g (ii)b. zieken, heffende die vust slaende 



iegen dbeen datter uut es. het 
sprinct weder in sine rechte stede, 
op te heftene dbeen ende te besiene 
oft op ende neder gaet. te wesene 
seker daeraf oft wel in sine stede es. 
scroden genet int wit vanden eye of 
iegen dat die tijt eischt als vorseit 
es. ende die so lanc datse al om den 
lichame werden gewonde?i. te pers- 
sene dbeen iegen dander dat het in 
sine stede blijft, ende also te latene 
toten derden dage liggen. <& Alse 
men daer toe comt at te doene die 
scroden ende te besiene oft op 
ende neder rijt. Ende te badene 
dien pacient ende te zalvene [ende g (ii)c. 
G] ene scrode geleit op die quets- 
singe. ende gebonden met lange?i 
scrode?i. viertien dage te achter- 
waerne. die scrode te veranderne 
va?i drien dagen te .3. dagen ende 
dan op te gevene genesen. Eist 
dat hi in hem gevoelt enegerande 
quetssinge daeraf te gebiedene te 
badene ende te zalvene tote hi 
genesen es. 

Cap. 25. 

fl Hoe die dyesci(n)ke(len) es gemaect 
boven 3 ). 

Die dyescinkel es .1. led bove?i 
ront gelijc ere bolle?i. ter midde- 
wert cleinst. boven es .1. zenewe 
cort vestende in die hanke die 
hol es gelijc enen grade. daer die 
dyescinkel in plegt te stekene, so 
welc tijt dled uut siere steden comt G (ii)d. 
die zenewe lanct hare. Eist dat de 
dyescinkel binnen den iersten .3. 
dagen niet en wert gedaen in sine 
rechte stede. Te diere stede daer 
de pine es comt al dat bloet van- 
den live ende vergadert daer. Ende 



') G: Vanden scinckel uter stede. 2 ) G: verspringene 

3 ) G: Hoe dat die scinckel ghemaect es. 



159 



somtijt vorten die zenewen daer 
bi. so dat die gene gefisteleert 
f blijft daer bi. Eist dat si niene 
vaet. dat bloet datter gevallen es 
nederwert vergadert te vlesce ende 
wast in die hanke daer dbeen in 
stac. want dat vol vleeschs es 
gewassen, so en mach nemmermeer 
dat bee?i comew m sine rechte 
stede, dore dat tfleesch buten hout. 
ende om dat van ierst niet wel 
was berecht, so blijft die gene 
ewelijc manc gaende. so wat menre 
g (i2)a. daerna toe doet het blijft verloren. 
«I Sulke meesters gebieden te 
badene ende te zalvene ende cironen 
daer op te leggene. Ende si doen 
quaet. Want die zenewen sijn cout 
bi natnren. bi dat men badetf ende 
zalvet recke?i die zenewen. of die 
proper zenewe daert an gevest es 
wert also vele te langere dore der 
verscheit wille vander zalven, dat 
de gene also vele te meer blijft 
manc gaende. 

B 145a. CAP. 26. 

•I Van den dyescinkele tebroken 1 ). 

Die dyescinkel mach breken 
ontwee. daer siin si .2. sculdech 
te wesene ten bene. Deen hebbende 
den pacient begrepen sinen lichame 
vaste te houdene dbeen vaet beide?z 
g (i2)b. handen, dander dat knie treckende 
deen iegen den andren. die meester 
es sculdech te stane besiden den 
bene. ende te leerne dien tween 
hoe si trecken selen int gevouch 
niet te lanc. dan den dyescinkel 
te nemene in de hant te tastene 
mepten vingeren of dee?i been iegen 
dander es. te walkene mester hant 
dat effene blive. te merkene bi den 
andren oft al even lanc es. te 



zalvene daer omtrent met pope- 
lioene. .10. scroden elc es sculdech 
lanc te sine .2 ,\. spa?ine genet 
int wit vanden eye omtrent dbeen 
gewonden boven den scroden .1. 
vilt daer omme genayt boven den 
vilte .7. spalken daer omme .3. 
corden elc hebbende ene pipe van 
vliedere. Ende men sal die corden 
en open slanc ende effenen dat op 
elc ende vanden spalke?i ene ligge 
ende op die middewert ene. Ende 
onder elke salmen steken .1. pipe 
entie .2. die optie enden liggen die 
salmen drayen westwaert. ende die 
middelste oostwaert te gevoegene 
vaste so dat die spalken ende die 
cledere wel houden. Ende da?i 
salmen hebben enen houtenen 
priem of ander wille men. ende 
steken dor die .3. pipen daermei 
eist gesloten. Ende dat hi die dingen 
hout e7ide been rechte houde lig- 
ge?ide. Ende te verbiedene. dat 
hiere niet toe en doe dbee?i liggende 
rechte .9. dagen of .10. dagen. Eist 
dyescinkel ende alle been die 
tebroken siin. die siin sculdech te 
liggene ten iersten eer ment port 
in den .12. sten dach af te doen e g (i2)c. 
dat om dien scinkel was gedaen 
met warmere watere te verscene 
datter verdrogei was bi den witten 
van den eye ende bat af te doene 
die scrode?i. dat dbeen te bat met 
gemake blive. Ende emmer te 
wachtene datmen dien dyescinkel 
niet en handele onsachte. waerbi 
die been dee?i beziden andren 
mogen comen. den genen ewelijc 
manc bliven gaende daer bi. 
t]I Dbeen es sculdech te sine gesu- 
vert met enen sachten linen clede 
in warmew watere genet, ende 
daerna te zalvene ierst gedrogetf. 



G: Dat knie vander stede te versiene. 



160 



dan met popelioene gezalft daer 
omme ene cirone ende scroden .10. 
daer boven een vilt. bat op die 
spalke?i .3. corden daer 

b H5b. omme gaende die pipen alst vorseit 
es te perssene die spalken die scro- 
den an dbeen. dbee?i daer bi vaste 
te houdene ende rechte te bliven 

g (i2)d. ligende. [aldus] te vermakene achter- 
den .12.sten dach ten .9. sten daerna. 
ten .7. sten daerna ten .5. sten daerna 
tote hi sinen dyescinkel op mach 
houden of heffee bi hem selven 
uut sinen bedde te bugene siin 
been te merkene of hi stare daer 
in es. te gebiedene met crucke?i 
te gane niet te stoutelijc daer op 
te terdene int begin mer al gemac- 
kelijc. te badene te zalvene die 
cirone daer omme te windene, 
tote dat al genesen es metter 
hulpen Gods. 

Cap. 27. 
<I Van de(n) diescinkele '). 

Dat die dyescinkel es .1. led .2. 
spanne?i lanc bogende bi natnren 
eens deels ront mer in de midde- 
wert eist ronst ende cleinst ende 
daer breke£ liefst ontwee. jegen 
daer dbeen cleinst es bi natnren. 
daer eist tfieesch meest omme. daer 
bi es ment sculdech te walkene 
want bi den. walkene voegen deen 
bee?i iege?i dandere dat mens te 
bat seker es daer bi te blivene 
met gemake. Die scroden die men 
daer omme wint conforteren dbeen 
datter bi vergadert ende cnoopt. 
Elke scrode die es sculdech niet 
langer te sine dan .2. \. spanne, 
daer omme dat dbeen cranc es 
ende niet en mach gedogen vele 
handelingen, ten vermakene ont- 



doet men die scroden boven ende 
leggense over elke side neder van 
den bene ende so blive£ dbeen 
liggende te gemake bide?i scroden. 
dat niet en soude mogen wesen 
wilde mer lange scroden om winde?i 
bi mense af soude moeten doen te 
vermakene soude men dbeen ver- 
porren biden ontwindene. dat daer- 
bi dbeen lichte mochte comen uut 
siere steden ende die gene soude 
manc bliven gaende. Hier bi prijst 
Actor bat die corte scroden dan 
die lange. •! Ten .12. sten dage aise 
men daer toe comt te merkene oft 
dbeen rechte lege£ ende effene. 
Ende eist dat an deen side hoger 
\eget dan an dandere. of oneffen der 
es bi der broke?i dan ane .1. ander 
stede te ziene biden bene eldre. 
Men es sculdech een cusseneel van 
linen cledren daer iegen te leggene. 
te perssene dbeen nederwert in 
sine sceppenisse te bringene daer 
omme .1. cirone. Men mach dat 
cusseneel also wel boven der 
cironen doen alse daer onder. 
€1 Men es die scroden diere boven 
siin sculdech te leggen wech 

diere genet waren int wit vanden b 146c. 
eye achter den .12. sten dach. Voort- 
meer es mense altoes sculdech te 
nettene in wine of in watere uut- 
geperst. boven der cironen ge- 
wonden .1. vilt. daer boven spalken 
so vele dat mer late spacie tusscen 
eiker spalke?i die breide van ere 
spalken omme dat dbee?i daerbi 
lucht mach hebbe?i. Waert dat men 
so vele spalken om dbeen dade. 
dat de vilt daermede bedect ware. 
so ware dbeen in groeter avon- 
turen, want het mochte ontsteken. 
Ende en bluschte men niet dat 
vier te tide. die mensce mochter 



') De hoofdstukken 27 en 28 ontbreken in G. 



161 



orame sterven of verliesen dbeen 
beneden dat knie. <fl Enröe dbeen 
en es men niet sculdech te porne 
vor den .12.sten dach. want port 
ment eer. men maect den zieken 
nuwe pine. ende dbeen en mach 
niet vergadren om dat ment so 
dicken verhandelt. Het es gesciet 
datmew dbeen so diaken heeft 
verhandelt dat niet en mochte ver- 
gadren. Alse die gene wae?ide gaen 
ende genesen siin. dat been hmc 
ane hem slaende een sins ende 
andersins alse een vlegel. 

Cap. 28. 

fl Va{n) te settene dbee(n) eer 
ment spalct. 

In so wat steden van den live 
dat dbee7i mach breken es men 
sculdech te besiene dbeen eer ment 
spalct dled boven of beneden oft 
uten lede es of niet. Eist uten lede. 
men trect weder in ende achter- 
waerne toter tijt. dat hi genesen 
es met cironen ende met zalven. 
•I Men heeft lieden geheilt die 
broken vanden bene daert dbee?z 
uten lede was ende bleef, ende als 
die gene waende genesen siin. 
bleef hi manc gaende omdat dled 
niet tiersten en was gestelt in 
sine stede. 

Cap. 29. 
€J Vande(n) knie ut(er) stede ! ). 

Dat knie mach uut siere stede 
comen bi valne of bi treckene. 
Ten iersten datmen daer toe comen 
mach es die meester sculdech te 
g (is)a. leggene sinen arm in dat bugende 
vander knie onder. EneZe doent 



trecken hem tween elc been over 
elc zide over sinen arm opwert 
heffende ende dragee, dat knie keert 
weder in siin stede, te proevene bi 
dat op ende neder gaet. €J Oec mach 
die kniescive uut sire ste [aldus] 
becomen. ende daer toe es pine 
dled te doen keerne ende te stekene 
dat kniescive opwert te stekene 
mester hant weder in siin rechte 
stede. Ende van eiker zide den 
knie een cusseneel dicke genet 
int wit 

vanden eye. scroden daer omme b i45d. 
genet oec int wit vanden eye tote 
inden vijfsten dach af te doene. 
cironen daer omme gewonden te g (i3)b. 
badene ende te zalvene tot hi 
genesen es. 

Cap. 30. 

*I Va(n) wonde(n) int knie 2 ). 

Dat knie es .1. led dat niet en 
mach gedogen quetsinge teneger 
stede het en comt al te zere ton- 
poe?ite. Eist datter wonde in comt 
bi der roeringen va?i den lede 
ende bider qwetsingen diere es bi 
den slage of bi den steke valt 
dbloet ten knie neder. Eist dat si 
hem niet en wachten si mochten 
sterven of gefisteleert bliven. 
Comende ter wonden stremmende 
met wieken genet int wit va?i den 
eye ende gebonden alst betaemt. 
Ten derde?i dage af te doene met 
warmen watere in die wonde te 
doene wieken vsüi linen cledren 
of va?i stoppen, of wolle mester 
yeken in oliën van oliven genet, 
of wieken van coolbladen. die 
wonde omtrent gezalft met pope- 
lioene. daer bove?i drie coolbladere. 



x ) G: Dat knie vander stede te versiene. 
2 ) Ontbreekt in G. 



n 



162 



wondendranc te geven drinken. 
Ende te achterwaerne van tide te 
tide tote si genesen siin altemale. 

Cap. 31. 
f| Van benen te brok en '). 

So welken tijt men comt tenege?i 
mensce die dbeen ontwee heeft 
tebroken. men es sculdech dled te 
nemene in die hant te merkene 
ende te tastene waer dbeen ontwee 
es. Si twee sitten of knielen an 
elke zide des zieken so dat deen 
heeft den zieken bevangen, ende 
dbeen houdende vaste te treckene 
iegen den andren die de?i voet 
hout. Die meester es sculdech te 
knielene in die middewert dat been 
in de hant hebbende ende te voe- 
gene deen been iegen dander. ende 
walkende mei beiden handen ebeen. 
want ware enege scaelgie af te 
broken van den bene die stake 
int vleesch. bi dat men dbeen wel 
walct vergadrera die scaelgiën 
weder ant been biden walkene 
ende voeget weder te gadere. €J Men 
neme linen scroden half ellen lanc. 
ene spanne breet. het ware beter 
waren die scroden maer .\. spanne 
lanc dan langere alsoet vorseit es. 
Ende netse int wit vanden eye. of 
in wijfs melc. of in warmen wine 
of in warmen watere. of in un- 
guentura fuscum. of in popelioene 
omtrent dbeen gewonden .7. vout 
of .10. daer boven een vilt gedaen 
langer 
Bi46a. dan een spanne, boven den vilte 
.7. spalken elke vingers breet ende 
spannen lanc of een luttel langere, 
drie corde?i boven den spalken, 
die ene in die middewert der broken 
dandere .2. op elc ende. drie pipe?i 



van vliedere elke corde ene heb- 
bende, te wringene om die spalken 
die perssen daerbi die cledere omnie 
dbeen. ende dbeen blijfter bi rechte 
ende gevoucht dore die pipen. die 
roede gemaect van ere spillen, 
dore die pipen gesteken deen iege?i 
dandere te houdene. Te leggene 
deen been biden andre?i waerbi si 
even lanc siin liggende. Tonder- 
stekene dbeen datter tebroken es 
met cledren dat effene blive lig- 
gende in ene lade va?i drie?i bar- 
dren gemaect tote opten .9. dach. 
€J Elcs dags es sculdech die meester 
te comene toten zieken ende te 
merkene hoe dbeen legt. Ende te 
verbeterne eist corde te slappene 
of te stivene. Ende te zalvene de?i 
voet ende tknie met popelioene te 
slinkene daerbi datter geswolle?i 
es. Een cleet genet in aysine ende 
omme den voet gewonden tknie 
enten voet te vercoelne also vele 
te bat daer bi te gemake te wesene. 
•I Ten .12. steil dage alse men daer 
toe comt te vermakene met warmen 
watere te vervarsene. waerbi men 
mach die scroden af doen gemac- 
kelike so datmen dbeen niet en 
quetse. Gedwegen dbee?i ende ge- 
droget. dbeen gezalvei al omme 
ende ene cirone gemaect dats .1. 
plaester van linen cleden genet in 
wasse in swinensmere in witten 
harste in roete va?i eiken ee?i deel 
in een panne gedaen smelten, ende 
daer in genet tcleet uter pannen 
gedaen ende een deel gecoelt om- 
trent dbeen geleit. daerna scrode?* 
also vele als men wille op dbeen 
.8. vout of .10. Ende daerbove?i .1. 
vilt bat optie spalken gebonden 
met corden bider pipen enter spillen 
die dore dte pipe gaet alst vorseit 



') Ontbreekt in G. 



163 



es. Ende te achterwaerne aldus .8. 
weken of .10. jegen dien dat me% 
dbeen siet dat cracht gecrijcht 
bider spisen di(e) hi nut ende bi der 
manen dat dbee?i cnoopt te gadere. 
Te gebiedene den zieken met 
crucken te gane iege?i dien dat 
hi hem kent stare ende vermach 
int been. daer jegen den voet ter 
erden te doene. ende niet te wesene 
te stout. Wa?it men hevet gesien 
dat liede?i hadden dbeen tebroken 
om dat si te stoutelijc wilden gaen 
dat sijt daer bi wede?' 
b U6b. braken ontwee. Oec siin sulke 
die te tijtlike over dbeen torden 
dat daerbi cortte ende ewelijc 
bleef manc. 

Cap. 32. 
g (i3)b. €]J Va(n) benein) die uutrage{n) l ). 

Het siin sulke lieden die hal- 
been breken waerbi deen zide 
vande?i bene steect ten vlesce ute. 
ende maect ter stede ene grote 
wonde. Daer so es men sculdech 
dbeen te treckene alsoet vorseit 
es. Eist dat dat bee?i niet en volget 
den groten bene binne?i bi den 
treckene. so es men sculdech dbeen 
uut te treckene met ere pinche. 
g (i3)c. Ende eist noot so salmen de wonde 
widen met enen scerse om te sachter 
dbeen uter wonden te doene. EncZe 
te berechtene dbeen ende te spalkene 
alsoet vorseit es 2 ). ij Maer bove7i 
der wonde?i so en es men sculdech 
gene spalke te leggene no cleet. 
want waer die wonde daer mede 
bedect gelijc den bene. men soudse 
niet mogen vermaken elx dags. 
ende si soude blive?* versmoort 
biden venine datter toe comt. omme 



dat ifenijn niet ute en soude mogen. 
ende tfier soude slaen ten bene bi 
der hitte?z. dat die gene daer af 
soude sterven. Dat been te spalkene 
alsoet vorseit es. ende iegen die g (i.3)d. 
wonde .1. gat te snidene. waerbi 
men mach die wonde vermaken 
elcs dages .2. werf in den zomer 
ende in den winter een werf met 
wieke?^ van stoppen of va?i linen 
clede genet in wijfs melc. omtrent 
die wonde gezalft met poplio(e)ne. 
daer boven .3. coolblade ende ge- 
bonden met scroden te gevoege 
gelijc ere ander wonde. EneZe men 
mach .1. spalke bove?z der wonden 
doen veran vermakene te verma- 
kene (?) maer beter waert gelaten. 
Ende te achterwaerne van tide te 
tide met wonde?i dranke te gevene 
tote die gene genesen es. ja de 
wonde geloken es te spalkene ende 
te verspalkene van .12. dage?i te g (H)a. 
.9. dagen, van .9. te .7. van .7. te 
.5. tote hi genesen es. 

Cap. 33. 
ü Van diversen meesters 3 ). 

Meesters siin van diverser ma- 
nieven dbeen te spalkene. Het siin 
sulke die nemen tiersten .1. cleet 
dat si om dbeen winden ende net- 
tent int wit vanden eye. dandere 
diere boven selen liggen in watere 
omdat die scrode was van iersten 
int witte genet dat het dbee?i te 
vastere soude houde?i. dat niet en 
soude ontswinge?r no ontstricken 
deen been vanden andren. no be- 
siden die scroden diere boven siin 
genet int water dore dat dbeen 
niet en werde geperst bi den witte 
vande?i eye. dat water 



J ) G: Vanden beenen te brokew die ute raghen 

a ) In G een schets van een mes. 3 ) Ontbreekt in Gr. 



164 



b 146c. ververscet dwitte so dat dbeen 
te bat met gemake blivet. hier doen 
si wel. q Maer alle die scroden 
genet int wit vande?i eye. die 
mensce en sout niet mogen gedogen 
dor die persse entie dwingi?rge 
vander droochte?i van den eye. 
dat die gene soude carmen nacht 
ende dach also lange alse die 
scroden daer omme souden wesen. 
Ende dbeen soude verstormen ende 
werpen dat bloet in den voet ende 
soude daer bi groet swillen ende 
menege pine daer in gedogen tote 
die voet weder geslanct si. Hier 
doen si quaet. 

Cap. 34. 
q Andre mest(er)s l ). 

Sulke meesters siin die nemen 
dwit vanden eye va?i .2. of van 
drien eyeren ende also vele waters 
ende slaent te gadere ende netten 
die scroden daerin. ende windense 
omtrent dbeen. dat tebroken es. 
Hier doen si wel. Het ware beter 
waren die .2 scroden genet entie 
.4. droge dan si alle waren genet, 
omdat dbeen te vaster soude siin 
geperst biden scroden. etc. 

Cap. 35. 
g (i3)a. q Van de(n) voete ute(n) lede 2 ). 

Eist dat die voet uten lede es. 
men essen sculdech te reckene 
ende te streckene ende weder te 
bringene tsire rechter stede, ende 
te besiene bi den andren voete. 
Ende scroden genet int wit vanden 
eye. daer boven dandere scrode?i 
genet in borne of in melke of in 
warmen wine uut gewrongen. Ende 



omme den voet gedae?i ende ge- 
wonden, tote in de?ï .5. dach te 
latene also liggen tote opten sesten 
dach te hermakene. te zalvene den 
voet. ene cirone daer omme ge- g (I4)b. 
wonden, daer boven scroden genet 
in watere uut geperst. Ende tachter- 
waerne van .5. dage?i te .5. dagen. 
tes hi hem gevoelt dat hi sinen 
voet ter erden mach bringen tote 
dat hi genesen si. 

Cap. 36. 

q Van de(n) voete v(er)mro(n)gen 3 ). 

Sulke lieden hebben den voet 
verwrongen, niet al uten lede. 
maer .1. deel ongevoegelijc staende. 
dicwile laet men dien voet bi 
roekeloesheiden also bliven staen- 
de. dat de gene daerbi bliveimanc 
gaende. Ende dicke?i gevalt dat 
dbloet dat ter quetsingen gevallen 
es. verbernt in hem selven ende 
verkeert in lingenen 4 ). dat hi ge- 
fisteleret blijft langen tijt daerna. 
Waerbi die venine die daer wassen g (i<t)c. 
tusscen den .2. leden verteren die 
been. zenewen ende adren. ende 
vleesch. ende werden vele 

gaten omtrent den enckel dat b i46d. 
ter fisteleringen uut gaet been som 
cleine som groet. Sulke meesters 
seggen ons dat sente-loys-evel es. 
Actor seit en es niet. hadde hi te 
tijt vroeden raet gehadt hi ware 
genesen. dies hi smertte heeft bi 
siere roekeloesheiden. n Ter steden 
daer die gaten siin es men sculdech 
te makene .1. gat met enen scerse 
so wijt. dat men tasten mach merten 
vingere hoet binnen es merten 
bene. Ende dore de wonde ge- 
worpen zeele gemaect met linen 



') Ontbreekt in Gr. 2 ) G: Vanden voete uten voeghe ghescoten. 

3 ) G: Vanden voete verwronghen. 4 ) G: in quade. 



165 



cledren. te suverne elx dags den 
g (i4)d. voet bi den zeelen met aysine of 
met starker logen, te drogene ende 
te zalvene den voet. coolbladere 
boven der wonden te leggene ende 
gebonden alst betaemt. wonden- 
dranc te gevene van tide te tide 
enen lepel vol. telken vermakene. 
ende dus tachterwaerne tote hi 
genesen es. €J Elc zeel es sculdech 
te liggene .14. nacht m de wonde 
of meer jegen dien dattie vulheit 
groet es ende die quetsinge. Also 
vele te langer laten liggen daerin. 
wel te suverne die vulheit van 
binnen, ende daerna tachterwaerne 
alsoet vorseit es. 

Cap. 37. 
•I Van de(n) voete tebroken '). 

Die voet mach breken in die 
middewert ontwee in die worst. 
Dien voet es men sculdech te 
g (i5)a. reckene gelijc alst vorseit es. te 
zalvene ende te nemene .1. scrode 
ende te nettene int wit vanden eye. 
daerboven scroden genet in borne 
uutge wrongen, daer boven .1. vilt 
bat op spalkevi .4. onder ende .4. 
boven, ende besiden gebonden mei 
corden ende geperst met pipen te 
vergadren met ere roeden gemaect 
van ere spillen alst vorseit es. 
Den mensce te wachtene van on- 
ganser spisen. dat sine pine niet 
en werde gemerei daer bi. te leggen 
in stede daer die voet rusten mach. 
Ende niet te vermakene vore den 
.12. sten dach. ende tachterwaerne 
tes hi genesen es 2 ). 



Cap. 38. 

€J Van div(er)se(n) w{er)kene va(n) 
mest(er)s. 

Sulke meesters netten die scroden 
in wine die si winden om dbeen 
dat te broken es. Si doen wel. 
want si hebben daer redene toe. 
Om dat ter broken dbloet sinct. 
dat heet ende versch bi natnren 
es. bi den persene vander scrode?i 
ende die wijn es heet ende droge 
bi natnren so slanke^ dled. Ende 
dbloet keert weder ter stede danen 
het quam entie zieke blijft te 
gemake. 

Cap. 39. 

•J And(er) meest(er)s. b 147a. 

Sulke meesters bezalven dbeen 
met poplione al omtrent of met 
unguentura fuscum. welc datmen 
wille. Ende netten haer scroden 
in warmen watere of in zoete melc. 
die doen wel ende hebben redene 
daertoe. Want water ende melc es 
cout ende versch bi natnren. end? 
ter stede daer dbeen tebroken es. 
daer valt dat bloet neder dat heet 
ende versch es bi natnren. bi datter 
te vele bloets in corat verkeren 
si in droochten bider groeier hitten 
vanden bloede, bi der coelheit 
van den melke ende vande?i 
watere verslaet die hitte vanden 
bloede ende ververscht die droocheit 
waerbi dat bloed keert weder 
danen het quam. bi der perssingen 
vanden scroden ende van de?i 
spalken datter toe behoort alst 
vorseit es. 



') G: Vanden voete te broken. 

2 ) Hier eindigt in Gr de Chirurgie van Yperman met de woorden : Deo 
G (l5)a. gracias in nomine Christi. Op de laatste bis. van het Hs. komen nog 3 teeke- 
ningen voor naar gespalkte ledematen. Zie Afbeeldingen. 



166 



Cap. 40'). 

Sulke meesters make?i ene cirone 
\slii wasse van swinen smere. van 
scapen roete van harste van pecke. 
van elke?i .1. deel maer vanden 
harste minst. Men werpet al in ene 
. panne ende smelten ende net daer 
in een linen cleet. ende windent 
omtre?it dbeen dat tebroken es. Ende 
si mesdoen bi deser redenen. Alse 
die cirone es omtrent dbeen gewon- 
den ende men dbben (l. dbeen) verhit. 
f te meer dled ontoedt ende rijt om 
dbeen. waerbi dbeen uter stede 
gaet ende daer bi cortei. hetsjege?i 
natnre wa?it deen bee?i lege£ dan 
besiden den andren. niet iegen 
dander. ende blijft also. al werde 
hi genesen bi avonture?i hi bleve 
ewelijc manc gaende. En es mewsce 
ne geen die led brect ontwee. eist 
dat deen been van den andren 
\eget. niet deen iegen dander dat 
hi nemmermeer so te gemake moge 
wesen. Alle die been die tebroken 
siin. die siin sculdech dee?i iegen 
dander te liggene. niet deen be- 
siden den andren. sal hi te gemake 
bliven. «I Hier bi prijst actor dwitte 
va?i den eye boven al den andren. 
so meer dbeen verhit, so meer 
dwitte verdrogen ende clingetf an 
dbeen bi den scroden. so dat deen 
been rechte iegen dander blijft 
staende entie zieke sine gansinge 
mach gecrigen. Hier doet elc 
meester sine gewoente. <J Dicken 
gevalled alse diverse meesters comen 
tenen werke. dat elc anders werc 
mesprijst. Nochtan doense alle wel. 
maer die meiter cironen die hi win- 
det om dbeen dat te broken es opten 
iersten dach. dat ware hi sculdech 
te doene opten .12. sten dach 



of opten .18. dach dat verbiet b H7b. 
actor. maer alle dandere vorseit 
doen wel. fl Maer en ware dbeen 
niet tebroken. maer gequetst. men 
ware die cirone sculdech te win- 
dene daer omtrent, om uut tesugene 
die quetsure diere inne es. Maer 
om dat dbeen ontwee es. so es 
men sculdech dingen daer omme 
te doene die dbeen stijf houden 
ende rechte tote in den .12. sten 
dach of in den .18. dach dat dbeen 
gevoecht si. Ende daerna cironen 
omme te doene. te badene dbeen 
ende te drogene. te zalvene met 
popelioene. ende weder daer op te 
doene die cironen. die scroden. 
dat vilt. die spalken, ende datter 
toe behort. Ende te besiene van 
tide te tide tote dat been genesen si. 

Meester anceel van geneven 
die genas alle siin hooftwonden 
met ere zalven sonder anijs. Ende 
hi wasser zere met geprijst in die 
stede van geneven. Hi verboet 
alle?i sinen zieken dat si el niet 
en souden drinken dan vande?i 
staresten wine dien si vonden, ende 
dat si niet el en aten dan dbeste 
vleesch. Ende dit was iegen alle 
auctoors van medicinen ende van 
surgiën. Also gi horen moget int 
capittel vanden dyeten. dewelke 
leri?ige es wat men sal eten ende 
drinken. Ende waeraf men den 
zieken sal doen wachten tetene of 
te drinkene. CJ Met deser zalven 
waest dat meester anceel wrochte 
hadde hi recht of onrecht, hi nam 
altoes wit harst .1. $è. ende olie 
van rosen .5. 3. ende wit was .3. 5. 
dit smalt hi in een erden panne 
verloodt. ende alst cout gnouch 
was so goet hiere in een deel goets 



') Zonder titel. 



167 



wits wijns ende zoodt te gadere 
ende daerin doopte hi een linen 
cleet. ende dat doorgaette hi met 
ere scaren in vele steden, ende 
leit also op thooft. Ende daerboven 
so leide hi .1. plaester van stoppen 
genet m warmen wine ende dat 
uut geduwen. Ende daerboven .1. 
van drogen stoppe?i. Ende aldns 
so bant hi thooft entre plaestren 
daerop so dat se met en mochten 
af gaen. Ende was die wonde wijt. 
hi nayese te gadere. Aldus genas 
hi die wonden sonder anijs Entie 
daer storven» die grouf men. Ende 
het starfer meer dan genas. Nochtan 
was hi vele meer geprest 
b 147c. dan alle dandere meesters die 
bi der const wrochten. Maer dat 
en was niet van den genen die 
redene bekenden, maer hi was 
vanden gemeinen leken lieden. 
Ende aldus so es beter goede vente 
dan goede ware. «I Het was oec een 
meester in Vlaendren van ziericzee 
in zeelant geboren ende hiet meester 
willem. hi maecte ene cirone aldus. 
Hi nawi wederen roete ende 
scapen roete dat smalt hi. ende 
mingde daerme^ .1. luttel was ende 



.1. deel spaensch groen, dit zide 
hi dore een linen cleet. ende doopte?- 
in een linen cleet. Ende sneter af 
.1. stuc ende leit op alle die wonde?i 
die tote hem quamen. Ende alst 
vul was hi keretf omme ende va- 
gede dat etter af. ende leide weder 
dander zide optie wonde. Ende 
genas aldns alle sine wonden. Ende 
hine nayde gene wonden mer hi 
dwouchse met warmen wine ende 
drogese ende daerna leide hi daer- 
op siin plaester also ie u vorseit 
hebbe. ende wasser zere met ver- 
naemt. Dits al gelue sonder redene. 
^ Het was oec in poperingen een 
wijf ende hiet lise pauwelijns die 
genas alle die wonden met dranke. 
ende leide optie wonde .1. luttel 
stoppen, ende daer boven rode 
coolbladre. Vele genasser ende vele 
storvender. Ende nochtan wassi 
geprijst boven goede constege 
meesteren. Waerbi dat ie u segge. 
Al siedi enen meester die niet 
en wert verheven, en laet u niet 
verwondren daer af. Mer van desen 
namen die si geerigen. dat mach 
wel heten gelue sonder recht ende 
sonder redene 1 ). 



') Op lol. B 147d staat alleen met een andere hand geschreven 

Laus tibi sit Christe 

Quia labor explicit iste. 
Op fol. B 148, eveneens met een andere hand: 

Scriptor qui scripsit cum Christo vivere possit. 

Gum nomine aptum Godefridus Leonys. 

Sit sic vocitatum, Nolarius et 

aromatarius Mechliniensis. 



Van rudicheit en(de) scorreftheit 
ane die mensche '). 

Nou wilic jou gaen scriven van 
rudicheit ende scorreftheit wat het 
es van den ghemeenen siechede?ï 
c sia. toe hoerende Cyrugie ende oec 
medicine maer omme dat wel 
voughet dat hier in staen sal. soe 
willic wat medicinen der of scriven 
dwelke ie hebbe ghetrocken hute 
Galienus ende hute y poer as. 
€J Item soe int erste soe comt die 
rudichede ende scorreftheit toe 
orame dat die natuere van binnen 
te cranc es die quade materie hute 
te drivene ende dat valt meest in 
houde lieden ende die rudicheit 
vorseit in houden lieden, ne can- 
men niet ghenesen. €][ Ende voert 
selnien weten datter eene maniere 
van rudicheden is ende die comt 
in lieden die op siin ghestaen van 
groeter siecheit ende die rudicheit 
mach men wel ghenesen. Een 
ander maniere van rudicheden is 
die den lieden toecomt van quaet- 
heit der spijse?i ende van quaetheit 
der drancken. «I Een ander 
maniere van ruden comt van 
spijsen dat mense qualic verduwen 
mach alse die spijse vervult wert 
in den lichame. Ende aldws sal- 
inen gaen ter cueren. Int erste 
salmen die materie ende die ver- 
rotte humoren, evacueren. Item 
ende alse die materie is ghedige- 
reert met sirupen diere toe hoeren 



ghemixtert met aq. fumi terre ofte 
andere water naer dat de men- 
sche jonc es. Dan salmen hem c 6ib. 
gheven een laxatij f dat de humoren 
purgieren mach als men wel vinden 
sal in onsen antidotarius ende als 
hi ghepurgiert es dan sal men 
smeeren sinen puls van sinen hant 
ende de elliboghen ende die hamen 
van der beenen bachten jeghen 
dat vier tsavons als hi slapen 
gaet met deser Da volgeden salve 
JJ n guentum ad scabiem. 
]^o calex viva oloen (l. aloë) cicotrmi 
olej olivarnra misceantur insit et 
fiat onguentum ponatur in pixide. 
Een ander salve : Nemt aloë epa- 
ticon .^ j- dat minghet met aysiin 
alte samen ende daer mede salvet 
den puls ellibogen ende die hamen 
van den beenen ghelic dat vorseiï 
es. Een ander jeghen scorreft- 
heit ende joecte. Ro olei nucis 
.§. ij. aceti vini .^ j. daer toe doet 
pulvis litargirum auri pulvis se- 
ruce .ana. §. j. dit siedt over een 
altoes roere?ide dat niet ne berne. 
ende alst dicke si dan doet in dine 
bosse ende orboret alsoet jou vor- 
leert es ende alse dese salve cout 
is mi?ighet der toe een lettele quic- 
silvers. Een ander salve ten 
selven: Avicenna ons leert eer 
men den siecken bestriken sel met 
deser naer volghende salven dat 
men den pols van den hant ende 
delliboghe ende de hanien van den 
beenen erst bayen sal met warmen 



') Hetgeen verder volgt komt alleen voor in C. 



169 



water ofte dat de siecke sal gaen 
in een badt 
c sic. ofte in een stove ende dan sel hem 
de siecke bestriken niet deser salve 

<I ^o pulvis litargirum aurum 
pulvis sulferi vini pulvis aluinen. 
Dit siedt over dat vier altoes roe- 
rende cum spatula met aceti vini 
tote dat dicke becomt alse salve 
et ponatur in pixide oneste. 

Een ander salve ten selvew. 
Ro olmm nucis .q- ij. succi scabioso 
.%. j. et \ aceti boni .§. ij. Dit siedt 
over een altoes roerende dat niet 
ne berne tote dat dicke becomt 
alse salve ponatwr in pixide cerata 
ende doet alsoe jou vorleert es. 
Dese vorseide salve es goet jeghen 
scorftheit ende jeghen serpigo ende 
(i)mp(e)tigo ende jeghew smette 
in tansichte plecken ceterew ende 
op al dat lijf. 

ff Een ander: smelt pee in 
water ende colert suver .§. j- ende 
in die coleringe doet oleuw nucis 
.%. ij. pulveris tartari sal nitri. Dit 
smelt al over een et fiat onguewtum 
fluxibile ponatur in pixide cerate. 

«I Een ander dat ons wijset 
mester gillebert. Nemt alliura 
excoria dat stot al ontwe ende 
alst ontwe es dan doeter toe 
exmigia porcina fiat unguentum 
ponatur in pixide cerate ende or- 
boret alsoet jou vorsen es. ^ Een 
ander dat ons galienus scrijft 
ende dit unguent gheneset scorreft- 
heit met .iij. warf der 
c 5id. op te legghene. ende doet seer 
rijpen ende laxeren metter urine. 
Ende avicenna seit dit naervol- 
ghende ungue?it es goet jeghen 
dat mormal sic fit. «I fy> sulfer 
vini .3. 2. eleborj nigri argentura 
vivura thimi .ana. 5. 2. staffisagrea 
.3. \. hier of maect poeder subtijl 
ende dan nemt exuwgia poursina 



.\. j. misceantur ad ignem fiat 
ungue?ztum ponatn?* in pixide. Ende 
daer mede jou salvet gelijc dat 
jou voerleert es. 

Een ander unguentum ten 
selven sic fit. fy succis vitellini 
succus raphani .ana. .§. 6. aceti 
vini olei nucis ana .§. 3. pulvis 
aloë cicotn'm' .§. \. misceantur et 
fiat unguentum ponatwr in pixide 
cerate. 

Ende pulvius (l : Plinius) die ons 
bescrijft eist dat men dwaet die 
stede van den mormal mettew 
water daer die doot mensche in 
ghedweghen is dat mormal sel 
ghenesen bi den crachten van den 
watere als plunius ons leert. Item 
dat mormael ende die vuile rudich- 
eit es goet ghedweghen met desen 
naer volgenden water tweewarfs 
daghes, ^o radim brionie rece?itis 
lib ,\, die salmen stampen al in 
sticken in eenen mortier ende dan 
sal mense sieden in scoenew water 
ende dat salmen 

wel scumen dan salment coeleren c 52a. 
dore een cleet ende metten claren 
selmen dwaen die stede alsoet 
vorseit is. «J Exper(i) ment at or 
die seit die wortelen van poreiden 
loec ghebo?iden op de clieren van 
den welken dat mormael comt 
ende dese naer volgende salve op 
dat gat gheleit gheneset. Salve. 
fy> olium nucis .§. ij. cere .§. \. 
succus van poreiden .§. j. misce- 
antur ad ignem fiat unguentum. 
ponatur in pixide cerate. D i t i s 
eene goede preciuse 
salve. Willem van medicke. 
die ordinerdese erstwarf ende is 
wel gheprouft jeghen scorfthede 
want al scinse wonderlic nochta?z 
es hore daden ende horen ghe- 
werken seer goet ende seeker ende 
wel dicke gheprouft. 

n* 



170 



S a 1 v e. \lo argentum vivum 
.§. 2. pulvis litargirum aurum .3. iij. 
euforbium staphisagroa. ana. o. ij. 
exungie porsine sine sale lib. \. 
misceantur et fiat unguentum. ad 
ignem ponatur in pixide cerate. 
Ende dits eene salve metten wel- 
ken men smeer den siecken van 
den elleboge tote .3. vingheren 
naer den voeten ende in den somer 
sal men den siecken salven in den 
sonne des after middich. Ende in 
den winter sal 
c 52b. men den siecken salven bi den 
vier. Ende eist datti der naere .5. 
daghe zwelt, ende eist datti niet 
ne wert ghenesen soe selmen die 
maghe besten met wiine daer in 
ghesoeden is rosmarijn ende sailge 
ende op die stede die ghesuvert 
siin legghen eenen douc van 
rauwen liinwade dat die salve niet 
De comt ten anderen leeden van 
den lichame. Ende met deser salve 
hebbe ie ghenesen mennich men- 
sche die rappich was over al siin 
lijf die heb ie wel ende suverlic 
ghenesen. Ja si waren soe rappich 
datsi schenen seer lasers. 

Mester hugones van lukes 
die heft dese salve dicke ghe- 
prouft eist datmer mede smeert 
die palmen van den handen ende 
die pulsen van den hant ende die 
planten van den voeten dese salve 
doet of alle alle rudichede ende 
scorfthede ende die materie wert 
scier ghenesen binnen eene?? dage. 
Ende ie yperman vant waer binnen 
eenen dage ende daer naer selmen 
bloet laten ter lever aderen Dats 
in mediana. Dits de salve. 
Ro oleum laurini .%. iij. pulvis oli- 
bani albi .%. j. sal commune wel 
ghewreven -o -8. succi plantag. 
succi fumiterre .ana. quantum vis 
exmigie pourcine lib. ^. Dit siedt 



over een op dat vier ende alst al 
ghesmolten is over een dan doet 

van den viere ende alse dese c 52c. 
salve binaer cout is dan minget 
der in pulvis olibani ponatur in 
pixide cerate et usui reserva Ende 
vele lieden makense aldns. Re olium 
laurini .%. 3. pulvis aloë cicotn'ni. 
pulvis arcenici succum radicis 
enula co?npana .ana. %. \. et fiat 
unguentum ad ignem additur argen- 
tum vivum mortificatum cum sputo 
•o- j- misceantur ponatnr in pixide 
cerate. Dits een unguentum. 
jeghen alle scorreftheit 
ende rudecheit de welke ons 
bescrift mester hughones <I Re succi 
celidonie succi fumiterre succi sca- 
biose succi lapacium aurum pulvis 
seruse lote pulvis elebori nigri et 
albi ana. %. \. oleum laurini lib. \. 
misceantur et fiat unguentum. po- 
natur in pixide cerate. Hier met 
salmen salven de planten van den 
voeten, ende dat holle van den 
hant. Ende is die rudicheit over 
alle den lichame soe smeert den 
pols van der hant ende die hamen 
van den beenen ghelijc dat jou 
vorleert es. «J Item mi seide een 
mensche van consiëncie datti hem 
seer wert crouwende ende hi ghinc 
ende nam ertvelt ende dat stampte 
hi ende nam daer hute dat sap 
ende telken alsse hi hem crauwe(n) 
woude soe nette hi sinen nagelen 
in dat sop ende daer met hi genas. 
Ende hi hadde dropige beenen 
ende hi leider op die bladeren 
van hertvelde. ende si ghenasen. 
Een ander. Ende dat staet ghe- 
screven in den gulden 

bouc t| Rf> oleum rosamm .%. iij. c 62d. 
oleum lauri .^. j- cere quantum suf- 
ficit et fiat unguentum ende in dat 
unguentum minget argentum vivum 
■o- j- mortificato (l. -turn) cum sputo 



171 



et ponatur in pixide cerate. Een 
ander goede puls salve. 
Die ons leert mester Willem 
van Congennia.. ff ï^o oleum 
laurini .§. üj- exmigia poursina 
antiqtms .§. ij. argentum vivum.§. j. 
mortif. salis commune .iiij-or succi 
fumiterre succi plaütagis ana .§. iij. 
Dit siedt op tvier over een tote 
dat die soppen versoden siin altoes 
roerende dat niet ne berne dan doet 
van den viere ende alst binae coutis 
dan minget der in jouwen argentura 
vivum fiat miguentum. ponatur in 
pixide cerate. Avicenna seit 
succis apium silvestre daer met 
bestreken dat helpt de drogher 
(l. droghe) ruden ende joecten. 
Avicenna seit men sel nemen 
apium ende snidense intwe. ende 
windense in eenen douc ende die 
salmen braden met soute ende daer 
met sel men wriven den siecken 
in dat badt. ff Item aqua sul- 
fer is helpt abstringere?zde resol- 
verende. «I Item abrotanum 
gheberrent helpt alstringerende 
resolverende ende subtijlt ende ont- 
pluuct. <ff Item vetheit van den 
beere ende van der gheeten seer 
helpt. Een ander Bp plumbumus- 
tum -o- iiij-or fiat pulvis subtilis. Dit 
C 53a. mi?iget met seem et fiat in modum 
nnguentum. (I. unguenti) ponatur in 
pixide. ff Item scoria argentum dat 
helpt zeer der ruden. Een ander 
crocus ghepulveriseert dat ghe- 
nnnghet met aisiin dat helpt der 
ruden. ff Item heet water es seer 
goet der ruden. ende gheavacuert 
(l. evacueert) materie, ff Item 
celidonie ghenomen met evacuaciën 
helpt met sinre propertheit seit ons 
avicenna. Ite?n puuden te pulver 
gheberrent. ende dat pulver ghe- 
minget met aisiin dat helpt der 
ruden. ff Item calame?ztum mon- 



tanum reeen tis der met die lieden 
ghewreven in den bade helpt. 
ff Item olie van eruca es goet der 
rudicheden in de sonne gesmeert 
ofte jeghen dat vier ghelijc dat 
jou vorleert es. Een ander 
ff Nemt dat sop van coriander 
succus aneti feces vini .ana .§. ij- 
dese backet in eenen oven te gader 
ende dan maecter of pulver subtijl 
ende minget dat pulver met olium 
eruca. Ende daer mede smeert 
rude ende joecte si sel ghenesen 
probatum est. Een ander Nemt 
galle die mmghet met succum 
ruthe ende aceti vini bulia?itur 
misce (misceantur?)fiat nnguentum 
ponatur in pixide cerate. Een 
ander. Nemt oleum olivarwm .§. ij. 
succum calame?iti .§. ij. cere 
quantum suffiicit fiat nnguentum 
ponatur in pixide cerate hier met 
salvet jou gelijc (l. gelijc jou) dat 
vorleert es. Dit helpt seer der 

boeser ruden. ff Item succum c 53b - 
coriandrie dat verdrijft sterkelic 
rudicheit. alsoe ons leert Avicenna. 
ff Item porret dat helpt der drogher 
rudicheit ende resolvert. Item 
sinapis helpt seer der rudtheden. 
ff Item oude orine verdrijft joecte. 
*& Item dat huten wiin stocke 
drupet alsmen berrent es seer goet 
der ruden. Avicenna ons 
leert bussen gheset ane beede 
die beenen verdrijft die stinkende 
rude ende joecte. 

Van taarten die toe co{m)me{n) 
over al dat lijf. 

Ande (ende?) worten die toe eom- 
men int ansichte ane die handen 
ende ane al dat lijf. Ende worten 
commen toe van superfluitheit der 
melancoliën. Avicenna. Die wijst 
ons een experment dicke gheprouft 
om warten of te doene. Ro Nemt 



172 



groene heekelen. die salmen seer 
wel stoeten met smoute van eenen 
vette?ï hane ende dat sieden over 
een ende dan coleret dore een 
lijnen cleet. ende der mede selmen 
dicken smeeren die wartew si sullen 
vergaen. Een ander. Item ende 
eenighe mesters segghen vette erde 
ghedaen huten grave van eenen 
doode ende daermede die warten 
ghe wreven si vergaen. Een 
ander, ^o galbanum dat leght 
op de warten die warten boven erst 
of ghesneden ende dat galbanum 
c 53c. doet vergaen exteroegen Een 
ander om worten of te doen 
men sel stoeten sol sequinum met 
aceti vini ende dat legghen der 
op si sullen vallen. Item die melc 
van titimalli doet al et selve. Een 
ander. Nemt anacardus dats een 
vrucht van overzee die pulverisert 
ende dat mmghet metten sap van 
engunen ponatur in pixide hier of 
soe plastert ontrint ende op de 
worten. Een ander. Nemt succus 
aristologia rotowda ofte nemt 
radicis aristologia rofamda die pul- 
veriseert ende dat mmghet metten 
sape van engune dit abstringiert 
ende ontpluct ende versubtijlt. 
Item petroselini dat helpt seer 
de wortelen met sinre propertheit. 
Een ander. Exprementator die 
seit braet op die coelen die voeten 
van eene?i hoene tote datsi pellen 
ende met dien pellen soe wrivet 
die worten .3. warf ofte .iiij. sdages 
ende si sullen daer met vallen. 
Een ander. Ende dat seit de 
selve mester eist dat de worten 
bi?inen siin hi sel drincken dat 
sap van pimpenellen. Ende siin 
die worten bnten slicht, drincke 
dat sap ende plastert der op. Item 
avicenna seit porceleine ghewreven 
ende op de worten geleit doetse 



vergaen. Ende avice?ina seit men 
sel nemen dat mes van den haront 
ende men sel wriven de worten 
der mede ende si sullen te nieuten 
gaaen (l. gaen). Een ander. Ende 
dat leert ons 

mester gillebert. Nemt c 58d. 
roode slacken ende perse datter 
sap hute comt. ende daer met 
inmghet een lettel souts ende der 
mede soe salvet de worten sdages 
.ij. ofte .iij. warf ende die worten 
sullen te nieutew gaen. Een 
ander dat ons leert mester gil- 
lebert men sal dwaen die worten 
mettew watere daer in dat een 
doot mensche ghedweghen was 
ende die worten sullen alle ver- 
gaen. Item dat selve doet rostrum 
pourcinum. Een ander dat ons 
wijset cowstantinus. Nemt 
blo?»men van wilgen die stampt 
ende duwet der hute dat sap ende 
daer mede smeert die warten si 
sullen vergaen. Een ander ende 
dat seit ende leert petrus 
1 u c r a t o r dat men sel nemen 
melc van flghen der ontrint ghe- 
smeert dat doetse vergaen. Een 
ander dat onse selve mester 
wijset. Nemt operment al te sticken 
ghewreven met aisiin ende op de 
worten geleit doetse hute gaen. 
Een ander dat ons scrijft mester 
cowstantinws ende somighe 
andere philosophen ende es een 
goede boete jeghen de worten al 
eist dat eenighe lieden hauden 
over boerde, nochten scriveüt 
(l. scriven) sijt over waer. Nemt 
ciceren ende met elcker ciceren 
noept eene worte ende leght alsoe 
vele ciceren alse ghi ghenoept hebt 
worten ende werpse achter dinen 
rugghe in een cleedekin ghecnoept 
alle die ciceren ende daer me 
selmew verliese?i 



173 



de worten. 
c 54a. Een ander dat ons leert 
mester gillebert du sult of sniden 
de worten ende daer op suldi 
legghen die melc van titimallus 
dit doetse te nieuten gaen. C Een 
ander. Dit es een vraye corrosijf 
te hant worten ende andere onsu- 
verheden of te doene ende te 
makene gaten. <I Ro loeghe van 
boom asschen. ende daer in leght 
weeasschen .3. daghe dan minghet 
in eene scelpe der mede levende 
calc dit tempert alsoe dicke alse 
seem ende soe wanne(e)r datdroghe 
is dan selmen weder verschen der 
oplegghen. ende dit doen .xx. ofte 
.xxx. warf ende dan salmense of 
striken ofte wriven. Ende men 
doetse oec ondertiden of met bin- 
dende (l. bindene) met eenen drade. 
Item den lichame diere te vele 
heeft ende toe comt die moetmen 
purgieren die overtulligen humoren 
cum sero capn'no .2. 

Van den poucken enidé) van 
den maselen. 

Hier nae soe willic jou gaen 
leeren van den pocken Die jonghe 
lieden ende ouwe lieden over- 
commen ende dat heeten die 
mesters variolaria ende heeft 
een mensche purringhe der pocken 
ende dan heeft den mensche noe- 
pinghe van den curts besloten 
met hitte ende hi heeft groet wee 
c 54b. in den rugghe ende joecte in der 
nese ende hi heeft vaer in den 
slape Daer omme als jou ghiement 
besiet met curtsen besloten groet 
wee in den rugghe Dan weet dat 
horen beghincel es variolaria 
ende meest esser mede joecte in 
der nese ende vaer in den slape. 
Die cuere variolaria dats te 
segghen van den pocken ende als 



dese teekinen beghinnen. Jnt erste 
soe selmen bloet laten ter aderen, 
maer helpt dat niet ofte dat de 
pocken beghinnen huute commen. 
Danne selmen niet laten. Int erste 
gheeft hem ghesoden fighen dat 
spoeden si om hute gaen. Ofte 
gheeft dit drincken den siecken 
warme smorgens ende savons ende 
te nonens Dwelke men maect aldus. 
R^> droghe fighen blommen van 
lupinen .ana .3. 10. gum. draganti 
.3. 5. a,qua fontis. lib. iiij-or Dit siedt 
tote dat comt op .3. stope Dan 
coleeret dore een lijnen cleet ende 
ghevet drincken gelijc dat jou 
vorseit es ende doeter toe pulvis 
croci .3. j. Dit soe drinct alsoet 
vorseit es tote dat die pocken hute 
commen sijn. Een ander alle 
cleedere in greine ghevarwet 
die hebben macht pocken hute 
te doen commen. Item die de 
pocken hebben die moetmen hem 
wachten van allen dinghen die 
den lichame binnen vercouden 
waer bi dat dat bloet dat in den 
siecken es van binnen vercout 
ende verdict 

ende verclontert. ende daer omme c 54c. 
alse de pocken alle hute sijn doetse 
ripen met regeme?ite ende met 
wasem van heeten water, daer met 
brecken die pocken ende eist dat 
daer blijft eenighe smette in der 
oegen soe selmen der in drupen 
aqua rosarum ende daer ier in ghe- 
goten si ghieter in succum rute 
ende alse in die withede der ogen 
siin gevallen roode stede ofte joecte 
ofte wit in hore roothede maer is 
dat niet ende die variolarium 
cleene siin. sone seltu des niet 
behouwen maer vinstu joecte in 
der oeghen niet ghesachte?ide ende 
die stecten merder ende stercter 
(l. stercker) commen dant was. dan 



174 



drupe daer in van albu muri ende 
brine van boeteren Ende die oeghen 
sel men bewasemen met heetew 
water e dicwile Ende hets te weten 
dat morbillus siin van meerder 
vreesen dan variolen sonder in 
den oegen daer o?rane m o r b i 1 1 e s 
comt van colera met lichticheden 
sonder haestelic te sceedene. 
int [erste] men sel hera gheven 
drincken aqwa poinorwra grana- 
torum et aqua ordei et aquamiWo- 
num cucumem cucurbite ghemin- 
ghet met mussilagim's psillij Ende 
siedi den siecken ane cowimen naer 
dese medicinen seerhede ende 
anxen bi ghevalle lincopi. Dan 
gheeft hera drincken aqwa furai- 
terre ende dan wrivet sinen lichame 
ende dan decten wel tote dat hem 
ghesaft sijn die morbilles. ende 
naer de morbiles uutganc daer naer 
soe keert weder ten lich- 
c 54d. ame ende ter cueren ende hout 
de orine ende jugiertse. int erste 
men sel ontbinden den lichame 
ende vint den siecken zweetenghe 
van bloede huten hutersten mor- 
billen dan doeten sitten over doen 
(l. doem) van watere ende men sel 
weten dat die morbilen siinruquaet 
violent Dese siecheit is quaet 
ende deerende varioli si es gelue 
ende cleene ende hart bewonder 
naer vele roets ende naer groete 
roetheit ende violencie. ende si 
maken dat ansichte des mensche 
alse oft te hope crerapen soude 
ende alle siin si quaet ende doodelic. 
Ende als men weet dat siin vario- 
lara dan selmen den siecken doen 
gargariseren cura aqwa rosar?«ra 
ende eist dat mindert in sine sturte 
dan salnien ghieten in sinen oere 
scief .4. Dit geminget met water 
ende met aisiin dat gemindert wert 
tuutgaen in sine oere ende dan 



doetene sughen vore der nesen 
metter mont want als dat ghedaen 
is. sal de pacient ruste hebben 
van al horen mester quitssen ende 
van groeten deeren ende hi wert 
ghesacht van prekelingen onder 
den plant van den voeten ende 
dat holle van sinen palmen met 
datmen dicke der in wriven sel 
met eenen doucke heet water 
Daermede sullen si verlicht werden 
horen huut gaen ende ne spijst 
den siecken in 

eenich van desen tween siecten c 55a. 
niet te seere maer seere soberlic 
te gader tetene toter tijt dat wech 
gaet die quaetheit des adems ende 
des goems die in heeft de siecheit 
de morbiles Ende daeromme 
naer dat die scorssen gevallen siin 
soe selmen dicken antieren baden 
die den lichame versoeten ende 
den lichaem gheven regement ende 
aldus sullen die voetstappen ende 
horen diepheit of werden gedaen. 
ende als die vo(e)tstappen gheheffent 
siin men bestriken met desen 
naevolgewde sal ven. <I Ro pulvis 
lithargiri .§• ij- bulliantur cura 
oliura rosarnra .%. iij. et semen 
millonura et farina rij si et pulvis 
ossibns antiquis. ana .§. ^. mis- 
ceantur cura aqua ordei. ende 
hiermet bestricten alsoet vorleert 
es. Ende sijn die voetstapen ghe- 
heelt ter zwaerheeden soe selmen 
gheven drincken cum vino albo 
pt epitemi naer den bade ofte ghi 
sulten doen bewasemen met heeten 
water ende daer toe salmen doen 
starke medicine alse serusa rafa- 
nanum costura ende siin si cleene 
ghelijc granis Inpinoram dan sal- 
men der op striken cleene sach- 
tende medecine alse medicine 
dactilis sic fit. 

§ fy) carnis dactilorura muw- 



175 



datorwra dit stoet al ontwee in 
modum onguentura Daer met be- 
striket dat der op c 1 e v e Ofte men 
sel nemew dat hier nae volghet 

<I fy> vette fighen meilis cutn 
semen 
c 55b. lini mussilagin/s .ana .§. iij. met 
welken ghi sult conficieren melc 
van bonen ponatwr in pixide ende 
hier mede salment besalven ende 
men salt ondertuschen salven met 
heeten smoute van hinnen ende 
haenden vergadert. 

Nu willicjou bescriven van 
eener siecheit datmen heet 
laserscap. 

Van lepra ofte laserscap. dat 
es eene vuile siecheit en(de) van 
laseriën siin .iüj. manieren ofte 
speciën, ende men selse bekennen 
alsoe. Daer es eene maniere van 
speciën commende van verrotte 
Hamen ende die heet tyria naer 
een serpent dat woent in jerico 
het is van hem gesproken ende 
heet. tyria. dats siine name ofte 
vipera. Tyri dat serpent heeft 
eene maniere dat hem dat vel of 
gaet ende alst oud es dan wasset 
hem weder ende eist soe dat hem 
siin lijf of gaet ende magher ghe- 
nouch is dan vindet hem tusschen 
.ij. hauten dat daer in blijft siin 
vel. dwelke vel men heet spoliura 
spienter in latine dwelke vel es 
seer medicinael in vele siecheeden. 
•I Nou selmen leeren ke?inen dese 
manieren, van desen evele dats bi 
den oegen te siene ende bi der 
materiën ende oec maniere des 
lichams Dese specie van laserscap 
diemen heet tyri soe comt van 
manieren van spijsen vele nuttende 
Die van coraplexiën es flumatic 
ende die van 
c 55c. usagen eeten werrotten visschen 



van humoren van flumen van 
aelen ende palingen carpers her- 
ders ende die hoere voetsele halen 
in de wase. Item soete melc gansen 
zwanen ende alsoe wie hier mede 
leeft het en is gheen wonder sine 
worden lasers ende sonderlinghe 
die flumatijc sijn. 

Dit sijn die teekinen van 
laseriën. 

Horen wintbrauwen vallen hem 
ende wassen weder sulken tijt Hore 
drogeleiden (l. ogeleden) werden 
dicken horen ogen tranen hem ofte 
si seinen altoes tranen in hebbende 
ende de nesegaten geloken ofte 
ghestopt dat sire met pine doer 
ademen ende hore lippen ende 
hore tantvleesch is verrot bi den 
welken dat si gherne bloeden, 
ende si siin ter borst becommert. 
ende si hebben heeuschen voes. 
Ende soemen dit e vel meer dwaet 
in dwatere soet arghere es ende 
dese nae volghende medicine helpt 
ter vorseideïi speciën, ende siin 
haestelic wech. 

Van den laserscap dat men 
heet alopicia ofte vulpes. 

Daer es eene andere specie des 
laserscaps die men heet alopicia 
ofte vulpes ende dit laserscap comt 
van verrotten bloede, commende 
van vervultheden van spijsen ende 
die vele bloets winnen. 

Int erste de siecke sel hem c 55d. 
doen bloet laten ende dese specie 
selmen sddus bekennen. Horen 
ansichte es al vul ghezwollen 
gheverwet root verkeerende ter 
verwen waert ghelijc ter hasen 
varwen waert. De siecke sal hem 
huwen van vrouwen valle hore 
oghen werde hem dicke ende horen 
oghen die seinen al vol tranen 



176 



die aderen ontrint die ogen ende 
dat ansichte die zwellen, die nese- 
gaten werden bestopt ende dat 
tantvleesch wert verrottich haes- 
telic met datmen der ane comt. 
Hij es bele??anert ter borst ende in 
den lichame co?mnende vele cleen- 
der pleckine ende gaen weech ende 
daer naer coramen si lichte weder 
ende hore orine es root ende vet 
ende bi natueren es horen bloet 
commende huten aderen dicke ende 
dat wert bruun ende seer tay int 
vercoelen. ende men tast in hore?* 
lijf veel clierkine ende wankine 
ende horen vleesch es morwe ende 
safte. horen huut es wit ende over 
al den lichame versaftende ende 
over alle den lichaem zweetich dese 
verrotten vele cleederen ende al dat 
ane sinere lichaem comt verrot wat 
dat is. Ende dese twee teekinen 
die vorseit süd die siin wel naer 
alleens ende dats bedi dat si beede 
commen van wacken huworen. 

Van den laserscap datmen 
heet leonina. 

c 56a. L e o n i a is gheseit die derde pocie 
(l. specie) in den colorijn ende es 
ghenaemt leonina naer den lie- 
b a e r t. die welke es heet ende 
droghe van natueren ende daer 
bi soe heefti die groete stancheden 
ende hi seer ghelijct den mensche 
c o 1 e r i n die welke die van dien 
coraplexiën siin die bi natueren 
gherne eeten ende useeren scarpe 
spijse ende starke ghesouten ende hi 
ouffent starken dranc. wijn loec pe- 
per die welke heete spijse doet ver- 
sieden ende doet verrotten col e ra. 

Dit sijn de teekinen die 
hebben leoninus. 

Dat haer van den wiinbrauwen 
valt hut die verwe des ansichte 



es ghele ende den lichame keerende 
ter rootheeden ende in bede die 
ogen es prekelinge ende stecten 
ende op ghescort soe dat die oegen 
scine?i ront ende vliegende van 
horen scarpheit ende die nese 
gaten vernauwen ende stoppe?* 
ende horen tantvleesch verteert 
die lippen cleven. de borst es 
dwingende den lichame ghestopt 
horen urine gheverwet roede 
plecskine ende joecte Dat bloet 
dat huten aderen comt es gheel 
ende dunne vierschs dwclke node 
daelt ende alsmen dat bloet dwaet 
dan smeltet damperlic. Ende dese 
specie leonina die wast op den 
mensche seer alsi beghint te porren 
ofte te rijsen. 

Van den laserscap datmen 
heet Elefancia. 

Die vierde specie van laserscap c 56b. 
die comt van melancoliën en heet 
Elefancia Dats den name nae 
den olifant, ende omme dat de 
hornen siin dicke soe eist te langer 
eer hem dat evel ope?ibaart. 

Dat teekin der of die varwe 
van den ansicht bruun blec ende 
die varwe van al den licham de 
wiinbrauwen vallen de ogen ronden 
de nese ververwet die tonghe vol 
bollekine al warent cleene vortkine 
(Z. wort-) ende dat vleesch tusschen 
den dume ende den vinger verdwi- 
nen Dat ghevalt die ghene die ele- 
fancie werden Dese sijn gheteekent 
bi den serpente?i ende bi den vos 
Si maken urine lettele ende dinne 
met asscher varwen ende als hi 
ghelaten heeft bloet het wert haes- 
telic dicke ende hoemen dat bloet 
meer dwaet int water hoet harder 
wert. Ende als ment dwaet soene 
verbliket niet met dwane. Ende 
in dat bloet ligghen alse of het 



177 



cleene aderkine waren ofte einden 
van senuwen. Ende alse dit evel 
toe comt soe wassen in den handen 
cloven ende in den lichame ende 
in den wiinbrauwen ende in me- 
nigher steden des lichamen. 

Warachtige prove o mm e dat 
laser scap te kennen. 

Ie sel jou leere?z die warachtige 
ende propere proeve omme alle 
die vorseide speciën 
c 56c. te kennen, <I Int erste hem 
commen toe vele prekelingen ende 
die gaen ghereet wech ende com- 
men weder ende oec siin si onghe- 
volic van den billen toten voeten 
ende hande?i ende alsmen stect 
int tafterste va?i der dien met 
naelden ofte met eener griffel e 
ofte desghelike hine ghevoel es 
niet ende ondertijden den anderen 
leeden daer naest si hebben 
gherne cout ende dan slapen si 
ende aldus verliesensi dat ghe- 
voelen bi horen verrotten humoren. 
Een ander prove. Nemt 
horen bloet alsi ghelaten siin ter 
adere?i. ende daer op leght .iij. 
chornen souts dat sout sel smelten 
te hans Dat en selt niet op dat 
bloet van eene?i ghesonden mensch. 
Noch een ander. Nemt van 
den bloede ende wrivet in dine 
palmen ontwe ende merct of dat 
bloet vet is Dats teekin va?i ver- 
rotten hu(m)oren. Noch horen huut 
es seer dinne ende glise ende dat 
namelic int vorhooft ende in dat 
ansichte ende in de rechtinge ghe- 
"f lecker ghelijc oft ware besmeert. 
Van ceteren. Ende alsme?i 
ceteren gheneset die si plegen te 
hebben si comme?i haestelic weder 
ende hem wassen botsen alse 
wannen ende alse een mester 
cuerert si commen haestelic weder 



ende ware datmen dat lijf nat 
maecte met watere nat het es hans 
(l. tehans) droghe alse 

ofte dat lijf vet ware. ende si c 56d. 
spreken doere horen nese ende si 
moghen qualic verademen. ende 
horen adem stinct Dat siin die 
teekinen maer men sel weten dat 
somtijts stinct den ademe ende 
dat comt somtijts huter maghen 
ende somtijts huter hersinen ende 
horen zweet, ende men mach hem f 
wel branden dat si luttel ghevoelen 
der of ofte niet. Ende in elefancie 
horen haer valt. Ende aldns seit 
Avicenna eist dat laserie si bekent 
over alle den lichame Dit es de 
laseriën natuere. si siin met diver- 
schen oghen. ende sine betrrouwen 
niement ende si siin seer nidich 
si wouden wel dat al de werrelt 
lazers ware si werden lichtelic 
gram ende si zweeren quade heeden 
ende si cortsen luttele ofte niet al 
waert dat si cortsen dats seer 
onlange Want quame hem den 
vierderj dach de corts ende dat 
iet lanc duerden si waren ghenesen. 
Die handen van den laserschen 
mensche soude den ghesonden 
menschen lasers maken ende omme 
die vreese versetmense van onder 
de lieden dats gheordineert in dat 
oude stestament ende in dat nieuwe. 
Avicenna seit dat de natuere 
van den laseresman es dat aller 
beste bloet datti heeft in sinen 
lichame ende hi prouft dat bi 
robbaert diet scrijft dat die lasers- 
man die verrot es over al siin c 57a. 
lijf dat die natuere subtijl es. wint 
soe vele goets bloets in den lichame 
van den laserschen. datti wint een 
gans kint. Ende hiero??ïme raet hi 
den laserschen man die wesen wil 
in langhe leven datti niet ne si 
met wiven ende dat ne mach hi 

12 



178 



niet ontbeeren alsoe lange als hi 
ghesont es nederwart. Hierbi soe 
raet Avicenna ende vele ander 
mesters dat de laseres mensche 
sal hute doen sinen cullen ende dit 
sel hi doen omme sinen lijf te 
verlangene ende wilde men oec 
doen de cuere die welke niet mach 
siin in de ghecemformerde laserie 
ende soude men dat scriven dat 
selmen doen bi eenen vroeden 
physisien. 

Laserie van ghenoeten. 

Die laserie die comt dicken toe 
van ghenoetene aldus Eist dat een 
ghesont man heeft te doene ofte 
brudet een lasers wijf daer of soe 
sel hem wassen een quade rnfexcie 
(l. infexcie) ende dat comt somtijts 
van eenen heeten laserschen ende 
somtijts van eenen coude?z laser- 
schen ende daer bi soe verandert 
die cuere in den diverschen infi- 
xiën ende teekinen. Ende somtijts 
soe wert een mensche besiect nae 
dat bruden van den flumatijc ofte 
melancolin ende 
c 57b. dat bekent men bi den leeliken 
ansichte. In den ersten daghe in 
deser siecheit alse hem quade 
teekinen toegen van infexiën. 
Ende die ghene die dat toecomt 
van bloede ofte van colera die sijn 
besiecter. danne danclere speciën 
ende spadere te ghenesen. Daer 
omme in heete saken soe werden 
die teekinen te hans ghevoelt naer 
den ghenoetene. Ende eist dat sake 
dat is van colera men beke?^net 
bi der hitten dienien diepe inwaert 
ghevoelt. ende die huut wert sper- 
sende ende al omme soe ghevoelt 
hi stecten met hitten somtijts met 
couwe ende somtijts met bevingen 
ende dicke soe verwandelen sinen 
varwew van den witten int roode 



ende van rooden int (l. in) dat witten. 

Cl Item ende hi ghevoelt quade 
gheveninose materie tusschen vel 
ende vleesch ende ontrint dat an- 
sichte ghevoelt hi ofte daer mieren 
liepen die dat ansichte trecken 
ende hi heeft in dat ansichte preke- 
lende hitte ende dicken heeft hi 
vaer. €J Item ende alst comt bi den 
couden saken vorseit dat ansichte 
zwelt ende de huut ende in alle 
die leeden comt hem zwaerheit 
ende cume mach hi hem verporren 
van der stede daer hi sit. ende hi 
ghevoelt couwe tusschen vel ende 
vleesch al omme ende sonderlingho 
int ansichte ende in dat vorhooft. 
<J Dus selmen gaen ter cueren van 
desen die comt 

van hitten. €J Int erste men[sel]se c 57c. 
laten in bede die armen ende die 
materie selmen rijpen met desen 
drancke die hier nae volghet. cj Ro 
oxisaccra .§. ij. sirupus defumoterre 
•o- üj. additur aqua fumiterre .% 
iiij-or. aqua scabiose boragi?iis .ana 
■ o. ij. misceantw et fiat julepDaerof 
ghevet drincken savons ende smor- 
ghens telken eenen toghe warme 
ende datmen daer op vaste .ij . hueren 
ende alse desen dranc alghegeven 
is dan selmen laxeren met oxisaccra 
laxativa .3. ij. ende yera ruffini .5. j. 
Ten derden dage selmen stoven 
met couden cruden ende daer na 
gheeft hem rubea trosiscata .2. deel 
ende derdendeel tiriaca magna met 
succus fumiterre laeu selment drin- 
cken ende aldus selmen doen .8. 
[daghe] anfter (l. after) een. €J Item 
ten vierden daghe selmen weder 
laten in den lever adere ende des 
ander daghes in de hooft adere 
ende laten van den bloede hute 
nae den craft van den me?ische 
ende tallen .iij. daghen suldi hem 
stoven ende gheven hem van den 



179 



opiaten vorseit ende doetene laten 
alsoe .iij. maenden lanc Item men 
screpew int been ende dan ventosen 
setten onder den kin ende men sel 
ruptoriën setten opt been tote den 
vorseiden tijt Ende des smorgens 
selmen hem gheven diaprunus ende 
dya-anthos ofte suker rosaet ende 
daer nae nutten de sirupe vorseit de 

c 57d. fumiterre. Item ende de weke twee- 
warf selmen 'temperen unguentum 
citrinum met rosé water ende daer 
mede dat ansichte smeeren ende 
dan decket met wegebre bladeren 
ende dat laet liggen alden nacht 
ende doet des smorghens of. Dit 
es de cuere jeghen den couwe specie 
commen van flumatijc ofte van 
melancoliën. ff Int erste men sel 
hem die materie ripen doen met 
desen drancke. «I Rp oximel diure- 
ticu??i .q. ij. sirupus fumiterre .§. j. 
aqua hor Rginis aqua fumiterre 
.ana .§. iiij-or. misceantwr ende dit 
gheft smorgens ende savons alsoet 
jou vorleert es. Ende als den dranc 
hute es dan suldine purgiere?i met 
desen laxative. ff Ro yera logodion 
.5. ij. jera ruffini .5. j. ende twe 
dagen selmen stoven ende daer toe 
selmen doen bladeren van vlien- 
deren van edicke van scabiosen 
van fumiterre ende lapacium. Ende 
naer den badene selmen hem 
gheven tyriaca magna galeni met 
sop van fumiterre laeu. Ten derden 
daghe salmen laten ter lever aderen 
ofte in den hooft adere. Ende men 
sel doen scarificacie ende ventosen 
onder den kin. Ende jeghen die 
quade varwe selmen elcke daghe 
wiin daer in dat ghelegen heeft 
te weike pulvis van reubarbaro 
ende twee warf de weke selmew 

c 53a. savons dat ansichte dwaen met 
wiine daer in ghesoeden is rebar- 
barum. 



Van den tresoer o mme te 
ver houd ene laser ie. 

Dit es dat tresoer o?mne te ver- 
hoedene laserie ende hem te 
dwinghene datsi haere niet ne 
barse. Int erste nemt vilinge van 
puere?i goude ende pulveriseert 
subtijl ende dat minghet mette?i 
sape boragis. ff Een ander. 
Nemt dat beenkin dat men heet 
ossis de cornu cervi dat selmen 
pulveriseren subtijl ende dat sel- 
men gheven drincken met succo 
scabiose. ff Een ander. Theo- 
d o r i c u s die wij set o?mne laserie 
te verdrivene datsi niet wede[r] ne 
commet. ff Nemt eene slange van 
eenen droghen berghe commende 
in droge steden ghevoet ende hout 
hem dat hooft of ende dan strecket 
ende latent wel weintelen ende 
bloeden tote datsi versterreft is 
ende stille leit. Ende dan doeten 
dat vel of ende suvert binnen van 
der vulheit ende dat vleesch sel 
men sieden ende daer of selmen 
den siecken gheven alle daghe 
een stic datti niet ne wete wat es 
want anders ne hate hijt nemmer- 
meer ende hi sel drincken den 
wiin daert 

in ghesoeden was ende dit sel c 58b. 
men doen toter tijt dat de siecke 
zwelt ende beghint onthudene ende 
te bladereïine dan selmen den 
siecken legghen in eene stove 
ende men saine smeeren met olië?i 
in de welke olie ghesoeden siin 
vipera ende aldus sel hi ghenesen 
ende hi sel vernieuwen vel ende 
vleesch ende dit is wel gheprouft 
dicken. ff Een ander dat ons 
leert A v i c e n n a. ij Ende vele 
anders auctors. ff Nemt eene serpent 
ende men doe hem of dat hooft 
ende den stert ende men gravet 



180 



in eene stede tote datsi vol worme/i 
si ende dan men selt droghen ende 
dan sieden in wijne ende dat sel- 
uien gheven den siecken drincken 
alle daghe met sirup van seeme. 
<1 Een ander ende dit seit 
die selve mester men neme water 
daer eene serpent in ghesoeden 
si. ende daer in selmen dicken 
baien den bart van den siecken 
ende hi sel ghenesen. <& Een 
ander men sel tarwe weiken in 
water daer eene serpent in ghe- 
soeden is ende met dien tarwe 
selmen hoenderen opvoeien ende 
men sel hem gheven drincken 
van dien water. Ende alse die 
plunien van den hoenderen of 
ghevallen siin dan sel men die 
hoenderen scoene maken ende 
siedense in water ende die selmen 
den laserschen gheven tetene ende 
hi sel van 
c 58c den water oec drincken Daer 
dat hoen in ghesoeden was ende 
hi sel dwaen sinen ansichte in dat 
selve water ende sine?i handen. 
Ende men sal hem doen laten 
achter den vierden dach. § E e n 
ander. Om tselve me?i neme een 
serpent ende men legghet in een 
vatkin wijns wel ghestopt tote 
datti wel verrot is der in Ende 
van dien wiin sel den siecken 
drincken altoes ende anders niet. 
•I Een ander. Nemt een serpent 
ende men bradet met soute in 
eenen pot ende daer of maect 
pulver. Dat sel de siecke eten. in 
alle sine spijse ende drincken 
ondertijden der of want het is 
goet jeghen laserscap ende jeghen 
vele vulder siecheit den (l. slee- 
heiden) die den mensche dicken 
en meranichwarf over cowmen. 

Ende dese naer volghende cruden 
helpen oec den laserscap: amig- 



delarum. borago. Calamen- 
tura. Diptanus. Dragu?itea. 
raphanus. se a bios a. Tarta- 
rum. yera ruffini. Tyriaca 
magna galieni. 

Dye ghene die venin gheno- 
men heft ofte ghedroncken. 

Die ghene die venin ghenomen 
heeft ofte ghedroncken. Int erste 
nemt warme water daerin minghet 
olie ende dat gheeft hem drincken 
des smorghens ende doetene keeren 
tweewarf deen naer dander maer 
enige luden drincken melc met 
oliën ende boeter properlic want 

dat saft van der quaetheit des o 58d. 
venin s. Ende men merke naer 
dat wat teekin dat comt in den 
lichame want ghevalt hem cortsen 
ende rootheit des ansichten ende 
gheelheit des oeghen. ende quaden 
stanc ende roke des monts men 
sel hem gheven in drancke ver- 
coelende dinghen ende blusschende. 
ende eist dat hem vercranct die 
slaep ende hem verschenheit open- 
bare, men gheven (7. gheve) hem in 
dranken heete dinghen alse medi- 
cine van assa ende diere ghelike. 
Ende het helpt den ghenen seer die 
hem ducht datti venin in ghenomen 
heeft in drancke ghenomen dicken 
fighen ende noten ofte hi neme 
alle morghen stonde Tyriaca magna 
galieni cum terra sigilata want 
die propertheit van die inedicine?i 
es alsmen ducht dat venin es in 
der spijsen. Dat ment hute leit met f 
keerne. Ende als men drincketdat 
venij?i des sincopis ghevalt enperlic 
den ghenen diemen helpen mach 
ende dat ane de craft stect eist van 
quaden venine contrarie der com- 
plexie der herten alse die substan- 
cie luttel helpt ende die cuere men 
neme bas nar dat weder staet. 



181 



ende ie ebt gesien dat weder stont 
nap e pollen dwelke dat is van 
den arsten venine. Ende somtijts 
helpt hem diamuscus ende 
c 59a. Tyriaca magna galieni ende 
diaciniinum (l. -cuminum) al. 

Om te weder slane dat 
venin dat men heet Can- 
t a r i d e s. 

Dit siin de medicinen omme te 
verslane alle die ghene die venin 
ghedroneken hebben ofte canta- 
rides Item men sel hem gheven 
drincken in drancke oleum amyg- 
delarum ende teekin is datti bloet 
oec hem es sine blasé zwart ende 
daer nae gheneset die zweeringe 
der blasen. «I Item men sel hem 
gheven drincken succum apii ende 
men sel hem gheven medicine de asa 
fetida ende tyriaca magna galieni. 
Ende die ghene die melc drinckt 
ende hem daer nae comtmorwenisse 
ofte walghmge die sel nemen 
aisiin ende daer in nemen een 
luttel asa ofte succum calamento 
ghemi?iget met sirupo acetose 
.§. j. Dit doet tweewarf deen naer 
dander. 

«I Een ander. Nemt spillium 
dat selmen drincken in drancke 
dat doet al tselve. Ende ghevielt 
alsoe dat die mewsche ate Cori- 
andrie onghepreparert dats veni- 
nosa ende dat selmen wel rucken 
bi den ademen van den pacient. 
Men sel den pacient gheven drin- 
cken gium psillium gelijc dat vor- 
leert es dat sel hem seer helpen. 
Ende somtijts ghevallet ende comt 
toe den lieden van 
c 59b. ghebraden dinghen dat si dat eten 
te heet ofte alsmen hute eenighen 
hoven ofte viere trect eenich dinc 
ende ment niet laet verslaen ende 
men etet dats urtigo filis epilie. 



•I Nemt in drancke rob stpticorum (?) 
nnmdatorwm ende dan ghaet slapen 
der op ende gaet der nae in een 
badt. Ende comt oec somtijts van 
vissche eene?i dach ofte twee ende 
eist dat sake dat hem valt datti 
heeft gheten dusdanich spijse hi 
sel nemen in drancke ende in 
suveren wiin pulvis pipem ende 
men sal nutten kernen van avel- 
lanen ende somtijts slaen der toe 
quade toevallen ende dien pacient 
salmen gheven nutten robcitomo- 
rum Ende men sel hem gheven onder 
tusschen elcm (l. electuarium) dia- 
teron piperion ende men sel die 
pacient gheven drincken suveren 
wiin ende men sel die maghe van 
buten besmeeren cum olio nardino 
savens alsmen slapen gaet ende daer 
op sel men legghen een warme cleet. 

Van der steken ofte beeten 
vander slanghen. 

Alse een mensche es ghesteken 
ofte ghebeten van eener slanghen 
soe selmew nutten mirabolanorwm 
citnnorara ende alsmen die stecten 
ofte beeten niet ne weet waer of 
dat es dan selmen persen op die 
stede ende dan selmer ventousen 
op setten die dat seer sughen. Dats 
omme datment der mede beroere 
ende dan selmer op bestiïken 

pullica ende men leggher op g 59c. 
cancri contrici ende alsmen siet 
dat die stede beghint te volne 
te zwellene te verhittene dats 
teekin dat die punctuere daer es 
van eenen quaden deerenden diere 
ende alst beghint te verrottene al 
zwart dats teekin dat noch niet 
doere ne comen si in den lichame 
dan nes noch tvernoye niet van 
den lichame maer hets ten aller 
quaesten alse die punture valt bi 
der herten ofte dat daer eene 



182 



groete arterie si die welke dat 
dracht ter herte <I Ende men sel 
weten dat men sel nemen jeghen 
punture der slanghen: go et 
tiryaca magna galieni 
ende goet metridatwm magnum 
ende men sel oec gheven medica- 
menten de a s a ende medicine de 
hermodactali ende de pacient sel 
altoes drincken suveren wiin. 

Van der beeten ofte steken 
der scorpioen. 

Als een mensche es ghebeten 
van eenen scorpioe?* ofte ghe- 
steken int erste men sel hem 
gheven nutten Tyriaca magna 
Galieni smorgens ende daer op 
drincken een lettele suveren wiin 
ende men sel eten poma acetosa 
' et folia eorum ende taraxaton ende 
alchinabacium ende screpellacio in 
die stede der punctueren. ende 
sughinge oraine hute te trec- 
c 59d. kene. 

Van der beeten ofte steken 
der ruthelen. 

Ende men sal weten alse een 
man es ghebeten ofte ghesteken 
van der rutelen. int erste men 
sal gaen in een badt ofte men sel 
dat ledt baien daer die steke in 
is. <I Een ander, men sel dat 
ledt graven ofte bewinden met 
sande ofte der op legghen heete 
asschen. 

•jEen ander, nemt manipulum 
.j. nigelle. sencen. apij .^. misce- 
antur et fiat pulvis ende dat leght 
der op Ende jeghen punctuere der 
bien ofte vespen. Die puntuere 
suldi der mede besalven al ontrint 
met desen nae volgende salve. 
<ï Rd Bolo armenicum .%. j aceti 
vini .%. \. olei violarwra .5. ij. 
misceantw et fiat Mnguentum Ende 



eist dat die tanden van den bien 
in der beten ghebleven is soe 
behouft dat men dat wriven cuwi 
olio violarum. ende wrivet die bete 
met asschen ende daer naer soe 
plastert die olie der op ende suveret 
tote si hute gaen. 

Die bete van den verwoe- 
den hont es quaets vaw al. 

Ende dat selmen weten ofte hi 
verwoet was ende dat bi teekinen 
die gheseit siin ende die vele in 
den bouc van lilium medicus Int 
erste men sel op die stede setten 
ventousen dat die corripcie hute 
trecken mach. Ende men 

seller op legghen medicineneruca c 60a. 
ende canfora gheminget cm» 
buturo vaccino sine sale ende men 
sel drincken drancken de canckere 
alse aqua caprrtbli ofte des gelike 
ende men sel den sicken abstineren 
met goeder diëten. 

Dits den armen tresoer 
jeghen venin. 

Dit es den armen tresoer jeghen 
venijn Int erste men sel nemen 
succus agr/monie ende dat drincken 
met witten wine ende dat es seer 
goet jeghen ghe venin de beten van 
serpenten van honden van lieden 
ende van gheven inde z weeren. 

Ite»i ten selven. €fl Nemt radicis 
diptannis radict's tonnen tilla .ana. 
.%. j. hier of maect polver subtijl 
ende van dien pulver vorseit gheeft 
drincken een 5 te gaeder met 
witten wijne Dat doet te hans hute 
sceeden venijn probatum est. Een 
ander, de wortele van gencianen 
geleit in een vat wijns. bewaert 
die diïnckers van venij?* sonder 
twiffel. E en ander Nemt de 
wortele van affodilli die suldi pul- 
vcriseren ende gheve?i drincken 



183 



dat verwaert die mewsche van 
venine en [de] van quaeden spijsen 
ende drancken. Ende dese navol- 
ghende speciën ghenonien helpen 
jeghen venine ende beten van 
veni?ide dieren. Affo 
c eob. dilli. asa fetïda. alliumbd[e]llium. 
balsamum bdegar. centaurea. Dra- 
guwtea. menta. Daucus creticus. 
diptanuw. gewciana. radim yreos 
liliuw. mei. oppopenac pix liqm'da. 
rafanus. ruta. spicanardi. ^ Solse- 
quinura squilla. sal. sansuci^s. 
Cicorrea <I terra sigilata. zedoarii. 
Dit siin elcm (l. electuarium) ten sel- 
ven die men heet opiata. C[Esdra 
o p i a t a lito?ztripon ^ jera fortissima 
galieni. Metridatum opiata. Tyriaca 
magna. 

Hier soe hent den bouc van 
laseriën ende rude» ende pocken 
ende van ghevenmde besten ende 
hier nae soe comt den bouc van 
der navele ende van den cullen 
ende van den ghescordew ende oec 
van fistelen hoe dat die ghescepen 
siin ende die cuere van elcken 
ende hier na soe volget die taffele. 

Die taffele der of. 

Van clieren 

Van stancke dat yrcus heet 

Van clapphoren 

Van fistulen 

Van apostemen 

Van flegmon 

Van wonden zymia 

Van ruptura 

Van apostemen in der rooden 

Van ulceriën ofte gate der roeden 

Van apostemen der cullen 

Van erina in testiculi in der 
cullew 

Van den ghescorden sonder snidew 



Van der scorringen der navelew 

Van den speneft. int set 

Van fistulen 

Van den fondamewte 

Van clieren datmen heet 
scrouffelen '). 

Van clieren diemen heet scrouf- c 60c 
felen anfter (l. after) de soge ende 
gelijc dat die soghe werpt verkine 
alsoe doet dit evel vele gaetkine 
ende ghelijc dat die verkine vroeten 
in dat mes achter ende voert alsoe 
doen dese clieren int vleesch van 
der eener stede ten anderen ende 
dese clieren siin hardt overmidts 
dat si siin van materiëw van me- 
lancoliën. Ende si wassen meest 
in den hals ontrent den kelen 
ontrint den kakeïi onder de oxsele. 
ende dese clieren werden onder- 
wilen versworen ontrint de kele 
ende si maken loepende geiten ende 
dan heetent eenighe meesters des 
sconincs evele. Ende sulke mensche 
gheloeft dat dit de conmc van 
vranckeric mach ghenesen ende 
dat dit es werc (l. waer?) ende dat 
alleene metten over gripene van 
sire hant ende dat eenighe lieden 
der of ghenesen overmidt horen 
gheloeven want dat gheloeve con- 
forteert den lichaem ende die con- 
forteringe verwint den lichame 
Ende dit es alse die materie niet 
te groet nes maer alse de materie 
out es ende groet zwaer der na- 
tueren sterc tonder te bringhende 
soene werden si niet . alsoe ghe- 
nesen. «I Noch een ander 
expen'ment dat eenighe mesters 
hebben ghevisiteert ende men useret 
te somigher steden ende gheloeft 
Men leit den siecken op een 



') Dit hoofdstuk heeft eenige overeenkomst met Capp. 10, 11 en 12 Vh. 
6e Boek. Zie bis. 133. 



184 



spri?igende water huten gronde 
c 60d. op sinte jans nackte midden 
somers ende den siecken seline?* 
bloet laten soe dat dat bloet valle 
int water ende hi seghet datter vele 
mede ghenesen siin maer naer 
datsi van swaren doghene siin soe 
*{" de liede?i vele moinessen mede 
ende si soucken vele raden ende 
te horer ghenesinghen behoort 
vele subtijlnissen. Want dese clieren 
commen gherne in denghenen 
daer si noode in droghen ende 
in den ghenen die vol limicheden 
siin ende vol humoren. Ende in 
den ghenen die vele eten ende 
vele drincken. meer dan hore 
verduwinge verdraghen mach 
waer bi dat natuere overblijft ende 
on verteert wert ende dese over- 
tullicheit sterct dese clieren 
f menich sins van hore daermewse 
best begheerew mach. Ende onder- 
wilen metten clieren ende onder- 
wilen niettew apostemen Die welke 
overtullicheit gheerne maeken in 
clieren ende in apostemen lope?ide 
fistulen onderwilen oec in spenen 
ende onderwilen anders Ende daer 
bi in dese hute broeken clieren 
diese hebben es vervulte ende alle 
overtullicheit van spijsen ende van 
drancken quaet. Ende men sel weten 
datsi dicken sullen liden ende 
ghedoghen honger dats hem goet 
medicine. ende die dat niet weten 
wille noch regement houwen ne 
willen die siin quaet te ghenesene 
Int erste men sel den siecken doen 
hoeden te stupen vele 
o eia. metten hoofde nederwert ende 
hi sel hem wachten van roupene 
van weenen ende van walgene 
Ende men sel die materie su veren 
met Electuarium diaturbit constelic 
ghenomen. dewelke electuarium 
pur giert flumen ende melancolië??. 



Ende men sal weten dat scrouf- 
felen commen meest van melan- 
coliën ende glandulen die commen 
meest van flumen. Ende dit nae 
volghende medicine es hem goet 
ghegeven want het purgiert fluma 
properlic ende melancolia. fl Ro tur- 
bith bn(?) gomosi .5. iij. zuccari albi 
•o- \. dit selmen pulverijseeren 
subtijl deen in dander. ende hierof 
selmen den siecken gheven .3. ij. 
ende is hi cranc men saels hem 
gheven .3. j. Dit selmen gheven 
ten midder nacht ende dan selmen 
der op slapen tote dat beghint te 
werkene ende den pacient ne sel 
ghene water drincken noch niet 
dat cout is op sine spijse ende 
ventousen ne siin oec dese siecken 
niet goet want si ydelen dat 
subtijle. Ende eenighe mesters 
segghen dat beeter is datmen ven- 
tousen setten ende naer die yde- 
linghe der materiëw esmen sculdich 
te prouvene oft mense mach doen 
sceeden eersi hute breken ende 
datsi niet soe doere hout siin datsi 
moghen smelten. Maer men vint 
vele lieden diere niet op ne hachten 
vor dat si hute te broken siin. 
Dits eene piaster 

omme te doen sceeden scrouf- c 6ib. 
felen. ende niet hute te brekene. 
ij Nemt rode slacken die siedt 
met zwiinen smout ofte met hoen- 
deren smout ende met wijne hier 
of maect eene piaster ende leghet 
op die cliere. Een ander. «I Nemt 
gheiten cotelen die mmghet met 
seme ende aisine ende siedtse. ende 
leghtse der op laeu. Een ander 
dat ons scrijft avicenna. dat seere 
wonderlic goet es. i& Nemt de wor- 
telen vander leliën lijnsaet duven 
mes dit tempert al met wijne over 
een ende siedet. ende eist dat de 
clieren ofte glandulen siin van 



185 



couder eoraplexiën ende si siin 
bleec soe doeter toe te meer van 
der messe vorseit. ende eist een 
kint ofte een wijf dat vierendeel 
sel wesen mes vorseit. €J Een 
ander. Dit es een goet piaster 
otn clieren te ghenesen eersi hute 
breken «I ^o seinen lini .§. ij. 
sulfer .§• ij. et \. seem .§. j. Dit 
minghet ende siedt over een ende 
maect een piaster legghet der op 
laeu. «I Een ander «I Nemt de 
wortele van brionien duvenmes. 
ana. .§. iij. barghin smeer Dit siedt 
over een ende legghet der. op laeu 
dit doet de clieren resolveren ende 
crempen weder in. «I Een 
ander dat ons leert Diasco- 
r i d e s. f Nemt de wortele van 
lapacium ende die siedt in wijne 
ende leght laeu der op «J Een 
ander dat ons leert macer. 
Nemt 
C 6ic. levende sulfer ende duvenmes. 
liinsaet nigellen saet. ana. partes 
equales Dit stoet al over een met 
warmen wijne dit siedt over een 
ende hier of maect plasteren leghtse 
warme der op si gaen te nienten. 
«I Een ander dat ons leert 
meester gillebeert. <J Nemt een 
ey anabulba ende dat ey wel ghe- 
braden ende dat gheeft drincken 
met wijne smorgens ende savons 
.iij. daghe lanc after eens met 
lettel etens ende hier mede hi 
verliestse Dats wel gheprouft. 
ij Een ander. Ende dit segghe 
ie ende ie mester Jan Iperman 
hebbe dit nae volghende dicke 
gheprouft «J l*o mes van duven 
van gheeten van ossen ende dat 
al droghe. ana. lithargirum cimini 
de wortelen van coelen seme?z 
apii galbani bitter ama?idelen dit 
minghet met pecke ende met een 
lettele olium oliva ende out barghin 



smout Dit leght der op Dit doet 
den scrouffelem te nienten gaen 
erst moet men den pacient pur- 
gieren met pillen de turbith ofte 
pulver ghemaect van turbith gelijc 
dat vorseit is. «I Een ander 
«I Nemt seinen sinapis Dat stoetet 
met overjarich barghin smeer Dit 
selmen der op legghen warme 
ende dit doetse vergaen te nienten 
eist dat men den pacient erst te 
voren purgiert met pulvis de 
turbith. «1 Een ander 

Nemt de wortelen van wegebree c 6id. 
die selmen braden ende die sel 
den pacient altoes draghen over 
hem Dit selse houden ende be- 
dwingen, datsi niet sullen moghen 
wassen, f Een ander «J Nemt 
wegebre ende die gh[e] wreven met 
soute ende der op gheleit dat 
doetse te nienten gaen. ^ Een 
ander. Dat ons leert a v i c e n n a 
•I Nemt die blowme van boenen 
die selmen stoeten ende daer op 
legghen ende si sullen vergaen. 
Mester gillebert seit dat 
bloet van der slecken op de clieren 
gheplastert doetse te nienten gaen. 
€J Een ander Nemt succi ruthe 
abrotonum .ana. partes equales 
dese sapen ghedroncken die cru- 
den op dat gat geleit gheneset. 
€J Een ander <I Nemt diaquilon 
dat leght der op dat es ghepriset 
van vele mesters. <I Een ander. 
«I Nemt musselagis (l. -ginis) fenu- 
greci mussel (Z. -aginis) lini. mus- 
selagim's bismalve. ana. lib. j. 
litargirum lib. j. olei olivarnm 
lib. ij. hier of maect erwplastrum. 
Ende ie mester jan yperman 
plach dit piaster te makene ende 
het dinct mi wel alsoe goet alse 
eenich dat iet (l. ie) vaut Ie nam 
van elcken crude j. pont ende 
doen maecte icker of mussilagis 

12' 



186 



(l. -go) daer of nam ie een pont. 
litargirum subtylissime pulverisati 
lib. j. et .£. 
c 62a oleum olivarwm lib. ij. cere lib. 
\. dit vergaderde ie alsoet behoert. 
Dit is een water om te ontbinden e 
scrouffele?i ende glandulen. ende 
het brect den steen in den blasé 
ende mor wet die hartheit in den 
levere ende nieren, ende binnen 
.3. daghe elc metael tj B^> radiez's 
celidonie jusquiami titimalli cicute 
squille marine rute silvestris mali- 
terre affodilli Dit stampt al over 
een ende dit sublimeert .iij. [werf] 
doere eene halembic ende hoet jou 
daer af want dat watere es venijn. 

Van den stancke dat yrcus 
heet in de oxelen. 

Nu soe willen wi leeren ende 
scriven van stancke der oxcelen 
datmen heet yrcus. Om dat te 
verdrivene daertoe selmen doen 
aldus. In dat erste men sel hem 
dat haer of sceren ende men se[l] 
die oxcelen wel wriven met goeden 
wine ende met rosé water deen in 
dander ende met siedinghen van 
cassilen. «I Een ander. €| Nemt 
witten wiin wel ruckende ende 
daer in tempert een luttel muscus 
ofte amber gris ende daer mede 
besalvet de oxcelen savons alsmen 
slapen gaet. Jeghen zwellinge ende 
zweeringe der tanden, siedt in 
wine cuminum ende droge ghe- 
wreven fighen ende daer 
c 62b. of maect eene piaster ende leg- 
ghet warme op der stede. 

Van den clappoeren diemew 
heet bubo. 

Van bubo dat siin clappoeren 
ende si heeten alsoe achter die 
hule die welke altoes woenen in 
de gaten daert doncker is ende 



in heimelicke steden In bomen in 
husen in kerken ende dese appos- 
teme si ghelijct want si verkiest 
heimelicke steden alse onder de 
oeren onder de occelen. ende in 
de liesschen ende dese aposteme 
ne selmen niet weder slaen met 
coude plasteren. omme deser nae 
volghende redene wille. Ende men 
sel weten dese aposteme die onder 
den oerew commen metter apos- 
temen soe suveren hem die hersinen 
van horen overtullingen humoren 
die daer waert loepen alse eene 
fontein e. Ende de bubo die onder 
die oxcelen rijsen bi hem purgieren 
dat herte ende die longhen ende 
die borst Ende die in de liesschen 
staen daer suveren hem die onder- 
sten leden van den buucke alse 
levere milte niere ende darme ende 
omme deser reden vorseit ne esmen 
gheene sculdich te wederslane 
noch van der steden te verdrivene 
met couwen medicinen. want die 
materiën die hem souden suveren 

bi bubo der apostemen. verslouch c 62c. 
men die Die mensche waer in 
groete vreese daer te laden in dat 
lijf groete siecheit ende apostemen 
zwellmge ende menisoen beleet 
(l. belet) van wel te horne ende vele 
andere dolingen in der leedew vor- 
seit Ende daer omme selmense 
doen hute breken ende suveren 
ghelic andere apostemen. Int erste 
omme dese aposteme hute te doen 
breken soe leght er op dit molli- 
ficatijf ff ]^o mussilagi?u's semew 
lini fenugreci. r&dicis malve. bis- 
malve .ana. %. ij. exuwgie porcine 
quoad sufficit Dit minget ende 
siedt over een. ende dit leght der 
op wel warme smorghens ende 
savons tote die bubo morwe ende 
altoes baiense met lauwen water 
eermen den piaster der opleght 



187 



ende als jou dinct dat si es morwe 
dan nemt eene vlieme alsoe (schets) 
ghemaect en.de snitse op in de 
langde dan su verse wel dan ebt 
ghemaect eene wiecke van stoppen 
ende stectse der in ende daer 
boven soe leght eene piaster die 
vorscreven staet int capittelum 
van den hoofde die men heet 
unguentum fuscum ende alsoe sel- 
ment laten ligghen tote des ander 
daghes. Dan selmen den plasteren 
of doen ende baient ende suverent 
met lauwen water ende dan drogent. 
Dan selmen der in steken eene 
wiecke ghenet met mow- 
c 62d. dificative dat hier nae volghet 
ende daer boven leght eene piaster 
van xinguentum. fuscum «J ]^> suc- 
cum apium recentis .3. iij. meilis 
.§. j. blomme van tarwen .§. \. 
dit minget over een ende siedt 
een wilken ende daer met besalvet 
diene wieken Dits een goet mun- 
dificatijf want het suvert ende doet 
vleesch wassen. Avicewna. die 
placher op te leggene dese nae 
volgende salve Ja alsi wel droughen 
ende etterden. «jSalve€|[]^o resine 
albe. lib. \. cere .§. v. aceti vini 
.§. ij- Dit siedt over een tote dat de 
wiin ec il. oec) versoeden is ende 
dan doet of ende doet in dine bosse 
Dit was sine salve daer hi met vele 
wo?iden cuererden ende ghenas ja 
die versch waren. 

Van den siecheit diemen 
. heet fistul a. 

Fistula ofte fistele dats eene 
ghegate siecheit binnen wider dan 
buten ende de mesters segghen 
dat fistele siin menichrande maer 
die ouwe mesters die segghen 
fistelen die gerechtich siin die 
hebben harte (l. harde) ghezwollen 
boorde alse eene penne ofte pipe 



alsoe .Avicenna. seit ende daer 
achter heeft hi sinen properen 
name achter die pipe 

fistula. Die fistule comt onder- c 63a, 
wile van saken van buten ende 
onderwilen van saken van binnen 
alse van aposteme ende van 
zweeringhe ende quetsingen die 
qualic waren van binnen gheheelt 
alse van verrotten overtullingen 
humoren van der virtuut daer 
waert stekende natuere te weike lei- 
den gesent ofte datsi siin ghesteken 
te eener canker steden ende datse 
die stede moet ontfaen bi bedwange 
Nou soe willen wij gaen toter 
werken der cueren. Int erste men 
sel bekennen die quade ghecor- 
rumperde humoren die de me?ische 
in heeft, ende die humoren selmen 
hut suveren met sinen properen 
medicinen dats te segghen datmen 
sel gheven voren een preperatijf 
dats een bereetsele die de humoren 
ripen ende daer nae alse de humoren 
ripe sijn selmen gheven een laxatijf 
daer dienende, ende daer nae sel- 
men gheven pillen der toe dienende 
diemen sal useren over ander 
dach ende die pillen ende die 
medicinen vinden wij ghenouch in 
onsen antidotarium ghescreven. 
Ende eist dat dese fistule comt 
van bloede ende dat te vele bloets 
es in den mensche soe selmen dat 
bloet ydelen ter aderen die welke 
aderen selmen nemen die beste 
mach suveren dat siecke ledt ofte 
men maecht suveren met ventousen 
op dat van node si 

Ende men sel weten dat den fistele c 63b. 
somtij t comt ende wert in vleesch- 
achtich steden ende somtijts in 
senuachtigen steden ende oec in 
senuwen ende somtijts soe wert hi 
in der beene in sine bome ghevort- f 
heet (l. ghevortheit) ende dan ne 



188 



mach' den fistel e niet ghenese?i die 
verrotthe beenen ne werden erst 
hute ghedaen of ghescrepet ende 
ghesuvert van den gansen beene 
met instrumenten daet Cyrugie 
mede werct aldws gemaect met 
eenen haecke in desen maniere (zie 
fig. XXXIX) ende daer met salmen 
dat quade been of screpew van den 
goeden. Ende ypocras ons wel leert 
ghi meesters va,n Cyrugiën siet wel 
dat ghi wel rumt dat quade van 
den goede want blever iet an van 
den quaden die fistele souder weder 
of wassen ende groien. ende som- 
tij ts eist al verrot ende somtij ts 
maer een deel. Ende eist dat sake 
dat tgat van den fistele buten te 
nauwe is soe nemt maren van j. 
vliender ende dat stect der in daer 
mede salt wijden seer of temen 
snidene daer men toe mach. ende 
dat mer in doen mach pulveren 
diere in behouven ofte lavasien 
ghemaect van wine ende van seeme 
ofte andere lavacia dat soete be- 
houft Dit doot den fistele. ende 
f etter of dat quade vule vlesch. 
Ro levende calc atrament floris 
erts alumen hier of 
c 63c. soe maect subtij 1 pulver ende 
van desen pulver op de wieke 
gestroit ende te voren de wieken 
ghenen (Z. ghenet) in dwitte van 
den eye. Ofte poeder ghestroit 
van spaens groen op de wiecke 
ghenet erst in aisiin. <I Een 
ander <I Nemt spaens groe?ï wit 
alume?i hier of maect pulver ende 
dat ghemmget met seeme. fl Een 
ander €fl Nemt gheberrent sout 
spaens groen .ana. hier of soe 
maect pulver subtij 1. <J Een 
ander •][ Nemt een eyere scale 
ende die eyere scale vult met 
opermente ende coperoet ende 
menschen drec .ana. partes aequales 



Dit al over een gheberrent ende 
hier of ghemaect subtijl pulver. 
Dit pulver ghedaen op de wiecke 
gheneset den fistele. Ofte die 
wortele van anabula ghepulvert 
gheneset den fistulen, «J Een 
a n cl e r €fl ]^ Nemt eene levende 
padde ende canep volle wort sap 
van rute ende van boenen Dit 
stopt in eenen erden pot met leeme 
ende met parts torten ghemmget 
ende daer of berrent pulver in 
eenen. oven ende dan latent coelen 
ende dan ontdecten ende maecter 
of pulver cleene ende doet in den 
fistele metter wiecken ghelijc dat 
vorseit es. €J Item men sel weten 
daermew tpulver leit dat ment sel 
laten legghen tote dat hute drijft. 
<IEenander<I Constantinus seit 

Dat hooft van den hont ghe- c 63d. 
berrent te asschen. gheleit in den 
fistele gheneset. <E Een ander. 
Dit segghen de .iiij. mesters dat 
dit es een seeker pulver om fistulen 
te ghenesene. CJ ^o agmnonie. 
pimpernelle. arnaglossa. centum 
galli. tartari viridis eris .ana. 5. j. 
ende alse die stede van den fistele 
ghesuvert is dan stect dit pulver 
der in met eenen wiecken § Een 
ander, ende siedi dat die fistule 
es met vele gaeten ende dattene 
de medicine met rechte niet ghe- 
drogen can. dan nemt den stront 
van der gheit laeu met seeme 
ghemi?ighet der op gheleit Dit 
bewert die zweeringe ende trect 
te hem die verrothede ende het 
gheneset canker fistulew ende vuile 
seer. «I Een ander «I Nemt dat 
mes van den rne?£sche gheberrent 
te pulver .%. ij. pulver piper longi 
.%. \. dit mmghet te gader met 
seeme ende bove?i alle dinghe?i 
verslaet dat canckere ende fistule. 
<I Een ander Es de fistule buten 



189 



nemt pes columbini dat stampt 
ende duwet tsap der hute Dat sap 
doet der in. Ende is den fistule 
binnen dat sop selmen drincken. 
ff Een ari der jeghen den fistule 
ende cankere ff Xemt dat sop van 
titimallus ende smout barghin 

C 64a. dit siedt over een ende doeter 
toe mirre, ende daer in soe net 
dine wiecke dit stect in den fistule 
dit selse met allen droghen Dits 
dicken seer gheprouft. 

fj Een ander. Xemt witte?i 
wiin daer anabula in ghesoden is 
dat gedaen in den fistele dat 
droechten ende mester gillis seit 
dat die wormen der in doot. 
ff Een ander «I Xemt duven 
mes ghesoeden met melc van ghee- 
ten. Dit gheleit op den fistele 
droechten ende suvertene. ff E e n 
a n d e r. Xemt dat sap van tapsus 
barbatns dat ghesoeden met seeme 
gescumt over een toter consumpcie 
van den sape. Dan doet der in 
pulver van spidei en [de] van den 
geluen mirabolani. Dit minghet 
over een ende doet op den fistele. 
ff Een ander. Xe??it serpillum 
ende dat met sout ghewreven ende 
dat op den fistele gheleit ghe- 
neset. ff Een ander. Mester 
gillis seit in eenen bouc heet d i n a s 
dat titimalli met sinen wortelen 
gbedroeghet in eenen houen ende 
daer nae maecter pulver of ende 
dat met eener wiecken in den 
fistele leit dat gheneset. ff E e n 
a n d e r. Xemt operme[n]t leven.de 
sulfur ende levende calc Dit mi?iget 
met seeme ende hier of leght 

c 64b. .3. ofte vierwarf op den fistele. 
ff Een ander. Xemt wit peper, 
droghe figen wortelen van petro- 
celini dit minghet te gader ende 
leght op den fistele. ff Een 
ander. Mester gillebert seit dat 



bloet van den slecke?i dat in den 
fistele ghedaen gheneset den fistele. 
ff Een ander. Xemt olibanmn 
ende maect subtijl pulver Dit 
mi?iget met witten wijne ende dat 
stect in den fistele. Dat droghet 
den fistele. ff Die werke der 
cueren: omme die fistele van 
binnen ende dits een goet wonderlic 
dranc jeghen den fistele van binnen 
dicke gheprouft te dodene ende 
die verrotte beenen hute te stekene. 
ff Ro de wortelen van arnaglossa 
fragoria kemp ofte dat saet lapa- 
ciu?n acutuni tormentilla jacea 
alba jacea nigri rode coelen. ana. 
m[anipulus] j. tanacetum. m. ij. Dese 
vergadertende siedtsein eenen stoep 
witten wiine tote dat comt op de 
helft ende dan doeter toe meilis dis- 
pumati. ende hier of soe gheeft hem 
drincken tweewarfs sdaghes telken 
.2. lepelen vol smorgens ende 
savons. ff Een ander Dranc. 
ff Ro roode coelen feniculi abro- 
tanmrc tenacetu?n fragaria cubia 
fictorum. herba roberti. arnaglossa 
apium canabns. ana. m. j. Dit 
selmen sieden in een stoep wit 
wijns met meilis dispumato tote 
dat den (l. deen) helft versoeden 
si ende daer nae coeleret ende van 
desen drancke gheeft 

drincken .2. warf sdages ghelijc & 64c 
dat vorleert es ff Een ander. 
ff Ro succi betonice succi &gri- 
monie abrotanmn succi ruthe succi 
marubrium .ana .§- j- Dit sap 
minghet met wijne ende ghevet 
drincken tweewarf sdages alsoet 
vorsen es. 

ff Een ander ff Re canep 
ofte dat saet radicis arnaglossa 
anacetum fragaria. agrmionie ga- 
riofilata spragus herba roberti 
croppen van bramen .ana. m. j. 
rode meede. m. j. et \. Dit siedt in 

12- 



190 



witten wijne ende doeter toe meilis 
dispuniato. Dit siedt in een stoep 
wiins tote dat den (l. deen) helft 
versoeden si Dan coleret ende dat 
selmen gheven drincken gelijc dat 
jou vorleert es. <& Eenander. 
C| Nenit wilde saelge die selmen 
stampe?i met wine ende dat ghe- 
droncken ghelijc dat vorseit is. 
Ende van den crnden gheleit op 
den fistele. Dit gheneset bi lanc- 
heit van tide. Item ende eenighe 
mesters segghen dat sap van der 
netelen ghedroncken doet datselve. 
«I Een ander. 'Ende dit leert 
ons mester albrecht van 
c o 1 e n e. Dat pulver aristologia 
rotonda ghegheven drincken een 
5. \. met witten wijne des smorghens 
ende savons ende te middage. ofte 
pillen der of ghemaect doet die 
materie van den fistule hute gaen 
bi camer gange ende gheneset al. 
tjf Een ander, ende dat selve 
doe(t) gariofilata dat ghestampt 
met wijne ende van dien sape ghe- 
droncken .iiij. warf 
c 64d. sdaghes ende van den crude 
op dat gat gheleit. <I Een ander. 
<I ^d Succi pollum montanum 
sucei herba benedicta. succi agn- 
monie Dit sap mi?iget met wijne 
ende ghevet drincken als vorleert 
es. Ende men sel weten dat agre- 
monie es een van den besten 
cruden die ten fistele toe hoeren. 

Van apostemew die coramen 
van colera combusta. 

Van apostemen die commen van 
colera combusta ende die mesters 
heeten se erissipila. orame dat dese 
es meer onghetempert ende droge 
ende si ontstect gherne ende wert 
zwart bi hore selven over midts 
den brant ende berrende hitte der 
coleren in wat aposteme Daer si 



toe vloit daer maect si soe groete 
zweeringe met hitten datsi zwart 
wert ende si sciint medallen oft 
waer verberrent ende onderwilen 
datsi hute valt essi niet met sub- 
tijlheden met medicinen versteken 
ende vercoelt ende si maect int 
beghinsele groete rootheid zwee- 
rende hitte ende met stijfheden 
ende die stede wert haestelic ge- 
maturert ende ghebroken hute 
haestelic overmidts horen groeter 
hitte ende horen cleenen substan- 
ciën van verscheden diet beledt 
ende daer bi es die stede haestelic 
ghevult ende gheulcerert ende dan 
dit leeke 

onbekinde siende die niet ne c 65a. 
weten van der saken ende dat es 
orame datsi gheene kennesse dra- 
ghen ane de natuere waer of datsi 
niet geleert ne siin. ende onder- 
winden hem met horen valschen 
stoutheit ende si gheven stappans 
vonnisse dat is der scult ofte van 
der kerssen van atrecht. ende dit f 
doen eenighe mesters de lieden te 
verstane, ende si makens hem daer 
mede quit. ende si besscuden (Z. 
bescuden) hem ende aldus dolen 
dicken de lieden bi onmerkende 
mesters, hem onderwinden van seg- 
ghene datsi niet ne weten. Ende si 
laten natuerlike hitte varen ende 
gaen dolen voer eenen sant. met 
stocken ofte kersen ende dat hem die 
santen willen beraden ende willen 
die santen niet soe wert die natuere 
hulpeloes soe datterdesieckeomme 
sterreft. Item ghelijc is ditte dat 
een mensche liet tetene ende te 
drinckene eenen dach ende beiden 
often god voeden soude^ende voeden 
niet god hi mochter wel omme 
sterven ende groet meskief hebben. 
Ende alsoe eist van den siecken 
eist dat den siecheit es soe groet 



191 



datse natuere niet onderdoen ne 
can. ende men hoer oec met medi- 
cinen niet ne helpt soe sel den 
siecke sterven. Maer es de hu- 
moren ende den siecheitsoe cleene 
datse natuere verwin - 
c 65b. nen mach die welke hore pint 
altoes te makene daer si mach. 
dan sel den siecken te bate slaen 
ende ghenesen. Int aller erst soe 
sullen wij roupen ane god almach- 
tig ende cosmas ende damianus 
ons werc bevelen ende als wij siec 
siin wij sellen natuere helpen met 
medicinen ende alse de siecke soe 
cranc es datti niet drincken ne 
mach noch eten Dan siin wijt 
sculdich al te bevelen gode ende 
de natuere te helpene van buten 
soe dat wij best mogen. Dese 
coleric aposteme die men scelt 
erissipila die es int beghincel al 
omme roet. ende seer hittich van 
den verwoeden colera ende zware 
zweeringe der in ende felhede 
ende alst es ghematureert dan wert 
die zweer sochte van allen apos- 
temen ende sulken tijt soe loept 
dit opwart ende nederwart in der 
leden naer den groeten felheit der 
materiën ghespreet ende sulken 
tijt soe blivet staende alse die 
materie niet te groet nes ende 
dan blussche bi hore sel ven. Ende 
sulken tijt ghevallet alse dese 
aposteme hute brecket dat etter 
datter hute comt es alsoe zwart 
alse eene coele ende ghelijc sticken 
vleesch soe seer eist verhit van 
der hitte, erissipila. Ende onder- 
tijden commet oec van quade?i 
wercken. ende bi onversienlicheit 
van den mesters alse in ghebroken 
beene in wonde in andere steden 
alsoe datsise te vaste binden ende 
te stercke strictoriën ligghen (l. 
legghen) ende dat meest 



vuile jonghe lieden datsi dat c 65c. 
bloet soe vaste der hute persen 
bi dat van der quetsinghen zwellet 
ende soet meer zwellet die banden 
vaster werden, omme dwelke dat 
daer versterven moet ende zwart 
alse eene cole. ende bi overgaende 
coude ende wacheden. alse die 
riden gaen ende loepen int water 
ende daer nae die beene vercouwen 
ende warden zwart stinken ende 
versterven. Dus selmen gaen ter 
cueren eist dat sake dat ghi comt 
in eene stede daer een leedt ont- 
steken wille soe dat zwart beghint 
te werdene ende al ontrint root 
si Dan eist een luttel te langhe 
gebeit. maer alst es seer root heet 
ende oec gheswollen met vele 
materiën. men sel dan daer ontrint 
striken van desen navolgende 
defensatijf. Bo boli armenici .;> ij- 
sanguis draconis .§• i- terre sïg-ï- 
late .§. j. olei rosarum aqua rosarum 
aceti boni .iiij. minget al te samen 
in eenen mortier et usui reserva 
ende van desen defensatijf strict 
der omtrint. maer niet der op. 
Ende eenige mesters comen ende 
legghen boren der op dat aposteme 
coude plasteren ende doen die 
hitte die hute slaen soude die doen 
si slaen in wart ende si wanen 
met couwe dese 

aposteme te verslaen. ende aldus c 65d. 
soe meerdere?z si die hitte Exempel 
bi eenen potte die staet ende siedt 
op tvier onghedect. dat die wasem 
hute mach slaen dien pot en sel 
niet over loepen. Ende oec mach 
men merken eenen mensche die 
gaet baden in cout water ofte valt 
in cout water ende sine handen in 
den winter der mede dwaet sine 
handen ende des smorgens alsoe 
die ribaude?i doen die lettele ane 
te doen hebben die coutheit van 



192 



den water die stopt, ende gaetnien 
in baden ofte in der stoven ende 
die doere open gaet die hitte slaet 
der hute. Die porres die metter 
gheberrender hitten open gedaen 
werden ende daer bi wert die 
spijse tongelic verteert. Om de 
welke Ypocras seit met vullen 
buucken in heete baden te baien 
maect corts over midts die spijse 
in den maghen onghesoden bli- 
vende bi ghebreke der hitten diere 
ghetreden is ende bi deser redene 
soe siin lieden die bet verteren 
hoeren spijse ende meer heten 
winters dages dan te somer. want 
dat coude buten bestopt die hitte 
binnen. Ende contrarie te somere 
soe werden die zweet gaten ghe- 
opent. Ende aldus eist te verstane 
in deser dingen couwe 
C 66a. dinghen der op gheleit die siin 
stoppende daer binnen die hitte. 
Ende op der apostemen selmen 
leggen mitigativen ghetempert die 
heet siin die de zweeringe sachten 
dat die hitte hut slaen mach ende 
die grouve wacheit vaporen in 
die piaster dat sel die materie 
mindere?i ende die stijfheit ver- 
lichten slaken sachten. Ende dit 
es een goed mitigatijf sachtende 
ende een prepaeratijf te legghe?i 
op die stede daer die materie es 
Nemt crumen van brunen brode, 
wiin effene hier of een piaster 
ghemaect ofte een papkin ende dat 
daer op geleit al warme. Een 
ander mitigatijf. Nemt crumen 
van tarwin brode ghesoden met 
soete melc ende dat selmen warme 
der op legghen. Een ander. 
Nemt gherstin mele dit siedt met 
soete melc ende legget der op laeu. 
Een ander. Nemt ghersten 
mele wiin boetere dit siet al over 
een ende maect piaster endelegghet 



der op. Ende men sal bloet laten 
ter aderen daer dat ledt aller naest 
es. daer met sel dat bloet minderen, 
ende men sel weten dat ventosen 
te settene op sulc danich stede es 
verbodeü. 

Van bescautheit van hete 
water ofte van vier e. 

Nou willen wi jou leeren van c 66b. 
bescauwinghen ende alse die 
mensche es bescaut van viere ofte 
van water of andersins. Cuere 
dertoe : Nemt haer van hasen wel 
cleene ghesneden dat leght der in 
al vol. Een ander: eist van 
viere gheberrent. Nemt de wortelen 
van der wilgen die snit cort in 
tween ende stampse ende dat 
minget met de(n) witte van den eye 
ende legghet der in dat voet wel. 
Een ander. Mester diere seit 
Nemt calc ende dwaet 9warf. dan 
doeter toe alsoe vele oliën alser 
calxs es dit minghet al over een 
in moduwi unguentum ende daer 
met besalvet dat seer. dat ghe- 
neset. Een ander. Ende experi- 
mentator ons leert: Nemt olie van 
doders van eyeren. ende met een 
vederkin salvet dat seer dit trect 
hute den brant ende gheneset. 
Een ander dat die selve mester 
seit Nemt atramentum hier of 
maect poeder subtijl dat minget 
cum albuum ovornm et olium 
rosaceura in modu?n unguentum 
daer mede smeert dat seer. die 
brant sel hute gaen ende ghenesen. 
Een ander. Nemt een dinne 
platkin lodts dat leght op dat 
seer het gheneset. Een ander. 
Nemt slechusen. ende die berrent 
te pulver dat minghet met 

line olie ende smeeret der op o 66c. 
dat ghenest «I Experimentator, 
seit alse een dinc verberrent is 



193 



men seller te hans lauwen wiin op 
legghen ende dien brant saller te 
hans utslaen. Ofte men leggher 
op mes van eenen osse laeu ofte 
olie van doderew van eyerew dat 
gheneset. «J Een ander. <J Nemt 
pou(r)celeine ende die siedt in water- 
ende van dien' cruden leght der 
op. IJ Een ander salve seere goet 
ende notable jeghen verberrent- 
heit. €J Nemt solen van ouwe 
schoen was olie rosaet dit soe 
smelt al over een in modum uw- 
guentum ende daer met besalvet 
dat seer Dit sacht ende ghenest 
alle verberrentheit. ende gheneest 
daer dat vel of g-bevlogen es. 
CJ Experimentator seit. «J Nemt 
.ij. dodere?i van eyeren ende daer 
mede minget oleivm olivaruwi dit 
wel ghemmget te gader ende dat 
selmen bestriken op tseer. f Een 
ander. «I Nemt rapew. smout dat 
slaet wel met water tote dat dicke 
si dan smeert dat seer met eenen 
vederkin ende daer boven geleit 
een dinne hooft cleet het gheneest. 
<I Een ander. Dat ons leert 
Galienus ende is warachtich. 
<& Nemt scorsse van groene?z 
c 66d. linden dit snijt in vele sticker 
ende siedtse in een lettel wate? 1 
wel lange Dan nemt die scorsse 
hute ende strijct dat water of ende 
dat ghi der of strijct Daer mede 
bestriket dat seer met eenen veder- 
kine. ende dan leght der boven 
eenen floers cleedekin. CJ Een 
ander u n g u e n t u m. Dat or di- 
nerden de viere mesters van 
salernew ende es seer goet op 
bescouwinghe ofte op verberringe. 
€J Bjo calx viva dat selmen dwaen 
.ix. warf dat sine scarpheit verliese 
Daer nae minget der mede oleum 
rosaru??i ende dwitte van eenen eye 
Dil slaet al over een in modum nn- 



guentum ende daer met bestrijctdat 
seer met eenen vederkine. f Een 
ander. €][ Nemt linden scorsse die 
siedt in watere lange dan nemtse 
hute ende strijct of dat vette met 
uwen vingeren daer met mmget 
smout van coevoete ende olie van 
ke?ipe dat rainghet al over een 
dan maket warme ende bestrijct 
dat seer met eenen vederkine. dit 
saelt ghenesen. 

Van den bloet zweere 
f 1 e gm o n. 

Flegmon dats die bloetzweer 
ende comt van groven bloede. 
Teekin van 

hore dat is datsi root is maer c 67a. 
niet bruuw roet ghelijc herisipila. 
€J Noch soe verwoet het overmidts 
datsi in heeft meer verscheden 
van sinen ghetemperden bloede 
ende si wert oec groet ende ront 
alse eene stoc. ende alsi ghema- 
turert es ende open daer comt 
bloet hute ende wit ettere ende 
hine brect niet gherne maer hi 
werpt gherne vele gaten ende 
eenighe lieden heetent allers ofte 
.iiij. oeghen ende om dese aposteme 
te sachtene selmen bloet laten ter 
aderen die ten leden dient daer 
die aposteme staet Ende alsmen 
se wille hute doen brecke?i dan 
salmen der op legghen mittiga- 
tiwen. ende doen alsoet jou vor- 
leert es in die aposteme herissipila 
ende die cuere van erissipila. ende 
van den aposteme flegmon dat 
werc es al eens. 

Van der couwe aposteme 
dieme?i heet Zimia. 

Zymia es eene coude aposteme 
ende comt van flume in de junc- 
turen ende in de voudende leeden 
ende meest in coude flumatike 

13 



194 



lieden, ende dese aposteme hoe 
seere datsi sweert 

c 6Tb. sine becomt niet root ende essi 
root dat duert onlange ende dat 
comt bitiden alsser wat colera toe 
scieten Die hore hout in dat hue- 
verste ofte der buten. Daer of dat 
hier varwen mochte ende dese 
aposteme ne sel bi hore selve?* 
niet hute breken want dese vor- 
seide aposteme die zweert altoes 
inwaert ende hi wint ende maect 
gherne fistulen owme datti con- 
rumpert die aderen ende arteriën 
Ende wilmen dese aposteme ripen 
Dat moet wesen met heete medi- 
cinen die welke die coude materie 
verwarmen Ende men seller 
gheene viscose materie noch din- 
ghen op legghen die de materie 
binnen meerderen mogen ende 
dooden dwelke soutse doen ver- 
wandelen in wacheden ende daer 
of commen gherne lange zweeren 
ende fistelen, ende alle dese nae 
volghende inedicinen siin viscos 
ende seer limich ende dese ne 
selmen niet der oplegghen.flSemen 
lini malvavisci bismalva wortelen 
van leliën psillium fenigriec. ende 
diere gelike selmen scuwen in coude 
apostemen commende van flumen 
Maer me?( sel orberen heete droghe 
medicine alse loeghe ghemaect van 
wingaert asschen ende loghe van 
eekin hout asschen ghemaect ende 
daer in ghenet een cleet .x. vout 

c C7c. ende dat warme der op gheleit 
es seer goet. Ofte men sel nemen 
eene scers ende snidense (Zie fig. 
XXVIII) op ende dan selmen der 
in legghen eene wiecke van 
stoppen ghenet in doderen van 
eye ende daer boven eene piaster 
van stoppen ghenet in warme» 
wijn ende des ander daghes sel- 
ment vermaken ende suverelnlt met 



wanne?* water ende daernae met 
warmen wiin ende dan droghent 
ende dat ebt desen nae volghende 
mondificatijf ende dit es dat mun- 
dificatijf. ^o succun?. apij .^. ij. 
meilis .^ j. blowimen van tarwin 
paruw. Dit mmghet over een ende 
doet sieden altoes roerende dan 
doet van den viere ende doet in 
dine bosse ende hiermede besalvet 
dine wiecken Dan soe leght daer 
boven eene piaster ghemaect van 
n?igue?itum fuscura dats die 
zwarte salve ende de recepte hoe- 
mense maect staet in onsen antitota- 
rium (l. antid-) ende es seer nuttelic 
in Cyrugiën ende aldus maect 
mense. fy> olij olivarnra. lib. j. et 
^. galbanura mastic wieroec terben- 
tine. ana. .;> j. cere.^. iiij. colofonie 
•o- ij- piscis (l. picis) navalis. dat 
wel ghesuvert si. .*. iij. giun? (/. 
unguentum) serapini .^. j. Die olie 
selmen setten op dat vier 

metten wasse ende latent smel- c 67d. 
ten dan doeter in die colofonie 
ende dat piscis navalis. ende latent 
smelten Daer nae doeter in un- 
guentum. serapini ende daer nae 
de terebentine ende alst ghesmolten 
is dan doet of ende latet coelen 
ende bloet laeu si Dan minget der 
in jou mastic ende jou wieroec. wel 
subtij 1 ghepoedert. Dit minget wel 
over een tote dat cout si dan 
doet in dine bosse ende dese 
salve es heet ende droghende ende 
wij orborense dicken in Cyrugie 
ende men vinter te cope altoes in 
apoteken. 

Leeringhe des y per mans. 

Ie meester jan yperman sel jou 
leeren van den rugghen been 
ghewont ende dat die wonde doer 
gaen ende dat maren es ghewont 
daer of es de siecke in vreese 



195 



van stervene ende die quetsinge 
van nucha eommewde van den 
hersinew omme den groetew pine 
wille maer het mach wel alsoe 
gescien sonder quetsinghe va™ 
nucha. maer die quetsinge van den 
senuwen daer hute commende i 
ende prikende des langaovis(?) ende 
geluwede die daer ghestrect 
c 68a. leit ane beide de siden van den 
rugghebeene Ende is die wonde 
dwers ghesneden dat is doodelic 
omme dat eydel der hersinen daer 
die nucha hute vloit. Die cuere 
der of es alse in cuerew van anderen 
wonden van den senuwen die doere 
dat been ghewont siin ende dat 
vindi staende hier voren ghe- 
screven int cappitele der of. 

Van den lever ghewowt. 

Alse een mensche is ghewont in 
den lever ja in den substanciëw den 
lever (l. des levers) soe wie dat alsoe 
ghewont is die wonde is vorwaer 
stervelic Want si verliest al hoer 
werc ende dat bloet destruert 
omme dat huut gaen die gheesten 
des levens ende dat fundament 
ende dan moet die mensche siin 
virtuut verliesen ende sterven, 
maer es die wonde in eenigher 
tacken soe machmense wel cue- 
reren in den ersten als men cuerert 
ander wonden in den buuc. 

Van dat den lever hute 
h an g h e t. 

Wat men doen sel alse die lever 
huut hanghet ghezwollew 
c 68b. men sel der op legghen dat die 
lever doet ontzwellen ghelijc dit 
•J Nemt succum alsene van adicke 
seem ende aisiin ende tarwin 
blomme .ana. partes equales ende 
dan settet op dat vier ende latet 
sieden tote dattet dicke becomt 



alse seem ende maect der een 
piaster of ende legghet der op. 
Ende helpt dit niet soe maect die 
wonde wider. ende dan doet die 
lever in ende die wonde gheneset 
ghelijc ander woeden in dewbuuc. 

Van wonden in den nierew. 

Alse een mensche es ghewont 
in den nieren die can der of niet 
ghenesen want het siin droghe 
harde leden com(?) mager ende si 
sceiden die urine dat hem comt 
toe van den lever ende al eist dat 
is doot wonde nochtan selmen hem 
goet hant werc [doen?] ende gheven 
hem goeden dranc suverewde ende 
heelende maer si werden selvew 
wel ghenesen ende die wonde 
salmen van buten ghenesen alse 
ander wonden in den buuc ghelijc 
dat jou vorleert es van den wijsen 
mesters van Cirugie ende medicus. 

Van den blasé ghewowt. 

Alse die blasé es ghewont in 
den mensche die ne selmen niet 
nemen in 

gheener cueren het en ware c 68g. 
ane den hals daer si vleesachtich 
is daer ghenese maer boven daer 
si dinne is daer ne mach si nem- 
mermeer ghenesen ende alsi ghe- 
wont es in den hals men sel den 
siecke houwen ligghen op den 
rugge. ende de siecke sel lettel 
drincken ende men sel op de 
wonden legghen dit nae volgende 
poeder. ^> boli armenici .§. j. 
sanguis draconis .5. ij. aloë epatici 
.5. \. thuris mastim. ana. .§. i-. 
ende hier of maect subtijl poeder 
ende da7^ suldi daer op legghe?i 
plasteren constrijctijf ghelijc dat 
ghi vint ghescrevew int cappitele 
van den oren of gheslegen ofte 
int capittele van den nese. 



196 



Van dat den darmen ghe- 
w o n t s ij n . 

Alse lieden ghewont siin in de 
darmen, daer of soe willie jou wat 
scriven ende alsoe vant ie ghe- 
screven in de Uirugie van rolan- 
dine. In dat erste alse die cleenen 
darme ghewont is ende dien stront 
der hute gaet. dats oncurable ende 
dootwonde. Maer als den groeten 
vleesch darme es ghewont die 
es gheneselic ende dien selmen 
simperlic 
C 68d. cureren met drancken ghelijc 
wonden dranc ende drancke vindi 
ghenouch ghescreven int cappitele 
van den ghescutte hutte te doene 
ende is die wonde groet in den 
darme soe selmense toe nayen 
ende laten den draet hanghen 
buten op den buuc en(/e men sel 
die darmen in legghen in hore 
gherechte stede, ende men sel die 
wonden des buucs open houwen 
tote die darmen heel si ende als 
ghi erst der toe comt doet die 
darmen in ende siin si buten ver- 
cout ende gheswollen soe selmense 
weder verwarmen met warmen 
wijne of met anderen warmen 
dinghen ende eist dat sake datsi niet 
alsoe moghen ingaen soe moetmen 
die wonde wijden met eenenscersse. 
(zie fi;/. XXVIII) ende dan doen 
die darmen weder in ende dan 
cucrere?t alse ander wonden in 
den buuc. 

Van ghescorden te g h e ne- 
sene sonder snijden. 

Het ghevalt dicke dat de lieden 
werden ghescort met cleender 
pinen ende dat heeten de mesters 
ruptura. 
c 69a. In cypac. ende als dat niewelic 
ghescort is dan eist gheneselic met 



drancken ende met plastercn van 
buten der op gheleit ende wel der 
bove?i ghecussineelt. ende ie ghenas 
vele lieden der met binneu der 
stede van ypere die ghescoerl 
waren maer het was alst nieuwe 
ende versch was. «J Ende ie doe 
jou weten alse de rupture een jaer 
out is ende dat gheboert es. Dan 
moetet ghesneden wesen metter 
hant. Ende ie bidde alle mesters 
alse die rupture out is ende ghe- 
boert es Datsi hem dat vermoeten 
(l. [niet] vermeeten) te ghenesen 
want hets oncurable ende ondoenlic 
ende ongheneselic sonder sniden. 
<I Int erste den siecke sel legghen 
.vj. weken lanc op siin bedde ende 
hi sel eten alle spijse die vleesch 
doet wassen alse warme melc 
eyeren daden boetere ende vlesch 
rentvleesch backons vlesch wederin 
vlesch. boeter ende appelen ghe- 
braden. ende men sel hem dicke 
doen eten coucken ghemaect van 
groenen crude. ende die in boeter 
ghebacken. €J Ende met desen 
drancke soe ghenas ie vele rup- 
turen dat nieuwe was ghescort. 
€J Ro radicj's osmanda ccmsolida 
major seniele 

bruscus buggla .ana. mfanipulus] c 69b. 
j. Dese cruden stoet ende sietse in 
eenen stoep witten wijne ofte wiin 
bastart tote dat die helft versoeden 
si dan selment coeleren doere een 
lijnen cleet ende hier'of selmen ghc- 
ven drincken eenen cleenen toghe 
warme smorghens ende savons 
ende des achter noens ende dat 
selmen doen tote dat dat nieuwe 
rupture toe es en[de] ghenesen. 
<I Ende buten selmen der op leg- 
ghen eene piaster diemen heet 
cmplastrum rupturam ende daer 
boven vaste binden den bant dat 
niet hute comme. 



197 



Een anderen dranc. Nemt 
tremorsike matefeloene osmonde 
senickel herba robberti .ana. m. j. 
Dese cruden stampt al in sticken 
ende sietse in een stop wiins tote 
dat die helft versoeden si Dan 
coeleret ende g-heeft drincken 
alsoet vorleert es. Een wijf die 
woende bute der stede van Ipere 
ende si hadde een kint van 2. jaren 
dat was gescort dat hem siin 
darmkins vielen in den cullen- 
balch ende dat wijf nam horen 
kint ende si dede sine darmen in 
ende si leit te bedde, ende si ghinc 
ende nam herba roberti. ende dat 
stamptese met wijne. ende dat 
gafse hem drincken smorgens ende 
savons. ende si ghenaest der 
c 69c. mede binnen een maent sonder 
binden ende sonder cussineelen. 
Ende dit ghesciede omme dat kint 
jonc was. ende die rupture nieuwe 
was. Een ander. Daer mede dat ie 
eenen man van .40. jarew cuererde 
ende die ie cuererde binnen xiiij. 
daghen. 

flj Bjo jacea alba ende wede- 
windew cruut ende de blommen 
.ana. m. iiij-or. Dit stoet al over 
een wel cleene ende dan siedt in 
een viere?ideel soete wiin tote dat 
comt op een pinte ende dan coe- 
lerent ende daer of ghevet drincken 
smorghens ende savons te male 
.v. lepelen vol ende daer met 
ghevet ' drincken va?i desen nae 
volgende pulver alsoe vele als 
ligghen mach op een menschen 
nagel. Dat mmghet metten vor- 
seiden .v. lepelen. <I I^> Canele 
galigaen nucis cipressi garioffels 
nagel valeriane .ana. 5. j. ende 
hier of maect pulver subtijl ende 
mmget van desen pulver in den 
dranc geitje dat vorseit is ende 
dit geeft drincken nuchtens ende 



savons ende dan leght op de 
rupture eene piaster ende heelet 
gelijc dat jou vorseit is. Ende dit 
piaster heelt ghe- 

scorde sonder gat te macken ja c 69d. 
dat nieuwe es ghescort. Bp Colo- 
fonie was. ana. lib. j. bolum arme- 
nicum. wieroec mastic gheberrent 
papier, ana. 3. ij. terebentine 5. iij. 
ende vergadert dese salve ende 
maect hier of plasterew ende bindet 
op de siecke stede de siecken 
legghewde over rugghe. Een 
ander Dat ons bescrivet r o g e - 
rus. l^o piscis navalis resine. ana. 
lib. j. wieroec. mastic. ana. .§. i. 
sanguis draconis sanguis humani 
ana. -o- i- terebentine lote .3. iij. 
misceawtur et fiat emplastru?7ï ende 
va?i desen emplastrum selmen 
legghen op de rupture. Een 
ander Dat ons bescrivet. Galie- 
n u s. ende met desen nae volgenden 
drancke ende plastere?*, ghenas 
hi vele lieden die gescort waren 
nieuwe in die stat van melane 
ende dits dat piaster. 

Dits een piaster jeghew. alle 
ghesc ortheit. 

Ro Piscis navalis roet was colo- 
fonie. ana. .§• iij. litargiriarmoniac 
galbani oppopenac sumac bd[e]llij 
serapini masticis radicis consolida 
majora et minora. gummi 

arabicum pilontra leport*?u com- c 70a. 
bustorwm ana. .%. j. visci querciai 
lapz's ematice terra sigillata gipsi 
mirri .ana. .§• vj. psidie gallarwm 
balaustie berberis aloës cicotrinum 
aristologia longa et rotonda. esculi 
ana. .%. v. momie boli armenici 
ana. .§. viij. terbentine .5. iij. san- 
guis humani. lib. j. confice cum 
decoctiowe pellis arietini(?) succide 
et cum gluten piscm?n .^. iiij-o?-. 
ende hier of maect emplastrum. 



198 



van desen leght op de rupturc 
ende daer boven eenera goeden 
bant alsoet behoort ende daernae 
soe gheeft hem drincken sraorghens 
ende savons van desera navolgende 
drancke te male .v. lepelen vol. 
Dranc. Ify Sigille beate marie, 
sigille salomonis. radici's prunice 
et foliorwm eius herbe fergule. 
ana. m. ,j. bulliaratrar in aqua plu- 
viali et fiat decoctio additur modieus 
panis succari. ende met desen vor- 
seiden drancken ende plastemi 
ghenas ie vele lieden in de stat 
van melanen dat nieuwe ghe- 
scort was. 

Van ap os terne ra die wassen 
in de rode der veden ende 
dat van winde es. 

c 70b. Ende onderwilera soe hebben die 
lieden in de roede der vedera 
apostemew ende dat comt toe 
overmidts wintachtichede ende 
wasems in die welke es cleene 
hitte. Dese vervullen op blasen 
ende recken de roede als eene 
eorde. ende es zeer groet in de 
lanchede breethede ende dichede. 
Ende het comt ondertiden datter 
in co»ime« morwe apostemera. 
Maer die differencie tusschen den 
morwen apostemen ende tusschen 
den opgheblasera apostemen. die 
vol siin va/i winden ende van 
waseme diese vervult Dat selmera 
beke/men aldus men sel metten 
vingere?i tasten ende duwen der 
op ende bliver .iij. staende putten 
dats teeken dat is van wasseme 
ende van obblasinge Die cuere 
van apostemera der opblasinghen 
ende vol wasems dat dicken ghe- 
valt in jonghe lieden Die waseme 
srlmcn laten int erste men sel die 
rode ende die cullen bestriken met 
cautoene aldws ]^> Olei rosarrara. 



.%. iij. cere ."%. j. Dat was ende 
olie selmen over een [smelten] ende 
dan ghieterat in eenera mortier ende 
dat wriven over een al warme 
ende dan selmen ghieten der op 
cout water ende dat roeren over een 

tote dat niet meer water ontt'ae. c 70c. 
ende dan doet in eene bosse. ende 
daer met bestriket de cullen ende 
de roede met cauton alsoet jou 
vorseit es ende alsmera de roede 
daer nae vermaect dan selmen 
den roede baien met lauwen water 
wel ende seer. daerna bestrikense 
binnen den sloeve ende buten wel 
alsoet vorse/£ es. «I Ende men sel 
cleederen netten in aqua nenufari 
ende warme der op legghen. 

Cuere der morwer apostemen. 

Die wiken den tast ende dat den 
tast der in blijft staende dan werct 
met desen medicinen. «I Rp win- 
gaert blader .30. bi getale thuris 
amidi et serusa .ana. 5. ij. aqua 
rosarram dat genouch si. hier of 
maect een soete ende sachte un- 
guentuw. ende daermede bestriket 
die roede tweewarf sdages maer 
erst selmen die roede baien met 
lauwen water Ende somtijts soe 
maectmen in die zwellinge de veden 
met pinen ende met smerten urine. 
•I Int erste men selne steken in 
warmew water als men pist. ende 
men selne dara bayen in warmew 
water ende daer nae omme be- 
striken met desen nae volgende 
deffensatijf aldws ghemaect. 

Def f en sa tij f. Ify Olei rosarum c 70d. 
."%. j. et \. aceti vini een once. olei 
violarum een alf once boli armenici 
• o- ij- sanguis draconis .% \. mis- 
ceantur in simul cum modicuwt 
aqwa rosaruw ende maect een 
deffensatijf ende men sel den roeden 
baie?i in warme water, daer coude 



199 



cruden in ghesoeden siin. alse 
violetten cruut nachtscadue. men- 
telicum cruut ende des ghelike. 
Ende eenighe mesters baien in 
warme soete melc. Ende eist dat 
sake dat die zwellinge si hart 
ende blec soe selmen salve?* ende 
plasteren metten ungue?*ten van 
alsenew dat in die zwellinge der 
cullen staet ende men sel weten 
telken alsmen den vede verbint 
dan sel men verbinden met eener 
scoender bandt alsoe breet, alse 
eenen vingere. ende beghinne?i 
vore?* ane dat hooft ende hoe 
voerder ten bucke waert. hoe 
slapper ghebonden. Ende dat omme 
tghezwel te verdrivene opwaert 
ende dat bloet. Ende eist dat sake 
datmew ontsiet hitte ende dat ont- 
steken men sel laten die lever ader 
onder den inclouwen des voets om 
te sceedene ende te resolvererene 
wintachticheit van den lichame 
o 7ia. diere toe slaen mochte. 

•I Dits een goet unguentum 
ten(!) voer de seeren veden enfde] 
roeden. CJ ]^> succi solatri succi 
barba jovis .ana .§. iiij-or. oleum ro- 
sarura .%. ij. ende dit siedt al over 
een met gherstin mele. toter dicten 
van seeme ende dan doet in dine 
bosse. ende bayet de roede erst als 
jou vorleert es ende dan selmen 
der mede besalven sdages .ij. warf. 
ende dit vorseit salve zacht ende 
ontzwelt. Een ander, ende alst 
is in den winter ende datmen 
gheene nachtscadue vint soe selme?* 
dit doe?*. «I Rf> Die crumen van 
witten broede die wrivet al 
ontwee in een mortier met mei 
rosaet ende met oleum rosarum. 
Dit siedt al over een altoes roe- 
rende tote dat slecht si ende 
doeter in een luttel waters dat niet 
ne berne. ende maect hier of pias- 



teren ende laeu der op geleit. 
fl Een ander, siedt liinsaet met 
pappie in water ende daer of ge- 
maect mussilagims. dat mussela- 
ginis gemmget met oleum rosarum 
ende daer of maect plastere?* ende 
die leght der op laeu. 

Van gaten in den roeden 
der veden. 

Alse van gaten ofte ulceriën in 
den roede der 

veden die moetme?* cuerere?* c 7it>. 
met droghender medicinen ende 
met suverende. Int erste eist dat 
ghi sijt gheroupen in seere veden 
daer gaeten in siin buute?* ofte 
binnen. €J Int erste salmen den 
vede bayen met laeuwen water 
ofte met water daer nachtscadue 
ende violettencruut in ghesoeden 
is ende daer nae selmen binnen 
in de slove wel suveren meteene?* 
sachten liinwade ende da?* selmen 
stroien dit nae volghende poeder 
daer alle die gaten siin in elc gat een 
lettele. Dits dat poeder. €j R? ra- 
dicis aristologia roto?*da .%. ij. 
ende daer of maect subtijl poeder 
hoe subtijler hoe beter ende doet 
in dine bosse. Ende ie mester Jan 
Jperman ie placher met desen nae 
volgeden poeder te ghenesene 
gaten in seere veden dat hier nae 
volget Ro ertnetelen die selme?* 
droghen in eene?i ove?* alse dat 
broet hute es ende dat selmen 
pulveriseeren subtijl ende van dien 
poeder leide ie in de gate?* ende 
der boven soe leide ie plasteren 
van desen navolge(n)den salve. 
€J Salve. €J Ro serusa een vieren- 
deel litargirum .§. ^. loot asschen 
ee?* once. hier of maect subtijl 
poeder ende dat poeder doet in 
een mortier Dan nemt olie van 
i'osen was ghesmolten over een 



200 



dat ghenouch si ende ghietent in 
c 7ic. den mortier altoes roerende cum 
pistello tote dat dieke becomt. 
Dan doet in dine bosse ende siner 
«aten op dat hooft van den vede 
men doet dat veile achter ende men 
bestrike der mede die gate?i het 
sel te bet ghenesen. Item ende eist 
dat sake dat de roede soe zeer ghe- 
z wollen is dat men dat vel achter 
[ne] can ghecrighen ende die bolle 
bloet hebben, daer toe selmen aldws 
gaen. <J Int erste soe nemt water 
daer cruden in ghesoeden siin als 
violetten cruut mentelicum cruut 
ende daermede soe selmen bayen 
.ij. warf sdaghes ende men sal 
nemen eene speyte aldus ghemaect 
(fig. XL) in deser manieren ende 
ghi sult in den roede speyten 
scoen warme water daer in ghe- 
soeden is mentelicum cruut ende 
daermede suldine binnen wasschen 
ende suveren als ghi best moghet. 
ende als ghine aldus ghewasschen 
hebt driewarf Dan soe nemt de 
vierste warf aqua plantagin/s ofte 
water van wedewinden ende dat 
speit hem in den vede laeu ende 
daer met wasschen wel ende seer 
ende aldus soe des dages twee- 
warf ende eist dat de roede boven 
int vel heeft gaten soe doeter in 
van den poeder vorseit ende daer 
boven soe leght een piaster van 
den sal- 
c ?id. ve vorseit. 

Dit leerde ons mester 
h u g o n e s. 

Alse eene vede ghezwollen es 
ende hi es vol gaten buten ende 
binnen ende dat de sloeve van 
den vede niet achter mach gaen. 
Int erste soe hebt laeu water ende 
daer in bayen wel ende seere. dan 
nemt jouwe tentele ende dat cleene 



einde stect tusschen den vede ende 
de sloeve ende alsoe doetse rowt 
omme gaen Daer nae bewimpelt 
dine tentele voren met eene?i 
scroedekin (fig. XLI) van linwade 
dfnne ende dat stect tusschen den 
slove ende den vede ende [daer]- 
mede suvertene omme gaende ende 
alsoe doet tweewarf ofte .iij. warf. 
Dan nemt dine tentele netse in 
olie van rosen ende die stect ront 
omme der in gelijc te vore?* Dan 
nemt een cleen sticken ghenet in 
olie van rosen dat stect vore?i in den 
sloeve dat die olie der in blive. ende 
sinder (of snider?) boven eenighe 
gaten daer in soe doet van dien 
poeder vorseit ende daer boven soe 
leght eene piaster van den witte 
salve vorseit ofte van desen salve 
die hier nae volghet. Salve. 
l^o olium rosarum .§. ij. magden was 

een once sap van nachtscaduen c 72a. 
."%. iij. sap van mentelicum cruut 
een once Dit siet al over een tote 
die sapen beghinnen te vertherne 
Dan doet van den viere et ponataw 
in pixide. Ende ie hebbe hier mede 
somtijts ghewrocht ende ghenesen 
vreeselike veden maer die cuere 
van den speiten bi?men der in 
ende te ghenesen metten witte 
salve ghelijc dat jou vorlert es 
Dats beter da?i dit. ende de pacient 
vele eer ghenesen. Ie hebt ghe- 
prouft. 

«I Noch een ander manier. 
Dat ons leert een phisisius (/. phisi- 
cus of phisisijn) ende hi seit datmen 
sel nemen water van weghebree 
ofte watere Daer in wegebree in 
ghesoeden is ende men sal met eene 
speite dat water der in speiten ende 
wasschen der mede alsoe men best 
mach. Dan selmen dat ettere al hute 
melken metten vingeren ende naer 
dat wassche?i ende nae dat hute 



201 



C 72b. 



melken soe selmen sniden cleene 
scroedekin. ende dat winden omme 
die tentele aldus ghemaect (fig. 
XLII) ende dat steken tussehen 
den sloeve ende den vede ende 
dat salmen doen .iij. warf ofte 
.iiij. warf tote 

datti binnen wel ghesuvert si 
ende dan maect dine tentele nat 
in olie rosarwm. warme die stect 
der in ront omme ende dan ebt 
ghenet een doucskin ghenet in 
olie van rosen dat stect voren in 
de slove dat die olie der in blive 
ende dan soe maect eenen piaster 
der boven op ligghen van desen 
navolgende salve. die men heet 
unguentum rasis. 

TJnguentum. rasis. T^o serusa 
.§. ij. oleum rosarmra .§. j. et^. cera 
alba .o- .]'• pulvis thuris pulvis mirre 
.ana. .3.j. et flat unguentum. ponatiw 
in pixide ende aldus soe selmen 
vermaken sdages tweewarf. 

Van den vede die erisipeleren 
wille ofte ontsteken. 

Alse ghi sijt gheroupen tote 
eenen vede die erisipeleren wille 
ofte datti ontsteken wille ende ghi 
daer toe sijt gheroupen soe nemt 
int erste eenen pomum garnata 
(l. granati) die snidet in twee ende 
dien salmen sieden met aisiin ende 
doet dat in een mortier stampen al 
in twee ende daer of maect plasteren 
ende legghet der op laeu. Ende ghi 
sult nemen deffensatijf van dat hier 
nae volget ende daer mede be- 
salven al ontrint seer (l. tseer) 
dat die hitte niet ten buucke wart 
ne slae. Dit es dat 
c 72c. deffensatif. ff Ro boli armenic 
.§. iij. terra sigilata -o- \- sanguis 
draconis .3. ij. olei rosarmw .§. iiij-or. 
aceti vini .§. j. a,<\ua rosaram .§. \. 
fiat deffensatijf in mortario et 



ponattw in pixide. €fl Een ander. 
Dat men sal doen alsmen gheen 
deffensatijf ne heeft. Nemt dat sap 
van den pourceleine der in m\n- 
ghet een luttel pulvis canfora ende 
dat doet in dine bosse ende daer 
mede bestriket ontrint dat seer. 
Ende machment niet gheblusschen 
ende dat erissipelert dat dat hooft 
van der vede al zwart wart daer 
salmen al ontrint oplegghen dit 
nae volghende piaster waer bi dat 
dat zwarte ende dat quade verrotte 
of sel vallen van den goeden 
ff Piaster. ]^> mussilagim's seme?i 
lini et musselagim's semera fenu- 
greci .q. j. seem een alf once 
ongesouten boeter ofte verschel 
smeer een once. olei violarura .q. j. 
et ^. hier of maect een unguentum 
ende daer of maect plasteren ende 
legghet der op. Hier of soe sal dat 
quade vleesch hute vallen ra,n den 
goede, ff Een ander piaster. 
Nemt tarwin blomme .3. iij. dodere?! 
van eyeren olie van rosen .ana. 
.§. ij. tsap van donderbaer .g. ij. 
vin aisiin .§. j. dit 

mmget al te samen sonder sieden c 72d. 
ende hier of maect plasteren op werc 
ende dat soe leght er op laeu toter 
tijt dat die stede van den hittew ghe- 
bulst (l. geblust) si ende dat zwarte 
hute gevallen si. Ende daer nae 
salmen die stede dwaen met lauwen 
wijne ende daer nae maken wel 
droghe. Ende dan stroien der op 
dit nae volghende pulver, ja op 
dat seer. ff Pulvis. tff I^> aloë 
epatici masticis mirre .ana. .;> £. 
hier of soe maect poeder subtijl 
ende stellet in dine bosse. ff Een 
ander. Ende Rolandinws die ons 
leert als dat quaet verrot vleesch 
of ghevallen was Doe nam hi rosé 
water twee deel ende aisiin een 
deel Dit maecti warme ende daer 

13* 



202 



mede dwouchine. Ende hi wijst ons 
datti pi ach te nemene dese naevol- 
gende decoctie ende daer mede plach 
hi te suveren dat seer § l^o wiin 
een vierendeel daer in alumen .o- j. 
floris eris .5. \. Dit soet hi al over- 
een een luttel ende daer in nette 
hi cleedekin ende wieken, ende die 
leide hi der in ende die droughen 
wel hute die vulhede ende si heelde 
die vuile (l. vule) gaten. ^ Een 
a n d e r. Dat ons scrivet ende 
leert '). Men sal oec dwaen dat seer 
met desen naevolgende lavament 
want dit suvert ende heelt, 
c 73a. Lavementum. E^ aqua rosa- 
rum lib. j. aceti vini lib. %. Dit 
mmget te gader ende dan werpt 
der in dese nae volgende pulveren, 
serusa .5. iiij-or litargirum .5. x. 
asschen van loede mastic wieroec 
.ana. .5. j. hier of maect subtijl 
poeder ende werpt int vorseide 
ros[e] water ende latent alsoe staen 
tote dat ment orbort. Dan salmen 
dat claere of ghieten ende daer 
mede dwaen laeu gelijc dat vorseit 
es. t| Item ende waert soe datter te 
vele doot vleesch in ware dat een 
Cyrugiën wel kennen moet dan 
soe suldi der op legghen van desen 
naevolgende poeder. «E' l^o tarta- 
ruw calxs viva affodilli .ana. partes 
equales ende hier of maect pulver 
subtijl Dit pulver mmget met loegen 
gheinaect van sloessen van boen- 
scalen. Dit salmen der op legghen 
tote dat dat doodevleesch al hute 
gheten is. Ende eist dat sake dat 
ghi dat vorseit pulver niet ne ebt 
soe selmen dit pulver nemen dat 
hier na volget § P u 1 v i s. fy> Aluin 
de glaetse. lib. J. dat selmen leg- 
ghen op eene heete tegele int vier 
ende dat alumen laten smelten op 



die tegel ende alst gesmolten is 
ende dat al droge si ende al wit 
leit dan doet van den tegel in 
eenen mortier ende maecter of 
subtijl pulver. 

Dit pulver stelt in dine bosse c 73b. 
ende van desen pulver suldi leg- 
ghen daer quaet vleesch es. Dit 
selt doen smelten ende droghen. 
Ende ie yperman plach te orberen 
dat pulver vorseit ghemaect van 
alumen ende is alsoe goet alse dat 
voren staet van den calcke ghe- 
maect. Dat es seer vreeselic owme 
te legghen ontrint aderen men 
sal weten dat den vede es al vol 
aderen ende groet corrosijf an 
aderen geleit dat soudese maken 
bloedende. Ende alse dat doot 
vleesch al hute is dan heelet met 
pulveren ende met salven gelijc 
dat jou vorleert es. Ende somtijts 
ghevallet dat daer blijft hanghende 
een styc (L stic) van den vede ofte 
van den capproene Dat salmen of 
sniden met eenen scersse (zie fig. 
V) ende dat bloet selmen stelpen 
metten pulver datmen heet lan- 
francs pulver. Dat voren staet 
ghescreven int capittel van den 
hoofde. 

Hoemen den siecken hou- 
wen sel van eten ende van 
drincken. 

Den siecke esmen sculdich te 
wachtene van allen onganser spijse 
ende yan allen spijse ende drancke 

die hitte maken Alse van c 73c. 
loecke peper engoen sterken wiin 
case arinck versch vleesch ende 
hi sel hem houwen van vele te 
drinckene ende van allen ghesouten 
spijse tetene. Ende de siecke sal 
drincken soe hi minst mach hi sal 



') Hier ontbreekt iets. 



203 



drincken cleen bier ende tisane 
ende hi sal drincken cleene?z witten 
wijn die sel men fonteinen. ff Item. 
Ende hi sel eten eyerera boete?* 
ende wederin vleesch ghesouten 
ende versch rëntvleesch .lij . ofte 
.iiij. daghe ghespringet ende hi 
sal eten alle eleene visschen die 
witte scellen hebben alse carpers 
bliecken snoucken barsen gronde- 
linge ende der gelike. ff Ende 
alle spijse die hi etet die selmen 
hem lettel souten omme datti te 
min drincken sal ende men sal 
hem wachten van spijsen die dat 
bloet verhieten (Z. verhitten) ende 
de siecke sal hem houwen van 
vele pinens van gane ende van 
ongansen roke. Ende de siecke sel 
dragen sinen vede in een sackin 
hanghende ghegort ontrent sinerc 
lendinew. 

Van den cancker in den vede. 

Ende eist dat sake dat men die 
vorseide medicinen niet ne helpen 
op de gaten ende op 
c 73d. dat dode vleesch vorseit soe eist 
canckere dat in den vede es. Ende 
omme dit canckere te ghenesene 
soe salmen bernen den canckere 
in den hals al ontrint met eener 
cauteriën aldus ghemaect in desen 
manier (fig. XLIII). ende dese soe 
sal men in dat vier wel heet maken 
ende gloien ende daer mede die 
corrupcie tingieren ende daer op 
legghen tweewarf sdages onge- 
souten boeter ofte onghesouten 
smeer ende daer of sal den brant 
vallen ende dan voert suveret ende 
heelet alsoet jou vorleert es. 

Noch een ander manier jeghen 
den cancker in den vede. 

Ende jegen viscose materie 
te verdrivene ende te droghene 



ende te helne. ff Rp arcenicum 
alumen .ana. .3. j. bernetse te 
samoi in eenen scerf Daernae 
nemt blaeu laken ende mewschen 
quaet .ana. .5. 4. ende bernet die 
al gelicke Daer nae nemt .5 j. 
pulvere van der scorssen garnaten 
ende dan pulveriseert al te gader 
in een mortier 

ende van dien pulver stroit op c 7Ja. 
dat seer ende daer mede sal den 
cancker sterven ende als hi doot 
is dat saltu weten ane dat vleesch 
root ende scoene si ende dan suldi 
dat heelen met desen nae volgende 
pulver, ff Rp aloës epatici masticis 
olibani .ana. .3. iij. sanguis draconis 
.5. j. loot asschen seruse .ana. .3. \. 
hier of maect subtij 1 poeder ende 
stellet in dine bosse. Ende van 
desen poeder stroit tweewarf sda- 
ges op dat seer ende daer boven 
soe leght plasteren van witte 
salve gelijc dat hier nae volget. 
f! ^o serusa .3. ij. oleum rosarum 
.§. j. et \. cera alba .%. j. pulvis 
thuris pulvis mirre .ana. .5. j. fiat 
ungitentum ponatwr in pixide ende 
hier of maect plasteren ghelijc dat 
jou vorleert es Ende eist dat sake 
dat ghi meer manieree van salven 
hebben wilt die dienen ende ghe- 
nesen in desen saken. soe gaet in 
dat capittel van den gaten ende 
ulceriëwin den vede. Daer vindire in 
staen ghenouch van vele manieren. 

Van bloet te stelpen in de 
roede der vede. 

Ie hebbe gheweten dicwille alse c 74b. 
den brant hute?z vede ofte huten 
roede viel dat die aderen seer 
worden bloedende ende datter de 
siecke seer cranc of was eer de 
mester toe quam. Ie mester jan 
Iperman was in de stede van ypere 
daer was een arm mersman die 



204 



hadde eenen seeren vede ende die 
boven op den rugghe op eenen 
vinger nae den hoofde hadde een 
groet diep gat al vol quaet vleesch 
Diewelke mersman hadde in cueren 
ende onder handen een leec meester 
Die niet vele van Cyrugie ne wist 
ende hi leide an dat gat corrosijf 
ende dat quam in een ader die 
zeer wart bloedende die adere 
des midder nacht ende bloede tote 
den dach tote .x. hueren ende' de 
leeke mester ne const niet ghe- 
stelpen. Ende ie yperman wasser 
ontboden, ende ie vant den pacient 
bi naer doot sittende op een leeder. 
ende hi kende niement. ende hi 
bloede teener ader huten seere 
Ie nam den pacient ende ie deden 
legghen op een bedde, ende ie 
nam minen dume ende leiden in 
dat gat op de adere ende ie hilt 
minen dume der op een stickin ende 
doen [quam] die mersman ane sine 
kennisse die hie tevoren hadde 
verloren ende ie nam van desen 
c 74c. roden poeder dat hier nae volget 
ende dat leide ie op die adere. 
ende dat gat van den vede al vol 
ende boven dien poeder soe stroide 
ie blommen van tarwin ende doe 
nam ie een viervout doucskin van 
suveren liinwade ende dat leide 
ie op dat gat. ende daer boven 
bant ie wijselic met eener scroeden 
ende eer ie ghinc van daen de 
siecke hadde weder alle sine 
kennisse. ende des ander dages 
soe ghinc ie daer ende verbantene. 
<I Ie nam laeu water, ende ie su- 
verdene wel van den bloede, ende 
ie wecte (l. weecte) die plasteren 
der mede of Doen maecte icken 
droghe ende ie leide dat gat vol 
van den vorseiden poeder ende daer 
boven een piaster van stoppen 
ghenet in warme aqua plan tagim's. 



ende ie verbant met eener scroeden 
ghelic dat jou vorseit es. 

Dit is dat pulver, ende 
het heet mester huges pul- 
ver. «I Ro Thuris albissimi et 
viscosi aloë epatici sanguis dra- 
conis bolum armenicum .ana. 
partes equales. et fiat pulvis sub- 
tylissimus et ponatnr in pixide ende 
met desen poeder vorseit stelpte 
ie hem dat bloet ende ie decle dat 
gat al vol vleesch wassen der 
mede. Ende te allen vermaken 
soe suverde icken in warmen borne 
ende daer nae in wijne ende doen 

droegde icken ende doen be- c 74d. 
streec icken al omme van boven 
ane den buuc tote ane dat gat 
met desen nae volgede deffensatijf. 

«I Deffensatijf j^o oleum 
rosarum .%. iij. boli armenici .o- ij- 
terra sigillata .§. j. aceti vini .%. ^. 
aqua rosaram 5. iij. misciantnr 
in mortario et fiat deffensativnra 
ponatnr in pixide. <R Een ander. 
Ende mester hugones scrijft datti 
plach boven dien pulver te legghen 
eene piaster ghemaect van desen 
naevolgende salve. <I ^o olei ro- 
sarum .%. iij. cere alba .%. j. serusa 
quantum suMcit \. terra sigilata q. s. 
loodt asschen litargirum .ana. .5. ij. 
hier of maect salve ende doetse in 
dine bosse. «I Mester lanfrancs 
pulver. Ende hi leert ons om 
bloet te stelpene ende omme te 
doen wassen dat vleesch in den 
vede des gats. <I J^o wit wieroec 
tay ende vet .§. iij. aloë epatici 
.§. j. masticis .%. \. mirra .5. ij. 
Dit mi?zget al over een ende maecter 
of pulver subtijl ende doet in cline 
bosse. ende daer boven soe plach 
lanfranc te legghen pluckelinge 
van lijnwaede ende daer boven 
eene piaster van den witte salve 
ghemaect ende boven die piaster 



205 



een cleedekin ghenet in warme 
wegebree water, 
c 75a. Ende alsoet vorseit es ghenas 
hijet. 

Van ap os tarnen ende zwel- 
1 i n g h e der e uil en. 

Apostemen ende zwelling-e der 
cullen comt somtijts toe van hitten 
ende somtijts van quetsingen ende 
van bloede datter toeloept Ende 
alse die zweeringe comt van hitten 
Die teekinen siin roetheit der 
verwen, heet in den tast. starke 
zweeringe ende stecten. ende die 
cueren der of dat willen wij seriven. 
Int erste salmen bloet laten in die 
adere die men heet baselica ane 
die selve side. ende eist dat sake 
dat si siin beede geapostemeert soe 
selmen laten in die rechte side 
ende men sel der oplegghen ver- 
coelende cruden alse herba viola- 
vum edrea terrestrea ende solatrum. 
Dese cruden selmen sieden in 
watere ende doen se huten watere 
ende latense versupen van den 
water Dan selmen die cruden al 
in twee stampen met een lettel 
tarwin gruus ende siendense il. 
siedense) met een lettel wiins ende 
waters ende olie van rosen ende 
daer of maken plasteren ende dat 
selmen legghen laeu der 
c 75b. op. Ende aldus salmen des dages 
vermaken tweewarf ende eermen 
de piaster der op legghen sel soe 
selmen altoes de cullen bayen 
metten vorseiden water daer die 
vorseide cruden in ghesoden waren. 
«I Item ende hi sel sitten in watere?z 
die vercoelen. «I Een ander, 
men sal nemen scroeden ende die 
selmen netten in wiin aisiin ende 
in rosé water te gader ghemmget. 
ende dat salmen laeu der op leg- 
ghew tweewarf sdages ende men 



sallet bestriken met coelende un- 
guewten die ten heeten apostemen 
gaen alse ghi voren in de apostemen 
vinde?*. sult. f$ Een ander. Ende 
eist dat daer mede niet ne betert 
soe leghter op dit nae volgende 
piaster ende hier mede saelt sachten 
ende betere?!. <I Ro niussilagim's 
seniew lini et psillii et fenugreci 
.ana .§. iiij-.or. gummi bdellii. armo- 
niacum .ana. .%. \. furfuris .§. v. 
Dit stoet ende siedt al over een 
ende daer of maect een piaster 
ende dat leght al warme der op. 
Ende men sal weten datmen altoes 
die cullen vor den vermaken sal 
bayen. 

Van apostemen van couwe 
saken. 

Ende alse apostemen cojnmew 
van couwe saken in der (l. den) 
cullen dat selmen bekennen 

bi der bleecheden ende bi der c 75c. 
hartheden der cullen ende cleen 
wee ofte stectew Ende siin die 
cullen seer hart ende zwaer soe 
nemt dit piaster. Piaster. «J ~Rp 
absinciura molle de stront van der 
gheeten den stront van den osse 
ende duven mes Dit mmghet al 
over een ende siedet in een lettel 
wiins altoes roerende ende dan doet 
of. ende hier of maect plasteren. 
ende legghet der op warme Ende 
men sal erst die culle?i baien 
eermew die piaster der op leit ende 
dwaen ende stoven in dit nae- 
volgeden decoctie. €f Nemt foliorum 
bismalva m. ij. malva m. j. Dit 
selmen siede?i in drie stoepe waters 
eene langhe wile ende dan doent 
of ende stovew der over ende bayen 
de cullen der in altoes eer men 
de piaster der op legghet. IJ Noen 
een ander. <I E^ absincium re- 
eentis kersse abrotanum betonica 



206 



sambuci ebuli .ana. m. j. sout seem 
gherstin niele Dit stampt al over 
een dan siedet niet wiin van peitau 
over dat vier dan doet of ende 
daerof soe maect plasteren ende 
legghet laeu der op gelic dat jou 
vorseit es. f Een ander ten 
s e 1 v e n. C| Nemt mele van boe- 
nen ghestampt 

c 75d. wel cleene ende dat siedt met 
aisiin al slecht altoes roerende 
dat niet ne berne Dan doet of ende 
maect plasteren ende leghtse der 
op gelijc dat jou vorseit is ja 
alsoe heet alsmen liën mach. 
•I Een ander jeghen zwellinge 
ende zweeringhe der cullen. <I Bf> 
succi benedictum. idem cecuta 
.•5. iiij-or. aisiin .%. iij. bonen mele 
subtij 1 ghemalen Dit siedt al over 
een op dat vier altoes roerende 
dat niet ne berne ende doet of 
ende maect der of plasteren ende 
die leght heet der op Dit doet 
sceeden certissime. ^ Een ander 
ten selven. <J Ro tapsum barba- 
tum urtica parvam herba violarum 
malvam furfuram .ana. manipulum 
.j. Dese cruden snit al in cleene 
sticke?i ende doeter toe de bladeren 
van ebuli sambuci absincii ende 
rosen et pallias alliorwm .ana. m. \. 
Dit stampt al over een ende siedet 
in wine tote dat slecht is. Dan 
legghet warme der op gelijc dat 
vorleert es Dat sel wel de siecheit 
sceeden. •} Een ander. €fl Noch ten 
zwellinghe den cullen commende 
van couwe humoren. «I Rp Nemt 
bonen venigriec liinsaet anijs 
coriandre camamillen blommen 
.ana. partes equales. Dit stoet in 
pulver 

c 76a. ende dan siedet in witten wine 
peitou ende dit plaste?' der op 
gheleit sceet. Hier an scrijft van 
mester louic van macke. 



Van eenen siecheit in den 
cullen die men heet. Er in a. 

Van Erina. in den cullen daer 
of siin twee manieren alse Erina 
Carnosa dats te segghen in 
vlaemsche vleesch carnouffel. ende 
daer es een ander manier dat heet 
men Erina ventosa dats te seg- 
ghen in vlaemsche wint carnouffel 
Ende men sal weten wint carnouffels 
niet en eist omme ghenesen Dan 
datment hutesniitsubtijlic gelijc dat 
men siin (/. snijt) van den ghescorden 
cullen balch dore ende dat langes 
den lichame ende dan salment 
hute pellen ende snident van den 
darmen daer die cullen mede 
hanget. ende dat selmen dore 
steken, ende dore cnoepen alsoe- 
men doet van den ghescorden. 
ende die siecke sel ligghen al in 
den maniere ghelijc datti leit van 
den ghescorden ende hi 

sel alsoe eten ende drincken c 76b. 
maer men sel die wonde heelen 
al eens gelijc dat heelt in ghe- 
scorden diemen sniit hets al eens. 
Ende men es sculdich dat einde 
van den darme te cauterizeere?i 
met eenen gloyenden heeten ysere 
ende dat selmen doen omme dat 
die carnouffels niet weder soude 
groyen. Ende men sel wachten 
den draet ende den cnoep buten 
hanghende tote datti ofvallet. ende 
vermaken ghelijc ghescorde. 

Van water carnouffele. 

Van waters carnouffels die in de 
cullen somtij ts wassen Daer of willic 
jou scriven. Ende dat wort ghewow- 
nen in de holle sone ofte diuidimws 
(l. epididymus). dats daer die cullen 
anwe hanghet. Nou willic daer of 
gaen ter cuere omme dat water 
hute te doene. ende dan commen 



207 



eenighe leeke mesters die hute 
sniën den cul gelijc ofte hi 
ware ghescort maer dat es seere 
valsch ende sine weten niet wat 
si doen Ende aldns in desen 
manier selmen gaen ten werke. 
•J Int erste men sal nemen eene 
groete driecante naelde ende die 
naelde selmen drommen ende die 
naelde selmen steken in dat 
c 76c. onderste van den cullenbalge 
ende dore dat didimus ende die 
naelde weder (fig. XLIV) hute 
commende ter huut ende dien draet 
selmew. der dore trecken ende der 
in laten hangen tote dat hem 
dwater hute gheloepen si ende 
aldus selment laten .vij. daghe 
lanc ende daernae soe selmen die 
wonde suverlic heelen alsoet be- 
hoort. Ende eenighe mesters siin 
die de wint carnouffels oec plegen 
hute te latene met eenen naelde 
ende eenen drade alsoet vorseit 
es (zie fig. XLIV) ghelijc datmen 
hute laet water carnouffels ende 
eenighe meesters snidense hute met 
eenen vlime ghemaect in desen 
manieren aldus (fig. XLV) Ende 
daermede doen si sceeden den 
wint ende die zwellinghe. 

Van den gescordew te ghe- 
nesene in ander maniere. 

Meer voren hebben wij gheseit 
van ghescorden te ghenesene met 
drancken ende plasteren ende dat 
sonder sniden Dat nieuwe es te 
ghenesene met banden ende dran- 
cken. Ende nou willen wij hier 
een ander manier 
c 76d leeren van heelne Die metten 
vorseiden drancke niet moghen 
geheelt werde?i die soe selmen 
helpen in desen maniere sonder 
den cul te verliesene noch gheen 
leedt CJ l^o Nemt levende calc. 



tweedeel artament (l. atrament) een 
deel. dit pulvert Dan selmen nemen 
zeepe die swart es ende daer mede 
dat vorseit pulver mingen alsoe stijf 
als dech ende daer of formere eene 
ruptorie ende die legghen dore 
een gat van eenen leder aldns 
ghemaect in desen maniere (fig. 
XL VI) ende dit ruptorium selmen 
legghen ter steden daer tgat van 
den ghescorden si ende dit selmen 
laten legghen eenen dach sonder 
of doen op dan tijsbeen selmen 
der op striken boter ofte smout 
tote dat daer een stic hute valt 
dat daer ghedoot es ende eist dat 
sake dat ghi den darme bloet 
vindet daer den cul an hanget. 
ende dat vleesch of es Soe suldi 
met eenen scersse den darme 
clieven toten beene (zie fig. V) 
in de middel lancxs Dan suldi 
hebben een gloiende isere ende 
daer mede cauteriseren ende be- 
scauwen den darme alsoe ver[r]e 
alse den snede 

gaet toten beene toe ende doedijt c 77a. 
niet alsoe ver[r]e als die snede gaet. 
ende bernen toten beene toe heet (l. 
het) en sal niet helpen Dan bestri- 
cket dat verbernefde] met smeere 
onghesouten tote dat den brant hute 
valt Dan salmen int gat van den 
senuwen doen wassen vleesch ende 
dat vleesch sel wesen met cnoepen 
Die weke (l. welke) cnoepen sullen 
beweren dat huut gaen van den 
darmen dat nemmermeer der nae 
darmen ne sullen hute cownien. 
Ende daernae sulmen (l. salmen) die 
wonde van buten doen vleesch was- 
sen ende heelen ghelijc ander won- 
den vorseit. Die siecke sal moeten 
legghen .xl. dage over rugghe. ende 
hi moet hem hoeden seere van vele 
pinen ende van ghenoten met wrou- 
wen (l. vr-) ende van grove spijsen 



208 



die wint maecken tetene drie 
daghen ofte .iiij. te voren eer mer 
an werken sel. ende men selne te 
voren wel diëterew ende houwen 
met lijchte spijsen. ende den lichame 
wel ydel maecken ende die darmen 
selmen wel in doen ende datsi wel 
nioghen in bliven ende datsi in- 
wart niet ne verwarren daer vreese 
of commen mochte Ende eenighe 
mesters doen dat werc van rup- 
toriën met cauton ende si ber- 
c 77b. nent met ysere ende bescouwent 
toten ysbeene ende dan heelent 
alsoet ons vorleert es ende dit es 
eene vaste cuere daert wel ghe- 
daen es sonder verlies der cullen. 
al eist den pacient pine omme 
ghedoghen ende menich pacient 
ne sout niet wille[n] ane gaen noch 
menich mesters ne souwent willen 
doen. Ende ie mester jan y per- 
man ne deet noint want hets te 
aventuerlic ende te aventuerlic 
omme den pacient. 

Van den navele ghescort in 
kinderen. 

Die navele wert in kinderen 
groot ghescort ende hute buiende 
ende qualicke ghesloten ende dat 
mach men wel ghenesen sonder 
sniden Ende ghevalt somtijts dat 
daer gadert vele materie ende dat 
salinen purgieren aldtts. €J Nemt 
dat heinde van den navele met 
.ij. vingeren ende metten anderen 
hant soe dructen inwart dat in 
den navele es tote in den lichame 
ende coendi dit ghedoen soe es 
den navele ghescort ende ne willet 
niet ingaen ende dat kint seer 
trect ende screit soe eist materie 
soene suldi niet der toe doen. Ende 
is de varwe van der navele gelijc 
de varwe van den huut ende dat 
in gaet alsment 



tast gelijc alst vorleert es dan c 77c. 
suldi maken eenen bant met eenen 
cussenkin in de middel genayet 
ende daer mede subtijlic binden 
ende onder den bant op den navele 
salmen legghen gheberrende lu- 
pinen ende lijnen doucke ghe- 
berrende .ana. partes equales ende 
dit salmen temperen met wiin 
aisiin ende maect der of een piaster 
op stoppen ende der op geleit ende 
der boven op binden een cussinkin 
alle dage. €J Een ander der toe 
orborlic. €J Nemt zwart pee .§. 
iiij-or pulver mastiek, pulver van 
wieroec pulver van bolum arme- 
nicum .ana. elcxs .§. \- dat pee 
salmen smelten op dat vier alleene 
ende alst ghesmolten is dan doet 
of ende minget der in de pulveren 
vorseit ende maect eene piaster 
van eenen canepen doucke ende 
dat leght der op .3. daghe ofte 
meer ende doet alsoe tote datti 
ghenesen is. Ende macht niet der 
mede ghenesen soe salmen wereken 
a\dus tfl Int erste men sal met 
eener spletten die navele begripen 
ende inwart steken tote datti in 
es ende alst al in es dan salmen 
vaste duwen ane den buuc ende 
die splette in houwen die darmen 
ende die pacient die 

sal sinen navele soe hi mest c 77d. 
mach inwaert trecken Ende dan 
salmen nemen eenen naelde met 
eenen starken drade alsoe ghe- 
maect in desen vorme (zie fig. 
XLIV) Ende dor steken den 
navele al vaste ane de splette ende 
dan salmen den draet een warf 
omme slaen ende cnoepen alsoe 
men eenen sac bint. ende dan den 
navele weder dore steken cruus- 
wijs jeghen die erste steke. ende 
dan weder omme slaen ende 
cnoepent noch een warf ende dan 



209 



salmen dat einde des drats (l. draets) 
of sniden ende dan doen die splette 
of. ende latent daer in den draet 
tote datti of valt ende vort. Dan 
selment heelen alse eene ander 
wonde met drogender salve ende 
die selmen wel heelen ende dat 
houwet emmer wel ghecussinelt 
ende oec goet regement houwen. 

Van spenen die wassen in 
dat fundament.- 

Amoroïdes dat siin spenen ende 
siin vaste heelende ane die aderen 
in dat fundament. Die welken 
spenen onderwilen zwellen over 
midts huworen diere toe vloien. 
ende mest (meest?) grof bloet dat 
doetse onderwilen 
o 78a. spliten ende besten (l. bersten) 
Dit siin die teekinen Dat aensichte 
geluwe werdende ofte bleec wint- 
sele in den lichame ende in den rug- 
ghe. ende groete zwaerheit in den 
beenen. «I Item men sal weten dat 
der spenen siin .iij. manieren Sulke 
spenen siin lanc ende breet ghelijc 
worten. ende dat siin die harechste. 
ende sulken gheliken morbesiën. 
ende die ne siin niet soe quaet 
allinge. Sulke geliken wiinbesiën 
ende dat siin die alder beste. Sulke 
spenen die wassen voren ten cullen 
wart Ende sulke spenen wassen 
achtere ten lendinen waert Ende 
sulke spenen breken hute ende 
leken altoes ende sulke breken hute 
ende leken niet. Die spenen com- 
men mest van bloede ende van 
melancoliën. ende selden commen 
die spenen van colera. Ende alder 
minst commen si van fluma. Ende 
men sal weten, spenen die van 
melancoliën commen die geliken 
worten Ende die spenen die van 
bloede commen gheliken mor- 
besiën Ende die spenen die van 



flumen commen die geliken win- 
besiën. Ende die spenen die wassen 
gherne in lieden die heet siin ende 
versch ende in tiden die heet sin 
ende versch ende in landen geli- 
kende. Ende eist dat die 

flumen commen van limeghen o 78b. 
humoren alse van flumen men 
ghevoelt in den lichame wint ende 
rommelinghe. Eist datsi vloien soe 
tingiertse met eenen heeten isere 
[t] horen hoofde. 

<I Ende ons bescrijft ga- 
lienus eist dat een mensche spenen 
heeft ende hebben si langhe ghe- 
loepen Dat men eene spene sal 
laten open sel dat die materie der 
dore purgieren mach van horen 
humoren. Want Avisenna seit 
oec ende orcont eist dat men die 
spenen alle stopt, het ware te ont- 
siene. dat de siecke dat water laden 
mochte ofte datti mochte werden 
tisicos ofte man ia ende dat 
soude commen overmidts dat hore 
de natuere niet mochte purgieren 
ghelijc te voren. Daer omme soe 
selmen eene hopen (open?) laten 
heves de natuere te doene. Ende 
men sal laten den lever ader in 
den rechten arme. Ende nae den 
purgaciën ende suveringhe salmen 
van buten werken met desen na- 
volgende cruden die droghen. 

CJ Rf> loodt asschen scellen 
van ysere van elcxs even vele 
hier of maect sub tij 1 poeder ende 
stellet in dinen bosse ende van 
dien poeder doet dicken der op. 
«I Een ander. *& Nemt acacia 
.3. iij. seruse draganti van elcxs 
.5. ij. hier of maect pulver subtij 1 
ende temperet met 

succi arnaglossa in modum un- c 78c. 
guentum et ponatnr in pixide 
ende daer met bestriket de spenen 
sdages tweewarf. tfl Een ander. 

14 



210 



<I Nemt tapsus barbatws. dat sal- 
men droghen ende pulveriseeren 
subtij 1 et ponatwr in pixide ende 
dat leght op de spenen des dages 
tweewarfs. €| Een ander ten 
selven. fl Nemt mille folium 
centrum galli van elcxs even vele 
dit droget ende daer of maect 
poeder subtij 1 ponatnr in pixide. 
ende hier of doet op de spenen, 
tweewarfs sdaghes. €][ Een ander 
dat rogerus scrijft ende leert. Nemt 
de scorssen van garnaten die 
pulveriseert subtijl ende dat minget 
met aisiin in modum xmguentum 
ende dat leght op der spenen dat 
selse drogen ende ghenesen ende 
staen die spenen diepe in dat 
fundament men sal wieken der in 
steken met desen salve ende met 
cleederen. €J Item ysaac seit 
men sel boenen een lettele sieden 
ende dat legghen op stoppen ende 
voert legghen op die spenen die 
zwellen ende zweeren ende niet 
ne loepen. i£ Een ander, ij Nemt 
doderen van eyeren paritaria ab- 
sinciura Dat absincium ende pari- 
taria salmen wel cleen stampe?i 
ende sieden in water dan pueren 
dat water of ende siedense met 
een lettel olie van rosen Dan doet 
van den vier ende minget der mede 
doderen van eyeren 
C 78d. in modum nnguentum. ponatnr 
in pixide ende dit piaster geleit 
op spenen die niet ne loepen ende 
zweeren. <I Een ander. <J Nemt 
wortelen van spyen(?) dit stampt al 
in sticken ende nemt was ende 
pee ende dit siedt deen over dan- 
dere et fiat unguentum ponatnr in 
pixide ende leght dat der op ende 
latent ligghen .iij. daghe lanc 
Ende men sal laten die lever adere 
ende men sal ventousen setten 
soemen naest mach. «J Een 



ander. f& Nemt apium emorroi- 
darura die ghesoden in wine ende dat 
geplastert der op sceet die speneD 
ende die zweeren. €J Een ander. 
«B l^o oleum nucis Dat salmen 
dicken stricken op de spenen. 
<$ Een ander. «I Nemt pulver 
van den selven eppen daer of 
maect pulver ende dat mi?zget met 
seeme in modum unguentum. Dat 
stricket op die spenen die lopen 
si sullen drogen der mede. f Een 
ander. «I Nemt pulver van netelen 
ende dillen poeder Dat minget. met 
seeme ende bestriken het sal 
ghenesen. «I Een ander jeghen 
spenen commende van melancoliën. 
€fl Nemt pulver van den beene 
der herten van den hert dat 
drincket in met wine daer seeme 
in ghesoeden is ofte met diasene. 
<I Een ander jeghe?i 

spenen bi fauten van den ghes- c 79a. 
teliken leden. «I Bp Corali rubi 
et albi dat pulveriseert subtijl 
pulvis draganti. pulvis ordei .ana. 
ende daer of maect pulver ende 
dat hout onder die tonghe ende 
latent smelten onder den tonghe 
ende zwelget maer eist bi fauten 
der voedender leden soe gheeft 
van den vorseiden pulvere drinc- 
ken met sape van wegebree. 

Van den fi stele in den ers 
darme. 

Van den fistule die comt in ani dat 
dat [is] in den ers darme. Daer of 
dat somenghe (l. sommeghe) dor- 
gaende sin ende teekinen daer of es 
dat hut hem lieden gaet vachede 
(l. wac-) ende meests wints ende 
sulke ne siin niet dore gaende ende 
huten welken ne gaen no wint no 
stront. Ende die fistulen die dore 
gaen ne ghenesen niet met medeci- 
nen. €J Maer sulke werden ghenesen 



211 



metten werke des hants «I Cirugie 
met bindene ontwee ofte huut tree- 
ken met sickelen ende daer nae 
heelen ende vleesch maken met 
U7iguentum .ba'ziliconis. maer in 
de werkinge der dore gaende. ~EB.de 
het wert onderwilen geloset met 
messe sonder luust ofte wille waer 
bi datmen scuwet die bande op 
die materie ofte maniere Maer den 
fistulen die siin neder datmen 
ghecrigen mach bi den vingeren 
ende die mach mew ghenesen met 
scerpen medicinen 
c 79b. alsoe jou vorleert es in dat 
capittel van den fistule. Daer vindi 
medicinen van den fistule genouch 
te ghenesene ende dat met scarpen 
medicinen die suveren ende dit 
unguentum. es goed der toe. 
TJnguentum viridis. Dats 
lichtelic corrumpert ende ghenest 
den fistule ende doet vleesch wassen 
<R l<o zwinen smout coelert lib. 4 
viridis eris .§. j. sal gemine .§. \. 
ende dit vergadert in een mortier 
ende stellet in dine bosse ende 
dese salve doot den fistule ende 
verdrijft quaet vleesch. 

Van dat fundament dicken 
hu te gaet. 

Dat fundament es den ers darme 
ende die gaet hute ende dat gaet 
overmidts der clappingen van den 
senuwen in den fondament ofte 
in vul va. Ende dit es de cuere 
welc datter hute gaet soe vul va 
soe dat andere. In dat erste soe 
suldine doen sitten metten sette 
in water daer dese naevolgende 
cruden in ghesoeden siin. €j I^o ba- 
laustia gallen corticis mali granati 
eekelen ypoquistidos .ana. partes 
equales Dit doet sieden in water 
ende doeten daer in sitten metten 
stertte. 



^ Een ander. €f Nemt dewor- 
tele van serpentines mele van 
tarwin dit ininghet al overeen met 
water ende bact broet onder die 
asschen ende eet dit broet fruit 
dit in de panne Ende es 

dat set hute smeert die handen c 79c. 
met warmen borne daer psillium 
in ghesoden is ofte geweict es. 
ende dan doet dat set in Ende is 
dat set vercout dat niet in gaen 
mach. soe salment bayen in rooden 
win ende dan doen dat set weder 
in ende erst stroiter op dit naevol- 
gende pulver. •! ^o balaustia ci- 
pressi .ana. .5. 2. corticis lentissi 
.3. 3. serusa .5. j. van desen poeder 
stroit der op. 

Dit es een supposit orium. 

Omme in dat set te stekene. 
U Nemt pulver van gallen ciminura 
.ana. .§. iiij-or Dit stampt ende 
maect der of suppositorium. ende 
stectse int set. Ofte maect dit nae 
volgende sackin twee ende vultse 
met deser nae volgende cruden. 

CJ Bf> pulver van gallen pulver 
van cuminum .ana. .§. v. Hier mede 
vullet de twee sackin. ende dan 
setse in reghenwater. ende men 
salse warme der in steken ofte der 
op sitten. ende als deen coel es 
dan salmen dan der sacskin warme 
nemen ende alsoe doen dicken 
menichwarf. Een ander. Nemt 
rancken van wingaert met serpen- 
tinen die bernet te asschen. ende 
dat leght in roode win ende daer 
of maect loege ende van diere loge 
doeter in lopen met eener clistere. 
Ofte men sal metten sette der op 
sitten ende laten den wasem der 
ingaen dats seer goet. 

Een ander. «I Nemt gallen c 79d. 
eekelen balaustie ypoquistidos. 
sumac. cortim male granati 



212 



scorssen van mespillen Dit stoet 
ende siedt in eenen pot over dat 
vier ende dan sal de siecke hem 
sitten ende stoven over den pot 
ende men sal dan gheven den 
siecken dyacitoniton ende diacos- 
tura et cetra. 

Hier beghint dat bouc van 
den quaden beenen. 

Hier henden de boucken van 
alle de clieren ende clappoeren 
ende van den ghescorden. Nou 
soe comt hier an den bouc van 
den quaden beenen. 

Den taf f el Ie der of. 

Van malamortuura in der beenen 

Van apostemen in der beenen 

Van herdicheit crusteren in der 
beenen 

Van groete ader in der beenen 
ende te corten 

Van wonden in der knie 

Wat men doen sal eenen te 
broken beene ofte een te broken 
leedt 

Hoe men kennen sal dese broke 

Ende hoemen ghebroken been 
vermaken sal 

Van te broken beene met open 
wonde 

Van quade ghesteken sceenen 
c 80a. ane de beene 

Van te broken vingeren ane den 
hant. ende van te broken teen ane 
de voeten '). 

Van vortinghen der beenen 
willic jou scriven dat de mesters 
heeten malamortuum. Dats te 
segghene vortinge der beenen. 
ende si vallen gherne beneden 
den knie ende dat heeten vele 
lieden mormale. ende het werden 
groete zweeren ende pusten in der 



beene. ende roven ende si werpen 
vele gaten want die materie comt 
van humoren van melancoliën. 

fl Int erste omme te gaene ter 
cuere ghi sult gheven den pacient 
desen naevolgende dranc smorgens 
ende savons omme die materie te 
ripene. «I Ro nemt oximel diureti- 
cum .5. iüj-or. aqna fontós 

vini albi aqwa fumiterre .ana c 80b. 
.5. ij. misceantnr ende hier of gheeft 
drincken smorgens ende savons 
te gader .iiij. lepelkins vol ende 
alse desen dranc hute es dan sal- 
inen daer nae purgieren met iera 
ruffini ende salmen gheven nae die 
leeringe van onsen antidotharinra. 
Ende men sal de siecke hoeden van 
alle spijse die melancoliën winnen 
ende maken alle spijse die laseerie 
(l. laser-) ende cancker deeren 
mach. Ende daer na men sal laten 
die miltadere in den slincken 
arme. ende men sal houwen dat 
men die voeten niet wasschen sal 
ende alle de puusten ende seeren 
salmen suvere?i van horen vul- 
licheit ende dan wel droghen. ende 
dan gelmer op legghen plasteren 
van desen naevol gender salven. 

TJnguentum I^> litargirum .§. ij. 
seruse .%. j. olei rosarum .§. iij. aceti 
vini .;> \- cere.§.j.misceanturetfiat 
miguentum ponatnr in pixide ende 
hiêrof maect i dinne plasteren. 
ende altoes suveren wel de seere» 
eer ghi de salve der op leght. 
fj Ende men sal weten dat daer 
toe goet is oleum fraxini dat es 
olie ghemaect van esschen houte. 
Ende die olie maect men met tween 
potten deen op dander staende 
ghelijc dat men maect oleuw van 
jeniverbesiën. alsoe men ons leert 
in onsen bouc die men heet .eb e 



J ) Open ruimte, klaarblijkelijk bestemd voor een teekeniny. 



213 



mesue etc. Die olie van fraxinij 
es seer 
c 80c goet orame drope ende ceteren 
ende singulen ende hier of vindi 
ghenouch ghescrevenV bescreven 
in dit bouc. 

S a 1 v e. Dits een notabel salve 
jeghen joec te. 

U ^o barghin smout .j. pont. ceruse 
.j. pont brine va.n maischer boeter 
Dit doet te gader in eenen mortier 
soe langhe dat dicke si ende hier 
of' maect plasteren et cetra. 

«E Item. boeter brine es super- 
latijf jeghen joecte ontrint wonde 
ende seerheede gedaen laeu der op 
met eenen doucskin. probatum est. 

Van apostemen in derbeenew. 

Van apostemen in der beenen 
ende in der kniën ende in der 
voet ende eist dat vaste ghemaect 
ende dat groot hute blij et soe ne 
hevet ghene cuere. Maer int be- 
ghinsele alse den knie ende den 
voet beghint te -werdene groet 
omme te apostemeren dats pijnlic 
omme te ghenesen. <I Ende als 
ghi siet dat is van groeten drouf heit 
van bloede dat suldi bekennen bi 
den varwe ende bi der hitten, fj Int 
erste suldi beghmnen jeghen over- 
tullicheit des bloets ende men sal 
hem milderen sine spijse ende men 
sal antieren alle weken dat keeren 
nae vervulthede ende men sal mitten 
(l. nutten) trifera minor tgewicht 
van .3. 2. thuris zinzibri .ana. .3. \. 
Dit mmget over een ende ghevet 
drinckew 
c 80d. smorgens tilike. in aurora. Ende 
men sal bestriken die aposteme 
met desen naevolgende unguent. 
<I ^o pulvis aloë pulvis mirra 
acacia .ana. .%. j. Dit mmget te 
gader cura vino stiptico ende cum 
aqwa foliorwra cipressus ofte qa 



(l. aqua) van hertnoten, ende in die 
hitte salment bestriken gelic heete 
podagram. Ende eist dat sake dat die 
apostemen hute breken willen ofte 
hute breken, soe doet ende gheneese 
alsoe jou vorscreven es in dat 
capittel hier vore van den apos- 
temen. cuererse ende ghenestse 
gelijc dat men daer leert ende 
scrivet. 

Van den Cancker die comt 
in den beenen. 

Van herdicheit crusteren in der 
beenen ende canckeren die eommew 
meest van salsum fluma. ofte van 
verberrende melancoliën Ende 
dese siin seer quaet te cuererene. 
Die teekin en dat si siin van salsum 
fluma dats joecte ende crusteren 
vele ende sculferen. ende men 
salse cuererew weder si siin met 
ulceren ofte sonder ulceren in 
desen manieren <I Int erste men 
sal den siecken gheven des nachts 
alse die maghe ydele es 

soe salmen hem gheven pillen c 81a. 
fetide daer of es dosis 2. 3. tote 
eenen alver oneen. Ofte met desen 
navolgende pillen, flf Ro ellebori 
nigri .3. j. scamonea .3. \. 
mirabolanorura indorwm sene api 
.ana. .3. j. turbith papaveris 
.ana. .3. ij. fiat pillen cum succo 
furaiterre ofte met wine daer fumi- 
terre in ghesoden is fiat pillen in 
modum ciceris. ende men saller 
gheven altoes oneffene. Dosz's eius 
est .3. ij. vel .3. j. ende als men 
desen vorseiden pillen ghenomen 
heeft dan salmen laten in die ader 
diemen basilica [heet] die es tusschen 
den cleenen tee ende den anderen 
tee. Want dese vorseide latinghe 
trect hute dat bloet van melan- 
coliën ende van alle den lichame 
ende doetse purgieren ende dese 



214 



latinghe behoort ghedaen te wesen 
daer vore int capittele van mala- 
mortuum der beenen. Ende de 
siecke sal hem houwen van spijsen 
te nutten die bloet maken van 
melancoliën Ende men sal voert 
gaen in der cueren. ff Int erste soe 
suvert alle die seere scone ende 
dan leght der op dese nae volgende 
salve. Daer mede ghenestse. 

ff Ro oleum rosarum .%. iiij-or. 
seruse sulfuris .ana. .%. j. a.rgen- 
c 8ib. tuw vivum -o- i- et flat unguen- 
tum ende ten achtersten doeter in 
twitte van den tween eyeren et 
pauco aceto misceantwr et ponatur 
in pixide. Ende eist dat sake dan 
(l. dat) siin stinkende ulceriën die 
men heet canckeren die salmen 
ghenesen met unguentum veneris 
ende suveren ende aldus salmen 

make?i unguentum veneris. 

• 

Dit es unguentum veneris. 

ff Rp olei olivarwra in den somer 
.lib. ij. ende in den winter .lib. iij. 



scapin roet .lib. j. cere .§. v. piscis 
(l. pixis) navalis .%. vj. gum armoniac 
oppopenac galbanum Die gummen 
salmen pulveriserew subtijl ende 
die andere gumme salmen weiken 
in warmen aisijn ende dan salmen 
maken unguentum. ponatwr in 
pixide ende orborse. ff Ende daer 
nae salment consolideren met desen 
nae volgende pulver. Desen pacient 
wert dickew ghepurgiert ende 
dicken ghelaten in de adere van 
bazilico7i in den voet alsoe 
voren gheseit es. ff Een ander. 
In de blanceren(?) ende scolpen 
ende rudicheit. ff Nemt starken win 
aisiin ende die maect warme ende 
daermede dwaet die stede alle 
dage Ende daer op gheleit eene 
piaster aldus ghemaect. Piaster. 
ff fy> meilis .lib. \. doderew van 
eyeren viere Dit slaet al over een 
ende doeter toe farina ordei dat 
dicke si mede te vermakene 
ende metter salve/i vorseit salment 
mondificeren ende in carnerew. 



HIER EINDIGT HS. C. 



215 



AANTEEKENINGEN. 



■j" BIz. 17, kol. a. Nog steeds koestert het volk te recht groote vrees voor de 
aanraking van wonden met water. 

"f" „ 17, „ b. Bruun legoburgensis, 1. Bruno Longoburgensis. In 
Hs. C (noot 3) is sprake van Hu go: dit moet zijn Bruno. 
Zie L (ijst) v (a n) S (chrij v er s). 

■f" „ 18, „ a. Dat Yperman Bruno goed gelezen heeft, blijkt uit zijn ken- 
schetsende opmerking „dat bruun (vele leringen) 
screef uten ouden boeken". Zie L. v. S. 
In Ypermans meening dat ook „theodrijc screef uut 
brunen in sinen boeken" werd ook door andere 
schrijvers o. a. Guy de Chauliac gedeeld. Zie L. v. S. 
Over Lanfranc, zie L. v. S. 

t » 19, „ a. Vermoedelijk: die meester eveneens, maar hij nam den schijn 
aan alsof hij niet anders verwacht had. 

"j" „ 19, „ a. Hij kwam na overleg tot de slotsom dat het niet goed zou zijn 
zijn medicament er op te leggen. 

"f" „ 19, „ a. Leeken meester. Onder leek verstond men in het algemeen 
een met-geestelijke, maar ook een ongeleerde, ongeletterde 
of onkundige in de eene of andere tak van wetenschap. 
Willem van Salicete bedoelt met „leekemeesters" zoowel 
personen, die geen geneeskundige opleiding genoten hebben, 
als hen, wier ervaring en kennis van de geneeskunde 
slechts luttel is. Yperman spreekt (blz. 190, kol. b) van 
„leeke onbekende.... die niet ne weten van der sake ende 
dat es omme datsi gheene kennesse draghen ane de natuere 
waer of datsi niet geleert ne siin. ende onderwinden hem 
met horen valschen stoutheit, etc." En op eene andere plaats 
van „dye valsche meesters die leec sijn''. (blz. 30, noot 2). 

t n 19, „ b. Hij moet zorgen met het branden niet verder te gaan dan 
noodig is om de ader te doen samenschrompelen en vooral 
geen andere weefseldeelen raken. 
El niet beteekent: niet anders. 

Verstandig is de raad om bij het branden rekening te houden 
met de soort en de grootte van het bloedvat. De onder sterker 
druk verkeerende slagaderen moeten met een dikker, 
steviger korst van geschroeid weefsel gesloten worden dan 
de aderen. 

t » 20, „ a. Het verdrayen der bloedvaten, om de bloeding te stelpen, 
bestaat daarin dat het vat bij het uiteinde met een knijp- 
tang wordt gevat en eenige malen om zijn lengte-as gedraaid. 
De methode wordt nog toegepast en maakt bij kleine bloed- 
vaten het verbinden of toebinden overbodig. 
Over de bloedstelping en het „onderbinden" van bloedvaten 
zie K. P r i n s, De Ligatuur vóór Ambroise Pare. N e d e r 1. 



216 

Tijdschr. v. Gcneesk., 1900, II, 797, en E. A I b e r t, 
Blutstillungsmethoden iin Miltelalter. Beitr. zur Ge- 
schicht e der Chirurgie, W i e n, 1877. 

t Blz. 20, kol. a. De raad om de „medicamente" niet te verwijderen, doch te 
wachten tot zij vanzelf afvallen, spruit voort uit gegronde 
vrees voor een nieuwe bloeding. 

f „ 20, ,, b. Hoe langer de wond met rust gelaten wordt, des te beter, 
tenzij zich ontstekingsverschijnselen openbaren, waartegen 
natuurlijk maatregelen genomen moeten worden. 

f „ 21, „ a. De leer van de graden der gen ee smid (I e 1 en is door Gal e- 
nos (lib. 5 de simplicibus) gegrondvest op de hypothese van de 
grondkwaliteiten der elementaire vloeistoffen of lichaams- 
sappen (humores), met namen: warmte (bloed), koude (slijm), 
vochtigheid (gele gal) en droogte (zwarte gal, een hypothe- 
tische vloeistof). Deze „kwaliteiten" komen volgens Galenos 
in zekere mate in de enkelvoudige geneesmiddelen voor: 
het is nu deze kwantiteit eener kwaliteit welke de 
werkingsgraad bepaalt. 

Een matige warmte in een medicament werkt verwarmend, 
bevordert de vloeibaarheid, doet vervluchtigen en opent de 
afvoerkanalen ; een overmatige warmte daarentegen werkt 
opdrogend, veroorzaakt ontsteking, zelfs verbranding. 
Matige koude koelt af, verdicht en verstopt, sterke koude 
verdooft en kan tot versterf leiden. Een matige vochtigheid 
verzoet en verzacht, overmatige veroorzaakt windachtigheid 
en verstopping. De droogte daarentegen kan, zoolang zij 
middelmatig is, opdrogend werken, doch in sterken graad 
doet zij samentrekken, veroorzaakt zij kramp en zelfs scheu- 
ring en afschilfering. 

De Ie graad eener kwaliteit doet zich ter nauwernood gevoelen ; 
in den 2den graad is een kwaliteit duidelijk merkbaar. De 
3de graad uit zich reeds in een schadelijke werking, terwijl 
de hoogste of 4de graad vernietigend werkt, of, zooals Pare 
zegt: een kwaliteit in den eersten graad is „duyster ende 
onbevoelijck", in den tweeden „openbaer", in den derden 
„gheweldigh" en in den vierden „onmatigh ende uytnemende". 
Aangezien ook de ziekten zich door graden kenmerken, is de 
kennis van de graden der geneesmiddelen onmisbaar om te 
kunnen beoordeelen, in welke verhoudingen deze toegediend 
moeten worden. „Tot een heete sieckte in den tweeden 
graet", zegt Ambroise Pare, „moeten oock koude remediën 
in den selven graet gheappliceert werden". Bij de keuze van 
de kwaliteit gaf de regel van het „contraria contrariis 
curantur" den doorslag. 

De „gradenleer" is door de arabische artsen, vooral door 
Jacob ben Ischak al Kini, vulgo Jacob Alkindus, 
(813—873 ?) in zijn De medicinarum compositarum 
gradibus in den breede uitgesponnen. Zie in Lijst van 
geraadpleegde werken onder: Pare en Go r don. 

f „ 21, „ b. Rolant, d. i. Rolando Capelluti. Zie L.v. S. 

"f" „ 22, „ a. L er in ge v a n r o g e r i n e, d. i. de Practica Chirurgiae van 
Rogerus. Zie L. v. S. 

•j" „ 22, „ a. In den tekst staat dragende (van een wond); hetzelfde in 
Hs. C; daarentegen droghende in Hs. L. Dit laatste is 
juist, hetgeen ook uit de „qualiteiten" der kruiden, die hier 



217 

aanbevolen worden, afgeleid kan worden. „Ebulus dats adec 
ende es heet in den andren graet", en „Apiura. of marke. 
of apie. of eppe dats al eens. ende es heet min dan in den 
.3. graet. droge in den middel van den .3. graede (Herbarius). 
Het min en middel is kenmerkend voor de verdere spits- 
vondige verdeeling der graden, waarin men ten slotte ver- 
vallen is. 

f Blz. 22, kol. a. Vetheit. In Hs. C staat „verscheit", vochtigheid, wat beter 
bij verten en verrotten past. 

T H 23, „ a. G o e d v 1 e e s c h w a s s e n, d. w. z. granulatieweefsel vormen. 
Doet c o ra e n e 1 1 er, d. i. bevordert de ettering, waarin men 
iets heilzaams zag, omdat daarmede de kwade vochten uit 
het lichaam verwijderd zouden worden. Henri de Mon- 
de v i 1 1 e, de bekende fransche chirurg ("f" omstreeks 1320) 
heeft zich tegen deze, de ettering bevorderende, manier van 
wondbehandeling met kracht verzet en op de voordeden van 
een genezing „per primam intentio" de aandacht gevestigd. 

T „ 23, „ a. De bedoeling is dat de beide, aan weerskanten van de wond 
geplaatste, proppen een zoodanigen druk uitoefenen dat de 
wonde, ook in de diepte, gesloten wordt, de beide wondvlakten 
dus tegen elkaar gedrukt worden, waardoor de vorming van 
een zoogenaamde „doode" ruimte, die slechts tot ophooping 
van wondsecreet gelegenheid bieden zou, voorkomen wordt. 

t » 24, „ a. Macer d. i. Macer Floridus de Viribus (of : virtutibus) herbarum; 
uitgegeven door L. Choulant, Leipzig, 1832. Een uit 2269 
hexameters bestaand latino-barbaarsch leerdicht, waarin 
de geneeskrachtige werking van 77 planten behandeld wordt 
en dat vermoedelijk in het eind van de 11de eeuw in Frankrijk 
is geschreven. Men vermoedt dat of zekere Odo van Meudon 
uit Meune sur Loire öf de Cistercienser Odo van Mori- 
mont in Bourgondië de schrijver is. De naam van het 
gedicht moet aan den romeinschen dichter Aem. Macer 
herinneren. Het werk, dat langen tijd in hoog aanzien heeft 
gestaan en in verschillende talen overgezet is, steunt op 
Plinius, Dioskorides en tal van andere auteurs, 
a. die .4. meesters in hare gelose. Glossulae quatuor 
magistrorum super chirurgiam Rogerii et Rolandi. Zie L. v. S. 
a. Willem van Congenie ,1. Congeinna. Zie L. v. S. 

Willem van Saliete ,1. Saliceto. Zie L. v. S. 
a. Beginnen in de middewert, beteekent hier met het 
hechten van de wond in het midden beginnen, omdat dit 
zekerheid geeft dat de wondranden dan overal tegen elkaar 
komen te liggen. 
Ook is de maatregel om de wond van onderen open te 
houden (draineering van de wond) voortreffelijk. 

"f" „ 26, „ a. Hersenen roe ren, wil zeggen bewegen, kloppen, pulseeren. 

t )< 27, „ b. Met purgeeren van den etter, wordt bedoeld de drai- 
nage. Deze wordt bevorderd door het gebruik van de „wieke", 
een middel dat thans ook toegepast wordt. 

t ,i 28, „ a. De opmerking is juist. Het naaien heeft tot strekking de wond- 
randen tegen elkander te brengen, dus heeft het geen zin 
bovendien „wieken" tusschen de naden te steken, met uit- 
zondering dan van de „wieke", welke in de vorige opmer- 
king bedoeld is. Wanneer de wondranden niet wel sluiten, 
dan kan de wond alleen door woekering van granulatie- 



t 


n 


24, 


f 


» 


25, 


t 


B 


25, 



218 

weefsel gevuld en gesloten worden, hetgeen een breed 
litteeken nalaat. 

"f" Blz. 32, kol. b. G h e o n t, misschien: g h e o u t, een weinig ouder geworden. 
Iets lager staat telmereert ,1. telivereert. 
Daert hout daer so delivereert, beteekent vermoe- 
delijk: waar 't vast zit, maak het voorzichtig los. 

"f „ 32, „ b. der boren, 1. d[a]er voren. 

"f" „ 32, „ b. Die ander soes vele meerr e. Bedoeld wordt van een 
andere afmeting, een ander nummer van het instrument. 

•f „ 33, „ a. De beteekenis van hoven en gehovet is duister. Misschien 
wil de schrijver zeggen dat door het wenden in de hand 
het wapen niet loodrecht indringt, doch schuin, en dat dien- 
tengevolge een gedeelte van de hersenpan opgeheven wordt. 
Suver si van den canlkine, wil zeggen dat onderzocht 
moet worden of de kanten van het stukgeslagen been glad 
zijn. Zijn zij ruw of scherp, dan loopt het hersenvlies gevaar 
van gewond te worden. 

t „ 33, „ b. De beteekenis van dauwaert is duister. 

.3. groefhaken deen meer dan de andere wil 
zeggen: van verschillende afmetingen. 

•j" „ 35, „ a. Het gebruik van een t i n t e of sonde tot het peilen van de 
wond wordt ontraden, omdat die niet, zooals de vingers, 
van gevoelszenuwen voorzien is en men er dus minder goed 
mede voelen kan. 

"f" „ i6, „ b. Zoo weinig mogelijk van het hersenbekken afnemen en in 't 
geheel niets, als men er buiten kan. 

f „ 38, „ a. Yperman wil doen uitkomen dat het volumen der hersenen 
de phasen der maan volgt. Bij volle maan zijn de hersenen 
het sterkst opgezet en vullen zij dus de schedelholte geheel. 
Bij afnemende maan neemt ook de omvang der hersenen af, 
zoodat men den vinger tusschen hersenpan en hersenen kan 
steken. 

•f „ 39, „ a. . De arts moet kennis hebben van de astrologie. De organen, 
die geacht werden onder den invloed van de maan te staan, 
zijn: hersenen, mond, ingewanden, blaas, teeldeelen, het 
linker oog van den man en het rechter oog der vrouw, de 
lever der vrouw en de geheele linker lichaamshelft, benevens 
de smaak en de vrucht in de 7de maand. 
Onder tekenen moet worden verstaan de teekens van den 
dierenriem, of „huizen" zooals men placht te zeggen, welke 
tijdelijk, al naar gelang van den tijd des jaars, door de 
planeten — waarvan men destijds, behalve zon en maan, ook 
Jupiter, Saturnus, Mars, Venus en Mercurius kende — 
bewoond worden. 

In het algemeen gold de invloed van de maan op den mensch 
als gunstig, doch hij kon, door een bepaalden stand ten 
opzichte van andere hemellichamen, in ongunstigen zin 
gewijzigd worden. De arts diende daarmede rekening te 
houden, wilde hij zijn therapeutische maatregelen met goeden 
uitslag bekroond zien (Magnus). 
t „ 40, „ a. Toen hij vocht met zwaard en schild, was hij evenwel goed 

bij zijn verstand en wist heel goed wat hij deed. 
T „ 40, „ a. De zin is onduidelijk, ook al leest men voor wint: wind. 
Misschien beteekent die wint beloopt iet: een kleinig- 
heid, zoo goed als niets. 



219 

f Blz. 40, kol. b. Yperraan is, voor zoover bekend is, de eerste onder de 
niiddeleeuwsche chirurgen, die van de „vier meesters van 
Salerno" gewaagt. 

„Medicina aequivocatur duobus modus." Libellus de Chirurgia 
editus sive compilatus magistro Rolando felicitur incipit. 
Ars Chirurgica Guidonis Gauliaca medici, 
Venetiis, MDXLVI. 

"f* „ 41, „ a. Over dragen en drogen zie de Aanteekening blz. 
22, kol. a. 

t „ 41, „ b. Een „trepaan" is een metalen koker, welke aan het uiteinde 
evenals een zaag van tanden is voorzien. Door het op den 
schedel geplaatste toestel rond te draaien, boort men een 
rond stuk uit de hersenpan. Men kan de opening grooter 
maken door een wijder trepaan te gebruiken, maar het is 
natuurlijk eenvoudiger als men terstond het vereischte 
nummer neemt. De raad van te widen metten meer- 
ren is derhalve niet praktisch. Goed is daarentegen de 
raad om met behulp van een beitel de hersenpan tusschen 
twee of meer boorgaten te klieven. 

t „ 41, „ b. De zin is gebrekkig. Vermoedelijk wordt bedoeld dat men 
het bovenste stuk onder handen zal nemen. Veel aan het 
onder gelegen stuk te doen, zoo lang men daar niet be- 
hoorlijk bij kan, zou, wegens de kans op beschadiging van 
de hersenen, niet raadzaam zijn. 

j* „ 44, „ b. Gerne beteekent: gewoonlijk. De zin is gebrekkig. Hs. L 
geeft: dese dranc begonst hire (1. hi te) maken 
als de sieke begonst tetene [,] dat was op- 
ten 4. d a c h. 

f „ 46, „ a. Zie Woordenlijst op vent e. 

"f" „ 47, „ b. D i t e s a 1 g e 1 ij c (eveneens) sonder redenen. Onder 
„redene" moet worden verstaan: verstand van de zaak; cf. 
kol. a, reg. 20 v. boven: de liede die de redene 
kennen. De meester van Ziericzee toonde dit al in 
geringe mate te bezitten. 

f „ 47, „ a. De bedoeling zal wel zijn een zwachtel, waarin in het midden 
een opening is om de neusgaten vrij te laten. 

•j" „ 48, „ b. C a n e 1 e n. Yperman noemt, over hazelip-operatie sprekende, 
het woord „canelen". Met dit woord kan niet anders bedoeld 
zijn dan de onderrand van de bovenkaak, welke kan 
gebersten (ontbreken) of siin gespleten, zooals dat 
inderdaad bij gecompliceerde hazelip het geval is. Daarmede 
strookt echter niet de eigenlijke beteekenis van caneel 
canel of caniel, n. 1. die van „waterloop, bedding of 
kanaal" (V e r d a m). 

Te Winkel geeft (N e d e r 1. T ij d s c h r. v. G e n e e s k., 
52e jaarg. 1908, Ie helft, B., blz. 1699) de emendatie, dat in 
plaats van canelen „cauelen" of „cavelen" gelezen zou 
mogen worden, op grond dat „het Handschrift niet best 
schijnt te zijn." 

In Hs. B. staat intusschen ontwijfelbaar „canelen"; in Hs. L. 
lees ik tweemaal „canelen" en eenmaal „cauele", Hs. G. 
daarentegen geeft alleen „canele" en ook in Hs. C. doet 
de letter in kwestie meer aan u dan aan n denken. Er is 
dus veel voor te zeggen het woord als „cauelen" of, wat 
hetzelfde is, „cavelen" te lezen, en indien dit geoorloofd 



220 

is, dan levert de verklaring geen moeielijkheid meer op, want 
„cavelen" is het meervoud van „kavel", dat „kaak" beteekent. 
Ik mag echter niet nalaten op te merken dat in Hs. L. 
tweemaal het woord „canelen" gebezigd wordt in plaats 
van „tafle" of „tafele" in Hs. B. en wel op blz. 29, noot 2, 
en blz. 40, noot 3. De uitdrukking „tafle" wordt daar ge- 
bezigd om de beide compacte lagen aan te duiden, waaruit, 
met een daartusschen gelegen poreuze laag, de platte 
beenderen van den hersenpan bestaan. Tegenwoordig spreekt 
men van lamina externa, diploë, en lamina interna sive 
vitrea. Hier moet c a n e 1 e als een Yerkeerde schrijfwijze 
van „tauele" d. i. „tavele" opgevat worden. De C en de t, en 
de u en de V zijn in deze en andere Hss. dikwijls niet uit 
elkander te houden. 

f Blz. 59, kol. a. Dats noch leeker. „Leec", hier als bijv. nw. in den 
vergr. trap gebezigd, beduidt: nog meer onontwikkeld dan 
de leekemeesters al zijn. 

t n 59, „ b. 1. 1 u 1 1 el t e m a k e. Waarschijnlijk: „te mate", dus: een 
klein beetje. 
H s. L. geeft: lepelvol te gader. 

f „ 67, „ b. V e r c a p p e. Komt niet voor bij Verdam, H a n d w b k. 

Testudo heeft twee beteekenissen: 1°. die van een 
gezwel, waarvan de oppervlakte aan de teekening van het 
schild van den schildpad doet denken. 2°. die van schilddak 
of schutdak. Daarmede komt wel cappe overeen, doch 
dan blijft ver- onduidelijk. 

t n 69, „ a. Porst en 7 regels hooger: post. (in 't Westvlaamsch wordt 
de r vóór s niet uitgesproken). Beide zijn wisselvormen van 
past(e), pas (amandel-)deeg of kneedsel. 

t n 69, „ b. Alleyskijnstucken wil zeggen: bij kleine stukken, stukje 
voor stukje (Middel n. Woorden b. op „alleenkine"). 

t n 71, „ b. Een claer waterkijn puur, een claer ende puur 
waterkijn, humor vitreus. 

Men onderscheidde verder nog humor crystallinus (oculi) of 
lens crystallina en humor aquaeus (oculi) of het vocht der 
voorste oogkamer, 
puur van eiken belemmertheden, beteekent : vol- 
komen helder. 

t n 72, „ b. S o 1. soe, deze (nl. de „huut"). Eigenlijk: zij werde = 
beschermde, vrijwaarde. 

T » 77, „ b. Ende wert dat achter tgenesen bleve enech 
witte (d. i. ware het dat na de genezing eene witte vlek 
achter bleef) dat in latine heet macula... so legt- 
er in dit enz. 

t n 81, „ b. D ar m o n i a c, 1. Ammoniacum, een gomhars, welke, dankzij 
het gehalte aan gom, met water gewreven kan worden 
tot een gelijkmatig mengsel of emulsie. 

t n 87, „ a. De uitlegging is niet duidelijk. Yperman wilde zeggen dat 
cataract (troebelheid van de lens) zou ontstaan door neerdaling 
van vochten uit de hersenen langs de oogzenuw naar het oog. 

t n 87, „ a. De wijze van behandeling hangt af van de „ rijpheid" van het 
cataract. 
Niet is hier misplaatst. 

t » 81, „ a. In d i t, 1. ende dit, en deze woorden te plaatsen voor 
pulveret in den volgenden regel. 



221 

Reg. 15 v. ond. Tusschen dandere en alse men se een punt 
te plaatsen. Daarentegen moet achter v i 1 1 e n de punt vervallen. 
•f" Blz. 88, kol. 1). Er ontbreekt hier het een en ander aan den tekst. Waar- 
schijnlijk heeft de zin geluid: „hoe mense ghenesen mach. 
nemtter toe (hier is iets uitgevallen) . . . , ne ware zi 
(tenzij dat zij, iets dat in het uitgevallene gezegd is) 
ne worde . . . 
t „ 88, „ b. Na waterkine is waarschijnlijk een woord uitgevallen en 
zeker ook een na i n d y e. 
Veertich zou kunnen zijn „vertich'', rot, doch dit past 
minder goed bij verharden. 
"j" „ 104 „ a. V u 1 1 e n. De beteekenis van dit woord is duister. In Hs. G 
staat : een let gecompeneert van wlten. Hs. C 

geeft: een ledtghecompeneertvan ublten. 

•f" „ 129 „ a. Bloemen van der prumengernate die men heet 
in 1 a t ij n i n d i e. De schrijver vergist zich ; de bloemen van den 
wilden granaatboorn, Punica Granatum, L. heetten Balaustiën. 

"f n 129, „ b. Art er ia, de oude benaming voor luchtpijp, ook „aspera 
arteria", wegens de door de kraakbeenringen veroorzaakte 
oneffenheid. Tegenwoordig spreekt men van „trachea", de 
Franschen van „trachée artère". 

"f" „ 130, „ b. De zin is niet in orde. Uit het verhaal mag afgeleid worden 
dat Lan franc bij een patiënte een diep abces onder de 
kin geopend heeft, dat door drukking op het strotten- 
hoofd haar dreigde te verstikken. Uit de omstandigheid 
dat het gedronkene gedeeltelijk naar buiten vloeide, volgt dat 
het absces in verbinding stond met den slokdarm of den pharynx. 
a. C o e k e 1 k i n e, 1. coekelkine, verklw. van „coeke", hier een 
voorwerp in vorm op een koekje gelijkend. 
Wondenden is onverstaanbaar. Leden zal wel moeten 

gelezen worden: „lieden". 
Er ontbreekt iets aan den tekst. In plaats van een man 
soe vaste houden, zal wel mogen gelezen worden : 
een man sal... 

De beschrijving van de kunstbewerking is overigens duide- 
lijk genoeg. 

"f „ 159, „ a. De tekst is ook hier zeer gebrekkig. Hs. G. geeft: ter 
stede dair dye pipe (1. pine) es comt al dat 
tbloet van den live ende vergadert en de soe- 
in (I. som-) tijts so vaert dye zenuwe dat die- 
ghene gefisteleert wordt dairbij ende al 
eyst dat zij niet ne vort, dat bloet dat dair 
vergadert dat wordt geformeert te vleesche 
ende wast int gat daer tbeen instack, ende 
bij datter dat volle vleesch in gewassen es 
zo ne mach dat been nemmer comen te ziere 
rechter ziden... 

t „ 166, „ a. De zin is onduidelijk, de beteekenis van o n t o e d t moeilijk 
te raden. De zaak komt hier op neer dat men zorg moet 
dragen de uiteinden van de beide beenstukken in eikaars 
verlengde te plaatsen. 

f „ 177, „ a. De zin is zeer duister. Misschien heeft de afschrijver zich 
vergist en „ghelickerwijs" willen schrijven. 

f „ 177, „ b. Vermoedelijk moet achter horen zweet gelezen worden 
„stinct". 



t 


r> 


131, 


H 


a. 


t 


r> 


155, 


!! 


b. 


t 


n 


155, 


» 


b. 



222 

f Blz. 180, kol. b. Als men vreest dat de spijs vergiftig is, dan moet men braking 

opwekken (keren) en zoo bet gegetene naar buiten brengen 

(u t e leiden). 
"j" „ 184, „ a. Er ontbreekt hier iets aan den tekst dat niet te gissen is. 
"j" „ 184, „ a. Vóór hore staat horen, dat doorgehaald is. Er moet achter 

hore bepaald een woord ontbreken, 
f „ 187, „ b. Vermoedelijk te lezen: „somtijts so wert (hi) in der (1. den) 

beene in sinen borne (bodeme?) gevortheit". 
"f" „ 188, „ a. Etter of d. i. [vrjeet (verteert) er van. 
*h „ 190, „ b. Tusschen der en scult schijnt een woord uitgevallen. Er 

ontbreekt bovendien nog meer aan den tekst. 



228 



LIJST VAN SCHRIJVERS, DIE DOOR YPERMAN 
GENOEMD WORDEN. 



Actor. Omtrent dezen, eenige maten — blz. 150 kol. b, 154 a, 

160 b, 164 b, en 166 a — genoemden schrijver vond ik in 
de literatuur niets vermeld. Misschien heeft men hier 
met een verbastering van A 1 1 o te doen, welke gedachte 
bij mij opgekomen is onder het lezen van Pagel's Inlei- 
ding tot de Cyrurgia Johannis Mesuë. Pagel wijst er op 
dat in het 59e Kap. van het 111e Boek van dit werk 
sprake is van een medicus „de prima secta Acon" en 
hij acht het niet onmogelijk, dat daarmede bedoeld is 
A 1 1 o, geneesheer en kapellaan van keizerin Agnes, die 
de geschriften van zijn leermeester Constantinus Africanus 
in romaansche verzen overgezet moet hebben. 

Albrecht van Colene. Albrecht, graaf van Bollstadt, bijgenaamd Albertus 
MagDUS, Geb. 1193 te Lauingen a/d Donau, gestorven 
te Keulen, in 1280. Hij geldt voorden voornaamsten vertegen- 
woordiger der scholastiek en als de beste middeleeuw- 
schen kenner der geschriften van Aristoteles. Van zijn 
natuurkundige werken verraden de natuurhistorische, 
inzonderheid de plant- en dierkundige, een omvangrijke, 
ook op eigen waarneming steunende kennis. Tot zijn 
werken is ook „de naturis rerum" gerekend, waaruit 
Jacob van Maerlant voor de samenstelling van de „Naturen 
Bloeme" rijkelijk heeft geput, maar dat later gebleken is 
van Albrecht's leerling Thomas van Cantimpré afkomstig 
te zijn. Evenmin behoort het welbekende „de secretis 
mulierum", dat onder den naam van „Der Vrouwen heyme- 
licheit" in het middelnederlandsch vertaald is, tot Albrecht's 
geschriften. Yperman noemt Albrecht slechts eenmaal, 
nl. op blz. 190 kol. a. 

Albucasis, eigenlijk Albu-Casim Chalaf Ben Abbas el Zahraw. 

Zooals de naam aanduidt, afkomstig van Zahra, nabij 
Gordova. Hij leefde in de lüde of 11de eeuw en is de schrijver 
van het voornaamste heelkundige werk der arabische school, 
waarvoor echter de stof gedeeltelijk aan Paulus van 
Aegina ontleend is. Overigens heeft hij zich doen kennen 
als een wondarts van groote ervaring. Zijn beteekenis 
is eerst later door de Italiaansche en Fransche middel- 
eeuwsche chirurgen, o. a. Lanfranc, naar waarde geschat. 
De talrijke afbeeldingen van chirurgische instrumenten 
verhoogen de waarde, welke Albucasim's werk voor de 
geschiedenis der heelkunde heeft. Het is daarom opmerke- 
lijk dat in de Hss. van Yperman waarin zoo dikwijls 
van instrumenten sprake is en die ook afgebeeld 

15 



224 



worden, Albucasim slechts eenmaal — blz. 16 kol. a — 
genoemd wordt. 

Amazore Bedoeld wordt Rhazes' geschrift Kilaab al tib al Mansury 

(liber medicinae Mansuricus), in de wandeling ad Mansorem 
genoemd Yperman haalt „ad Mansorem" slechts eenmaal 
aan, nl. op blz. 144 kol. b. Niet te verwarren met 
Abu Mansur Muwaffak een veelbereisd per- 
zisch arts uit de 10de eeuw, schrijver van een genees- 
middelleer, welke ook voor de kennis der indische genees- 
kunst van belang is. Een duitsche vertaling van diens werk 
dankt men aan den arts Abdul-Chalig Achundow uit 
Bakoe; zij is onder den titel „Die Pharmakologischen 
Grundsatze des Abu Mansur Muwaffak bin Ali Harawi" 
verschenen in Bd. III van de Hist. Stud. a. d. Pharmakol. 
Instit. der K. Univers. Dorpat. 1893. 

Anceel van Geneven, vermoedelijk Genua; in Hs. L. staat: Genuwen. Haeser 
wees er reeds op dat door Yperman een aantal 
geneeskundigen voor de eerste maal genoemd worden, 
waaronder ook Meester Anceel, wiens diëtetische voor- 
schriften zeer afgeweken moeten hebben van de destijds 
gebruikelijke. Mij is van dezen „meester" niet meer 
bekend dan Yperman van hem zegt en dat oordeel luidt niet 
zeer gunstig, want Anceel was, zooals men op blz. 167, kol. a 
lezen kan, een „van den gemeinen leken lieden", die, 
ondanks dat door zijn bijzondere opvatting der wondbehande- 
ling vele zijner patiënten kwamen te sterven, „vele meer 
geprijst was dan alle dandere meesters die bi der conste 
wrochten." 

Avicenna, eigenlijk Ibn Sina, geb. in 980 te Afschena in Chorasan, opge- 

voed te Bochara en gest. in 1037, is de voornaamste 
vertegenwoordiger der Arabische geneeskunde en werd 
in de middeleeuwen met Galenos op één lijn gesteld, 
schoon hij met dezen in oorspronkelijkheid niet ver- 
geleken kan worden. Zijn voornaamste werk, Kanün 
(Kanon), vormt het inbegrip der griekscharabische genees- 
kundige kennis. Op heelkundig gebied staat echter dit 
gezaghebbende geneeskundige wetboek bij Albucasim's 
werk achter. Yperman citeert Avicenna van alle auteurs 
het meest, n. 1. op blzn: 12 kol. b, 31 a, 33 b, 36 b, 45 b, 
54 a, 58 b, 61 b, 85 a, 92 a, 93 b, 106 a, 132 b, 134 b, 
144 b, 168 b, 169 a, 171 a, 171 b, 172 b, 177 b, 178 a, 
179 b, 180 a, 184 b, 185 b, 187 a, 187 b en 209 b. 

Bevenoud. Benevenutus Grapheus, een uit Jerusalem atkomstig en 

zeer beroemd oogheelkundige. Pagel zegt dat hij uiterlijk 
in de 13e-14e eeuw geleefd moet hebben, op grond dat 
Guy Chauliac hem noemt. Dat hij later dan in de 13e eeuw 
geleefd zou hebben is onwaarschijnlijk, want ook Yperman 
haalt hem eenige malen — blzn. 75 kol. b, 89 b, 91 b en 
92 b — in het boek „van den ogen" aan. Benevenutus schreef 
een Practica Oculorum, een onder arabischen invloed staand, 
doch ook eigen ervaring verradend werk, dat zich langen 
tijd in hoog aanzien heeft mogen verheugen. 

Jan Breemblat. Van dezen „meester" — zie blz. 69, kol. a — is mij niets bekend. 
In Snellaert's Rapport over Carolus' vertaling van Yper- 
man's Chirurgie (Ann. Soc. d. Méd. d. Gand, 20e Ann. 1854, 



225 



Vol. XXXII, blz. 151) treft men het volgende aan : Ce fut 
surtout a 1'époque de Maerlant (XHIe et XlVe siècles) que les 
sciences médicales brillèrent d'un vif éclat en Flandre. 
Les beaux jours des communes, les beaux jours de la 
bonne et belle poésie flamande furent riches aussi en 
hommes qui représentaient 1'art médical. Je ne parlerai 
ici ni de Claeskyn, ni de Henri van Hollant, ni du euré 
de Hamme, ni de Braemblat, ni de quelques anonymes, 
qui, pour avoir caché leurs noms n'en sont pas moins 
des auteurs de grand mérite. An point de vue de 1'art, 
une figure domine tout cette belle phalange d'hommes 
de science, c'est Jean Yperman . . . ." Men zou hieruit 
mogen afleiden dat Snellaert van Jan Braemblat wel meer 
geweten moet hebben. Ik vond echter den naam noch in 
Paquot's Mémoires, noch in de Biographie Nat. de Belgi- 
que vermeld. 

Bruno legoburgensis 1. L o n g o b u r g e n s i s. In Hs. C. — zie blz. 5, noot 1 — 
wordt verkeerdelijk van b r u 1 1 o gesproken. De hier 
bedoelde meester is afkomstig van het tegenwoordige 
Longobucco in Kalabrië. Van dezen chirurg is niet 
veel meer bekend dan dat van zijn werken, de chirurgia 
magna en de ch. parva, het eerste in 1252 ge- 
schreven moet zijn. Pagel noemt Bruno „die verkörperte 
Autoritatenglaubigkeit'' Hij vermeldt trouwens zelf de 
de auteurs, wier werken hij geëxcerpeerd heeft, en op 
welk een wijze blijkt genoegzaam uit de telkens herhaalde 
uitdrukkingen: sicut dicit Avicenna, inquit Galenus, 
testante Albucase, dico igitur secundum modum Avicenna, 
enz. Niettemin heeft Bruno de verdienste van de droge 
wondbehandeling bepleit te hebben. Yperman citeert 
Brunus 8 maal, nl. blzn 11 kol. a, 17 b, 18 a, 36 a. 39 a, 
59 a, 82 a en 83 b. 

Constantinus, bijgenaamd Afer of Africanus, vanwege zijn carthageen- 

sche afkomst. Hij moet in het begin der 11e eeuw geboren 
zijn. Uitgestrekte reizen brachten hem in aanraking met 
de oostersche, in 't bizonder de arabische wetenschap, het- 
geen op zijn werkzaamheid als leeraar in Salerno van 
overwegenden invloed geweest is. Constantinus heeft nl. 
door vertaling in het Latijn van arabische geschriften — 
meestal eehter zonder vermelding van den auteur — 
veel tot de verbreiding van de arabische geneeskunde 
bijgedragen. 
De naam van Constantinus wordt in de Hss. van Yperman 
slechts tweemaal genoemd en wel op blzn. 172 kol. b 
en 188 b. 

Diere de predicare. Zie Theoderik. 

Dioskorides. Pedanios Dioskorides, afkomstig van Anazarba in Kilikië, 

was een tijdgenoot van Nero en Vespasianus en heeft 
als arts in hunne legers gelegenheid gehad vele landen 
te doortrekken en daarbij een uitgebreide kennis van 
geneesmiddelen op te doen. Zijn „Geneesmiddelleer", 
welke gedurende eeuwen in hoog aanzien stond en voor 
den beoefenaar van de Geschiedenis der artsenijen een 
onmisbare bron is, is grootendeels oorspronkelijk en 
bewijst een ongemeene kennis van plantaardige en andere 



226 



Ebe Mesue, 



Experimentator. 



geneesmiddelen. Van het voornaamste Handschrift, den 
te Weenen berustenden, uit de 5de eeuw dagteekenenden 
Codex Constantinopolitanus is, als Xde deel van SijthofFs 
Codices Graeci et Latini, onder toezicht van prof. S. de 
Vries, een schoone fotografische reproductie verschenen. 
Een duitsche vertaling: „Des Pedanios Dioskurides aus 
Anazarbos Arzneimittellehre in fünf Büchern," Stuttgart, 
1902, dankt men aan J. Berendes. Dioskorides wordt 
door Yperman slechts eenmaal — op blz. 185 a — 
genoemd. 

In den bundel Mss. der Biblioth. royale te Brussel, waar- 
toe ook Ypermans Chirurgie behoort, komt een middel- 
nederlandsch stuk voor met het Incipit: „Hier sal men 
verstaen in desen boec die leringe van dyascorides den 
wisen meester ende van circuminstance den wisen 
meester." Circa instans is nota bene het incipit van een 
werk van Matthaeus Platearius jun.: „circa instans 
negotium de simplicibus medicinis nostrum versatur 
propositum." 

1. Ibn Mesuë. Joannes Nazarenus filius Mesue, Johannes 
Mesuë Damascenus, zijn alle namen oogenschijnlijk van 
een arabischen geneesheer, doch waarachter vermoedelijk 
een in 't Latijn schrijvend auteur der 11de of 12de eeuw 
schuilt, wiens werken eeuwen lang als leerboeken dienst 
gedaan en tal van drukken beleefd hebben. In geen van 
de uitgaven der „Opera" wordt van een „Chirurgie" 
gerept, zoodat het vermoeden voor de hand ligt, dat onder 
bovenbedoelden Mesuë en den schrijver van het door 
Pagel, onder den titel van: Die angebliche Chirurgie des 
Johannes Mesuë jun., nach einer Handschrift der Pariser 
Nationalbibliothek, Berlin, 1893, gedeeltelijk uitgegeven 
geschrift, niet een en dezelfde persoon verstaan moet 
worden. Dit geschrift heeft tot titel: „Cyrurgia Johannis 
Mesuë, quam magister Ferrarius Judaeus cyrurgicus 
transtulit in Neapoli de Arabico in Latinum." 

Yperman spreekt — op blz. 212, kol. b — van „onsen bouc 
die men heet ebe mesue." Naar aanleiding van dezen 
zin merkte Broeckx, wien de naam van den apokriefen 
schrijver blijkbaar onbekend was, op: Yperman indique 
ici un ouvrage dont il semble être I' auteur et qui jusqu'a 
ce jour n'a pas encore été retrouvé (C. Broeckx, La Chi- 
rurgie de M. Jehan Yperman, 2me Ed. p. 202). Het werk, 
dat Yperman met „onsen bouc" aanduidde en waarmede 
hij natuurlijk het oog had op een hem toebehoorend 
exemplaar, is, te oordeelen naar het verband, waarin de 
naam gebezigd wordt, nl. de bereiding van jeneverbessen- 
olie, het Antidotarium sive Grabadin medicamentorum 
compositorum. Dit werk behandelt de toebereiding der 
geneesmiddelen en genoot in de middeleeuwen het gezag 
van een officiëele pharmakopee. 

Van dezen apokriefen schrijver valt niet veel te zeggen. 
Yperman noemt hem viermaal, nl. op blzn. 169 kol. b, 172 a, 
192 b en 193 a. Het eenige wat ik van hem weet te vertellen, 
is dat zijn naam genoemd wordt in Thomas van Cantimpré's 
„de naturis rerum", in verband met een anoniem natuur- 



227 



Galenos 



Gillebert 



kundig werk 1 ). Jacob van Maerlant, die, zooals men weet, 
voor de samenstelling van zijn Naturen Bloeme hoofd- 
zakelijk uit „de naturis rerum" geput heeft, laat zich in 
dezer voege uit: 

Een boec oec, waer mene weet 
Wiene makede ghereet, 
Es ghetelt onder hem somen: 
Experimentator horewine nomen. 
Sine worde settewi hier mede, 
Alst noet es, te raenigher stede 2 ). 

Dit is ook inderdaad het geval; niet minder dan 20 maal 
haalt Maerlant hem aan en opmerkelijk is het, dat hij dit 
alleen doet in de 7 eerste boeken, welke aan dierkundige 
onderwerpen gewijd zijn. 

wordt, zooals vanzelf spreekt, door Yperman dikwijls aan- 
gehaald. Men vindt zijn naam op blzn. 11, kol. a, 13 a, 
17 b, 18 a, 30 b, 33 b, 34 a, 35 b, 36 b, 61 b, 101 a,119a, 
132 b, 144 a, 144 b, 145 b, 146 a, 150 b, 154 b, 168 a, 
169 a, 193 a, 197 b en 209 b. 

Waar Yperman spreekt van het „comment van den apho- 
rismen" bedoelt hij Galenos' Kommentaren op eenige 
van Hippokrates' geschriften. 

Voor plantegine leze men : pantechne. Zie Woor- 
denlijst. 

wordt door Yperman vrij dikwijls genoemd, nl. op blzn. 
44 kol. b, 45' b, 62 b, 65 b, 169 a, 172 b, 173 a, 185 a, 
185 b en 189 a. 

Bedoeld wordt Gilbertus Anglicus, een schrijver uit 
de 13de eeuw, die een „Compendium medicinae" in het licht 
gegeven heeft, dat onder den naam van Rosa anglicana of 
Laurea — niet te verwarren met Johannes Gaddesden's 
Rosa anglica — bekend stond. Tot kenschetsing van dit 
werk moge Kurt Sprengel's oordeel (UI. II. blz.565) volgen. 
„In seinem Compendium der Medicin findet man sehrzahl- 
reiche Beyspiele von der scholastischen Bearbeitung der 
medicinischen Theorie und Praxis. Bestandige Antithesen, 
subtile Auflösungen subtiler Fragen, spitzfindige Dis- 
tinctionen, die gar kein ende nehmen, machen dem 
denkenden Arzt das Lesen dieses seltenen Buchs bald 
überdrüssig. Alles dreht sich bey Gilberts Theorie bestandig 
um die vier Kardinalsafte, um die Elementar-Qualitaten 
und um den Geschmack jener Safte her. Keine Krankheit 
beschreiht er, wo er sie nicht in unzShlige Gattungen 
nach diesen materiellen Ursachen eintheilt, und für jede 
derselben auch eigenthümlichen Zeichen zu finden weiss. 
Sogar die Lause bleiben von dieser Eintheilung nicht 
ausgenommen: einige entstehen aus Blut, andere aus 
Schleim, andere aus gelber, und noch andere aus schwarzer 
Galle." 



*) Inveni etiam librum quendam suppresso auctoris nomine, quem modernis temporibus 
compilatum audivi, cuius sententias ubicumque reppereris, ex hoc cognosces quod hoc 
nomen Experimentator subsequentibus invenies praelibatum. Jacob van Maerlanfs 
Naturen Bloome, uitge^eveu door Dr. Eelco Verwijs. 1878. Inleiding, blz. XX. 

3 ) Naturen Bloeme. Ed. Verwys. Prologhe, blz. 2. 



228 

Het is ook wegens die verschillende soorten van luizen, 
dat Yperman zich op blz. 65, kol. b op Gillebert 
beroept. 
Gillis, nl. Pierre Gillis, afkomstig van Corbeil bij Parijs, meer 

bekend als Aegidius Corboliensis. Hij leefde in de 12de 
eeuw, studeerde in Salerno en werd later lijfarts van 
koning Philippe Auguste van Franrijk. Yperman noemt 
Gillis op blz. 189, kol. a en spreekt daar van diens 
boek d i n a s, dat ik voor een verbastering van den titel 
van G i 1 i s' werk: „Liber de u r i n i s, carmina de 
urinarum judiciis" houd. Een middelnederlandsche bewer- 
king van dit, uit 352 hexameters bestaand, geschrift 
komt voor in Hs. Nos. 15624-41. Kon. Bibl. Brussel. 

Deze vertaling vangt aldus aan. „Dese leringe van orinen 
bescrijft ons meester gielijs van salerne. ende nam sine 
materie uut ysaacs boeke. ende hi deilt desen boec in 
.2. deel. In den iersten dele leert hi vonnesse geven 
vander varwen vander orinen. In den andren dele leert 
hi vanden contenten. dat es van alle dien dingen diemen 
in der orinen ziet, dat nochtan orine niet en es." 

Men leest hierin o. a. 
„Meester gielijs van saleerne seit dat .20. varwen siin van 
orinen. ende van eiker varwen geeft hi een gelike. Daer 
es witte orine alse water dat wel claer es ende dese heet 
albus color. Daer es glittende orine alse .1. wit horen 
van enen osse ende heet glaucu3 color. Die .3. varwe 
heet men melcachtege varwe als wey. ende heet in 
latine lacteus color. Die vierde varwe heet karopos. ende 
es gedaen alse die vlechten van enen kemel. Die .5. 
varwe heet men subpallidus color. ende es gedaen als 
vleesch sop dat half gesoden es. Die .6. varwe heetmen 
pallidus color. ende es gedaen als vleesch sop dat vol- 
soden es. Die .7. varwe heetmen subcitrinus color. ende 
es gedaen als .1. gelu appel. Die .8. heetmen citrinu9 
color. ende es gedaen als .1. meer gelu appel. Die .9. 
varwe heetmen subruffus color. ende es gedaen alse gout 
dat min dan vosroot es. Die .10. varwe heetmen ruffus 
color ende es gedaen als puur gout. Die .11. varwe heet 
men subrubeus ende es gedaen als soffraen van westen. 
Die .12. varwe heetmen rubeus. ende es gedaen alse 
soffraen van oosten ende es meer root. Die .13. heetmen 
subrubicundus color. ende es gedaen alse ene min bernde 
vlamme. Die .14. heet men rubicundus. ende es gedaen 
alse ene in vierege bernde vlamme. Die .15. heet men 
ynops ende es gedaen alse purper, of alse swert wijn of 
alse ene levere varwe gedaen. Die .16. heetmen kyanos. 
ende es gedaen als verrot bloet. Die .17. heetmen viridus 
color. ende es gedaen alse groene coolbladere. of alse 
tsap daeraf. Die .18. varwe heetmen lividus color. ende 
es gedaen als lood. Die .19. varwe heetmen niger color. 
ende es min swert ende es gedaen alse inct. Die .20. 
varwe heetmen meer swart ende es gedaen alse een wel 
swert horen." 

De oorsprokelijke tekst van dit werk en een fransche ver- 
taling van de hand van G. Vieillard komen voor in: 



229 

L'Urologie et les médecinsurologues dans la médecine 
ancienne. Paris 1903. 

Hugo de luckes 1. Hugo van Lucca; ook wel H. Borgognoni genoemd. 

Van dezen vertegenwoordiger van de Bologneesche 
school is men, hoewel hij, voor zoover men weet, 
geen geschriften nagelaten heeft, vrij goed op de 
hoogte. Hij werd geboren te Lucca, omstreeks het 
midden van de 12de eeuw, was gemeente-arts te 
Bologna, volgde een kruistocht, maakte daarbij het 
beleg van Damiette mede en stierf op bijna honderd- 
jarigen leeftijd. Door zijn zoon den beroemden 
Theoderik weet men dat hij een bekwaam chirurg 
was. Hij was een voorstander van eenvoudige wond- 
behandeling en van wasschingen der wonden met 
wijn, waarover ook Yperman het dikwijls heeft. 
Bovendien heeft hij nog andere vooorschriften gegeven, 
o. a. wat het onderzoek van wonden betreft, waar- 
mede de moderne chirurg zeker zal instemmen. Zoo 
verzette hij zich tegen het destijds veel in praktijk 
gebrachte pijlen der wonden, waarmee in dien niet- 
aseptischen tijd natuurlijk veel onheil gesticht 
moet zijn. 
Yperman noem Hugo 11 maal, nl. op blzn. 17, kol. b, 
43 a, 43 b, 44 b, 49 b, 59 b, 138 b, 139 a, 170 a, 
200 a en 204 b. 

Isaac, nl. Isaac Judaeus, een joodsch arts uit de Xde eeuw, 

afkomstig uit Egypte, schrijver van een werk over 
dietetika en van een „Gids voor artsen", waarin 
aan de medische ethica een ruime plaats is afgestaan. 

Lanfranc van Melaneu, Lanfranchi of Alenfranc, een leerling van Willem van 

Salicete en stichter van de fransche chirurgische 
school. Levensbizonderheden omtrent dezen arts 
vindt men aan het eind van zijn Chirurgia magna. 
L. is te Milaan geboren en heett daar ook gestu- 
deerd en de praktijk uitgeoefend, tot een geschil 
met Matteo Visconti hem noopte Milaan te verlaten. 
Hij begaf zich toen eerst naar Lyon, daarna, in 
1295, naar Parijs, waar hij zich ook met het onder- 
wijs bezighield en als leermeester een naam ver- 
wierf, welke ver over de grenzen bekend werd. Yper- 
man zou, volgens Carolus, tot zijn leerlingen behoord 
hebben en heeft in alle geval voor zijn werk 
veel aan hem ontleend. Hij noemt hem dan ook 
verscheidene malen, nl. op blzn. 18 kol. a, 20 b, 
22 a, 24 b, 35 b, 36 b, 37 a, 39 a, 47 b, 49 b, 61 b, 
75 b, 93 b, 130 a, 146 b, 202 b en 204 b. 
Het onderwijs van Lanfranc was in hooge mate prak- 
tisch; hij verlangde van den chirurg een grondige 
kennis van de geneeskunde in haren ganschen 
omvang en hetzelfde van den internist. Guy de 
Chauliac dacht evenwel minder gunstig over hem 
en heeft hem gebrek aan oorspronkelijkheid verweten. 
Maar in alle geval was hij man van groote ervaring, 
die misschien juist daarom, en voor dien tijd niet ten 
onrechte, ongaarne terstond zijn toevlucht tot het 



230 



Louis de Macke. 

Macer Floridus. 
Nicolaus, 



Petrus lucrator. 
Platearius. 



mes nam. Lanfranc schreef een Chirurgia magna en 
een Chirurgia parva. In het te Cambridge in S. 
John's College Library aanwezige Ms. A 19, waarin 
ook een der Hss. van Yperman opgenomen is, 
komt voor een middelnederlandsche Chirurgie, welke 
aldus aanvangt: 

„Hier beghint den jon Lanfranc Ende hi beghint erst 
an dat hooft. 

Ie jonghe lanfranc wille u leren hoe men wonden 
behandelen sal." 

Carolus, misleid door dien aanhef, heeft zich afge- 
vraagd of men in dit geschrift wellicht een vertaling van 
een werk van een zoon van Lanfranc heeft te zien. 
Het slot: Explicit lanfranc juvenis, is wel geschikt 
die meening te versterken, te meer omdat Lanfranc 
een zoon Bonetus had, die in Montpellier de chirur- 
gische praktijk uitgeoefend heeft. Het is mij evenwel 
gebleken dat het werkje niet anders is dan een 
gebrekkige vertaling van de Chirurgia parva. Onder 
het vertalen en afschrijven, dat stellig niet aan 
bevoegde handen toevertrouwd geweest is, is het 
„parva" van den titel eerst in „klein" en daarna in 
„jong" gemetamorfoseerd! 

Omtrent dezen, op blz. 206, kol. a genoemden persoon 
heb ik in de literatuur niets kunnen vinden. 

Zie Woordenlijst. 

door velen verkeerdelijk Nicolaus Praepositus : ) uenoemd, 
salernitaansch geneeskundige uit het begin der 12de 
eeuw, schreef het wijd en zijd beroemde Antido- 
turium, een receptenboek, waarin tal van meestal zeer 
samengestelde artsenijen en hun gebruik opgenomen 
zijn. Een oud-fransche vertaling is door P. Dorveaux 
uitgegeven. Zie Literatuurlijst onder Nicolaus. 
Kenschetsend voor de beteekenis van het Antidota- 
rium in de Middeleeuwen is een artikel uit een Keur der 
Stad Yperen, tegen het eind der XlIIe eeuw: 
Art. 5. Chascun espiciers apothicaires convient avoir 
sen (son) livre con apiele anthidotaire nichoulaus 
tout un et vrai. (Bulletin d. 1. Soc. d. Méd. d. Gand. 
21e Ann., 1855, Vol. XXII, blz. 52). 

Voor de toelichting van een aantal door Yperman 
genoemde geneesmiddelen heb ik gebruik gemaakt 
van een middelnederlandsche vertaling, voorkomende 
in Hs. 15624—41. Kon. Bibl. Brussel. 

Yperman noemt Nicolaus op blz. 25, kol. b. Waar 
hij spreekt van onzen antidotarius, bedoelt bij 
niet een door hem zelven geschreven werk, zooals 
Broeckx veronderstelde, doch een in zijn boekerij 
voorhanden exemplaar van het werk van Nicolaus. 

Omtrent dezen arts is mij niets bekend. 

Matthaeus Platearius jun., zoon van Johannes Platearius 
II, is een auteur uit de 12de eeuw, die Glossen op 



') Zie E Wickersheimer, Nicolaus Prepositi, ein franzüsischer Arzt ums Jahr 1500. Aich. 
f. d. Gesch. d. Medizin. Bd. V, 1911, blz. 302. 



231 



Plinius, 



Quatuor magistri de 
Salerno. 



het hierboven genoemde Antidotarium geschreven 
heeft, en vermoedelijk ook nog een ander werk, 
waarin een groot aantal geneeskrachtige kruiden 
opgesomd en beschreven worden. Dit vangt aan 
met de woorden: „Circa instans negotium 
de simplicibus medicinis nostrum versatur propo- 
situm." Een in Hs. 15624—41 Kon. Bibl. Brussel 
voorkomende bewerking spreekt van: Circuminstanse 
den wisen meester! Is in de Literatuurlijst 
vermeld onder Herbarius. 

Yperman haalt Platearius eenmaal aan, nl. opblz. 
104, kol. b. 
nl. C. Plinius Secundus, 23—79 na Chr. Schrijver van 
de alom bekende Encyclopedie „Naturalis historia." 
Yperman noemt hem op blz. 169 kol. b. 



Vier onderstelde meesters, aan wie worden toe- 
geschreven „Glossulae quatuor magistrorum super 
chirurgiam Rogerii et Rolandi", een van de beste 
werken uit den salernitaanschen tijd. Daremberg 
zocht achter de vier meesters slechts een enkelen 
auteur. Yperman noemt hen niet minder dan 13 
maal en wel op blzn. 24 kol. a, 40 b, 41 b, 42 a, 
42 b, 54 b, 60 a, 68 b, 93 a, 98 a, 143 b, 188 b 
en 193 a. 

Rasis of Rhazes, voluit Abu Bekr Mohammed ben Zakariya 

al-Razi, geb. omstreeks 850 te Raj in Chorasan; legde 
zich betrekkelijk laat op de geneeskunde toe, maar 
werd niettemin de eerste klinikus van zijn tijd. 
Hij stierf omstreeks het jaar 930. Een zijner hoofd- 
werken is „al-Hawi' , in de wandeling „Continens" 
genoemd, waarvan een kompleet arabisch handschrift, 
uit 70 boeken bestaande, in het Escuriaal berust. 
Een ander bekend werk is het „liber medicinalis 
Almansoris", dus genaamd wijl het den vorst van 
Chorasan, el Mansur Ibn Johak opgedragen is. 
Yperman spreekt op blz. 144 b van Amazore en 
doelt daarmee vermoedelijk op dit werk. 

Een geschrift van hem over blaas- en niersteen is 
door Dr. P. de Koning in het Fransch vertaald onder den 
titel: Traite sur Ie Calcul dans les reins dans la vessie. 
Leiden, 1896. 

Yperman noemt merkwaardigerwijs Rhases slechts 
een paar maal, nl. op blz. 12 b en 61 b, en hier en 
daar nog een naar Rhazes genoemde zalf. Dit is 
gedeeltelijk daardoor te verklaren dat Rhazes meer 
internist dan heelkundige was. Overigens blijkt 
uit Ypermans geschrift, dat hij zich de ethische 
wenken van Rhases goed ingeprent heeft. 

Robbaert is een mij niet bekende meester. 

Rogerus of Rogerinus, bijgenaamd Parmensis, doch ook wel Salernitanus ge- 
noemd, leefde in het eind van de 12de eeuw. Opmerking 
verdient dat in zijn werk „Practica Chirurgiae", dat naar 
het incipit door gaansmet „Post mundi fabricam" aange- 
duid wordt, de arabische invloed nog niet merkbaar is 

15* 



232 



Yperman noemt Rogerinus op blzn. 8 b, 40 b, 41 b, 
197 b en 210 a. 
Roelant of Rolaudilius, Rolando Gapelluti of Pannensis, een arts uit de 13de 

eeuw, leerling van Rogerinus. Zijn „Libellus de 
Cyrurgia" is een bewerking van de Chirurgie van 
zijn meester, doch verraadt tevens den invloed 
der Arabieren. Roelant wordt door Yperman ver- 
scheidene malen genoemd, nl. op blz. 8 kol. b, 15 b, 
21 b, 22 a, 25 b, 40 b, 41 b, 32 b, 196 a en 210 b. 
Serapyoene. Er zijn drie auteurs van dezen naam, nl.: 

Serapion van Alexandrië, uit de derde eeuw v. Chr., 
een der stichters van de Empirische School ; 

Serapion de Oude, eigenlijk Jahja ben Serabi of Ibn 
Serafioen, en 

Serapion de jonge. 

De laatste is een apokrief persoon, op wiens naam een 
„Liber medicamentis simplicibus" staat, waarvan tot 
dusver geen arabisch origineel gevonden is. Uit het 
verband, waarin Yperman, op blz. 36 kol. b, van 
Serapioen naar aanleiding van de behandeling van 
niet gekompliceerde schedelbreuken spreekt, zou men 
mogen afleiden dat hij dezen Serapion niet bedoeld 
heeft. 

Evenmin is het waarschijnlijk, dat Yperman het oog 
op den eerst genoemden gehad heeft. 
Blijft dus over Serapion de Oude, een syrisch arts uit 
de 9de of 10de eeuw, die meermalen genoemd 
wordt door Rhazes. Van zijn beide werken, die in het 
arabisch vertaald zijn, komt hier in aanmerking de 
„Pandectae" of „Practica", waarin de ziekten van 
het hoofd behandeld worden. 
Teoderijc of Thoderijc. Theodoricus Cerviensis of Borgognoni, de reeds 

genoemde zoon van Hugo van Lucca, leefde van 
1206—1298, was bisschop van Cervia en tevens chirurg 
van groote bekwaamheid. Guy de Chauliac beoordeelt 
hem echter niet gunstig. „Post ipsum [Brunum]," zegt 
Guy, „immediate venit Theodoricus, qui rapiendo 
omnia quae dixit Brunus, cum quibusdam fabulis 
Hugonis de Luca, magistri sui, librum edidit." 

Doch reeds Yperman had zich in denzelfden geest 
uitgelaten. Op blz. 18 kol. a leest men: „Nu hebdi 
vele leringen ; die bruun leert, die hi screef uten 
ouden boeken. Ende theodrijc screef uut brunen 
sinen boeken." 

Guy's oordeel is volgens Gurlt volkomen gerecht- 
vaardigd, „denn es findet sich in demselben, wie 
aus den nachfolgenden Auszügen unzweideutig 
hervorgeht, die Chirurgie des Bruno von Longoburgo 
in unerhörtester Weise und vielfach wörtlich 
ausgeschrieben, ohne dass dessen Name auch nur 
ein einziges Mal genannt wird. Er hat sich sogar 
Manches, dass Bruno als selbst gesehen schildert, 
oder wo Derselbe genüber anderen Autoren eine 
abweichende Meinung aiissert, selbst angedichtet. 
(I, blz. 742). 



233 



Willem van Congeine, 



Willem van Medicke. 
Ypocras 

Willem van Saliete, 



Willem van Zierikzee. 



Aangezien het onwaarschijnlijk is dat Guy Ypermans 
middelnederlandsche Chirurgie zou hebben kunnen 
lezen — een latijnsche heeft m. i. nooit bestaan — 
zoo mag men dus wel aannemen, dat beider oordeel- 
velling een uiting is van een destijds algemeen 
heerschende meening. Pagel heeft voor Theoderik partij 
getrokken, doch niet op zeer overtuigende gronden. De 
overeenkomst tusschen Bruno en Theoderik, die 
volgens hem alleen de inleiding hunner werken 
betreffen zou, zou haar oorsprong vinden in het 
putten uit een en dezelfde bron. 

Men vindt in de Hss. van YpermanTheoderik's naam 
vermeld op blzn. 9, kol. a, 18 a, 23 a, 43 a en 179 b. 

1. W. van Congeinna. Hij wordt door Yperman „een 
wide vermaert meester" genoemd — blzn. 25 kol. a, 
29 a, 93 a, 177 a — en toch weet men niets omtrent 
zijn leven, zelfs niet van waar hij afkomstig was. 
Pagel heeft onder den naam van : Die Chirurgie 
des Wilhelm von Congeinna (Congenis). Fragment 
eines Collegienheftes, Berlin, 1891, een in de Erfurter 
Bibliotheca Amploniana aanwezigen codex uit- 
gegeven, welke als „Wilhelmi de Congenis modus 
et consuetudo operandi a quodam discipulo ejus 
descripti" te boek staat. Dit geschrift is niet veel 
meer dan een compilatie uit Rogerus' Chirurgie. 

Van dezen arts is mij niet anders bekend, dan wat 
Yperman, op blz. 169, kol. h, van hem zegt. 

is de bekende verbastering van Hippokrates. Yperman 
vermeld zijn naam op blz. 36, kol. b, 61 b, 106 a, 
132 b, 168 a, 188 a en 192 a. 

1. Guilielmo de Saliceto, afkomstig uit Piacenza, 
leefde in het begin van de dertiende eeuw. Hij is een 
van de weinige artsen uit die periode, die door Guy 
de Chauliac met onderscheiding — valens homo 
noemt hij hem — genoemd worden. Deze ken- 
schetsing is ten volle verdiend, want Willem is 
inderdaad de kundigste chirurg, en internist tevens, 
van zijn tijd. Niet te verwonderen is het dus, dat 
niet alleen zijn Chirurgia, doch ook zijn Compendium 
der geneeskunde: „summa conservationis et cura- 
tionis", zich gunstig van de werken zijner tijd- 
genooten onderscheiden. 

Yperman noemt hem echter slechts eenmaal, nl. op 
blz. 25, kol. a. Zie ook Literatuurlijst onder 
P i f t e a u. 

Van dezen meester is mij niets bekend. Yperman 
noemt hem op blz. 46, kol. a en oordeelt niet 
gunstig over hem. 



Ten slotte zij nog vermeld, dat Yperman op blz. 44, kol. b spreekt van 
„die [meesters] van Overbergh, van den rine ende van oost- 
w a e r t" en op 200. kol. b van een „p h i s i c u s." 



WOORDENLIJST. 



A. 



Abrotanum, 



Acacia, 
Acetose, 



Artemisia abrotanum, L., Citroenkruid. „Abrotanum. dats 
averone of iagerande" (Herbarius). 

Abstringerende, vermoedelijk een verbastering van: adstringeerende, „samentrek, 
kende"; misschien ook van: abslergeerende, „reinigende." 
Gummi acaciae, arabische gom. Afkomstig van Acacia arabica 

Willd., Mimosa nilotica, L. 
Rumex Acetosa L., Veldzuring. „Acetosa. dats surkele" (Her- 
barius). Ook de witte klaverzuring, Oxalis Acetosella werd 
„surckel" genoemd (Kiliaen). 

Acetum, azijn. De uit zuren wijn bereide heet Acetum vini. 

Achterdeel, nadeel, schade. 

Achterwaren, verzorgen, van een wond of van een zieke. 

Adec, Sambucus Ebulus, L., Kruidvlier. „Ebulus 

(Herbarius). 

Aendensmout, eendenvet. 



dats adec'' 



Aex, 

Affodille, 

Agrimonie, 

Agrippa, 



bijl. 



Alabauster, 



Albu muri, 
Alium, 



Aspiiodelus tenuifolius, Cav., Heggelelie. 

Agrimonia Eupatoria, L. 

Unguentum Agrippae regis, „swarte salve", genoemd naar 
Agrippa, koning van Judaea, die deze zalf zou hebben uit- 
gevonden. 

1. alabastrum, alabastritis. Albast is fijnkorrelig, kristallijn 
calciumsulfaat of gips. 

„Omtrent dese zee (de Doode) wast vele aluuns ende alabas- 
tere" (Mandeville, blz. 84, 39). 
zie Muri. 

1. Allium. Allium sativum, L., Knoflook, „Allium dats 

looc Ende es van .2. manieren, deen es wilt ende tander 

tam. ende wast in den hof daer ment poot. ende es dit dat 
wi gemeinlike orboren. Ende dander wast opt velt. Ende 
heet scerdion. dit en es niet also fel als tander. daeromme 
orbort ment meest in phisiken. Ende dit gadert men int 
ende van den lintere. ende droget. Also mach ment .2. 
jaer orboren. Mer hets beter dat ment alle jare vernuwe" 
(Herbarius). 

Of met scerdion: scordium, Teucrium scorclium, waterlook, 
bedoeld is? 
Aloë epatica, I. Hepatica, leverkleurige aloë. 

A. is het ingedikte sap van verschillende Aloë-soorten. o.a. 
A.\ ferox, Mills; A. vulgaris, Lam.; A. africana, MUI. en 
A. succotrina, Lam. Bij langzame indroging ontstaat een 
glanzig produkt, de aloë lucida. 

„Aloë est succus herbae et ex eo melius est medium inter 
rubeum et citrinum, sed antiquum nigrum est malum. 



235 



Aloës hout, 



Alopecia, 



Alsene, Alsine, 

Aluun, 
Amandelen, bittre-, 

Ambergris, 



Habet 3 species: cicotrinum, epaticum et cabalinum 
(St. Amando). 

Lignum aloës, hout \an] Aquilaria Agallocha, Boxburgh. 
Het hout werd, wegens zijn welriekend harsachtig 
bestanddeel, als reukwerk gebezigd. 

een haarziekte, vroeger ook wel Vulpes genoemd, zich 
kenmerkend door: „een uytvallen des hayrs van den 
hoofde, ende somtijdts der wijnbrauwen, des baerts 
ende van andere partyen, het welcke men ghemeynelick 
de Palade noemt. Dit ghebreck wordt also van de 
Medicijns ghenoemt, ghelij«k als de siecte van oude 
vossen, om dat de selve alsulcken uytvallen des 
hayrs onderworpen zijn, midts eenige schurften die 
sy in haren ouderdom ghekrijghen" (Pare). 

Artemisia Absinthium, L., Alsem, Absinth. 

„Absincium. dats alsene .... ende men salse gadren 
in den uitgange van den linte ende drogen, ende dan 
geduert si .1. jaer goet" (Herbarius). 

Alumen, Kalium-aluminium-sulfaat. Alumen faecis, 
vini : Aluminium-tartraat. 

Amygdala amara, de vrucht van een variëteit, van 
Prunus Amygdalus, Stokes s. Amygdalus com- 
munis, L. 

1. Ambra chrysea, goudkleurige amber. Een uit 
het darmkanaal van cetaceën, in 't bizonder van 
Macrocephalus physeter, de Cachelot of Potvisch 
afkomstig concrement, dat in klompen van zelfs tien 
kilogram zwaarte, drijvende in de Japansche zee, de 
Indische en den Atlantischen Oceaan wordt aangetroffen 
De amberklompen bestaan uit concentrische lagen 
van vettige, wasachtige, opake, grijze of gele stof, welke 
veel overeenkomst heeft met cholesterine en een 
aangenamen, muskusachtigen geur bezit. 

Ambre presente aux grans seigneurs 
Pour composer bonnes odeurs, 
Car il est moult aromatique, 
Gracieulx, noble et magnifique, 
D'odeur souefve et excellente, 
Amoureuse, doulce et plaisante. 

(Lespleigney). 
Als de beste Ambra gold de goudkleurige, de Ambra 
chrysea. 

In de oudheid was de herkomst van Amber onbekend. 
Sommigen hielden hem voor sperma van denwalvisch, 
en spraken daarom van sperma ceti. Tegenwoordig 
verstaat men daaronder een ander produkt van den 
cachelot. 

Het therapeutisch gebruik berustte op dezelfde begin- 
selen als dat van muskus en castoreum, aan welke 
riekende stoffen een krampstillende en zenuwkal- 
meerende werking werd toegeschreven. Tinctuur van 
Ambergris kwam nog niet lang geleden in de Phar- 
macopeeën voor. Het middel staat bij het volk nog 
als middel ter bevordering van het tandenkrijgen 
te boek (Zie ook Peters). 



236 



Amete, 
Amiduni, 



Anabula, 
Anacardus, 



Anetum, 

Aneti succus, 
Anguisse, Angwisse, 
Ancluwen, 
Autidotarius, 



Antimonium, 



Antofolij, 



Anijs, 

Apie, Apium, 



mier. 

A ra y I u ra, tarwezetmeel, 
„Amidum es heet ende wac. ende men maket aldus. 
Men leit tarwe in couden borne enen dach ende .1. 
nacht, ende men salt dicwile roeren tote dat root. 
ende dan salment puren van watere ende zere stoten, 
ende tsap zien dore .1. cleet. Dan salment setten in 
die hete sonne so dat dwater verdroge. ende dan 
salmer weder cout water in gieten ende latent sinken. ende 
dan weder af puren. Ende dat beneden in den bodem 
blijft dat salmen setten ter sonnen. ende latent drogen, 
ende witten ende hardden. Dits amidum" (Herbarius). 

Alphita noemt als synoniemen van anabulla major: 
spurga en mezereon en van a. minor: titimallus, verru- 
caria. Zie Spurga, titimallus enverrucaria 

noot van Semecarpus Anacardium, L. Fil., Oost- 
Indische olifantsluis of O.-I. acajounoot. De schaal 
van de niervormige noot bevat in alveolen een 
scherpe, blaartrekkende stof, mei anacardii of (tegen- 
woordig) cardol vesicans. 

De West-Indische Olifantsluizen zijn afkomstig van den 
ook in Oost-Indië gekw nekten Anacardium occidentale , 
L. Het middel maakt het hoofdbestanddeel uit van het 
Theodoriton anacardinum. Zie Theodoricon. 

Peucedanum graveolens, Benth & Hook s. Anethum 
graveolens, L. Dille. 

sap van de hierboven genoemde plant. 

benauwdheid, pijn, doodsangst, doodstrijd. 

enkel van den voet. 

Nu eens: A. in Nicholaus, dan weer: onsen Antido- 
darius genoemd. Y. bedoelt met dit laatste waar- 
schijnlijk een exemplaar van Nicolaus' Antidotarium. 
parvum.dat in zijn bezit was. Zie Lijst van Schrijvers 
onder Nicolaus. 

stibium, antimonium regulus, het element antimonium. 
De uitsluitend uit A. bestaande, laxeerend werkende 
pillen heetten „pilulae perpetuae", omdat zij vele malen 
achtereen voor hetzelfde doel gebezigd konden worden. 
Antimonium crudum is het spiesglans. 
Antimonium diaphoreticum resp. ablutum en non ab- 
lutum is gewasschen en ongewasschen zweetdrijvende 
spiesglans, hoofdzakelijk antimoonzure kali. Antimo- 
nium praeparatum is zwavelantimonium, 

1. Anthophylli. 

„Anthophylli sunt grandes Caryophilli, qui ad matu- 

riatem pervenerunt, nucleo intus duro bilidoque, 

sapore non tam acri ut Caryophylli, praeterquam in 

superficie" (Valerius Cordus). 

Antofili = majores gariofili (Alphita). Zie Gario- 

filate. 

vrucht van Pimpinella. Anisum, L. 

Apium graveolens, L. Selderie. 
„Apium. of marke. of apie. of eppe. dats al eens... 
Ende si es van .3. manieren Apium reninum. Apium 
ermoroydarum Een ander geslachte van apiën es 



237 



Apostema, 

Apostenieeren, 
Aranea, 



Argentum vivum, 



Arinc, 

Aristologia Ion ga. 
Aristologia rotunda, 



Armoniac, 
Armoniac, Sal-, 
Arnaglossa, 
Arsenicum, rood-, 



dattie meesters heeten cerfolium. entie lieden sceldent 

kervel Ende noch es .1. geslachte van apiën. dat men 

heet petrocilium. ende som die lieden heetent persiin" 
(Herbarius). Alphita onderscheidt 5 soorten: domes- 
ticum, ranarum, risus, hemorrhoydarum, trifolium. 

ontstekingsgezwel, ettergezwel, absces, phlegmone, puist 
Een overzichtelijke tabel geeft Pare, blz. 199. 

in ontsteking geraken, veretteren. 

1. Arachnoïdea, een inwendig oogvlies, door den 
een voor synoniem met de Retina gehouden, door den 
ander daarvan onderscheiden en als een deel van 
de Choroïdea beschouwd. Zie Hyrtl. 

kwikzilver. Het met speeksel behandelde Argentum 
vivum — extinctum cum saliva hominis ieiuni — 
heette mortificatum cum sputo en was waarschijnlijk 
sublimaat. Onder „dood" kwikzilver verstonden de oude 
indische en perzische artsen alle kwikzilververbindingen, 
die geen gelijkenis met het „levende" kwik meer ver- 
toonen. 

haring. 

Aristolochia parviflora, Sibth. 

A. pallida, Willd. 

„Aristologia dats sarasine cruut. endees van .2. manieren, 
deen scelt men aristologia longa. ende dandere scelt men 
aristologia rotunda. Ende es geheten holewortele in 
dietsche. ende wast meest oostwert .... Die ronde gaet in 
medicine meest ende sonderling die wortelen" (Herbarius). 

1. Ammoniacum. De gom van Dorema Ammoni- 
acum, Don. en Ferula tingitana, L. 
salmiak, chloorammonium. Zie over Armoniac: v. 
Lippmann, Chem. Zeitung, 1909, Bd. 33,blz. 117 

Plantago major, L. s. Plantago asiatica, L. 

„Arnaglossa of plantago. dats wegebrede" (Herbarius). 

Arseendisulfide, realgar, het sandarak der oude 
Grieksche artsen. 

In de Middeleeuwen kende men, behalve het element 
arsenicum, de beide verbindingen met zwavel: het 
gele arseentrisulfide of auripigment, As 2 3 en het 
roode arseendisulfide of realgar, As 2 2 . Zie over 
deze verbindingen v. Grot. Niet altijd werd tusschen 
den naam van arsenicum en dien van zijn verbindingen 
veel onderscheid gemaakt ; John Arderne schrijft ( blz. 
82) : Arsenic & auripigment bene bo^e one, bot arsenic is 
nojt so fair as auripigment ; ne^erlesse bq/>e haue a jalow 
colour, but auripigment is gretter and more schynyng, 
and more disesy for to grynde for his jöredinej; for 
in substance he is hke vnto plaistre ot paris. Bot 
arsenic is as it war puluer in reward of auripigment 
and it is more li.ytly broken; And when it is broken 
it ha£e as it war vermilion within it, of rede colour 
and ajour colour; which vnkunnyng men sai^> to be 
realgre, & J>at is false. ffor whi ; realgre is ane artificial 
confection made of alkenemistre/ï bi sublimacion, as 
arsenic sublimed, And for certayn j5ai ar nojt different 
in operacion any ^ing, out-take ^at realgre is of rede 



238 



colour, and arsenic sublimed is of white colour; bol 
ne^erlej arsenic entre/i in confeccion of realgre, And 
iorfii realgre is called of' som men rede auripigment: 
of f>e namej is no strynying so /at we vnderstond 'Je 

Arterie, slagader, welke echter in den tijd vóór Harvey 

verondersteld werd een geheel andere functie te hebben. 
De venae of aderen, meende men, dienden tot voeding 
met bloed van de onderscheidene deelen en organen, 
de arteriën voor het transport van het spiritueuze of 
pneuma-rijke bloed. Pare schrijft: De aderen dat zijn 
de vaten ofte pijpkens des bloets, die van een sper- 

matijcke bloet ghegenereert worden De Arteriën 

die zijn van gelijcken ooc vaetjens des bloets, dan 
al-sulcken bloet der Arteriën is veel dunder, veel 
levendiger, ende oock volder van levendige geesten, 

ende daer toe oock wat geelder van coleure ; de 

Tunijcke der Arteriën is veel dicker als de Tunijcke der 
aderen, uyt oorsake om dat in de selve gehouden 
wort een zeer heet, sutbijl ende geestrijck bloet, 
d'welck hem stadich beweecht ende roert, dat doch 
anders fichtelick uyt-bersten soude, ten ware dattet 
in stercke eade dicke Tunijcken besloten lage. So 
veel de rechte aderen belanght, daer is in besloten 
een swaer, traech ende swaer-roerich bloet, daerom 
so verre als haer Tunijcke dicht ende dicke waren, 
soo en soude het voorsz. bloet in de om-leggende 
partijen niet konnen verdeelt worden, waer door dat 
dan deses bloets nutbaerheyt geheel onvruchtbaar 
wesen soude." 

Artetike, art rit ik e, voeteuvel, jicht, podagra. 

Asa fetida, melksap van Ferula Assa foetida, L. Duivelsdrek. 

Aterment root gelu, 1. Atramentum, eigenlijk zwarte vloeistof, in 't 
bizonder inkt. Onder Encaustum verstond men een 
purperkleurigen inkt. Het zijn vloeistoffen, waarin 
behalve poeder van galnoten, ijzer- en koperverbin- 
dingen, als ferro- en ferrisulfaat, en kopersulfaat voor- 
kwamen. Het aterment werd, behalve als plaatselijk 
aan te wenden adstringens, gebezigd om de lijnen te 
trekken, waarlangs bij amputaties de huidsneden ge- 
maakt moesten worden (Henri de Mondeville); 
ook om breuken in de hersenpan op te sporen 
(Willem van Salicete). 

Aurea Alexandrina, een recept, uitgevonden door Alexander, en als goud 
zoo edel. „Aurea est dit por aurea de or; alexandrina 
est dit de Alexandre Ie sage philosophe qe Ie trova" 
(Nicolaus). 

Het in de Middelnederl. vertaling van het Antidotarium 
Nicolai voorkomende recept bevat ruim 40 bestand- 
deelen. 

Avellane, noot van den Corylus Avellana, L. Hazelaar. 

Avontuurlijc, hachelijk. 



239 



B. 



Baecvleesch, baken 
Baerde, 

Baertmaker, 
Backe, 



Balaustiën, 
Barba Jovis, 



Barenteren, 
Barginsmeer, 



Basilieon, 
Basnar, 



Bat, bet, 
Bate, baet, 
Baye, 
Bdegar, 



Bdellium, 
Beetcole, 
Begaden, 
Belrike, 



varkensvleesch. 

van een gescutte, weerhaak, of' scherpe rand; verklw. 
baerdekijn. 

barbier. 

bes, in 't bizonder laurierbes, de vrucht van Laurus 
nobilis, L. 

„Laurus. hier op wassen die bayen. beide vrucht ende 
blade gaen in medicinen. Entie blade hebben meerder 
cracht dan die bayen. om hare bitterheit so verduwen 
si wel. Ende die bayen duren goet .1. jaer" (Herbarius). 
Olie van bayen of olie van laurier is laurierolie, 
oleum lauri, door het volk nog Olie van Baay 
genoemd. 

1. balaustrium, Flos Granati, bloesem van Ptinica 
Granatum, L., den Wilden Granaatboom. 

In Sinonoma Bartholomei: sticados citrinum 
(Tschirch). Volgens H. C 1 o q u e t (Dictionn. Béclard) is 
B. j. een Anthyllis. Anthyllis vulnerarias, L., Wond- 
klaver, bij Dodonaeus Anthyllis prior, wordt in Frankrijk 
door het volk tegen wonden gebezigd. 

zie Tebarenteeren. 

spek of smout van 't speenvarken. 
v. Fischer-Benzon, noemt Jovis barbam : Sem- 
pervivum tectorum, L., huislook. 

Ocimum Basilicum, L. Zie v. Fischer-Benzon. 

Basmar? In dat geval Opobalsem, Mekkabalsem, 
hars van Balsamodendron Gileadense, Kunth, 
Commiphora Opobalsamum, Engl. s. Balsamo- 
dendron Opobalsamum, Kunth. Zie N i c o 1 a s. 

beter. 

baat, beterschap van een ziekte. 

hetz. als backe. 

Rosa rubiginosa, L. Egelantier. 

„Bedegar dats eglentier" (Herbarius). 
H. Cloquet (Dict. Béclard) verstaat onder Bedegar of 
Bédéguard, een soort van gal, een nieuwvorming op 
de wilde roos, veroorzaakt door den steek van een 
wesp, Cynips rosae, L. 

bedellium, gomhars van Commiphora africanum, Engl. 

Bèta vulgaris, L. Biet. 

behandelen, verzorgen, dichtmaken, b. v. van een wond- 

Hyoscyamus niger L., Bilzenkruid. „Iusquiamus dats 

beelde of belseme Ende dit zaet es van .3. manieren. 

wit. root. ende swart. Ende dat swartte es gevenijnt. 
ende daeraf salmen [hem] wachten, want hi brinct in die 
doot Ende dandere .2. doet men in medicinen. Ende tsaet 
heeft meer crachts dan tcruut" (Herbarius). Iusquiamus 
is een verbastering van Hyoscyamus. 
Niet te verwarren met Belléric: de vrucht van Termi- 
nalia Bellerica, Roxb. 

16 



240 



Beuedicta. Geum Urbanum, L. Nagelkruid, benediktenkruid, 

ook wel gariofilata geheeten. 

In Antidotarius Nicolai, zoowel in de Fransche 
als in de Holl. vertaling, is een beschrijving van een 
„benedicta" te vinden: „Bénoite est dite, qar ceus qui 
la receivent la beneissent." 
Benemen, een eind aan iets maken, iets beletten of tegengaan, 

b. v. ontsteking. 
Berberis, Berberis vulgaris, L. Zuurbes. 

Berecken, berechten, verzorgen, b. v. een wond. 
Beseffelijcheit, gevoel. 

Besegen, besigen bezigen, gebruiken. 

Bescouden, schroeien, branden. 

Bestaden, opbergen, wegzetten 

Betenye, zie Betonie. 

Betonie, Betonica offlcinalis, L. 

Bevercul. zie Castoreum. 

Bewimpelen, met verbandstof omwinden. 

Beyeren, bessen; ook: pitten, b. v. beyeren van prumen gernaten. 

Bierkijn sonder cruut, een soort van bier. Zie Dodonaeus. 
Bintadere, tongriem. 

Bismalve, Althaea offlcinalis, L. Heemst.; altea bij Ba rt ho- 

lome u s. 
Artemisia, L. Bijvoet, St. Jant kruid, 
schitteren, b. v. van de oogen. 

lastering, berisping, 
blaar, blaartje. 
zichtbaar zijn, van bloote plekken v.- h. lichaam, als 

bijv. 't aangezicht, 
laf. 

zie Drakenbloed, 
stomp, 
slaan. 

slaan, kloppen, 
houden over boerde, houden voor een grap, 

voor onwaar, 
baat, genezing; geneesmiddel, 
beukelaar, schild, 
kropgezwel, struma. 
Bollen van Heruieinen, bolus armenicus, b. rubra, een soort van aluinaarde, 
o. a. uit Armenië afkomstig en roodbruin ge- 
kleurd door de aanwezigheid van ijzeroxyde. Bo- 
lus alba, de witte bolus of Argilla, een aluminium- 
silicaat, is hier te lande officinaal en wordt in den 
laatsten tijd wederom als wondpoeder aanbe- 
volen, 
zie B o c i u m. 
bultje. 

„spume van der zee", spuma marina, meerschuim. 
Borago offlcinalis, L. Bernagie. 

„Borago dats bornagie" (Herbarius). 
last. 

Borderen, boerderen, met iemand schertsen of gekheid maken. 
Borne, bronwater, drinkwater. 

Bouwen, kneden, mengen. 



Bi voet, 
Blaken, 

Blameringe, -eeriuge 
Blein, bleinkijn, 
Bliken, 

Blode, 

Bloet van draken, 

Blonc, 

Blouwen, 

Blutsen, 

Boerde, 

Boete, 
Bokelare, 

Borium, butiuin, 



Bootse, 

Bootskijn, 

Boraes, 

Borago, Bornagie, 

Borde, 



241 



Bouc, gulden- 



Brame, 
Brauwe, 
Brine, 
Brione, 

Briselen, 
Buggle, 



Buitel (bulteel), 

Busse, 

Butse (boot se), 



Liber aureus, de reraediorum et aegretudinum cogni- 
tione, een aan Constantinus Afer s. Africanus 
("j" 1087) toegeschreven werk. Uitgegeven in: Opera, 
Basil. 1536. Zie over de werken van C. Atr. : S t e i n- 
schneider, Constantinus Africanus und seine 
arabische Quellen, Virchow's Archiv, Bd. XXXVII, 
blz. 353. 

vrucht van Bubus spp. div. o. a. Eubus fruticosus, L. 

wenkbrauw, wimper. 

pekel. 

Bryonia dioica, L. Heggerank. 

„Brionia of oude rapé of corpentaes" (Herbarius). 

kruimelen, b. v. van brood. 

Prunella Vulgaris L. s. Brunella Vulgaris L. Brunei 
of Ajuga L. Zenegroen. Dodonaeus noemt Conso- 
lida major: Bugula of buggle. 

coleerdoek. 

laatbus, instrument om ader te laten. 

verdikking, verhevenheid. 



c. 



Cataputhia, 
Celedonie, 



Centum galle, 

Cerapinum, 
Cera, 

Ceriengie, 
Cerusa, 

Cetere, 

Cicer, 

Cifac, 

Cycuta, Coocte, 



Cylotrum, 
Citrus, 



zaad van Croton Tiglium, L. Crotonboon. 

Chelidonium majus, L. Stinkende Gouwe, schelwortel, 
„Celidonia dats scelleworte . . . . Ende men vinter van 
.2. manieren, dene heet indicum ende heeft gelu 
wortele. ende es die beste. Ende dandere vint men 
in vele steden, entie en es niet also goet. Maer deen 
leit men vore dandere. Ende alse mense vint gescreven 
in recepten, so sal men nemen die wortele. Ende men 
houtse goet .1. jaer" (Herbarius). 

C. ind. = Chel. majus. Onder de andere moet worden 
verstaan Banunculus Ficaria, L., de Kleine Cheli- 
donium, ook wel scrophularia genoemd (Lespleigny). 

centum galli, centum grana — herba cancri 
(Alphita). Plumbago Europaea. 

zie S e r a p i n u m. 

was. Men onderscheidde c. alba, c. citrina en c. rubea. 

1. syrinx, syringue, spuit. 

Cerussa, loodwit, loodcarbonaat. Cerussa citrina, citroen- 
kleurig loodwit = loodoxyde. 

schurft. 

cicer nigrum, vrucht van Cicer arietinum, L. Keker. 

ook sipach of zyphac, buik vlies, peritoneum. 

Conium maculatum, L. Gevlekte Scheerling, Dolle 
kervel. „Cycuta dats sceerlinc . . . . Men wercter nu niet 
met. want si es te zere gevenijnt. wilen dede mense 
in medicinen doen die menscheit starker was" 
(Herbarius). 

Solathrum? Zie aldaar. 

pomum citrinum, de vrucht van Gitrus decumana, 
Murr. Zie Dioskurides. 



242 



Cypac, 
Cirone, 



Coocte, 



zie C i f a c. 

ceroenum, waspleister. „Emplastrum seronium heeft 

sinen name na was" (Antidotarius). „Cerone es eene 

compositie, die herder, ende dicker is als een salve, ende 

weeker als een plaester (Pare). 

zie C y c u t a. 



D. 



Dactile, 

Daergie 

Dadensteen, 

Daken, 

Dal, 

Dapper, dapperlike, 

Daucus creticus, 



Deli vereren, 
Defensatijf, 



Dia-anthos, 



Diachylon, Emplastrum 

Diacinumum, 
Diacitoniton, 
Diasitonium. 
Diacastoreum, 



dadel, vrucht van Phoenix dactylifera, L. 
werpspiets. 
dadelpit. 
neerkomen op. 
deuk, kuiltje in het vleesch. 
snel, b. v. dappere adem, pols. 

Daukos of Daukeion. „Daucus. dats die distele . . . . 
Ende es van .2. manieren. Deen heet daucus creticus. 
om dat gerne wast in cretegen lande, ende es die 
beste. Dander heet aysinus. omdat die ezels gerne 
eten. ende des vindt men overal gnouch ane grachten 
opten oever. Ende men mach deen wel nemen vor 
dander" (Herbarius). 

In de Alphita-lijst (Tschirsch) wordt genoemd daucus 
agrestis et creticus (usininus). 

Daucus creticus is Athamanta cretensis, L. Augen- 
wurz. Niet te verwarren met Daucus Carota, L. de peen 
of karote = pastinaca. 
bevrijden. 

afwerend geneesmiddel. Defensieven of repercus- 
sieven: middelen, die het toevloeien van vochten naar 
zieke deelen en de vorming van abscessen beletten. 
Pare (p. 843) spreekt van repelleerende of terug- 
drijvende medicamenten. 

van óia : met, en a n t h o s : de bloemen van den Rosmarijn, 
Rosmarinus offtcinalis, L.; dus een geneesmiddel waar- 
van flores rosmarini dr basis of het hoofdbestand- 
deel vormen. Zie Rosmarijn. 

-.emplastrum lithargyri simplex, loodpleister. Oorspron- 
kelijk een pleister uit plantensap — /uioc — bestaande. 
1. diacuminum. Zie aldaar. 
1. diacitonium. Zie aldaar, 
citonium, kwee, de vrucht van Pyrus Cydonia, L. 
Een middel, waarin het hoofdbestanddeel is Castoreum, 
bevergeil, het secreet uit de door het praeputium gevorm- 
den zak van Castor fiber, L. „Dyacastoreum essinename 
om dat Castoreum in de confexie gaet. Hets goet iegen 
swaerheit van den hoofde. Ende iegen tgroet evel. 
ende jegen swendelinge. ende jegen gedeilden hooft- 
swere. ende jegen scoten die int hoeft scieten. ende 
jegen sweren. ende iegen juchtecheit. Ende confor- 
teert alle die lede. Ende meest ten hoofde. Hets goet 
iegen verstoptheit vander meiten ende van der 



243 



Diacuminum, 
Diaphragma, 
Diamergarietum, 



Diamoron, 

Diaolihanum, 

Diaprunum, 

Diaquilou, 
Diasene, 

Diateron piperion, 



Diaturbit, 



Dille, 



Diptanmus, 
Docke, 



nieren ende wederstaet die ziecheit die van couden 
comt." Volgt een opsomming van ruim 70 bestand- 
deelen (Antidot.). L'Antidotaire Nicolas geeft ruim 50 
bestanddeelen op. 

cuminurn, komijn, vrucht van Guminum Cyminum, L. 
middenrif, mndl. craeye. 
1. dia mar g-, Paarlenmiddel. 

„Diamargariton es also geheten na .2. manieren van 
perlen met gaten ende sonder gaten" (Antidot.). 
Zie over Margaritae Joh. Schroeder (p. 348) 
Valer. Cordus noemt : Diamargariton frigidum 
incerti autoris, cuius est frequens usus, Diamargariton 
frigidum aliud en Diamargariton calidum, secundum 
Avicennam. 

Over Petrothérapie, zie o. a. Cabanès. 
een vruchtengelei — rob — waarin moerbezie, morus, de 
vrucht van Morus nigra, L.het hoofdbestanddeel 
vormt. 

behoorde tot de Compositiones magnae et opiatae en 
had tot basis olibanumhars. 

pruimenlikkepot. „Heeft sinen name na prumen van 
damas die men d(a)er vint" (Antidot.), 
zie D i a c h y 1 o n. 

i. diasena, sennelikkepot, waarin folia sennae, de 
bladeren van verschillende Cassia-soorten, o. a. Cassia 
acutifolia, Delile, en Cassia angustifolia, Vahl. 
1. Diatrion pipereon. , Een mengsel van anijs, 
thijm, gemberwortel en witte, zwarte en lange 
piper. Antidot. geeft: Dyatrion piperion magnum 
Galyeni en Dyateron piperion minor. Cordus 
spreekt van Diatrion Pipereon Galeni en Diatrion 
Pipereon Mesuae. 

Een laxeerend werkende likkepot, bereid uit turbith, 
de bladeren van de in Zuid-Europa voorkomende 
G-lobularia Alypum, L. Men kende nog een andere 
Turbith, n. 1. de wortel van Ipomoea Turpethum, 
B. Brown., welke in O.-Indië en Australië groeit. 
Peucedanum graveolens, Benth & Hook s. Anethum 
graveolens, L. „Anetum dats dille, beide zaet ende 
cruut es heet ende droge in den .2. graet. some seggen 
in den .3. graet Ende dat saet behoort ter medicinen 
entie wortele oec. Ende als men vint bescreven anetum 
so nemt tsaet. Ende men saelt gadren ende drogen 
ende .3. jaer maechi goet duren. Mer hets beter dat 
ment alle jare vernuwet" (Herbarius). 
Origanum Dictamnus, L. „Dyptamnus. dats peper- 
wortele .... Ende heeft lange witte wortelen, ende 
lange groene bladere" (Herbarius). 

benaming voor verschillende hoefbladsoorten, o. a. 
Petasites Toum. Groot Hoefblad; Tussüago Tar- 
fara, L., Klein Hoefblad. Bumex Acetosa, L. Echte 
Veldzuring, Lappa, Toum., Klis en Nymphea alba, 
L., Waterlelie worden ook Docke genoemd. Op blz. 
60 kol. b. wordt gesproken van „doeken die de bladere 
lanc [ende scerp] hebben ende stamp (1. stomp) voren. 



244 



Doec, 

Doem, doom, 

Donderbaert, 

Doreseoren, 

Dorgaet, doregegaet, 

Dragant, 



Draguntea, dracontea, 

Drakenbloet, 

Drawonkelen, 
Drec, menschen- 



Drinten, 

Drope, 

Droppe, 

Dul, 

Dumael, 

Duodenum, 

Dura mater, 

Durkelen, 

Duvenmes, 

Dwaen, 

Dwale, 

Dwingen, 

Diescinkel, 



dat zulke heetenrodedocken.In latinelapacium acutum." 
In Herbarius leest men: „Lapacium acutum ea 
lanc ende strect hem oft maluwe ware. ende es heet 
ende dro[ge] in den .3. graet. Ende der esser drie- 
rande. Deen heet men lapacium acutum ende heeft 
scarpe bladere ende es die beste. Ende dander heet 
lapacium rotundum. ende heeft brede bladere daer 
men botere in draecht. Entie derde heet lapacium 
domesticum dats tamme maluwe, ende wast in der 
lieden hove. ende men doetse int moes." 
Met maluwe kan bedoeld zijn Malva, kaasjeskruid, of 
Atriplex patuia, melde. 

Onder docke moet hier Zuring worden verstaan, 
zie Nagel, 
damp. 

Sempervivum tectorum, L„ Huislook. 
doorscheuren. 

met openingen, opengewerkt. 

ook wel Draganthus mollificativus genoemd; I. Traga- 
cantha, een gom, van Astralagus adscendens, Boiss. 
et Hauskn. en andere Astralagus-soorïen. 
Arum maculatum, L. 

„Dragontea. of colombina. of serpentina" (Herbarius). 
sanguis draconis, een hars, geleverd door Daemono- 
drops Draco, Blume s. Calamus Draco, Willd. 
ontstoken zijn, zweren. 

Tot de van den mensch afkomstige geneesmiddelen be- 
hoorden o. a. Cranium humanum, menschelijke hersen- 
pan; Mumia of mummie ; Pinguedo hominis, menschenvet ; 
Sanguis hominis, menschenbloed; Urina hominis, men- 
schenurine en Muscus cranii humani, menschen- 
schedelmos, Physcia pulverulenta Fries ? of Pamelia 
saxatilis Ach. var. omphalodes. 
opzwellen, b.v. van aambeien, 
schurft. 

coude-, druiper (?) 
dom, b.v. dulle meesters, 
lengte van een duim. 
twaalfvingerige darm. Zie Hyrtl. 

harde hersenvlies, de buitenste der „matres cerebri." 
Zie Hyrtl. 

aarzelen, tegen iets opzien, 
duivendrek. 

wasschen, zuiveren, reinigen, 
handdoek. 

drukken, tegen elkander drukken, b.v. van wondranden, 
met behulp van een verband; ook: bloedstelpen. 
dijbeen. 



E. 



Ebulus, 
Edec, 



zie Adec. 
zie Adec. 



245 



Edrea terrestrea, 



Eggerich, 

Eglentier, 

Egritudo, 

Ekel, 

Eleboris, 

Electuarium, 

Elefancia, 



Ellebox, 
Eisene, 
Ematiste, 
Emigrane, 

Empistonos, 

Emplastrum dyaquilon 
Emprestouos, 

Enciane, 

Engin, 

Enguuii, 

Enioen, 

Enpicus, 

Enula campana, 



Epididymus, 

Eriua, 

Erijn, 

Eris, Flores-, 



Ermeinen, 
Ersaterie, 
Eruca, 



Esculus, 



1. edera terrestris, Hedera helix, L. klimop, aerd- 
veyle (Kiliaen). Maar: „Edera terrestre, dats dresene of 
goudeware". (Herbarius). Glechoma hederacea, L., 
Hondsdraf, Vlaamsch: Dreesem. Ar derrie noemt edere 
terrestris: hayhoue, horshoue, foJefote. 
eggich, stomp, van tanden, 
wilde roos, Rosa rubeginosa, L., Egelantier. 
1. Aegritudo, ongesteldheid, ziekte, 
eikel, vrucht van Quercus, L. 
zie Helleborus. 
likkepot. 

1. Elephantia, Elephantiasis, een ziekte van zekere 
lichaamsdeelen, vooral van het scrotum, doch ook van 
de vulva, de mammae, de armen, veroorzaakt door een 
parasiet, de Filaria, welke de lymphwegen aantast 
en den lymphstroom belemmert, hetgeen zwelling dier 
deelen ten gevolge heeft. 
Grieksche Elephantiasis is Lepra, 
zie Helleborus. 
els, priem. Zie ook als en e. 
zie lapis ematicine. 

I. Hemicrania, pijn aan eene zijde van het hoofd, 
in 't bijzonder de voorste helft; migraine. 
1. opisthotonus, stijf kramp, tetanus, hoofdzakelijk van 
de strekspieren. 
, zie D iac hylon. 

1. Emprosthotonus, stijfkramp tetanus, hoofdzakelijk 
van de buigspieren. 
zie Gentiana. 
geest. 

zie Enioen. 
Allium Cepa, L. Ui. 

1. Empyema, etterige borstvliesontsteking. 
Inula Helenium, L. Alant. 

„Enula campana of hallant es heet in den middel van 
den derden graede ende wac in den iersten. Entie 
wortel gaet in medicinen. ende men gader[tjse int 
begin van den zomere ende snijtse in deinen stucken 
ende hancse met enen drade in die sonne dat se niet 
en corumperen. Ende. 2. jaer hout mense goef' 
(Herbarius). 

1. Epididymis, bijbal. 
1. Hernia. Erina in testiculi: zakbreuk. 
metalen, koperen. 

1. Flores viridis Aeris, Groenspaan. Aerugo, 
Verdegris (Vert-de-gris) is een azijnzuur-koperoxyde ver- 
binding. 

zie Bollen van Hermeinen. 
1. arsaterie, heelkunde, geneeskunde. 
Eruca Sativa, L. „Eruca, dats hadrec ende wast op 
dat velt" (Herbarius). Wordt door Stanpeiss Weis- 
ser Seniff genoemd, doch hij merkt op dat deze niet 
identiek is met Sinapis alba. De zaden van Eruca 
hebben overeenkomst met mosterdzaad. 
Pyrus Sorbus, Gartn. s Sorbus domestica, L. 



246 



Fsdra opiata, 



Esula, 



Euforbie, 
Evel, sconinx-, 

Evene, 

Exungia porcina, 



behoorde tot de Confectiones magnae et opiatae. „Esdra 
lieeft sinen name na esdras den prophete diese ierst 
vant" (Antidot.). 

Deze confectie bestond uit 145 bestanddeelen. 
Cortex radicis Esulae, van Euphorbia Helioscopia 
Auct. ? 

„Herba est et est similis Tithymallo, habet enim lac 
in virgis et foliis si indicandur aut rumpantur . . . ." 
(St. Amand). 

„Esula es. 1. cruut dat gelijct linaria dats padde vlas. 
Ende es ene specie van titimallus. Die wortele es 
medicinael. entie stelen sin root. ende es van 2. 
manieren, die mindere entie meerdere. Ende beide doense 
sciten ende siin laxatijf. Ende men orbort die scorsse 
van den wortele met andren medicinen . . . ." (Herbarius). 
De „mindere'' is Esula minor of Euphorbia Gyparis- 
sias, L., de „meerdere" Esula major of Euphorbia 
palustris, L. 

Onder Titimalus geeft Herbarius „T. es heet ende 
droge in den 3. graet. Ende dits. 1. groene cruut ende 
heeft blade als wilgen, ende als men brect of sniit so 
vloyt melc daer uut. Ende dats heet ende wac." 
1. Euphorbia, hars van Euphorbia- of Wolfsmelksoor- 
ten, o. a. Euphorbia resinifera, Berg. 
Scrophulosis, klierziekte. De naam doelt op de ver- 
meende kracht der Engelsche koningen, van door aan- 
raking de ziekte te kunnen genezen. 
Avena, L. Haver „Avena dats evene. si sachtet ende 
verslaet ende si maect raoru alle hardde geswille. ende 
daeromme ordeneert men wel dat meele" (Herbarius). 
I. axungia. Onder Axungia of Adeps verstaat men alle 
dierlijke vetten die de weekheid van zalf hebben. Hier 
wordt varkensreuzel: Adeps suillis, bedoeld. Overigens 
bezigde men Axungia sanis, vulpis, taxi, ursi, leporis ( 
colli equi, muris alpini, phocae, anseris, anatis, vi- 
perina en Adeps hominis. 



F. 



Fabula lupine, 
Faelgeren, 
Farina risi, 

Faute, 
Fautseel, 
Feces vini, 



Fisieijn, 
Fleuina, 



1. Fa ba e lupini, de boonen van Lupinus albus, L. 
missen, mislukken, slecht uitvallen. 
1. farina risi, rijstemeel, het meel van de rijst, Oryza 
sativa, L. 
gemis. 

fautsoen, ponjaard, degen, zwaard. 
1. Faeces vini. Afzetsel of bezinksel, hier in wijn; 
Faex usta is een mengsel van gist, kleurstof, zure wijn- 
steenzure kali en verontreinigingen. Dit bezinksel werd 
vóór het gebruik gebrand, waarbij een mengsel van 
koolzure en bijtende kali ontstaat. Dit produkt heet 
Faecula. 
doctor, arts. 
snot. Van Phlegma, of Pituite, een der vier cardinale 



247 



lichaamssappen of hutnores; zijn karakter was koud 
en vochtig, en was overheerschend in den winter. 

„Het Phlegma is van de natuere des waters, kout 
ende vochtigh, van consistentie dunne, ende vloeyende, 

van coleure wit, van smake soet wordt van kout 

ende rou voetsel vergadert, ende dat principalick in 
den Winter, ende' in den ouderdom, van wegen der 
kouder en vochtiger constitutiën des voorschreven 
tijts, ende des ouderdoms. Het maeckt den mensche 
slaperich, traech, ende vet, ende ooc het hayr seer 
haestigh wit 

De werckinghen der selver (humeuren) worden 
oock onghelijk bevonden, so wel by hare qualiteyten, 
als in de voedinghe des lichaems, ende in de 
generatie der siekten, tot welcke eynde datter een 
seker proportie, ende mate onder de voorschreven 
Humeuren is, de welcke soo langhe als sy in haer 
wesen behouden worden, so blyft het lichaem ghe" 
sondt: Maer soo verre als daer eenighe veranderinge 
in komt, so causeren daer siecten uyt .... De onna- 
tuerlicke humeuren zijn de gene die bedorven zijnde, 
oock onse lichaem bederven, ende alle de partijen, al- 
daer sy onthouden worden, ende daerenboven oock 
stadighe ghebreken veroorsaecken. Sy behouden oock 
de selve namen, van natuerlicke voedende Humeuren: 
De welcke al t' samen door hare verrottinghe ontsteken 
worden, niettegenstaende dat eenighe van hen kout 
van naturen zijn: Ende sommighe der selver komen 
alleene in de aderen te verrotten, ende de andere buy- 
ten de selve. Degene die binnen in de aderen komen te 
verderven, dat zijn dese, het bloet, ende de Melancholie. 
Maer de Golera, ende het Phlegma, die konnen so 
wel in de aderen als buyten de selve verrotten ende 

verderven 

Het Phlegma, welc tegens natueren is, dat wort 
gegenereert, gelijc als wy geseyt hebben, 
ofte in de aderen: 

het suere ende seer rouwe Phlegma, het welck geen 
veranderinghe ghekreghen en heeft, boven de 
ghene die het in de mage ontfanghen heeft, ofte 
seer kleyne. 

het soute Phlegma, dat komt van het soete, verrot 
ende verbrant wesende, omdat eenige daer af 
met de verbrande portie vermenghelt was; 
ofte buyten de aderen : 

worden de Excrementen ghegenereert die het Phlegma 
ghelijckende zijn, waervan: 

dat d' eene subtijl is, ghelijck als het water dat uyt 
de herssenen door de neuse druypt, 
het andere is de snotte, de welcke dickachtigh ghe- 
worden is, door eenighe kleyne hitte, 
noch isser een ander soorte van Phlegma, dat 
by het ghesmolten glas gheleken wort, ofte by 
het witte van den eye, d' welck zeer kout is, 
de vierde soorte wort bij den Gipsus vergheleken, 

16* 



248 



Fleumaet, 
Flores cris. 
Fonteinen. 
Formore, 
Fragaria, 



Fragoria, 
Fraxinij, 01- 



Frenesie, 



Fritsieringe, 
frotseringe, 
Fruit, 
Fruut, 



om dattet soo vast ende aenklevende is, ghelijck 
als men sien kan in de Joncturen der handen, der 
vingheren, ende in de Loose." 
(Pare, Van de humeuren, ofte vochtigheden). 

hij rlie onder invloed van fleuma staat. 

zie Eris. 

verdunnen, aanlengen met water, b. v. wijn. 

scalpel, ontleedmes; ook: holle beitel. 

Fragaria vesca, L. Aardbei. 

„Fragaria. dats biercruut" (Herbarius). Bij Heukels 
komt het woord „biercruut'' niet voor. 

vermoedelijk: Fragaria. 

Fraxinus = Fraxinus excelsior, L., gewone Esch. 
Fraxinus = Fraxinus Ornus, L., Manna Esch. 
Geen van beide levert echter een Olie op. 
In de aan Mesuë Jun. toegeschreven Chirurgie 
wordt onder „Tractatus in quo docet ponere quid pro 
quo" savina als succedaneum van F ra xin o genoemd. 
Savina, lees: Sabina, Juniperis Sabina, L., levert 
een oleum Juniperi. Wellicht schuilt de verklaring in 
een verwisseling van beide planten. 

1. Phrenesie. Waanzin, delirium, een verschijnsel 
dat ook Phrenitis, hersenontsteking, vergezelt. Is afge- 
leid van Phrenes, middenrif. Aanvankelijk hield men 
het middenrif, de hartekuil, de lever- en maagstreek 
voor den zetel der geestelijke processen. 



kneuzing, verwonding, 
van „fruten" (fruiten), roosten, braden, 
fruit? Zoo ja, dan is „ziedinge van frute" vermoedelijk: 
afkooksel of moes van vruchten. 
Fumeye, damp, walm. 

Fumiterre, Fumoterre, 1. Fumusterrae, Fumaria officinalis, L. Duivenkervel. 

„Fumus terre dats grisecom" (Herbarius). 
Furfur, zemelmeel. 



G. 



Gaetkijn, 

Gaghel, 

Galbanum, 

Galigaen, 



Galle, 

Gallitri, 
Gargarisacie 



Verklw. van gat. Opening, porie. 

Myrica, L. Gagel, mirtedoorn, 

Moederhars, gomhars van Ferula Galbaniflua, Boissier 

et Buhse. 
galanga, galgant; wortel van Alpinia Galanga, Sw., 

een welriekende wortel, die evenals gember genuttigd 

werd. 
Galappel, gezwel op de bladeren en twijgen van 

Quercus lusitanica, Lam. s. Quercus infectoria. 

Oliv., veroorzaakt door den steek van de eikengal- 

wesp, Cynips Gallae tinctoriae, Oliv., die daarbij 

haar eieren in het weefsel van de plant legt. 
misschien van Gal litrichum, Salvia Horminum 

L. „Gallitrieum. of centum galle" Herbarius) Zie 

Centum galle. 
1. Gargarisma, gorgeldrank. 



249 



Garioffel, Geroffel. 



Gariotilate, 

Gavelote, 

Gawrakel, 

Gebreit, 

Gecnoesich, 

Gecroes, gecroos, 

Gedichte, 

Gedinkenisse, 
Gedwegen, 
Geets cotele, 
Geganst, 

Gelasiin, glasijn, 
Gelepen, glepen, 
Geliggen, 
Geloeft, 
Geloken, 

Gelo§e, glose, 



Genadige moeder, 
Genceane, 
Genoten, 
Gentiana, 



Gepeins, 
tiepulment, 

Gerechten, 

Gereydemakere, 

Gernate, 

Gerstijn bloemen, 
Gesc-, 

Geschaeldet, 
Gesehaerd, 

Geschaliet, 
Geschort, 
Geschuert, 
Geschutte, 



Garyophylli, kruidnagelen; de gedroogde, nog niet ont- 
loken bloemen van Eugenia Caryophyllata, Thunb. 
„Gariofllate. dats glorifilate. ende es he[et] ende drofgej. 
in den .2. graet. Die wortele gaen in medicinen. ende 
hebben meer crachten groene dan droge. Nochtan 
hout mense goet. 1. jaer. Ende daer omme heet mense 
gariofilaet om dat si bina riect alse garoffels nagelen" 
(Herbarius). 

Ook de Folia Caryop hyll i verspreiden een sterken 
aromatischen geur. Zie Antofolii. 

zie Garioffel. 

speer. 

spoedig tot wraak geneigd? 

van breiden, weven. 

kraakbeenachtig, zenig. 

kraakbeen. 

gedicht. Ook: al wat te boek gesteld, op schrift ge- 
bracht wordt. 

melding. 

zie D waen. 

geitenkeutel. 

hersteld, gezond. 

glazen. 

zie Iepen. 

bedaren, kalm worden, slinken, b.v. van zweren. 

geprezen ; b.v. „geloofde werken", gezaghebbende werken. 

aaneengesloten. „Vogels met geloken voeten", vogels 
met zwemvliezen. 

glosse; b.v. „die glose van den .4. meesters", Glossulae 
quatuor magistrorum super chirurgiam Rogerii et 
Rolandi. 

een hersenvlies, pia mater. Zie Du ra mater. 

zie Gentiana. 

coire, coitus. 

Gentiana lutea, L. Duizendschoon, „Genciane es heet 
ende droge in den .3. graet. Ende cruut ende wortele 
heet genciane. Entie wortele gaet in medicinen. ende 
.4. jaer hout mense goet. Entie bitterste siin die 
beste" (Herbarius). 

gedachte. 
1. gepeluet, gepoluet, gepuluet, van „poluwen," een 
wond met een poluwe (kussentje) bedekken. 

rechtuitbrengen, recht maken, b.v. vingers. 

zadelmaker. 

van granatum malum en pomum. Granaatappel, vrucht 
Punica granatum, L. 

gerstebloem, bloem van gerstemeel. 

zie Ge sch .- 

geschilferd. 

gescoerd, geschoord, gescheurd, gespleten, b.v.: 
„geschoerde monde," hazelip. 

zie geschaeldet. 

een breuk hebbende. 

gescheurd, vaneen gereten. 

al wat geschoten wordt; werptuig, pyl. 



250 



Gesitten, 

Gesmiedeu, 

Gespringet, 

Gevac, 

Gevlogen, 

Ghe-. 

Ghierbus, 

Gingebere, 

Gipsum, 



Glandule, 



Glorifilate, 

Glasiin, 

Glavie, 

Gum me van Arabiën, 

Goom, Goem, 

Gorsem, 

Goud, 

Gracht, gegracht, 

Graet, 

Granate, 



Grana lupinorum, 

Grenielsaet, 
Griex pee, 
Gri«»ecom, 
Groefbake, 

Groen van Spaengiën, 

Gruffelsnagele, 

Groot, 

Gruus, 

Gulden bouc, 

Guls, 

Gutta stère ua, 



van builen: slinken. 

verzachten. 

met zout besprenkeld, gezouten. 

vark, stuk, een deel dat van het lichaam geslagen is. 

van vla en, villen; b.v. dat vel afgevlogen. 

zie Ge-. 

zie Zir bus. 

Gember, wortelstok van Zingiber officinale, Roscoe. 

de natuurlijke en de gebrande Gips, Cal cium sulfaat ; 
komt in de natuur voor als Mariënglas (groote kris- 
tallen), Albast (fijne kristallen) en Gipssteen (grof 
kristallijn), alle drie met kristalwater. Bij verhitting 
(branden) tot 120°C ontstaat de „gebrande" gips, welke 
de eigenschap heeft met water tot een harde massa te 
verstijven (gipsverband). Bij verhitting op 300° vormt 
zich „doodgebrande" gips, welke bovengenoemde 
eigenschap mist. 

klier, zoowel in anatomischen als in pathologischen zin 
gebezigd. Yperman maakt onderscheid tusschen glan- 
dulen en scrophulen (blz. 133, kol. b.). 

zie Garioffel. 

zie Ge la si i n. 

metalen punt van een lans. 

Gummi Arabicum, gom van verschillende Acacia-soorten, 
o.a. Acacia Senegal, Willd. 

aandacht, opmerkzaamheid. 

dik, drabbig, b.v. „gorsem wiin'', „gorseme humoren." 

Aurum ignitum, werd gebruikt om mede te branden, 
groeve, gegroefd, b.v. „gegrachten naelde." 
graat, als in „ruggegraaf. 

zie Gernate. Onder granaatzijn ook te verstaan de edel- 
gesteenten van verschillende samenstelling, doch hoofd- 
zakelijk uit kiezelzuur bestaande. 

zaden van de lupine, vermoedelijk de gekweekte; Lupinus 
hirsutus, L. 

steenzaad, parelkruid. Lithospermum, Tourn. 

zie Colophonie. 

zie F umi t erre. 

een instrument om weefsel weg te krabben, raspatorium 

genoemd, 
zie V er de gr is e. 

zie Garioffel. 

b.v. „in groeten," in het algemeen, in groote trekken. 

grof gemalen koren, zemelen. 

zie Bouc. 

welig, overvloedig, b.v. van bloed. 

1. g. s er e na, de zwarte staar, amaurosis; berust niet 
op een aandoening van de lens, doch van den gezichts- 
zenuw. 



251 



H. 



Halembie, 

Hame, 

Hanke, 

Hantdwale, 

Haront, 

Hars, Wit- 

Hasele, haselnote, 
Hasenhaer, 
Heekel, 
Heemst, 
Heeschen, eischen, 

Heydenisse, 
Helleborus uiger, 



Hellinc, hallinc, 
Herba Robberti, 
Herde, harde, 
Hermedactele, 
Hert, 



Hertnote, 
Hertvelt, 
Hespiuge, 

Hiera, 

Hilis, 

Hinnen smout, 

Hoemste, 



alembijt, destilleer-kolf. Zie Schel enz. 

schenkel. 

heup. 

handdoek. 

1. arent, b.v. in „mes (1. mest) van den haront", ver- 
moedelijk arendsdrek. 

Resina communis, pijnhars. Resina alba wordt door 
smelten van gewoon hars met water verkregen. 

zie Avellane. 

zie Pili Leporis. 

kan zijn : eekel, eikel. 

Althaea officinalis, L. 

vragen, b.v. in „heeschen ende antwerden," vragen en 
antwoorden. 

het Heidensche land, het Oosten. 

Helleborus niger, L., kerstroos, zwarte nieswortel. 
Rhizorna Hellebori albi, witte nieswortel. is afkomstig 
van Veratum album, L. „Elleborus nigrus. dats swartte 
scamponie. Ende heeft die selve cracht die de witte 
heeft. Maer si nes niet also laxatijf. Ende heeft enen 
swarten wortel alse figebome doen" (Herbarius.) Scam- 
phonia, hetz. als scampina, vermoedelijk de wortel 
van Veratrum album L. In Sumerlaten, Mittelhd. 
Glossen, Hoffman von Fallersleben, leest men : Sum 66. 
14, elleborum, scamponie. Sum. 66. 15, elleborum nigrum 
suart scamponie. 

halve penning. 

Geranium Bobertiannm, L. Robbertskruid. 

zeer, in hooge mate. 

de bol van Colchicum autumale, L. Herfsttijloos. 

b.v. in „pulver van den beene der herten van den hert," 
Ossa de corde cervi, een klein been dat bij vele her- 
kauwers en dikhuidigen, in het hart, dicht bij den 
oorsprong van den hoofdslagader, aangetroffen wordt. 
„De osse de corde cervi abusent noz pharmacopoles, 
car ilz nous vendent les os de cheval et de beufaulieu 
de osse de corde cervi. Et en trouverez plus a Lyon a 
vendre que n'a de cerfz en toute France, Italië et Es- 
paigne, et sont larges comme ung grant blanc, la ou 
os de corde cerve n' est non plus grand que ung noyau 
de amande, et donnent Ie cent pour vingt solz, la oü cou- 
steroient dix francs s'ilz estoyent vrayes" (Champier). 
ertnote, aardnoot; Carum Bulbo castanum Koch, aardaker'? 

Eerdtveyl, aardveil, Grlechoma hederacea, L. Hondsdraf? 

het niet kunnen stil- óf niet kunnen openhouden (van de 
oogleden). 

zie Yera. 

Hilus of beter: 

hoendervet. 

zie Heemst. 



Hilum renis, nierbekken. 



252 



Hondertblade, 

Honichbloeme, 
ttontsrebbe, 



Houwer, 

II uiten, houtijn, 

Hu ut, 

Huve, huuf, 



Idel, 

Idelen, 
Idelhede, 
Ieite, Yeke, 
Yera, 



Yera logodion, 
Yera ruffini, 
Iewerinc, Yewerinck 
IJsbeeu, isebeen, 
Inclouwe, anclau, 
Iugelsch, ingels, 
Instrument, 

Ypoquistidos, 

Yrcus. 

Iser, yser, 
Yreos, 

Yris, 



Centifolium, Rosa gallica, L. Een tijd lang, tot de 12e eeuw. 

hebben bloemen van den Granaatappel evenzoogeheeten. 
Lamium album, L. Witte doovenetel. 
Wegerick, Plantago, L. Weegbree. Men onderscheidt 

o.a. Plantago lanceolata, L., de smalle weegbree; 

Plantago major, L., de groote weegbree. 
chirurg. 

houten, b.v. „bulten instrumenten." 
huid, vel. 
bekleedsel, b.v. van de hersenen, het hersen vlies; ook 

huig in de keel. 

I. (Y). 

arm, b.v. van humoren: arm aan humoren, of aan bloed, 
eig. leeg. 

zuiveren door bloeden. 

leegte, gebrek aan bloed, bloedarmoede. 

vettigheid van de wol. 

hiera (heilig), naam vooreen electuarium, uitgevonden 
door Themison, waaraan bovennatuurlijke kracht 
werd toegeschreven. Ook Hiera picra genoemd, 
van wege den bitteren smaak, door aloë er aan gegeven. 
Verschillende geneeskundigen hebben aan bizondere 
toebereidingen van hiera hun naam gegeven, o.a. 
Rufus, Logadius, Galen os, Pachius v. a. 
Cordus noemt: Hiera Picra vel ex Aloë simplex Galeni; 
Hiera Picra cum Agarico; Hiera Picra composita Nicolai; 
Hiera Logadii Nicolai, Hiera Pachii Nicolai Alexandr. 
Anti dot. geeft Yera pigra galyeni, Yera logadion, 
Yera rufini, Yera pigra Gonslantini, Yera pigra albacis. 

zie Yera. 

1. Yera Rufi. Zie Yera. 
ergens. 

heupbeen. 

enkel. 

engelsch. „Ingels gescutte", een soort van pijl. 

werktuig, maar ook: inrichting van een lichaamsdeel 
of van een orgaan. 

1. Hypocistis. Cytinus Hypocistis, L. Ook Arderne 
geeft „ypoquistid." 

I. H ircus. H ir ei zijn de okselharen. Hircosus: iemand 
wiens okselzweet stinkt. 

ijzer. 

zie Yris. „Yreos draget ene witte bloeme. Endeesgelyc 
yris" (Herbarius). 

Iris germanica, L. en Iris florentina, L. „Yreos est 
radix herbae quae dicitur lilialis habens 2 species; 
una habens tlores purpereos et dicitur yris, alia habens 
albos et dicitur yreos, et habens florem album est debilior 
in omnibus, et in istis est melior illa, cujus radix est 
alba participans rubedinem, aliquantulum grossa, dura, 
spissa, aromatica ut violae, acuti saporis linguam mordi- 
cans, habens nodos collectos, et radix est melior pars 
plantae" (St. Amand). 



Ysmon, 
Ysopagus, 



253 



„Yris purpur. es. .1. cruut ende wast alse lisch in hoven, 
ende heelt lange brede blade. ende draget bloemen die 
purper root siin. gelijc lelyën van maecsele .... Ende 
si seggen oec dat Iris draget enen groete blauwe bloeme. 
die men heet in vlaemsche floordeiijs Ende si wast 
op eenrehande lisch. ende es yreos gelijc van bladen, 
ende van crachten. maer yreos draget ene witte bloeme. 
Entie wortel doet men in medicinen. In aprille ende in 
meye sal mense gadren die wortelen ende latense drogen. 
Ende .5. jaer mach mense goet houden" (Herbarius). 

van Isthmus, d. i. de opening tusschen mond- en keel- 
holte; beteekent keelontsteking. 

1. oesophagus, slokdarm. 



J. 



Jacea nigri, 



Jackeloos,- eus, 
Jejinus, 

Juchtich, gichtich, 
Juchtheyt, juechs- 
Jujuba, 



Juncture, 
Jusquiamus, 



Centaurea nigra, L. Zwart Knoopkruid. „Jacea nigra 
es van .2. manieren, wit ende swert. Entie witte scelden 
sulke tremorseke. of duvels bete. Entie swarte scelt 
men Matefelloene" (Herbarius.) 

jaloersch. 

1. Jejunum, de nuchtere darm. 

jichtig. 

jicht. 

gedroogde vrucht van Zizyphus satioa, Graertn. Borstbes 
„Jujubes sont en medicine 
Pour la toux et pour la poictrine" (LespleignyJ. 

gewricht, articulus. Ook : naad, sutuur, b.v. junetura cranei. 

lat. barb. voor hyoscyamus. Zie Belrike. 



C. (K). 



Calamentum. 



Calc,, Calx, leveude- 



I. Calamintha, Calaminthe officinalis, Moench . 
Bergsteentijm. 

„Calamentum of nepita of ackermente .... ende 3i es 
beter groene dan droge, ende alsi bloyt sal mense 
gadren. Een jaer geduert si goet diese hanct in de 

scaduwe Men vint menegerande mente. het es 

ene tamme ende wast in der liede hove Ende 

dandere heet men scastrum (?). ende dese heeft die 
meerre cracht te verwarmene. Ende ene andere vint 
men die heeft lange bladere, entie heet men roemsce 

mente Mer dierste tamme mente doet men in 

medicinen" (Herbarius). 

In Herbarius wordt nog besproken: „Calamentis. es 
van .3. manieren daer es .1. dat altoes wast in ripa fluminis 
ende in waterachtegen steden. Ende een ander in droge 
steden van watere. Ende noch een ander dat men vint 
in droger steden op bergen. Ende om dat het wast in 

vele steden so hevet vele namen Dat op bergen 

wast heet petrosa ende es gelijc den anderen. Ende 
dat in effenen lande wast heet terrestris. Ende aquosa 
dat in watere wast." Hiermede is wel de Meniha bedoeld. 

Calx viva of calaria usta, gebrande kalk. 



254 



Camomille, 

Campsaet, 
Caiicri, 

Candijt, 

Canebeen, Canefbeen, 



Canele, 
Canep, 
Canfer, 



Canna pulmonis, 
Cantarides, 



Caphalea, 



Capellaen, 
Capproen, 
Caprifolium, 



Caract, 
Cardamome, 
Carde, Caerde, 

Carnofel, 
Carnouffel. 
Cartillago, 
Caseweye, 
Cassia fistula, 
Cassia lignea, 
Castiin, Olie van 
Castorie, 



Matricaria chamomilla, L. Echte kamille. 
„Camomille of abec" (Herbarius). 

Cannabis sativa, L. Hennep. 

vermoedelijk Oculi cancrorum, „kreeftsoogen"; kalkafzet- 
tingen ; in de maag van de kreeft. 

kandijsuiker. 

luchtpijp. Hss. C en G geven: kakebeene. Uit hetgeen 
op blz. 157, kol. b te lezen staat, valt af te leiden, 
dat ook „sleutelbeen" bedoeld kan zijn. 

zie de Aanteekening op blz. 48, kol. b. 

zie Campsaet. 

Camphora. Volgens Flückiger was de in de middel- 
eeuwen gebruikte kamfer afkomstig van Dryobalanops 
aromatica, G-aertn. s. D. Camphora, Golebr. 

luchtpijp. 

1. Cantharides. Lytta vesicatoria , L. Spaansche Vlieg. 
„Cantharides, faulce vermine 
Habitent en la cacumine 
Des fresnes dessus la prarie" (Lespleigney). 

1. Cephalea. Aanhoudende zware hoofdpijn. Ook werd 
er wel onder verstaan : bij aanvallen voorkomende 
hoofdpijn. 

kapellaan. 

voorhuid. 

Lonicera, L. Kamperfoelie. „Caprifolium of wedewinde 

die draget rode besiën Ende tsop heet licium 

Ende men persset tsap uter wederwinden, ende men 
latet drogen ende men brenget uut anderen landen in 
de speceriën" (Herbarius). 

„Licium is^e iuyse of caprifoile,J>at is called wodebynde, 
and it growe/5 in wodej and wijnde/» strongly aboute 
tree^ ; and it berej5 swete rede beriej (Arderne). 
Licium is het Lykion van Dioskorides. Uit de aan- 
haling uit Herbarius zou men mogen afleiden dat er 
sprake is van een inheemsch product en een uit andere 
landen. Het vreemde product zou dan kunnen zijn het 
Lyciumindicum. Welke daarvan de moederplant is, is 
nog niet uitgemaakt. Berendes houdt Bhamnus infec- 
toria, L. voor de stamplant van Lykion. 

zie Catract. 

vrucht van Elettaria Cardamomum, White-Maton. 

Dipsacus Tourn., Dipsacus sylvestris, Mill. Kaardebol. 
„Wilde carde. in latine virga pastoris." 

netbreuk. 

Dianthus, L. Anjelier. 

kraakbeen. 

wei. 

bolster van de vrucht van Cassia fistulas, L. 

kaneel, bast van de twijgen van Laurus Cassia, Ait. 

Oleum Costinum Mesuë (Cordus)? 

1. Castoreum bevervel, bevergeil, afkomstig van Castor 
fiber, L. Het wordt gevormd in een paar zakjes, welke tot 
de uitwendige geslachtsorganen behooren, en die hun in- 
houd ontledigen onder de voorhuid of in de scheede. 
In de middeleeuwen hield men castoreum voor de testi- 



255 



Catapusia, 



Catract, 

Cauwoerde,- worde, 

Kebuleu, 

Kemeneye, 

Keren, 

Kerende melc, 

Kersboom, 

Kerst, 

Kerstal i ju, 

Kist lijm, 

Clapoer, Clapphoor, 

Clareit 

Cleet, 

Clemmen, 

Clergie, 

Clerc, 



Cliester, Clyster, 
Cnoes, 
Cnoesich, 
Coccoxlooc, 
Cochie rasis, 

Code. 



culi van den bever. 

„Gastoreon sont testicule de certaine beste" (Guy de 

Chauliac, Grande Chirurgie, Antidot.). 

„Castoreum, chur comme 1' or, Est faict des couillons 

de castor, Qui est une beste saulvaige, Laquelle est de 

noble couraige" (Lespleigney). 

I. cataputia minor. 
Euphorbia Lathyris, L. Kruisbladwolfsmelk, Spring- 
kruid of Roerkruid, wegens de afvoerende werking 
ook Schijtkruid genoemd. 
„Catapusia of sporie. of sciteheye. of roercruut hets 

al eens Ende tsaet es al soe groot alse peper. 

ende heeft march inne ende daerboven scorssen. ende 
dmarch es wit ende vet. Ende men mach tsaet goet 
houden .1. jaer of meer. Ende als ment in medicinen 

doet. sal men die scorsse af doen. ende pellent scone 

Ende men rnaecter af oleum catapusiarum. die sere 
doet sciten. aldus. Men sal stoten vele sporiën. ende dan 
winden in coolbladen. ende leggense onder heete colen 
ende latense wel braden, dan sal men dat uutperssen. 
ende dat wert olie. ende men saelt bestaden" (Herbarius). 
Semen Cataputiae majoris, die de Oleum Ricini 

t (wonderolie) s. Castoris s. Palmae Christi leveren, zijn 
afkomstig van Binicus Communis, L. 
Niet te verwarren met „sporie" (Kiliaen), Spergula ar- 
vensis, L.. de Spurrie. 

katarrakt, de grauwe of lens-staar, troebeling van de 
lens. C. nigra, zie gutta se re na. 

Curcubita, L. Pompoen. 

zie Mirabolanen. 

stookplaats, schoorsteen. 

braken. 

karnemelk. 

Prunus avium, L. Zoete kers. 

Christus. 

van kerstael, kristal. 

kastemakerslijm. 

bubo, venerische klierzwelling in de lies. 

kruidenwijn. 

pannus: troebeling van het hoornvlies. 

opstijgen, b.v. van humoren „ten hoofde". 

geestelijkheid. 

geestelijke, in 't bijzonder hij, die alleen de lagere geeste- 
lijke wijdingen heeft ontvangen. Ook: al wie zich 
met wetenschappelijke studie bezighoudt, geleerde, 
natuurkundige, dus ook : geneeskundige. 

ui of bol van look. 

kraakbeen, zeen. 

kraakbeenachtig, zenig. 

Oxalis Acetosella, L. Witte Kla verzuring. Zie Acetose 

1. Pilulae Co chiae Rh asis, pillen, waarin Hiera picra, 
Coloquint en andere bestanddeelen voorkwamen. 

Verdam geeft: Kwee. In den tekst, blz. 114 kol. b staat 
echter: „scorsen van coden in latine citrus". Met citrus 
kan citrullus bedoeld zijn. „De citrino cucumere, quem 

17 



256 



Colagoge, 
Colerijn, 



Colirie, 



Colofonie, 



Coloquintide, 

Colsequium, 
Columbini, pes- 
Comment, 
Commissure, 

Complexio, 



Comijii, 
Confilie, 



Conforteren, 
Conjunctiva, 
Consolida major, 
Consolida minor, 
Coocte, 



Coolblad, rode- 
Coperroot, 
Coppengespin, 
Corali rubri et albi, 



alii Citriolum, alii Citrulluni, vulgo Citrion, etc." O tto 
Brunfels, zie v. Fischer Benzon. 

galdrijvend middel. 

Cholera, een der vier temperamenten. „Uit den bloede 
worden wy gevoet, 't welck voorwaer niet geschieden 
en soude, ofte ten ware dattet vooreerst van tweederley 
onsuyverheydt gereynicht wierde, waer van de eerste 
onsuyverheyt, van de Galle-blase uyt-ghetrocken wordt, 

d' welck wy de Cholera noemen 

De Cholera, die is ghelijck een furie der Humeuren, 
die met den bloede in de Lever gegenereert is, ende 
alsoo voorts in de aderen, ende in de Arteriën ghe- 
voert wort " Pare, blzn. 10 en 11. 

1. Collyriumj tegenwoordig oogmiddel, oogwater, oog- 
druppels. Oorspronkelijk geneesmiddelen van zekeren 
vorm, langwerpig, op den staart van een rat gelijkend 
(Oribasius). Zij werden gebezigd als suppositoriën, pes- 
sariën, in holten, als neus- en oorholte, anus, vagina. Zie 
Le Cl ere, blz. 612. 

Griex pee, pix graeca, Resina colophonia, vioolhars, het 
residu na de destillatie van terpentijn, de hars 
van verschillende Pmws-soorten, Pinus Laricio, 
Poiret, P. sylvestris, L., palustris, MUI. s. P. australis, 
Michaux, en a. Genoemd naar de voornaamste 
uitvoermarkt, Kolophon, in Klein-Azië. Ook de 
hars van Convolvulus Scamonia, L. werd aldus 
geheeten. 

vrucht van Citrullus Colocynthis, Schracl. s. Cucumis 
Colocynthis, L. 

zie Solsequium. 

voet van Columba livia. Duif. 

commentaar. 

commissura, verbinding, b.v. tusschen de beenderen 
van de hersenpan. 

temperament, een hoedanigheid van gestel, welke voort- 
vloeit uit vermenging van de humoren, of lichaamssap- 
pen, en hunne werking op elkander. 

Cuminum Cljminum, L. Komijn. 

Symphytvm offlcinale, L. Smeerwortel. „Consolida major 
dats grote confilie". „Consolida minor dats zelf- 
heile. of brunelle" (Herbarius). Bij He uk els komen 
„Confilie" en „Zelfheile" niet voor. Brunelle heet bij 
hem Brunella vulgaris, L. 

versterken. 

oogslijmvlies. 

zie Confilie. 

zie Confilie. 

„in latien cycuta". Conium maculatum, L. Gevlekte Scheer- 
ling. „Cycuta dats sceerlinc Men wercter nu niet 

met. Want si es te zere gevenijnt. Wilendede mense in 
medicinen. doen die menscheit starker was" (Herbarius). 

Brassica oleracea, L., Kool, Roode Kool. 

vitriool, zinksulfaat. Ook : Ijzersulfaat. 

spinrag. 

Corallium rubrum et album. Gorgonia nobüis en Madri- 



257 



Corde, coorde. 
Coriaudre, 
Cornea, 
Cornu cervi, 

Corrosijf, 

Cors, 

Costuni, 

Craeye, 

Credevitse, 

Cricke, 

Cristael, cristalline, 

Crocus, 

Crouwen, 

Cubeben, 

Cucumer agrest., 



Cureurbita, 

Cul, 

Cume, 



pora oculita. Koraalsnoeren worden nog door het 
volk gebezigd om het doorbreken der tanden te be- 
vorderen. 

touw, snoer, pees. 

Coriandrum sativum, L. Koriander. 

hoornvlies van het oog. 

hertshoorn, gewei van Cervus elaphus. Bizonder krach- 
tig zouden de punten, cornu cervi es apicibus, werken. 

corrosivus, etsend, bijtend. 

Lepidium, L. Tuinkers. 

Costus speciosus, Sm. s. arabicus, L. 

middenrif. 

kreeft (fransch: écrévisse). 

kruk, haak. 

1. Lens crystallina, kristallens, van het oog. 

Crocus sativa, L. Saffraan. 

krabben. 

vrucht van Piper Cubeba, L. s. Cubeba offtcinalis, L. 

1. cucumisagrestis, Wilde Augurk. Momordica Bal sa- 
mina, L. s. Cucumis agrestis, Mill.oS Ecballium Ela- 
terium, A. Bich. s. Cucumis agrestis, Reichenb. 

Cucurbita Pepo, L. 

testikel. 

nauwelijks, met moeite. 



Lacertosich, 
Lachteren, 

Laken, 

Langaovis, 

Lapacium, 



Lapdamim, 
Lapis ematicine, 

Laserscap, 



muskuleus, vleezig. 

van iemand of iets kwaad spreken, zich ongunstig over 
iets uitlaten. 

minder worden, kleiner worden, slinken, b.v. van een 
buil. 

misschien een verbastering van Ion ga on, rechte darm. 
rectum. 

Lapacium Pitra; vermoedelijk Rumex obtusifolius, L, 
De wortel werd ook wel met den naam van Radix 
Lapathi acuti aangeduid. 

„Lapacium acutum es lanc ende strect hem oft maluwe 
ware. ende is he[et] ende drofghe] in den .3. graet. 
Ende daer esser drierande. Deen heet men lapacium 
acutum ende heeft scarpe bladere ende es die beste. 
Ende dandere heet lapacium rotundum. ende heeft brede 
bladere daer men botere in draecht. Entie derde heet 
lapacium domesticum dats tamme maluwe, ende wast in 
der lieden hove. ende men doetse int moes" (Herbarius). 

hars van Cistus polymorphus. Willk.s. C. creticus,L. 
of C. monspeliensis, L. Ook wel laudanum genoemd t 

lapis emathitis, 1. lapi s haema titis, bloedsteen, 

Colcothar, een ijzer-oxyde, Fe s 3 . Het gebruik blijkt uit de 

praeparaten : Praeparatio in Sanguinolentis Ulceribus, Pr. 

Haematitis in menstruis, Pr. in Profluviis non maturis. 

Pr. in Dysenteria laxa. 

meiaatschheid. 



258 



Laternekiue, 



Latuarie, 
Lauweriers, 
Lauwersbacke, 
Lavacia, 
Laxatijf, 
Leder, ladere, 
Leeke meesters, 
Lelye, 



Lement, lenemeiit, 
Lentilgen, 



Lentisci, cortex- 



Leonina, 
Lepen, 

Liber aureus, 
Lycium, 
Lijens, 
Lier, 

Liesche, lieze, lijse, 
Lijf, 

Liju, witt- 
ig ijnsaet, 

Lilium medicus, 



Limich, 
Liniposinitas, 



Liuaria, 

Lingene, 
Linter, lintijn, 
Liselike, 
Litargia, lithar- 
girum aurum, 
Liturgie, 
Litotripon, 



in „steene daer men af maect cleinc 1.-" Welke steen daartoe 
gebezigd werd, is niet recht duidelijk; misschien wel 
speksteen, waarvan men thans ook kleine snuis- 
terijen vervaardigd ziet, o.a. kleine huisjes, waarin 
nachtpitjes gebrand worden. 

electuarium, likkepot. 

bayen van-, zie Backe. 

zie Backe. 

lavatie, spoeling, lavament. 

zacht werkend afvoermiddel. 

ladder. 

zie Aanteeke nin g, blz. 19, kol. a. 

Lilium candidum, L. Witte Lelie. 
„Lilya es heet ende wac ende siin van .3. manieren, 
deen es tam. ende dandere .2. siin wilt. deen draget 
.1. blau bloeme. tander .1. gelu. ende dat derde .1. 
wit bloeme" (Herbarius). 

lampepit, lampekous. 

vermoedelijk Lentigo aquatia, Lemna minor, L. 
Waterlinze. 

„Lentigines aque. dats rey dat op dwater vlietet" 
(Herbarius). 

v. F isch er-Ben zon vermoedt Mastixboom, Pistacia 
Lentiscus, L. In Alphita vindt men „Lentisci semen 
folia corium et rami." Misschien wordt ook een soort 
van eik bedoeld, waarmee het voorschrift „cortex" 
zeker niet in strijd zou zijn. 

Leontiasis, lepra van het aangezicht. 

tranen, van de oogen. 

zie Bouc. 

zie Caprifolium. 

1. Heus, een gedeelte van den dunnen darm. 

wang, koon. 

dun vlies, hersenvlies, pia- en dura mater. 

leven. 

zie Li nar ia. 

zaad van Linum usitatissimum, L. Vlas. Hiervan :lijn- 
saet-olie, lijnolie. 

bouc van-, Lilium medicinae, sive de morborum prope 
omnium curatione, van Bernard u s deGordonio.Deze 
schreef dit herhaaldelijk gedrukte werk in 1305. 

slijmerig. 

„in vlaemsche drope". Verdam geett voor drope: jicht, 
schurft, waterzucht. Het woord wordt gebezigd in ver- 
band met het oog. 

Linum catarcticum, L. Purgeer- Vlas. „Linaria dats 
wilt vlas" (Herbarius). 

vuilnis, 

lente. 

zacht. 

lithargyrum, Ioodoxyde, ook loodglid, goudglid geheeten. 
1. lethargia, bewusteloosheid. 

1. lithotrypterion, steen(-verbrijzelend)middel. „Li- 
contripon (1. lith) brect den steen in de blasé ende 



259 



Lixeme, lijcseine, 
Longans, 
Looc, loec, 



Lovesche, 

Loys evel, Sente- 

Lupiue, 

Luuschen, 



in de lendenen." Volgt een opsomming van de talrijke 
bestanddeelen, waaronder ook „saxefrage", Saxifragus, 
L. Steenbreek (Antidot.). De levenswijs van deze 
gold als aanwijzing voor haar geneeskrachtige werking. 
Leer der Signaturen. 

litteeken. 

rechte darm, rectum. 

Allium Porrum, L. Prei. „ Alium dats looc Ende es van 

.2. manieren, deen es wilt en[dej tander tam. Ende wast in 
den hof daer ment poot. ende es dit dat wi gemeynlike or- 
boren. Ende dander was op 't velt. Ende heet scordion. 
dit en es niet also fel als tander. daer omme orbort ment 
meest in phisiken. Ende dit gadert men int ende van den 
lintere. ende droget. Also mach ment .2. jaar orboren. 
Mer hets beter dat ment alle jaren vernuwe" (Herbarius). 
Herbarius spreekt ook van: „Looc dat in bosscen wast." 
Dit zal vermoedelijk zijn: Boschlook, Allium ursinum, 
L. Prei wordt ook aangeduid met poret looc, porret, 
poreiden. 

Levesche, Levestoc. Levisticum officinale, Koch. 

podragra, jicht? Zie bij e vel (mnl. wdb.). 

Lupinus, Toum. 

zich verbergen, schuilen. 



M. 



Macula, 
Maechdenwas, 

Maelget, 
Maencopijnzaet 



Maerte, 

Maiorane, 

Maisch, meisch, 

Maliterre, 

Malve, 

Malvaviscum, 



Maiicopijnzaet, 
Mandragora, 



vlek op de huid of op het hoornvlies, 
cera virginea, de wasachtige stof welke aan den ingang 
van bijenkorven voorkomt. 

looden of houten hamer. 

maencopzaet, papaverzaad, zaad van Papaver Som- 

niferum, L. „Papaver dats oele of olyecruut Ende 

papaver ende mancopijn siin al eens. Ende dit saet 
es van .2. manieren, wit ende bruun" (Herbarius). 
Papaverzaad is niet giftig. 

dienstmaagd. 

Origanum Majorana, L. Marjolijn. 

in „raaische boeter", eerste grasboter. 

1. Malum terra e, Aristolochia strongyle. 

Malva sylvestris, L. 

AHhaea officinalis, L. Witte Maluwe of Heemst, ook 
bismalva genoemd. 
„Maluwe of pappele" (Herbarius). De Malva wordt in 

het Mnl. ook Bappele, Peppel, Pappelcruut genoemd. 

zie Maenc- 

Alruin wortel. Wortel van Atropa officinarum, L. s. A. 
Mandragora, L. „Mandragora siin wortelen van cruden. 
ende siin tweerande. ende wast alse man ende wijf. 
Ende dat mannekijn heeft bladere als beetcolen. ende 
dwijfkiin alse latuwe. Ende diet uter erden trect 
hi moest sterven. Ende daert steet siet men bi nachte 
groet licht. Ende dmannekijn helpt den man. ende 
dwijikijn den wive" (Herbarius). 



260 



Manipulus, 



March, 
Mar librium, 
Maseriju, 
Mas tic, 



Matefeloene, 
Mecopijn, 
Medallen, 
Mede, meede, 

Meerren, meren, 

Meersinge, 

Mei, 

ftlel despumatum, 



Melte, 

Menisoen, 

Meute, 

Meutiche, 

Mersman , 

Mesdoen, 

Meskief, meskief, 

Mespil, 
Mesquame, 

Messe, 

Messitten, 

Metridatum, 

Micken, 

Middewaert 

Ministrereu, 

Mirabolane, 



Zie over Mandragora: P.J. Ve th. De leer der signatuur. 
Intern. Arch. f. Ethnogr. Bd. VII, 1894. en O. v. 
Ho v orka und A. Kronfeld, Vergleichende Volks- 
Medizin, I Bd. blz. 14. Kenmerkende afbeeldingen vindt 
men in: English Medicine in the Anglo-saxon Times, by 
J. F. Payne, Oxford, 1904. 

handvol, Romeinsche maat, doorgaans met letter M aan- 
geduid. Over maten en gewichten, zie o.a. : The Seven 
books of Paulus Aegineta, by Francis Adams, Vol- 
III. Sect. XXVI, blz. 609. 

merg, ruggemerg. 

Marrubrium oulgare, L. Longekruid. 

ahorn houten. 

Pistacta, L. s. Lentiscus, L. „In dit eylant (eylant van 
sylo) wasset mastic op cleine boemkine ende comt 
uten boomkine als gomme doet uten krieketeren ofte 
kersselteren oft prumelteren." J. v. Mand e vill e, blz. 17. 

zie Jacea nigri. 

zie Maencopijn. 

geheel en al. 

Bubia tinctotum, L. meekrap., „Rubea dats meede" 
(Herbarius). 

verwijden, verlengen van een wond. 

zwelling, vermoedelijk ook vastlegging door een kramp. 

honig. 

„Mei depuratum. Meilis, q. v. affunde V (aqua) porlionem, 
aequalem vel duplam, triplamvè, si valdè impurum fuerit, 
vel si alienae rei expers sit, sine additione, coque & des- 
puma cochleari pertuso" (Schroeder). 

milt. 

buikloop, roode loop, dysenterie. 

Ment ha, L. Munt. 

zie Celidonia. 

marskramer. 

misdoen, verkeerd handelen. 

ongeval. „Te meskieve komen": gevaarlijk worden, b.v. voor 
het leven. 

Mespilis, L. Mispel. 

ongemak, letsel, pijn; ook lichaamsgebrek. 

Mis. „Heylige Cruce Messe", de „exaltatio sanctae crucis" 
14 Sept. „Sente Andries Messe", 30 Nov. 

misstaan. 

zie Mithridatum. 

op iets letten, erg in iets hebben. 

het midden. 

d. i. administeeren, voorzien van. 
„Sunt 5 species: citrini, indi, kebuIi,bellerici,emblici"(St. 
Amand; evenzoo Agilon). 

De drie eerstgenoemde zijn de vruchten van Termi~ 
nalia Chebula, Bets, in verschillende graden van 
rijpheid. Mir. enibl. is de vrucht van Phyllanthus 
Emblica, L., Mir. bell. van Terminalia Bellerica, 
Boxb. De Mir. indi werden ook wel met den naam 
mir. nigri aangeduid. „En la confection hamec: myra- 
bolani nigri, indi et chebulorum, dont est advenuque 



261 



Miraet, 

Mirre, 
Mirtelle, 
Mitigatief, 
Mithridatuin, 



Misericorde, 
Moeder, her de- 
Moeder, sachte- 
Moerbesie boom, 
Moermael, 
Mommye, 
Monapagia, 
Mondificatio, 
Moru, morwe, 
Mor uwen, 
Morwen chele, 



Morwenisse, 

Most, 

Mostaertsaet, 

Motalijn, 

Moude, 

Mummie, 



aucuns apoticaires indoctes prennent troys especes de 
myrabolans pour faire Ia confection hamec, combien 
que myrabolani nigri indi ne soit qu'une espece de 
chebulorum. L' autre, les chebules et myrabolans 
cih-ins sont d'ung mesme arbre et ne different 
sinon que les citrins ne sont pas tant meurs que les 
chebules. Les myrabolans indi ne sont noirs sinon 
pour la grande demeure qu'ilz font en 1' arbre, et sont 
plus gras et gommeux que les citrins. Ceux qui sont 
cuilliz encores aigres et esventés sont les citrins (Lisset 
Benancio, bij Mini me blz. 293). 

1. Mirach, abdomen, buik, door den schrijver op blz. 148, 
kol. b verkeerdelijk tot den darm gerekend. 

I. Myrrhe, gomhars van Balsamea Myrrha, Engl. 

vrucht van Myrtus communis, L. 

verzachtend, kalmeerend middel. 

een uit ruim 50 bestanddeelen bereid geneesmiddel, dat 
door Mithridates van Pontus is uitgevonden. Werd 
oorspronkelijk als tegengif gebezigd, gold later als middel 
tegen velerlei kwalen. „Metridatum es moeder boven alle 
medicinen. Ende es goet iegen alle saken die van couden 
comen ende meest van melancoliën. Ende iegen pine 
vanden ogen ende iegen geruut (gegons, suizen) van den 
oren. Ende iegen apostemen van den tantvleesce. ende 
iegen tantswere. Ende iegen alle deren van dercroeste 
boven ende so wat dat den monde deren mach. Ende iegen 
die mammen eist dat ment daer op leit optie swere eist bu- 
ten of van binnen. Ende ane den slaep iegen hooftswere 
ende iegen menisoen daer die spise al geheel dore gaet 
met dranke daerin gesoden es balaustie. Iegen venijn sal 
ment geven met sope van menten. Ende men saelt plaes- 
teren op beten van gevenijnden dieren. Ende hets proper- 
like goet iegen .4. dach corts, etc." (Antidot.). Volgt een 
opsomming van de talrijke bestanddeelen. 

ponjaard. 

Dura mater, een hersenvlies. 

Pia mater, een hersenvlies. 

Morus, Tm. 

beenzweer. 

zie Mummie. 

pijn in een plek aan den schedel. 

zie Mundificati o. 

week, zacht. 

week maken. 

„dat in coorne staet ende draget rode bloemen in latine 
heet mense papaver rubeum." Papaver Bhoeas, L. 
Klaproos. Of „chele" een verbastering is van heul? 
Bij Dodonaeus heet de klaproos: wilde heul. 

weekheid. 

waarschijnlijk te lezen-, mest (v. messen, missen) 

Brassica nigra, Koch. 

metalen. 

schedel, hersenpan. 

Sch roeder geeft 4 soorten: 
„1. Mummiam Arabum, quae estliquamen s. liquor con- 



262 



Muiidificatio, 



Muri albi, 



Muscaten, note- 

Muscerulle, 

Muscelijn, olie v. 

Muse, miiiis, 

Musich, 

Muscus, 

MusNilagine, 



cretus exudans in sepulchro è cadaveribus Aloë, Myrrha, 
Balsamoque conditis. 

2. Aegyptiorurn, quae est liquamen ex cadaveribus 
pissasphalto conditis. Nimirum, hoc condiebantur cada- 
vera vilioris sortes, adeoque & ipsamet cadavera 
nonnunquam eo modo condita prostant. 

3. Pissasphaltum factitium, i. e. mixtum pici bitumen, 
quod pro Mumia venditant. 

4. Cadaver sub arena Solis aestu torrefactum. Fitque 
in Hammoniorum Regione, quae est inler Cyrenarum 
Regionum & Alexandriam, ubi arenarum Syrles 
Ventor, turbine sublatae incautos viatores obruunt, unde 
horum cadavera a flagrante Solis aestu torrentur & 
excrescunt." 

Zie over Mummie: A. Wiedemann. Mumie als 
Heilmittel. Zeitsch. desVereins f. rhein.u. west- 
fa 1. Volkskunde. 3. Jahrg., 1906, blz. 1. 
„M. intestinoium": zuivering van den darm, door 
middel van een afvoermiddel. Mundificatieven heetten 
ook middelen om ulcerate reinigen. Zij behoorden tot de 
groep der abstergentia remedia of medicinae abstersivae. 

1. mori albi, moerbeziën, de vruchten van Morusnigra, L., 
ook wel mora celsi of mora domestica (Herbarius) ge- 
noemd. Morus a 1 ba w.irdt gekweekt om de bladeren, die 
tot voeder voor de zijrups dienen, Morus beteekent 
ook een op een moerbezië gelijkend gezwel, dat aan de uit- 
wendige geslachtsdeelen voorkomt. „Morum est callus, 
aut eminentia quaedam facta in modum mori (Willem 
van Salicete, liber. quint., Cap. X)". 

nuces moschatae, vruchten van Myristica fragrans, 
Houtt. 

vermoedelijk verbastering van Muskaatsalie, Salvia 
Sclarea, L. 

1. oleum Moschelinum sive Nicolaï, een zalf, waarin 
tal van aromatische bestanddeelen. 

gevoelszenuw; ook spier. 

zenuwig, vol zenuwen en spieren. 

het product van een zich tusschen navel en penis be- 
vindende klier bij Moschus moschiferus, het Mus- 
kusdier. 

1. mucilago, slijmdrank. 



N. 



Nabete, candite, 
Nachtscade, 



Naerder, 
Nagel, 



kandijsuiker. 

ook solatrum, strigio morel la, uva lupina genoemd. 
Solanum nigrum L. Nachtschaduw. 
„Solatrum of stringimen. of morella of uvalupina. dats 
nachtscade" (Herbarius). 

van na er, eerder. 

ugula of ungula of doek, pterygion, een oogvlies, vleu- 
gelvlies, wijl het zich vleugelvormig van den traan- 
klier af over het oog uitbreidt. 



263 



Nappe, 
Nardus, 



Nennphar, 



Netele, heete 
Netten, 
Neut e, 
Niegeren, 
Nigelle, 

Niene, 
Niewer toe, 
Niewerincs, 

Nitrum, 

Nobeen, 

Nokeruote, 

Noli me tangere, 



Nolle. 

Noot, noet, 

Notabel, 

Note van Inde, 

Note cypressiin, 

Nucha, 



Met ungula, unguis, onyx, nagel wordt ook aangeduid 
een ophooping van etter tusschen de lager gelegen 
lamellen van liet hoornvlies, welke eenige gelijkenis 
heeft men de lunula van den nagel. Zie ookPannus. 
vaatwerk, kroes, 
spica indica, spijk-narde, Nardostachys Jatamansi, D. 
C. Gebruikt werden de wortel en de „Nardinum 
oleum." 
Nymphaea alba, L. Waterlelie, „Nenufar of caliinbloemen 
of aplompen. dat siin tremeer bloemen ende staen in wa- 

tere ; die witte dat siin die beste, entie gelu en siin 

niet so goet. Ende men sal de bloemen drogen, so mach 
mense .2. jaer goet houden. Ende men maect der af cyroop 
den genen die liggen in die sucht. Entie sarasine 
leggense des avonts in watere. Ende smorgens drinken 
si dwater jegens die hitte van dien lande. Ende men 
maecter oec water af also als men van rosen doet." 
(Herbarius). 
ürtica, Tourn. Brandnetel, 
drenken, 
zie Note. 
1. nigeren, in: el niegren af = nergens anders van. 

Nigella sativa, L. „Nigella ofnigle. wast int coren 

Ende dit saet hout men wel .4. jaer goet" (Herbarius). 
uit: niet ne, d.i. niet, of nie ne, d. i. nooit, 
nergens toe. 
nergens, 
natron, soda, koolzure natron. Er werd ook wel Potasch 

onder verstaan, 
zie Stenech been. 

okkernoot, de vrucht van Juglans regia, L. Noteboom. 
Een hardnekkige, om zich heen vretende zweer ; ook 
kankerzweer in het aangezicht. 

s Men noemt desen kancker wel een fenynige, rebelle, 
ende onhantsame ulceratie, die seer furieus ende wreet 
onder de hant wort: ende so verre alsmen eenighe scher- 
pe corrosyvighe remediën daer op leght, soo wort hy 
daer door noch meer vererghert, soo dat de pyne, de 
koortse, ende andere accidenten daer door vermeerdert, 
ende de natuerlicke krachten vermindert ende ge- 
swackt worden, ende het lichaem ten lesten uyt- 
teerende, vergaen, ende sterven moet. Daeromme dat 
sommige desen kancker Noli me tangere ghenoemt 
hebben, dat is te segghen, en raeckt my niet met 
eenighe scherpe, of stercke dinghen, op dat ick niet 
ergher, ende furieuser en worde. (Pare, de kuere van 
den openen, ende geulcereerden kancker. Cap. 30, 7 
Boeck. blz. 225.) 
kruin, achterhoofd, 
noodzakelijk, noodig. 
bizonder 

Nux Indica, de vrucht van Cocos nucifera, L. 
Gal la cupressi, van Cupressus sempervirens, L. 
Hieronder werd in de middeleeuwen het „verlengde merg" 
en „ruggemerg" verstaan. „Medulla spinae, nucha 

17» 



264 



dicitur" (M. Hundt.) ,,Nucha, medulla spina e9t" (Mon- 
dino). Zie Hyrtl, Onomat. anat. blz. 356. 



O. 



Ocsuun, oecusoen, 
Olibanum, 



Oliebastrum, 
Olie van baj en, 
Olie van benedictine, 



Olie van castiin, 



Olie van euforbie, 

Olie van laurier, 
Olie van leliën, 



gelegenheid. 

wierook. De gestolde harsachtige emulsie, welke uit de 
aangesneden bast van Bosruellia Carterii, (Birdw.?) 
druipt. De fijnste korrels of „tranen" zijn de witte, die 
geplukt worden. Minderwaardige korrels zijn de van 
den grond opgeraapte, met zand en aarde verontreinigde. 

vermoedelijk: Alabaustrum. 

zie Backe. 

Dit middel komt voor bij Mesuë. „Natura: calidum et 
siccum in 3°. Operationes et proprietates : in eo est 
subtilitas et resolutio et calefactio in artetica de ma- 
teria frigida et est in ea ultimum remedium" (Mesuë 
jun. Lib. sec, blz. 62). In den Bundel van Genees- en 
natuurk. geschriften, welke Hs. B. vormen (zie Inlei- 
ding) komt een geschrift voor, waarvan het begin luidt: 
Aqua vita dats water des levens of levende 
water. Het geeft voorschriften van eenige waters en 
oliën, o.a. van. 

„olye die men heet gebenedide omme die groete doget 
entie cracht die an hare geleget. entie maect men aldus. 
Nemt rode nuwe tiechelen. die voorvoets comen uten 
ovene. eer datter regen of enege verscheit op comen es. 
ende brecse in cleinen stucken also groet alse hasel- 
noten. Ende legse in tfier ende doetse geloyenen de 
werpse in olye van oliven al gloyende wel claer ende 
laetse daerin liggen toter wilen dattie olye wel cout 
es. entie stucken wel doredronken met der olyen. 
ende dan nemt andere stucs van tiechelen ende doet 
also ghi nu daet. Ende doet tot dier wilen dat al die 
olye gedronken es in die stucken van dien tiechelen. 
Ende altoes doet die coude stucs ute eer ghi die andere 
heete in doet. Ende dan nemt alle die stucken ende 
doetse in .1. orinael. ende setse in .1. teste met asscen. 
ende set daer op u alembijc. Ende maect .1. stare vier 
in den oven daer die teste op staet. Ende stopt tusscen 
den crage enten orinael. ende datter ute gaet ontfaet 
in .l.fiole. Maer datter iersten uut sal comen dat wert 
water, ende dat en hout niet. Maer daerna salre herde 
rode olye ute comen. ende herde goede te meneger 
dinc. 
Oleum Costinum? Een middel, waarin Costus specio- 
sus, Sm. s. C. arabicus, L. de basis vormde. Over de 
samenstelling zie Cordus. 
Oleum de Euphorbio Mesuae. Over de samenstelling zie 
Cordus. 

zie Backe. 

Oleum liliarum of Oleum Lilinum Mesuae simplex, Over de 
samenstelling zie Cordus. 



265 



Olie van muscelijn. 
Olie nardum, 

Olie van olive, 
Olie van rosen. 



Olie van ruten, 
Olie van violetten, 
Olive, 
Omfacijn, 



Ondercotech, 
Ondercootte, 
Ongebreelijc, 
Ongenoechte, 

Onscamel, ont-, 

Onsnchte, 

Ontcrimpen, 

Ontbeiden, 

Ontfaen, ontvaen, 

Outsien, 

Ontstricken, 

Ontswingen, 

Ontwee, 

Opopanacum, 

Optalme, 

Orberen, 

Orbore, 

Orborlijc, 

Ordeum, 

Orisoen, 

Orpiment, 

Ort, oort, 

Osmonde, 

Overbeen, 

Overberch, 

O vervloeyenthede, 

Oximelle, 

Oxisacum. 



Oleum Moschelinum. Over de samenstelling zie C or dus. 
Oleum Nardinum simplex Mesuae en Oleum Nardinum 

compositum Mesuae. Over de samenstelling zie Cordus. 
zie Omfacijn. 
Cordus noemt twee soorten: Oleum Rosaceum usitatum 

en Oleum Rosatum completum. Over de samenstelling 

zie Cordus. 
Oleum Rutae. Over de samenstelling zie Cordus. 
Oleum Violaceum. Over de samenstelling zie Cordus. 
vrucht van Olea europaea, L. 
oleum onphacinum, oleum acerbum. de olie van groene, 

niet rijpe olijven. Op blz. 31, kol, a, wordt gezegd :„dese 

Olye van rosen heet Avicenna Olyum onfacinum." Dit 

moet zijn: olye van oliven. 
onder de huid voortzwerende. 
onderhuidsch absces. 
zonder gebreken, volmaakt. 

onaangenaam gevoel ; „o. horen," iets hooren dat onaan- 
genaam is. 
onfatsoenlijk, 
pijnlijk, 
samenkrimpen. 
wachten, 
ontvangen. 

bang zijn voor, duchten, 
los gaan. 
losgaan. 

vaneen, in tweeën. 
Opopanax, sap van Opoponax hispidum, Griseb. s. 

Ferula Opoponax, Sprengel. 
Ophthalraie, verschillende soorten van ontsteking van 

oogvlies en hoornvlies, 
gebruiken, aanwenden, b.v. een geneesmiddel, 
nut, belang, 
nuttig, betamelijk. 

Hordeum Vulgare, L. Gerst. Gerstenwater: Krithinon. 
gebed, 
auripigmentum, naam van het mineraal arseentrisulfide, 

arsenicum sulfuratum citrinum. 
spits, punt; het scherp van een wapen. 
Osmunda regalis, L. Koningsvaren, 
wan, uitwas, 
gene zijde der Alpen, 
overvloed. 

mengsel van azijn, honig en water. 
1. Oxisaccarum, stroop, met azijn, granaatappelsapen 

suiker bereid. 



P. 



Padde, 



Bufo vulgaris. Diende ter bereiding van verschillende 
geneesmiddelen, en is o.a. tegen waterzucht aanbevolen. 
Men bezigde Bufones exsiccati, Bufones combusti, Aqua 



266 



Palas, 

Pallia* alliorum, 

Pannu», 



Papaver album, 
Papaver rubeum, 
Papier (gheberrent), 

Pappelblat, 



Paritaria, 
Pareren, 

Partstorte, 
Payen, paeyen, 

Peidinge, 

Peket, 

Pellis arietien, 



Pellote, 
Penide, 
Penaincruut, 
Peper lanc. 

Peper wit, 

Pepergraen, 
Perseker, 

Persiin, 

Persinaet van 
Macedoniên, 



bufonura cosmetica, Electuarium hydropicum enSal hufo- 
num volatile. 
verheraelte. 
misschien verbastering van Pellis = huid of vlies, en 

dan wellicht: of rokken van knoflook, 
pannus corneus, een soort van ontsteking van het hoorn- 
vlies, ook „sebel" genoemd. 

„Sebel est, selon Avicenne, un pannicule qui advient 
è 1' oeil, del' enfleure de ses veines apparentes en la 
superficie de la conjonctive et cornée: et entre Ie 
tissu d icelles, y a apparence comme d'une nuée fu- 
meuse. Il est avec demangeaison, larmes, ulceres, gros- 
seur et rongne de paupière, avec ce que la lumière 
1'offence (Guy de Chauliac, Gr. Chir. 6e traite, doet. 
I. ch. II.) 

zie Maencopijnsaet. 
Papaver Bhoeas, L. Klaproo3. 

Charta. Gebezigd als mundificatief, consolidatief en exsic- 
catief. 

blad van Populus, Tm. Populier. Kan ook zijn van: Malva 
L. Kaasjeskruid, waarvan de bladeren ook „pappelblaren" 
genoemd werden. „Maluwe of pappele" (Herbarius). 

1. Parietaria, Convolvulus arvensis, L. Akkerwinde. 

betrekking hebben op, b.v. van teekens van den dierenriem 
op lichaamsdeelen. « 

1. pertstorte, paarde vijg. 

tevreden stellen, b.v. „hem gepayt houden", met iets 
genoegen nemen. 

van peiden, tranen van de oogen. 

een vloeistofmaat. 

ranrevel, dat ter bereiding van Ceratum ex pelle arie- 
tina Arnoldi de Villanova gebezigd werd. Het vel 
werd langen tijd met water gedigereerd, het water 
ingedampt en met een groot aantal andere middelen 
tot een zalf verwerkt. 

opspraak. 

„van sukere", stang van geraffineerde suiker. 

Lysimachia Nummularia, L. Penningkruid. 

piper longura, vrucht van Piper Chaba, Hunter s. Cha- 
vica officinarum, Miquel s. Piper longunt, L. 

de rijpe en van de schil ontdane vrucht van Piper 
nigrum, L. 

peperkorrel. 

Prunus Persica, Stokes s. Persica vulgaris, MUI. 
Perzik. „Persica dat siin persekers" (Herbarius). 

Carum Petroselinum, Benth. et Hook s. Petroselinum 
sativum, Hoffm. Peterselie. Zie Apie. 

Athatnanta macedonia Spr. 
„Petrocilium macedonicum. dats persiin van mace- 
donie of alexander" (Herbarius). „Item il est manifeste 
que plusieurs apoticaires au jourd' huy ignorent Ie 
vray persil, lequel facillement nous ne pouvons pas bien 
trouver, car ce que vulgairement en toute 1' Europe nous 
appelons persil, il est si apertement different du persil des 



267 



Pes Columbini, 

Petercelle, 
Peterolie, 
Petou, wijn van 
Peulen, peluwen, 
Pia mater, 
Pigle, 

Pili leporis, 
Pillen auree, 



Pimpinelle, 
Pinen, 
Pinguis, 
Pioeelle, 



Piretrum, 



Piscium glutes, 
Pix, pix navalis, 
Pix graeca, 
Plantage, 
PI ante, 
Plantegine, 



anciens qu'il n'a nulle indigence d'autre demonstration, 
car la semence du vray persil est si grandement amere, 
tellement qu'il est advenuque, icelle mise dedans Ie the- 
riaque, elle y cause une plus grande amaritude que ne 
sc,auroient pas toutes les autres herbes araères, comme 
est la plante d'aloès, Ie myrrhe, Ie prasium, la chasnette et 
la petite centaurie, ainsi qu'on peult voir en Galien au Li vre 
des Antidotes. Doncques il fault croire que 1'herbe que 
nous appellons petroselinon est ce que nous disons 
selinon, qui vulgairement est dicte ache (Apium); et 
1'on la appelle petroselinon d'autant qu'elle ayme 
les lieux des jardins les plus p[i]erreux, aussi naturel- 
lement vous la verrez venir sur les murailles; et ce 
que nous appellons petroselinon macedonicum, c'est la 
grande ache: et la petite ache est ce que nous pansons 
estre persil. Doncques Ie vray persil ne se trouve pas 
si aysement" (Declaration des abuz, etc. p. Lisset 
Benancio; Zie Minime, blz. 372). 

Geranium columbinum, L. Duivepoot. „Pes columbinus 
dats duvenvoet .... ende dit wast int coren" (Herbarius). 

zie Persiin. 

aardolie. 

wijn van Poitou. 

[een wond] met een kussentje [van verbandstof] bedekken. 

dunne hersenvlies, een van de „matres cerebri." 

Bryonia, L. Heggerank. 

hazenhaar. Geliefd middel tot bloedstelping. 

1. Pilulae Aureae Nicolai. 

„Pillule auree. om die redene van der rootheit heet 
ment pillule aure ende heeft sinen name vanden 
goude" (Antidot.). In den latijnschen tekst van het Anti- 
dot, staat: aureae ab excellentia auri dicuntur; sicut 
enim aurum inter cetera metalla pretiosus habetur, sic 
pilulae istae inter alias meliores approbantur." 

Pimpinella Saxifraga, L. Steenbreek. Zie Saxifraga. 

zijn best doen. 

van pinguedo, vet. 

1. Pilos elle. Hieracium Pilosella, L. Havikskruid. 
„Piocella of nepita of musore. dats tcrudekijn metten 
hare dat plat op deerde lecht" (Herbarius). 
In de apotheken vond men Herba et Flores Pilosel- 
lae s. Auriculae muris. 

Anacyclus Pyrethrum, D. C. s. Anthemis Pyrethrum 

L. „Piretrum. of pertram. of pertrec. ende selke sceldent 
bertram. hets al eens. Ende het es heet ende drofge]. in 
den .4. graet. ende die wortelen gaen in medicinen. 
In den winter sal meuse gadren ende geduren .5. jaer 
goet" (Herbarius). 

vischlijm. 

pix nigra, pik, scheepspek. 

kolophonium. Zie Colofonie. 

Plantago major, L. 

voetzool. 

1. Pantegni. Uit 't geen op blz. 11, kol, a, te lezen staat, 
zou men afleiden dat dit werk van Galeno? 



268 



Plommeye, plombeye, 

Pluckelinge, 

Plumbum ustum, 

Plume, 

Poenten, 

Polipodium quersine, 



Polipus, 

Pollum montanum, 

Polukijn, 

Pomum acetosum, 

Pomum granatum, 

Populiere, cnoppen 

van — 
Popelioen, 



Porceleine, 

Poreide, 

Poret looc, porret, 

Porren, 

Poros, 

Porringe, purringe, 

Porrus, 

Porrus virgae, 

Poteten, potage, 

Prumen van Damas, 



Pruumboom, 
Psidie, 
Psillie, 
Pullen, 

Pullica, 
Puuice, radix- 
Puut, puud, 



Quareel, 
(Ju ene, 



afkomstig is. Dit is echter niet het geval. Het is een 
in 't Arabisch geschreven werk van Isaak den Jood, 
dat groote overeenkomst vertoont met den „Khitaab 
el malikhi" van Ali ben el-Abbas. Constantinus 
Africanus vertaalde I zaaks werk in het Latijn. 

ploertendooder. 

pluksel. 

loodoxyde. 

veer. 

iets recht zetten. 

Polypodium vulgare, L. Eikvaren. „Polipodium, dats 

wilt varen dit wast an ouden dyken ende an 

ouden maysieren die droge siin. Ende wast oec op 
eyken ende dats dbeste. tander ne doech niet in medi- 
cinen. Ende dat op eyken wast die wortelen siin medi- 
cinael. ende siin buten root ende binnen groene" 
(Herbarius). 

1. Pol y pus, een slijmvliesgezwel. 

1. Polium montanum; Teucrium Creticum, L. 

kussentje van verbandstof. 

de [zure] appel, vrucht van Pyrus Malus, L. 

granaatappel, de vrucht van Punica Granatum, L. 

de harsrijke knoppen van Populus Nigra, L. Populier. 
1. unguentum populeon. „Unguentum popelioen es 

siin name omdat ment maect van popelbotten" (Antidot.). 

Voor de samenstelling, zie Cordus. 
Portulaca oleracea, L. Postelein. „Pertulaca of porce- 

leyne" (Herbarius). 
Alliwm Porrum, L. Prei. Zie Looc. 
zie Looc. 

bewegen, verroeren, 
porie. 

het opkomen van eene ziekte, b. v. der pokken, 
een wratachtig gezwel. 

Gondyloma, wratachtig gezwel van syphilitischen aard. 
gekookte spijs, 
een variëteit van Prunus domestica, L„ in den omtrek 

van Damaskus voorkomende. „Pruma dat siin prumen. 

ende siin some wit. ende somme root ende some bruun. 

Alle siin si cout. Maer prumen van damas siin die 

beste " (Herbarius). 

Prunus domestica, L. 

Cortex mali granati. Zie Gernate. 

1. Psyllium, Plantago Psyllium, L. Vlooienkruid. 

1. p.ulen, uitpuilen. Op blz. 50, kol. a wordt bedoeld: 

gapen. 
1. Pulicaria = enula campana. Zie Enula. 
de wortel van Punica Granatum, L. 
kikker. 

Q. 

pijl, uit een katapult geschoten, 
oud wijf. 



269 



Quicsilver, 
Quinancie. 
Quitsse, 



Argentum vivum, Mercurius crudus, Kwik. 
zie Squinanchia. 
quetse, letsel. 



R. 



Radec. 



Ranula, 



Rapensmout, 

Raphanus, 

Rappich, 

Raticb, 

Realgar, 



Rebarbe, reubarba- 

rum, 
Rebrico, 



Rede, 
Reinevane, 



Resina alba. 



Resolverende 



Reten, te- 

Rise, 

Risi, farina- 

Robarde van der zee. 



Verdam geeft voor „radic" radijs; verwijst echter ook 
naar „meerradic." Herbarius heeft: Rufanus, dats 
merradic", doch nadere omschrijving ontbreekt. 
Radijs draagt den naam van Raphanus sativus, L., 
Merradic of mierikwortel van Cochlearia Armora- 
da, L. Vermoedelijk bedoelde Yperman dezen laat- 
sten, omdat hij van „wortel" van radeke spreekt. 
Beide producten bevatten overigens een verbinding, 
welke na splitsing mosterdolie oplevert. 

een gezwel onder de tong. „Onder de tonghe komt oock 
dickmaels een gheswel te wassen, daer door dat de 
mensche niet wel perfectelick spreken en kan, 'twelck 
van de Grieken Batrachium ghenoemt wordt, ende in 
't Latijn Ranula, ende in onse sprake eenvorsken (Pare). 

raapolie. 

mierikwortel. Zie Radeke. 

schurftig. 

van ra te; honingraat. 

of Sandarach. Een mineraal, zwavelarsenicum, As S.. 
„Realgar es ene maniere van erden. dat seggen enege. 
ende si liegen. Want hoe ment maect sal ie hierna be- 
scriven. Ende dit gelijct opermente. ende es gevenijnt" 
(Herbarius). 

Rheum palmatum, L. Rhabarber. 

rubriek, van rebruceren, rubriceren, d. i. met rooden inkt 
schrijven of merken. De chirurgie van Henri de 
Mendeville bijvoorbeeld is in „rebriches" verdeeld. 

koorts. 

Chrysanthemum s. Tanacetum vulgare, L. Boerenworm- 
kruid, Steenvaren. 
„Tanacetum. of tente. dats reyevane" (Herbarius). 

wit harst, het harst van Abies pectinata D. C. s. Pinus 
Picea, L., Picea excelsa Link s. Pinus Abies, L. en 
Larix europaea, D, C. s. P. Larix, L. 

zweetdrijvend. „Een resolverende Medicament is het ghene 
dat door sijn hitte, ende door de subtijlheydt syner 
substanciën, de sweetgaten opent, de humeuren ver- 
subtijlt, verteert, ende door een onsienelijcke transpi- 
ratie doet vervliegen, ende oock meer ander overtol- 
lighe ende onnutte materie, die erghens in 'tlichaem 
onthouden wort" (Pare). 

zie Teriten. 

1. rijs, tak. 

Rijstemeel. 

Wordt op blz. 50, kol. b in verband met hazelip gebe- 
zigd; er zal dus wel bedoeld zyn rob, en niet „rootbaerd" 
of groote poon, een zeevisch. 



270 



Robcitomorum, 

Rodomel, 

Roepere, 

Roeren, 

Roest, 

Roet, 

Rootse, 

Rosé, 



Rosen, suker van - 
Rosiine, 

Rosmarijn, 

Rostrum porcinum, 
Rabea trocistata, 



Rndicheit, 
Ruggene huve. 



Ruptura, 
Ruptorium, 

Rute, 



Ruthele, 
Rutinge, 



Sachte Bloeder, 



ook wel robistomorum geschreven. Misschien wordt 
bedoeld : rob of sirupus citxinorum. 

Mei rosaceum, rozenhoning. 

„Mei rosaceum. heet in griex rodemel" (Antidot.). 

strot. 

zich bewegen. 

verhemelte. 

vet, reuzel. 

een soort van riviervisch.Hs. C. heeft „grondelinge", grondel. 

Rosa centifolia, L. Roos. 

„Rosa dat siin rosen Ende rosen siin goed in 

medicinen beide gruene ende droge. Ende selke gadren 
rosen alsi ripe siin entie en mach men niet lange 
houden. Men sal rosen lesen eer si hem ontpluken. 
Rosen die swart sijn of bleec en sal men niet leggen 
in medicinen" (Herbarius). 

een middel uit suiker en rozebladeren bereid. „Rodosa- 
cum dats suker rosaet" (Antidot.). 

Rozijn, vrucht van Vitis vinifera, L. Ook uva passa 
geheeten: „Uva dat siin wijnbesiën ende siin van 
.2. manieren, deen zuer ende dander soete" (Herbarius). 

Rosmarinus officinalis, L. 

„Rosmarinus die blade gaen in medicinen. Entie 

bloemen heet men antos ende hier af conformeert men 
dya-anthos. Dit cruut wast gerne bi der zee ende hanct 
al vol witter bloemen" (Herbarius). 

Taraxacum offtcinale, L. Web. Leeuwentand. 
„Rostrum porcinum dats melcdistel of melcwiet" 
(Herbarius). 

1. trociscata, roode pastille. 

„Robea trosiscata. rubea dats rode varwe. trosis es te 
verstane .1. ront dinc. dat men .1. dop heet" (Antidot.). 

schurftigheid. 

In den zin, zooals zij op blz. 64, kol. b gebezigd wordt, 
beteekent de uitdrukking: pikpleister. Deze werd nog 
voor korten tijd gebezigd om bij hoofdzeer de haren 
uit te rukken. 

scheur; ook spleet, b. v. ruptura mirach, een spleet in 
den buikwand, bjj een breuk. 

bijtend geneesmiddel. „Een Ruptorium is een cauterie 
potenciael, oft corrosijt, het welcke door zijne bran- 
dende kracht brant, ende eene corste niaeckt" (Pare). 

Ruta graveolens, L. Wijnruit. 
„Ruta es van .2. manieren, deen es tam entie wast in 
der lieden hoven. Ende dandere es wilt ende heet 

piganon Ende als men rute vint bescreven in 

recepten, so salmen nemen tsaet. Ende men houdet 
goet wel .5. jaer. Entie bladere .1. jaer" (Herbarius). 

honigbij. 

oorsuizing. 

s. 

semis, half; b. v.<3 s. : drachma semis. 
zie Moeder. 



271 



Saelgie, saelge, 

Saffraen, 

Sal, 

Sal Armoniac, 

Sal gemine, S. gem- 

mae, 
Sandalen wit 



Sandalen root, 
Sanguis draconis, 

Sanguis humani, 



Sang wijn, 



Sansucum, 



Sarcocolla, 
Saxifraga, 



Sc — , 

Scabies, 

Scabiose, 

Scammonia, 

Scariole, 



Salvia officinalis, L. Salie. „Eupatorium. dats wilde 

saelge of hindelope" (Herbarius). 
Stigmata croci, de stempels van Crocus sativa, L. 
Sal communis, zout, keukenzout, steenzout, zeezout, 
zie Armoniac. 

steenzout. 

Sandelhout, S. album en S. citrinum, het hout van San- 
talum album, L. De gele kleur hangt met den ouder- 
dom van het hout samen. 

S. rubeum, het hout van Pterocarpus santalinus, L. 

Drakenbloed ; hars van Daemonorops Draco, Blume s. 
Calamus Draco, Willd. 

1. Sanguis hominis, menschenbloed. Dit werd o. a. ge- 
bruikt bij de bereiding van Ceratum ex pelle arietina. Zie 
Pellis arietien. Uit menschenbloed, nl. dat van 
eenen gezonden, niet roodharigen, jongeling, werd door 
destillatie een olieachtige vloeistof gewonnen: Oleum 
sanguis humani. 
volbloedigheid. „Overmits dat uyt den bloede het 
vleesch ghegenereert wort, so ist openbaer dat een 
vleesachtigh ende musculeus mensche, die een harde 
ghestaltenisse des lichaems heeft, met een uytdam- 
pinge van vochtigheyt, een sangwijn mensche zy. 
Voorts so heeft een sangwijn mensche een schoon 
coleur van root ende wit onder den anderen vermen- 
gelt: De selve wittigheyt der huyt, die causeert uyt 
de witte partije des Sperma, ende de roodigheyt uyt 
den rooden bloede, dat daer onder gheleghen is, d'welck 
in het aensicht alsoo bloosende maect: Een sangwijn, 
mensche is ooc soet van wesen, blijde van gheeste 
ende kort-wijligh : Daer-en-boven, soo is hy oock van 
naturen vriendelick, beleeft, gracieus, lachende, ende 
een liefhebber der vrouwen: Hy wordt oock seer sel- 
den gram, want gelijck als de Humeuren zyn, die in 
den mensche meest domineeren, also zijn ooc der 
menschen manieren" (Pare). 

l.Sampsychon (Diosk.), Origanum Majorana, L. Marjo- 
lein. „Sansuccus es . 1 . cruut dat men hetet maiorana 

Ende men saelt gadren alst begint te bloyene. ende 
hangent in die zonne te drogene. Ende alse ment leit 
in medicinen so salmen die blade entie bloemen van 
den stocken sceden'' (Herbarius). 

gom van Astragalus sarcocolla, Dymock. 

Pimpinella Saxifraga, L. Kleine pimpernel, kleine 
steenbreek. 

„Saxifraga of steenbreke. dats bevenelle ende 

daeromme heetse steenbreke om datse den steen 
brect" (Herbarius). 

zie Sch — 

schurft. 

Scabiosa arvensis, L. 

hars uit den wortel van Convolvulus Scammonia, L. 

variëteit van Andijvie: Endivia L. Hs. C. geeft op blz. 
39, noot 2: Sarcocolle.. 

18 



272 



Schaelgen, 
Schaerdemont, 
Schaersheit, 
Scheppeuisse, 
Scherdelinghe, 
Scherf, 
Schier, 
Schofferinge, 
Schore, 
Schoren, 
Schorfde, 
Schorfhede, 
scorreftheit, 

Schrepelinge, 

Schreve, 

Schriden, 

Schrivein, 

Schrode, 

Scippec, 

Sclerotica, 

Scrophulen, 

Sehesten, 

Secondina, 

Seem, zeem, 

Seinen, 

Selfhele, 

Sencen, 

Serapinum, 

Sero caprino, 

Serpent, 

Serpentine, 

Serpillum, 

Serusa, 

Sicamore, 

Sicken, 

Sicoen, 

Sigillum Salomonis, 
Sigillum heate Marie 

Siën, zien, 

Silte, 

Sinancie, 

Sindael, 

Singule, 

Sint-Jans crude. 



splinteren, schilferen. 

hazelip. 

schrielheid. 

gedaante, vorm, uiterlijk. 

schrijlings. 

pot, pan. 

grijs. 

last, onaangenaamheid. 

scheur, breuk. 

doen opengaan, b.v. een absces. 

schurftigheid. 

schurftigheid ; ook bedoeld als eczema capitis en ander 
hoofdzeer. 

afschraapsel. 

opening, bijv. van een wond. 

schrijden, met groote schreden gaan. 

schrijver. 

zwachtel. 

zie Pix. 

sclera, lederhuid v. h. oog. 

[gezwollen] klieren; ook klierachtigheid, klierziekte, 
scrophulosis. Zie G land ui e. 

s. m y x a e, vruchten van Cordia Myxa, L. Zwarte Borstbes. 

Choroidea, een oogvlies. In de verloskunde de nageboorte. 

honing. 

zegenen. 

zie Confilie. 

misschien: Sensejoen, sencioen, Senecio vulgaris, L. 
Kruiskruid. 

1. sagapenum, een aromatisch riekend gomhars, ver- 
moedelijk afkomstig van Ferula persica, Willd. 

Serum lactis caprinum, Geitenwei. 

zie Slang. 

Polygonum Bistorta, L. Adderworlel. 

Tliymus serpyllum, L. Wilde Thijm. 

zie Cerusa. 

1. Si co m o re; Ficus carica, L. Vijg. 

moeielijk ademhalen, hikken, oprispen. 

Sycosis hetz. als Trachoma, een chronische aandoening 
oogleden. 

Polygonatam officinale (All.?), Salomonszegel. 

misschien wel hetzelfde als Sigillum Salomonis (zie 
Tschirch, Alphita-lijst). 

zeven, filtreeren. 

gepekelde vleeschspijs. 

zie Squinancia. 

fijn linnen, neteldoek; ook zijden stof en een soort van taf. 

ei n ge Ie, gordelroos. 

Verschillende planten worden met dien naam aangeduid, 
o.a. Artemisia vulgaris, L., Bijvoet, en Hypericum 
perforatum, L. Vermoedelijk is op blz. 98, kol. b, het 
laatstgenoemde kruid bedoeld, althans Hs. C geeft 
„herba perforata" Hetzelfde kruid werd ook Johannes- 
krnid genoemd. 



273 



Sitten (gaen-), 
Sizoor, cisoor 
Slat-h, 
Slaken, 
Slangenvleesch, 



Slarie, 



Slecht, slicht, 

Slechten, 

Slechuus, 

Slecke, 

Sloosse, slootse, 

Sloven, sloeven, 

Smeer, 

Smeerwortel, 

Smout, 

Soffraen, 

Soge, 

Solatrum, 

Solre, 
Solsequinum, 



Spaersen, 

Spasme, spasmeringe, 

Specerie, 

Specie, 

Specier, 

Spekel, 

Spelen, 

Spenen, 

Sperma patris, 



bedaren, slinken, b.v. van een buil. 

schaar. 

splinter, schilfer. 

losmaken. 

van Coluber Natrix. Behalve dit, werden ook pinguedo 
serpentis, slangenvet en spolia serpentis, slangenvel, 
gebezigd. 

Tapsus barbatus, Verbascum, L. Toorts. „Tapsus bar- 

batus ende heet wolfskersse. ende heeft sachte 

blade ende gelu bloemen ende wast ane oeveren van 
grachten" (Herbarius); 

glad, b.v. van een draad. 

effen maken. 

slakkenhuis. 

slak. 

schil, peul, dop. 

iets over iets anders heenschuiven. 

vet. Op blz. 148, kol. a, wordt het net, omentum, bedoeld. 

Symphytum officinale, L. 

reuzel, vet. 

zie Saffraen. 

zeug. 

sola'num. Solanum nigrum, L. Zwarte Nachtschaduw. 
Zie Nachtscade. 

zolder. 

I. Solsequium, sponsa solis, Cichormm Intybtis, L. 
„Sponsa solis of elyotropia. cycorea. solsequium. dyo- 
nisia. intuba. calendula of goutbloemen. hets al eens. 
het siin alle goutbloemen of tcruut" (Herbarius). 
Calendula officinalis, L. werd o.a. door Alb- 
Magnus ook met de namen van sponsa solis, eliotropum 
aangeduid. 

zich verspreiden. 

kramp; spasmus, tetanus, een krampziekte, welke 
dikwijls bij met aarde verontreinigde wonden optreedt. 

kruidenwinkel, drogisterij, apotheek. 

geneeskrachtig kruid. 

drogist. 

speeksel. 

koken. 

aambeien, haemorrhoïden. 

mannelijk zaad. 
„53. Des membres consembables, les uns sont sper- 
matiques, les autres non; les uns sunt partie spermati- 
ques, partie non spermatiques. A la connoissance de 
cette division vous devez noter que sperma est de 
germe dont generation est faite. Et com a toute 
generation humaine .2. choses soient necessaires, (c'est 
la matière spermatique du malle et de la femele) les 
quiex sont petis en quantité, au regart de la quantité 
deue a 1'enfant par nature, et pour ce il fut necessaires 
que Ie sang mestrueus, (ce sont les fleurs de la fame) 
fust ajousté o ces germes a suploier la defaute de 
leur petitece. En tel maniere aucuns membres sont ou 
cors, qui sont purement spermatiques, si com les ners 



274 



Spille, 
Spodium, 



Spolium, 

Sporie, 

Spragus, 

Spraeyen, 

Springale, 

Spursa, spurgel, 

Squilla, 

Squinancie, 

Stafisagra, 

Stale, 

Staphans, 

Stenechbeeu, 

Sticados, 

Stickijtt, 

Stincstox, 

Stoet, 

Stoop, 

Stop, 

Storberinge, 

Stupen, 
Succarium, 
Sulfur, levende- 



Sumac(h), 
Suppositorium, 



et leur semblables; | aucuns non sperraatiques, si com 
la char et semblables] et aucuns partie sperraatiques, 
partie non, si com les muscles, qui sont de ners et de char. 
54. Les membres consemblables, simples, spermatiques 
sont .6., c'est a savoir os, cartilage, liement, nerf, artere, 
vaine. Les membres simples, consemblables, non sper- 
matiques sont .5.: Char, gresse, sain, oint, villus. Le 
latin: caro, pinguedo, adeps, asungia, villus (Henri 
de Mondeville, la quinte rebriche). 

een voorwerp met een scherpe of spitse punt. 

gesublimeerd zinkoxyd; ook: gebrand ivoor en carbo 
ossium, en, bij Avicenna, de asch van den wortel van 
Alcanna Orientalis. 

„J'ay cogneu ung serviteur d'apoticaire, lequel me 
juroit que en toutes les boutiques oü il avoit demouré, 
que le spodium que les maistres avoient, qui doibt 
estre selon aucuns de la dens d'elephant bruslée (com- 
bien que spodium des Grecz est la plus grosse superfluité 
qui se trouve en la miniere d'airain), n'estoit faict sinon 
des dens de chiens bruslées ou de sanglier, ou de marbre 
blanc bruslé, et qu'ilz n'en avoient point d'autre. Conside- 
rez la grande perversité de ces grand abuseurs qui n'ont 
aucune craincte dujugement de Dieu (Declaration, etc. 
Minime, p. 374). 

huid of vel, b. v. van den adder. 

Spergula, L. Spurrie. 

vermoedelijk asparagus, Asparagus officinalis, L. 

hetz. als Spaersen. 

katapult. 

Euphorbia, L. Wolfsmelk. 

Urginea Scilla, Steinh. s. Scilla maritima, L. Zee-ui. 

van Synanche. Angina, keelontsteking. 

Delphinum Staphisagria, L. 

steel. 

terstond. 

vermoedelijk rotsbeen. 

Lavandula Stoechas, L. 

verkleinw. v. stuc, poosje. 

hoofdzeer, eczema capitis. 

speelbal. 

inhoudsmaat. 

prop van verbandstof. 

van storberen, verstoren, in verwarring brengen, b.v. 
den geest of de lichaamsvochten. 

bukken. 

zuccara, suiker. 

Sulphur vivum. Natuurlijke zwavel, in tegenstelling van 
den gesublimeerden. „Nativum ex terra effoditur 
purum solidum, interdum scissile, venitque nomine 
Sulphuris vivi... (Schroeder). 

het zaad van Rhus coriaria, L. 
zetpil. 



275 



T. 



Taelman, 
Taiiacetum, 

Tancluwen, 
Tapsus barbatus, 
Taraxacon, 
Tartarus, 

Tebarenteren (hein) 
Teems, 
Tehan (t) s, 
Temperen, 



Tenacetum, 

Tente, 

Tentele, tintele, 

Terbentine, 

Teriten, 

Terra sigilata, 



Testudo, 

Tetanus, 
Theodoriton, 



Theriac, 



advocaat, redenaar. 

Tanacetum vulgare, L. Boerenwormkruid. „Tanacetum 
of tente dats reynevane'' (Herbarius). 

zie Ancluwen. 

zie S larie. 

zie Rostrum pourcinura. 

wijnsteen, zure wijnsteenzure kali. 
-, ontstellen, zich angstig maken. 

zeef. 

dadelijk. 

vermengen. Een lichaam of medicijn is getemperd, wan- 
neer de vier kwaliteiten op harmonische wijze met 
elkander vermengd zijn. Wanneer deze harmonie ver- 
broken is en een of meerdere kwaliteiten den boven- 
toon voeren, dan duidde men dit aan door „ongetempert". 

zie Tanacetum. 

zie Reinevan e. 

sonde, om wonden mede te peilen. 

terpentijn, een hars van verschillende Coniferen. 

vaneenscheuren. 

Terra Lemnia, een rood, ijzerhoudend leem, dat in 
koeken, die van een zegel als handelsmerk voorzien, 
in den handel gebracht werden. Afbeeldingen komen 
voor in Historia simplicium reformata, B. Valentini, 
Frankf. a.M. 1716. 

gezwel, kyste, waarvan de oppervlakte aan het schild 
van den schildpad doet denken. 

stijfkramp. 

beteekent godsgeschenk. Het Antidot. Nicolai bevat 
twee voorschriften: „Teodoriton emperiston" en „Teo- 
doriton anacardinum". Het laatste bevat Anacardium, 
het zaad van Semecarptts Anacardium, L. 

Theriaca Andromachi, Electuarium Theriaca, een zeer 
samengesteld, oorspronkelijk als tegengift (in 't bijzonder 
tegen beet van giftige dieren), later tegen alle kwalen 
gebruikt middel. Behoorde tot de Compositiones magnae 
te opiatae. A n t i d o t. noemt „Tyriaca magna dat galye- 
nus sette vrouwe van der medicinen" en „Tyriaca dices- 
sarum. dat es die cleine triade, ende triaca minor, 
also wi geseit hebben vrouwe van der medicinen. 
dicessarum. van .4. cruden of van .4. dingen so sprect 
men daer. Maer andere philosophen die na hem 
quamen die dadender meer toe." 

Uitvoerige voorschriften vindt men bij Val. Cordus. 
Hij somt op : Theriaca Andromachi; ex Galen. & Aetio ; 
Th. Andr. sen., è Carmine eiusdem Elegiaco translata 
apud Galenum 1. libro de Antidotis.; Th. Diatessaron 
Mesuë; Th. Pauperum ex Diatessaro composita. 



276 



Thus, 
Tidelose 



Tilike, tidelike, 

Tinea, tines, 

Tilike, 

Tinte, 

Tiseyne, 

Tisike, 

Titimalus, 

Tonder, 

Tonpoente, 

Torden, 

Tormentilla, 

Torcioen, 

Treyt, 

Trepaniste, 

Tresoer, 

Triacle, tyriaea, 
Trifera, 



„Andromachus, ancien médecin, fut Ie premier qui 
trouva la tyriaque; et après luy Galien, plus par gloire, 
aflin d'avoir de luy mémoire, que par utihté, et après, 
Avicenne et aulties Arabes et Persiens ont voulu 
ensuyvre Andromachus; mais ilz n'ont pas entendu 
les simples d'icelle composition, et si ont ignoré Ie 
nom d'icelle et pourquoy elle est dénommée et appellée 
tyriaque. Les arabes ont voulu dire qu'elle s'appelle 
tyriaque d'ung serpent nommé tyrus, que est chose 
faulse, car nul serpent en langue grecque ne latine 
est nommé tyrus. Et est dicte tyriaque, comme récite 
Galien en son livre ad Pamphilon, vallant autant a 
dire comment tranquilité, laquelle elle donne a ceulx 
qui la prennent" (Myrouel). 

„ . . . 1'Antidote tant efficacieux et précieux appellé 
theriaca Andromachi, lequel Andromachus estoit premier 
medecin de Nero, est aujourd'huy contrefaict des 
apoticaires, car il n'est de la faculté et puissance de 
celuy des anciens, lequel estoit d'une si admirable 
vertu et efficace que a grande peine les hommes usantz 
de celuy pouvoient roourir de poysons, ce que nous ne 
voyons point en celuy que les apoticaires préparent. 
(Benancio). 

Zie over Theriak o.a. Le Cl ere,, p. 599. en C. E. 
Daniels: Notre plus ancienne arme pharmaceutique, 
Janus, 1911, blz. 371. 

Wierook, een hars afkomstig van Bosmellia Carterii, 
(Birdw.?). 

tijloos, herfsttijloos. „Sic dicitur quod florem habet 
momentaneum fugacissimumque, qui uno die marescit" 
(Kiliaen). Zie Hermedactilen. 

tijtlike, bijtijds; ook: te vroeg. 

verschillende vormen van hoofdzeer. 

zeelt. 

zie Tentele. 

ptisane, gerstewater. 

phthisis, tering. 

zie Esula. 

uit te en onder; tonder zijn: te zwak zijn om zich te 
doen gelden. 

uit te en onpoen te: ongelegen. 

treden, vertreden. 

Potentilla Tormentilla, Neck s. Tormentilla erecta, L. 

buikkramp. 

trekpleister. 

1. trepaan, een instrument, waarmede de hersenpan 
doorboord wordt. 

schat. 

zie Theriac. 

1. Tryphera, een tot de Confectiones magnae et opiatae 
behoorend, zeer samengesteld middel. Antidot. somt 
op: Trifera sarasenica, T. magna en T. sandali. Val. 
Cordus noemt: Tryphera Magna Nicolai, Tryphera 
minor Toenonis apud Mesuem, T. Sarracenica Mesuae, 
T. Persica Mesuae. 



277 



Trocisken, 
Turbith, 

Tvernoye, 
Twinen, twijnen, 



trochisci, ronde, platte vormen van artsenijen. 

1. turpetum, de wortel van Ipomoea Turpethum 

B. Brown. 
zie Vernooy. 
b. v. twinen draet, getwijnde of gedubbelde draad. 



u. 



Ulcerie, 



Unguentum 
agrippae, 
Ung. bazilicon, 



Ung. citrinum, 
Ung. fascum, 
Ung. gracia dei, 
Ung. popelioen, 

Ung. veneris, 



Ungula, 

Uva passa, 
Uvea, 



Zweer. 

„ulceratiën .... de welcke daer zijn sekereafscheydingen, 
ofte openingen des geheels in weecke partijen, die niet 
versch ofte bloedich en zijn, maer veroudert, daer uyt 
dat materie, etter, oft eenighe ander wateracbtighe 
yochticheyt komt, wesende dese voors. ulceratiën ver- 
eenicht met eene, ofte met meer andere onghestaltenissen, 
de welcke de toeheelinghe der selver verhinderen 
ende te rugge houden" (Pare). 

zie Agrippa. 

1. Empl. Basilicum magnum, een zalf uit was, ter- 
pentijn, pik en eenige aromatische harsen bestaande. 
Zie Cordus. 

Ung. Citrium vulgo citrinum Nicolai. 

identiek met ung. nigrum. Zie Cord us. 

Over de samenstelling zie blz. 69, kol. a. 

1. populeon Nicolai. „es siin name omdat ment maeckt 
van popelbotten" (Antidot.). Zie ook Cordus. 

ung. duodecim apostolorum. Zoo genoemd omdat het 
getal der bestanddeelen overeen kwam met het aantal 
Apostelen. WillemvanSalicete geeft twee recepten 
(blz. 171 en 504 v. d. uitgaaf van Pifteau) Meester 
Anserinus de la Porte en Meester Pierre de 
1'Argentiere noemen de zalf Gracia Dei, omdat de 
werking zoo heilzaam zou zijn. 

zie Nagel. Ungula asini of Caballina is Peerts-klaeuw, 
Tussilago Tourn. 

zie Rosiine. 

de achterste pigmentlaag van de Iris. Vroeger verstond 
men er choroidea en iris, of iris alleen onder. 



V. 



Vae, 

Vaer, 

Valeriane, 

Valuwe, 

Vede, 

Vederinge. 

Veicheit, 



stuk. 

schrik, angst, vrees. 
Valeriana officinalis, L. 
vaal, b.v. „valuwe plumen". 
penis. 

veer van een pijl. 

het naderen van den dood. Veijg zijn: habere mortem 
in procinctu (Kiliaen). 



278 



Venigriec, 

Venkel, 

Veiitc, 



Veuteuse, 
Veradenien, 
Verharen, 
Verbena, 

Verdegrise, 
Verlichten, hem-, 

Vermaken, 
Verporren, 
Verrucaria, 



Versch, 
Verscheden, 

verscheiden, 
Verscheit, 
"Verschen, 
Versicken, 
Versmoren, 
Versniden, 
Verstennisse, 



Versterven, 

Verstorkelen, 

Verten, vertegen. 

Verticheit, 

Vertrecken, 

A r ervulte, vervuulte, 

Vervulthede, 

Verwringen, 

Veselinge, 

Vesten, 

Vilinge, 

Vincwort, 
Vingermael, 
Viola, 
Violette, 

Vipa, 

Virga pastoris, 

Visci querini, 



Trigonella Foenum-graecum, L. 

Foeniculum vulgare, MUI s. F. capillaceum, Gil. Venkel. 

verkoop. „Het is beter goede vente dan goede ware" 

wil zeggen: de naam van goede dingen te koop te 

hebben geeft meer profijt dan de goede waar zelve, 
blaartrekkend middel; ook drooge kop. 
ademhalen. 

openbaren, zich voordoen. 
Verbena officinalis, L. IJzerhard. „Verbena dats yserne" 

(Herbarius). 
ook: groen van spangiën of aerugo, d.i. kopercarbonaat. 
in den op blz. 78, kol. a gebezigden zin vermo delijk: 

zich vertoonen. 
opknappen. 

bewegen, b.v. een gebroken been; disloceeren. 
Euphorbia Helioscopia, L. Kroontjeskruid, heet ook 

tegenwoordig nog Wrattekruid. Maar Euphorbia 

Peplus, L. de Tuinwolfsmelk, draagt eveneens de 

naam van wrattekruid. Zie Anabula. 
nat, vochtig. 

scheiden. 

vochtigheid. 

bevochtigen, ook vernieuwen. 

benauwd en zwaar ademhalen. 

verstikken. 

afsnijden. 

verstandenisse, bewustzijn. In het opschrift van 
Cap. 2. blz. 104 is de beteekenis van verstennisse 
duister. 

o.a. overerven. 

stollen, b.v. van bloed. 

rotten. 

rottigheid. 

vertellen, uiteenzetten. 

vervuildheid. 

volheid, oververzadigdheid. 

verdraaien, b.v. van de voet, distorsie. 

kriebeling. 

vast blijven zitten. 

vijlsel. „Vilinge van den nagele", het vijlen of langs 
iets gaan met den nagel. 

Vincoorde, Vinca minor, L. Maagdepalm. 

vingerlengte. 

Viola odorata, L. 

hetz. als Viola. De Muurbloem, Cheiranthus Cheiri, L. 
werd ook wel met den naam van violet aangeduid. 

vermoedelijk. Vip era adder. 

zie Carde. 

I. Viscoquercino. Loranthus europaeus, Jacq. Riem- 
bloem of Eikenmistel. Deze behoort, evenals de ten 
onzent beter bekende Viscum album, L„ de Mistel 
(Mistletoe) of Maretak, tot de familie der Lorantha- 
ceae. De Riembloem komt in de zuidelijke landenvan 
Europa, o.a. in Italië, voor en onderscheidt zich van de 



279 



Viscoesheit, 

viscosieheit, 
Vise, 
Vitse, 
Vitriool, 



Vlaen, vlagen, 
Vliedere, 
Vlaginghe, vlaninghe 

vlaïnge, 
Ylieme, 

Voes, 
Voetstap, 

Vogelstonge, 

Vonnesse, 

Vortinge, 

Vorvoets, 

Vreselijc, vrese, 

Vriesewonde, 

Vulpes, 

Vul va, 



eigenlijke Maretak of Vogellijm door roode bloemen 
en goudgele vruchten. 

Zie P. J. Veth. De leer der Signatuur. Intern. Arch. 
f. Ethnogr. Bd. VII, 1894. 

lijmerigheid. 

schroef. 

Vicia Tourn. Wikke. 

zoowel koper- en ijzer-, als zinksulfaat. Zinksulfaat werd 
ook Vitriolum album genoemd. Vitriolum Romanum 
heette een uit Italië afkomstig ijzerhoudend koper- 
sulfaat. 

ontvellen. 

Sambucus nigra, L. Vlier. 

ontvelling. 

vlijm, scalpellum, scalprum, chirurgicum, Phlebothomum 

(Kiliaen). 
1. voys, stem. 
in den zin op blz. 175 kol. b gebezigd: voetspoor van 

de pokken, pokdel. 
Polygonum Convolvulus, L. Zwaluwtong. 
oordeel. 

rotting, ook: beenzweor, ulcus cruris. 
aanstonds, onmiddellijk, 
gevaarlijk, gevaar. 

Sedum Telephium, L., orpinum bij Alb. Magnus. 
zie Alopecia. 
schaamspleet; genitalis fovea mulieris (Tertullianus). 

Zie Hyrtl. 



W. 



Wacheit, 

Wakele, 

Walken, 

Walmen, 

Wan, 

Wanen, 

Wankelen, 

Warmoes, roonisch-, 



Was, 

Wase, 

Weder, 

Wederenroet, 

Wedewinde. 



Weeasche, 



vochtigheid. 

verzwering, puist. 

kneden. 

opkoken. 

wen, vetwen, vetgezwel. 

afnemen, v. d. maan. 

heen en weer bewegen, wrikken ; ook losgaan. 

„Rooms Roms, zeker moeskruid, dat men in de soepe doet, 
anders ook Spaansche Spinagie en Warmoes geheeten. 
Jac. de Smet vat het anders op: Beete, die in 't Latijn 
bèta, in Vlaenderen rooms ghenoemt wort". West- 
Vlaamsch Idiotikon, L. De Bo, Brugge, 1873. 

zie Cera en Maegdenwas. 

modder. 

ram, hamel. Ook het teeken Aries v. d. Dierenriem. 

vet van den ram. 

Minstens drie planten worden met dezen naam aange- 
duid, nl. Convolvulus, Tourn, de Winde; Hedera Helix, 
L., de Klimop en Potentilla Tormentilla, Nech, de 
Tormentil. 

of Wiedassche, potasch. 

18* 



280 



Weech, 
Weede, 
Wegebrede. 
Weyvleesch, 

Wellinge, 
Wieke, 
Wierooc, 
Wijnsteen, 
Wilge, -witte- 
Winchworte, 
Wingerthout, 
wijngaert-, 
Wit van Spaengiën. 
Witkine, 

Worte, 
Wrongel en 



wand. 

Isatis Tinctoria, L. 

zie Hontrebbe. 

wild vleesch, granulatie-weefsel, het weefsel waarmede 

wonden en zweren kunnen dichtgroeien, 
pap. 

pluksel, tampon, 
zie Olibanum. 
zie Tart ar us. 
Salix alba, L. Schietwilg. 
zie Vincwort. 

hout van Hedera Helix, L. 

zie Cerussa. 

een oogaandoening, vermoedelijk witte plekken op het 

hoornvlies, maculae corneae. 
tepel, 
doen stremmen. 



Y, Zie I. 



Z (zie ook S). 



Zedoary, 

Zelve, 

Zinzibri, 

Z ir dus. 



Znccarum album, 



Rhizoma Zeodariae van Curcuma Zedoaria, Rosc. 
Salvia officmalis, L. Salie, 

1. Zingiber, Rhizoom van Zingiber offlcinale, Boscoe. 
het net, omentum. Zie Hyrtl. Das Arab. u. Hebr. in 

der Anat. Y per man rekent Ghierbus (Zirbus) ten 

onrechte tot de darmen (bl. 148, kol b). 
witte suiker, uit Saccharwm officinarum, L. 



LITERATUUR. 



Adanis, F. 
Agilon, Walter. 



Albucasim. 
Alphita. 

Amando. Joh. de Sancto 

Arderne, Juhn. 

Béclard, A. 
Benancio, Lisset. 

Berendes, J. 

Berendes, J. 
Bernhard van 
Gordon. 

Briquet. C. M. 

Bos. 

Cabanès. 

Celsus, Aurus Corn. 



Zie Paulus Aegineta. 

Summa medicinalis. Nach den Münchener Cod. lat. Nr. 
325 und 13121 erstmalig ediert, etc. von Paul D iep- 
gen. Leipzig, 1911. 

Methodus medendi, etc. Basiliae per Henricum Petrum. 
MDXVIII. 

Collectio Salernitana. S. de Renzi. Bd. 3. 1854. Over- 
genomen door A. Tschirch, in Handbuch der Phar- 
makognosie. 1910. I Bd., 2e Abt. blz. o39. 
■, Die Areolae des — , nach Handschriften der Kön. 
Bibl. zu Berlin und Erfurt zum ersten Male her- 
ausgeg. von Dr. J. L. Pag el. Berlin, 1893. 

Treatises of Fistula in Ano, Haemorrhoïds and Clysters. 
From an early fifteenthcentury Manuscript Transla- 
tion, edited with introduction, notes, etc. by D'Arcy 
Power. Published for the Early English Text Society, 
'.ondon, 1910. 

Nouveau Dictionaire de Médecine, Chirurgie, Pharmacie, 
Physique, Chimie, Histoire naturelle, etc. Paris, 1826. 

Declaration des abuz et tromperies que font les apoti- 
caires, etc. Tours, 1553. Opgenomen in: La Médecine 
Anecdotique, etc. Dr. Mini me, Paris, 1901. 

Die Pharmacie bei den alten Culturvölkern. Halle a. 
S. 1891, 

Zie Dioskurides. 

Abhandlung des Bernhard von Gordon über die Grade 

der Arzneimittel, a. d. Lat. v. Dr. Pa gel. Pharma- 

ceutische Post, 1895. 
Les Filigranes. Diction. histor. des Marques du 

Papier. Genève. III. en IV. 
Zie Mondeville. 
Remèdes d' Autrefois. Paris, 1905. 
Ueber die Arzneiwissenschaft, in acht Büchern. Uebers. 

u. erklart von E. Scheller. 2e Auflage- Nach der 



282 



Champier, Symphorien 



Clerc, Dan. Ie-, 
Cordus, Valerius. 

Diepg«!n, P. 
Dioskurides, Pedanios 



Dodouaus, Rembertus. 
Dorveaux, P. 
Fischer-Benzon, R. v. 
Flückiger, F. A. 
Friboes, W. 
(ionion, Bernhard van-, 



Grot, R. v. 

Gurlt. E. 
Haas, R. N. de-, 
Haeser, H. 
Herbarius, 



Herbarius, 



Heukels, H. 

Hovorka, O. en 
Kronfeld, A. 
Hulthem, Ch. van-, 



Hyrtl, J. 
Hyrtl, J. 

Kraus, L. A. 

Kiliaen, C. 
Lespleigney, Thibault. 

Maerlant, Jacob van-, 



Textausgabe von Darembergneu durchgesehen von 
W. Friboes. Braunscbweig, 1906. 

Le Myrouel des Appothiquaires et Pbarmacopoles (Le 
Miroir des Apothicaires). Nouv. Ed., rev., corr. et 
annotée par le Dr. P. Dorveaux. Paris, 1895. 

Histoire de la Médecine. La Haye. MDCCXXIX. 

Dispensatorium pharmacorum omnium, etc. Noriberg. 
MDXCVIII. 

Zie A gil on. 

Des Pedanios Dioskurides aus Anazarbos Arzneimittel- 
lehre in fünf Büchern. Uebersetzt und mit Erkl&rungen 
versehen von J Berende s. Stuttgart, 1902. 

Cruydtboeck. Antwerpen, 1644. 

Zie Champier. Zie Lespleigney. 

Altdeutsche Gartenflora. Kiel u. Leipzig, 1894. 

Pharmakognosie des Pflanzenreiches. 3e Aufl- Berlin, 1891. 

Zie Cel sus. 

Abhandlung des Bernhard von Gordon über die Grade 
der Arzneimittel, a. d. Lat. von Dr. Pagel. Pharmaceu- 
tische Post, 1895. 

Ueber die in der hippokratischen Schriftensammlung 
enthaltenen pharmakologischen Kenntnisse. Histor- 
Stud. a.d. Pharmakol. Instit. zu Dorpat. Bd. I. 1889. 

Geschichte der Chirurgie und ihrer Ausübung. Ber- 
lin, 1898. 

Woordenlijst van eenige oude chemische namen en uit- 
drukkingen. Chemisch weekblad, IV, 1907. 

Lehrbuch der Geschichte der Medicin und der epide- 
mischen Krankheiten. 3e Bearbeitung, Jena, 1875. 

Hs. Nos. 14624 — 41. Kon. Bibl. Brussel (vroeger Ms. 
No. 193, Biblioth. Hulthemiana.) Lijst van medicinale 
Planten. (Hier sal men verstaen in desen boec die 
leringe van dyascorides den wisen meester ende van 
circuinstanse den wisen meester, welke desen boec 
gemaect hebben, die geheten es herbarijs). 

Den groten Herbarius met al sijn figueren die ortus 
sanitatis ghenaemt is. Antwerpen. Claes de Grave 
MCCCCC en XIIII. 

Woordenboek der Nederlandsche volksnamen van plan- 
ten. 1907. 

Vergleichende Volksmedizin. Stutlgart, 1908. 
Bibüotheca Hulthemiana ou Catalogue Méthodique de 

la collection de livres et de Manuscrits, delaissés par 

Ch. van Hulthem, Gand, 1836. 
Das Arabische und Hebraische in der Anatomie. Wien, 1879. 
Onomatologia anatomia. Geschichte und Kritik der Ana- 

tomischen Sprache der Gegenwart. Wien, 1880. 
Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon, etc. 

Dritte Aullage, Göttingen, 1844. 
Etymologicum teutonicae linguae, 1777. 
Promptnaire des Médecines simples en rithme joieuse. 

Nouv. Ed. publ. par P. Dorveaux. Paris, 1899. 
Naturen Bloerae, uitgegeven door Dr. E. Verwijs. 

Groningen, 1878. 



283 



Magnus, H. Sechs Jahrtausende im Dienst des Aeskulap. Bres- 

lau, 1905. 
Mandeville, Jan van-, De Reis van Jan van Mandeville, naar de Middelneder- 
landsche Handschriften en Incunabelen. Van wege de 
Maatsch. der Nederl. Letterk. te Leiden uitgegeven door 
Dr. N. A. Cramer. Leiden, 1908. 
Eine Deutsche Apotheke des 16. Jahrhunderts, darge- 
stellt auf Grund einer notariell beglaubigten und bei 
dem Verkaufe der Ratsapotheke zu Kolberg im Jahre 
1589 aufgestellten Inventurliste. Berlin, 1908. 
Die angebliche Chirurgie des Joh. Mesuë jun. nach einer 
Handschr. d. Pariser Nationalbibliothek, zum ersten 
Male theils herausg., etc. von Dr. J. L. Pag el. 
Berlin, 1893. 
Geschichte der Botanik. 
Zie Benancio. 

Moildeville, Henri de-, La Chirurgie de Maïtre Henri de Mondeville. Traduct. 
contemporaine de 1' auteur, publiée d' apres Ie Ms. 
unique de la Biblioth. Nation. par Ie Dr. Bos. Paris 
MDCCCXCVII. 
Neuburger, Max-, Geschichte der Medizin. Stuttgart 1911. 

Neuburger, M u. 
Pagel, J. 



Meissner, R. 



Mesuë, jun, Joh- 



Meyer. 
Minime. 



Handbuch der Geschichte der Medizin, begründet von 

Th. Puschmann. Jena, 1902. 
Antidotarius. Hs. Nos. 156124—41 Kon. Bibl. Brussel. 

(No. 193 der Bibloth. Hulthemiana). 
L' Antidotaire Nicolas. Deux traductions de 1' Antido- 

tarium Nicolai, etc, publiées d' après les Manuscrits 

francais 25,327 et 14,827 de la Bibloth. Nation. par 

P. Dorveaux. Paris, 1896. 
Zie Amando. Zie Gordon. Zie Mesuë. 
De Chirurgie ende Opera van Mr. Ambr. Pare, etc. Uit 

de Francoysche in de Nederlandsche sprake overgheset, 

door Carolum Battum. Rotterdam, 1636. 
The seven Books of Paulus Aegineta. Transl. from the 

Greek, with a commentary, etc. by Francis Adams. 

Londen, 1847. 
Aus pharmaceut. Vorzeit in Bild und Wort. Berlin, 1889. 
Petrus de Cressentiis, De omnibus agriculturae partibus etc. Basiliae per Hen- 

richum Petri. MDXLVI1I. 
Zie Saliceto, Guglielmo da-, 
Zie Ard erne. 
Deutsche Handschriften in England. Erlangen, I. 1896. 

II, 1901. 
De ligatuur vóór Ambroise Pare. Nederl. Tijdschr. v. 

Geneesk. 1900, II, blz. 797. 
Humani Corporis, interiorum et exteriorum, morbis me- 

dendi ratio methodica. Basilae per Henricum Petrum. 

MDXLVIII. 
Saliceto, Guglielmo da-, La Chirurgie de Guillaume de Salicet. Traduction et 

Commentaire par P. Pitte au. Toulouse, 1898. 
Schelenz, H. Zur Geschichte der pharmazeutisch-chemischen Des- 

tilliergerate. Sonderbeilage zum „Bericht, April, 1911" 

von Schimmel & Co. Miltitz bei Leipzig. 
Schelenz, H. Geschichte der Pharmazie. Berlin, 1904. 



Nicolaus. 



IVicolaus. 



Pagel, J. L. 
Pare, Ambrosius. 



Paulus Aegineta. 



Peters, H. 



Piftau, P. 
Power, d'Arcy-, 
Priebsch, R. 

Prins, K. 

Rolandus. 



284 



Schroeder, Joh. 
Scribonius Largus. 

Scribonius Largus, 
Seufelder, L. 

Sickenberger. 
Sprengel, Kuit. 
Stoppelaar. J. H. de- 



Töply, R. Rittor von- 

Tschirch, A. 
Verwys, E. 
Verwys, E. en 

Verdam. J. 
AViukler, L. 



Pharmacopoeia medico-chymica sive Thesaurus pharma- 
cologicus, etc. Lugd.- Bat. MDCLXXII. 

Das Receptbuch des Scribonius Largus. Uebers. u. mit 
Commentar versehen von Felix Rinne. Histor. 
Stud. a. d. Pharmakol. Instit. der K. Univers. Dorpat. 
Bd. V. 1896. 

Das vom pharmakologischen Standpunkte aus Wesent- 
lichtste aus Scribonii Largi „Compositiones". Inaug. 
Diss. Dorpat. v. Felix Rinne. Dorpat. 1892. 

Dispensatorium pro Pharmacopoeis Viennensibus in Aus- 
tria. Das filteste Wiener offizinelle Dispensierbuch vom 
Jahre 1570. Nach der Urschrift im Archive des Wiener 
Medizin. Doktoren-Kollegiums zum ersten Mal heraus- 
gegeben. Leipzig u. Wien, 1907. 

Die einfachen Arzneistoffe der Araber im 13. Jahrhun- 
dert. Pharmac. Post. 1891-1893. 

Versuch einer pragmatischen Geschichte der Arzney* 
kunde. Halle, 1821. 

Het papier in de Nederlanden gedurende de middel- 
eeuwen, inzonderheid in Zeeland, met 16 uitslaande 
platen, bevattende 265 afbeeldingen van papiermerken. 
Archief. Vroegere en latere Mededeelingen, uitgeg. door 
het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. 11e 
Deel, 1866-69, 7e stuk, blz. 1. 

Studiën zur Geschichte der Anatomie im Mittelalter. 
Leipzig. u. Wien, 1898. 

Handbuch der Pharmakognosie. Leipzig, 1910. 

Zie Maerlant. 



Middelnederlandsch Woordenboek. 
Animalia als Arzneimittel einst 
bruck, 1908. 



und jetzt. Ins- 



Literatuur over Jan Yperman en zijn werken. 



Broeckx, C. 
Broeckx, C. 

Carolus, J. 
Carolus, J. 
Dewachter, P. F. 
Diegerick, I. 



Traite de Médecine pratique de Maitre Jehan Yperman, 
publiée pour la première fois d' après la copie fla- 
mande de la Biblioth. Royale de Bruxelles. Anvers, 
MDCCCLXVII. 

La Chirurgie de Maïtre Jehan Yperman, chirurgien Beige 
(XlIIe-XIVe siècle) publ. pour la première fois 
d' après la copie flamande de Cambridge. Ie et 2e 
Ed. Anvers, MDCCGLXVI. 

Ook verschenen in : Ann. de 1' Académie d' Archéologie 
de Belgique. T. 20e 1863. blz. 128. 

La Chirurgie de Maitre Jean Ypermans, mise au jour et 
annotée, etc. Annales de la Soc. de Méd. de Gand. 20e 
Ann. 1854. Vol. XXXII, blz. 19. 

Traite de Chirurgie de Jehan Yperman, transcrit sur Ie 
ms. du College de Saint- Jean- Baptiste de Cambridge. 
1861. Modern. Ms. No. 21833. Bibl. Royale de Bruxelles. 
De la Chirurgie de Maïtre Jehan Yperman, médicin 
beige du XlVe siècle. Annales de la Societé de méde- 
cine d' Anvers, XXIVe Ann. 1863, blz. 521. 
Lettre a M. Ie chanoine Carton, etc. Ann. d. 1. Soc. hist. 



285 



Flou, K. de en 
Gailliard, Edw. 



Guislain. 

Lafaut, J. 
Leersum, E. G. van-, 

Leersum, E. C. van-, 



de la Ville d' Ypres, etc. T. IV, 1869, blz. 16. Besproken 
door C. Broeckx in: Ann. d. I. Soc. d. Méd. d' Anvers, 
XXIe Ann. 1860, blz. 59. 

Derde verslag, houdende opgave en beschrijving der 
handschriften en boeken door hen, op last van het 
Belgisch Staatsbestuur en op aanzoek der Kon. 
Vlaamsche Academie, in Engeland onderzocht, ten jare 
1896. Versl. en Meded. d. Kon. Vlaamsche Akad. v. 
Taal en Letterk., 1897. 

Discussion sur Ie lieu de naissance et des travaux de 
maitre Jean Yperman, chirurgien flamand au XlVe 
siècle. Buil. d. 1. Soc. d. Méd. de Gand. XXIIe Vol. 
1855. blz. 51. Séance du 6 février. 

Jan Yperman, de Vader der Heelkunde in .Vlaanderen. 
Ann. d. I. Soc. hist. d. 1. Ville d' Ypres. T. IV, 1869, blz. 34 . 

Bemerkungen über Broeckx' Ausgabe der Chirurgie des 
Jan Yperman. Janus, Arch. internat, p. 1' Histoire d. 1. 
Méd. Xe Ann. 1905. blz. 544. 

Est-ce en 1310 que Jan Yperman est mort? Janus, XI Ve 
Ann. 1909, blz. 393 



Marez, G. des-, en 
Sagher, E. de-, 
Sliellaert, F. A. 



Comptes de la Ville d' Ypres. Bruxelles, 1909. 

Rapport sur Ie travail intitule: La chirurgie de Maitre 

Jean Ypermans, etc. Annal. d. 1. Soc. d. Méd. d. Gand. 

20e. Ann. 1854. Vol. XXXII. 
Sliellaert, F. A. Encore un manuscrit du père de la Chirurgie flamande. 

Buil. d. 1. Soc. d. Méd. d. Gand. Séance d. Janvier 

XXVIIIe Vol. 1861, blz. 9. 
Sliellaert, F. A. La chirurgie de Maitre Jehan Yperman, etc. par M. C. 

Broeckx. Analyse. Buil. d. 1. Soc. d. Méd. d. Gand. 

Séance de Novembre. XXXe Vol. 1863, blz. 333. 
Vandenpeereboom, A. Ypriana. Notices, Etudes, Notes et Documents sur Ypres. 

I, 1878, IV, 1880. 



VERBETERINGEN. 



Blz. XVIII 

,, 5| 

„ 5, 
5, 
24 

„ 2o, 

* 26, 

„ 27, 

„ 33, 

„ 48, 

„ 57, 

„ 63, 

„ 69, 

„ 70, 

„ 72, 

„ 76, 

„ 91, 

„ ioo, 

„ 103, 

„ 103, 

„ 103, 

„ 128, 

„ 131, 

„ 164, 

„ 181, 

n 188, 

„ 188, 

„ 189, 

„ 200, 

„ 230, 

„ 254, 



, regels 14 en 

noot 1, regel 

„ 1, „ 

» 1, „ 

kol. a, „ 

» b, » 

« a > i) 

IJ a ' n 

55 a ' )i 

n b , » 

n b, „ 

noot 7, 

kol. a, ,. 

)i a ' n 

» b. n 

» a ' M 

n a ' H 

in raargine te 1 

kol. b, regel 
regel 

kol. b, regel 

n b, „ 

n b, „ 

H b, in 

„ a, regel 

n a > n 

n a , )i 

ii a ' » 
regel 



15 v. o. te lezen een lange cure in pi. v.een cure. 

16 v. o. moet wegvallen: p (pr esby teri). 

12 v. o. moet wegvallen het? achter pensioen. 

10 v. o. te lezen diesche in pi. v. di es e hc. 
1 v. b. „ „ bat „ „ „ ba. 

3 v. o. „ „ om me „ „ „ ome. 

1 v. b. „ „ gebonden „ „ „ gebanden. 

9 v. b. „ „ pi at e k ij n „ „ „ plalekijn. 

25 v. b. moet vervallen: G 19 c. 
22 v. b. te lezen scaerde in pi. v. scaerdc. 

11 v. o. „ „ nederste „ „ „ nedeste. 

„ „ ruffini „ „ „ rufflni. 

19 v. b. „ „ G 47 d „ „ „ 47 d. 

7 v. b. „ „ plaester „ „ „ tplaesler. 
1 v. o. moet vervallen: dat men wezen. 

3 v. o. te lezen Ziec heiden in pi. v. Zei ch ei den. 

3 v. b. „ „ 24 „ „ „ 23. 
ezen C33cenG33d in pi. v. G33 een G33d. 

12 v. b. te lezen kele 
25 v. b. „ „ scorpnesse 
25 v. b. „ 

4 v. b. „ 

13 v. b. „ 
9 v. o. „ 

margine „ 

5 v. b. „ 

8 v. b. „ 
13 v. o. „ 
19 v. b. „ 



by nnen 

weret 

XXXVII 

C59c 
daer 
XXXIX a 
hoven 
X L a 



in pi, 


. V, 


keln. 


» « 


r> 


scorpnisse, 


11 55 


55 


binnen. 


» 55 
55 55 


11 
11 


werct. 
XXXVIII. 


*5 55 
55 55 
55 55 
55 55 


11 

11 
11 

55 


IV 

G 59 c. 

daet. 

XXXIX. 


55 55 
55 55 


55 
11 


h ou en. 
XL. 



26 v. b. te lezen Aanteekeningen blz. 217 in pi. v. 

Woorden lij s t. 
5 v. o. „ „ bevereul „ „ „ bever vel. 



ll~~ 



Fig. II. Blz. 15, 19.*) 




Fig. VI. Blz. 26. 




Fig. III. Blz. 19. 




Fis. VIL Blz. 20. 




Fig. IV. Blz. 15, 21, 
35, 37, 108, 126. 



Fig. VIII. Blz. 26, 30. 



^fc^j 



Fig. V. Blz. 




Fig. IX. Blz. 26. 



*) Fig. I welke aan Hs. G. is ontleend, komt voor op blz. 7. 




Fig. X. Blz. 27. 



Fig. XV. Blz. 32, 33. 




V----' '.''.'::■■■ • " • ■ ■ ' ,: :^j 



Fig. XI. Blz. 29, 41. 



Fig. XVI. Blz. 32, 33. 34. 




Fig. XII. Blz. 26, 30. 



Fig. XVII. Blz. 32, 33. 



' 'J? 




'UJ 



F 




Fig. XIII. Blz. 30. 



Fig. XVII I. Blz. 33, 36. 





u><> 



Fig. XIX. Blz. 33. 



T~7T 




Fijj. XX. Blz. 41. 




Fig. XXI. Blz. 





Fig. XXII. Blz. 42. 



Fig. XXV. Blz. 53. 




Fig. XXIII. Blz. 53. 




Fig. XXIV. Blz. 55. 




CDDE^ 



Fig. XXXI. Blz. 105. 




Fig. XXVI. Blz. 59. 



Fig. XXXII. Blz. 105. 



_-—-*"»«. j d y»l*»H »> " . 1 1 ,1 ,1» ji», 




Fm. XXVII. Blz. Gü. 







Fig. XXXIII. Biz. 105. 




Fig. XXVIII. Blz. 66, 194, 196. 




Fig. XXXIV. Blz. 114. 




wiibi 



Fig. XXIX. Blz. 66, 131. 




Fig. XXXV. Blz. 114. 



CED 



Fig. XXX. Blz. 97. 



^jr 




c 


CF'M'"£ 


*$ 


^ 




V 



Fis. XXX VI. Blz. 129. 



Vig. XXXVII. Blz. 129. 



Fig. XLa. Blz. 200. 



'M 



Fig. XXXVIII. Blz. 130. 




Fig. XXXIX. Blz. 130. 



L< 


*-%- 








-~(r4-(-£-C\- 


s^ 








<\J Cr 


Fig 


XLII. 


Blz. 


-2(U 






^gg^- r j— - 








■ 
■■■■ 









Fig. XL1II. Blz. 203. 




Fig. XL. Blz. 135. 



Fig. XLIV. Blz. 207. 




m 



Fig. XXXIXa. Blz. 188. 



.iBm*ï*"'2 



Fig. XLV. Blz. 207. 




Fig. XLI. Blz. 200. 




Fig. XLVI. 




Fig. XLV1I •). 




Fig. XLVIII *). 



*) Fig. XLVII en XLVIII zijn ontleend aan Hs. G. 



Uitgaven van A. W. SIJTHOPP'S UITQ.-My. te LEIDEN. 

Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde 

ONDEK REDACTIE VAN 

Prof. Dr. J. VEHDAM, Hoogleeraar te Leiden, 

MET MEDEWERKING VAN 

Prof. Dr. J. TE WINKEL en Prof. Dr. J. FRANCK. 

l l <MIM I MHM l MW>M» *» »»»M*'M ' » ' , »MW>M»>H»M»»tl* W 'M »M f « «M»MWllMI I< l l ll l l| l |MIMH >l > l 

Deze Bibliotheek door tal van daarin verschenen Middelnederlandsche 
ttksten zeer gunstig bekend, bevat o. a. de navolgende uitgaven : 

A. Beets, De Disticha Catonis in het middelnederlandsch. 1885. ƒ 1.50 
J. Bergsnia, De levens van Jezus in het middelnederlandsch. 

1895—1898 „ 4.50 

A. van Berkuin, Parthonopeus van Bloys, l e ged. 1897—1898 „ 3. — 
D. A.. Brinkerink, Van den doechden der vurigen en der 

stichtigen susteren van Diepenveen. 1902 — 1904 . . . „ 6. — 

F. Buitenrust Hetteina, Nederduitsch Glossarium van Bern. 

1889 1.50 

W. G. Brill, Van Sinte Brandane. 1868—1882 „1.50 

J. Franck, Alexanders Geesten. 1868—1882 , 10.50 

J. Franck en J. Verdani, Maerlant's Strophische gedichten. 

1897-1898 „ 6.— 

W. L. van Heiten, Van den Vos Reynaerde. 1887 . . . . „ 3. — 

Alfred Hölder, Dat lydenende die passie ons Heren. 1868—1882 „ 1.50 

G. Kalff, Middelnederlandsche epische fragmenten, 1885 — 1886 „ 4.50 
J. H. Kern, De Limburgsehe sermoenen, 1892—1895 . . . „ 10.50 
P. Leendertz Jr., Middelnederlandsche dramatische poëzie, 

1899— 1907. 2 dln. compl „15.— 

P. Leendertz Jr., Diederic van Assenede, Floris ende Blance- 

floer. 1868-1882 „ 4.50 

J. C. Matthes, Renout van Montalbaen. 1868—1882 . . . „ 1.50 

J. C. Matthes, Roman der Lorreinen. 1868—1882 . . . . „1.50 
H. E. Moltzer, Frederik III en Karel de Stoute te Trier. — 

II. Die enighe sprake ende vereneghinge die Sinte 

Augustinus hadde mit God. 1890 » 1-60 

H. E. Molt/er, Levens en legenden van heiligen. I. Brandaen 

en Panthalioen. 1891 „ 1.50 

G. H. van Schaick Avelingn, Dat Scaecspel „ 3.50 

D. C. Tinbergen, Des Coninx summe, le ged. 1900—1902 . w 6.— 
D. C. Tinbergen, Des Coninx summe, 2« ged. 1907 ƒ4.50; 

compl. 2 dln „ 10.50 

J. Verdam, Episoden uit Maerlanls Historie van Troyen. 

1868-1882 „ 4.50 

J. Verdam, Ferguul. 1868-1882 „ 5.25 

Eelco Verwys, Roman van Cassamus. 1868—1882 . . . . „ 1.50 

Eelco Verwys, Van vrouwen ende van minne. 1868 — 1882 . ,, 3.— 

Eelco Verwys, Jacob v. Maerlants Naturen bloeme. 1868— 1882 „ 7.60 

L. Wirth, Het Heilige Kruis ende Denensage te Breda. 1892 „ 1.50 

iPCT Deze Bibliotheek wordt voortaan alleen in complete deelen uitgegeven.